Carolijn Visser: De kapers van Miskitia (Nederland, 1997): 249 blz: Uitgeverij Meulenhoff
"De
kapers van Miskitia" is het verslag van een lang verblijf van Carolijn
en haar Australische echtgenoot Wayne in Nicaragua. Het grootste deel
van de tijd verbleven ze tussen de Miskita-indianen die in kleine
dorpjes aan de kust leven. Een geweldig reisverslag!
- Hotel PEREZ was een blauw houten gebouw aan de ongeplaveide hoofdstraat van Puerto Cabezas. Op de begane grond werd tweedehandskleding uit de Verenigde Staten verkocht; ropa Americana werd dat genoemd. Grauwgewassen hemden, blouses en jurken hingen aan grote rekken binnen in het stoffige halfduister. 's Morgens werden de houten deuren geopend, ramen had de winkel niet. Het hotel was keurig onderhouden en geverfd, maar door die treurige handel beneden kreeg het een armoedig aanzien. Mevrouw Perez had me verteld dat het zinloos was nieuwe spullen aan te bieden, niemand in Puerto Cabezas had geld.
- Onder de toehoorders bevond zich een groot aantal internationalistas,
buitenlandse supporters van het sandinistische regime; veel
Nederlanders, maar ook Zweden, Duitsers en Amerikanen. Je hoorde ze
trots vertellen dat een van de sandinistische kopstukken iets tegen ze
had gezegd of dat een of andere commandante hun een lift had aangeboden
in zijn militaire jeep. Dat waren gebeurtenissen, kreeg je de indruk,
die ze hun hele leven niet zouden vergeten.
-
Ik knikte, want ik kende wel meer mensen die leefden met de bijbel. In
Puerto Cabezas was ik bevriend geraakt met Peter, uit Californië, en
zijn Britse vrouw Emma. Ze woonden vlak bij hotel Perez en waren lid van
een evangelische kerk. Er waren meer Amerikaanse evangelisten
neergestreken in het stadje. Ik trok met ze op, maar over religie sprak
ik niet met ze. Dat was ik van huis uit zo gewend. Mijn ouders hadden
geen geloof, maar onze buren, in Zeeland, waren streng in de leer. Op
zondag, als wij in bikini in de tuin zaten te zonnen, gingen zij in het
zwart gekleed ter kerke, de vrouwen en de meisjes met hoeden op. Op de
dag des Heren groetten wij elkaar niet, dat was stilzwijgend zo
afgesproken. Die dag brachten wij door op verschillende planeten. Ik
vond dat niet erg, 's maandags mocht ik weer bij ze spelen.
- Ook al waren de sandinisten officieel niet meer aan de macht, ze waren nog steeds op hun post. De verschillende instanties waar buitenlandse hulp werd ontvangen en gedistribueerd waren nog immer in handen van vooraanstaande partijleden. Het plaatselijke radiostation Caribe en de enige krant van Puerto, Autonomia, werden geleid door sandinisten. Zo kon je doorgaan: de twee supermarkten waren eigendom van sandinisten, net als het machtigste houtvestersbedrijf, het grootste restaurant, het mooiste café en de vrachtwagens die de verbinding onderhielden met Waspam.
Er bestond zelfs een speciale term voor deze roverij: de mensen spraken over vóór en na de piñata, Een piñata is een snoepzak die op kinderfeestjes wordt opgehangen. Jongens en meisjes prikken er met stokken gaten in en mogen de zuurtjes die eruit vallen van de grond grabbelen.
- Drinkwater bewaarde ik in aparte flessen, ik had het behandeld met een desinfecterend middel, anders kon je er ziek van worden. In Puerto heersten allerlei soorten darmkwalen. Eigenlijk moest ik het water eerst koken, maar dat was wel heel veel werk.
- Op een zondagochtend was ik naar de markt geweest. Zeven dagen in de week waren daar vrouwen te vinden met manden verse vis. Ik had een paar kilo makreel gekocht en liep terug naar huis. Op de hoek van onze straat stonden twee jongetjes me op te wachten. "Señora," riepen ze opgewonden, "er is iets vreselijks gebeurd, kom kijken, kom kijken," ze draafden voor me uit. Ik kende ze wel, die twee kleine schooiertjes, ze slenterden vaak langs. Bij de poort haalde ik ze in. "Un ladron," een dief, riep de kleinste.
- Het was alsof ik in een ouderwets bruin café in Berlijn of Amsterdam was binnengestapt. Miskito-indianen voelden geen behoefte om sociale problemen in kaart te brengen en daar oplossingen voor te bedenken. Mijn Australische levensgezel evenmin. Het ontbrak ook hem ten enenmale aan dat ijkpunt in de toekomst dat Duitsers en Nederlanders zo duidelijk voor zich zien: een rechtvaardige wereld.
-
... Linda mengde zich in het gesprek. "Daarom mag ik nooit naar de
kerk!" Wolfgang lachte: "Welnee, ik zeg alleen altijd: als je iets voor
je medemens wilt doen, ga dan eten koken voor de armen." Maar er waren
nog een heleboel andere redenen om naar de kerk te gaan, vond Linda.
