Ryszard Kapuściński: De Sjah aller Sjahs (Polen, 1982): 210 blz: Vertaald door Pszisko Jacobs (1986): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Open Domein
Toen
in 1979 de Iraanse revolutie uitbrak was de gehele westerse wereld
geschokt. De sjah van Iran werd beschouwd als een verlicht despoot die
bevriend was met alle westerse regeringsleiders en die alom gezien werd
als iemand die de moderne wereld naar Iran had gebracht. Kortom, hij was
populair.
In
Iran zelf was de sjah echter verre van populair, hij werd door vrijwel
de gehele bevolking enorm gehaat. Met behulp van een enorm leger en de
beruchte Savak, de geheime dienst, hield hij de bevolking onder de duim.
Het geld dat Iran met miljarden dollars tegelijk binnenstroomde werd
vooral gebruikt voor het leger en veel onzinnige luxe projecten. Het
gewone volk had er niets aan, er werden geen waterputten aangelegd voor
de armen.
Het is de kracht van "De Sjah aller Sjahs" dat Ryszard
Kapuściński laat zien hoe het westen geheel onwetend van het werkelijke
gezicht van het bewind van de sjah was, hoe dat bewind er werkelijk
uitzag en hoe het ten val kwam. Een erg sterk staaltje politieke
analyse.
- De sjah was dol op het lezen van de over hem geschreven boeken en op het bekijken van de albums te zijner ere. Hij was ook dol op het onthullen van zijn monumenten en portretten.
Een man vertelt:
- "... Het enige speeltuig dat ik in mijn kindertijd bezat, bestond uit stenen. Ik trok een steen voort aan een touwtje, ik was het paard en de steen was de gouden koets van de sjah."
-
We leverden kritiek op de sjah, zeiden dat het slecht ging, eisten
veranderingen en hervormingen, een grotere democratie en gerechtigheid.
Niemand kreeg het in zijn hoofd zich te gedragen als Khomeini, dat wil
zeggen al dat geschrijf te verwerpen, al die petities, resoluties en
eisen. Verwerpen, om dan voor de mensen te gaan staan en te roepen: "De
sjah moet weg!"
Dat was eigenlijk
alles wat Khomeini te zeggen had en wat hij vijftien jaar achtereen
heeft herhaald. Het was de simpelste zaak van de wereld die iedereen kon
onthouden, maar het duurde vijftien jaar voor iedereen het ook begréép.
December 1973:
-
In nog geen twee maanden is de prijs van de olie verviervoudigd en
Iran, dat tot dan toe wegens de export van deze grondstof vijf miljard
dollar per jaar incasseerde, zal nu twintig miljard gaan ontvangen. Wij
moeten hier nog aan toevoegen dat de enige die over die reusachtige
massa geld gaat beschikken de sjah zelf zal zijn. In dit land met zijn
absolute koningschap kan hij met dat geld doen wat hij wil. Hij kan het
in zee gooien, uitgeven aan ijsjes of opbergen in een gouden kluis.
- Vooreerst verrichtte de sjah miljardenaankopen in de wereld en overal vandaan kwamen schepen vol goederen richting Iran gevaren. Maar toen ze de Perzische Golf bereikt hadden, bleek dat Iran geen havens bezat, iets waar de sjah geen weet van had. ... Langzamerhand werden zo goed en zo kwaad als dat ging de schepen gelost. Maar toen bleek dat Iran geen magazijnen bezat, iets waar de sjah geen weet van had. ... De rest van de aangevoerde waren moesten nu dieper het land in gebracht worden. Maar toen bleek dat Iran geen transportmiddelen bezat, iets waar de sjah geen weet van had. ... Dus liet men vanuit Europa tweeduizend vrachtauto's komen. Maar toen bleek dat Iran niet over chauffeurs beschikte, iets waar de sjah geen weet van had. ... Maar in de loop van de tijd werden met behulp van buitenlandse transportfirma's de overal in de wereld aangeschafte fabrieken en machines naar de plaatsen van bestemming gebracht. En toen brak dus het moment aan om alles in elkaar te gaan zetten. Maar toen bleek dat Iran geen ingenieurs en technici bezat, iets waar de sjah geen weet van had.
-
Meer dan honderdduizend jonge mensen studeerden in Europa en Amerika.
... De meesten van die jonge mensen keerden nooit meer terug. Vandaag de
dag zijn er in San Fransisco en in Hamburg meer Iraanse artsen dan in
Tebriz en Mesjhed. Ze kwamen niet terug, ondanks de hoge salarissen die
de sjah hun aanbood: ze vreesden de Savak en
wilden niet langer iemands schoenen kussen.
-
En vanuit Teheran vloeide een stroom van de meest fantastische
bestellingen over de wereld. Hoeveel tanks heeft Groot Brittannië?
Anderhalf duizend. "Goed," zegt de sjah dan, "ik bestel er tweeduizend."
Hoeveel stuks geschut heeft de Bundeswehr? Duizend. "Goed, dan
bestellen wij er anderhalf duizend." Maar waarom toch altijd meer dan
het Britse leger en de Bundeswehr? "Omdat wij naar omvang het derde
leger ter wereld moeten hebben. Het is helaas zo dat wij niet het eerste
of het tweede kunnen bezitten, maar het derde, ja, het derde leger
kunnen en moeten wij hebben."
- Binnen afzienbare tijd zou Iran, ook al waren er problemen bij de bouw van de fabrieken - met de levering van de tanks gaat alles prima - worden tot één groot tentoonstellingsterrein van alle typen wapens en oorlogstuig. Tentoonstellingsterrein, dat is het juiste woord, want er zijn in dat land geen magazijnen, opslagplaatsen en hangars om alles in op te bergen en te beveiligen. Het is werkelijk een ongewoon schouwspel. Wanneer men vandaag de dag van Sjiraz naar Isfahan rijdt, staan daar op een bepaalde plek langs de weg, aan de rechterkant, zomaar in de woestijn, honderden helikopters. De ongebruikte machines raken langzamerhand onder het zand. Niemand bewaakt het terrein, maar dat is ook niet nodig, want er is niemand die de helikopters in beweging zou kunnen brengen. Een heel veld met neergesmeten kanonnen bevindt zich nabij Qom, een heel veld met in de steek gelaten tanks kan men zien in de buurt van Ahvaz.