Posts tonen met het label Kinderboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kinderboek. Alle posts tonen

zaterdag 19 oktober 2024

Bette Westera (tekst) & Sylvia Weve (tekeningen): Uit elkaar

Bette Westera (tekst) & Sylvia Weve (tekeningen): Uit elkaar (Nederland, 2019): 44 gedichten: Uitgeverij Gottmer
 

 
Soms, heel soms, kom ik een boek tegen waar ik onmiddellijk heel erg blij van word. "Uit elkaar" van het duo Bette Westera en Sylvia Weve is zo'n boek. Samen zijn zij er in geslaagd om over een zwaar beladen onderwerp, dat echtscheiding toch is, een boek te maken dat licht van toon is, uiterst toegankelijke gedichten bevat en een lust voor het oog is.

Ik ben geen lezer van gedichten, meestal begrijp ik er weinig van. Zo niet bij de gedichten in "Uit elkaar". Alle gedichten in dit boek zijn makkelijk te begrijpen en zeer grappig. Voeg daarbij de prachtige, speelse tekeningen van Sylvia Weve en je krijgt een prachtig boek. Om van dit boek te houden, hoef je niet speciaal van kinderboeken te houden, of iets over echtscheidingen willen lezen. Volgens mij zal iedereen met een liefde voor mooi uitgevoerde boeken dit boek omarmen. Warm aanbevolen!

Helaas kan ik op het internet geen afbeeldingen uit het boek vinden, anders dan de omslag.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.
 

maandag 8 april 2024

Jean-Luc Fromental (tekst) & Joëlle Jolivet (tekeningen): 365 pinguïns

 

 
Sommige boeken moeten het hebben van een eenvoudig idee. Dat geldt ook voor "365 pinguïns" van het duo Fromental & Jolivet.
 
Een gezin bestaande uit de vader, de moeder, een zoon en een dochter krijgt op de eerste dag van het nieuwe jaar per post een pinguïn toegestuurd. Wat moeten ze met die pinguïn? Vervolgens krijgen ze op iedere dag van het jaar een nieuwe pinguïn toegestuurd. Wat moeten ze met al die pinguïns? Hoe kunnen ze al deze pinguïns huisvesten, te eten geven en schoonhouden?
 
De uitwerking van het simpele gegeven "iedere dag een pinguïn erbij" is geniaal gedaan. De tekeningen zijn in zwart en wit met als steunkleuren oranje en blauw en zijn prachtig om te zien. Er is zelfs een pinguïn die Bibber heet, last van de kou heeft en blauwe voetjes heeft.
 
Citaat:
- Op nieuwjaarsdag, om negen uur 's ochtends, staat er een koerier op de stoep.
Ik maak het pakje open: een pinguïn.
Wie stuurt ons nu zo'n raar cadeau?
Geen afzender op de doos.
Geen naam of niks.
 "Hé," zegt Emma, m'n zus.
"Kijk eens!"
Ik ben nr. 1, geef me eten, nu meteen!
"Rare toestand," zegt m'n vader.
 
Voor een aantal afbeeldingen uit "365 pinguïns", klik hier.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

woensdag 21 februari 2024

Annie M.G. Schmidt: Pluk van de Petteflet


Small Cover ImageWaarschijnlijk is geen enkel Nederlands kinderboek zo bekend als Pluk van de Petteflet. Veel mensen van mijn leeftijd zullen het voorgelezen hebben gekregen door hun ouders en veel van die mensen zullen het ook weer aan hun kinderen hebben voorgelezen. Zelf heb ik het boek pas in 1998 voor het eerst gelezen. Ik heb het boek nu voor de vierde keer gelezen en zoals wel vaker bij echt goede boeken vind ik het na iedere herlezing nog beter dan de vorige keer dat ik het las.

Pluk is een vriendelijk en behulpzaam jongetje met een klein rood kraanwagentje dat altijd in de stad rondrijdt op zoek naar mensen en dieren in nood om die dan te helpen. Nu zoekt hij een plek om te wonen. Hij vindt een plekje in het torentje van de Petteflet. Samen met vriendjes als: de Stampertjes, Aagje, meneer Pen, Dollie de duif, de Lispeltuut en Zaza de kakkerlak maakt hij allerlei avonturen mee.

Citaten:
Het begin van het boek:
- Pluk had een klein rood kraanwagentje. Hij reed er mee door de hele stad en hij zocht naar een huis om in te wonen. Af en toe stopte hij. En dan vroeg hij aan de mensen: "Weet u niet een huis voor me?" Dan dachten de mensen even na en zeiden: "Nee." Want alle huizen waren vol.
 Eindelijk reed Pluk naar het park. Hij zette z'n wagentje tussen twee bomen en ging op een bankje zitten.
 "Misschien kan ik vannacht in het park blijven slapen," zei hij hardop. "Dan slaap ik in m'n wagentje onder de boom ,,," En toen hoorde hij een stem boven zich. "Ik weet een huis voor je," zei de stem.
 Pluk keek op. Op een tak van de grote eikeboom zat een mooie dikke duif.
 "Het torentje van de Petteflet staat leeg," zei de duif.
 "Dank je wel," zei Pluk en hij nam z'n petje af. "Waar is de Petteflet? En hoe heet je?"
 "Ik ben Dollie," zei de duif. "En de Petteflet is hier vlak bij. Dat hele hoge flatgebouw daar ... zie je wel? Daar boven op is een torentje. En in dat torentje is een kamertje. En daar woont niemand in. Als je vlug bent, kun je in dat kamertje trekken. Maar je moet wel opschieten want anders is het misschien al weer bewoond."
 
Over Zaza, de kakkerlak:
- Wanneer hij ging ontbijten, riep hij eerst Zaza wakker. Het was werkelijk een hele aardige en beleefde kakkerlak. Hij leefde van appelschilletjes en zelfs daarvan at hij nog maar een klein beetje, dus het was geen dure logé.
 
De introductie van Aagje:
- Toen de frieten op waren, zei vader Stamper: "Heb je Aagje al eens ontmoet?"
 "Nee," zei Pluk. "Wie is Aagje?"
 "Het is een klein meisje met een roze jurkje. Altijd een keurig schoon roze jurkje."
"O ja," zei Pluk. "Ik heb haar laatst op de buitengalerij zien staan. Ze verveelde zich geloof ik zo. Ik vroeg of ze mee ging spelen, maar ze wou niet."
 "Ze mócht niet ...," zei vader Stamper. "Het arme kind."
 "Mag ze niet spelen?" vroeg Pluk. 
 "Ze mag zich niet vuil maken," zei vader Stamper. "Aagje is het dochtertje van mevrouw Helderder. En ze mag nooit buiten spelen, want haar moeder is bang dat ze zich vuil zal maken."

- ... "Zie je dat eekhoorntje? Daar helemaal boven in?"
 "Ja," zei Pluk. "Maar ik zie er helemaal niets bijzonders aan."
 Vlak bij hem was er een geritsel in de takken. Het was Dikke Dollie. "Zo, zijn jullie daar eindelijk?" zei ze. "En heb je 'm gezien? Het stakkertje."
 "Stakkertje?" vroeg Pluk. "We zien enkel een eekhoorntje."
 "Dat is 'm!" riep Dollie. "Dat is Duizeltje. Een heel treurig geval. Hij heeft hoogtevrees."
 "Hoogtevrees?" vroeg Pluk. "Een eekhoorn met hoogtevrees?"
 "Ja, is het niet dieptreurig? Het komt maar een heel enkele keer voor bij eekhoorntjes. Hij durft niet te klimmen. Nooit. Nou, je begrijpt wel dat hij vreselijk wordt uitgelachen door z'n familie. En daarom heeft hij het voor één keertje geprobeerd. Nu zit hij helemaal boven in ... maar hij durft niet meer naar beneden. Dus help 'm Pluk. Met je kraan!"
 
Als Aagje smerig is:
- "Ik durf nooit meer naar huis ..." jammerde Aagje.
 "Onzin," zei meneer Pen. En ineens sloeg hij met z'n hand tegen z'n voorhoofd en riep: "Ik weet het! Hiernaast is de Hou-maar-áán-stomerij!"
 "Wat is dat?" vroeg Pluk.
 "Kom maar mee," zei meneer Pen. "Het is een stomerij waar je je kleren niet hoeft uit te trekken. Ze worden gestoomd terwijl je ze aanhoudt. Vandaar de naam. Hou-maar-áán-stomerij!" ...
 
- Maar toen Pluk al buiten was, op de gang, kwam het kleinste Stampertje hem hijgend achterna en zei: "Wil je asjeblieft even terugkomen? Onze televisie doet het niet."
 "Waarom moet ik dan terugkomen?" vroeg Pluk.
 "We dachten ... jij bent zo knap ...," zei het Stampertje. "Misschien kun jij 'm even maken."
 "Ik? Ik weet helemaal niets van teeveetoestellen," zei Pluk. "Helemaal niets!"
 "Toe nou ...," zei het Stampertje. "Kom toch maar eventjes kijken."
 Zuchtend stapte Pluk weer mee naar binnen.
 Vader Stamper en alle kleine Stampertjes verdrongen zich om het toestel.
 "Daar is Pluk! Pluk zal 'm wel weer goedkrijgen!" riepen ze.
 "Ik heb echt geen verstand van een televisietoestel," zei Pluk. "Jullie moeten er een man bij halen, 't is echt te moeilijk voor 'n gewoon mens, want ..." Toen zag hij dat het snoer los hing. De stekker zat niet in het stopcontact. Hij stak 'm erin. En even later kwam er geluid. En daarna het beeld.
 
