Lieve Joris: Op de vleugels van de draak: reizen tussen Afrika en China (België, 2013): 318 blz: Uitgeverij Augustus
Afrika
is een beetje een verloren continent. Terwijl overal in de wereld
sprake is van een economische groei, worden de landen in Afrika al sinds
de jaren 80 jaar na jaar armer.
Lieve Joris heeft veel gereisd door
Afrika, met name door de republiek Congo (het voormalige Zaïre). In
eerste instantie ging ze op zoek naar het land waar haar oudoom als
missionaris heeft gewoond. Geleidelijk ging ze houden van het land en
zijn bewoners.
In "Op de vleugels van de draak" bekijkt Lieve Joris hoe
de relatie is tussen de verschillende Afrikaanse landen en China.
Terwijl de westerse landen steeds minder zaken lijken te doen in Afrika springen
de Chinezen in het gat in de markt dat is ontstaan. Overal in Afrika
zorgen de Chinezen voor de infrastructuur, ze kopen op grote schaal
grondstoffen en openen winkeltjes.
In het begin van het boek is Lieve
Joris in Dubai. Daar ontmoet ze een aantal Afrikanen die hier inkopen
doen, winkels hebben en vervolgens ook naar China reizen. Lieve Joris
besluit om een Afrikaan naar China te volgen en te kijken hoe de relatie
is tussen de Afrikanen en de Chinezen.
Zoals in al haar boeken is Lieve
Joris zeer betrokken bij de mensen die ze ontmoet. Ze logeert bij
mensen thuis, sluit vriendschappen en volgt hen overal. Zodoende
ontstaat een genuanceerd beeld. Opnieuw een prachtig boek!
Citaten:
- De man van de zaagmachine belt weer. Tijdens Alberts laatste bezoek aan Kisangani gaf die hem een diamant mee om in Dubai te verkopen. Met een deel van de opbrengst kocht Albert een elektrische zaag, de rest van het geld bewaarde hij. De man kondigt aan dat een bevriende commerçant op weg is naar Dubai; Albert mag hem het resterende bedrag geven, zodat die het ter plaatse kan besteden.
"En hoe krijgt hij zijn geld dan terug?"
"Dat heeft zijn vriend hem net gegeven. Daarom krijgt die straks cash van mij." Alles werkt in Dubai op deze manier, zegt hij, doorgaans komt er geen bank aan te pas. Hawala - ook Sachin en Vishal maken gebruik van dit informele transactiesysteem. Er gaan miljoenen in om, zal ik leren, waaronder veel zwart geld. De Verenigde Staten zijn er beducht voor, want ook Al Qaida doet betalingen via hawala.
-
In een lift kwam Albert onlangs een Ugandese vrouw tegen die zijn
telefoonnummer vroeg en hem het hare wilde geven. Eerst weigerde hij,
maar vervolgens gaf hij het toch. Toen ze hem belde, vroeg hij haar naar
de winkel van de Duseja's te komen en sprak haar streng toe. "Het leven
dat je leidt is niet goed," zei hij, "ik ben een predikant en ..."
"Maar dat is geen probleem," riep ze, "ik heb een heleboel klanten die
predikant zijn!"
-
's Ochtends neem ik de taxi naar het oude centrum van de stad. De
chauffeurs komen veelal uit Bangladesh of Pakistan, hun Engels is net
goed genoeg om me naar mijn bestemming te brengen. Nu en dan maken we
een praatje. "Hoe is het leven hier?" vraag ik aan een Afghaan die nors
door de straten stuurt. "Money good, life no good," zegt hij.
-
... "Regent het in België ook?" vraagt Anne. Dubai is haar eerste
niet-Afrikaanse bestemming, ik heb al eerder ondervonden dat zij niets
over het land van haar vroegere kolonisator weet. Verbouwen wij pinda's
en avocado's, wonen dorpelingen bij ons in hutten? Dat zijn de vragen
die ze me de afgelopen dagen stelde.
