donderdag 31 oktober 2024

Lieve Joris: De melancholieke revolutie

Lieve Joris: De melancholieke revolutie (België, 1990): 247 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Lieve Joris verbleef van de zomer van 1989 tot de lente van 1990 grotendeels in Hongarije. Het was de tijd van grote omwentelingen in het Oostblok en ook in Hongarije. Er werden voor 1990 voor het eerst in lange tijd, vrije verkiezingen uitgeschreven.
 
De eerste twee boeken van Lieve Joris: "De Golf" en "Terug naar Kongo" waren vooral reisverslagen. In "De melancholieke revolutie" is ze nog een stukje ambitieuzer, ze probeert om de politieke situatie van Hongarije op dat moment te duiden. Lieve Joris voerde vele gesprekken met aanstormende politici. Doordat het boek zo op de Hongaarse politiek is gericht, maakt het voor mij minder universeel en boeiend dan haar twee eerdere boeken. Een knap boek, dat zeker, maar voor mij een van de minder onderhoudende boeken van Lieve Joris.
 
Citaten:
- Tegen vieren is de lange tafel met het hagelwitte damasten tafelkleed veranderd in een indrukwekkend tableau vivant. Tussen de boeken, manuscripten en artikelen staan flesjes, lege koffiekopjes en goudomrande bordjes met resten chocoladetaart; de plastic zak met kersen midden op de tafel is leeg, de asbakken puilen uit van sigarettepeuken en kersepitten. Traag gaat het gezelschap uiteen. Iedereen gooit wat kleingeld op tafel, dat András samenraapt en waarmee hij de rekening betaalt.
 
- Als György en Teréz naar bed zijn, gaan wij - zoals het stedelingen betaamt - op zoek naar een café. Fegyvernek slaapt, de straten zijn ternauwernood verlicht, hier en daar het flauwe schijnsel van een lantaarn, daarachter doemen de huizen als sombere schimmen op. We sluipen langs heggen en vóór me doorboort Mészöly de duisternis met een zaklamp. "Het lijkt wel Afrika," zeg ik.
 Mészöly reageert als door een wesp gestoken. "Jongens, hoor eens wat zij zegt: het lijkt wel Afrika!" Ik heb het al eerder gemerkt: Hongaren maken onder elkaar graag smalende opmerkingen over de toestand van hun land, maar zijn beducht voor kritiek van buitenstaanders. De dagen daarna zal Mészöly mijn opmerking herhaaldelijk terugkaatsen.
 
- "Onze geschiedenis heeft zijn Stendhal of Tolstoj nog niet gevonden," zegt hij bedachtzaam, "maar zelfs Tolstoj had uiteindelijk geen goede vorm gevonden om over politiek te schrijven. Denk maar aan Anna Karenina. De liefdesscènes uit dat boek zullen we nooit vergeten, maar in die tijd werden in Rusland ook belangrijke landhervormingen doorgevoerd; als Tolstoj daarover schrijft, val ik gewoon in slaap van verveling!"
 
- Gergö kijkt me aan met lichte spot in de ogen: "Veertig jaar zijn we afhankelijk geweest van de Russen, we zullen altijd van hen afhankelijk blijven. Misschien zullen we in de toekomst iets meer mogen zeggen, maar zij zullen bepalen hoeveel."

- "Dat is nu Hongarije," zegt Schiffer als we verder rijden.
 "Wij zijn verdeeld," zucht Tamás, "dat is het verschil met de Polen, die hebben een veel sterker gevoel van natie dan wij. Dat komt omdat wij eeuwig belegerd zijn, door Turken, Oostenrijkers, Duitsers, Russen. De ene helft van Hongarije trekt naar het Oosten, de andere naar het Westen. Wij hebben te veel verschillende ambities; als wij bij elkaar zitten, kunnen we het nooit over één zaak eens worden."

- Aan de ontbijttafel leest iedereen de krant. Vroeger hadden ze die in een minuut uit, tegenwoordig komen ze niet mee bijgelezen, klagen ze. Tamás steekt een broodje in de lucht, het is rond en keihard. "Dit broodje," zegt hij met een dramatische stem, "is even oud en moe als ik. In het westen van het land, bij de Oostenrijkse grens, daar eet je brood, hmm, Kaiserbrötchen. Maar hoe oostelijker je reist, hoe armer het land en hoe ouder het brood."

- We eten aan een lange tafel met uitzicht op het dal; in de verte de bossen waar de man jaagt. Als jachtopzichter heeft hij veel contacten met lokale partijfunctionarissen, maar hij is niet meer afhankelijk van hen, zijn meningen worden niet langer door onzuivere motieven bepaald. Zijn ideeën komen tegenwoordig uit de wereld van de jacht.
 "Als je wild hebt geschoten, moet je er nooit meteen naar toe lopen," zegt hij, "steek maar rustig een sigaret op, wacht maar een minuut of vijf. Want een dier in stervensnood kan je in zijn allerlaatste desperate moment nog levensgevaarlijk verwonden. Zo is het met de communisten ook. Ze zullen ons misschien nog een krachtige trap geven. Maar doodgaan zullen ze."

- Koffie wil ik, maar als we op het perron aanschuiven bij een kiosk, is de lucht doordrenkt van goedkope pálinka die de mannen om ons heen vreugdeloos achteroverslaan - als een medicijn. Een tijdje geleden mocht er vóór negen uur geen alcohol worden geschonken, vertelt Gergö, maar toen kochten de arbeiders 's avonds al een voorraadje, dus met dat verbod was het snel afgelopen.

- Ik moet denken aan wat István Eörsi me vertelde. "In 1956 was Kádár de meest gehate man van heel Hongarije," zei hij, "maar niet veel later verkondigde hij: ik geef jullie meer vlees als jullie mijn macht aanvaarden. Toen zeiden de mensen: ach, hij is niet zo slecht, minder slecht dan wij dachten, eigenlijk is hij nogal goed, relatief fantastisch zelfs!"

- Tegen politieke meetings heeft hij geen bezwaar, maar er moet wel goed bij worden gegeten en gedronken.

- Rijk waren zijn ouders niet. Zijn grootmoeder stond net als iedereen uren in de rij en vaak aten ze alleen aardappelen en kool. Op een  dag ging hij met zijn moeder naar een markthal. Daar kwamen ze een kennis tegen, de vrouwelijke minister van gezondheid. Hij imiteert de gespeeld-deftige toon waarop deze aan zijn moeder vroeg: "Zeg eens, mijn lieve, wat jij je kinderen bij het ontbijt geeft, want de mijne willen geen cacao meer drinken." Cacao was een luxe-produkt dat weinig mensen zich konden veroorloven. "Ik geef ze aardappelsoep," zei zijn moeder kortaf. De vrouw reageerde enigszins geshockeerd, maar vervolgde toch op dezelfde flemende toon: "Zijn jullie met de auto gekomen?" "Nee, met de kar." Gekrenkt draaide de vrouw zich om. "Domme gans," fluisterde zijn moeder.

- In het Westen is het verschil tussen wat een schrijver en een bouwvakker weet niet zo fundamenteel. Hier weet een loonarbeider of een boer die in een collectief werkt, niets.

- Zelf is hij niet opgehouden over die dingen na te denken: waarom moeten er bijvoorbeeld drieduizend verschillende soorten lampen zijn? Twee soorten zoals in Hongarije is ook te weinig, beseft hij - maar dertig bijvoorbeeld, dat zou toch moeten volstaan?

- De serveerster heeft twee borden met eten voor ons neergezet. Tijdens het praten stoot ik per ongeluk een glas rode wijn om. János schiet achteruit - te laat, zijn witte hemd zit vol wijnspatten. De serveerster snelt toe om ons een nieuw tafeltje te geven, ik probeer met een natte doek het ergste kwaad te verhelpen. Maar János staat alweer te grijnzen. "Ach, vergeleken met orkaan Hugo is dit een kleinigheid."

- "Je bent de enige buitenlander hier aan tafel," fluistert Köszeg, "het is je gelukt, je zit er middenin."
 "Het is de enige manier," zeg ik.
 "Het helpt dat je een vrouw bent." Hij kijkt me zijdelings aan en lacht in zijn baard.
 "Is dat een compliment?" Hij bedoelt waarschijnlijk: het helpt dat je een jonge vrouw bent. "Eigenlijk is het tragisch," zeg ik, "het betekent dat het me als vijftigjarige niet zou lukken."
 
- "Daklozen," zeg ik tegen Anna als ik thuiskom, "in de hele wereld lijken ze op elkaar."
 
- "Hoe ging het vanavond eigenlijk?" vraag ik.
 "Ach, er werden een paar serieuze vragen gesteld." Hij wuift met de hand. "Maar eerlijk gezegd houd ik niet van serieuze vragen. Militaire kwesties, woningnood, economie, stomvervelend is het." Hij kijkt me van terzijde aan. "Ik hou er meer van als een vrouw mij vraagt wat mijn programma voor de rest van de avond is." Gábor, de onverbeterlijke Gábor. Zelfs nu kan hij het niet laten. Of misschien juist nu niet, nu dit alles hem aan het ontglippen is.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 29 oktober 2024

Lieve Joris: Terug naar Kongo

Lieve Joris: Terug naar Kongo (België, 1987): 247 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Zoals in katholieke gezinnen in Nederland vaak wel iemand missionaris in Nederlands-Indië werd, zo gingen in Vlaanderen veel mannen naar Kongo. Ook Lieve Joris had zo'n heeroom in de familie en zij was zeer benieuwd hoe het leven van die heeroom er uit had gezien. Zij besluit om in haar eentje de zeer avontuurlijke tocht naar en door Kongo te maken. Lieve Joris komt op plaatsen waar nog paters zitten die de heeroom gekend hebben, maar ze verkent ook de hoofdstad Kinshasa, ze maakt een lange boottocht over de rivier de Kongo naar Kisangani, ze verkent Katanga, de streek waar veel erts gedolven wordt en op het einde van haar reis komt ze in de problemen. "Terug naar Kongo" is een prachtig boek, dat zich moeiteloos kan meten met de boeken van haar literaire voorbeelden Ryszard Kapuściński en V.S. Naipaul.
 
Citaten:
- In die jaren had ieder Vlaams gezin wel een heeroom in de missie. Het moederleed om zijn afwezigheid werd ruimschoots vergoed door de nieuwe wereld waarin de familie terechtkwam: missionarissen met verlof brachten verhalen over zoonlief in de brousse en tafelden mee op zondag, zodat dieprode wijnvlekken achterbleven op het damasten tafellaken en het hele huis doortrokken was van sigarewalm.