- "O ja?" zei de wolf. "Zou dat het zijn? Ik dacht het kwam door de kool en de geit." 
 "Wat? Wat gebeurde er dan met een kool en een geit?" 
 "Ik heb een keer een kool opgegeten," zei de wolf. 
 "Een kool? Maar wolven eten toch geen kool?" 
 "Nee, dat is zo. Maar deze kool zat in een geit. Hij was verpakt in een geit" 
 "Aha, je bedoelt dat je een geit hebt opgegeten?" 
 De wolf knikte. "Heel lang geleden ...," zei hij zacht en hij keek Pluk aan met schaamte in z'n ogen.
 "Praten we niet meer over ...,"  zei Pluk. "Per slot heb ik wel eens een kip opgegeten. Wél gebraden natuurlijk."

De tekst van Annie M.G. Schmidt is natuurlijk goed, maar wat "Pluk van de Petteflet" echt tot een geweldig boek maakt zijn de prachtige tekeningen van Fiep Westendorp. Ik ken weinig boeken met zo tot de verbeelding sprekende illustraties.

Bij veel mensen heerst de misvatting dat kinderboeken per definitie geen literatuur kunnen zijn. Ik vraag mij hardop af of er veel Nederlandstalige boeken voor volwassenen zijn die net zo veel indruk op mij hebben gemaakt als dit boek van het duo Schmidt en Westendorp. Het zijn er maar weinig.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 12 juli 2022

Stoppen of doorlezen? Astrid Lindgren: Ronja de roversdochter

Astrid Lindgren: Ronja de roversdochter (Zweden, 1981): 189 blz: Vertaald door Rita Törnqvist-Verschuur (1982): Uitgeverij Ploegsma
 

 
Je hebt schrijvers die relatief onbekend zijn, schrijvers die beroemd zijn en schrijvers die wereldberoemd zijn. De Zweedse kinderboekenschrijfster Astrid Lindgren hoort duidelijk tot de laatste categorie, ik denk dat vrijwel iedereen in Nederland haar naam wel kent en ook Pippi Langkous, haar beroemdste karakter.
 
Op een woeste berghelling wonen twee groepen rovers die vijandig tegenover elkaar staan. Je hebt de groep rovers van Mattis, die Ronja als dochter heeft gekregen en die in de burcht op de top van de berg wonen en je hebt de groep rovers van Borka, die Birk als zoon heeft gekregen en die in de bossen wonen.
 
"Ronja de roversdochter" is een avonturenboek, behalve de twee groepen rovers komen er ook vreemde wezens in voor als de vogelheksen en de aardmannen.
 
Ik heb de eerste 47 bladzijden van "Ronja de roversdochter" gelezen. Het boek is vlot geschreven en onderhoudend, maar is toch wel echt een kinderboek. Ik heb altijd de mening verkondigd dat een goed kinderboek ook voor volwassenen interessant moet zijn. Ik denk dat ik die mening moet herzien. Voor mij als man van bijna 56 is dit verhaal over rovers niet zo boeiend, maar ik denk dat mijn neefjes Finn van 10 en Alex van 8 enorm zullen genieten van dit boek. De eerstvolgende keer dat mijn broer Paul met ze bij mij op bezoek komt, krijgen ze het boek cadeau van mij.
 
Voor mij is het stoppen, maar kinderen tussen de 8 en 12 zullen hiervan smullen en uiteindelijk is het boek ook voor hen geschreven en niet voor mij als meelezende volwassene.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 9 december 2021

Achter de spiegel

Lewis Carroll: Alice in Wonderland & Achter de spiegel (Groot Brittannië, 1865 & 1871): 265 blz: Vertaald door Nicolaas Matsier (1989 & 1994): Uitgeverij Van Goor
 
De avonturen van alice in wonderland ; achter de spiegel
 
Deze prachtige uitgave door uitgeverij Van Goor bevat de twee beroemdste boeken van Lewis Carroll "Alice in Wonderland" en "Achter de spiegel". Alles aan deze uitgave klopt. Het is een gebonden hardcover met een mooie stofomslag, het boek ligt lekker in de hand, het lettertype is mooi en duidelijk leesbaar, het bevat de prachtige illustraties van John Tenniel en, het belangrijkste van alles, een zeer onderhoudende tekst die prachtig is vertaald.
 
De opmerkingen die ik in mijn vorige stukje over "Alice in Wonderland" heb gemaakt, gelden in gelijke mate voor "Achter de spiegel", dat beschouwd kan worden als het vervolg op "Alice in Wonderland". 
 
"Achter de spiegel" bevat in vergelijking met het eerdere boek nog meer gedichten die de tekst afwisselen. Twee mooie voorbeelden hiervan zijn het gedicht "Koeterwaals" op bladzijden 146 en 147 en het lange gedicht "De Walrus en de Timmerman" op bladzijden 175 tot 181. In dit laatste gedicht nodigen de Walrus en de Timmerman de oesters uit voor de maaltijd. De oudste oester weigert beleefd, maar de jonkies gaan schoon opgepoetst op pad, zonder dat ze beseffen dat ze zelf het maal vormen.

"Achter de spiegel" is duidelijk minder beroemd dan "Alice in Wonderland", maar even onderhoudend.
 
Citaten:
-  De Koning zei: "Werkelijk, lieve, ik kreeg het koud tot in de punten van mijn snorrebaard!"
 Waarop de Koningin repliceerde: "Je hebt helemaal geen snorrebaard."
 "De verschrikking van dat ogenblik," ging de Koning voort, "Zal ik nimmer, nimmer vergeten!"
 "Toch wel hoor," zei de Koningin, "tenzij je er een aantekening van maakt."

- "Waar kom jij vandaan?" zei de Rode Koningin. "En waar ga je heen? Kijk me aan, spreek met twee woorden en sta niet de hele tijd met je vingers te wriemelen."
 Alice luisterde aandachtig naar al deze aanwijzingen en legde zo goed als ze kon uit dat ze de weg kwijt was.
 "De weg kwijt?" vroeg de Koningin. "Hoe kun je iets kwijt zijn dat niet van jou is? Alle wegen hier in de buurt zijn van mij ..."

Over de insecten in spiegelland:
- "... maar ga door met je opsomming van insekten: je verspilt tijd."
 "Nou, je hebt de paardevlieg," begon Alice, terwijl ze de namen op haar vingers telde.
 "Goed," zei de Mug. "In die struik, op halve hoogte, zie je als je goed kijkt een hobbelpaardevlieg. Hij is helemaal gemaakt van hout en verplaatst zich al schommelend van tak tot tak."
 "Waar leeft hij van," vroeg Alice met grote nieuwsgierigheid.
 "Spint en zaagsel," zei de Mug. "Ga door met je opsomming."
... "En dan heb je de waterjuffer."
 "Kijk eens op de tak boven je hoofd," zei de Mug. "daar vind je een theewaterjuffer. Haar lijf is van lange vinger, haar vleugels zijn van boterbabbelaars en haar hoofd is een kletskop."
 "En waar leeft zij van?" vroeg Alice, net als eerder.
 "Van kokend water en dorre blaadjes," gaf de Mug ten antwoord.
 "En dan heb je de vlinder," ging Alice voort, nadat ze nog eens goed gekeken had naar het insekt dat net een slok kokend water en  een hap dorre blaadjes nam, trillend over het hele lijf, waardoor ze bij zichzelf gedacht had: "Die zou wel eens boven haar theewater kunnen zijn." 
 "Bij je voeten, kruipend," zei de Mug (Alice trok haar voeten een beetje geschrokken terug), "kun je een botervlinder zien. Zijn vleugels zijn van bladerdeeg, zijn lijf is een zuurstok, en zijn kop is een suikerklont."
 "En waar leeft hij van?"
 "Chocolademelk met slagroom."

Bij Fiedeldij en Fiedeldop:
- "... Denkt u dat het gaat regenen?"
 Fiedeldij stak een forse paraplu op boven zichzelf en zijn broer en keek erin omhoog. "Nee, ik geloof van niet," zei hij, "tenminste - hier onder niet. Mooi niet."
 "Maar buiten regenen, dat wil het wel eens doen, nietwaar?"

- "Jou neem ik met plezier in dienst, dat staat vast!" zei de Koningin. "Een stuiver per week en jam om de andere dag."
 Alice kon haar lachen niet houden toen ze zei: "Ik wil niet dat u mij in dienst neemt - en om jam geef ik niet."
 " 't is heel goeie jam," zei de Koningin.
 "Nou, vandaag wil ik hem niet, in elk geval."
 "Al wou je hem wel, dan kreeg je hem nog niet," zei de Koningin. "De regel is: jam morgen en  jam gisteren - maar nooit jam vandaag."
 "Zo nu en dan moet het wel "jam vandaag" worden," wierp Alice tegen.
 "Nee, dat kan niet," zei de Koningin. "Het is jam om de andere dag: vandaag is geen andere dag, namelijk."

