woensdag 21 februari 2024

Annie M.G. Schmidt: Pluk van de Petteflet


Small Cover ImageWaarschijnlijk is geen enkel Nederlands kinderboek zo bekend als Pluk van de Petteflet. Veel mensen van mijn leeftijd zullen het voorgelezen hebben gekregen door hun ouders en veel van die mensen zullen het ook weer aan hun kinderen hebben voorgelezen. Zelf heb ik het boek pas in 1998 voor het eerst gelezen. Ik heb het boek nu voor de vierde keer gelezen en zoals wel vaker bij echt goede boeken vind ik het na iedere herlezing nog beter dan de vorige keer dat ik het las.

Pluk is een vriendelijk en behulpzaam jongetje met een klein rood kraanwagentje dat altijd in de stad rondrijdt op zoek naar mensen en dieren in nood om die dan te helpen. Nu zoekt hij een plek om te wonen. Hij vindt een plekje in het torentje van de Petteflet. Samen met vriendjes als: de Stampertjes, Aagje, meneer Pen, Dollie de duif, de Lispeltuut en Zaza de kakkerlak maakt hij allerlei avonturen mee.

Citaten:
Het begin van het boek:
- Pluk had een klein rood kraanwagentje. Hij reed er mee door de hele stad en hij zocht naar een huis om in te wonen. Af en toe stopte hij. En dan vroeg hij aan de mensen: "Weet u niet een huis voor me?" Dan dachten de mensen even na en zeiden: "Nee." Want alle huizen waren vol.
 Eindelijk reed Pluk naar het park. Hij zette z'n wagentje tussen twee bomen en ging op een bankje zitten.
 "Misschien kan ik vannacht in het park blijven slapen," zei hij hardop. "Dan slaap ik in m'n wagentje onder de boom ,,," En toen hoorde hij een stem boven zich. "Ik weet een huis voor je," zei de stem.
 Pluk keek op. Op een tak van de grote eikeboom zat een mooie dikke duif.
 "Het torentje van de Petteflet staat leeg," zei de duif.
 "Dank je wel," zei Pluk en hij nam z'n petje af. "Waar is de Petteflet? En hoe heet je?"
 "Ik ben Dollie," zei de duif. "En de Petteflet is hier vlak bij. Dat hele hoge flatgebouw daar ... zie je wel? Daar boven op is een torentje. En in dat torentje is een kamertje. En daar woont niemand in. Als je vlug bent, kun je in dat kamertje trekken. Maar je moet wel opschieten want anders is het misschien al weer bewoond."
 
Over Zaza, de kakkerlak:
- Wanneer hij ging ontbijten, riep hij eerst Zaza wakker. Het was werkelijk een hele aardige en beleefde kakkerlak. Hij leefde van appelschilletjes en zelfs daarvan at hij nog maar een klein beetje, dus het was geen dure logé.
 
De introductie van Aagje:
- Toen de frieten op waren, zei vader Stamper: "Heb je Aagje al eens ontmoet?"
 "Nee," zei Pluk. "Wie is Aagje?"
 "Het is een klein meisje met een roze jurkje. Altijd een keurig schoon roze jurkje."
"O ja," zei Pluk. "Ik heb haar laatst op de buitengalerij zien staan. Ze verveelde zich geloof ik zo. Ik vroeg of ze mee ging spelen, maar ze wou niet."
 "Ze mócht niet ...," zei vader Stamper. "Het arme kind."
 "Mag ze niet spelen?" vroeg Pluk. 
 "Ze mag zich niet vuil maken," zei vader Stamper. "Aagje is het dochtertje van mevrouw Helderder. En ze mag nooit buiten spelen, want haar moeder is bang dat ze zich vuil zal maken."

- ... "Zie je dat eekhoorntje? Daar helemaal boven in?"
 "Ja," zei Pluk. "Maar ik zie er helemaal niets bijzonders aan."
 Vlak bij hem was er een geritsel in de takken. Het was Dikke Dollie. "Zo, zijn jullie daar eindelijk?" zei ze. "En heb je 'm gezien? Het stakkertje."
 "Stakkertje?" vroeg Pluk. "We zien enkel een eekhoorntje."
 "Dat is 'm!" riep Dollie. "Dat is Duizeltje. Een heel treurig geval. Hij heeft hoogtevrees."
 "Hoogtevrees?" vroeg Pluk. "Een eekhoorn met hoogtevrees?"
 "Ja, is het niet dieptreurig? Het komt maar een heel enkele keer voor bij eekhoorntjes. Hij durft niet te klimmen. Nooit. Nou, je begrijpt wel dat hij vreselijk wordt uitgelachen door z'n familie. En daarom heeft hij het voor één keertje geprobeerd. Nu zit hij helemaal boven in ... maar hij durft niet meer naar beneden. Dus help 'm Pluk. Met je kraan!"
 
Als Aagje smerig is:
- "Ik durf nooit meer naar huis ..." jammerde Aagje.
 "Onzin," zei meneer Pen. En ineens sloeg hij met z'n hand tegen z'n voorhoofd en riep: "Ik weet het! Hiernaast is de Hou-maar-áán-stomerij!"
 "Wat is dat?" vroeg Pluk.
 "Kom maar mee," zei meneer Pen. "Het is een stomerij waar je je kleren niet hoeft uit te trekken. Ze worden gestoomd terwijl je ze aanhoudt. Vandaar de naam. Hou-maar-áán-stomerij!" ...
 
