Posts tonen met het label Nicaragua. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nicaragua. Alle posts tonen

dinsdag 17 september 2024

Carolijn Visser: De kapers van Miskitia

Carolijn Visser: De kapers van Miskitia (Nederland, 1997): 249 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
"De kapers van Miskitia" is het verslag van een lang verblijf van Carolijn en haar Australische echtgenoot Wayne in Nicaragua. Het grootste deel van de tijd verbleven ze tussen de Miskita-indianen die in kleine dorpjes aan de kust leven. Een geweldig reisverslag!
 
Citaten:
- Hotel PEREZ was een blauw houten gebouw aan de ongeplaveide hoofdstraat van Puerto Cabezas. Op de begane grond werd tweedehandskleding uit de Verenigde Staten verkocht; ropa Americana werd dat genoemd. Grauwgewassen hemden, blouses en jurken hingen aan grote rekken binnen in het stoffige halfduister. 's Morgens werden de houten deuren geopend, ramen had de winkel niet. Het hotel was keurig onderhouden en geverfd, maar door die treurige handel beneden kreeg het een armoedig aanzien. Mevrouw Perez had me verteld dat het zinloos was nieuwe spullen aan te bieden, niemand in Puerto Cabezas had geld.

- Onder de toehoorders bevond zich een groot aantal internationalistas, buitenlandse supporters van het sandinistische regime; veel Nederlanders, maar ook Zweden, Duitsers en Amerikanen. Je hoorde ze trots vertellen dat een van de sandinistische kopstukken iets tegen ze had gezegd of dat een of andere commandante hun een lift had aangeboden in zijn militaire jeep. Dat waren gebeurtenissen, kreeg je de indruk, die ze hun hele leven niet zouden vergeten.

- Ik knikte, want ik kende wel meer mensen die leefden met de bijbel. In Puerto Cabezas was ik bevriend geraakt met Peter, uit Californië, en zijn Britse vrouw Emma. Ze woonden vlak bij hotel Perez en waren lid van een evangelische kerk. Er waren meer Amerikaanse evangelisten neergestreken in het stadje. Ik trok met ze op, maar over religie sprak ik niet met ze. Dat was ik van huis uit zo gewend. Mijn ouders hadden geen geloof, maar onze buren, in Zeeland, waren streng in de leer. Op zondag, als wij in bikini in de tuin zaten te zonnen, gingen zij in het zwart gekleed ter kerke, de vrouwen en de meisjes met hoeden op. Op de dag des Heren groetten wij elkaar niet, dat was stilzwijgend zo afgesproken. Die dag brachten wij door op verschillende planeten. Ik vond dat niet erg, 's maandags mocht ik weer bij ze spelen.

- Ook al waren de sandinisten officieel niet meer aan de macht, ze waren nog steeds op hun post. De verschillende instanties waar buitenlandse hulp werd ontvangen en gedistribueerd waren nog immer in handen van vooraanstaande partijleden. Het plaatselijke radiostation Caribe en de enige krant van Puerto, Autonomia, werden geleid door sandinisten. Zo kon je doorgaan: de twee supermarkten waren eigendom van sandinisten, net als het machtigste houtvestersbedrijf, het grootste restaurant, het mooiste café en de vrachtwagens die de verbinding onderhielden met Waspam.
 Er bestond zelfs een speciale term voor deze roverij: de mensen spraken over vóór en na de piñata, Een piñata is een snoepzak die op kinderfeestjes wordt opgehangen. Jongens en meisjes prikken er met stokken gaten in en mogen de zuurtjes die eruit vallen van de grond grabbelen.

- Drinkwater bewaarde ik in aparte flessen, ik had het behandeld met een desinfecterend middel, anders kon je er ziek van worden. In Puerto heersten allerlei soorten darmkwalen. Eigenlijk moest ik het water eerst koken, maar dat was wel heel veel werk.

- Op een zondagochtend was ik naar de markt geweest. Zeven dagen in de week waren daar vrouwen te vinden met manden verse vis. Ik had een paar kilo makreel gekocht en liep terug naar huis. Op de hoek van onze straat stonden twee jongetjes me op te wachten. "Señora," riepen ze opgewonden, "er is iets vreselijks gebeurd, kom kijken, kom kijken," ze draafden voor me uit. Ik kende ze wel, die twee kleine schooiertjes, ze slenterden vaak langs. Bij de poort haalde ik ze in. "Un ladron," een dief, riep de kleinste.

