Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst),
Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring):
De fotograaf: Deel 2 (Frankrijk, 2004): 80 blz: Vertaler niet vermeld: Uitgeverij Dupuis
In
deel 1 van "De fotograaf" zagen we hoe de fotograaf Didier Lefèvre, met
een team van Artsen zonder grenzen, naar Afghanistan trok. In dit tweede
deel doet hij waar hij voor gekomen is: het fotograferen van het werk
van Artsen zonder grenzen in uiterst barre omstandigheden. Tegen het
einde van het verhaal heeft hij er genoeg van en wil hij terug naar
huis.
"De fotograaf" is een prachtige combinatie van een fotoreportage en een graphic novel.
- "Helikopter!" Het woord gaat als een trein door de karavaan. Net iets sneller dan het geronk waar iedereen bang voor is.
We schuilen waar we kunnen. Gelukkig zijn er genoeg plekjes om je te verstoppen.
Ik kruip onder een rots. In het stukje hemel dat ik nog zie, speur ik met m'n lens naar de helikopter.
Daar is-ie. Ver weg, maar dichter dan me lief is.
- Dan beginnen we aan de grillige en steile paden. Ik kijk niet goed uit. Terwijl ik van lens verander, laat ik de zonnekap van m'n 105 mm vallen. En zo'n ding is duur.
Ik was al niet goed geluimd, maar nu ben ik razend op mezelf, en gedeprimeerd.
- "Ik heb de commandant geld gegeven om de school te laten werken. Uit erkentelijkheid, en om te laten zien dat het hem ernst is, liet hij dat lesje opvoeren. Maar eigenlijk is de school niet actief."
"Oh nee?"
"Nee.
In september wordt er geoogst. De kinderen werken op het veld."
"Ik zag wel dat hun handen erg ruw zijn."
"Ze zorgen er op z'n Afghaans voor dat ze twee of drie dingen leren. Maar eigenlijk zijn het stuk voor stuk kleine arbeiders, of soldaatjes.
Hun enige voorbeelden zijn de jongens die zelf oorlog voeren en daar trots op zijn. Dat is nog het ergste. 'n alternatief is er niet.
Niemand vertelt ze dat kennis belangrijker is dan elkaar te vermoorden."
-
Ik vertrek uit Daraïm nadat ik een potentieel stukje Afghaans paradijs
heb gezien: een mooi dorp, heerlijk gebak, een verstandige commandant,
een school, mensen die het land bewerken ... een wereldje waarin een
blind meisje en de balzak van een jongen volstaan als dagelijkse portie
ellende.
Mijn
edengevoel wordt nog groter wanneer we bij een vallei komen in de buurt
van Feyzabad met een enorme boomgaard vol perziken.
De
inwoners bieden ons er aan. Ik stort me op de perziken, want ik voel
dat ik vitamines nodig heb. Ik eet er ten minste dertig. Ze zijn
heerlijk.
Het resultaat laat niet lang op zich wachten. In de volgende vallei word ik al geplaagd door felle buikloop. ...
- "Er zou iemand aan het hoofd gewond zijn. Een halfuur hiervandaan."
"Maar in Afghanistan moet je uitkijken met zo'n halfuur. Zij vinden alles "nazdik," niet ver."
"Misschien is het wel vijftig kilometer lopen. ... en heeft de kerel iets aan zijn knie."
Een gruwelijk verhaal:
- "Bij een vorige opdracht zag ik een kerel ... er zat een gat op de plaats van zijn neus. Een gat onder zijn kin en een gat in elke hand. Dat alles met één en dezelfde kogel."
"Wacht. Herhaal 'ns even. Ik snap het niet."
"Een gat hier, een gat daar."
"Ja."
"En een gat in elke hand. Met één kogel ... Hoe is 't gebeurd, denk je?"
"Geen idee!"
"De verklaring is: de kerel zat zo! De handen en zijn kin op de loop van zijn geweer ... dat geladen was.
Een kind van drie dat aan zijn voeten speelde, heeft de trekker overgehaald."
-
De operatie is bijna klaar. We vervangen nog een verband aan het hoofd
van de Moedj!
's Ochtends komt hij bij. Maar nog helemaal "zoef", zoals
de Afghanen zeggen, groggy ...
De
eerste figuur die hij ziet, is zijn vader, die geen minuut van z'n bed
is geweken. Nog helemaal suf vraagt hij Régis "Hebt u mijn vader al thee
gegeven?"
Wanneer
hij wat helderder is, komt de tweede vraag. Hij wil zijn geweer ... om
uit te zoeken of hij met zijn linkeroog ook kan mikken.
Hij
staat op. Dan volgt een derde en laatste zin. "Het zal nu niet
makkelijk meer zijn om een vrouw te vinden die met me wil trouwen."
Verder niets meer. ...
- "Daarnet zei je dat je soms patiënten doorstuurt naar Feyzabad, vergezeld van een opa. Waarom een opa?"
"Ah ... gewoon omdat opa's heel erg handig zijn.
Eerst en vooral zijn ze taai, het leger lijft ze niet meer in en niemand verdenkt hen ervan actief te zijn in de weerstand. Zij worden ook steeds naar de stad gestuurd om boodschappen te doen ...
Je geeft de oude mannen uit het dorp het lijstje van dingen die je nodig hebt en geld, zij lopen onder de neus van de Russen Feyzabad binnen en twee dagen later zijn ze terug met thee, gebak, suiker en snoep."
- Op de koop toe komt er nog een patiënt bij. Wat je zelden ziet: de Moedj' die hem brengen, zijn vrolijk.
Reden van hun plezier: de kerel heeft een kogel in zijn kont. En een kogel in de kont betekent dat hij van de vijand wegliep. De lafaard. Daar lachen de Afghanen hartelijk om.
- "Wij denken altijd aan die arme vrouwen met hun chadri."
"Heb jij al veel chadri's gezien, sinds je hier bent? Afgezien van degene die ze aantrekken om de grens over te steken?"
"Niet veel, nee"
"Chadri's
zie je vooral in steden. In een klein dorp hoort iedereen tot dezelfde
familie. Daar hoeven vrouwen zich niet te sluieren. En een chadri is
duur. Ook als een meisje van het platteland er een zou willen, kan ze
hem niet betalen.
Bovendien
is de chadri vrij recent. Hij bestaat nauwelijks honderd jaar, voordien
kwamen Afghaanse vrouwen in steden van hun hele leven niet op straat.
Ze kwamen het huis niet uit."
"Meen je dat?"
"Natuurlijk. In een grote stad mag een vrouw geen contact hebben met onbekenden. Daarom was de chadri een stap vooruit. Hij gaf de vrouwen meer vrijheid. Ze konden eindelijk buitenkomen.
In ieder geval is de chadri een belachelijk symbool waar te veel waarde aan wordt gehecht. Wat echt belangrijk is voor vrouwen is dat ze toegang krijgen tot gezondheidszorg, opleiding, werk, justitie. Kleren zijn geen prioriteit ..."