- Maar toen Pluk al buiten was, op de gang, kwam het kleinste Stampertje hem hijgend achterna en zei: "Wil je asjeblieft even terugkomen? Onze televisie doet het niet."
 "Waarom moet ik dan terugkomen?" vroeg Pluk.
 "We dachten ... jij bent zo knap ...," zei het Stampertje. "Misschien kun jij 'm even maken."
 "Ik? Ik weet helemaal niets van teeveetoestellen," zei Pluk. "Helemaal niets!"
 "Toe nou ...," zei het Stampertje. "Kom toch maar eventjes kijken."
 Zuchtend stapte Pluk weer mee naar binnen.
 Vader Stamper en alle kleine Stampertjes verdrongen zich om het toestel.
 "Daar is Pluk! Pluk zal 'm wel weer goedkrijgen!" riepen ze.
 "Ik heb echt geen verstand van een televisietoestel," zei Pluk. "Jullie moeten er een man bij halen, 't is echt te moeilijk voor 'n gewoon mens, want ..." Toen zag hij dat het snoer los hing. De stekker zat niet in het stopcontact. Hij stak 'm erin. En even later kwam er geluid. En daarna het beeld.
 
- "O ja?" zei de wolf. "Zou dat het zijn? Ik dacht het kwam door de kool en de geit." 
 "Wat? Wat gebeurde er dan met een kool en een geit?" 
 "Ik heb een keer een kool opgegeten," zei de wolf. 
 "Een kool? Maar wolven eten toch geen kool?" 
 "Nee, dat is zo. Maar deze kool zat in een geit. Hij was verpakt in een geit" 
 "Aha, je bedoelt dat je een geit hebt opgegeten?" 
 De wolf knikte. "Heel lang geleden ...," zei hij zacht en hij keek Pluk aan met schaamte in z'n ogen.
 "Praten we niet meer over ...,"  zei Pluk. "Per slot heb ik wel eens een kip opgegeten. Wél gebraden natuurlijk."

De tekst van Annie M.G. Schmidt is natuurlijk goed, maar wat "Pluk van de Petteflet" echt tot een geweldig boek maakt zijn de prachtige tekeningen van Fiep Westendorp. Ik ken weinig boeken met zo tot de verbeelding sprekende illustraties.

Bij veel mensen heerst de misvatting dat kinderboeken per definitie geen literatuur kunnen zijn. Ik vraag mij hardop af of er veel Nederlandstalige boeken voor volwassenen zijn die net zo veel indruk op mij hebben gemaakt als dit boek van het duo Schmidt en Westendorp. Het zijn er maar weinig.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 20 februari 2024

Homeros: Odysseia

Homeros: Odysseia (Griekenland, ongeveer 800 voor Christus): 398 blz: Vertaald door Imme Dros (1991): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep

Large Cover ImageDe "Odysseia" is samen met de "Ilias" (ook van Homeros), het oudste boek uit de Europese letterkunde. Het is niet alleen het oudste boek, maar het is ook nog eens prachtig geschreven.

Voor iedereen die op school de Klassieke talen heeft gehad zal het verhaal min of meer bekend zijn. Na een oorlog om Troje die 10 jaar duurde wisten de Grieken dankzij een list van Odysseus (inderdaad het Paard van Troje) die oorlog te winnen en Troje te verwoesten. De andere helden zijn allang gesneuveld of weer thuisgekomen, maar alleen Odysseus zwerft nog steeds rond, ziek van verlangen naar zijn thuisland en vooral naar zijn vrouw Penelopeia en zijn zoon Telemachos die hij als zuigeling achterliet.

De "Odysseia" vertelt over de avonturen van Odysseus , de man van de duizend listen en van zijn achtergebleven vrouw en zoon, die een troep trouwlustige vrijers moeten onderhouden. Sommigen van de verhalen zijn echte klassiekers geworden, zoals het verhaal van de cycloop die door Odysseus van zijn ene oog wordt beroofd, de Sirenen die met hun mooie gezang vele schipbreuken veroorzaken en het monster Scylla en de rots Charybdes.

De vertaling van Imme Dros is prachtig. In het boek komen een aantal zinsneden meermalen voor. Enkele van de meest in het oog springende zijn:
- Telemachos die bijzonder diep nadacht
- Athene met de zeegroene ogen
- Poseidon, de aardschokker
- De rozenvingerige Eoos
- Menelaos van de vervaarlijke strijdkreet

Inmiddels heb ik, dankzij een vriend, begrepen dat deze zinsneden epitheta ornans heten en ook dat Menelaos van de vervaarlijke strijdkreet spottend was bedoeld, hij was helemaal niet zo dapper. Het is ongelooflijk dat een van de eerste boeken ooit geschreven nog steeds zo veel mensen weet te boeien.  
 
Citaten:
Het begin van de Odysseia:
- Zing de verhalen ook voor ons, Muze, dochter van Zeus en begin maar ergens ...
Alle andere helden die aan het gapende graf van oorlog en zee ontkomen waren, zaten al thuis, maar hij werd, ziek van verlangen naar zijn vrouw en zijn thuiskomst, tegengehouden in de gewelfde grotten van een machtige nimf: Kalypso, de stralende van de godinnen. die ernaar hunkerde dat hij haar echtgenoot zou worden.
 
Over Penelopeia, de verstandige vrouw van Odysseus:
- Drie jaar, nee bijna vier nu al, speelt ze met de harten van de Achaiers, ze houdt ons met ijdele hoop aan het lijntje. Want ze stuurt wel veelbelovende boodschappen rond aan elke vrijer afzonderlijk, maar ze meent er niets van. Hier is een van de listige plannetjes die zij uitdacht: zij liet een heel groot weefgetouw in haar kamer plaatsen voor een omvangrijk en ragfijn weefsel en zei tot de vrijers: "Jeugdige vorsten die mij vrijen, Odysseus is dood, maar wacht met mijn huwelijk, ondanks uw ongeduld, totdat het weefsel af is, anders heb ik mijn draden voor niets zitten spinnen. Dit wordt de lijkwade voor de Heros Laërtes voor de dag dat het treurige lot van de bittere dood hem zal vellen. Laat geen Achaiische vrouw uit het volk mij kunnen verwijten dat een man die zo welgesteld was, naakt wordt begraven."
 
