Giacomo Casanova: Eigen heer en meester (Italië, 1790-1798): 333 blz: Vertaald door Theo Kars (1992): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
In
"Eigen heer en meester" vertelt Casanova over zijn avonturen van zijn
19e tot 24e jaar. Hij ontmoet Bellino, de als man verklede Teresa.
Casanova heeft de vermomming onmiddellijk door, bedrijft met haar de
liefde en wil met haar trouwen, waar natuurlijk niets van terecht komt.
Een
chirurgijn op een afgelegen plaats bedankt Casanova uitbundig omdat hij
een ernstige geslachtsziekte in omloop heeft gebracht, waardoor de
chirurgijn een rijk man is geworden.
Casanova
slaagt er door een zeer merkwaardige manier van oplichting de
aangenomen zoon en erfgenaam van drie rijke Venetiaanse patriciërs te
worden. Aan het einde van het boek is hij bezig om via een occulte
procedure een schat op te graven bij een goedgelovige rijke man.
Citaten:
Nadat Casanova de liefde heeft bedreven:
- Toen ik wakker werd, gaf ik haar de ochtendgroet van de liefde, en schonk haar daarna drie doblones die haar waarschijnlijk meer welkom waren dan betuigingen van eeuwige trouw. Absurde verklaringen die geen man kan afleggen, zelfs niet voor de mooiste vrouw ter wereld.
-
De mensen die zeggen dat het leven alleen een samenstel van ongelukkige
gebeurtenissen is, willen daarmee zeggen dat het leven een vloek is.
Deze mensen schreven dit niet in goede gezondheid, met hun beurs vol
geld, vanuit een gemoedstoestand van voldoening als gevolg van het feit
dat zij Cecilia's en Marina's in hun armen hadden gehad, en in de
zekerheid dat er nog meer van hen zouden volgen. ... Als genot bestaat,
en wanneer wij alleen kunnen genieten als wij in leven zijn, dan
betekent leven geluk.
- ... want het zien van het genot dat ik gaf, vormde altijd viervijfde van het mijne.
Als Teresa, Casanova's vriendin van dat moment, hem vraagt om de waarheid over zichzelf te vertellen:
-
"De waarheid is deze: je neemt aan dat ik rijk ben, dat is niet het
geval. Als ik mijn beurs heb geleegd, bezit ik niets meer. Je neemt
misschien aan dat ik van hoge geboorte ben, maar ik behoor tot een
klasse die óf lager is dan de jouwe óf gelijk daaraan. Ik heb geen enkel
talent dat geld oplevert, geen beroep, geen reden aan te nemen dat ik
over enkele maanden iets te eten zal hebben. Ik heb geen ouders, geen vrienden, geen recht dat ik kan laten gelden, en beschik over geen enkel vast plan. Kortom, alles wat ik bezit is jeugd, gezondheid, moed, een zekere mate van intelligentie, gevoel voor eer en fatsoen en het allereerste begin van een literaire carrière. Mijn grote rijkdom is dat ik mijn eigen meester ben, van niemand afhankelijk, en niet bang voor tegenslagen. Het ligt in mijn aard gemakkelijk geld uit te geven. Hiermee heb je mijn portret. Mooie Teresa, geef mij nu antwoord."
-
Als wij lijden, putten wij genoegen uit de hoop op het einde van ons
lijden, en wij doen daaraan nooit verkeerd, want wij hebben als laatste
toevlucht de slaap, waarin aangename dromen ons troosten en kalmeren, en
als wij genieten, worden wij nooit gehinderd door de gedachte dat op
ons genot lijden zal volgen. Plezier is altijd puur als wij het
meemaken, lijden wordt altijd verzacht.
-
Toen de volgende dag de wacht wisselde, werd ik overgedragen aan een
sympathiek uitziende officier. Hij was een Fransman. Ik heb Fransen
altijd aardig gevonden; Spanjaarden daarentegen in het geheel niet. Toch
ben ik vaak door Fransen beetgenomen, nooit door Spanjaarden. Wij
dienen onze voorkeuren te wantrouwen.
