vrijdag 19 maart 2021

Guiseppe Tomasi di Lampedusa: De tijgerkat

Guiseppe Tomasi di Lampedusa: De tijgerkat (Italië, 1957): 253 blz: Vertaald door Anthonie Kee (2000): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep

De tijgerkat - G. Tomasi di Lampedusa

Ik heb de afgelopen dagen voor de derde keer het prachtige "De tijgerkat" van de Siciliaan Guiseppe Tomasi di Lampedusa, in de schitterend vertaling van Anthonie Kee, gelezen. Bij de vorige lezing was ik ook al zo enthousiast en ik heb dit boek cadeau gedaan aan een flink aantal van mijn vrienden nadat ik het tegenkwam bij de Ramsj.

Het verhaal gaat over de grootvader van de schrijver, don Fabrizio, prins van Salina. Hij is een imponerend man en de laatste van zijn familie die nog in de oude grandeur leeft, in een prachtig paleis woont en het leven er goed van neemt.

Behalve over het leven van de aristocratie gaat "De tijgerkat" ook over de veranderingen op Sicilië, waar in 1860 Garibaldi met zijn troepen op het eiland landt. De roman speelt zich voor het grootste deel in het jaar 1860 af.

In bijna ieder boek, roman of non-fictie, staan wel hele stukken tekst die de schrijver weg had kunnen laten en waardoor zijn of haar boek even goed was gebleven of zelfs beter geworden. Zo niet in "De tijgerkat", elke bladzijde doet ertoe.

Ik vind "De tijgerkat" één van de allermooiste boeken die ik ken, en een bijkomend voordeel, je kunt deze relatief dunne roman gemakkelijk in een paar dagen lezen.

Citaten:
- Ik weet dat ze te jong is om aan het hof te worden gepresenteerd, maar niets staat een intiem etentje in de weg. Macaroni en mooie meisjes, zoals men zegt.

- Ook pater Pirrone werd erdoor ontroerd. "Wat een mooi land zou dit zijn, Excellentie, als ..." "Als er maar niet zoveel jezuïeten waren," dacht de prins, wiens zalig voorgenot was verstoord door de stem van de priester. Maar van deze lelijke gedachte kreeg hij, ook al had hij hem niet uitgesproken, dadelijk spijt, en met zijn grote hand gaf hij een amicaal tikje op de baret van zijn oude vriend.

- Don Ciccio Ferrara kwam binnen, de boekhouder. Een mager mannetje dat zijn roofzuchtige liberalenziel, vol illusies, verborgen hield achter geruststellende brillenglazen en smetteloze dasjes.

- Voor ons staat een lapmiddel dat het honderd jaar belooft te houden gelijk aan de eeuwigheid. We kunnen ons natuurlijk bekommeren om onze kinderen, om onze kleinkinderen misschien; maar jegens wie komen zal na hen die wijzelf nog hopen te kunnen liefkozen hebben wij geen verplichtingen; en ik kan me al helemaal geen zorgen maken om wat mijn eventuele nakomelingen in het jaar 1960 zullen zijn.

- Tot besluit van de maaltijd werd rumgelei geserveerd. Dit was don Fabrizio's lievelingstoetje en de prinses, dankbaar voor de ontvangen vertroosting, was zo attent geweest er 's morgens tijdig opdracht voor te geven. De pudding maakte een dreigende indruk, in zijn vorm van een op bastions en taluds steunende donjon met effen, glibberige, onneembare muren, en met een rood en groen garnizoen van kersen en pistaches erbovenop; maar hij was doorschijnend en lillend en de lepel drong er verbazend gemakkelijk in door. Eenmaal bij Fransesco Paolo aangekomen, de zestienjarige die als laatste kreeg opgeschept, bestond de amberkleurige citadel nog slechts uit kapotgeschoten glacis en her en der verspreid liggende brokstukken. Vrolijk geworden van het aroma van de alcohol en de delicate smaak van het veelkleurige garnizoen had de prins met plezier toegekeken hoe de donkere vesting door de eetlust der bestormers werd ontmanteld.

- Naast het gebouw hielden de eucalyptussen van zo-even de wacht bij een diepe put die stilzwijgend zijn verschillende diensten aanbood: hij kon dienen als badplaats voor het vee, drenkplaats, kerker, begraafplaats. Hij leste de dorst, verspreidde de tyfus, hield ontvoerde christenmensen gevangen, verborg krengen en lijken net zolang tot het anonieme, gladgepolijste skeletten waren geworden.

- Een man van vijfenveertig kan menen dat hij nog jong is, tot hij erachter komt dat zijn kinderen de leeftijd hebben om verliefd te worden.

- Zijn neef keek hem aan met de ironische genegenheid die de jeugd overheeft voor oude lieden. "Wat vriendelijkheid kunnen ze zich tegenover ons best permitteren, want ze weten heel goed dat ze dag na onze begrafenis vrij zijn."

- Don Calogero's rok mocht dan als politieke manifestatie volkomen adequaat zijn, als kleermakersprestatie was het, dat kon men wel stellen, een ramp. De stof was heel soepel, het model recent, maar de snit gewoonweg monsterlijk.