Over Telemachos, de zoon van Odysseus:
- ... hij is, precies zoals u al zei, de zoon van Odysseus. Maar hij denkt bijzonder goed na, het staat hem tegen om als hij ergens komt er meteen maar op los te zwetsen.
 
Odysseus, die is aangespoeld op het land van de Faiaken:
- En terwijl hij dat zei, dook de grote held Odysseus uit de bosjes vandaan en brak met zijn krachtige hand een volle tak af om zijn schaamte mee te bedekken. Daar kwam hij aan, vertrouwend op eigen kracht als een bergleeuw die door regen en wind gaat - diep in zijn kop gloeien felle, vurige ogen als hij koeien of schapen besluipt of achter een hert jaagt in de vlakte, zijn maag dwingt hem zelfs om kuddes aan te vallen binnen vergrendelde stallen - zo ongeveer kwam Odysseus aflopen op die meisjes met hun keurige kapsels, spiernaakt, noodgedwongen.
 
- Kom, laat mij nu even eten, hoe treurig ik ook gestemd ben, want er is niets zo hondsbrutaal als een knagende maag die aandacht afdwingt, al is men moe of diep ellendig.

- Met een onheilspellende blik zei de slimme Odysseus: "Gastheer, dat had u niet moeten zeggen. U lijkt wel waanzinnig. Maar de Goden geven niet iedereen álle charmes, schoonheid gaat niet altijd samen met redenaarskunst en inzicht. Soms ziet een man er miezerig uit, maar een God geeft schoonheid  aan zijn taal, zodat mensen hem bijna mooi gaan vinden, als ze naar hem kijken terwijl hij spreekt, zo vloeiend, zo ontwapenend vanzelfsprekend en welluidend. Daardoor blinkt hij uit boven alle andere sprekers en op straat wordt hij nagekeken alsof hij een God was. Soms daarentegen kan een man zo mooi als een God zijn, maar zijn taal mist elke bekoring. U ziet er mooi uit, ja, een God zou dat uiterlijk niet verder kunnen verfraaien, maar waar zit uw verstand! ..."

Over de Kykloop:
- ... En daar had hij niet van terug, het hardvochtige monster, maar hij sprong op, hij strekte zijn handen uit naar mijn vrienden, pakte er twee in één greep en sloeg ze als jonge hondjes met hun hoofd op de rotsvloer - de hersens liepen eruit en maakten de grond nat - en sneed hen aan stukken om op te eten. Als een bergleeuw zat hij te schrokken en niets liet hij over, ingewand, vlees, het merg in de botten, alles ging schoon op.

De Kykloop vraagt aan Odysseus zijn naam:
- "Toe geef me nog een beetje en zeg me meteen je naam, dan geef ik jou een gastgeschenk dat jij graag wilt hebben. ..."

Odysseus antwoordt:
- "O ja, Kykloop. u vroeg mijn vermaarde naam nog. Ik zeg hem, want dan kunt u mij het beloofde gastgeschenk geven. Niemand. Mijn naam is Niemand. Want zo noemen mijn moeder en mijn vader me en zo wordt ik genoemd door mijn vrienden," zei ik en meedogenloos gaf hij mij te kennen: "Niemand zal ik als laatste opeten na zijn vrienden, eerst eet ik alle anderen op, dat zal je geschenk zijn," ...

Odysseus ontmoet in de onderwereld Achilleus:
- "Ga me de dood alsjeblieft niet vergulden, grote Odysseus! Ik was nog liever dagloner bij een straatarme schooier daar op aarde dan de koning van alle doden in Haides."
 
Wie de Sirenen hoort, wordt door hen betovert met hun heldere stemmen. Odysseus krijgt het volgende advies:
- Stop, als je daar voorbij vaart, de oren van je vrienden dicht met goed geknede was, zodat zij niets horen. Wanneer jij erop staat om te luisteren, dan moeten zij je rechtop tegen de voet van de mast met strakke touwen vastbinden in het snelle schip aan handen en voeten. Zo kun je van de zang van de twee Sirenen genieten. Als je je vrienden smeekt, beveelt zelfs om je boeien los te maken, dan moeten ze nog meer touwen gebruiken.
 
- En de wijn stijgt me vast naar mijn hoofd, dat ik het durf, want dat krijg je wel van de wijn, de verstandigste man gaat zingen, lachen om niets, in het rond hossen of hij wordt loslippig, en hij zegt iets dat hij beter voor zich kon houden.
 
De zeer oude jachthond Argos herkent zijn baas:
- Toen ze zo stonden te praten, tilde een hond, die daar lag, zijn kop op en spitste zijn oren. Het was Argos, dezelfde hond die Odysseus vanaf de geboorte zelf getraind had, maar waar hij niets aan gehad had, omdat hij weg moest naar Troje. Er was een tijd dat Argos op jacht ging met jeugdige jagers, altijd achter de herten en hazen en berggeiten aan, maar nu bleef hij buiten de poort, zijn baas was immers niet thuis en hij lag totaal verwaarloosd op een van de grote hopen mest van koeien en muildieren, die voor het huis bleven liggen tot de slaven van Odysseus de gier kwamen halen om er de grote akkers mee te bemesten. Daar lag Argos overdekt met bijtende hondevlooien. Ondanks alles wist hij dat zijn baas er was, hij kwispelde met zijn staart, hij legde zijn oren plat, maar had geen kracht meer om naar Odysseus toe te kruipen.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 16 februari 2024

Mijn favoriete Amerikaanse films

Boyhood: Film over de groei tot volwassenheid van Mason van zijn 6e tot en met zijn 18e verjaardag.
 
