Lieve Joris: De Golf (België, 1986): 157 blz: Uitgeverij Veen
Tussen
de Nederlandstalige schrijvers van reisverhalen, zitten twee vrouwen
die, wat mij betreft, ver boven hun collega's uitsteken. Ik bedoel
natuurlijk Carolijn Visser en Lieve Joris. De afgelopen maanden heb ik
het complete oeuvre van Carolijn Visser herlezen en besproken met
uitgebreide citaten. Nu wil ik hetzelfde gaan doen met het complete
oeuvre van de Vlaamse Lieve Joris.
"De
Golf" gaat over een uitgebreid bezoek van Lieve Joris aan de landen die
aan de Perzische Golf liggen. In de eerste plaats natuurlijk
Saoedi-Arabië, maar ook Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten,
waarbij Lieve Joris een bezoek brengt aan Dubai, Abu Dhabi, Qatar en
Bahrein. Het is Lieve Joris vooral te doen om te zien wat de invloed van
de enorme olierijkdom is op het leven van gewone mensen. Onderstaande
citaten spreken voor zich. "De Golf" is een mooi debuut.
- ... Ik heb de verhalen van mijn collega's gelezen zeg ik, ze gaan meestal over olie of over sjeiks, ik wil gewone Saoediërs ontmoeten, zien wat de olierijkdom in hun leven heeft veranderd.
- De weken daarvoor ben ik bestormd met wijze raad van Arabië-kenners. "Heb je al een sluier gekocht?" vroeg een Egyptische kennis me. "Zoveel mogelijk zwart dragen," zei een ander. Als ik de ambassadeur over de wenselijke outfit consulteer, geeft hij me een kleine demonstratie. Zijn been boven zijn bureau uitstekend, wijst hij met de hand onder de knie: zo lang moet de rok zijn. "No mini." Verder lange mouwen en een gesloten hals. "No décolleté."
- Voor ons staan enkele westerse vrouwen met hun man. In één oogopslag zie ik dat mijn kleding niet uit de toon valt bij de hunne. Halflange grijze rok, witte bloes, geblokt colbertje - een secretaresse zal ik me de volgende maanden vaak voelen. Koningin Elisabeth en Margaret Thatcher, hoor ik later, verschenen in Riad met jurken tot op de grond. Dat was nu ook weer niet nodig geweest, vonden de meeste Saoediërs.
-
Stille getuigen van de expansiedrift van het laatste decennium zijn de
onbewoonde flatgebouwen die elke avond als sombere schimmen oprijzen
tussen de uitbundig verlichte villa's. Daar hadden volgens
projectontwikkelaars Saoediërs moeten wonen. Maar al is de bevolking van
Riad in veertig jaar gestegen van 62.000 naar meer dan een miljoen, in
flats willen ze niet wonen. Het is moeilijk om op drie hoog schapen te
houden en waar blijft de privacy van de familie als een Saoedische vrouw
in de lift in contact kan komen met haar buurman?
- Op het marktplein worden vrijdag misdadigers op islamitische wijze berecht. Chop-square
noemen de buitenlanders het plein. Adel, een Egyptische kennis, is een
keer gaan kijken. Ze hakten een man zijn hand af en stopten zijn arm
toen in kokende olie om de wonde dicht te schroeien. Adel voelde zich
misselijk worden, maar rondom hem klapten mensen in hun handen.
-
Ook Ahmed heeft in Amerika gewoond, in Houston, waar zijn vader
studeerde. ... In Houston ontmoette hij veel Saoedische jongens die uit
kleine dorpjes kwamen. "Ze wisten niets over vrouwen, drugs of alcohol,"
zegt Ahmed, "they went bananas." Texanen wisten over Saoedi-Arabië al
even weinig, merkte hij. Ze vroegen hem of hij in een tent geboren was,
of hij een kameel in zijn voortuin had en een olietoren in zijn
achtertuin.
-
Toen het project in 1978 van start ging, waren de telefoonlijnen in
Saoedi-Arabië zo zwaar belast dat kooplieden in Djeddah liever hun privé
chauffeurs een boodschap lieten bezorgen dan de telefoon ter hand te
nemen. Zes jaar later heeft Saoedi-Arabië 1.200.000 telefoonlijnen en
kan men vanuit elke cel meer dan honderd landen automatisch bellen.
- ... technici en andere experts zien het nut van zo'n ceremonie niet in. Locals, zeggen ze, gaan raar gekleed, er hangt een weeïge lucht van sandelhout om hen heen, hun vrouwen lopen erbij als mummies en de mannen gaan in het buitenland allemaal naar de hoeren. Toch zijn diezelfde locals de managers en opdrachtgevers en voelen zij, de Nederlanders, zich als Turken.