- Het was alsof ik in een ouderwets bruin café in Berlijn of Amsterdam was binnengestapt. Miskito-indianen voelden geen behoefte om sociale problemen in kaart te brengen en daar oplossingen voor te bedenken. Mijn Australische levensgezel evenmin. Het ontbrak ook hem ten enenmale aan dat ijkpunt in de toekomst dat Duitsers en Nederlanders zo duidelijk voor zich zien: een rechtvaardige wereld.

- ... Linda mengde zich in het gesprek. "Daarom mag ik nooit naar de kerk!" Wolfgang lachte: "Welnee, ik zeg alleen altijd: als je iets voor je medemens wilt doen, ga dan eten koken voor de armen." Maar er waren nog een heleboel andere redenen om naar de kerk te gaan, vond Linda. "Als je mensen wilt ontmoeten of een reden zoekt om je op te doffen, ga dan naar de disco," ried Wolfgang.

- "Kom," zei Wolfgang, "het regent niet meer zo hard als eerst." We hadden de bescherming van de hut nauwelijks verlaten of een nieuwe plensbui diende zich aan. "Maakt niet uit." Hij stapte vastberaden de modder in. Ik verdween tot mijn knieën in het moeras. Zouden hier slangen zitten? vroeg ik me af. Ik had gehoord dat slangen altijd de tweede persoon in een rij bijten. Door de eerste passant worden ze verrast, de tweede pakken ze. We kwamen bij het riviertje, dat uit zijn oevers was getreden. Wolfgang stond al tot zijn middel in het water. Hij gebaarde me te volgen. Ik voelde glibberige dingen onder mijn laarzen en speurde de stroom af naar waterslangen.

- De laatste keer dat de jongen met Wolfgang in Puerto was, had hij een meisje ontmoet in de disco, een creoolse. Hij schreef haar in het Engels. "Je bent zo mooi als een slanke cipres," las hij voor. "Hier groeien geen cipressen," corrigeerde Wolfgang hem. "Ze weet niet wat dat is. Maak er maar caoba van, dat is ook een mooie boom." Geconcentreerd bracht de jongen de verbetering aan. "De laatste regels zijn heel mooi," zei hij: "Ik mis je verschrikkelijk. Zonder jou ben ik als een tijger zonder tijgerin, als een auto zonder wielen." Tevreden likte hij de envelop dicht.

- Wayne had met zijn bemanning afgesproken hoe er gehandeld zou worden in geval van een cocaïnevangst; als buitenlandse scheepseigenaar wilde hij absoluut geen drugs aan boord, hij zou voor jaren de gevangenis in draaien. Maar de cocaïne laten drijven was ook gevaarlijk. Hij knikte naar de mannen in de kuip. "Als ik geen toestemming zou geven om het spul mee te nemen, zou ik overboord gaan, met een kogel door mijn hoofd." Daarom was er een compromis gesloten: de cocaïne zou met de Creole Princess onmiddellijk aan land worden gebracht en daar worden verborgen. Later konden de mannen het met een ander schip ophalen.

Carolijn aan het vissen:
- Ik voelde iets bewegen en inspecteerde mijn haak; de garnaal was verdwenen. Joseph legde uit dat ik mijn draad voortdurend gespannen moest houden en onmiddellijk moest handelen als ik iets voelde. Zo hield je contact met je prooi. Een lichte beroering. Ik gaf een ruk en haalde een geelstaart boven. Voor het eerst van mijn leven had ik een vis gevangen. Meedogenloos wrong ik de haak uit zijn bek.

- Op de voorste bank pakten Claudia en Tomás elkaars hand. Hazel wierp me een samenzweerderige blik toe. Wolfgang onderschepte die, hij lachte: "Een mens kan het beste altijd verliefd zijn, dan functioneren we beter." Hazel hief verwonderd haar gezicht. Miskita-vrouwen hebben niet zo'n hoge pet op van de liefde. "Wij houden van een man die ons te eten geeft," had ze me eerder uitgelegd.

- Cristino trok nog maar eens een fles open en stak op luide toon een verhaal af. Verschillende passagiers draaiden zich om en keken me aan. Had hij het over mij? Ik zag angst in de ogen van de domineesvrouw. "Wat zegt hij?" vroeg ik Hazel ongerust. "Dat zal ik je later vertellen," weerde ze af. "Nee," zei ik, "ik wil het nu weten." Hazel zocht naar Engelse woorden. "Hij zegt dat hij verschillende wapens aan boord heeft en jou kan verkrachten en ontvoeren als hij daar zin in heeft." "Wat?" vroeg ik geschokt. Hazel keek peinzend voor zich uit. "Ik weet niet of het waar is van die wapens," zei ze praktisch.

- ... maar onderweg bleef Hazel weer karig met haar vertalingen. Ik schepte moed toen we naast elkaar liepen over een modderig pad en zei: "Zou je me misschien wat vaker kunnen uitleggen waar iedereen het over heeft? Anders sta ik overal zo buiten." Ze keek me verbaasd aan. "Ja, natuurlijk,"zei ze, maar ze deed het niet. Ze vond, geloof ik, dat iedereen alleen hoefde te doen waar hij zin in had. Soms vond ze het leuk om te vertalen, andere momenten deed ze liever iets anders. Dat ik haar betaalde om mijn tolk te zijn, was niet van belang. We waren allemaal gelijk, was haar uitgangspunt.
 
- Ik schommelde in de mahoniehouten stoel, in de ban van de verhalen van de dominee. Hoe was het mogelijk, vroeg ik me af, dat iemand hier op een calvinistische manier orde had willen scheppen? In dit land, waar elk jaar orkanen overheen raasden, waar voortdurend coups dreigden, waar het gewoon was dat een man vijftien kinderen maakte bij zes verschillende vrouwen. Waar iemand rustig vijf dagen aan één stuk dronken kon zijn.
 
 
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 16 september 2024

Carolijn Visser: Het goud van Bonanza

Carolijn Visser: Het goud van Bonanza (Nederland, 1996): 54 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
"Het goud van Bonanza" is door Carolijn Visser geschreven in opdracht van het CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek). De meeste boeken die in opdracht van het CPNB zijn geschreven, zijn op zijn best erg matig. "Het goud van Bonanza", over een bezoek van Carolijn Visser aan een goudmijn in Nicaragua, is uitstekend geschreven. Met een lengte van slechts 50 bladzijden, vind ik het een beter boek dan alle boekenweekgeschenken die ik de laatste 30 jaar heb gelezen.
 
Citaten:
- Een stoet van revolutionaire toeristen trok voorbij aan het Managuaanse adres waar ik dertien jaar geleden logeerde. De Nederlanders in het pension droegen T-shirts waarop "Viva Sandino" stond te lezen. Een kraker uit Tilburg combineerde dat met een camouflagebroek en een stoppelbaard; het grootste compliment dat je hem kon geven was dat hij op Che Guevara leek. 
 In de kamer naast mij woonde een Noorse dichter, in de volgende een punk uit Zürich. Hij werd opgevolgd door een Zweedse feministische fotografe die de kracht van haar revolutionaire zusters kwam vastleggen. Vrijwel alle pensiongasten waren gekomen met een opdracht: er werd dag in dag uit gefilmd, geschreven en gedicht voor het thuisfront, dat niet te verzadigen leek.
 Overal in de stad klonk wapengekletter, de televisie vertoonde voortdurend militaire parades. De juntaleden doorkruisten Managua begeleid door jeeps vol bewapende soldaten. Ook op de universiteit hing een militaire sfeer. De studenten leerden marcheren en op de campus stond een metalen beeld dat een man met een machinegeweer voorstelde. Ik zag een Amsterdamse haar hand op zijn schouder leggen toen ze poseerde voor een foto: de Nicaraguaanse burgeroorlog was een vakantiedoel geworden.

- Violeta Chamorro [destijds de presidente van Nicaragua] heeft in het desolate centrum borden met teksten laten opstellen: "Met z'n allen moeten we werken aan de opbouw van het land", "Kinderen zijn de toekomst van Nicaragua". Geen uitspraken die westerse intellectuelen op de been zullen brengen. De sandinistische leuzen, destijds in zwart en rood op alle muren aangebracht, waren door een beter en bloeddorstiger tekstschrijver bedacht: "Vaderland of dood! Alle wapens aan het volk."

- ... In het openbaar durfde niemand een woord van kritiek te spuien omdat je dan gearresteerd kon worden. Gloria had een broodfabriek en dertig mensen in dienst. Ik vond haar een goede representante van de groeiende oppositie in het land en schreef een verhaal over haar in een Nederlandse krant. Dat ontketende een lawine van ingezonden brieven. Hoe kon de kwaliteitskrant zoiets plaatsen? Collega's wezen me terecht: de sandinistische revolutie bekritiseer je niet; denk aan je toekomst.

- In de stoffige achterbuurt waar ik terechtkom zijn de winkels beveiligd met tralies alsof er zich binnen geen rijst maar goud bevindt; de klanten worden bediend door een loket van staal. Het huis van buseigenaar Baltadano wordt omheind door een hoog hek waarachter motoronderdelen liggen opgetast. "Ze zijn nog onderweg," roept iemand van binnen, "kom vanmiddag maar terug." Ik neem een kamer in hospedaje La Flor, een krot met een mooie naam, en wacht tot de martelende hitte van de dag is overgedreven.

In een vliegtuig:
- Wanneer ik me heb vastgegespt in mijn stoel sla ik tot mijn verbazing bezwerend een kruis, net zoals de vrouw naast mij.
 
- Na een veilige landing zegt mijn buurvrouw dat we het "dank zij God" overleefd hebben en dat beaam ik; als ik vaker aan zulk gevaar werd blootgesteld, zou ik zeker gelovig worden.

- Lacayo concludeert kwaad: "Mijn voormalige sandinistische vrienden hebben nu de economische macht in handen. Ze hebben veel geld en heel veel bezittingen. Het is onmogelijk om dat aan te tonen, want alles staat op naam van familie, vrienden en loyale werknemers."

- Het is al uren donker. Als ik aanstalten maak om te vertrekken zegt Walter Smit: "Je bent van harte welkom hier te logeren." Dat aanbod wimpel ik beleefd af, ik heb er geen behoefte aan onder één dak te slapen met een ex-militair, een berouwvolle professor en een wraakzuchtige Amerikaan.

- De mooiste straat van Bonanza heeft de vorm van een halve maan. Hier is de best gesorteerde winkel van het dorp te vinden: aan het plafond hangen kleren, op de toonbank staan pannen, er zijn tientallen laden met gereedschap en knopen. Vrijwel alles wat te koop is in Bonanza, is gemaakt in China.
 
- Als Smit naar buiten loopt drukt hij mij een papier in handen, een fotokopie van een kranteartikel: het gaat over de voormalige sandinistische manager van de mijn in Bonanza. Hij moest het veld ruimen voor Walter Smit en werd daarna directeur van een steengroeve van de staat. In het artikel wordt hij ervan beschuldigd dat hij het bedrijf "gesnoepzakt" heeft, een Nicaraguaanse uitdrukking die betekent: alles van enige waarde meenemen en verkopen. Van het bedrijf rest slechts een leeg gebouw.

- "Iedereen zoekt werk," zeg ik. "Betaalde vrije tijd," vindt Kastl, "de mensen hier weten niet wat werken is." Hij kan het weten, want Kastl kent de wereld: destijds was hij een naaste medewerker van Allende, in Mozambique werkte hij jaren voor de FAO. Nu gaat hij in Nicaragua zorgen voor "biodiversiteit" in het regenwoud en "Lebensraum" voor de indianen. Ik knik enthousiast, daar kan immers geen mens tegen zijn, al klinkt het woord Lebensraum een Nederlander niet zo sympathiek in de oren.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 14 september 2024

Carolijn Visser: Ver van hier

Carolijn Visser: Ver van hier (Nederland, 1995): 309 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Met de Rainbow Pocket "Ver van hier" was ik wel heel snel klaar. Alle verhalen in deze bundel, op het laatste na, staan in eerdere boeken van Carolijn Visser. Alleen het laatste verhaal "Terug naar Middelburg" was nog niet eerder in boekvorm gepubliceerd. Dit verhaal met een lengte van slechts 4 bladzijden kun je rustig overslaan. Er is dus geen enkele reden om dit boek te lezen of te kopen, tenzij je erg van pockets houdt.  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 26 augustus 2024

Carolijn Visser: Verre reizen

Carolijn Visser: Verre reizen: Verhalen uit de werkelijkheid (Nederland, 1989): 175 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
In "Verre reizen" staan een aantal verhalen over mensen die Carolijn Visser heeft ontmoet in China, Japan, Malawi, Nicaragua en Armenië. Zoals altijd bij Carolijn Visser zijn de verhalen erg onderhoudend en lezen ze prettig.  
 