Casablanca: Romantische film met Humphrey Bogart en Ingrid Bergman in de hoofdrollen.

City Lights: Stomme film met Charlie Chaplin die verliefd wordt op een blind bloemenmeisje.

Dombo: Tekenfilm over een kleine olifant met veel te grote oren waarmee hij kan vliegen.

E.T.: Lieve sciencefiction film over een jongetje dat vriendschap sluit met een wezentje uit de ruimte.

the General: De beroemdste film van Buster Keaton waarin hij een zuiderling speelt die in de achtervolging gaat als de noorderlingen een trein hebben gestolen.

It's a Wonderful Life: De ultieme feelgood film waarin James Stewart genoeg heeft van zijn leven.

Modern Times: Prachtige satire op de moderne tijd met Charlie Chaplin.

the Music Box: Meesterwerk van het onnavolgbare duo Oliver Hardy en Stan Laurel die een pianola moeten bezorgen in een huis dat bovenaan een zeer hoge trap ligt. Slapstick op zijn allerbest.

Once Upon a Time in the West: De ultieme western met Charles Bronson, Claudia Cardinale en muziek van Ennio Morricone

One Flew Over the Cuckoo's Nest: Film met Jack Nicholson die binnengebracht wordt in een psychiatrisch ziekenhuis, terecht of onterecht?

Rear Window: Een fotograaf die met een been in het gips zit en vermoed dat in het appartement tegenover hem een moord is gepleegd. Met James Stewart en een prachtige Grace Kelly.

Seven Chances: Buster Keaton is verliefd, zet een trouwadvertentie en wordt uiteindelijk door honderden trouwlustige vrouwen achtervolgd. Zeer hilarisch.

Sneeuwwitje: De allereerste en nog steeds de beste lange tekenfilm van Disney.
 
the Wizard of OZ: Kindsterretje Judy Garland die in een wondere wereld terechtkomt.
 
Mijn 3 favoriete Amerikaanse films:
1): the Music Box
2): the General
3): One Flew Over the Cuckoo's Nest

woensdag 14 februari 2024

Vriendenboek

Titelpagina, inhoudsopgave, voorwoord, en inleiding
 
Psychiatrie
1: Hoe het is om te leven als psychiatrisch patiënt
2: Ik als psychiatrisch patiënt
3: Mijn ouders
4: De psychiatrisch patiënt en werk
5: De psychiatrisch patiënt en de liefde
6: De psychiatrisch patiënt en zijn familie
7: De psychiatrische patiënt en vriendschap
8: De psychiatrische patiënt en de dood
9: De psychiatrische patiënt en zelfmoord
10: De psychiatrische patiënt en zijn zelfverzorging
11: De psychiatrische patiënt en zijn behandeling
12: De psychiatrische patiënt en zijn dag- en nachtritme
13: De psychiatrische patiënt en zijn lichamelijke gezondheid
14: De psychiatrische patiënt en de hulpverleners
15: De psychiatrische patiënt en zijn woonruimte
16: De psychiatrische patiënt en zijn hobby's
17: De psychiatrische patiënt en zijn financiën
18: De psychiatrische patiënt en wapenbezit
19: De omgang met de psychiatrische patiënt
20: De psychiatrische patiënt in boeken en films
 
Boeken: 43 schrijvers
800 voor Christus Homeros: Odysseia
430 voor Christus Herodotus: Verslag van mijn onderzoek
1000 Sei Shonagon: Het hoofdkussenboek
1580 Michel de Montaigne: Essays: deel 1
1790-1798 Giacomo Casanova: De geschiedenis van mijn leven: Deel 1: De school van het leven
1813 Jane Austen: Trots en vooroordeel
1859 Charles Darwin: Over het ontstaan van soorten
1860 Multatuli: Max Havelaar
1865-1871 Lewis Carroll: Alice in Wonderland
1867-1869 Lev Tolstoi: Oorlog en vrede: inleiding en deel 1
1875-1877 Lev Tolstoi: Anna Karenina; inleiding en deel 1
1880-1903 Anton Tsjechov: Verzamelde werken: deel 1
1892-1952 Ivan Boenin: Verzamelde werken: deel 1
1932 Louis Ferdinand Céline: Reis naar het einde van de nacht: deel 1
1946 Junichiro Tanizaki: Stille sneeuwval
1946 Konstantin Paustovski: Verre jaren
1957 Guiseppe Tomasi de Lampedusa: De tijgerkat
1959 Wilfred Thesiger: Woestijnen van Arabië
1960 René Goscinny: De kleine Nicolaas
1962 dr Seuss: Slaapboek
1965 Jean Dulieu: Paulus en de eikelmannetjes
1970 Helene Hanff: Charing Cross Road 84
1971 Annie M.G. Schmidt: Pluk van de Petteflet 
1975 Peter Singer: Dierenbevrijding
1982 Roald Dahl: De GVR
1985 Gabriel Garcia Marquez: Liefde in tijden van cholera
1987 Bill Watterson: Casper en Hobbes: deel 1
1987 Rigo van Meer: Leven met schizofrenie
1989 Frank van Rijn: Revanche in de Andes
1991 August Willemsen: De val 
1997 J.M. Coetzee: Jongensjaren
1913-1998 Marcel Proust en Stéphane Heuet: Op zoek naar de verloren tijd: deel 1: Combray
2001 Lieve Joris: Dans van de Luipaard
2003 Carolijn Visser: Tibetaanse perziken
2009 Jonathan Safran Foer: Dieren eten 
2009 A.L. Snijders: Vijf bijlen
2016 Eva Rovers: Boud
2016 Gerbrand Bakker: Jasper en zijn knecht
2016 Rodaan Al Galidi: Hoe ik talent voor het leven kreeg
2017 Willem Ritstier: Wills kracht 
2018 Jeroen Thijssen: Johannes van Dam
 