- Ik ben heeroom achternagereisd. Ook ik voel me die kille septemberochtend aan de reling van de Fabiolaville onwennig. Heeroom indachtig heb ik de reis door de paters laten regelen. Ik moest niet aan iedereen vertellen dat ik journalist was, vonden ze, ik kon beter zeggen dat ik een "werkske voor de familie" aan het maken was.

- ... het seminarie - het "priesterfabriekske" -

- Hun verhalen voeren me terug naar het Kongo van heeroom. Ze duwen de beelden van het onafhankelijke Zaïre, het land van Lumumba en Mobutu dat ik later leerde kennen, naar de achtergrond. Wil ik door de brousse trekken? Dan zal ik te maken krijgen met zandvlooien. Die kruipen onder je teennagels en leggen daar eitjes. Nooit proberen ze er zelf uit te halen, dat gaat maar zweren. Altijd een Zaïrese boy roepen, die peutert ze er met een stukje hout uit. Er zijn beestjes die in je bloed kruipen, beweert Raskin, jaren later, als je Zaïre allang weer vergeten bent, begint het ineens overal te jeuken.

- Zelf heb ik kralen van ebbehout gekocht. Aan boord gaan ze van hand tot hand en er worden veelbetekenende blikken gewisseld. Als bij de eerstvolgende tropische regenbui de zwarte verf van de kralen in mijn nek druipt, moet iedereen hartelijk lachen. Door de eerste de beste Afrikaan laat ik me beetnemen, dat zal nog wat worden op mijn eenzame tocht door de brousse, want de Zaïrezen zijn meesters in list en bedrog en een nieuweling hebben ze meteen in de gaten.

- De mist is nog niet opgetrokken als we de opening van de Kongostroom binnenvaren. In de jaren zeventig besloot Mobutu de naam die de Portugezen vroeger aan de stroom gaven, in ere te herstellen. Sindsdien heten de stroom, het land en de munt "Zaïre". De drie Z'en, zoals Mobutu zei. Meneer Dewaele noemt ze De drie Zotten.
 
- Pater Bronek en ik krijgen aangrenzende kamers met uitzicht op de Zaïrestroom. Ondanks het tropische decor voert de kamer mij in één klap terug naar mijn kostschooljaren. Twee kuise bedjes, een stenen vloer, een kruisbeeld aan de muur, een handdoek en een stuk zeep op de wasbak.
 
- Jarenlang was De Neef net als heeroom broussard. Te voet trok hij vanuit de missiepost de brousse in, vergezeld door vijf dragers. De eerste droeg de "kapel", een koffer met misgewaden, missaal, miswijn en doopboeken, de tweede de potten en pannen, de derde het veldbed, de vierde het eten, de vijfde medicijnen tegen malaria, slaapziekte, wormen en diarree. "Want de buik van ne zwarte, dat is nen dierentuin," zegt De Neef.

- Honoré kan van zijn salaris niet rondkomen. Hij probeert vriendschap te sluiten met zeelui die spullen uit Europa meebrengen. Laatst heeft hij een ijskast weten te bemachtigen. Hij is de enige in de buurt die er een heeft, zodat iedereen koud bier en ijs bij hem komt kopen. "Nous vivons par miracle," zegt hij, "we trekken allemaal onze plan. Article quinze noemen we dat."

- "Die protestanten, dat waren Zweden, echte droogstoppels, diepvriezers," zegt De Munck, "daar kreeg ge een taske thee in plaats van een glas bier als ge op bezoek ging. Daarom heeft dat nooit gepakt bij de mensen in deze streek."

- "De paters zeiden altijd dat de poort van de hemel wijdopen stond voor de armen," zegt hij verongelijkt, "dat een rijke evenveel moeite had om in de hemel te komen als een ezel om door het oog van een naald te kruipen. Maar zijzelf waren rijk, zij waren de enigen in het dorp die auto's hadden."

- We kopen bananen en palmwijn die uit een kalebas in plastic bekers wordt gegoten. Het heeft de kleur van verdunde melk en ruikt zurig, maar iedereen staat te kijken als ik de beker aan mijn mond zet, zodat ik het als een medicijn in één teug naar binnen giet. Waarop alle omstaanders in hun handen klappen.

- Voor sommige kinderen moet ik de eerste blanke zijn die ze in hun leven zien, want ze rennen krijsend weg als ik voorbijkom. Ik zie een knalgeel T-shirt met de tekst Dierenpark Wassenaar. Hoe is dat hier terechtgekomen? Eén jongetje heeft een broekje aan dat voornamelijk uit gaten bestaat, zijn billen en piemel zijn bloot. Die hele armoedige bende loopt met ons mee, ze proberen me aan te raken, roepen me dingen toe. Ik begin me onbehaaglijk te voelen onder al die aandacht. Hoe kan ik naar hen kijken als ik zelf almaar bekeken word?
 
- Zo weinig niet-Zaïrezen verplaatsen zich op die manier, dat blanken soms automatisch stoppen als ze me zien staan. Aanvankelijk aarzel ik om in te stappen - het is jaren geleden dat ik gelift heb - maar er zijn niet zoveel taxi's, zodat ik gaandeweg dankbaar van die lifts gebruikmaak. Al voel ik me vaak een verrader tegenover de Zaïrezen die in de verzengende hitte moeten blijven staan.

- De deuren van taxi's zijn meestal stuk. Met behulp van een touw moeten ze opengetrokken worden en de chauffeur is de enige die ze weer dicht krijgt. Van sommige taxi's kunnen de ramen niet meer dicht, bij andere niet meer open. Soms kan ik door de gaten in het onderstel de weg zien. Toch heerst er binnen altijd een opgewekte sfeer.

- "En toch zitten de universiteiten vol," zegt hij, "want de Belgen hebben hier een ideaalbeeld achtergelaten van een man in een pak en een das die niet met zijn handen werkt, dus veel Zaïrezen dromen ervan om ambtenaar te worden."

- Het loopt tegen tweeën als we in de discotheek Mayaza belanden. Het begint er net druk te worden. Mario schalt vertrouwd uit de boxen. Hier komen veel ambtenaren met hun deuxième bureau, zoals minnaressen genoemd worden. Hoe rijker een man, hoe meer bureaux hij heeft. Met hun eigen vrouw gaan de meeste Zaïrezen niet uit. Een respectabele vrouw moet thuisblijven.

- Aan tafel verklaar ik dat ik die krokodil wel wil proeven. Papa Bondo lacht. "Weet je het zeker?" Onder algemene hilariteit wordt een stukje op mijn bord geschept. Het is zacht en smaakt naar kalfsvlees. De volgende dag komt mama Bondo, een en al geheimzinnigheid, terug van haar tocht door de brousse. "Ik heb iets voor je meegebracht. Je zei toch dat je alles wilde proeven?" Die middag ga ik voorgoed de annalen van de familie in als ik besluit om ook aap te eten. Naast me krijgt mama Bondo de handjes op een apart bord geserveerd. Het zijn net mensenhandjes en ik kan niet nalaten verstolen te kijken terwijl ze ze opeet. Gelukkig blijft de aanblik van het apehoofd - volgens Dubois een delicatesse in deze streek - me bespaard.

- Ik ben uitgerust voor een tocht vol ontberingen. Flessen water, soldatenkoeken, conserven, een tropenpakket vol pillen, zalfjes en poeders tegen ziektes en ongedierte. Want ik ben een gewaarschuwd reiziger. Terwijl we dwars door de evenaar naar het hart van Afrika varen, zullen platluizen in mijn lakens kruipen en zwarte zwermen muggen zich op me storten, is me voorspeld.

- Kadima vertelt dat er op deze weg tijdens het regenseizoen ooit drie diepe kuilen waren. De chauffeurs moesten maanden wachten voor ze verder konden rijden. Ze bouwden hutten, leefden met de dorpelingen en bedachten zelfs namen voor de kuilen. De kleinste noemden ze Tshombe, de middelgrote Kasavubu, de grootste Mobutu.

- Ineens moet ik denken aan een gesprek dat we op een middag in de auto hadden. "Ik wil je iets vragen," zei hij, "maar je moet me beloven dat je eerlijk zal antwoorden," Ik beloofde het hem.
 "Ben jij wel gelukkig?"
 "Waarom vraag je me zoiets?"
 "Je hebt me gezegd dat je eerlijk zou antwoorden."
 Hij kon zich moeilijk voorstellen dat ik gelukkig was, zei hij, want waarom doolde ik anders zo alleen over de wereld? Waarom lieten mijn ouders me zomaar gaan? Had ik niemand die voor me zorgde? Het was het enige moment tijdens onze reis dat ik dacht dat hij eigenlijk niets van mij begrepen had, dat ik éven voelde hoe verschillend wij waren, maar ik was er gedachteloos overheen gestapt.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

zondag 27 oktober 2024

Lieve Joris: De Golf

Lieve Joris: De Golf (België, 1986): 157 blz: Uitgeverij Veen
 

 
Tussen de Nederlandstalige schrijvers van reisverhalen, zitten twee vrouwen die, wat  mij betreft, ver boven hun collega's uitsteken. Ik bedoel natuurlijk Carolijn Visser en Lieve Joris. De afgelopen maanden heb ik het complete oeuvre van Carolijn Visser herlezen en besproken met uitgebreide citaten. Nu wil ik hetzelfde gaan doen met het complete oeuvre van de Vlaamse Lieve Joris.

"De Golf" gaat over een uitgebreid bezoek van Lieve Joris aan de landen die aan de Perzische Golf liggen. In de eerste plaats natuurlijk Saoedi-Arabië, maar ook Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, waarbij Lieve Joris een bezoek brengt aan Dubai, Abu Dhabi, Qatar en Bahrein. Het is Lieve Joris vooral te doen om te zien wat de invloed van de enorme olierijkdom is op het leven van gewone mensen. Onderstaande citaten spreken voor zich. "De Golf" is een mooi debuut.
 
Citaten:
- ... Ik heb de verhalen van mijn collega's gelezen zeg ik, ze gaan meestal over olie of over sjeiks, ik wil gewone Saoediërs ontmoeten, zien wat de olierijkdom in hun leven heeft veranderd.
 