- "Wat had je gehad willen hebben?" zei het Schaap ten slotte, even opkijkend van haar breiwerk.
 "Ik weet het nog niet precies," zei Alice heel vriendelijk. "Ik zou graag even rondkijken, als dat mag."
 "Je kunt vóór je kijken en aan beide kanten, desgewenst," zei het Schaap; "maar rond kijken, dat gaat niet - tenzij jij ogen achter op je hoofd hebt."

- "Ik heb hem gekregen," vervolgde Wiggel Waggel nadenkend, terwijl hij de ene knie over de andere sloeg en zijn handen eromheen vouwde, "ik heb hem gekregen - als onverjaardagscadeau."
 "Pardon?" zei Alice met een verbluft gezicht.
 "Ik ben niet beledigd," zei Wiggel Waggel.
 "Ik bedoel, wat is een onverjaardagscadeau?"
  "Een cadeau gegeven wanneer het niet je verjaardag is, natuurlijk."
 Alice dacht even na. "Ik hou het meest van verjaardagscadeaus," zei ze ten slotte.
 "Je weet niet waar je het over hebt!" riep Wiggel Waggel. "Hoeveel dagen zitten er in een jaar?"
 "Driehondervijfenzestig," zei Alice.
 "En hoeveel verjaardagen heb je?"
 "Eén."
 "En als je één aftrekt van driehonderdvijfenzestig, wat blijft er dan over?"

- "Ik zou je niet herkennen als ik je weer zag," repliceerde Wiggel Waggel op misnoegde toon terwijl hij haar een van zijn vingers gaf om te schudden, "je lijkt zo ontzettend op andere mensen."
 "Gewoonlijk gaat men op het gezicht af," merkte Alice op bedachtzame toon op.
 "Daar beklaag ik me juist over," zei Wiggel Waggel. "Je gezicht is net als dat van iedereen - de twee ogen, zo -" (hij gaf hun plaatsen in de lucht aan met zijn duim) "neus in het midden, mond onder. 't Is altijd hetzelfde. Als je nou de twee ogen aan dezelfde kant van de neus had bij voorbeeld - of de mond bovenaan - zou dat iets helpen."
 
- "... Kijk de weg eens af en zeg me of je een van de twee ziet."
 "Ik zie niemand op de weg," zei Alice.
 "Had ik maar zulke ogen," merkte de Koning spijtig op. "Dat jij Niemand kan zien! Op die afstand nog wel! Tjonge, en dat terwijl ik alleen maar echte mensen kan zien, bij dit licht!"
 
- "Ik stond me net af te vragen waar de muizeval voor was," zei Alice. "Erg vaak zal het niet voorkomen, dat er muizen zitten op het paard z'n rug."
 "Erg vaak misschien niet," zei de Ridder, "maar als ze komen, heb ik toch liever niet dat ze daar allemaal rondlopen."
 "Zie je," ging hij na een korte stilte verder, "je moet toch op alles voorbereid zijn. Daarom heeft het paard al die enkelstukken om zijn voeten."
 "Maar waar zijn die voor?" vroeg Alice uiterst verbaasd.
 "Ter bescherming tegen de beten van haaien," gaf de Ridder ten antwoord. " 't Is een bedenksel van mijzelf. ..."

- "Wij hebben jou de gelegenheid ertoe geboden," merkte de Rode Koningin op, "maar vergis ik me of heb je nog niet zoveel lessen in goede manieren gehad?"
 "Manieren worden niet geleerd in lessen," zei Alice. "In lessen leer je sommen maken en dat soort dingen."

- Het is een heel lastige gewoonte van katjes (Alice had het al eens opgemerkt) om, wat je ook tegen ze zegt, altijd te spinnen. "Konden ze maar spinnen bij wijze van "ja" en mauwen bij wijze van "nee" of zoiets regel," had ze gezegd, "dan kon je een gesprek met ze voeren. Maar hoe kun je met iemand praten als ie altijd hetzelfde zegt?"
 
       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 8 december 2021

Lewis Carroll: Alice in Wonderland

Lewis Carroll: Alice in Wonderland & Achter de spiegel (Groot Brittannië, 1865 & 1871): 265 blz: Vertaald door Nicolaas Matsier (1989 & 1994): Uitgeverij Van Goor
 
De avonturen van alice in wonderland ; achter de spiegel
 
Deze prachtige uitgave door uitgeverij Van Goor bevat de twee beroemdste boeken van Lewis Carroll "Alice in Wonderland" en "Achter de spiegel". Alles aan deze uitgave klopt. Het is een gebonden hardcover met een mooie stofomslag, het boek ligt lekker in de hand, het lettertype is mooi en duidelijk leesbaar, het bevat de prachtige illustraties van John Tenniel en, het belangrijkste van alles, een zeer onderhoudende tekst die prachtig is vertaald.
 
Lewis Carroll was een wiskundige en logicus. In zijn twee boeken maakt hij tal van grapjes met onlogische redeneringen, zie ook mijn citaten. Het boek heeft na 150 jaar nog niets van zijn frisheid verloren, hetgeen mede te danken is aan de soepele en inventieve vertaling van Nicolaas Matsier.
 
Traditioneel worden "Alice in Wonderland" en "Achter de spiegel" als kinderboeken beschouwd, maar eerlijk gezegd denk ik dat volwassenen (wiskundigen!) hier meer plezier aan beleven. Terecht één van de grote klassiekers uit de Engelstalige literatuur van de 19e eeuw!
 
Citaten:
- Zou het misschien zin hebben, dacht Alice, deze muis aan te spreken? Alles hier beneden is zo buitenissig dat het me niets zou verbazen als hij kon praten; baat het niet, dan schaadt het niet. Daar begon ze: "O Muis, weet u de weg uit dit meer? Ik ben doodop van al dat zwemmen hier, o Muis!" (Dit leek Alice de juiste manier om een muis aan te spreken; ze had zoiets nog nooit gedaan, maar ze herinnerde zich dat ze in de Latijnse grammatica van haar broer had zien staan: "Muis - van de muis - aan of voor de muis - muis - door de muis - o muis!")
 
- "... De Fransen vonden het echter raadzaam-"
 "Vonden wat?" zei de Eend.
 "Vonden het," antwoordde de Muis nogal gemelijk. "Je weet toch wel wat "het" betekent?"
 "Ik weet heus wel wat "het" betekent, als ik iets vind," zei de Eend. "Meestal is het een kikker of een worm. De vraag is: wat vonden de Fransen?"
 
Een vraag van Alice aan de Kollummer Poes:
- "Kollummer Poes," begon ze, een beetje verlegen, omdat ze helemaal niet wist of hij zo aangesproken wilde worden; maar hij grijnsde alleen nog wat breder. Kijk eens aan, tot nu toe bevalt het hem wel, dacht  Alice, en ze ging voort: "Kunt u me misschien vertellen welke kant ik op moet?"
 "Dat hangt er heel erg van af waar je heen wil," zei de Kat.
 "Dat kan me niet zoveel schelen-" zei Alice.
 "Dan doet het er niet toe welke kant je op gaat," zei de Kat.
 "- als ik maar ergens kom," voegde Alice er bij wijze van verklaring aan toe.
 "O, dat zal wel lukken," zei de Kat, "als je maar lang genoeg doorloopt."
 
- De Hoedenmaker was de eerste die de stilte verbrak. "Welke dag van de maand is het?" zei hij, zich tot Alice wendend. Hij had zijn horloge uit zijn zak gehaald en keek er bezorgd naar, terwijl hij het nu en dan schudde en bij zijn oor hield.
 Alice dacht even na en zei toen: "De vierde."
 "Twee dagen ernaast!" zuchtte de Hoedenmaker. "Ik heb je nog zo gezegd dat boter niet goed is voor het uurwerk!" voegde hij er met een boze blik op de Maartse Haas aan toe. ...
 Alice had met enige nieuwsgierigheid over zijn schouder gekeken. 
 "Wat een grappig horloge!" merkte ze op. "Het geeft de dag van de maand aan, maar niet hoe laat het is!"
 "Moet dat dan?" mopperde de Hoedenmaker. "Heb jij een horloge dat het jaar aangeeft?"
 "Natuurlijk niet," antwoordde Alice prompt, "maar dat is omdat het een hele tijd hetzelfde jaar blijft."
 "Dat is met het mijne net zo," zei de Hoedenmaker.

- Alice wilde de Zevenslaper niet weer beledigen, dus begon ze heel voorzichtig: "Maar ik begrijp 't niet. Waar putten ze het suikerwater uit?"
 "Je kunt water putten uit een waterput," zei de Hoedenmaker, "dus kun je suikerwater putten uit een suikerwaterput, zou ik zo denken - hè, domkopje?"

Over het croquetspel:
- Nog nooit in haar leven, dacht Alice, had ze zo'n raar croquetveld gezien: het was één en al kuil en greppel; de ballen waren levende egels, de hamers levende flamingo's, en de soldaten moesten zich dubbelvouwen en op handen en voeten staan om de poortjes te vormen.
 De grootste moeilijkheid, zoals Alice direct vaststelde, was het hanteren van haar flamingo. Het lukte haar om zijn lijf tamelijk handig weg te werken onder haar arm, met de poten omlaag, maar nauwelijks had ze zijn hals netjes uitgestrekt en stond ze op het punt de egel een klap te verkopen met de kop van de flamingo, of daar draaide hij zich potverdikkeme alweer om en keek haar zo verbouwereerd aan dat ze onwillekeurig in de lach schoot. En als ze zijn kop omlaag had en weer wilde beginnen, bleek de egel zich tot haar grote ergernis uitgerold te hebben en bezig te zijn met wegkruipen. Afgezien van dit alles was er meestal een kuil of greppel precies op de plek waar ze de egel heen wilde slaan; en aangezien de dubbelgevouwen soldaten voortdurend opstonden om naar andere gedeelten van het terrein te wandelen, kwam Alice al gauw tot de conclusie dat het een buitengewoon moeilijk spel was.