"Als je mensen wilt ontmoeten of een reden zoekt om je op te doffen, ga
dan naar de disco," ried Wolfgang.
-
"Kom," zei Wolfgang, "het regent niet meer zo hard als eerst." We
hadden de bescherming van de hut nauwelijks verlaten of een nieuwe
plensbui diende zich aan. "Maakt niet uit." Hij stapte vastberaden de
modder in. Ik verdween tot mijn knieën in het moeras. Zouden hier
slangen zitten? vroeg ik me af. Ik had gehoord dat slangen altijd de
tweede persoon in een rij bijten. Door de eerste passant worden ze
verrast, de tweede pakken ze. We kwamen bij het riviertje, dat uit zijn
oevers was getreden. Wolfgang stond al tot zijn middel in het water. Hij
gebaarde me te volgen. Ik voelde glibberige dingen onder mijn laarzen
en speurde de stroom af naar waterslangen.
- De laatste keer dat de jongen met Wolfgang in Puerto was, had hij een meisje ontmoet in de disco, een creoolse. Hij schreef haar in het Engels. "Je bent zo mooi als een slanke cipres," las hij voor. "Hier groeien geen cipressen," corrigeerde Wolfgang hem. "Ze weet niet wat dat is. Maak er maar caoba van, dat is ook een mooie boom." Geconcentreerd bracht de jongen de verbetering aan. "De laatste regels zijn heel mooi," zei hij: "Ik mis je verschrikkelijk. Zonder jou ben ik als een tijger zonder tijgerin, als een auto zonder wielen." Tevreden likte hij de envelop dicht.
- Wayne had met zijn bemanning afgesproken hoe er gehandeld zou worden in geval van een cocaïnevangst; als buitenlandse scheepseigenaar wilde hij absoluut geen drugs aan boord, hij zou voor jaren de gevangenis in draaien. Maar de cocaïne laten drijven was ook gevaarlijk. Hij knikte naar de mannen in de kuip. "Als ik geen toestemming zou geven om het spul mee te nemen, zou ik overboord gaan, met een kogel door mijn hoofd." Daarom was er een compromis gesloten: de cocaïne zou met de Creole Princess onmiddellijk aan land worden gebracht en daar worden verborgen. Later konden de mannen het met een ander schip ophalen.
Carolijn aan het vissen:
- Ik voelde iets bewegen en inspecteerde mijn haak; de garnaal was verdwenen. Joseph legde uit dat ik mijn draad voortdurend gespannen moest houden en onmiddellijk moest handelen als ik iets voelde. Zo hield je contact met je prooi. Een lichte beroering. Ik gaf een ruk en haalde een geelstaart boven. Voor het eerst van mijn leven had ik een vis gevangen. Meedogenloos wrong ik de haak uit zijn bek.
- Op de voorste bank pakten Claudia en Tomás elkaars hand. Hazel wierp me een samenzweerderige blik toe. Wolfgang onderschepte die, hij lachte: "Een mens kan het beste altijd verliefd zijn, dan functioneren we beter." Hazel hief verwonderd haar gezicht. Miskita-vrouwen hebben niet zo'n hoge pet op van de liefde. "Wij houden van een man die ons te eten geeft," had ze me eerder uitgelegd.
-
Cristino trok nog maar eens een fles open en stak op luide toon een
verhaal af. Verschillende passagiers draaiden zich om en keken me aan.
Had hij het over mij? Ik zag angst in de ogen van de domineesvrouw. "Wat
zegt hij?" vroeg ik Hazel ongerust. "Dat zal ik je later vertellen,"
weerde ze af. "Nee," zei ik, "ik wil het nu weten." Hazel zocht naar
Engelse woorden. "Hij zegt dat hij verschillende wapens aan boord heeft
en jou kan verkrachten en ontvoeren als hij daar zin in heeft." "Wat?"
vroeg ik geschokt. Hazel keek peinzend voor zich uit. "Ik weet niet of
het waar is van die wapens," zei ze praktisch.
-
... maar onderweg bleef Hazel weer karig met haar vertalingen. Ik
schepte moed toen we naast elkaar liepen over een modderig pad en zei:
"Zou je me misschien wat vaker kunnen uitleggen waar iedereen het over
heeft? Anders sta ik overal zo buiten." Ze keek me verbaasd aan. "Ja,
natuurlijk,"zei ze, maar ze deed het niet. Ze vond, geloof ik, dat
iedereen alleen hoefde te doen waar hij zin in had. Soms vond ze het
leuk om te vertalen, andere momenten deed ze liever iets anders. Dat ik
haar betaalde om mijn tolk te zijn, was niet van belang. We waren
allemaal gelijk, was haar uitgangspunt.
- Ik schommelde in de mahoniehouten stoel, in de ban van de verhalen van de dominee. Hoe was het mogelijk, vroeg ik me af, dat iemand hier op een calvinistische manier orde had willen scheppen? In dit land, waar elk jaar orkanen overheen raasden, waar voortdurend coups dreigden, waar het gewoon was dat een man vijftien kinderen maakte bij zes verschillende vrouwen. Waar iemand rustig vijf dagen aan één stuk dronken kon zijn.