A.L.Snijders: De mol en andere dierenzkv's (Nederland, 2009): 64 blz: Uitgeverij AFdH
Bij het schrijven van een boekbespreking gaat het meestal uitsluitend over de inhoud en niet zozeer over de vorm van een boek. Vandaag zal ik het ook over de vorm hebben van "De mol ...".
Zoals altijd bij A.L. Snijders zijn de 34 zkv's (zeer korte verhalen) in dit boekje zeer aangenaam om te lezen. We lezen over de natuur. Er komen kippen, vossen, uilen, hazen, varkens en zelfs een bunzing voorbij.
Maar "De mol ..." is behalve dat het een boekje is met mooie verhalen, ook prachtig uitgegeven. Mijn exemplaar is een hardcover met daarin 14 prachtige inkttekeningen van Jan M. Verburg. Bovendien zit achterin het boekje een cd waarop alle 34 verhalen van het boek worden voorgelezen door de schrijver met een stem die veel lijkt op die van Hans Dorrestijn. Ik ben niet van de luisterboeken, maar hier heb ik met veel plezier naar geluisterd. De vormgeving van het boekje is ook prachtig.
Kortom, "De mol ..." is een prachtig kleinood voor mijn bibliotheek.
Voor de afwisseling citeer ik het stukje "Vos" in zijn geheel:
Vos
Hoewel
ik in de jaren '60 studeerde bij Hellinga, de grootste Reinaert-kenner
ooit, had ik nog nooit een vos in het wild gezien. (Omdat ik in de jaren
'60 studeerde bij Hellinga, de grootste Reinaert-kenner ooit, had ik
nog nooit een vos in het wild gezien.)
Nu
heb ik in korte tijd twee vossen gezien. De eerste was een vaal
scharminkel bij ons in de tuin. Ik stond voor het raam, hij liep kalm
voorbij op twee meter afstand. Ik kraaide van opwinding en riep met hoge
stem: "Een vos, een vos". Ik wist weliswaar dattie er zijn moest - een
paar weken eerder waren er immers drie kippen vermoord en een haan
verminkt - maar zien is iets anders dan weten. Enige tijd
later zag ik 's morgens vanuit mijn slaapkamerraam aan de bosrand een
fraai exemplaar met een grote staart rustig heen & weer lopen, neus
langs de grond, op zoek naar muizen. Toen ik even later naar hem
toeliep, met de honden (één los, één aan de lijn), zag hij mij. Hij
liep niet weg, hij ging zitten en keek naar ons, de oren gespitst. Bij
de afstand die zijn natuur dicteerde, draaide hij zich om en liep
langzaam naar de rand van het maïsveld. Daar ging hij achter de eerste
rij zitten, duidelijk zichtbaar. Toen pas begreep ik waarom hij een
hoofdfiguur in de wereldliteratuur is geworden.