- "Als ik Hertogin word," zei ze tegen zichzelf (zij het op een niet erg hoopvolle toon), "wil ik helemaal geen peper in mijn keuken. Soep kan heel goed zonder - misschien komt het altijd door peper dat mensen heetgebakerd worden," ging zij voort, zeer verheugd een nieuw soort principe ontdekt te hebben, "en door azijn dat ze zuur worden - en door kamille dat ze bitter worden - en - en door kaneelstokken dat kinderen zoet worden. Als de mensen dat eens wisten zouden ze vast veel royaler zijn."

- Toen hield de Koningin ermee op, geheel buiten adem, en zei tegen Alice: "Heb jij de Nepschildpad al gezien?"
 "Nee," zei Alice, "ik weet niet eens wat een Nepschildpad is."
 "Dat is het beest waarvan Nepschildpadsoep wordt gemaakt," zei de Koningin.

- "Toen wij klein waren," ging de Nepschildpad ten slotte voort, kalmer, maar af en toe nog nasnikkend, "gingen we in zee op school. De meester was een oude schildpad - we noemden hem de Scheldpad-"
 "Omdat hij altijd zo schold, zeker?" vroeg Alice.
 "Nee maar, wat ben jij snugger!" zei de Nepschildpad boos. "Zouden wij hem de Scheldpad noemen omdat hij zo vriendelijk tegen ons sprak?"

Over het lesrooster van de Nepschildpad:
- "Ik kon me die lessen niet veroorloven," zei de Nepschildpad met een zucht. "Ik heb alleen het gewone programma gevolgd."
 "Wat was dat?" informeerde Alice.
 "Om te beginnen natuurlijk lui zijn en schreeuwen," gaf de Nepschildpad ten antwoord, "en verder de verschillende onderdelen van het rekenen - optillen, afbekken, gemenevuldigen en stelen."
... Alice ... zei: "Wat moest u nog meer leren?"
 "Nou, je had vergetenis," antwoordde de Nepschildpad, terwijl hij de vakken op zijn poten aftelde, "bijbelse en vaderlandse vergetenis, aanwijskunde, verder schadelijke oefening - dat kregen we van een oude zeepaling, één keer per week, die leerde ons de poespas, de onpas en de zwembadpas."
 "Hoe  gaan die?" zei Alice.
 "Nou, zelf kan ik het je niet voordoen," zei de Nepschildpad, "ik ben te stijf. En de Griffioen heeft 't nooit gehad."
 "Had ik geen tijd voor," zei de Griffioen. "Maar ik heb wel oude talen gehad. Dat was me toch een dooievisjesvreter, die leraar."
 "Ik heb nooit les van hem gehad," zei de Nepschildpad met een zucht. "Van hem kreeg je griep en chagrijn, zeiden ze altijd."

- "Met uw welnemen, er komt nog meer bewijsmateriaal, Majesteit," zei het Witte Konijn, dat in grote haast opsprong. "Dit document is net gevonden."
 "Wat staat erin?" zei de Koningin.
 "Ik heb het nog niet opengemaakt," zei het Witte Konijn, "maar het lijkt een brief te zijn, geschreven door een gevangene aan - aan iemand."
 "Dat moet wel," zei de Koning, "tenzij het een brief aan niemand is, wat niet gebruikelijk is zoals u weet."
 
       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 25 november 2021

Hans Magnus Enzensberger (tekst) & Rotraut Susanne Berner (tekeningen): De telduivel

Hans Magnus Enzensberger (tekst) & Rotraut Susanne Berner (tekeningen): De telduivel: Een hoofdkussenboek voor iedereen die bang voor wiskunde is (Duitsland, 1997): 263 blz: Vertaald door Piet Meeuse (1997): Uitgeverij de Bezige Bij:

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Voor de meeste leerlingen van de middelbare school is wiskunde niet bepaald hun favoriete vak. Daarom is het geweldig dat de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger een zeer toegankelijk kinderboek heeft geschreven waarin hij laat zien dat wiskunde ook leuk kan zijn.
 
Van dromen had Robert schoon genoeg. Vaak werd hij opgeslokt door een enorme vis of roetsjte hij langs een eindeloze glijbaan steeds verder de diepte in.Tot op een nacht de telduivel verscheen. De telduivel legt Robert gedurende twaalf nachten allerlei dingen uit de wiskunde uit. Tot Roberts verbazing wordt hij vrienden met de telduivel en wil hij 's nachts zo snel mogelijk gaan slapen om weer te dromen.

"De telduivel" is een verrukkelijk boek voor jong volwassenen (en ook ouderen) waarin op een speelse manier wordt uitgelegd dat wiskunde ook heel leuk kan zijn. Vooral aangeraden voor jongens en meisjes die niet heel erg van wiskunde houden. De tekeningen in het boek van Rotraut Susanne Berner zorgen voor uitstekende illustraties bij de tekst.  
 
Citaten:
- Tot op een dag de telduivel verscheen.
- Wie ben jij dan wel? vroeg Robert. 
De man schreeuwde hem verrassend luid toe: - Ik ben de telduivel!
Maar Robert wou zich door zo'n dwerg niet op zijn kop laten zitten.
- Om te beginnen, zei hij, bestaat er helemaal geen telduivel.
- O nee? Waarom praat je dan met me, als ik niet eens besta?
- En verder haat ik alles wat met wiskunde te maken heeft.
- Hoe dat zo?
- "Wanneer twee bakkers in zes uur 444 krakelingen bakken, hoe lang hebben vijf bakkers dan nodig om 88 krakelingen te bakken?"
- Wat een flauwekul, foeterde Robert verder. Een idiote manier om je tijd te verdoen. Dus verdwijn! Hoepel op!
 
- Nou ja, zei de telduivel, en hij grijnsde. Geen kwaad woord over je leraar, maar met wiskunde heeft dat echt niks te maken. Zal ik je eens wat zeggen? De meeste echte wiskundigen kunnen helemaal niet rekenen. Bovendien vinden ze het zonde van de tijd. Daar heb je toch je zakjapannertje voor?
 
- Weet je, je hebt doodgewone getallen die deelbaar zijn, en je hebt andere, waarbij dat niet gaat. Die vind ik leuker. Weet je waarom? Omdat ze prima zijn. Al meer dan duizend jaar hebben de wiskundigen hun tanden daarop stukgebeten. Fantastische getallen zijn dat. Bijvoorbeeld elf of dertien of zeventien. ... Dat is juist het mooie aan de prima getallen, zei hij. Geen mens weet van tevoren hoe het verder gaat met de prima getallen. ... De grap is namelijk dat je aan een getal niet kunt zien of het prima is of niet. Geen mens kan dat van tevoren weten. Je moet het uitproberen.
 
- Jij denkt zeker dat ik de enige ben, zei de telduivel toen hij de volgende keer opdook. ...
- De enige wat? vroeg Robert.
- De enige telduivel. Maar dat is niet zo. Ik ben maar een van de vele. Waar ik vandaan kom, uit het getallenparadijs, daar zijn er massa's zoals ik. Helaas ben ik niet de grootste. De echte chefs zitten in hun kamers en denken na. ...
Een van hen, die ik erg graag mag, is Bonatsji. Die legt mij soms uit wat hij allemaal heeft uitgevonden. ... Zoals de meeste goede ideeën begint zijn uitvinding met de één - je weet wel. Preciezer gezegd: met twee enen: 1 + 1 = 2. Daarvan neemt hij nu de laatste twee getallen en telt die op en dat herhaalt hij steeds.
(noot van mij: de Fibonaccireeks: 1-1-2-3-5-8-13-21-34, enzovoort).
 
- Zoiets bestaat waarschijnlijk alleen in dromen, mompelde Robert. Als jij niet op tijd was gekomen, had ik niet meer helder kunnen denken.
- Daarom ben ik er ook. Nou, hier worden we door niemand gestoord. Wat is er aan de hand?
- Sinds de laatste keer heb ik er lang over nagedacht hoe alles wat je me hebt laten zien samenhangt. Goed, je hebt me een heleboel trucs verklapt, dat is waar. Maar ik vraag me af: waarom? Waarom komt er met die trucjes uit wat eruit komt? Bijvoorbeeld dat dekselse getal? En dan die vijf? Waarom doen die hazen net of ze weten wat een Bonatsji-getal is? Waarom houden de onverstandige getallen nooit op? En waarom klopt alles wat jij zegt altijd?
- Aha, zei de telduivel, zit dat zo! Jij wilt niet zomaar een beetje spelen met getallen? Jij wilt weten wat erachter zit? De spelregels? De zin van dat alles? Jij stelt, kortom, dezelfde vragen als een echte wiskundige.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 7 mei 2021

Eric Carle: Vader Zeepaard

Eric Carle: Vader Zeepaard (Verenigde Staten, 2004): 28 blz: Vertaald door Ivo de Wijs (2004): Uitgeverij Gottmer
 
Vader zeepaard by Eric Carle
 
Eric Carle is een Amerikaanse illustrator en schrijver van kinderboeken die opvallen door hun kleurgebruik en eenvoudige makkelijk te onthouden teksten. Het beroemdste boek van Eric Carle is ongetwijfeld "Rupsje nooitgenoeg" dat ik ook geweldig vind, maar mijn favoriete boek van Eric Carle is toch "Vader Zeepaard".
 