Films: 48 stukjes waarvan 14 combinaties regisseur + film, 17 losse films en 3 stukjes over Amerikaanse films, Nederlandse films en James Bond
Algerije  
België 
Cambodja  
Canada  
China 
Denemarken 
Duitsland 
Frankrijk 
Groot-Brittannië 
Monthy Python's Flying Circus
Hongarije  
Roemenië 
 
Overige berichten 
De muziek van mijn ouders
 
Dankwoord
 
Mijn vriendenboek telt 340 bladzijden op A5-formaat. Het is een gebonden hardcover op 140 grams houtvrij papier. De links op deze pagina zijn naar mijn blogposts met illustraties en sterrenwaarderingen. Van de meerdelige boekbesprekingen staat in mijn vriendenboek alleen het eerste stukje, van "Oorlog en vrede" en "Anna Karenina", het inleidende stukje plus het eerste stukje met citaten. Hier en daar zijn in mijn vriendenboek kleine details veranderd. Het boek is gedrukt bij drukkerij Bookadew in Roermond.
 

zaterdag 10 februari 2024

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 5

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 5 (Rusland, 1894-1903): 589 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins & Anne Stoffel (2010): Uitgeverij van Oorschot: serie De Russische bibliotheek
 

 
De afgelopen anderhalve week heb ik het vijfde en laatste deel van de verzamelde verhalen van Tsjechov, in de vertaling van Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel, herlezen. Wat ik eerder over deel vier schreef geldt ook voor deel vijf, het behoort tot het allermooiste dat ik ooit heb gelezen. Als ik een keus moet maken voor het mooiste boek dat ik ooit gelezen dan is het of het vierde deel (op 1 februari besproken) of dit vijfde deel in deze vertaling of "De dertig beste verhalen van Tsjechov" in de vertaling van Hans Boland. Aansluitend heb ik vandaag nog de 62 bladzijden "Nawoord" gelezen uit de vijf delen met daarin een beknopte levensbeschrijving van Tsjechov en een overzicht van wanneer hij wat heeft gepubliceerd.
 
De eerste 4 delen van zijn verzameld werk worden steeds beter (ik heb ze allemaal met 5 sterren gewaardeerd), en deel 5 is even goed als deel 4. In de eerste 3 delen zijn de meeste verhalen vrij kort, terwijl in delen 4 en 5 vooral wat langere verhalen staan. Juist in zijn wat langere verhalen is Tsjechov op zijn best.
 
Verhalen die mij bijzonder aanspreken in dit deel 5 zijn: "Drie jaren", "Mijn leven", de drie verhalen met dezelfde verteller: "Een man in een etui", "Kruisbessen" en "Over de liefde" en verder "Een schatje" en vooral ook "De dame met het hondje" dat misschien wel het bekendste verhaal is van Tsjechov. 

De verhalen van Tsjechov kenmerken zich door hun beknoptheid, hun aangename sfeerbeschrijvingen, de luchtige verteltoon en het prachtige Nederlands waarin ze zijn vertaald. Gaat u ze vooral zelf lezen!
 
Citaten:
- Even later zaten Laptev en zijn zwager boven in de eetkamer te souperen. Laptev dronk een glaasje wodka en ging daarna aan de wijn, Panaoerov dronk niets. Hij dronk nooit en kaartte niet en had desondanks zijn vermogen en dat van zijn vrouw erdoorheen gejaagd en veel schulden gemaakt. Om in zo korte tijd zo veel uit te geven moet je geen hartstochten hebben maar iets anders, een of ander bijzonder talent. Panaoerov hield van lekker eten, van een goede bediening, van diners met muziek, speeches en buigende lakeien, die hij achteloos tien of wel vijfentwintig roebel fooi toewierp; hij deed altijd mee aan alle intekenlijsten en loterijen, stuurde vrouwelijke kennissen bloemen op hun verjaardag, kocht kopjes, glashouders, manchetknopen, dassen, wandelstokken, parfum, sigarettenpijpjes, pijpen, hondjes, papegaaien, Japanse snuisterijen, antiek; hij had zijden nachthemden, een bed van ebbenhout met paarlemoer, een echte Boechaarse ochtendjas en dergelijke, en dat kostte allemaal dagelijks, zoals hij het zelf uitdrukte, een "smijt"geld.

- "Als de poëzie niet de problemen behandelt die u belangrijk lijken," zei Jartsev, "kies dan publicaties over techniek, politierecht en financieel recht, lees wetenschappelijke artikelen. Waarom zou Romeo en Julia in plaats van over liefde moeten gaan over, zeg, vrijheid van onderwijs of desinfectie van gevangenissen, als daar speciale artikelen en handleidingen over zijn?"

- "U bent erg lief, moet ik u zeggen," begon hij. "Vergeeft u mij de culinaire vergelijking, maar u doet me denken aan een vers ingezouten augurkje, dat zogezegd nog naar de broeikas ruikt, maar al enig zout en een vleugje dille bevat. ..."
 
- "Moeders zien in hun kinderen iets buitengewoons, zo heeft de natuur het nu eenmaal ingericht," zei Joelia. "Een moeder kan hele uren bij het bedje staan kijken wat voor oortjes, oogjes en neusje haar kind heeft, en is verrukt. Als een buitenstaander haar kind kust, denkt de arme vrouw dat dat hem een groot genoegen verschaft. En een moeder praat over niets anders dan over haar kind. Ik ken die zwakheid van moeders en ik let op mezelf, maar mijn Olja is echt buitengewoon. Zoals ze kijkt wanneer ze drinkt! En hoe ze lacht! Ze is pas acht maanden, maar bij God, zulke intelligente ogen heb ik zelfs bij driejarigen nooit gezien."
 