- Op het plein voor de Olifantgalerij zit een dikke man op een krukje te praten, een blikje Heineken in de hand. Al onttrekt een zwart petje zijn gezicht deels aan mijn oog, zijn profiel is me bekend, evenals de gebaren waarmee hij zijn betoog kracht bijzet. In enkele passen ben ik bij hem. "Dédé?"
Hij kijkt me verbaasd aan. "Hoe kom jij hier." En dan: "Jij volgt me tot op de maan!"
We zijn elkaar jaren geleden ook al eens tegen het lijf gelopen op een terras in Uganda's hoofdstad Kampala. Zijn broer Guy en hun vrouwen Zaytoun en Rashida zijn er ook en plotseling is het alsof ik in deze stad familie heb. De Lusangi's nog wel, die in Congo behalve een busmaatschappij, restaurants en hotels ook palmolieplantages beheren - die tout-terrain zijn, zoals de Congolezen het noemen.
- Guangzhou staat bekend om zijn fixatie op verse gerechten; tijdens een etentje met een Chinese kennis kieperde de ober voor mijn ogen een partij springlevende sardientjes in een kom kokende rijstepap.
- In het zuiden van China draait volgens Abu alles om geld en sinds de toestroom van Afrikanen doen bedrijven hun uiterste best hen te lokken. Op de Huanshi Zhongstraat werden eens flyers uitgedeeld voor een beurs in Shantou, 450 kilometer ten oosten van Guangzhou. De bus ernaartoe, het hotel, het eten - alles was gratis. "De autoriteiten van Shantou waren geschokt door het gebrek aan etiquette van de Afrikanen die op het buitenkansje waren afgekomen: ze gristen de gerechten van het buffet en stopten eten in hun tas. Maar de lokale bevolking was verrukt, die dacht dat een bus vol Amerikaanse basketbalspelers was gearriveerd en stond in de rij om hun handtekening te vragen."
-
" ... Tot voor kort dachten Afrikanen bij een fabriek aan Duitse
gevaartes, waar je een gebouw van drie etages omheen moest bouwen. Die
mythe is ontmaskerd: tegenwoordig kan je een fabriek runnen met tien
mensen. Een drukkerij, dat zijn drie machines. Voor 5.000 dollar
installeer je in je garage een machine om sap te maken, thee in te
pakken of mobiele telefoons in elkaar te zetten. "
-
De Chinezen leggen wegen aan in het Rwandese binnenland. "Onderweg zien
ze weleens een hond lopen," vertelt Albert. "Tot voor kort pakten ze
die op, stopten hem in hun vrachtwagen, aten hem 's avonds in hun
compound op en lieten de botten slingeren. Wij moesten hun uitleggen dat
zij zich daardoor de vijandigheid van de bevolking op de hals halen,
want een hond in Rwanda is een bewaker. Als je die doodt, vrezen mensen
dat zij daarna zelf aan de beurt zijn."
- Het is prettig te praten met een Afrikaan die van zoveel inzicht getuigt in wat China voor Afrika kan betekenen en zich tegelijkertijd zo goed bewust is van de valkuilen. "Chinezen vragen mij voortdurend of ik misschien de zoon of de neef van de Rwandese president ben," zegt Albert. "Hoe kan ik anders op mijn jonge leeftijd al zo'n hoge functie hebben? Ik antwoord steevast: "Als ik de zoon of de neef van de Rwandese president was, zou ik niet in China hebben gestudeerd, maar in de Verenigde Staten of in Europa, zoals de kinderen van jullie elite. Dan zou ik nu niet hier zijn, maar daar."" Hij kijkt me aan met dat slimme lachje van hem. "Reken maar dat ze dan hun mond houden."