- De weken daarvoor ben ik bestormd met wijze raad van Arabië-kenners. "Heb je al een sluier gekocht?" vroeg een Egyptische kennis me. "Zoveel mogelijk zwart dragen," zei een ander. Als ik de ambassadeur over de wenselijke outfit consulteer, geeft hij me een kleine demonstratie. Zijn been boven zijn bureau uitstekend, wijst hij met de hand onder de knie: zo lang moet de rok zijn. "No mini." Verder lange mouwen en een gesloten hals. "No décolleté."
 
- Voor ons staan enkele westerse vrouwen met hun man. In één oogopslag zie ik dat mijn kleding niet uit de toon valt bij de hunne. Halflange grijze rok, witte bloes, geblokt colbertje - een secretaresse zal ik me de volgende maanden vaak voelen. Koningin Elisabeth en Margaret Thatcher, hoor ik later, verschenen in Riad met jurken tot op de grond. Dat was nu ook weer niet nodig geweest, vonden de meeste Saoediërs.
 
- Stille getuigen van de expansiedrift van het laatste decennium zijn de onbewoonde flatgebouwen die elke avond als  sombere schimmen oprijzen tussen de uitbundig verlichte villa's. Daar hadden volgens projectontwikkelaars Saoediërs moeten wonen. Maar al is de bevolking van Riad in veertig jaar gestegen van 62.000 naar meer dan een miljoen, in flats willen ze niet wonen. Het is moeilijk om op drie hoog schapen te houden en waar blijft de privacy van de familie als een Saoedische vrouw in de lift in contact kan komen met haar buurman?
 
- Op het marktplein worden vrijdag misdadigers op islamitische wijze berecht. Chop-square noemen de buitenlanders het plein. Adel, een Egyptische kennis, is een keer gaan kijken. Ze hakten een man zijn hand af en stopten zijn arm toen in kokende olie om de wonde dicht te schroeien. Adel voelde zich misselijk worden, maar rondom hem klapten mensen in hun handen.
 
- Ook Ahmed heeft in Amerika gewoond, in Houston, waar zijn vader studeerde. ... In Houston ontmoette hij veel Saoedische jongens die uit kleine dorpjes kwamen. "Ze wisten niets over vrouwen, drugs of alcohol," zegt Ahmed, "they went bananas." Texanen wisten over Saoedi-Arabië al even weinig, merkte hij. Ze vroegen hem of hij in een tent geboren was, of hij een kameel in zijn voortuin had en een olietoren in zijn achtertuin.

- Toen het project in 1978 van start ging, waren de telefoonlijnen in Saoedi-Arabië zo zwaar belast dat kooplieden in Djeddah liever hun privé chauffeurs een boodschap lieten bezorgen dan de telefoon ter hand te nemen. Zes jaar later heeft Saoedi-Arabië 1.200.000 telefoonlijnen en kan men vanuit elke cel meer dan honderd landen automatisch bellen.

- ... technici en andere experts zien het nut van zo'n ceremonie niet in. Locals, zeggen ze, gaan raar gekleed, er hangt een weeïge lucht van sandelhout om hen heen, hun vrouwen lopen erbij als mummies en de mannen gaan in het buitenland allemaal naar de hoeren. Toch zijn diezelfde locals de managers en opdrachtgevers en voelen zij, de Nederlanders, zich als Turken.

- Peter Calis vertelt hoe hij op een avond een groep Saoediërs en Nederlanders uitnodigde om te eten. Daar zat een Hollandse boerenkinkel bij die zo nodig aan zijn Saoedische tafelgenoten moest vragen of dat nu wel goed was, altijd zo'n doek op je hoofd, werd je daar niet kaal van? De Saoediër keek hem van terzijde aan en antwoordde ijzig kalm: "Jullie westerlingen dragen altijd van die strakke broeken. Is dat niet slecht, krijg je daar geen kleine piemel van?"

- Toen later ook in andere delen van het land scholen voor meisjes werden opgericht, brak er onder traditionele Saoediërs verzet uit. In 1963 moest de Nationale Garde de school in de afgelegen provincie Kassim verdedigen tegen woedende vaders die met stenen gooiden. Koning Faisal liet hen weten dat ze niet verplicht waren hun dochters ernaartoe te sturen, net zoals hij enkele jaren later tegen tegenstanders van de televisie zou opmerken dat ze niet hoefden te kijken.

- "Mijn vader heeft me altijd verdedigd," zegt ze, "als hij dat niet gedaan had, zou het me nooit gelukt zijn hier te werken, want het zijn onze vaders en broers, en later onze mannen, die door onze omgeving verantwoordelijk worden gesteld voor ons gedrag. Als wij iets verkeerd doen, worden zij erop aangesproken."

- De imam was niet de enige die zich later zou beklagen over wat ze in den vreemde met zijn kind hadden aangericht. Bij sommigen kwam van studeren weinig terecht, enkele dagen na hun vertrek al kenden ze de weg naar alle bars en nachtclubs en aan het eind van hun verblijf probeerden ze een diploma te kopen. Veel universiteiten bleken daartoe bereid. Heimwee hadden die jongens toen ze terugkwamen, ze waren verliefd geworden op een meisje in Dublin, misten hun hond Churchill die ze in Houston hadden moeten achterlaten. luisterden de hele dag naar John Denver of droomden van downtown Sacramento waar ze 's avonds door de hoofdstraat liepen met een scoop of ice uit hun favoriete parlour.

- ... "Maar Saoedische studenten beseffen dat hun graad niet echt noodzakelijk is voor hun toekomst," zegt dr. Brass, "want waar het uiteindelijk om gaat is: hoe goed zijn de contacten die je vader er op nahoudt. Ze behalen een graad en betalen dan de buitenlanders om het werk te doen. En beklagen zich vervolgens over hen."

- "In Amerika," zegt hij, "moeten studenten zelf hun studies betalen, zodat ze zorgen dat ze vlug klaar zijn, maar hier is alles gratis en doen studenten het daarom rustig aan. Op de parking staan de nieuwe Mercedessen en Porsches die ze van hun vaders gekregen hebben, terwijl de staf van de universiteit zich verplaatst met oude auto's. De studenten hebben niet het gevoel dat ze moeten werken voor geld, want hun ouders zijn rijk. Palestijnen, die kunnen overal overleven, maar Saoediërs alleen hièr omdat alles gesubsidieerd is. En met subsidie kan je zelfs op de maan leven."

- "Eigenlijk zijn wij een gelukkige generatie," zegt Moetaiwee, "wij hebben nog armoede gekend. De jongeren van nu zullen het moeilijker krijgen want zij zijn geboren met een gouden lepel in de mond. Zij gaan naar Buenos Aires met vakantie en praten het liefst over gouden horloges, auto's of hun vriendinnetje in Engeland. Van de slechte dingen van het leven, daar weten zij niets van."

- Later probeerde ze hem wel eens te bellen als hij te lang wegbleef, maar dan reageerde hij boos. "Onze mannen willen vrij zijn," zegt ze, "als je hen vraagt waar ze geweest zijn, zeggen ze: ben ik getrouwd om gecontroleerd te worden waar ik naartoe ga? Een man is als een leeuw, zelfs als hij dom is, heeft hij de macht."

- "We in Kuwait like the furniture car," zegt Hamed, wijzend naar de zachtleren autobekleding en de stereo boxen achterin, "so tell me,"what's the most lovely car you have seen in Kuwait? Ik sta met de mond vol tanden, over die vraag heb ik nooit eerder nagedacht. Hamed is diep teleurgesteld, hij kan zich niet voorstellen dat iemand over zo'n belangrijk onderwerp zo weinig weet.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 24 oktober 2024

Harrie, mijn vorige onderbuurman

Mijn vorige onderbuurman heette Harrie. Harrie was niet zo lang, ik schat zo'n 1,80 meter, woog 120 kilo, had een stevige buik en een enorm gespierd bovenlijf. Hij was in zijn jonge jaren ook Hooligan geweest, ze spraken dan als voetbalsupporters af om een partijtje te knokken met supporters van de tegenpartij. Kortom, je moest vooral geen ruzie krijgen met Harrie.
 
Toen Harrie en zijn Poolse vrouw Wanda in 2010 onder mij kwamen te wonen, nodigde ik ze uit om bij mij te komen eten ter kennismaking. Harrie begon het gesprek als volgt: "Je moet weten dat ik een aantal jaren in een flat in Groningen heb gewoond, op de 13e verdieping. Toen ik daar kwam wonen, woonde er op de 8e verdieping een jongeman die zijn muziek altijd zeer luid draaide zodat de hele flat er last van had. Daar klaagden veel flatbewoners over." De eerste dag dat Harrie daar woonde, had hij ook last van het lawaai. Hij bedacht zich geen moment, liep naar de 8e verdieping en belde aan. De jongeman deed open. Harrie zei: "De hele flat heeft last van jou, ik zou daar maar mee ophouden, je bent gewaarschuwd." De jongeman was geïntimideerd en zei het wat rustiger aan te zullen doen. Dat ging een paar weken goed. Er waren al een aantal flatbewoners die tegen Harrie zeiden: "Dat heb je mooi opgelost." Harrie zei alleen maar: "Wacht maar af." Na vier weken was er weer een enorme herrie. Harrie belde niet eens aan, maar trapte flink tegen de voordeur. De jongeman was verschrikt. Harrie zei: "Ik ben hier nu voor de tweede keer, ik zou maar opletten, je bent gewaarschuwd." Harrie ging weer. Weer was het vier weken rustig, waarna de jongeman opnieuw los ging. Harrie liep naar de 8e verdieping, trapte de deur in, liep naar de woonkamer, pakte de stereo-installatie, gooide die door het raam naar buiten en zei: "Mooi, probleem opgelost." De jongeman stond te trillen op zijn benen en zei: "Mijn dure stereo-installatie, die ga jij betalen." Harrie antwoordde: "Mooi niet, als jij je niet koest houdt, dan ga jij er achteraan." Een paar weken later was de jongeman verhuisd en waren de flatbewoners verlost van de lawaaioverlast.

Toen Harrie dit verhaal had verteld, was ik even stil en zei tegen Harrie: "Harrie, als mijn muziek te hard staat, dan waarschuw je toch wel even?" Harrie antwoordde: "Ach, dan gooi ik wel een baksteen door je ramen." Sommige mensen verkopen praatjes voor de vaak, maar ik twijfel er geen moment aan dat Harries verhaal op waarheid berust. Toen ik dit verhaal aan mijn familie en vrienden vertelde was de reactie: "Het is een ongebruikelijke methode om een conflict op te lossen, maar blijkbaar is het wel effectief."