- Op het dek van de boot van Odessa naar Sebastopol werd ik aangesproken door een tamelijk knappe heer met een rond baardje, die om vuur vroeg en zei: "Let u eens op die Duitsers, die bij de stuurhut zitten. Als Duitsers of Engelsen bij  elkaar komen, praten ze over de wolprijzen, de oogst, of persoonlijke dingen; maar als wij Russen bij elkaar zijn, praten we om een of andere reden alleen over vrouwen en over het hogere. Maar vooral over vrouwen."
 
- "Jawel,"hoorde ik terwijl ik insliep. "Jawel. Het komt allemaal door onze opvoeding, meneertje. In de steden komt de hele opvoeding en vorming van de vrouw erop neer dat er een dier van haar gemaakt wordt dat het mannetjesdier kan behagen en veroveren. Jawel." Sjamochin zuchtte. "Meisjes moeten samen met jongens opgevoed en onderwezen worden, zodat ze altijd bij elkaar zijn. Een vrouw moet zo opgevoed worden dat ze net als een man haar ongelijk kan bekennen, want nu heeft ze volgens haarzelf altijd gelijk. Maak een meisje vanaf de luiers duidelijk dat een man niet in de eerste plaats aanbidder en huwelijkskandidaat is, maar een naaste, een gelijke in alle opzichten. Leer haar logisch denken, generaliseren en maak haar niet wijs dat haar hersens minder wegen dan die van een man en dat ze daarom onverschillig mag zijn voor kunst, wetenschap en andere cultuurverschijnselen. ..."

- Voor mij, een zorgeloos wezen dat een rechtvaardiging zocht voor zijn voortdurende lediggang, waren die zomerse zondagochtenden op de Russische landgoederen altijd buitengewoon aantrekkelijk. Wanneer een groene tuin, nog vochtig van de ochtenddauw, geheel straalt van zonlicht en gelukkig lijkt, wanneer het rond een huis naar reseda en oleander geurt, de jeugd pas terug is uit de kerk en theedrinkt in de tuin, en wanneer iedereen zo aardig gekleed en vrolijk is, en wanneer je weet dat al die gezonde, weldoorvoede, mooie mensen de hele dag niets zullen doen, dan zou je willen dat het hele leven zo was.

- Ik was in een stemming alsof ik op iemands bevel met een speer op een beer afstapte.

- "Onder de heren was het beter," zei de vader onder het haspelen. "Je werkte en je at en je sliep. alles op z'n tijd. Het middagmaal was koolsoep en grutten, 's avonds ook koolsoep en grutten. Augurken en kool waren er bij de vleet, je kon eten zoveel je als je hartje begeerde. Er was ook meer strengheid. Iedereen kende z'n plaats."

- Marja en Fjokla bekruisten zich geregeld, gingen jaarlijks ter communie, maar begrepen er niets van. Ze hadden hun kinderen niet leren bidden, spraken niet met hen over God, brachten hun geen regels bij en verboden ze alleen om in de vastentijd vlees en melkspijzen te eten. In de andere gezinnen was het bijna net zo: er waren maar weinigen die geloofden, weinigen die er iets van begrepen. Tegelijkertijd hielden ze allemaal van de Heilige Schift, teder en eerbiedig, maar boeken hadden ze niet, er was niemand die ze kon lezen of uitleggen, en doordat Olga soms uit het evangelie voorlas, oogstte ze respect en werden zij en Sasja met "u" aangesproken.

- Hij was geboren en getogen in Moskou, hij kende het platteland niet, had zich nooit voor fabrieken geïnteresseerd en er nooit een van binnen gezien. Maar hij had weleens over fabrieken gelezen, was bij fabrikanten op bezoek geweest en had met hen gepraat; en als hij een fabriek vanuit de verte of van dichtbij zag, kwam elke keer de gedachte bij hem op dat alles er van buiten nu wel zo stil en vredig uitzag, maar dat je binnen vermoedelijk een onoverkomelijke achterlijkheid zou aantreffen, een bot egoïsme van de eigenaren, eentonig, ongezond werk van de arbeiders, geruzie, wodka, ongedierte. En nu de arbeiders zo eerbiedig en schrikachtig opzij gingen voor zijn rijtuig kon hij van hun gezichten, hun petten en hun manier van lopen de fysieke onreinheid, dronkenschap, nervositeit en verdwazing aflezen.

- Zijn ruime, inderdaad bittere ervaring had hem lang geleden al geleerd dat iedere affaire, die in het begin altijd zo'n aangename afwisseling in het leven brengt en een aardig en luchtig avontuurtje lijkt, bij fatsoenlijke mensen en vooral bij Moskovieten, die moeilijk ergens warm voor lopen en zo besluiteloos zijn, steevast uitgroeit tot één groot, uiterst ingewikkeld probleem en dat de toestand uiteindelijk onhoudbaar wordt. Maar bij iedere nieuwe ontmoeting met een interessante vrouw ontglipte deze ervaring op een of andere manier zijn geheugen, kreeg hij zin in het leven en leek alles zo simpel en vermakelijk.

- Ook dit legde hij uit. Terwijl hij zo praatte bedacht hij dat hij nu onderweg was naar een rendez-vous, dat geen mens er weet van had en dat waarschijnlijk niemand er ooit van zou weten. Hij had twee levens: een openlijk leven, zichtbaar en bekend voor iedereen die het hoorde te zien en te kennen, vol conventionele waarheid en conventioneel bedrog, een leven dat als twee druppels water leek op dat van zijn kennissen en vrienden, en een ander leven, dat zich in het geheim afspeelde. En door een vreemde, misschien wel toevallige samenloop van omstandigheden speelde alles wat voor hem belangrijk, interessant en onmisbaar was, alles waarin hij oprecht was en zichzelf niet bedroog, alles wat de kern van zijn bestaan uitmaakte, zich in het geheim af, maar alles wat hij loog, het omhulsel waarin hij zich verschool om de waarheid te verbergen, zoals bijvoorbeeld zijn werk op de bank, de discussie op de club, zijn "inferieure ras", het aflopen van jubilea met zijn vrouw - dat alles was in de openheid. En naar zichzelf beoordeelde hij anderen, hij geloofde niet wat hij zag en veronderstelde altijd dat bij iedereen onder de sluier van een geheim, als onder de sluier van de nacht, zijn echte, meest interessante leven zich afspeelde. Elk persoonlijk bestaan is op geheimen gebaseerd, en misschien is dat voor een deel de reden dat een beschaafd mens zo krampachtig probeert te bewerkstelligen dat zijn persoonlijke geheim gerespecteerd wordt.