- Een Chinese student kwam eens naar hem toe en zei: "Het spijt me je dit te moeten vragen, maar klopt het dat jullie in Afrika in bomen leven en alleen kleren aantrekken om hiernaartoe te komen?" Zo iemand neemt Franck te grazen. "Jazeker leven wij in bomen," antwoordde hij, "en je weet toch dat China een ambassade heeft in Rwanda? Wel, de Chinese ambassadeur woont drie bomen bij ons vandaan."
- Na Xiangtan en Changsha begin ik een idee te krijgen van hoe middelgrote steden in het Chinese binnenland eruitzien. Jinhua is niet anders: brede boulevards met lawaaierig verkeer, karakterloze flats, hotels met grote entrees, supermarkten met schreeuwerige reclames. Hier en daar een stuk braakliggend land waarop grijpkranen gretig het roodbruine zand afgraven, want de bouwwoede gaat onverminderd verder.
-
Het is aangenaam tegenover Guo Dong te zitten, stapels boeken over
Afrikaanse kunst binnen handbereik. De Chinezen hebben alles, zegt hij:
geld, luxe, en toch zijn ze niet gelukkig. In Afrika wordt er altijd
gelachen, al hebben de mensen niets. "En de lucht is er schoon. God
slaapt elke nacht in Uganda, want daar is het paradijs." Die uitdrukking
ken ik uit Rwanda - alleen zeggen ze daar dat God elke nacht in Rwanda
slaapt.
- "Hebben jullie het later nog over zijn vaders dood gehad?"
"Nee, nee, hij praat er niet graag over."
"Het was het eerste waarover hij mij vertelde toen we elkaar ontmoetten."
"Dat komt omdat jullie treinconversaties voeren?"
"Hè?"
"Zo
noemde een journalist het ooit. Hij ging conversaties aan met
treinpassagiers en werd geen enkele keer afgewezen omdat mensen ervan
uitgingen dat ze hem nooit meer zouden zien."
Dat is wat ik doe: treinconversaties voeren. Alleen duren die soms jarenlang.
- Hij kopieert de afbeelding op mijn stick alsof het een kostbaar cadeau is, waarna ik hem de geheugenkaart van mijn camera geef om de foto's te kopiëren die ik op de Expo van hem maakte. Hij slaat ze op onder de naam Liwu, zoals hij me is gaan noemen.
"Betekent dat iets?"
"Ja: Geschenk."
Vroeg of laat, heb ik gehoord, geeft iemand in China je een naam.
"Het is een mooie naam," zegt hij, "hou die maar."
- Ik heb aangeboden de boodschappen te betalen en in de supermarkt laadt Eureka kip, olie, tomatensaus, groente en fruit in zijn karretje. "Ho, ho," protesteer ik als hij een pak bloem van vijf kilo uit de rekken haalt, "waarom zoveel? We zijn maar met z'n vieren." Schuldbewust bekent hij van de gelegenheid gebruik te willen maken een voorraadje aan te leggen.
-
Op zijn tiende toog hij met zijn vader naar de markt in een dorp
verderop en kocht een blik melkpoeder waarmee hij thuis langs de deuren
ging. Hij verkocht het poeder per plastic lepeltje: voorzichtig kieperde
hij een lepeltje in de handpalm van zijn klanten, die het poeder
oplikten en erop zogen alsof het een snoepje was. 10 CFA kostte het.
Vaak vonden ze het zo lekker dat ze nog een lepeltje wilden. Zelf at
Cheikhna er tussendoor ook een beetje van. Toen het blik leeg was, had
hij tweeënhalf keer zoveel geld als hij ervoor betaald had.
-
De laatste vijftien jaar vliegt Makam niet meer. "Eén reis zou ik nog
willen maken," zegt hij, "terug naar Mali. Een moslim moet begraven
worden op de plaats waar hij sterft, en ik wil niet in vreemde aarde
liggen. Maar dan zou ik mijn huis moeten verkopen en waar moeten mijn
kinderen en kleinkinderen dan wonen?"
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.