Ik heb zelf nooit problemen met Harrie gehad, maar ik had wel vrijwel nachtelijks nachtmerries over hem. Harrie is ongeveer 4 jaar geleden overleden aan een tumor. Ik  vond het erg sneu voor Wanda, maar sinds die tijd heb ik veel minder last van de nachtmerries.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 23 oktober 2024

Mario Molegraaf: Opperhuidmens

Mario Molegraaf: Opperhuidmens: De biografie van Hans Warren (Nederland, 2024): 651 blz: Uitgeverij Prometheus
 
Opperhuidmens
 
Ik had op voorhand al de nodige twijfels over de langverwachte biografie over Hans Warren van zijn 40 jaar jongere levensgezel Mario Molegraaf. Ik heb van Hans Warren zijn 23-delige serie "Geheim dagboek", drie keer in zijn geheel gelezen met veel plezier. Ik heb er een serie van 30 stukjes aan gewijd. Het is natuurlijk maar zeer de vraag of Mario Molegraaf net zo'n goede stilist is als zijn vriend.
 
Het antwoord op deze vraag is heel duidelijk, dat is hij bij lange na niet. Als de metgezel van Hans Warren is hij natuurlijk uitstekend in staat om allerlei bijzonderheden over diens leven te vertellen. Het probleem bij Mario is dat hij er geen enkel benul van heeft, van wat voor de lezer interessant is en wat niet. Het begint al met het eerste hoofdstuk: "Afstammeling van Karel de Grote" waarin over minstens tien generaties voorouders verteld wordt, allemaal totaal irrelevant voor het leven van Hans Warren. Ik heb dit eerste hoofdstuk maar voor een kwart gelezen. 

Vervolgens ben ik het boek door gaan bladeren. Snippers op zich interessante details staan verstopt tussen bladzijden vol met irrelevante details. Misschien dat voor de echte "Hans Warren" vorser hier veel uit te halen valt, maar voor de gemiddelde lezer zal het lezen van "Opperhuidmens" hem zwaar op de maag vallen. Ik geloof dat ik heel wat liever het complete "Geheim dagboek" voor een vierde keer ga lezen, dan dit wangedrocht. Zonde van mijn geld, maar dit boek uitlezen zou zonde van mijn tijd zijn en die is voor mij meer waard dan mijn geld.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 20 oktober 2024

Het ene project afgebroken en een ander begonnen

Zoals ik een paar dagen terug had geschreven, ben ik begonnen met het bekijken van de films van Alfred Hitchcock. De tweede film van Hitchcock "The Mountain Eagle" is verloren gegaan. Ik heb de eerste vier films van Hitchcock gezien die bewaard zijn gebleven: "The Pleasure Garden", "The Lodger", "Downhill" en "Easy Virtue". Alle vier deze films zijn stomme films. Mijn dvd van "Downhill" is helemaal zonder geluid, de andere drie zijn later voorzien van muziek. 
 
Ik vind deze eerste vier films van Hitchcock, best aardig om te bekijken, maar ook niet meer dan dat. Als ik denk aan de films van Hitchcock, dan denk ik altijd aan zijn drie grote films "Rear Window", "Vertigo" en "North by Northwest". Van deze drie films is "Rear Window" met James Stewart en een prachtige Grace Kelly in de hoofdrollen, zonder meer mijn favoriete Hitchcock-film. Met de andere wereldberoemde film van Hitchcock "Psycho" heb ik niet veel op, te eng naar mijn smaak. Ik heb bedacht dat ik beter de drie grote films van Hitchcock nog vaker kan bekijken, dan de rest van zijn oeuvre te zien, dat dat niveau niet haalt. 
 
Na het herlezen en bespreken van het volledige oeuvre van Carolijn Visser, wil ik hetzelfde doen met het oeuvre van haar Vlaamse collega Lieve Joris. Lieve Joris heeft minder geschreven dan Carolijn Visser, maar toch nog een aanzienlijk oeuvre. Ik beschouw Carolijn Visser en Lieve Joris als de twee Nederlandstalige schrijvers van reisverhalen die ver boven hun collega's uitsteken. Ik zal wel zien hoe ver ik kom.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 19 oktober 2024

Bette Westera (tekst) & Sylvia Weve (tekeningen): Uit elkaar

Bette Westera (tekst) & Sylvia Weve (tekeningen): Uit elkaar (Nederland, 2019): 44 gedichten: Uitgeverij Gottmer
 

 
Soms, heel soms, kom ik een boek tegen waar ik onmiddellijk heel erg blij van word. "Uit elkaar" van het duo Bette Westera en Sylvia Weve is zo'n boek. Samen zijn zij er in geslaagd om over een zwaar beladen onderwerp, dat echtscheiding toch is, een boek te maken dat licht van toon is, uiterst toegankelijke gedichten bevat en een lust voor het oog is.

Ik ben geen lezer van gedichten, meestal begrijp ik er weinig van. Zo niet bij de gedichten in "Uit elkaar". Alle gedichten in dit boek zijn makkelijk te begrijpen en zeer grappig. Voeg daarbij de prachtige, speelse tekeningen van Sylvia Weve en je krijgt een prachtig boek. Om van dit boek te houden, hoef je niet speciaal van kinderboeken te houden, of iets over echtscheidingen willen lezen. Volgens mij zal iedereen met een liefde voor mooi uitgevoerde boeken dit boek omarmen. Warm aanbevolen!

Helaas kan ik op het internet geen afbeeldingen uit het boek vinden, anders dan de omslag.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.
 

donderdag 17 oktober 2024

De films van Alfred Hitchcock

Nu ik het hele oeuvre van Carolijn Visser heb herlezen en naar tevredenheid besproken, is het tijd voor een nieuw project. Ik wil de komende maanden de films gaan bekijken die Hitchcock heeft gemaakt voor de bioscoop. Hitchcock heeft in totaal 57 bioscoopfilms gemaakt, waarvan zijn tweede film verloren is gegaan. Een jaar of zes geleden heb ik op marktplaats een doos gekocht met daarin vrijwel het volledige oeuvre van Hitchcock op dvd. In die doos zitten 50 films op dvd, de overige 6 films kan ik van een vriend lenen. Ik ga deze films in chronologische volgorde bekijken, zolang ik dat leuk vind.
 
Gelijk op met de films wil ik het lijvige boek "Hitchcock Compleet" lezen waarin het werk van Hitchcock uitgebreid wordt besproken. De bedoeling is dat ik steeds eerst een film bekijk en dan achteraf wil lezen wat erover geschreven is. De eerste film van Hitchcock "The Pleasure Garden" heb ik vanavond bekeken, wat mij betreft nog niet meteen het werk van een geniale regisseur. Ik zal regelmatig schrijven over de voortgang van dit project.
 
 
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 12 oktober 2024

Uit eten in Utrecht: Pizzeria de Pizza bakker (Twijnstraat)

Een pizza hoort een traktatie te zijn. Een lekker smakende knapperige bodem, een lekkere tomatensaus en goede  ingrediënten die precies lang genoeg in de oven hebben gestaan.
 
Vrijdagavond heb ik een vaste afspraak met vriend N. Afwisselend gaan we bij elkaar eten. We eten het liefst eenvoudige maaltijden van aardappelen, groenten en een goed stuk vlees, aangevuld met een toetje. Zowel N als ik kunnen behoorlijk goed koken, als ik eet in een restaurant valt het eten mij te vaak tegen. 
 
Gisteren had N geen zin om te koken. Wij liepen naar de Twijnstraat waar er veel eetgelegenheden zijn. We kwamen uit bij de Pizza bakker, blijkbaar onderdeel van een grote keten, waar ik nog nooit gegeten had. In Lunetten zit Pizz'Arte, een geweldige pizzeria, waar de kok de heerlijkste pizza's maakt die ik ken. Ik was benieuwd naar de pizza van de Pizza bakker.

Er was nog een plaatsje vrij, we werden snel geholpen en binnen 10 minuten lagen de pizza's op onze borden. Ik had een pizza met spinazie, pijnboompitten, mozzarella en tomatensaus besteld. De bodem smaakte niet lekker, was niet lekker krokant, maar slap en zompig. De tomatensaus viel tegen, de spinazie was slap en eigenlijk vond ik de hele pizza een aanfluiting. Hij was goed te eten, maar daar heb ik het wat mij betreft wel mee gezegd (rapportcijfer een 6). Kortom, hier ga ik niet meer eten. 

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 11 oktober 2024

Carolijn Visser

Toen ik in 1996 voor het eerst een boek van Carolijn Visser "Grijs China" had gelezen, had ik nog niet meteen door dat zij een van mijn absoluut favoriete schrijvers zou worden. In 2000 las ik een aantal boeken van haar en sinds die tijd ben ik fan. Vanaf 2000 tot op heden las ik regelmatig een boek van Carolijn Visser en zo heb ik vrijwel haar gehele oeuvre gelezen.
 
In november 2010 gaf Carolijn een lezing in de bibliotheek van Zeist. Als zelfverklaard fan was ik hier uiteraard van de partij. Er waren die avond vrij weinig bezoekers, maar Carolijn gaf een geweldige lezing. Ik stelde twee vragen die ik  eerder ook aan Lieve Joris had gesteld, toen die in Utrecht een lezing gaf. Ik wilde weten door welke schrijvers ze zich liet inspireren en of ze wel eens last van heimwee had. Carolijn vertelde dat ze niet een specifieke schrijver als voorbeeld had, maar dat ze wel zeer veel en van alles las. Last van heimwee had ze zelden. 
 
Ik heb na afloop van de lezing nog even gepraat met Carolijn en vervolgens mijn e-mailadres op een lijst gezet van mensen aan wie Carolijn e-mails stuurde. 
 
Sinds die lezing in 2010 ben ik van plan om alle boeken van Carolijn Visser te herlezen en te bespreken op mijn blog. Dat heb ik de afgelopen 2 maanden gedaan. 
 
Ik vind Carolijn een zeer vriendelijke vrouw, die ook zeer kordaat is, recht op haar doel afgaat en de juiste vragen stelt, maar tegelijkertijd niet bang is om zich van haar zwakke kant te laten zien.
 
Daarnaast zijn haar onderwerpen altijd erg interessant. Carolijn schrijft voornamelijk over vrouwen in andere landen. De meeste schrijvers van reisverhalen zijn mannen en die hebben niet de toegang tot de wereld van vrouwen, die Carolijn wel heeft. Alleen al daarom zijn de verhalen van Carolijn interessant. Daarbij komt dat ze een zeer prettig leesbare stijl heeft, en geen alinea te veel schrijft. Echt alles wat ze schrijft is relevant voor de verhalen die ze vertelt.