- "Sasja verweet me gisteren dat ik niets uitvoer, weet je nog?" zei hij na even gezwegen te hebben. "Tja, hij heeft gelijk! Helemaal gelijk! Ik voer niets uit en kan niks. Mijn schat, hoe komt dat? Waarom staat de gedachte alleen al me tegen om ooit een kokarde op te spelden en ergens in dienst te treden? Waarom word ik zo akelig als ik een advocaat of een leraar Latijn of een raadslid zie? O, moedertje Rusland! O, moedertje Rusland, hoeveel klaplopers en nuttelozen draag je nog met je mee! Wat lopen er veel mensen als ik op je rond, veelgeplaagd land!"
 Hij generaliseerde zijn eigen nietsdoen en zag daarin een teken des tijds.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 8 februari 2024

Boekrecensie, korte bespreking of leessuggestie?

Hoe moet ik de korte stukjes die ik over boeken schrijf, noemen?
 
Boekrecensies is mij te pretentieus. Bij een boekrecensie denk ik aan een wat uitgebreidere beschrijving van de inhoud in combinatie met opmerkingen van de bespreker over wat hij van een boek vindt en waarom, eventueel aangevuld met één of meer citaten. 
 
Als ik een boekrecensie van een ander lees, ben ik eigenlijk maar in één ding geïnteresseerd, lijkt het besproken boek mij de moeite van het lezen waard? Een korte bespreking van de inhoud helpt om hierbij een goede keuze te maken, maar opmerkingen over wat de bespreker goed of slecht aan het boek vindt, boeien mij niet zo. Iedereen heeft een andere smaak en ik bepaal zelf wel wat ik van het boek vind als ik het zelf lees.
 
Ik werk nauwelijks met inhoudsbeschrijvingen en al helemaal weinig met opmerkingen over wat ik goed of slecht vind aan een boek. Bijna ieder boek dat ik bespreek vind ik de moeite meer dan waard. Ik werk wel veel met citaten, mijn lezers kunnen zich zelf een oordeel vormen over de kwaliteit van de citaten en zo mogelijk beslissen om het boek te gaan lezen. Leessuggesties lijkt mij de meest toepasselijke term voor mijn stukjes.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 1 februari 2024

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 4

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 4 (Rusland, 1889-1894): 600 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins & Anne Stoffel (2008): Uitgeverij van Oorschot, serie "De Russische bibliotheek"


 
Als ik een prijs zou mogen uitreiken voor het mooiste boek dat ik ooit heb gelezen, dan is de kans groot dat die prijs naar dit vierde deel van de verzamelde werken van Tsjechov in de vertaling van Eekman, Prins en Stoffel zou gaan. In dit deel is Tsjechov op zijn allerbest. 

Verhalen uit dit deel die mij bijzonder aanspreken zijn onder meer "Een vervelende geschiedenis" en "Het duel" waaruit ik geciteerd heb, maar ook "Een spring-in-'t-veld", "Zaal 6" en "De zwarte monnik". Zoals ik al vaker heb gezegd: gaat u vooral zelf eens iets van Tsjechov lezen!
 
Citaten:
Uit "Een vervelende geschiedenis":
- ... Verwonderd als een kind kijk ik naar mijn vrouw. Ik vraag me verbaasd af: is die oude, zeer gezette, plompe vrouw met die botte gelaatsuitdrukking van kleine zorgjes en angst om een snee brood, met die blik die dof is van voortdurende gedachten aan schulden en geldgebrek, die alleen maar kan praten over uitgaven en alleen maar kan glimlachen om een koopje - is die vrouw werkelijk eens diezelfde slanke Varja geweest die ik hartstochtelijk lief kreeg om haar goede, heldere verstand, haar zuivere ziel, haar schoonheid en, zoals Othello Desdemona lief kreeg, om haar "medeleven" met mijn wetenschap? Is dit werkelijk mijn vrouw Varja, die mij eens een zoon heeft geschonken?

- De doctorandus krijgt van mij een onderwerp dat geen stuiver waard is, hij zal onder mijn toezicht een proefschrift schrijven waar geen mens op zit te wachten, het in een doodsaai dispuut met waardigheid verdedigen en een wetenschappelijke graad krijgen waar hij niets aan heeft.

- Ik heb Katja's voorliefde voor het toneel nooit gedeeld. Als een stuk goed is, hoef je volgens mij geen acteurs te belasten om de verlangde indruk te maken: men kan zich beperken tot lezen alleen. En als het stuk slecht is, maakt geen enkel toneelspel het goed.

- Varja en Liza hebben allebei een hekel aan Katja. Die hekel is onbegrijpelijk voor mij - om zoiets te begrijpen moet je waarschijnlijk een vrouw zijn. Ik verwed er mijn hoofd onder dat van de honderdvijftig jonge mannen die ik bijna dagelijks in mijn collegezaal zie, en van de honderd ouderen die ik wekelijks tegenkom, er nog niet één is die iets zou begrijpen van deze haat jegens Katja en die afkeer van haar verleden: haar buitenechtelijke zwangerschap en haar onwettige kind; en tegelijk kan ik me geen enkele mij bekende vrouw of meisje te binnen brengen die die gevoelens, bewust of instinctief, niet zou hebben.