- Tancredi had ze allang opgemerkt en, ocharm, zonder dat dit enig gevolg had. In het vuur van zijn jeugd liet hij zich meeslepen door de fysieke aantrekkingskracht van het prachtige vrouwtje, en ook door de, laten we het zo noemen: boekhoudkundige opwinding die het rijke meisje teweegbracht in het brein van een ambitieus maar armlastig man.

- Het duizelde don Fabrizio een beetje bij de eerste lezing van dit bijzondere stuk proza. Opnieuw gaf hij zich rekenschap van de verbazingwekkende snelheid van de geschiedenis. Om het eens in moderne termen uit te drukken: hij kwam terecht in de gemoedstoestand van iemand van vandaag de dag die, terwijl hij meent aan boord te zijn gegaan van zo'n gemoedelijk vliegtuigje dat tussen Palermo en Napels pendelt, opeens merkt dat hij opgesloten zit in een supersonische straaljager en inziet dat hij al op zijn plaats van bestemming zal zijn nog voor hij een kruis heeft kunnen slaan.

- "Maar, don Calogero, het resultaat van al deze rampen, van al dit hartenleed, is Tancredi. Wij weten het allemaal: de distinctie, de discretie, de charme van een jongen als hij zouden waarschijnlijk nooit hebben kunnen ontstaan als zijn voorvaderen er niet een half dozijn flinke fortuinen door hadden gejaagd. Op Sicilië gaat dat tenminste zo: een soort natuurwet, zoals je die ook hebt voor aardbevingen en perioden van droogte."

- Langzaam maar zeker begon don Calogero te begrijpen dat een gemeenschappelijke maaltijd niet noodzakelijkerwijs een orkaan van kauwgeluiden en een orgie van vetvlekken is; dat een gesprek echt niet altijd op een twist tussen honden hoeft te lijken; dat het een teken van kracht is als je een vrouw voor laat gaan, en geen teken van zwakheid, zoals hij altijd had gedacht; dat je bij een gesprekspartner meer bereikt als je zegt "ik heb me niet duidelijk uitgedrukt" dan met "je snapt er geen bal van"; en dat je op grond van deze inzichten heel wat profijt kunt trekken uit voedsel, vrouwen, gesprekken en gesprekspartners, zelfs als je ze goed behandelt.

- In die tijd heerste er nergens een zo weinig militaire geest als in Siciliaanse aristocratische families: officieren uit het Bourbonleger had men in de Palermitaanse salons nooit aangetroffen en de weinige garibaldisten die daar wel toe waren doorgedrongen hadden er meer de indruk gegeven van schilderachtige vogelverschrikkers dan van heuse militairen.

- De expedities door het schier eindeloze gebouw duurden eindeloos lang: ze leken naar een onbekend gebied te vertrekken, en dat was ook zo, want in heel wat van die vergeten appartementen had zelfs don Fabrizio nooit een voet gezet, overigens tot zijn niet geringe genoegen, want hij placht te zeggen dat een paleis waarvan men alle vertrekken kende het bewonen niet waard was.

- Het is waar, bij het waarderen van geschenken moet je rekening houden met wie ze aanbiedt: als een boer mij een stuk schapenkaas geeft is dat een groter cadeau dan wanneer Giulio, prins van Làscari, me uitnodigt voor een diner. Het vervelende is alleen dat ik walg van schapenkaas. Dan blijft alleen dankbaarheid over, die je niet ziet, en de van afkeer opgetrokken neus, die je maar al te goed ziet.

- Het was nog maar half elf, een beetje vroeg om op een bal te verschijnen als je de prins van Salina bent, die er altijd goed aan doet pas te arriveren als een feest zijn hoogtepunt bereikt heeft. Dit keer echter kon het niet anders, als ze tenminste aanwezig wilden zijn op het moment dat de Sedàra's zouden binnentreden, die mensen waren van wie je kon verwachten ("de stumpers weten nog niet beter") dat ze de tijdsaanduiding op de glanzende invitatie letterlijk zouden nemen.

- "Verliefden willen samen alleen zijn of eventueel met vreemden, maar niet met ouderen, en met verwanten al helemaal niet."

- Je kunt je maar beter zelf vervelen dan dat je een ander verveelt.

- ... dat alles had hem geërgerd, met de klaaglijke ergernis van de zeer zwakken, die henzelf vermoeit en uitput, maar die op zijn beurt ergernis wekt bij de goede lieden die nog heel wat levensjaren voor de boeg hebben.

- Eeuwige liefde duurt een paar jaar en geen vijftig.

- Maar was dit de waarheid wel? Nergens kent de waarheid een korter leven dan op Sicilië: iets is net vijf minuten geleden gebeurd of de eigenlijke kern is er al uit verdwenen, weggewerkt, verfraaid, misvormd, onderdrukt, vernietigd door fantasie en eigenbelang; schaamte, vrees, edelmoedigheid, kwaadwilligheid, opportunisme, barmhartigheid, alle hartstochten, zowel de goede als de boze, storten zich op het voorval en scheuren het aan flarden; in een mum van tijd is het verdwenen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten