Lieve Joris: Hildeke (België, 2022): 140 blz: Uitgeverij Augustus
Na "Terug naar Neerpelt", waarin Lieve Joris het vooral had over haar problematische oudste broer Fonny, is "Hildeke" het tweede boek met herinneringen van Lieve Joris aan haar eigen familie. In "Hildeke" staan haar vader en haar mongoloïde zusje Hildeke centraal. Opnieuw een erg mooi boek, vol met mededogen geschreven.
Citaten:
Over Lieves moeder:
- Na vierhonderd kilometer gereden te hebben was ze zonder benzine gevallen. De versnellingsbak was stuk. Ook bleek ze een klapband te hebben gehad; iemand had die vervangen door het reservewiel, al herinnerde ze zich daar niets van. De auto rook naar de meloenen die mijn vader en zij de dag tevoren hadden gekocht en in de achterbak waren vergeten. Vast een aanbieding want het waren er een heleboel. Op de passagiersstoel lag een briefje van tweeduizend frank. Had ze de persoon die haar band had verwisseld willen betalen en had die dat geweigerd? Het zou een raadsel blijven. Eenmaal thuis rilde ze van vermoeidheid. Wies legde haar in bed, stond een tijdje naar haar te kijken en besloot bij haar te kruipen.
- Tijdens een bezoek aan Aline kroop haar kat bij mijn vader op schoot. De manier waarop hij zijn hand door haar vacht haalde, telkens opnieuw - het was voor het eerst sinds de dood van mijn moeder dat hij ergens aandacht voor had. Diezelfde avond reisde Bollie in haar mand mee naar zijn huis.
- "Ons ma is hij compleet vergeten," klaagde Aline.
"Wees
blij," zei ik. Al voelde ik me schuldig toen ik op de Vlaamse radio
hoorde dat eenzamen tegenwoordig onvoorwaardelijke liefde kochten voor
de prijs van een pak dierenvoer, en dat kinderen liever honden- of
kattenbrokken bij hun ouders lieten bezorgen dan bij hen op bebzoek te
gaan.
- Iedere bezoeker brengt vreugde aan, al is het niet met komen dan is het wel met gaan.
-
Nietsvermoedend lag mijn vader in de ambulance die hem naar het
verzorgingstehuis bracht. Het woord "revalidatie" was enkele keren
gevallen, verder hadden we niets gezegd en hij had niets gevraagd. Ik
zat naast hem en voelde me een verrader toen we de straat voorbijreden
waarin hij dertig jaar had gewoond. Bollie was de afgelopen weken vaak
alleen geweest. Ze streek langs je benen als je binnenkwam, sprong op je
schoot zodra je ging zitten, spinde luidruchtig als je haar streelde.
Wat poezen betreft neig ik naar mijn moeder, maar ik had zo met Bollie
te doen dat ik haar bij me liet slapen en haar nachtelijke gespin en
gesnor voor lief nam.
-
Mijn vader was allang niet meer in staat geweest voor Hildeke te
zorgen, toch leek zij pas na zijn dood onder onze hoede te komen. De
laatste jaren was hij zich soms aan haar gaan ergeren. Alsof hij, nu hij
zelf behoeftig werd, ook haar gebreken niet meer kon verdragen. Hildeke
lachte vaak in zichzelf als ze in de woonkamer zat te puzzelen of te
naaien. Dacht ze aan Guido, op wie ze verliefd was? Had ze een
binnenpretje over iets wat er in de instelling was voorgevallen?
Verheugde ze zich omdat er straks iemand op bezoek zou komen of omdat er
een vlaai op het aanrecht stond? Je kwam er niet achter.
- Net voordat Hildeke naar de zusters van Maaseik ging, had mijn vader een brief gestuurd naar het Speciaal Onderstandsfonds in Brussel met de vraag om financiële tegemoetkoming voor de verpleging van zijn "debiele" dochtertje. Pas anderhalf jaar later kreeg hij antwoord. Zijn aanvraag werd afgewezen. Hij ging in beroep en bracht al zijn epistolaire talenten in stelling om zijn protest kracht bij te zetten. De beslissing aangaande zijn "door de natuur misdeeld kindje" had hem en zijn vrouw pijnlijk getroffen. "Gelet op het inkomen van het gezin" had hij geen recht op bijstand. Terwijl hij drie keer meer mocht verdienen om voor een van zijn kinderen een universitaire studiebeurs te krijgen! Een universitair student, goed bedeeld door de natuur, werd dus "kwistig bijgespijsd door de Staat" en een "zorgenkindje" elke hulp ontzegd?
- Zijn gezonde kinderen mochten via de ziekenkas regelmatig goedkoop naar zee en naar Zwitserland, terwijl zijn gehandicapte dochtertje slechts één keer met vakantie was geweest - met de Bond der Gebrekkigen en Verminkten. Ook de universitairen die door "Vadertje Staat" werden bevoorrecht, moesten het weer ontgelden. "Toekomstige dokters profiteren van de gemeenschap dankzij studiebeurzen, waarna ze ons, als ze hun beroep eenmaal uitoefenen, opnieuw uitzuigen."
- Tegen Fonny wapenen we ons; Hildeke zullen we van jongs af aan beschermen. Op haar twaalfde geeft Wies in de klas een spreekbeurt over haar familie. Als ze vertelt dat haar jongere zus "een mongooltje" is, begint ze te huilen.
Mijn moeder
verstopt Hildeke voor de vrijers van Nicole en Aline - ze mochten eens
denken dat ze ook zo'n kind zouden krijgen - maar leert ons
tegelijkertijd onvoorwaardelijk van haar te houden. Soms staren mensen
naar Hildeke als we in de speeltuin zijn of wandelen in het dorp, en
vervolgens naar ons. Alsof ze willen zeggen: "Wat hebben jullie nu
meegebracht? Moeten wij dit zien? Waarom laten jullie haar niet thuis?"
Anderen zijn extra vriendelijk, knikken ons toe, maken een praatje.
Hildekes aanwezigheid scherpt onze blik; dankzij haar kunnen we dieper
in de harten van mensen kijken.
- Hildeke heeft nieuwe kleren nodig, heeft Nicole beslist. In het grootwarenhuis durft ze de roltrap niet op. Ik wil op zoek gaan naar een lift, maar Nicole geeft haar kordaat een zetje en daar gaan we met z'n drieën de hoogte in.
T-shirts, sweaters, truien - in de rekken lijken ze mooi; als je klein bent en rond, worden ze vanzelf lelijk.
Nadat ik het zoveelste shirt over haar hoofd heb getrokken, kijk ik naar haar in de spiegel.
"Je bent te dik," zeg ik.
Ze begint te huilen, draait zich om, omarmt me en zegt: "Maar da kind moet toch eten."
Ik schaam me: zoekt ze troost bij me terwijl ik haar zelf aan het huilen heb gebracht.
- Ons Aline was vroeger de liefste thuis, ze zorgde voor iedereen en bleef dat zelfs doen nadat ze getrouwd was. Hildeke herinnert zich die zorgzaamheid, ze leeft op zodra ze Aline ziet, weet dat ze haar kan vertrouwen, geeft zich onvoorwaardelijk aan haar over. Zelf ben ik dwarser, opstandiger, veeleisender - bij mij is ze op haar hoede, ik moet haar telkens weer voor me winnen.
- Ik denk aan de keer dat ik de Malinese zanger Kar Kar mee naar Hasselt nam. Al had Hildeke nooit een zwarte man van zo dichtbij gezien, ze stapte op hem af en gaf hem spontaan drie kussen.