Nu ik 22 boeken van Carolijn achter elkaar heb gelezen (van "Zeeuws geluk" en "De vader van Grace" heb ik nog besprekingen met citaten naar tevredenheid en die heb ik niet herlezen), besef ik pas echt goed hoe geweldig ik Carolijn als schrijver vind. Ik vind haar één van de allerbeste schrijvers die ik ken, en misschien wel de schrijver van wie ik de boeken die hij/zij geschreven heeft, het liefste lees. Kortom, ik kan haar boeken niet genoeg aanbevelen. Prettig is ook, dat al haar boeken van een constante kwaliteit zijn en dat je met ieder willekeurig boek van haar kunt beginnen met lezen. Als je één boek van Carolijn de moeite waard vindt, dan vind je ze waarschijnlijk allemaal goed.
 
Hieronder de lijst met alle titels van Carolijn Visser met verwijzingen naar mijn besprekingen.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Carolijn Visser: Selma

Carolijn Visser: Selma (Nederland, 2016): 284 blz: Uitgeverij Augustus


 
In 2008 ontmoette Carolijn Visser Greta en Tseng Y Tsao (Dop) tijdens de pauze van een lezing die ze gaf in Castricum. Greta en Dop vertelden over hun Nederlandse moeder Selma, die in 1950 had besloten met hun vader mee te gaan naar China. Gedurende de jaren die volgden leerde Carolijn Visser broer en zus Tsao beter kennen.

In 2012 gaven zij Carolijn de brieven ter inzage die hun moeder vanuit China naar hun grootvader in Nederland had geschreven. Deze brieven vormen de basis van het boek "Selma" samen met de verhalen van haar kinderen Greta en Dop.

Het boek begint in 1966 als Selma na een lange reis naar Nederland terugkeert naar Peking. Ze merkt hoe de situatie verslechterd is.

Selma was geboren in 1921 en heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met haar vader Max Vos ondergedoken gezeten. Haar vader hertrouwde met de vrouw bij wie hij ondergedoken was.

Na de oorlog gaat Selma in Cambridge studeren en daar ontmoet ze de Chinees Chang Tsao. Ze krijgen 2 kinderen: de oudste, een zoon, heet Dop en de jongste, een dochter, Greta. Ze emigreren naar Hong Kong en later naar China waar Chang Tsao een belangrijke partijfunctionaris is.

Het verhaal van Selma en haar gezin wordt verteld vanaf 1957 tot aan haar dood in 1968, met een korte epiloog over haar kinderen die in 1974 naar Nederland verhuisden.

Selma was de enige Nederlandse vrouw die tijdens de grote gebeurtenissen in China zoals de grote sprong voorwaarts (1960-1962) en de culturele revolutie (1966-1974) in Peking leefde. Aanvankelijk hebben ze het redelijk goed, mede door de vooraanstaande positie van Chang en haar buitenlandse afkomst. Later wordt het steeds minder totdat ze vanaf 1966 allerlei vernederingen moesten ondergaan en Selma en Chang kort na elkaar stierven.

Ik vind "Selma" een absoluut hoogtepunt in het oeuvre van Carolijn Visser. Het boek is met veel empathie voor de hoofdpersonen geschreven, het leest erg prettig en er is gedegen onderzoek voor het boek verricht. Vooral het gewone dagelijks leven is mooi beschreven. Een van de allermooiste boeken uit het Nederlands taalgebied die ik ken! "Selma" kan zich zonder meer meten met andere klassiekers over China zoals Jung Changs "Wilde zwanen" en het boek van Li Zhisu "Het privé-leven van voorzitter Mao".

Een aantal citaten:
- Als Selma thuiskwam, werd ze op de verschillende binnenplaatsen beleefd gegroet, maar niemand kwam zomaar langs voor een praatje of vroeg haar op de thee.

- In de zomer van 1956 had Mao Zedong intellectuelen en studenten opgeroepen de Communistische Partij te bekritiseren in een poging hen meer bij het landsbestuur te betrekken. "Laat Honderd Bloemen Bloeien" heette de campagne. Er kwam echter zoveel kritiek los, dat Mao het als een aanval op de partij ging zien. Wie zich had uitgesproken, werd gestraft. In 1957 werd een half miljoen mannen en vrouwen gevangengezet of verbannen naar afgelegen gebieden, soms voor een periode van wel twintig jaar. ... Elk bedrijf, elke instelling of instantie werd geacht ongeveer 5 procent van zijn werknemers als schuldigen te ontmaskeren. Zij konden zich hiertegen niet verweren, verloren hun baan, hun woning, hun verblijfsvergunning voor de stad Peking en werden op het platteland tewerkgesteld. Altijd zou het verschrikkelijke stigma "rechts element" in hun dossier blijven staan en hun gezinnen werden samen met hen in het ongeluk gestort.

- Selma mocht deze buitenlanders niet. Ze vond hen te extreem in hun politieke overtuigingen. Onder buitenlandse vrienden die ze vertrouwde noemde ze hen de "200 percenters".

- Selma vertelde over het taleninstituut. In haar lessen mocht ze alleen exacte Engelse vertalingen van Chinese politieke teksten gebruiken. Straks spraken haar studenten een onbegrijpelijk soort Engels, voorspelde ze, maar als ze iets in die richting zei, werd haar de mond gesnoerd door Chinese collega's of haar eigen studenten. Volgens hen moest een buitenlandse taal een "bruikbaar gereedschap in de klassenstrijd" zijn. Allemaal goed en wel, vond Selma, maar het belangrijkste was toch wel dat de mensen begrepen waar je het over had.

- Selma vroeg haar vader om leerboekjes Engels op te sturen. "Hier is ook wel materiaal maar dat begint met: "I love Chairman Mao". En gaat verder met: "I want to build the revolution." Terwijl ik het daar wel mee eens ben, wil ik toch liever dat mijn kinderen in Engeland een kopje thee kunnen bestellen."

- Jiang Qing en haar getrouwen gebruikten het moment om een "socialistische zuivering van de kunst" te ontketenen. Schrijvers en kunstenaars moesten voortaan putten uit de wereld van arbeiders en boeren en niet meer uit het "feodale" verleden. De Chinese klassieken over keizers en krijgsheren hadden een verderfelijke invloed. De Culturele Revolutie moest daar iets aan doen.

- Onder leiding van Lin Piao was het Rode Boekje samengesteld, een bundeling van citaten van Mao. Het was sinds kort gebruikelijk om het altijd bij je te hebben en zichtbaar een hoek uit je broekzak te laten steken.

- De docent werd geslagen, Sterke jongens trokken de armen van het slachtoffer naar achteren en duwden het hoofd naar beneden. De "vliegtuigpositie" werd dat genoemd.

- Het grootste probleem voor Dop was niet eens dat hij bijna nooit een krant in handen kreeg, want wat er werkelijk gebeurde stond daar zelden in. Voor het echte nieuws moest je in Peking zijn. Je moest bij vrienden en kennissen langsgaan, luisteren naar hun geruchten en daaruit zelf verschillende mogelijke scenario's samenstellen.
 
Ik heb mijn bespreking uit 2016 hier ongewijzigd overgenomen.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.
 

dinsdag 8 oktober 2024

Carolijn Visser: Argentijnse avonden

 

 
"Argentijnse avonden" is de biografie van Carolijn Visser over de Rotterdammer Rinus van Mastrigt en zijn dochters Ida en Miep.
 
Rinus vertrok in november 1937 op 24-jarige leeftijd voor een fietstocht naar Zuid-Oost Azië. Hij kwam aan in Malakka, werd ziek en de familie van zijn verloofde vond dat zij hem op moest zoeken (ze kon hem toch niet helemaal alleen in de vreemde dood laten gaan?). Rinus knapte op en trouwde met Ida. Ze kregen samen twee kinderen: Ida en Miep.
 
Toen kwam de oorlog en werd Rinus gevangengenomen en kwam hij in Japan in een Jappenkamp terecht. Toen Rinus vrijkwam bleek zijn vrouw het met andere mannen te hebben aangelegd. Ze scheidden, Rinus stuurde zijn twee dochters vooruit naar zijn ouders in Rotterdam en kwam zelf later ook naar Nederland.
 
Daar kon hij niet aarden en besloot hij om te emigreren naar Argentinië. Na een paar jaar daar te hebben gewoond liet hij zijn dochters overkomen.
 
Het grootste deel van het boek is gewijd aan het leven van Rinus en zijn dochters in Argentinië.
 
Het boek geeft een prachtig beeld van de leefwereld van een geëmigreerd gezin en van de besloten Nederlandse gemeenschap van een klein stadje in Argentinië. Het boek begint en eindigt met een bezoek van de koninklijke familie aan het stadje in 2006.
 
Het boek is gebaseerd op documenten in het bezit van dochter Ida. Met dit boek blijkt Carolijn Visser opnieuw een van de beste Nederlandstalige schrijvers.
 
Citaten:
 
- Rinus had ook weinig zin zijn ouders op de hoogte te stellen van het treurige nieuws. Hij vond dat hij gefaald had en wilde hen niet belasten met zijn zorgen. Hij had de dominee al eerder een brief laten sturen aan Ida. Zij had moeten beloven te zwijgen tegen de Van Mastrigts. Ida's moeder had gezegd dat ze naar Singapore moest gaan. Ida, die net drieëntwintig was geworden, zag enorm op tegen zo'n verre reis in haar eentje. Ze was nog nooit buiten Nederland geweest. "Je kunt Rinus daar niet alleen laten sterven," zei de kostersvrouw en ze schraapte het geld voor de reis bij elkaar. Op 15 augustus, de dag dat Rinus opnieuw onder het mes zou gaan, ging Ida in Rotterdam aan boord. Ze zou een maand onderweg zijn. 

- Hij schreef niet dat hij behandeld werd aan een grote wond aan zijn been, het gevolg van ondervoeding. Rinus werd hierdoor ingedeeld bij de eerste groep die geëvacueerd werd met het Amerikaanse Rode Kruis-schip Sanctuary. "Wat eten betreft is het hier een lustoord. We kunnen zoveel krijgen als we willen. Vlees, eieren, melk, tomaten, groenten, sinaasappelen, boter, aardappelen. Buiten hetgeen de keuken verstrekt, krijgen we dagelijks nog 3 flesjes bier, 3 stukken chocola, een pakje koekjes, sigaren, sigaretten. Verder kun je in de cantines de hele dag door koffie, thee, cola enzo drinken, waarbij je weer koekjes krijgt, ook weer zoveel als je wilt hebben, er is nergens gebrek aan. Wat hebben die Amerikanen het goed voor elkaar."