Het weerzien met de zussen Nanetta en Marta:
- In de eerste nacht sliepen zij allebei met mij, en in de volgende nachten wisselden zij elkaar af. Zij verwijderden daarvoor een plank uit de tussenwand; de minnares van dat ogenblik kwam via dat gat bij mij en ging op dezelfde wijze weg. Wij gingen heel voorzichtig te werk en hoefden niet bang te zijn te worden verrast. Omdat onze deuren waren afgesloten, zou bij een bezoek van de tante aan de nichtjes, degene die afwezig was tijd hebben weer naar haar kamer te gaan en de plank terug te zetten. Dit bezoek vond echter nooit plaats. Mevrouw Orio rekende op ons goede gedrag.
- Een aristocratisch bewind kan niet op rust hopen als het niet is gebaseerd op het fundamentele principe van gelijkheid onder aristocraten. Wel, gelijkheid hetzij fysiek, hetzij geestelijk, kan alleen worden afgelezen van uiterlijkheden, waaruit voortvloeit dat een burger die niet vervolgd wil worden als hij niet als de anderen is, of erger, zich er geheel op moet toeleggen de indruk te wekken dat hij wel als de anderen is. Als hij veel talent heeft, moet hij dit verbergen; als hij ambitieus is, moet hij voorwenden dat eer hem onverschillig laat; als hij iets wil verwerven, dient hij niets te vragen; als hij knap is, dient hij geen aandacht aan zijn uiterlijk te besteden. Hij moet er slordig uitzien, zich slecht kleden, en alleen de allereenvoudigste sieraden en attributen dragen; hij moet alles belachelijk maken wat buitenlands is, niet sierlijk buigen, zich niet laten voorstaan op welgemanierdheid, niet veel ophebben met de schone kunsten, zijn goede smaak verbergen als hij deze bezit, er geen buitenlandse kok op na houden, een slecht gekamde pruik dragen en er een beetje onfris uitzien.
-
De avond voor mijn vertrek bleef ik thuis bij mevrouw Orio. Zij vergoot
evenveel tranen als haar nichten, en ik niet minder. In deze laatste
nacht zeiden zij talloze malen tijdens de liefdesextase in mijn armen
dat zij mij nooit zouden terugzien, en zij hadden het bij het rechte
eind. Als zij mij wel zouden hebben teruggezien, zouden zij het bij het
verkeerde eind hebben gehad. Dat is nu de waarde van voorspellingen.
-
Vrome Turken beklagen libertijnen, maar vervolgen hen niet. Hier is
geen Inquisitie. Degenen die de voorschriften van de godsdienst niet in
acht nemen zullen, zeggen zij, in het volgende leven al ongelukkig
genoeg zijn zonder dat ze in deze wereld ook worden gestraft.
- "De tijd aan een vermaak besteed, kan men niet verspild noemen. Wél verloren is de tijd die men in verveling doorbrengt. ..."
- Intussen nam ik met veel genoegen waar dat geld en goed gedrag mij een aanzien verschaften dat ik niet mocht verwachten van mijn positie, leeftijd of enig talent samenhangend met het beroep waaraan ik mij had gewijd.
- Door mijn vrijgevigheid was ik bij het hele eiland geliefd geworden. De vrouw die voor mij kookte, dezelfde die de naaistertjes voor mij had gevonden om hemden te maken, verwachtte dat ik op een van hen verliefd zou worden, niet op allen. Ik overtrof haar verwachtingen. Zij bezorgde mij de gunsten van al de meisjes die ik leuk vond, en ontving bewijzen van mijn erkentelijkheid. Ik leidde een paradijselijk leven, want ook mijn tafel was verfijnd. Ik at alleen sappig schapevlees, en houtsnip van een kwaliteit die ik alleen tweeëntwintig jaar later in Petersburg heb geproefd.
-
In het maatschappelijk verkeer dient men de kunst te verstaan zijn
ontboezemingen binnen de grenzen te houden. Het aantal waarheden dat
onuitgesproken dient te blijven, is veel groter dan dat van de
schoonschijnende feiten die geschikt zijn voor openbaring.
- Terughoudendheid wordt dwaasheid als een man ontdekt dat het voorwerp van zijn liefde zijn gevoelens deelt.
- Wat mij tot spelen dreef was een soort gierigheid. Ik hield ervan op grote voet te leven, en ik vond het onaangenaam als het geld voor mijn uitgaven niet van het spel afkomstig was. Ik had het gevoel dat geld dat ik bij het spelen had gewonnen mij niets had gekost.
Lees verder in mijn bespreking van deel 3 van de memoires: "
Henriëtte".
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.