Giacomo Casanova: De ontsnapping (Italië, 1790-1798): 335 blz: Vertaald door Theo Kars (1971): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
Het laatste stuk van "De ontsnapping" vertelt het verhaal van de gevangenschap van Casanova in de Piombi, de staatsgevangenis van Venetië, en zijn ontsnapping daaruit. Het is het beroemdste deel van zijn memoires en ook het eerst in het Nederlands vertaald. Theo Kars vertaalde dit vierde deel al in 1971 onder de titel "Venetiaanse jaren" in de serie Privé-domein.
"De ontsnapping" begint aangenamer met de liefdesgeschiedenis met de nonnen C.C. en M.M., een van de beroemdste liefdesverhalen uit de memoires. Laura, de vrouw die zorgt voor de kennismaking van M.M. met Casanova, heeft ook twee aantrekkelijke jonge dochters: Tonina en Barberina en natuurlijk krijgt Casanova ook wat met hen.
Citaten:
- Als op die ogenblikken mijn verstand niet vertroebeld was geweest, had ik heel goed beseft dat deze non niet anders gebouwd kon zijn dan alle andere aantrekkelijke vrouwen die ik had liefgehad in de dertien jaar dat ik op het slagveld van de liefde had gestreden. Maar welke in hartstocht ontvlamde man staat hierbij nu stil? Als deze gedachte in hem opkomt, verwerpt hij haar hooghartig. M.M. moest beslist totaal anders en veel mooier zijn dan alle vrouwen ter wereld.
-
De gelukkigste sterveling is de mens die het best de kunst verstaat
gelukkig te worden zonder zijn verplichtingen te verwaarlozen. De meest
ongelukkige mens is hij, die een leven heeft gekozen waarin hij zich
iedere dag van 's morgens vroeg tot 's avonds laat van de trieste plicht
moet kwijten om voor de toekomst te zorgen.
-
Het is niet mogelijk om twee vrouwen tegelijk lief te hebben, en het is
ook niet mogelijk een liefde in stand te houden als deze geen, of te
veel, voedsel krijgt. De reden waarom mijn liefde voor M.M. even groot
bleef, was dat ik iedere keer als zij bij mij kwam, het risico liep haar
kwijt te raken.
- "Wat doe je?"
"Ik doe je jas uit. Geef me ook je broek."
"Dat zal nu moeilijk gaan, want hij zit vastgenageld."
"Hoezo vastgenageld?"
"Steek je hand hierin. Voel dan."
"Ach, die schurk. Komt het door het eiwit dat je zo'n spijker hebt?"
"Nee, lieveling, het komt door jouw bekoorlijkheden."
- Ik genoot van het heden, en lachte om de toekomst en de mensen die hun verstand vermoeien met de weinig opwekkende bezigheid zich daarom te bekommeren.
- Ik was bang dat ik in bed geen goed figuur zou slaan, en om een slecht figuur te slaan hoef je er alleen maar bang voor te zijn. Een hunkerende man twijfelt nooit aan de toereikendheid van zijn begeerte. Doet hij dat wel, dan wreekt zich dat, en laat zijn begeerte hem in de steek.
-
Ik zei haar dat ik haar alleen nodig had om mijn haar te drogen dat aan
één kant nat was en zij ging snel poeder en een kwastje pakken. Omdat
haar hemd echter erg kort was, en van boven wijd van de ene schouder tot
de andere, kreeg ik daar te laat spijt van. Ik begreep dat ik verloren
was. Hier kwam nog bij dat zij erg moest lachen, omdat het kwastje en de
poederdoos die zij in haar handen hield, haar beletten haar hemd zo
vast te houden dat mij een vroegrijpe boezem aan het oog onttrokken
werd, die alleen een dode onberoerd had gelaten. Hoe kon ik mijn ogen
afwenden! Ik richtte ze er zo duidelijk op dat de arme Tonina bloosde.
-
Dit meisje was even aantrekkelijk als haar zuster, zij het op een
andere manier. Ik werd nieuwsgierig naar haar. Nieuwsgierigheid is de
drijfveer van de ontrouw van een man die een losbandig leven leidt.
- Ik lach als ik hoor hoe sommige vrouwen mannen onbetrouwbaar noemen die zich aan ontrouw schuldig maken. Zij zouden gelijk hebben als zij konden bewijzen dat wij, als wij hun trouw zweren, van plan zijn ons daaraan niet te houden. Wij worden helaas verliefd zonder ons verstand te raadplegen, en ons verstand komt er evenmin aan te pas als onze liefde ophoudt.
- Ik was dan wel een hartstochtelijk libertijn, ik sprak gedurfde taal en het enige waar ik mij om bekommerde was van het leven genieten, maar dat leek mij niet misdadig. ... Toch beletten mijn grimmigheid, het verdriet dat aan mij vrat, en de harde plank waarop ik lag, mij niet in slaap te vallen. Mijn gestel had behoefte aan slaap. Wanneer iemand jong en gezond is verschaft de natuur zich wat hij nodig heeft zonder dat hij eraan hoeft te denken.
- Het enige waar ik nog aan dacht was ontvluchten. ... Ik dacht voortdurend na over een ontvluchtingsmogelijkheid, omdat ik ervan overtuigd was dat ik die alleen zou vinden door veel nadenken. Ik ben altijd van mening geweest dat een man die zich voorneemt om een bepaald doel te bereiken en zich daar geheel voor inzet, zal slagen, ondanks alle moeilijkheden. Deze man kan grootvizier worden, hij kan paus worden, hij kan een dynastie ten val brengen, mits hij vroeg begint. Een man namelijk die de leeftijd heeft bereikt die Fortuna versmaadt, bereikt niets meer.
-
Zo voorzag God mij van de benodigdheden voor een ontsnapping die, zo
men haar geen wonder wil noemen, dan toch bewonderingswaardig was. Ik
beken dat ik er trots op ben. Mijn trots berust echter niet op het feit
dat mijn ontsnapping slaagde, want er is veel geluk bij te pas gekomen;
hij is gegrond op de omstandigheid dat ik de onderneming mogelijk heb
geacht, en de moed heb bezeten mij eraan te wagen.
- Liefde voor het vaderland vervaagt tot een schim voor iemand die door zijn land wordt verdrukt.
- Ik had de pinknagel van mijn rechterhand laten groeien om mijn oren schoon te kunnen maken. Ik sneed er een punt aan en maakte er een pen van. Als inkt gebruikte ik sap van zwarte bramen.
- De grootste troost voor een man die in moeilijkheden verkeert, is de verwachting dat ze niet lang zullen duren.
- Bij belangrijke ondernemingen zijn er bijzonderheden waar alles van afhangt. Een leider die aanspraak wil maken op succes, laat ze niet over aan ondergeschikten.
Lees verder in mijn bespreking van deel 5 van de memoires: "De jacht op geld".
Geen opmerkingen:
Een reactie posten