- Peter Calis vertelt hoe hij op een avond een groep Saoediërs en Nederlanders uitnodigde om te eten. Daar zat een Hollandse boerenkinkel bij die zo nodig aan zijn Saoedische tafelgenoten moest vragen of dat nu wel goed was, altijd zo'n doek op je hoofd, werd je daar niet kaal van? De Saoediër keek hem van terzijde aan en antwoordde ijzig kalm: "Jullie westerlingen dragen altijd van die strakke broeken. Is dat niet slecht, krijg je daar geen kleine piemel van?"
- Toen later ook in andere delen van het land scholen voor meisjes werden opgericht, brak er onder traditionele Saoediërs verzet uit. In 1963 moest de Nationale Garde de school in de afgelegen provincie Kassim verdedigen tegen woedende vaders die met stenen gooiden. Koning Faisal liet hen weten dat ze niet verplicht waren hun dochters ernaartoe te sturen, net zoals hij enkele jaren later tegen tegenstanders van de televisie zou opmerken dat ze niet hoefden te kijken.
- "Mijn vader heeft me altijd verdedigd," zegt ze, "als hij dat niet gedaan had, zou het me nooit gelukt zijn hier te werken, want het zijn onze vaders en broers, en later onze mannen, die door onze omgeving verantwoordelijk worden gesteld voor ons gedrag. Als wij iets verkeerd doen, worden zij erop aangesproken."
- De imam was niet de enige die zich later zou beklagen over wat ze in den vreemde met zijn kind hadden aangericht. Bij sommigen kwam van studeren weinig terecht, enkele dagen na hun vertrek al kenden ze de weg naar alle bars en nachtclubs en aan het eind van hun verblijf probeerden ze een diploma te kopen. Veel universiteiten bleken daartoe bereid. Heimwee hadden die jongens toen ze terugkwamen, ze waren verliefd geworden op een meisje in Dublin, misten hun hond Churchill die ze in Houston hadden moeten achterlaten. luisterden de hele dag naar John Denver of droomden van downtown Sacramento waar ze 's avonds door de hoofdstraat liepen met een scoop of ice uit hun favoriete parlour.
- ... "Maar Saoedische studenten beseffen dat hun graad niet echt noodzakelijk is voor hun toekomst," zegt dr. Brass, "want waar het uiteindelijk om gaat is: hoe goed zijn de contacten die je vader er op nahoudt. Ze behalen een graad en betalen dan de buitenlanders om het werk te doen. En beklagen zich vervolgens over hen."
-
"In Amerika," zegt hij, "moeten studenten zelf hun studies betalen,
zodat ze zorgen dat ze vlug klaar zijn, maar hier is alles gratis en
doen studenten het daarom rustig aan. Op de parking staan de nieuwe
Mercedessen en Porsches die ze van hun vaders gekregen hebben, terwijl
de staf van de universiteit zich verplaatst met oude auto's. De
studenten hebben niet het gevoel dat ze moeten werken voor geld, want
hun ouders zijn rijk. Palestijnen, die kunnen overal overleven, maar
Saoediërs alleen hièr omdat alles gesubsidieerd is. En met subsidie kan
je zelfs op de maan leven."
-
"Eigenlijk zijn wij een gelukkige generatie," zegt Moetaiwee, "wij
hebben nog armoede gekend. De jongeren van nu zullen het moeilijker
krijgen want zij zijn geboren met een gouden lepel in de mond. Zij gaan
naar Buenos Aires met vakantie en praten het liefst over gouden
horloges, auto's of hun vriendinnetje in Engeland. Van de slechte dingen
van het leven, daar weten zij niets van."
-
Later probeerde ze hem wel eens te bellen als hij te lang wegbleef,
maar dan reageerde hij boos. "Onze mannen willen vrij zijn," zegt ze,
"als je hen vraagt waar ze geweest zijn, zeggen ze: ben ik getrouwd om
gecontroleerd te worden waar ik naartoe ga? Een man is als een leeuw,
zelfs als hij dom is, heeft hij de macht."
-
"We in Kuwait like the furniture car," zegt Hamed, wijzend naar de
zachtleren autobekleding en de stereo boxen achterin, "so tell
me,"what's the most lovely car you have seen in Kuwait? Ik sta met de
mond vol tanden, over die vraag heb ik nooit eerder nagedacht. Hamed is
diep teleurgesteld, hij kan zich niet voorstellen dat iemand over zo'n
belangrijk onderwerp zo weinig weet.