Hans
Christian Andersen: Sprookjes en verhalen (Denemarken, 1837-): 1098
blz: Vertaald door Annelies van Hees (1992): Uitgeverij Athenaeum-Polak
& van Gennep, Perpetua-reeks
Hans Christian Andersen (1805-1875) was de Deense schrijver van een aantal wereldberoemde sprookjes.
In
mijn jeugd heb ik natuurlijk kennisgemaakt met een aantal van zijn
sprookjes. In 1996 heb ik een eerdere gedeeltelijke vertaling in de
Prisma-reeks gelezen. In 2008 las ik een aantal sprookjes in een
prachtige Engelse vertaling van Tiina Nunnally. In 2016 las ik de
Perpetua uitgave in zijn geheel. In april 2023 heb ik de eerste 306
bladzijden van
dit boek herlezen met daarin al de bekendste sprookjes van Andersen. Nu
ben ik begonnen met het herlezen van de laatste 800 bladzijden. Dat was
een hele kluif en leverde weinig op, geen enkel sprookje of verhaaltje
uit die laatste 800 bladzijden kan zich meten met de hieronder genoemde
sprookjes uit de eerste 306 bladzijden. Als laatste herlas ik de eerste
306 bladzijden.
De
vertaling van Annelies van Hees leest zeer prettig. Het is in Nederland
de gewoonte om bij een vertaling het gehele werk van een schrijver te
vertalen, zeker bij een schrijver van verhalen. In de meeste gevallen
ben ik hier een voorstander van, maar bij Andersen kun je toch wel
zeggen dat zijn beste sprookjes ver uitsteken boven de andere sprookjes
en verhalen en dat het herlezen van die andere verhalen vrijwel niets
toevoegt. Maar de 12 sprookjes die ik hieronder zal noemen, die samen
123 bladzijden tellen en die de kern van zijn oeuvre vormen
zijn terecht wereldberoemd. Je kunt deze sprookjes ook steeds weer
opnieuw lezen en eventueel voorlezen.
Kleine
Claus en grote Claus (11 blz) [in eerdere vertalingen was het kleine Klaas en
grote Klaas, wat mijn voorkeur heeft]: In een dorp woonden eens twee
mensen die allebei dezelfde naam hadden, ze heetten allebei Claus. De
ene werd grote Claus genoemd, was rijk, had vier paarden, was gemeen en dom.
De andere werd kleine Claus genoemd, was arm, had maar één paard, maar hij was
vriendelijk en slim. Iedereen die dit sprookje ooit gelezen heeft, weet
hoe het afloopt.
De prinses en de erwt (2): In dit sprookje wordt een methode aan de hand gedaan waarmee je een echte prinses kunt herkennen.
De kleine zeemeermin (21):
Het beroemde sprookje over een zeemeermin die verliefd wordt op een
knappe prins. Om aan land te kunnen gaan, moet ze haar prachtige stem
verliezen en haar mooie staart door twee onhandige pilaren, die mensen
benen noemen, laten vervangen. Door Disney verfilmd.
De nieuwe kleren van de keizer (5): Waarschijnlijk het beroemdste sprookje van Andersen waarin een ijdele keizer een onzichtbaar gewaad krijgt aangemeten.
De standvastige tinnen soldaat (5): Over een tinnen soldaatje met maar één been.
De
wilde zwanen (15): Een koning had elf zonen en één dochter. Een boze stiefmoeder betovert de prinsen in zwanen en verbant de prinses. De Chinese schrijfster Jung Chang heeft de
titel gebruikt als titel voor haar eigen boek.
De
nachtegaal (9): Sprookje over een echte en een kunst nachtegaal dat begint
met de beroemde openingszin: In China, moet je weten, is de keizer een
Chinees en alle mensen om hem heen zijn ook Chinezen.
Het lelijke jonge eendje (9) . Over een lelijk te groot jong eendje die uitgroeit tot een prachtige jonge zwaan.
De sneeuwkoningin (29):
De kleine Kay en Gerda zijn vriendjes van elkaar. Op een dag krijgt Kay
een stukje van een toverspiegel in zijn hart, waardoor zijn karakter
helemaal verandert. Kay verdwijnt en Gerda gaat op zoek naar haar
vriendje.
De rode schoentjes (6): Over Karen, een arm meisje dat rode schoentjes krijgt en niet meer kan ophouden met dansen.
De schaduw (12): Het verhaal over een geleerde en zijn schaduw die langzaam zijn plaats inneemt.
Het meisje met de zwavelstokjes (3): Zeer gevoelig verhaal over een arm meisje dat zwavelstokjes probeert te verkopen.
Het
loont zeer de moeite om bovenstaande sprookjes te lezen in deze
prachtige vertaling. Eigenlijk zou men een mooie geïllustreerde
uitgave moeten maken met een kleine selectie van de sprookjes en
verhalen maar met hele mooie illustraties. Manon Uphoff roemt in haar
nawoord de aquarellen van de Poolse kunstenaar Janusz. Grabianski.
: waardering voor het hele boekReacties op dit blog zijn meer dan welkom.
: 12 bovengenoemde sprookjes