"Vader Zeepaard" is een ontzettend leuk boekje om aan een vader met een kind van een jaar of drie cadeau te geven omdat juist bij zeepaardjes het de vader is die voor zijn kroost zorgt. Ik heb het boekje cadeau gegeven aan mijn nichtje Roos bij haar derde verjaardag in 2004. Ik heb het 2 keer voorgelezen aan haar en toen kende ze het boekje al bijna van buiten. Inmiddels studeert Roos aan de universiteit.
 
"Vader Zeepaard" is zoals gezegd een kleurrijk boekje. De tekeningen zijn gemaakt in heldere kleuren en de teksten zijn prachtig vertaald door Ivo de Wijs. In het boekje zitten 4 doorzichtige schutbladen met een tekening er op. Als je dat schutblad omslaat dan zie je steeds dat er een vis achter verborgen zit, toevallig ook allemaal vissen waarbij de vader voor de kroost zorgt.
 
Meneer Zeepaard en zijn vrouw gaan een dagje naar het strand. Mevrouw Zeepaard voelt ineens iets kriebelen en moet eitjes leggen. Meneer Zeepaard doet die eitjes in een buidel in zijn buik. Vervolgens zwemt meneer Zeepaard door de zee en ontmoet andere vissen totdat hij kleine zeepaardjes krijgt. 
 
Ik vind "Vader zeepaard" een geweldig boekje, echt één van de klassiekers onder de kinderboeken.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Bent u op zoek
naar een mooi boek
Kijk dan bij
Ardi Seij 

donderdag 6 mei 2021

Dick Bruna: De appel & Nijntje

Dick Bruna: De appel (Nederland, 1953): 26 blz: Uitgeverij Mercis & Dick Bruna: Nijntje (Nederland, 1955): 26 blz: Uitgeverij Mercis

De appel 
 

 
Wie kent ze niet, de kleine vierkante boekjes met de tekeningen en teksten van Dick Bruna? Ik vermoed dat vrijwel iedereen van mijn leeftijd en jonger er wel kennis mee heeft gemaakt. Dick Bruna is wereldwijd één van de bekendste Nederlandse kunstenaars.

Ik heb vandaag twee boekjes van Dick Bruna geleend uit de bibliotheek: "De appel" en "Nijntje". "De appel" uit 1953 is het eerste kinderboek dat Dick Bruna tekende en schreef en "Nijntje" uit 1955 is het boekje waarin Nijntje werd geïntroduceerd, veruit het populairste karakter dat Dick Bruna ooit heeft verzonnen.

In "De appel" ligt een appel in het gras die huilde omdat hij maar een appel was. Op een nacht nam het haantje dat op de toren stond hem mee door de lucht.

In "Nijntje" wonen twee konijntjes in een leuk wit huis. Het zijn meneer en mevrouw Pluis. Op een dag komt er een engel langs die zegt dat ze een lief klein dochtertje krijgen. Die dochter noemen ze Nijntje.

De tekeningen van Dick Bruna zijn in één oogopslag herkenbaar als zijnde van hem. Er zijn verschillende tekenaars geweest die hem hebben proberen te imiteren, maar hun tekeningen ogen altijd minder goed. Als klein kind was ik al fan van de boekjes van Dick Bruna en ik ben dat altijd gebleven. 

Veel mensen doen het werk van Dick Bruna af als eenvoudige kinderboekjes, maar in al hun eenvoud stralen zijn boekjes een enorme charme uit. Ik durf rustig te zeggen dat ik Dick Bruna één van de grootste Nederlandse kunstenaars ooit vind en vind zijn tekeningen bijvoorbeeld veel interessanter dan de in mijn ogen steriele composities van Piet Mondriaan met zwarte lijnen en gekleurde vlakjes.
 
Teksten ****
Tekeningen *****
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

Bent u op zoek
naar een mooi boek
Kijk dan bij
Ardi Seij

zaterdag 1 mei 2021

Dr. Seuss: Slaapboek

Dr. Seuss: Slaapboek (Verenigde Staten, 1962): 60 blz: Vertaald door Bette Westera (2004): Uitgeverij Gottmer
 
Slaapboek
 
Dr. Seuss was een Amerikaans schrijver en vooral tekenaar van kinderboeken. Met zijn tekenwerk behoort Dr. Seuss tot mijn favoriete kunstenaars van de 20e eeuw. Van Dr. Seuss zijn vele tientallen miljoenen boeken verkocht, en hij is daarmee één van de drie bestverkopende kinderboekenschrijvers ooit.

Uit het oeuvre van Dr. Seuss is het nog niet zo gemakkelijk om één favoriet aan te wijzen. "De kat met de hoed" is waarschijnlijk het bekendste boek van Dr. Seuss, maar ik heb gekozen voor "Slaapboek", mede vanwege de prachtige tekeningen van allerlei vreemde wezens.

In het begin van "Slaapboek" gaapt een luis, genaamd Jan Jaap. Omdat gapen aanstekelijk werkt, gapen al snel een heleboel wezens. Het boek laat zijn hoe ieder wezen zijn bed opzoekt. 

De teksten van "Slaapboek" vind ik heel aardig, maar de illustraties van het boek zijn gewoonweg geniaal.

Citaten:
- Twee baksteenvogels bouwen net
een blauwe-touwen-baksteen-nest.
Een zwaar karwei. Toch lukt het best.
Gelukkig, want het baksteenvrouwtje
geeuwt na het zeventiende touwtje
en vierentwintig valse knopen:
"Ik houd mijn ogen haast niet open.
Ik ga vast naar mijn nest.
Dag schat, doe jij de rest?"

- Heel informatief voor het grote publiek
is inmiddels de Wie-Er-Al-Slaapt-Statistiek.
Ik noem je de uitslag met alle plezier:
precies veertigduizend en vierhonderd vier!
Zoveel zijn er al in slaap,
door het gapen van Jan Jaap.
Hoe ze dat tellen? Dat zal ik vertellen.
Het gaat heel eenvoudig. Ze doen het gewoon
met een Audio-Video-Ballografoon.
Hij staat in De Bilt, naast de Regenvoorspeller.
Een groot apparaat met een tuut en een teller,
een audio-arm en een video-vlerk.
Het tellen wie slaapt gaat als volgt in z'n werk:
De arm slaat alarm als de vlerk heeft gemerkt,
dat er iemand in slaap is gevallen.
Is dat het geval, dan valt er een bal
in de tuut. En wie telt dan de ballen?
Dat doet dus braaf de Ballograaf.
Die tekent met een krijtje
een streepje op de Sluimerflop
en de machine telt ze op.
Je ziet: een kleinigheidje.

Tekst ****
Tekeningen *****

    

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Bent u op zoek
naar een mooi boek
Kijk dan bij
Ardi Seij

woensdag 28 april 2021

Jean Dulieu: Paulus en de eikelmannetjes

Jean Dulieu: Paulus en de eikelmannetjes (Nederland, 1965): 239 blz: Uitgeverij Leopold

Paulus en de eikelmannetjes
 
Jean Dulieu was een veelzijdig kunstenaar. Hij bedacht het personage Paulus de boskabouter, hij schreef en tekende een aantal boeken met Paulus in de hoofdrol. Hij maakte hoorspelen met Paulus waarbij hij alle stemmen verzorgde. En hij maakte een poppenserie voor de televisie waarbij hij alle poppen zelf gemaakt had. Ik heb nog nooit kennisgemaakt met zijn hoorspelen of televisieprogramma's, maar ik ben er erg benieuwd naar.

"Paulus en de eikelmannetjes" is waarschijnlijk het bekendste boek van Jean Dulieu. Paulus wist dat niet, maar hij komt erachter dat er eikelmannetjes leven in het bos. De eikelmannetjes zijn veel kleiner dan Paulus. De heks Eucalypta maakt de eikelmannetjes wijs dat ze een koning moeten hebben en dat Paulus daarvoor de aangewezen persoon is. Eucalypta betovert Paulus zo, dat hij ongeveer net zo groot is als de eikelmannetjes.

"Paulus en de eikelmannetjes" vertelt het verhaal van de avonturen van Paulus tussen de eikelmannetjes. Ik vind het verhaal heel aardig, maar de prachtige tekeningen maken het boek pas echt de moeite waard. Kinderen zullen een beetje moeite hebben met de moeilijke namen van de eikelmannetjes en de af en toe voorkomende taalgrapjes. "Paulus en de eikelmannetjes" is zonder meer één van de grote klassieken tussen de Nederlandstalige kinderboeken.

Citaten:
- Vanaf dat moment was het met de rust van Paulus volledig gedaan. De middag die hij zo bedaard met knutselen had doorgebracht, ging over in een uiterst rommelige avond, vol haastig heen en weer geloop, wonderlijke invallen, raar gescharrel met kabouterpannetjes en vreemde vergissingen. Zo probeerde Paulus het ei in zijn muts te bakken, wat hem een muts kostte. Toen stopte hij een pantoffel vol tabak en merkte bij het aansteken pas dat er geen steel aan zat.

- En toen begon het. Wat er allemaal voorviel kon Paulus niet volgen, want hij durfde slechts af en toe onder zijn deksel uit te gluren. Maar als hij dat deed, zag hij vreemde dingen. Rare vloeistoffen die geklopt en geschud en geroerd moesten worden. Roodgloeiende, borrelende, sissende vuurpotjes. Poedertjes zo fijn als het stuifmeel van wilgenroosjes, doch die heel wat minder lekker geurden. Kleine harde pilletjes, geworpen in een kokende brij, die met schrille fluitgeluiden uit elkaar ploften en veelkleurige dampen verspreidden. En dat alles bewerkt door de lange benige handen van Eucalypta, voortdurend in beweging, zelfverzekerd en snel.

- Op de bladeren was hij nu enigszins verdacht, maar ook die maakten veel meer soorten lawaai dan men kon vermoeden. Overal klonk gesuizel en geritsel en geschuifel. De knappen en kraken en knallen waren niet van de lucht. Daarnaast waren er talloze klanken waaraan Paulus nooit enige aandacht had besteed en die hem nu als even zovele aanslagen op zijn leven voorkwamen. Het geschraap van keverschilden bijvoorbeeld was om kippenvel van te krijgen. Het gestamp van vele tientallen mierenpoten overstemde het kloppen van zijn hartje. Om nog maar te zwijgen van het onheilspellend geknars dat een worm voortbrengt als hij aarde kauwt. En dan te moeten lopen, zonder te zien waar je het volgende ogenblik tegenaan zult botsen!

- Daarna demonstreerde Tni welke voordelen een losse bol kon hebben. Niet alleen was hij in staat om zijn hoofd boven niet al te lange grassprieten uit te tillen en zodoende beter uit te kijken, maar zelfs speelde hij het klaar om dat hoofd hoog in de lucht te gooien en het daarna keurig weer op te vangen, waarna het allerlei bijzonderheden over de naaste omgeving wist te rapporteren die van het grootste belang waren. Paulus verbood hem echter uitdrukkelijk om een dergelijk kunststuk nog eens uit te halen, want natuurlijk kon men op deze manier zijn hoofd maar al te makkelijk verliezen.

- "Ach," bekende Kwuts, "ik zou wel willen denken, maar dat lukt me toch niet. Ik heb het al een keer geprobeerd en toen werd het ook niets. Heeft u wel eens paleizen gebouwd, sire?"
 "Ik niet," zei Paulus.
 "Zie je nou wel," riep Kwuts opgeruimd, "ik ook niet."
 "Hoe kun je nou zoiets vragen?" merkte Tnep rood van ergernis op. "Zijne majesteit hoeft alleen maar verstand te hebben van regeren."
 "Zelfs dat heb ik niet," mompelde Paulus.
 "Des te beter," lachte Kwuts. "Al dat verstand is maar onzin. Men kletst erover, maar het heeft niets te betekenen, wat jij, sire?"

- Wamt verschoot van kleur en wierp zich voor Paulus op de knieën.
 "Ik vergat mezelf, majesteit, ik beken het. Neemt u het me alstublieft niet kwalijk. Ik wilde u slechts mijn diensten aanbieden, mijn hele kennis en ervaring tot uw koninklijke beschikking stellen ..."
 "Ik dacht dat je geen sikkepit van bouwen afwist," merkte Paulus op.
 "Dat is toch ook helemaal niet nodig, majesteit!" riep Wamt handenwringend. "Kennis is alleen maar heel slecht voor de gezondheid en ervaring krijg je vanzelf wel."

- "Dat is Wor, de Wijze," werd hem toegefluisterd.
 "Ik ben zeer vereerd," sprak het stokoude eikelmannetje met een beverig stemmetje, "dat u zich verwaardigt naar de wijze Wor te vragen."
 Kennelijk zei hij dat alleen om de beleefdheid niet te kort te doen, want hij liet er onmiddellijk op volgen: "Natuurlijk ben ik de enige die oud en wijs genoeg is om uw raadsman te zijn. Zonder Wor zou u al heel gauw in de soep raken."
 Paulus knikte en keek met zorg naar het gebibber van Wor.
 "Ik zou willen verzoeken ..." begon hij.
 "In de soep," onderbrak Wor hem. "Gewoon in de soep. En als u vraagt: wat voor soep, dan antwoord ik: eikelsoep."
 "Dan ben ik blij dat ik me tot u gewend heb," hernam Paulus.
 "In de soep," mompelde Wor nog eens.

- "Tni!" riep Paulus verrast. "Ben jij je hoofd weer kwijt?"
 "Nee," zei Tni, "ditmaal mijn lijf. Maar echt kwijt ben ik het niet. Het is daarginds bezig. Ik bleef hier om u te begroeten."
 Werkelijk kwam het lijf van Tni vanuit een hoek van de kamer aanhollen. Het greep het losse hoofd, zette het weer op en toen kon een complete Tni overgaan tot het schudden van handen.

- Er kwamen er twee, dokter Pir en dokter Brut. Hoewel ze zich in witte jassen hadden gestoken, zagen ze er niet al te snugger uit en Paulus informeerde dan ook met enige zorg of ze in de geneeskunde wel voldoende ervaring hadden.
 "Helemaal niets," gaf dokter Brut blijmoedig ten antwoord en dokter Pir zei argeloos: "We hoeven toch alleen maar losse armen en benen aan te zetten? Dat is gemakkelijk genoeg."
 "Ga dan je gang maar," zuchtte Paulus. "Jullie zijn benoemd tot hofdokters."
 Toen de twee geneesheren eenmaal met hun werk begonnen waren en de andere eikelmannetjes zagen dat het inderdaad een koud kunstje was, meldden zich ineens nog veel meer doktoren, maar die werden door de beide hofdokters honend afgewezen, daar men echt geen behoefte had aan beunhazen en kwakzalvers. De witte jassen waren trouwens ook op.

Tekst ****
Tekeningen *****

   
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 


Bent u op zoek
naar een mooi boek
Kijk dan bij
Ardi Seij

maandag 26 april 2021

Kenneth Grahame & Ernest H. Shepard (tekeningen): De wind in de wilgen

Kenneth Grahame & Ernest H. Shepard (tekeningen): De wind in de wilgen (Groot Brittannië, 1908): 232 blz: Vertaler niet vermeld: Uitgeverij Ploegsma
 
De Wind In De Wilgen
 
"De wind in de wilgen" is een wereldberoemd Engels kinderboek uit 1908. Kenneth Grahame, de schrijver van dit boek was in één klap binnen.
 
In "De wind in de wilgen" worden de avonturen van 4 bevriende dieren verteld: de rat, de mol, de pad en de das. In het begin van het boek komt de mol uit zijn hol en maakt een wandeling in de buitenlucht. De mol ontmoet de rat en ze sluiten vriendschap. De rat heeft een eigen bootje en hij leert de mol hoe hij moet varen. 
 
Samen gaan ze op bezoek bij de pad. De pad woont in een enorm huis en heeft veel geld geërfd van zijn vader. In tegenstelling tot de mol en de rat houdt de pad van avontuur. Hij heeft een kar laten bouwen en wil daarmee de wijde wereld in samen met de mol en de rat die hem dit plan uit het hoofd proberen te praten. Er wordt een paard voor de kar gespannen en ze vertrekken. Al gauw worden ze door een auto ingehaald en kantelt de kar.

Vervolgens wil de pad ook een eigen auto hebben en bestelt er meteen een. Dit kan natuurlijk nooit lang goed gaan en de vraag is waar dit alles toe leidt.

Ik vind "De wind in de wilgen" een erg leuk en vooral ook erg vriendelijk boek. Als je hedendaagse boeken gewend bent met enorm veel geweld erin dan voelt het lezen van "De wind in de wilgen" als een aangename verademing. Misschien is dit boek wat braafjes, maar zeker een plezier om te lezen en beslist niet alleen voor kinderen.
 
Citaten:
- Tenslotte is het fijnste van een vrije dag misschien niet zozeer dat je zelf uitrust, maar dat je alle anderen hard ziet werken.
 
- De Mol draaide met zijn tenen van puur plezier, gaf een zucht van diepe voldoening, en leunde gelukzalig achterover in de zachte kussens. "Wát een dag heb ik!" zei hij. "Laten we meteen gaan!"
 "Wacht dan even!" zei de Rat. Hij maakte het aanlegtouw vast aan een ring van zijn steiger, klom omhoog in zijn hol, en verscheen na een poosje weer, zwaarbeladen met een grote rieten etensmand.
 "Schuif die onder je voeten," zei hij tegen de Mol, toen hij hem in de boot liet zakken. Daarna maakte hij het touw los en greep de riemen weer.
 "Wat zit erin?" vroeg de Mol, die brandde van nieuwsgierigheid.
 "Er zit kouwe kip in," antwoordde de Rat bondig, "kouwe tong kouwe ham kouwe rosbief augurken sla kadetjes tuinkers cornedbeef gemberlimonade spuitwater ..."

- Toen het eten ten slotte werkelijk gedaan was, en ieder dier voelde dat zijn vel nu zo strak stond als het fatsoenshalve kon lijden, en dat hij zich nu geen zier meer van iets of iemand aantrok, gingen ze om de gloeiende blokken van het grote houtvuur zitten, en bedachten ze hoe leuk het was om nu nog op te zijn, zó laat, zó van niemand afhankelijk en zó vol.