Citaten:
- Ik bezocht China voor de vijfde keer en weer waren de veranderingen die ik zag bijna te groot om te bevatten. Het land bevindt zich in zo'n enorm snelle omwenteling, als je na een paar maanden ergens terugkeert lijkt er wel een nieuw decor neergezet. Hele straten zijn in de tussentijd afgebroken, torenflats gebouwd, fabrieken geopend, wegen op palen omgelegd.

- Inmiddels was ons gezelschap behoorlijk aangezwollen, met z'n allen pasten we net in de woonkamer. "Nu krijgen we milk-tea," zei Lilly, "Mongolian style." In grote kroezen werd zwarte thee geschonken, daar werden vette boter en gierstkorrels bijgedaan, het drankje smaakte erg zout. "Dit is wat wij drinken op de graslanden," riepen de twee kunstenaars vrolijk.

- Ik was voor het eerst in Amsterdam, voor het eerst in een Chinese toko. Iets later at ik een kom noedels in een donker restaurant op de Zeedijk, vier Chinese mannen zaten aan een tafel bij een vuil raam iets te bekonkelen. Daarna heb ik er altijd van gedroomd naar China te gaan. Dat moest zoiets zijn, stelde ik mij voor, als een veelvoud van die prachtige winkel, van dat geheimzinnige restaurant.

- In Hongkong wordt er geen aandacht geschonken aan de buitenlandse bezoeker, je mag gaan en staan waar je wilt. Er zijn geen speciale hotels voor mensen met ronde ogen zoals in Kanton, Shanghai en Peking. De bezoeker die het kan betalen neemt een suite en laat zich rondrijden in een Rolls Royce. Wie weinig geld heeft kan een kamer krijgen in een gribus met uitzicht op een spelonk.

Carolijn krijgt een lift van een Japanner:
- "I  am salaryman," zei hij, alsof dat niet overduidelijk was. Hij deed de radio aan en er kwam een liedje van Dire Straits uit de luidsprekers. "You like?" vroeg Junji vriendelijk. Ik knikte enthousiast, want ik had al lang geen vertrouwde muziek gehoord. "Which country?" wilde hij toen weten. Zijn ogen lichtten op toen ik zei dat ik uit Nederland kwam. "Holland many Marianne," zei hij. Eerst begreep ik hem niet. Langzaam zei hij toen. "Mariuhana. You smoke?" Ik was verbaasd. Junji was geen doorsnee Japanner. "It is nice to be high," zei hij ...

Carolijn werkt als animeermeisje in een bar in Tokio:
- Tientallen keren hoor ik mezelf antwoord geven op de vragen wat het doel van mijn verblijf in Japan is, hoe lang ik er al ben, hoe lang ik nog denk te blijven, wat mijn indruk van het land is. "Very nice people, beautiful country," zeg ik steevast, want van een bezoeker wordt die mening verwacht. In ruil daarvoor sommen de mannen vervolgens de mooie kanten van Nederland op: de molens, de tulpen, de klompen en de jenever.

In Malawi:
- Het zoontje van de diplomaat en zijn vrouw is naast mij komen zitten, hij draagt een onberispelijk schooluniform. Als ik hem vraag wat voor kinderen bij hem in de klas zitten zegt hij: "Two blacks, de rest is blank." "Toe nou," zegt zijn moeder, "twee Malawianen moet je zeggen." "Toch zijn ze zwart," zegt het jongetje pesterig.

- De Zuidafrikaan rekent af en weigert mij mijn deel te laten betalen. "Je bent nu in Afrika," zegt hij, "zo zijn de regels hier." En dan volgt de voorspelbare vraag: "Wil je iets komen drinken op mijn kamer?"
 Ik denk aan alle waarschuwingen die ik kreeg voordat ik op reis ging. Van mijn huisarts, van vrienden, van de verpleegster bij de GGD die mij vaccinaties gaf. Wat je ook doet, kijk uit met de mannen daar. Vlak voor mijn vertrek had ik een artikel gelezen dat geheel gewijd was aan het feit dat vooral onder Afrikaanse zakenlieden, die veel reizen en veel verschillende vriendinnen hebben, het Aidsvirus wijdverspreid is. De Zuidafrikaan staat boven aan alle lijsten van risicogroepen. "Nee," zeg ik zo luchtig mogelijk, "ik ga maar eens vroeg naar bed."