- Die februariavond, toen de meisjes voor het eerst over de lange trap naar boven kwamen geklauterd, hadden de Van Mastrigts hen verbijsterd opgenomen. Waren dit hun kleinkinderen? Ze hadden geen schoenen aan! Hun blote voeten, hun gezichten en hun handen zagen zwart van het vuil. Al die weken aan boord hadden ze zich niet gewassen. Hun haar, waar in Batavia nog zulke mooie strikken in hadden gezeten, was de hele reis ongekamd gebleven en zat nu om het hoofd geklit. De meisjes waren uitgehongerd en vielen aan op de boterhammen die hun grootmoeder haastig voor hen smeerde. Gulzig klokten ze glazen melk naar binnen. Jan, een jongere broer van Rinus, ging meteen water verwarmen en zette een teil in de woonkamer. Samen met zijn moeder schrobde hij de meisjes schoon. Ze hadden vast luis, veronderstelde vader Van Mastrigt. Hij haalde een luizenkam en DDT-poeder uit de winkel. De kleren van de meisjes gingen de potkachel in, want daar zou wel ongedierte in zitten, dat moesten ze niet in huis hebben. Ida'tje en Miep kregen elk een nachtpon aan van een van de zusters van Rinus; die sleepten over de grond achter hen aan, maar zo hadden ze in ieder geval iets schoons aan.
 
- Cor, de jongere broer van Rinus, begreep het wel. Die zou later over dit vertrek en over de fietstocht naar Indië zeggen: "Rinus was een genie. Dat was eigenlijk het probleem. Hij kon alles, maar hier kon hij zijn ei niet kwijt. Nederland was gewoon te klein voor hem."
 
Toen Rinus in Argentinië aankwam:
- Buenos Aires telde toen al ruim drie miljoen inwoners. Trams, autobussen en zwarte automobielen denderden langs de hotelkamer die Rinus deelde met een andere passagier van de Alphard. Geïmponeerd dwaalden de twee mannen door het luxueuze warenhuis Harrods. Deze Argentijnse dependance verkocht alles wat in de beroemde Londense zaak ook te krijgen was. De winkel omvatte acht verdiepingen met cederhouten vloeren. Klanten werden in de entreehal van zwart-wit marmer verwelkomd door het huisorkest. Er was een draaimolen voor de kinderen. Het aanbod van meubels, porselein en kleding overweldigde de twee Nederlanders, die tot voor kort alleen spullen op de bon hadden kunnen kopen. Argentinië was vrijwel de hele oorlog neutraal gebleven en had met de hele wereld goede zaken gedaan. Het land floreerde.
 
- Wat Miep niet aan Rinus had verteld was dat ze ook haar moeder wilde bezoeken. Via het Rode Kruis had ze haar adres achterhaald. Ze heette nu Ida Broere en woonde in Vianen. Op een avond reed oom Cor Miep erheen. Cor bleef in de auto zitten. Miep belde aan.
 Een man deed open en Miep stapte naar binnen. In de woonkamer trof ze een vrouw aan tafel. "Ik ben je dochter," zei Miep. "Ik ben gekomen om je te zeggen hoe erg ik het vind dat je mij in de steek hebt gelaten als kind. Mijn hele leven heb ik daaronder geleden. Ik heb nu veel problemen en die zijn allemaal te wijten aan jou."
 Na die woorden draaide ze zich om, liep het huis uit, opende het portier van de auto en ging weer naast haar oom Cor zitten. "Ik heb gezegd wat ik te zeggen had," zei ze. "We kunnen gaan."

- "... In heel Latijns-Amerika is het een janboel. In de tweeëntwintig jaar dat ik nu in Argentinië ben zijn er tien presidenten geweest en niet één daarvan is op een normale manier aan de macht gekomen of vertrokken."

- Jet van der Velde, twintig jaar lang domineesvrouw te Tres Arroyos, zou later over de man-vrouwverhouding binnen de kolonie zeggen: "Om te beginnen staat de man natuurlijk ver bóven de vrouw, dat is in de Bijbel te lezen. Vervolgens is het belangrijkste in het leven van de man zijn liefde voor God. Dat is een exclusief contact met het hogere. Die liefde voor God komt voor hem ook op de tweede, de derde en de vierde plaats. Dan pas volgt de liefde die hij voelt voor vrouw en kinderen. Die is van een lagere orde en om daar uiting aan te geven is ongepast."

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 6 oktober 2024

Carolijn Visser: Oom Brian de pitbullwerper

Carolijn Visser: Oom Brian de pitbullwerper (Nederland, 2009): 271 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
In "Oom Brian de pitbullwerper" zijn korte verhalen gebundeld van Carolijn Visser, die eerder verschenen zijn in de NRC en in andere bladen, maar nooit eerder in boekvorm. De verhalen geven tezamen een aardig beeld van Carolijns reizen en de mensen die ze onderweg heeft ontmoet. Niet het boek van Carolijn om mee te beginnen, maar een must voor iedere liefhebber van haar werk.
 
Citaten:
- In 1981, toen ik in mijn eentje door China trok, sprak ik geen woord Chinees. Ik was als een blinde die op de tast de weg moest vinden. In elke stad was maar één hotel dat buitenlanders mocht toelaten. En dan nog: de receptionist zei altijd dat het vol was, ook al logeerde er geen enkele gast. Ze wilden niet lastiggevallen worden en bovendien waren ze erop ingesteld groepen te ontvangen. Aan alleenreizenden hadden ze een broertje dood. Het kon uren duren voordat er eindelijk iemand voor me uit sjokte naar een kamer die in de meeste gevallen op een gevangeniscel leek. Eén keer trof ik een tot de rand gevulde po aan onder mijn bed. Toen ik een personeelslid daarop wees zei ze: "Daar ga ik niet over."

- Toen ik meer geld kon uitgeven zorgde ik ervoor dat mijn kamer altijd wel een raam had. En, vreemd genoeg, al snel was dat niet genoeg. Dat raam moest een uitzicht hebben, over glooiende velden, een straat, een interessante buurt of over een turkoois gekleurde zee. Steeds meer eisen ging ik stellen. Ik wilde een badkamer bij de hand, een restaurant in de buurt, vriendelijk personeel.

- "Tegenwoordig wonen veel  Australische mannen overdag in de garage," legde mijn echtgenoot uit. Vroeger brachten ze vrijwel al hun vrije tijd in de pub door, maar sinds de politie automobilisten streng op alcohol controleert, kunnen ze daar moeilijk komen, er is niet altijd een pub dicht in de buurt. De garage is een redelijk alternatief. Bezoekende vrienden lopen direct door, ze weten waar ze hun mate kunnen vinden. Tot opluchting van de vrouw des huizes, want die heeft liever geen manvolk over de vloer. De strijd der seksen wordt in Australië nog steeds met veel vuur gestreden.

- Toen ik terugkeerde naar de bokstent heerste daar een merkwaardige stilte. Naast de Kenworth trof ik Wayne op een veldbed met een vrijwel onherkenbaar gezicht en lippen die niet meer wilden sluiten. Michael en vier Aboriginals keken moederlijk op hem neer. "Hij wilde het zelf," pleitten ze zichzelf vrij. "We konden hem niet tegenhouden." "Heb je al je tanden nog?" vroeg ik. Braaf opende Wayne zijn mond. "Die andere kerel was veertig kilo zwaarder en twintig jaar jonger," probeerde hij zijn eer te redden. "Waarom heb je het dan in hemelsnaam gedaan?" wilde ik weten. "Ik kon niet anders," bracht Wayne met moeite uit, blikken werpend naar de mannen om ons heen. Toen begreep ik het. Hij was het verplicht geweest aan zijn stam.

- Sinds zijn laatste mededeling is het gezicht van Da Wei verstard. Als bevroren kijkt hij naar buiten. "Mijn moeder ..." mompelt hij, zoekend naar de juiste Engelse woorden, "mijn moeder was oogarts. Op een dag tijdens de Culturele Revolutie kwam een groep middelbare scholieren naar ons huis. Klasgenoten van mijn zus. Ze namen mijn moeder mee en sloegen haar dood."
 "Wat?" reageer ik geschokt.
 "Ze sloegen haar dood," herhaalt Da Wei toonloos.
 "Klasgenoten van je zus?"
 Hij knikt.
 "En kom je die nog wel eens tegen?"
 Hij knikt weer. "Soms."
 "En wat zeg je dan tegen hen?"
 "Niet veel."

Als Carolijn een keer denkt dat ze haar Chinese gastvrouw tot last is geweest, denkt ze aan de keren dat ze zelf bezoek had:
- En wat te denken van het stel dat een paar weken bij mij op de grond sliep in de tijd dat ik slechts één kamer tot mijn beschikking had? Zodra het licht uitging klonk er een vreselijk gesmak, geslurp en gesabbel op van de matras naast mijn bed. Het leek alsof ze een schaap geroosterd hadden en dat met een hongerig gezelschap aan het verslinden waren. Elke nacht weer! Zelfs als ik luidruchtig langs hen naar de wc stampte, werd het niet rustig.

- Tegenwoordig hebben logés digitale foto- en filmcamera's bij zich, mobiele telefoons, blackberry's, iPods en usb-sticks. Alles moet voortdurend geladen, gedownload en ingelogd worden. Iedereen is steeds zijn codes kwijt, gebruiksaanwijzingen zijn thuis blijven liggen, aansluitingen passen niet. De gastvrouw weet vast de oplossing wel!

- De eerste keer dat ik China bezocht was in 1981, toen vrijwel alle Chinezen nog in blauwe of groene maopakken waren gekleed. Ik sprak geen woord Chinees, ik kon geen enkel karakter lezen en voelde me een blinde die op de tast de weg moest vinden in dat land.
 Elk restaurant was staatseigendom in die tijd, en leek meer op een kantine. Ze waren maar een paar uur per dag geopend en altijd overvol. De enige manier om aan de beurt te komen was om je op te stellen achter een gelukkige die al zat te schranzen. Je ademde in de nek van iemand die rustig zijn noedels met stokjes naar binnen werkte, zijn bier dronk, boerde, of een wind liet. Als je eindelijk kon plaatsnemen was het wiebelige krukje nog warm en moest je eerst wachten tot het slagveld van afgekloven botjes en vette kringen was op geruimd.