- "Wie zal het zeggen," zei de Das. "Mensen komen ... ze blijven een tijdlang, het gaat hun goed, ze bouwen ... en ze gaan. Dat is hun manier. Maar wij blijven. Er waren hier dassen, heb ik me laten vertellen, lang zelfs voordat die stad bestond. En nu zijn er hier weer dassen. We zijn volhardend van aard, en soms trekken we voor een tijd weg, maar we wachten en zijn geduldig en we komen terug. En zo zal het altijd zijn."

- "Luister dan eens!" zei de Rat. "Je gaat dadelijk, jij met je lantaarn, en je haalt me ..."
 Hierop volgde veel gefluister, en de Mol hoorde er alleen maar stukjes van, zoals; "Vers, denk erom ...! Nee, een pond ervan is genoeg ... denk erom, roomboter, margarine moet ik niet hebben ... nee, alleen het beste ... als je het daar niet kunt krijgen, probeer het dan ergens anders ... Ja natuurlijk, eigengemaakte, geen blikjesrommel ... nou, doe je best!" Ten slotte rinkelde er geld van de ene poot in de andere, de veldmuis kreeg een grote mand voor zijn boodschappen, en weg was hij, hij en zijn lantaarn.

- "Pad," zei ze opeens, "luister eens, alsjeblieft, ik heb een tante die wasvrouw is."
 "Kom, kom," zei Pad minzaam en vriendelijk, "wat doet dat ertoe, vergeet het maar. Ik heb een heleboel tantes die wasvrouw zouden móéten zijn."

- Tot zijn afgrijzen herinnerde hij zich dat hij zowel jas als vest in zijn cel achtergelaten had, en dus ook zijn portefeuille, geld, sleutels, horloge, lucifers, vulpotlood ... alles wat het leven levenswaard maakt, alles wat het dier met veel zakken, de heer der schepping, onderscheidt van de minderwaardige creaturen met één zak of zonder zakken, die zomaar rond mogen hippen en wippen, zonder uitgerust te zijn voor de echte strijd.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.


Bent u op zoek
naar een mooi boek
Kijk dan bij
Ardi Seij

zondag 25 april 2021

Roald Dahl & Quentin Blake (tekeningen): De GVR

Roald Dahl & Quentin Blake (tekeningen): De GVR (Groot Brittannië, 1982): 211 blz: Vertaald door Huberte Vriesendorp (1983): Uitgeverij Fontein
 
De GVR
 
"De GVR" van de Engelse schrijver Roald Dahl is ongetwijfeld één van de beroemdste en meest gelezen kinderboeken ooit. Roald Dahl had twee niet zo heel bijzondere romans geschreven, maar als schrijver van korte verhalen was hij geweldig en als kinderboekenschrijver is hij nog altijd onovertroffen.
 
"De GVR" heeft twee onvergetelijke hoofdpersonen, Sofie, een weesmeisje van een jaar of 10 en de grote vriendelijke reus, een gigantische reus van bijna 8 meter lengte, die in tegenstelling tot de andere, veel kwaadaardigere reuzen, geen mensen eet, maar alleen snoskommers, een walgelijk smakende groente, die overigens ook gebruikt wordt voor de heerlijke fropskottel, de drank van de reuzen.
 
Niet alleen het verhaal van "De GVR" is geweldig, ook het taalgebruik is verrassend. Omdat de GVR nooit op school heeft gezeten husselt hij alle woorden door elkaar. Dat levert verrassende woorden op die juist voor kinderen ook erg leuk zijn omdat er de draak wordt gestoken met de vaste spellingsregels op school. Ik zal u nog enkele mooie voorbeelden geven.
 
Er komen ook 9 heel gemene bloeddorstige reuzen in het boek voor die het liefste van alles mensbaksels eten. Hier is de introductie van één van hen, de Bloedbottelaar:
- De Bloedbottelaar zag er afschuwelijk uit. Zijn huid was roodbruin. Zwarte haren piekten op zijn borst, zijn armen en zijn buik. Het haar op zijn hoofd was lang en donker en helemaal in de war. Zijn gemene gezicht was rond en pafferig. Zijn ogen waren kleine zwarte gaatjes. Zijn neus was klein en plat. Maar zijn mond was reusachtig. Hij besloeg zijn hele gezicht bijna van oor tot oor en hij had lippen die als twee kolossale rookworsten op elkaar lagen. Onregelmatige, gele tanden staken tussen de rode worstlippen naar buiten en rivieren spuug liepen over zijn kin.
 
Een aantal mooie voorbeelden van het woordgebruik van de GVR:
- "Jij probeert van onderwerp te veranderen," zei de reus streng. "Wij heeft een interessant babbelementje over de smaak van mensbaksels. Mensbaksels is geen taartjes."
 "Maar taartjes zijn wel baksels," zei Sofie.
 "Maar geen mensbaksels," zei de reus. "Mensbaksels heeft twee benen en taartjes heeft helemaal geen benen."

- "Betekenissen is niet belangrijk," zei de GVR. "Ik kunt het niet altijd bij het rechte eind hebben. Ik heeft het maar al te vaak bij het kromme eind."

- "Jij is een mensbaksel en mensbaksels is zoiets als aardbessen met slagroom voor die reuzen."

- "Reuzen eet nooit andere reuzen," zei de GVR. "Reuzen vecht en ruziekt heel wat af met elkaar, maar zij vreet elkaar niet op. Mensbaksels is stukken lekkerder volgens hen."

- "En toch," zei Sofie om haar eigen soort te verdedigen, "vind ik dat het een rotstreek is van die rottige reuzen om elke nacht mensen op te eten. Mensen hebben hun toch nooit kwaad gedaan?"
 "Dat is nou net wat het kleine biggevarkentje elke dag zegt," antwoordde de GVR. "Hij zegt: ik heeft nog nooit een mensbaksel kwaad gedaan, dus waarom zoudt hij mij opeten?"
 "O jee!" zei Sofie.
 "Mensbaksels maakt regels zoals het ze zelf het beste uitkomt," zei de GVR. "Maar de regels die zij maakt, komt de kleine biggevarkentjes niet zo best uit. Is het zo of zus?"
 "Dat is zo," zei Sofie.
 "Reuzen maakt ook regels. Hun regels komt de mensbaksels niet zo goed uit. Iedereen maakt de regels die hem zelf het beste uitkomt."
 
- "Mensbaksels is allemaal niksweters en blufpiepers."
 
- "Grote mensbaksels staat niet bekend om hun vriendelijkheidigheid. Zij is allemaal kwikrotters en glibberslijmers."
 
- "Jouw ideeën is vol kulleknots."
 
- "Dat is een nog slopklunziger voorstel."
 
- "Potdikkers en gutskukels!"
 
- "Wat een luxefluxe blitsbukkel stoel!" riep de GVR uit. "Ik zalt hier o zo knutselknus zitten."
 
- "Alle dropsels!" riep hij uit. "Wat zit wij hier in een gniffelgave kamer! Het is zo kolossalig, dat ik verrekijksels en telioskopen nodig heeft om te zien wat er aan de overkant gebeurt,"
 
Er zijn maar weinig boeken waar ik bij het lezen ervan, net zo veel plezier heb beleefd als bij het lezen van "De GVR".
 
Ik ken 2 verfilmingen van "De GVR". De oudste, een tekenfilm vond ik niet bijzonder. Maar de verfilming van Steven Spielberg uit 2016 vind ik een waar genot om te kijken.

     
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.


Bent u op zoek
naar een mooi boek
Kijk dan bij
Ardi Seij

dinsdag 25 augustus 2020

Bette Westera (tekst) & Sylvia Weve (tekeningen): Dit is geen Cobra

Bette Westera (tekst) & Sylvia Weve (tekeningen): Dit is geen Cobra (Nederland, 2019): 47 blz: Uitgeverij Samsara

Dit is geen CobraIk kwam bij het sprankelende kinderboek "Dit is geen Cobra" door de zeer enthousiaste bespreking op de Leesclub van alles. Ik dacht meteen bij mezelf: "Dit is een boek dat ik moet lezen". Gelukkig kon ik het boek vrijwel meteen bij de bibliotheek lenen.

"Dit is geen Cobra" bestaat uit zeer kleurrijke tekeningen van Sylvia Weve en wordt ondersteund door teksten van Bette Westera. Marie wordt van school gestuurd omdat ze niet binnen de lijntjes kleurt en omdat ze paarse kanaries tekent op wieltjes. Zoals iedereen weet zijn kanaries geel en hebben ze pootjes. Marie wordt daarom naar de Ambassade voor Kinderen met Waarnemingsproblemen en Aanpassingsmoeilijkheden gestuurd. Daar kan ze leren hoe het wel moet. Het loopt natuurlijk allemaal net even anders.

De tekeningen zijn prachtig en het boek oogt lekker chaotisch, net als de schilderijen die de kunstenaars van Cobra maakten. De lopende tekst wordt aangevuld met een aantal vaak zeer hilarische terzijdes waarin begrippen uit de schilderkunst en andere moeilijke woorden worden uitgelegd, zoals:

- Een kanarie heeft geen wielen en is ook niet paars. Als je hem toch zo tekent is het dan nog een kanarie? Heeft een wielewaal wielen? Heeft een brilslang een bril? Heeft een halsbandparkiet een halsband?

