George Orwell (tekst) &
Ralph Steadman (tekeningen): Dierenboerderij (Groot-Brittannië, 1945):
165 blz: Vertaald door Anthony Ross (1956): Uitgeverij de Arbeiderspers
Het verhaal mag min of meer bekend worden verondersteld. Op de Herenboerderij van boer Jansen hebben de dieren het slecht en ze dromen van een opstand en vooral van een beter bestaan. Onder leiding van de varkens Sneeuwbal en Napoleon lukt het ze om de boer en boerin weg te jagen. Opeens moeten ze zelf voor hun kost zorgen en dat blijkt ze zo goed af te gaan dat ze het veel beter hebben dan voorheen. Er is even zelfs sprake van een driedaagse werkweek. Bijna alle dieren werken naar vermogen mee, er zijn er paar die er de kantjes van af lopen zoals Mollie de merrie, Mozes de raaf en de kat. De varkens hebben de leiding op zich genomen.
Langzaam maar zeker blijkt dat toch niet alles zo goed gaat en dat de varkens een klasse vormen met privileges. Het wordt nog erger als Napoleon een stel woeste honden opfokt en Sneeuwbal wegjaagt. Steeds als er enige vorm van kritiek komt van de overige dieren zeggen de varkens "Maar jullie willen boer Jansen toch niet terug hebben?" en verstomt de kritiek.
Er valt veel meer te zeggen over deze prachtige fabel, maar ik wil iedereen die hem niet kent aanraden om hem toch vooral zelf te lezen. Het is maar een dun boekje dat je makkelijk in een avond kunt lezen. Mijn exemplaar heeft als voordeel dat het geïllustreerd is met prachtige tekeningen van Ralph Steadman.
- De eerste ogenblikken konden de dieren hun geluk niet op. Hun eerste daad was met z'n allen langs de grenzen van de boerderij te galopperen om zich ervan te verzekeren dat er geen menselijk wezen meer te vinden was; vervolgens renden zij terug naar de gebouwen teneinde de laatste sporen van Jansens gehate regime uit te wissen. De tuigkamer achter in de stal werd opengebroken; de bitten, de neusringen, de hondekettingen, de wrede messen waarmee Jansen biggen en lammeren castreerde, alles werd in de waterput gesmeten. De teugels, de halsters, de oogkleppen, de onterende voederzakken gingen op de brandende afvalhoop op het erf. Dezelfde weg gingen de zwepen. Alle dieren dansten van plezier toen zij zagen hoe de zwepen door de vlammen werden verteerd.
-
Benjamin kon evengoed lezen als welk varken ook maar oefende nooit.
Voor zover hem bekend, zei hij, was niets de moeite van het lezen waard.
Ik
heb "Dierenboerderij" al vier keer eerder gelezen. De eerste keer
was voor de lijst van de Middelbare school. Toen vond ik het een aardig
boekje, vooral lekker dun, maar zag ik nog niet in wat voor geniaal boek
het is.
Het verhaal mag min of meer bekend worden verondersteld. Op de Herenboerderij van boer Jansen hebben de dieren het slecht en ze dromen van een opstand en vooral van een beter bestaan. Onder leiding van de varkens Sneeuwbal en Napoleon lukt het ze om de boer en boerin weg te jagen. Opeens moeten ze zelf voor hun kost zorgen en dat blijkt ze zo goed af te gaan dat ze het veel beter hebben dan voorheen. Er is even zelfs sprake van een driedaagse werkweek. Bijna alle dieren werken naar vermogen mee, er zijn er paar die er de kantjes van af lopen zoals Mollie de merrie, Mozes de raaf en de kat. De varkens hebben de leiding op zich genomen.
Langzaam maar zeker blijkt dat toch niet alles zo goed gaat en dat de varkens een klasse vormen met privileges. Het wordt nog erger als Napoleon een stel woeste honden opfokt en Sneeuwbal wegjaagt. Steeds als er enige vorm van kritiek komt van de overige dieren zeggen de varkens "Maar jullie willen boer Jansen toch niet terug hebben?" en verstomt de kritiek.
Er valt veel meer te zeggen over deze prachtige fabel, maar ik wil iedereen die hem niet kent aanraden om hem toch vooral zelf te lezen. Het is maar een dun boekje dat je makkelijk in een avond kunt lezen. Mijn exemplaar heeft als voordeel dat het geïllustreerd is met prachtige tekeningen van Ralph Steadman.
- De varkens lieten zich niet met het eigenlijke werk in, maar hielden leiding en toezicht op de anderen. Op grond van hun buitengewone kennis was het vanzelfsprekend dat zij het leiderschap op zich namen.
- Na veel
hoofdbrekens verklaarde Sneeuwbal dat de zeven geboden samengevat konden
worden in één enkele leuze, namelijk: "vier poten goed, twee poten
slecht". Dit, zo zei hij, bevatte het essentiële beginsel van het
animalisme.
- Toen zij de
leerspreuk eenmaal uit het hoofd kenden, bleken de schaper er veel mee
op te hebben, en dikwijls als zij in het veld lagen begonnen zij allen
te blaten "vier poten goed, twee poten slecht! vier poten goed, twee
poten slecht!" en bleven daarmee uren doorgaan zonder er ooit moe van te
worden.
- Brulbeer werd erop uitgestuurd om de anderen de noodzakelijke uitleg te geven.
"Kameraden!" riep hij. "Jullie verbeelden je toch niet, naar ik hoop, dat wij varkens dit doen met zelfzuchtige bedoelingen, om onszelf te bevoordelen? Velen van ons lusten helemaal geen melk en appels. Ikzelf lust ze ook niet. Wanneer wij deze dingen nemen, doen wij het alleen voor onze gezondheid. Melk en appels bevatten echter, naar de wetenschap heeft aangetoond kameraden, bestanddelen die absoluut noodzakelijk zijn voor het welzijn van een varken. Wij varkens zijn hoofdarbeiders. De hele huishouding en organisatie van deze boerderij berust op ons. Dag en nacht waken wij over uw welzijn. Het is ter wille van jullie dat wij die melk drinken en die appels vreten."
-
Bokser, die nu tijd had gehad om over een en ander na te denken, sprak
het algemene gevoelen uit met de woorden: "Wanneer kameraad Napoleon het
zegt, dan moet het juist zijn." En van dit ogenblik af nam hij
"Napoleon heeft altijd gelijk" tot lijfspreuk, als aanvulling op zijn
persoonlijk motto "ik zal harder werken".
-
Napoleon werd tegenwoordig nooit meer eenvoudig "Napoleon" genoemd. Men
sprak altijd over hem in een vormelijke stijl, zoals "onze Leider,
kameraad Napoleon", en de varkens bedachten voor hem graag eretitels als
Vader alle Dieren, Vrees der Mensheid, Beschermer der Schapen, Vriend
der Eenden en wat niet meer.
Het boek eindigt aldus:
-
Twaalf stemmen schreeuwden kwaad en zij klonken alle hetzelfde. Het was
nu geen vraag meer wat er met de gezichten van de varkens was gebeurd.
De dieren buiten keken van varken naar mens en van mens naar varken en
van varken naar mens; maar het was reeds onmogelijk geworden te zeggen
wie een mens en wie een varken was.
Voor een aantal afbeeldingen uit het boek, klik hier.