- Na zijn opleiding hoopt Faeng voor een internationale ontwikkelingsorganisatie te gaan werken. "En je nicht heeft gezegd dat ze na hun pensionering misschien wel in Laos willen komen wonen," zegt Faeng. "Ja," zeg ik, "dat is het plan." Ik kan mijn ogen niet afhouden van de maanverlichte rivier en zeg: "Dat vind ik nou het mooie van deze geglobaliseerde tijd waarin we leven." Faeng denkt dat ik het internet bedoel, of het mobiele telefoonverkeer, maar ik dacht aan de bijzondere band die zomaar kan groeien tussen twee Amsterdamse vrouwen en een ex-monnik aan de oever van de Mekong.

- De oude, spichtige kokkin lijkt meerdere armen te hebben, als een hindoeïstische godin. In razende vaart heeft ze oranje gekleurde kruidenpasta en garnalen aangebakken. Nu strooit ze noedels in haar grote wok en mikt er een plens donkere saus achteraan, het vuur draait ze op tot verzengende hoogte. Twee eieren vliegen door de lucht, de schalen breken op de rand, de inhoud belandt midden in het gerecht. Taugé, lenteuitjes en drie scheuten van het een of ander volgen. Een assistente staat al klaar met een plastic bord, op de bodem ligt een stuk bananenblad gevlijd. Dan barst een regenbui los, druppels roffelen op het zinken dak. De kokkin hoort niets, ziet niets, is alweer halverwege de volgende bestelling.

- Meer dan twintig jaar hadden we elkaar niet gesproken, maar in nog geen seconde had Google haar voor me opgespoord. Deense Susan. In het midden van de jaren zeventig maakten we een reis van zes maanden door de Verenigde Staten. "Ik moet binnenkort in Amsterdam zijn," mailt ze terug. Op het moment dat ze mijn woonkamer binnenstapt, zijn we weer twintig en on the road. De hele middag zitten we gebogen over een kaart van Amerika. Op Long Island logeerden we bij een tante van Susan, in Connecticut bij een neef. "Jij had overal familie," zeg ik. "En oom Henry dan?" vraagt ze. God ja, oom Henry.

- Ik had eerder overwogen ergens anders te gaan logeren nadat een van de meisjes verteld had over een gewapende overval op de hotelgasten kortgeleden, alleen moest ik dan eerst betalen en ik was weliswaar met honderden dollars op zak naar Puerto Cabezas gekomen, maar daar was vrijwel niets meer van over. Mensen die ik kende uit de tijd dat ik hier woonde hadden mij geld gevraagd voor medicijnen, medische behandelingen, een opleiding, en schooluniformpjes voor hun kinderen. In het Nicaraguaanse stadje was geen pinautomaat.

- Ik ken Kenny uit de tijd dat hij in een krot woonde en in een uitgeholde boomstam de zee op ging om te vissen. Op een dag vond hij een kist cocaïne. Dat komt vaak voor aan deze kust: straatarme Miskito-indianen vissen regelmatig een hoeveelheid drugs op uit zee die ze voor honderd- of tweehonderdduizend dollar aan een handelaar kunnen verkopen. Het bijzonderste van de hele zaak is dat het Miskito's lukt zo'n bedrag in een maand te verbrassen. Weken achter elkaar wordt er gedronken, gefeest en gewinkeld. Daarna gaat iedereen weer vissen met z'n kayuko en water halen bij de put alsof er niets is gebeurd. Maar Kenny heeft een sloep met een motor aan het avontuur overgehouden. En een huis van cement.

- Café Coca Cola is voor mij een vertrouwde huiskamer in den vreemde. Het zijn meest mannen die hier komen, maar als vrouw word ik buitengewoon beleefd bejegend. Het is señora voor, señora na. Hoeden worden gelicht. Als, zoals dat wel eens gaat, de vraag zich opdringt: waarom leeft een mens? kan ik die in Coca Cola moeiteloos beantwoorden: om hier koffie te drinken. Desgewenst kan daarna de tijd gerekt worden tot de soep van de dag gereed is.

- Ze had verteld over de vorige winter, toen een storm het ijs op de Oostzee in stukken had geslagen en de veerpont niet meer uit kon varen. Twee jonge Russische vertegenwoordigers zaten voor onbepaalde tijd op het eiland gevangen. Nadat ze onderdak hadden gevonden en drank hadden ingeslagen kwamen ze in het restaurant informeren of er meisjes op het eiland waren. "Dat soort meisjes komt van het vasteland en is hier alleen in de zomer," had de serveerster geantwoord. "Maar we hebben geld," drongen de mannen aan. "Geld heeft op dit eiland geen enkele waarde," had de serveerster het gesprek besloten.

- Later, bij een biertje naast de aalbesstruiken, hebben we het over het begin, toen hij Ests ging leren in Tartu, de universiteitsstad in het zuiden. "Het lukte mij anders niet informatie te verzamelen voor mijn onderzoek, vrijwel geen enkele Est sprak Engels in die tijd. Het lokaal waar ik les kreeg was onverwarmd, daar was geen geld voor. We zaten met onze jassen aan rond een oliekachel." Met bevriende Estse studenten ging hij soms iets drinken in de bierkelder van Tartu. "Je kon er knoflookbrood en schnitzel bij krijgen, dan had je het wel gehad." Onvoorstelbaar karig was alles in Estland in die tijd, toch zijn het herinneringen van niet meer dan anderhalf decennium terug.

Over Zeeland:
- De moderne tijd tijd dient zich aan met een kracht die sterker lijkt dan het water ooit is geweest.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 4 oktober 2024

Carolijn Visser: Shanghai Skyline

Carolijn Visser: Shanghai Skyline (Nederland, 2008): 250 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Carolijn Visser is gedurende haar reizen over de wereld in vele landen geweest, maar China is toch wel het land waar ze het meest over heeft geschreven. Na "Grijs China" en "Buigend bamboe" is "Shanghai Skyline" het derde boek van Carolijn over een reis door China. Ik vind dit nieuwe boek duidelijk het meest interessante boek van die drie en tegelijkertijd het meest interessante boek dat ik ken over een reis door China. Warm aanbevolen!
 
Citaten:
- Op een spoor naast ons haalde een trein ons in, en verdween meteen in de verte. "Driehonderd kilometer per uur," lichtte meneer Guo toe. "Ahh!" reageerde ik bewonderend, maar dat was niet wat hij beoogde. "Van de luchthaven naar de stad kost vijftig yuan! Veel te duur!" stelde hij misnoegd vast. We kenden elkaar nog geen tien minuten en meneer Guo waakte al over mijn uitgaven alsof we oude vrienden waren. Ik had vaker Chinezen ontmoet die zo deden. Ze zagen het leven als een barre reis. Je mocht je bij hen aansluiten en samen optrekken tegen de rest van de wereld, die vol oplichters, hindernissen en valkuilen was.

- Het had altijd iets beklemmends gehad bij Chinezen thuis te komen. Met je aanwezigheid bracht je hen in gevaar ...

- Van vorige reizen wist ik nog hoe moeilijk het in China was om op het juiste moment, op de juiste wijze, het juiste cadeau te geven.

- "Hoe weet je nou of iemand de ware is?" wilde Elizabeth weten. "Dat kun je niet weten," antwoordde ik. "Soms zijn mensen twintig jaar samen en lijkt het alsof alles goed is en dan opeens gaan ze scheiden en vervloeken ze de dag dat ze elkaar ontmoet hebben. Je weet het pas op het eind." Elizabeth knikte bedachtzaam. Ze had liever een eenduidig antwoord gehad, vermoedde ik.

- In China heeft een mens familieleden nodig om zich te behoeden voor het noodlot, was haar boodschap, omdat niemand anders dat zal doen. "Een man die ik ken kreeg een acute blindedarmontsteking in een afgelegen stad. Hij wist een ziekenhuis te vinden maar moest vooruitbetalen voor de operatie en dat geld had hij gewoon niet bij zich." "En toen?" "Je weet hoe het dan gaat: niemand verroert een vin, alles stagneert. Uiteindelijk heeft hij zich halfdood naar een internationale pinautomaat laten rijden. Je moet in zo'n geval iemand hebben die alles laat vallen en naar je toe komt."

- In China heerst een intimiderende sfeer, beaamde ik. Daarom voelde ik me altijd opgelucht als ik het land weer verliet. Maar het was voor het eerst dat ik een "overzeese" Chinees als Sung ontmoette die zich zo kritisch uitliet over het moederland.

- Weer boven de grond staken we een drukke weg over. "Ik voel me veilig naast jou," zei Sung. "Iemand die eruitziet als een buitenlander rijden ze niet zomaar omver, dat geeft te veel gedoe. Als ik alleen ben moet ik echt enorm goed uitkijken. Een dode Chinees is geen ramp. Er zijn er toch zoveel."

- Meneer Xu wilde niet als kunstenaar te boek komen staan. Zijn generatie had geleerd dat het met dat soort mensen slecht afliep. Expressie, individualiteit, een eigen mening, waren begrippen die een lichte paniek deden verschijnen op meneer Xu's gezicht.

- De afgelopen jaren had ik vaak het gevoel gehad dat ik overspoeld werd door Chinese handdoeken, pannen, sokken, broeken en fietsen, of ik nu in Europa was, in Latijns-Amerika of in Laos. Nu pas realiseerde ik me wat de Chinezen zich voor de productie daarvan hadden moeten ontzeggen.

- De grootvader van Holly hield haar in die tijd van schaarste ook voor dat een mens niet veel nodig heeft. "Geluk is iets wat binnen in je zit." Maar in het huidige China werd daar anders over gedacht. "Het gaat nu alleen maar om Gezicht," mopperde Holly. Succesvolle Chinezen kleedden zich in bekende merken en aten in restaurants waar een maaltijd het maandsalaris van een arbeider kostte. "Omdat we vroeger allemaal zo arm waren," vergoelijkte Holly, "is het duurste nu nog niet goed genoeg. Het enige wat mensen kunnen bedenken is een Groot Gezicht." Dat kreeg je als je kostbare Rolex-horloges droeg of Armani-pakjes en handenvol geld uitgaf in dure restaurants.

- "Als kind droomde ik ervan ooit een heel ei te mogen eten," bekende de journaliste, maar haar ouders, ingenieurs, konden zich dat in die tijd niet veroorloven.