- Een recept voor lariekoek: Schenk 2 liter biest in een ovenvaste schotel en zet die in een lauwwarme oven tot de biest is gestold. Laat afkoelen, snijd de koek in stukken en bestrooi met basterdsuiker. Klaar.

- Verfvlekken verwijderen is een vervelende en tijdrovende klus die soms niet eens tot het gewenste resultaat leidt. Laat het dus aan iemand anders over of beter nog: begin er niet aan en laat ze gewoon zitten. Wel zo kleurrijk.

- Met bla bla bla wordt in dit geval bedoeld: Schouders eronder, vooruit met de geit.
 Eigenlijk betekent het gezwam, onzin, gezwets, geklets, geleuter, gebazel, gelul, gewauwel, kletskoek. Iemand die zo praat noemt men ook wel kletsmajoor of een babbelaar.

"Dit is geen Cobra" is maar een dun boekje. Het is zeer kleurrijk, speels, fantasierijk en origineel. Een van de leukste kinderboeken die ik ooit heb gelezen en ook zeer geschikt voor volwassenen. Wie meer wil weten over de relatie van dit boek met Cobra, leest de recensie van de Leesclub van alles.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 10 januari 2020

Dr. Seuss: The King's Stilts

Dr. Seuss: The King's Stilts (Verenigde Staten, 1939): 48 blz: Uitgeverij Random House

King 's Stilts (Classic Seuss)Het koninkrijk van Binn was aan drie kanten omringd door de zee. De zee lag hoger dan het land en het land werd alleen beschermd door reusachtige bomen die het water buiten hielden. Helaas smaakten de wortels van deze bomen bijzonder lekker voor een bepaald soort vogels: de Nizzards. Om de bomen te beschermen tegen de Nizzards had koning Birtram uit de hele wereld de grootste en de slimste katten verzameld om de Nizzards weg te jagen. Overdag bewaakten 500 katten de bomen en 's nachts 500 andere katten.

Koning Birtram was ook erg plichtsgetrouw. Hij stond om 5.00 uur 's morgens op en werkte tot 17.00 uur 's middags. Dan was hij vrij, pakte hij zijn stelten en ging samen met zijn page op zijn stelten rondrennen.

Natuurlijk was er een hele nare man die al dat geren op stelten maar niets vond.

Ik citeer de eerste anderhalve bladzijde:
- Naturally, the King never wore his stilts during business hours. When King Birtram worked, he really worked, and his stilts stood forgotten in the tall stilt closet in the castle's front hallway.
 There was so much work to be done in the Kingdom of Binn, that King Birtram had to get up every morning at five. Long before the townsfolk and the farmers were awake, the King was splashing away in his bath. It was right there, in fact, that his day's work began. With his left hand he could bathe with his royal bath brush, but his right hand he always had to keep dry for signing the important papers of state.

Ik vind "The King's Stilts" opnieuw een origineel en prachtig getekend kinderboek.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 8 januari 2020

Dr. Seuss: The seven Lady Godivas

Dr. Seuss: The seven Lady Godivas (Verenigde Staten, 1939): 81 blz: Uitgeverij Random House

The Seven Lady Godivas: The True Facts Concerning History's Barest FamilyVolgens een oude Engelse legende was lady Godiva een adellijke vrouw die naakt op haar paard door de straten van Coventry reed om haar man ertoe te bewegen de belastingen te verlagen. Volgens een latere versie mocht niemand naar haar kijken, maar een kleermaker genaamd Tom kon de verleiding niet weerstaan en tegenwoordig is Peeping Tom een synoniem voor een gluurder of voyeur (bron Wikipedia). Dr. Seuss heeft een mooi verhaal gemaakt dat geïnspireerd is door deze legende en waarin sprake is, niet van één, maar zelfs van 7 lady Godivas en uiteraard ook van 7 Peeping Toms, hoewel die in het verhaal van dr. Seuss 7 verschillende namen hebben..

Op de 15e mei van het jaar 1066 riep lord Godiva zijn 7 dochters bijeen om voor hem te verschijnen in de grote zaal van zijn kasteel. Lord Godiva wil te paard naar de slag bij Hastings, het paard werkt echter niet mee, werpt lord Godiva uit het zadel en die komt te overlijden.

Het geval wil nu dat alle 7 zussen verloofd waren. De oudste zus lady Hedwig Godiva stelde voor dat ze om te verdienen om te mogen trouwen ze allemaal te paard de wereld moesten verkennen en met een paardenwijsheid thuis moesten komen.

Bladzijdes 20 en 22:
- Seven hands clasped over Lord Godiva's remains. Seven tongues spoke. Seven pledges were uttered. "I swear," swore each, "that I shall not wed until I have brought to the light of this world some new and worthy Horse Truth, of benefit to man." It was an oath of heroic proportions. How long this Horse Truth Quest might take was something no Godiva knew. But each one knew she was sad and sick at heart. Each one was in love, each one betrothed.

That night, when the seven Peeping Brothers came to court their ladies, all doors of the Castle Godiva were bolted. Nailed to every door was a copy of the oath. Very sadly, Peeping Tom, Peeping Dick, Peeping Harry, Peeping Jack, Peeping Drexel, Peeping Sylvester and Peeping Frelinghuysen each dropped his bouquet into the moat. Then they all went home to wait.

Ik vind "The seven lady Godivas" een heerlijke bewerking van de oude legende met een prachtige tekst en vooral ook geweldige tekeningen en het eerste meesterwerk van dr. Seuss. "The seven lady Godivas" is ook een van de twee boeken die dr. Seuss heeft geschreven speciaal voor volwassenen. Mijn exemplaar is een facsimile van de eerste druk. Godiva is ook de merknaam van een duur soort Belgische chocolade.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 4 januari 2020

Dr. Seuss: The 500 hats of Bartholomew Cubbins

Dr. Seuss: The 500 hats of Bartholomew Cubbins (Verenigde Staten, 1938): 47 blz: Uitgeverij Random House Inc.

The 500 Hats of Bartholomew Cubbins (Dr. Seuss - Yellow Back Book)Voor de setting van het verhaal over Bartholomew Cubbins en zijn 500 hoeden citeer ik de tweede en derde bladzijde van het boek in zijn geheel:

The Kingdom of Didd was ruled by King Derwin. His palace stood high on the top of the mountain. From his balcony, he looked down over the houses of all his subjects-first, over the spires of the noblemen's castles, across the broad roofs of the rich men's mansions, then over the little houses of the townsfolk, to the huts of the farmers far off in the fields. It was a mighty view and it made King Derwin feel mighty important.

Far off in the fields, on the edge of a cranberry bog, stood the hut of the Cubbins family. From the small door Bartholomew looked across the huts of the farmers to the houses of the townfolk, then to the rich men's mansions and the noblemen's castles, up to the great towering palace of the King. It was exactly the same view that King Derwin saw from his balcony, but Bartholomew saw it backward. It was a mighty view, but it made Bartholomew Cubbins feel mighty small.

Bartholomew had een eenvoudige hoed met een veer. Hij ging op weg naar de stad met een mand vol cranberries om die daar te verkopen. Toevallig was ook de koning in de stad en iedereen moest zijn hoofddeksel afdoen. Zo ook Bartholomew, maar hij heeft zijn hoed nog niet afgedaan of er verschijnt een nieuwe hoed op zijn hoofd. De koning wordt natuurlijk boos.

Vergeleken met het eerste boek van dr. Seuss is het verhaal een stuk complexer. De tekeningen zijn prachtig uitgevoerd in zwart-wit, met als steunkleur rood voor de hoeden. In dit boek zie je al dat dr. Seuss een origineel schrijver en vooral tekenaar is.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 3 januari 2020

Dr. Seuss: And to think that I saw it on Mulberry Street

Dr. Seuss: And to think that I saw it on Mulberry Street (Verenigde Staten, 1937): 32 blz: Uitgeverij Random House Inc.

And To Think That I Saw It On Mulberry Street: Green Back Book (Dr Seuss - Green Back Book) by Dr. Seuss (29-Mar-2012) Paperback"And to think that I saw it on Mulberry Street" is het eerste geheel door dr. Seuss geschreven en geïllustreerde kinderboek.

Als hij van huis naar school wandelt, zegt de vader van Marco altijd: "Marco, kijk goed uit je ogen en let op wat er te zien valt." Maar als Marco zijn vader vertelt waar hij is geweest en wat hij gezien denkt te hebben, dan kijkt zijn vader hem streng aan en zegt dat hij teveel fantasie heeft.

Marco ging die dag naar school en het enige dat hij zag was een aftandse wagen die getrokken werd door een paard. Met dat verhaal kan hij toch niet thuiskomen.

Marco maakt er in gedachten een heel ander verhaal van dat eindigt met het verhaal dat hij een olifant zag met twee fabeldieren die meerdere wagens trokken met een heel orkest erin, met een man met een baard die er in een karretje achter rijdt, met een vliegtuig dat confetti strooit, enz, enz.

"Änd to think that I saw it on Mulberry Street" is op zich best een aardig kinderboek, met veel fantasie wat betreft de tekeningen en de tekst, maar je ziet hier nog niet de genialiteit van zijn latere kinderboeken. De tekeningen zijn al wel erg knap.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.