- De studentenzonden ergeren me vaak genoeg, maar die ergernis is niets vergeleken met de vreugde die ik al dertig jaar ondervind wanneer ik met leerlingen in gesprek ben, hun college geef, hun onderlinge verhoudingen observeer en ze vergelijk met mensen uit andere kringen.
 
- ... Niet alleen artikelen, zelfs vertalingen die door serieuze Russische lieden gemaakt of geredigeerd worden vind ik lastig te lezen. De verwaande, minzame toon van de voorwoorden, de overdaad aan voetnoten van de vertaler, die me beletten me te concentreren, de vraagtekens en "sics" tussen haakjes die de royale vertaler door het hele artikel of boek strooit, komen me voor als een aanslag op zowel de persoonlijkheid van de auteur als op mijn zelfstandigheid als lezer.

Uit "Het duel":
- De vrienden kleedden zich aan en liepen naar het paviljoen. Daar was Samojlenko kind aan huis, ze hadden voor hem zelfs apart serviesgoed. Iedere ochtend kreeg hij op een dienblad een kop koffie, een hoog, geslepen glas met ijswater en een glaasje cognac; hij dronk eerst de cognac, dan de hete koffie, daarna het ijswater, en dat smaakte hem blijkbaar erg goed, want na het drinken gingen zijn ogen glimmen, hij streek met beide handen over zijn bakkebaarden en zei met een blik op de zee: "Een zeldzaam prachtig gezicht!"

- "... En wat de liefde aangaat - ik moet je zeggen dat leven met een vrouw die Spencer gelezen heeft en voor jou naar het einde van de wereld is gegaan even oninteressant is als met de eerste de beste Anfisa of Akoelina. Dezelfde lucht van strijkijzers, poeder en medicijnen, dezelfde papillotten iedere ochtend en hetzelfde zelfbedrog ..."

Von Koren over Lajevski:
- "Mensen worden beoordeeld naar hun daden," ging Von Koren voort. "Geeft u nu eens een oordeel, diaken ... Diaken, ik ga nu met u praten. Het optreden van de heer Lajevski ligt openlijk voor u uitgespreid, als een lange Chinese boekrol, en u kunt hem van begin tot eind lezen. Wat heeft hij gedaan in de twee jaar dat hij hier woont? We zullen het op onze vingers tellen. Ten eerste: hij heeft de inwoners van dit stadje vint leren spelen - twee jaar geleden was dat spel hier onbekend, nu speelt iedereen vint van de ochtend tot laat in de nacht, zelfs vrouwen en jongens; ten tweede: hij heeft de inwoners geleerd bier te drinken, dat hier ook onbekend was; verder hebben ze aan hem hun kennis van verschillende soorten wodka te danken, zodat ze nu geblinddoekt Kosjeljov-wodka van Smirnov-21 kunnen onderscheiden. Ten derde: vroeger leefde men hier in het geheim met andermans vrouw, uit dezelfde overwegingen waarom dieven in het geheim stelen en niet openlijk; overspel werd gezien als iets waarvoor je je schaamde om het aan de grote klok te hangen; Lajevski is in dat opzicht een pionier gebleken: hij leeft openlijk met andermans vrouw. Ten vierde ..."

Von Koren nogmaals over Lajevski:
- "... Lajevski is een tamelijk ongecompliceerd organisme. Dit is zijn zedelijke skelet: 's morgens pantoffels, in zee baden en koffie, dan tot het middagmaal pantoffels, lichaamsbeweging en gesprekjes, om twee uur pantoffels, middageten en wijn, om vijf uur baden, thee en wijn, dan vint en leugens, om tien uur souper en wijn, en na middernacht slapen en la femme. Zijn bestaan ligt besloten in dat enge programma, als een ei in zijn schaal. Of hij nu loopt of zit, boos wordt, schrijft, zich verheugt - alles draait om wijn, kaarten, pantoffels en vrouwen. ..."

- "... Begrijp toch, jij en mijn tante, dat mensenliefde niet in je hart moet zitten, niet in je maag en niet in je lendenen, maar hier!"
 Von Koren sloeg zich op het voorhoofd.

- "U zegt dat u een geloof hebt," zei de diaken. "Wat is dat voor geloof? Ik heb bijvoorbeeld een oom die pope is, en die gelooft zo sterk dat hij, als hij bij droogte in het veld om regen gaat bidden, een paraplu en een leren jas meeneemt om op de terugweg niet nat te regenen. ..."

- " ...Wel heb ik me, zoals ik nu tot mijn grote vreugde zie, vergist wat u betreft, maar ja, ook op een vlakke weg kan men struikelen, en zo is nu eenmaal het menselijk lot: als je je niet vergist in de hoofdzaak, zul je je vergissen in bijzaken. Niemand kent de werkelijke waarheid."

Nog drie losse citaten:
- Zoals je ook mensen hebt die altijd alleen maar intelligente en goede dingen zeggen, maar van wie je voelt dat het botteriken zijn.

- Hij hield naar zijn zeggen van Toergenjev, de troubadour van maagdelijke liefde, zuiverheid, jeugd en de droevige Russische natuur, al beminde hijzelf de maagdelijke liefde niet van nabij, maar van horen zeggen, als iets abstracts, iets dat buiten het werkelijke leven bestond.

- "Het huwelijk is een serieuze stap," zei Ippolit Ippolitytsj na enig nadenken. "Je moet alles beargumenteren, afwegen, zoiets doe je niet zomaar. Verstandig nadenken kan nooit kwaad, vooral niet als het om een huwelijk gaat, als je ophoudt vrijgezel te zijn en een nieuw leven begint."
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 5 van de verzamelde werken.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.