- In Zuid-Afrika hebben ze zwarte vrienden, zeker. De meubelfabrikant gaat weleens een pilsje drinken met de manager van zijn fabriek, in een café waar het niet zo opvalt als er een zwarte en een blanke samen binnenkomen. "En weet je wat hij verdient, die zwarte manager? Zestienhonderd rand per maand! En wat dacht je dat deze barkeeper verdient, hier in dit land, met een zwarte president aan het roer?" "Geen idee," zeg ik. "Nog geen veertig kwacha per maand, dat is veertig keer zo weinig!" "Heel weinig," stem ik met hem in. Dat bedoelt hij nou! En de bediende in het huis waar ze hier logeren zeurt hen de hele dag aan het hoofd of ze hem alsjeblieft meenemen Down South.

- De Nederlandse arts praat verder op een fluistertoon. "Seks is verschrikkelijk belangrijk hier." Ze zoekt naar de juiste woorden, ze wil niet puriteins of ouderwets klinken. "Er komen weleens mannen naar mijn spreekuur die klagen over een "all over weakness", daarmee bedoelen ze dat ze impotent zijn. Maar wat blijkt als je even doorvraagt: ze gaan elke nacht met een vrouw naar bed! Maar dat is bij lange na niet genoeg. In gesprekken met onvruchtbare vrouwen komt dat ook steeds naar voren: gemiddeld doen ze het drie keer per nacht! Iedereen hier! Wie dat niet kan is ziek, ernstig ziek."
 
- "Eén keer heeft iemand mij hier uitgescholden," zegt ze, "een Malawiaanse hoofdverpleegster. Jij hebt hier alles te vertellen omdat je blank bent, zei ze." De Nederlandse had zich daarna diepbedroefd gevoeld, want het was waar.

In Nicaragua:
- "Wie de kans heeft, vertrekt," verzuchtte ze. Dagelijks kondigden professoren, artsen en ingenieurs in hun buurt en op hun werk aan dat ze naar het buitenland moesten voor een congres, een medische behandeling of familiebezoek. In het gezelschap van hun echtgenote of vaker nog hun minnares gingen ze met een enkele koffer naar het vliegveld. Veel geld namen ze niet mee want van alle dollars moest de herkomst aangetoond worden bij de douane. "Wel dragen de vrouwen al hun gouden sieraden," lachte Gloria somber. Het huis, in een villawijk, bleef achter onder de zorg van een bewaker die een paar maanden loon vooruit betaald had gekregen. Dat feit raakte bekend bij de buren en men ging vermoeden dat de reizigers wel nooit meer zouden terugkomen.

Armenië:
- Waar hij zich wel dagelijks over verwonderde, terwijl hij toch al vele malen eerder in Armenië was, is de corruptie. "Een voorbeeld?" vroeg hij verbaasd, "het leven hier is niets anders dan voorbeelden van corruptie." Hij wees naar een verwarmingsradiator vlak bij het raam. "Toen we hier kwamen wonen wilden we er een radiator bij, maar die zijn nergens te koop. Ritselen, alles moet je hier ritselen." In de gang liet hij zien hoe al hun elektrische apparaten direct op het net zijn aangesloten, buiten de meter om. "Komt er een inspecteur, die zegt: "Zo, u krijgt een boete." Zegt mijn vrouw: "Helemaal niet, als u een boete geeft krijgt u geen dertig roebel." Die man steekt dat bedrag in zijn zak, bij de bovenburen krijgt hij ook wat en over de elektriciteitsrekening wordt niet meer gesproken."

- "Je hebt geen idee hoe achterlijk de Sovjetunie is," zei Robert. "Satik en ik stonden pas in de rij op het postkantoor achter een jonge soldaat die een telegram dicteerde naar huis, ergens in Siberië. "Stuur geld, hier is alles te koop" luidde zijn tekst! Nou ja! Er is in Jerevan niets te krijgen wat ik wil kopen, maar die jongen dacht dat hij in het paradijs was beland. Moet je je voorstellen hoe het in zijn dorp is."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.