- Toen ik voor het eerst in China kwam was ik geschokt door wat ik zag: boeren gekleed in vodden die hersteld waren met tientallen opgenaaide lapjes, hongerige horden kinderen, een lamgeslagen economie. Mensen vertelden over jaren van verbanning, ontberingen en mishandeling tijdens de Culturele Revolutie, toen nog maar een paar jaar voorbij. De schade werd nu in razend tempo ingehaald. We zouden blij moeten zijn voor de Chinezen en dat was ik ook, maar ik wilde ook graag iets anders zien dan bouwputten.

- "En op politiek gebied," ging meneer Wang verder met een gewichtiger klinkende stem, "willen we een verantwoorde rol in de wereld spelen op het gebied van de vrede." Daarmee bedoelde hij, veronderstelde ik, dat China zich militair wilde kunnen meten met de grote wereldmachten, want wie kan beslissen over vrede, kan ook beslissen over oorlog.

- Meneer Zhao liet me de kopieën zien die hij gemaakt had van Schotmans boeken. ... "... en volgens mij beschrijft deze man wat hij zag, wie hij ontmoette en wat er gebeurde." Ik begreep niet waar hij op doelde. "Chinezen in die tijd deden dat niet," verduidelijkte meneer Zhao. "Die schreven over het gevoel dat ze hadden als ze ergens naar keken." "Bloemrijke woorden," was me nu duidelijk, "in de trant van; kraanvogels vliegen over het water, pijn doorboort mijn hart. Geen feiten." Meneer Zhao knikte ...

- "Was Deng Xiaoping een goede leider of een slechte leider?" vroeg ik. Meneer Zhao Ming verzuchtte uit de grond van zijn hart: "Zonder Deng Xiaoping was ik niemand. Zonder hem had ik nooit Engels kunnen leren. Zonder hem zat ik nu thuis met de deuren dicht."

- Ondernemingen verliepen volgens Clissold meestal als volgt: Er wordt een overeenkomst gesloten tussen een buitenlandse en een Chinese partner. De buitenlander levert investeringen, kennis en technici, de Chinees brengt mankracht in, land of gebouwen. De westerse investeerder komt na enkele maanden over en ziet: de fabriek, die hij zich vol machines had voorgesteld, is leeg. En het geld is op. Alles heeft tegengezeten, wordt hem verteld. Vergunningen zijn nog niet rond, de lokale autoriteiten stellen nieuwe eisen, de buitenlander krijgt het gevoel dat hij in drijfzand is gestapt. En wat blijkt dan: In een volgend dorp is een concurrerende fabriek gekomen. In hallen staat splinternieuwe apparatuur opgesteld. De eigenaar is degene met wie de westerse investeerder een contract heeft gesloten, maar dat is onmogelijk te bewijzen, want er zijn ook vele andere bij betrokken, zoals plaatselijke autoriteiten.

- " ... Maar het is tijdens de les verboden over geloof te spreken. Punt uit."Vreemd was dat wel, vond Don, want wie iets van de westerse literatuur wil begrijpen, moet enige kennis hebben van het christendom. "Dat zei ik tegen een Chinese collega van ons. Oké, reageerde ze, leg het me dan maar uit. Ik zei: Hoeveel tijd heb je? Een dag? Een week? Ze dacht dat ik het wel in een paar minuten kon uitleggen."

- Niets was vanzelfsprekend, hadden de Amerikanen geleerd in China. Alles moest worden uitgelegd. "Loop ik over de campus met een paar studenten," vertelde Don. "Ik groet de veger die ik elke dag een paar keer tegenkom. Zegt een van de studentes: "Tegen die man hoef je niet aardig te zijn, hij is maar een veger." "Nee, dat is inderdaad niet verplicht. Tegen jou hoef ik ook niet aardig te zijn. Maar ik ben het toch," reageerde ik."

- Die anekdote stelde mij gerust. Ik schatte hem begin veertig, en toen ik zijn hand schudde, vroeg ik mij even af, zoals altijd wanneer ik Chinezen van rond die leeftijd ontmoet, of hij wellicht een Rode Gardist was tijdens de Culturele Revolutie. Iemand die met het Rode Boekje in de hand leraren mishandelde of buren aangaf.

- "Zijn er ook rijke katholieken?" vroeg ik; de katholieken die ik in Shanxi ontmoet had, leken geen van allen over een hoog inkomen te beschikken. Pastoor Meng schudde beslist het hoofd. "Wie veel geld wil verdienen moet politiek bedrijven, connecties hebben, omkopen. Dat is een ander leven, een andere weg. Wij katholieken wijden ons aan ons geloof en daar word je niet rijk van."

- "En de jonge mensen in jouw land?" informeerde de vader belangstellend verder. "Waar geloven die in?" "Die zijn vooral individualistisch ingesteld," antwoordde ik. De vader knikte alsof hij zoiets wel had verwacht. "Ze geloven niet in de geest van de natie?" informeerde hij zorgelijk. "Nee," durfde ik wel te stellen. De chauffeur kwam me te hulp. "Als ze maar onderwijs volgen," zei hij, "dan komt het wel goed." "Ja," beaamde ik, "maar het probleem is dat velen hun opleiding niet afmaken en de school zonder diploma verlaten." Iedereen zoog ontzet de adem in. "Wat een schande voor hun familie!" zei Luke geschokt. De vader keek alleen maar bedroefd voor zich uit.

De slotzinnen uit het boek:
- In gedachten noteerde ik mijn verplichtingen jegens iedereen die ik gedurende dit verblijf ontmoet had. Wat kon ik doen voor wie? Op wie kon ik in de toekomst weer een beroep doen? Net als alle Chinezen moest ik nu een sociale boekhouding bijhouden.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 2 oktober 2024

Carolijn Visser: Miss Concordia

Carolijn Visser: Miss Concordia: Vrouwen in den vreemde (Nederland, 2006): 222 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
De eerste alinea van het voorwoord van "Miss Concordia" vertelt precies waar het boek over gaat:
- De vrouwen die in dit boek voorkomen, ontmoette ik gedurende de afgelopen twintig jaar tijdens mijn reizen door Europa, China, Australië en Noord-Amerika. Alle acht maakten ze, vanaf de allereerste ontmoeting, grote indruk op mij. Het waren vrouwen die door het lot in den vreemde waren beland en daar op bewonderenswaardige wijze wisten stand te houden. Met elk van hen probeerde ik contact te houden omdat ze zo vaak in mijn gedachten waren. Hun verhalen zijn voor mij bakens geworden waarmee ik me in de wereld en in de geschiedenis oriënteer. Als ik me een beeld probeer te vormen van de vooroorlogse Baltische staten, zie ik Edith von zur Mühlen voor me. Bij het woord Siberië denk ik aan Aime en Mai uit het Estse dorp waar ik ooit woonde. Ik kan geen woord over een gebeurtenis in de Chinese Culturele Revolutie lezen zonder me af te vragen wat Esther Jian op dat moment meemaakte. Het is alsof deze vrouwen mij altijd en overal vergezellen.
 
Citaten:
Over de restauratie van Rägavere:
- "Dit wordt een van de gastenbadkamers." Hammerbeck opende een deur naar een ruim vertrek dat geheel belegd was met wit marmer, afgebiesd met zwart-wit mozaïek. De jacuzzi, de douche en verschillende wasbakken moesten nog worden geïnstalleerd. "Ik heb gekozen voor een historisch verantwoorde restauratie, mét comfort," benadrukte Hammerbeck. Daarom was hij ook niet van plan antiekwinkels af te stropen naar meubels. "Die zijn allemaal oud en versleten. Ik koop alles nieuw." Hij was niet van plan het verleden te herscheppen. Elke kamer zou beschikken over een internetaansluiting en satelliet-tv.

- De volgende dag zou Bettine naar Melbourne vliegen om daar een vergadering bij te wonen van de kankerbestrijding waarin ze actief was. De tachtig gepasseerd, met een zeer been, moest ze zichzelf niet wat meer rust gunnen? Bettine wierp me een verwijtende blik toe. "Een mens moet zich nuttig maken," sprak ze me op besliste toon tegen. "Anders heeft het leven geen zin."

- Bijna vijftig jaar later, in 1986, schreef Esther op verzoek van de Chinese autoriteiten haar autobiografie. Die werd in Peking in het Engels uitgegeven onder de titel British Girl, Chinese Wife. Ik vond een exemplaar bij de Chinese boekhandel Ming Ya in Amsterdam.

- ... De wereld brandde, maar Esther probeerde zich aan andere zaken te wijden. Het was haar taak in het leven, schrijft ze in haar boek, haar man te steunen in zijn carrière. Zij deed het huishouden, raakte zwanger, breidde kleertjes en las Woman's Magazine.

- Aanvankelijk vond ik dat Esther er echt Brits uitzag, maar ze was in mijn ogen steeds meer Chinees gaan lijken. Haar gebaren, haar mimiek, de beleefde woorden waren Chinees, niet Europees. Alsof ze mijn gedachten kon raden, zei ze: "De mensen zeggen vaak: als je geen krullen had, was je net een Chinees." Chris vroeg wat ik vond van het boek van zijn moeder. Voordat ik antwoord kon geven zei Esther: "It is just a love story, a true love story."

- Oscar zette een tas vol studieboeken op de grond. Hij droeg een bril met een dik zwart montuur en schudde me vriendelijk lachend de hand. "Mijn grootmoeder liet mij vaak spelen met de porseleinen klompjes die ze van u had gekregen," begon hij beleefd.

- Daina en ik waren met elkaar bevriend sinds we elkaar dertien jaar geleden in de Transsiberië Expres ontmoetten. Onze haren dansten om ons heen, ik moest de tas waarin ik een slagroomtaart meedroeg, beschermen tegen de wind.
 In de verte doemde het houten huis op dat we samen hadden gekocht en waarin ik twee zomers en een winter had gewoond en dat me dierbaar was geworden. Aan het eind van mijn verblijf, vier jaar geleden al weer, was het pand en de bijbehorende appelboomgaard verkocht aan twee zusters uit Tallinn, die er met hun mannen en hun kinderen waren ingetrokken. Van een afstand leek het huis op een enorme roestbruine muts, omringd door zwarte akkers.

- De kolchoz hield de lammeren en de kalveren voor hun huiden. De sovjetstaat had een quotum opgelegd waaraan moest worden voldaan. "De lammeren die stierven, moest ik villen," zei Aime, huiverend bij de herinnering. "Soms leefden ze nog een beetje, maar we konden niet lang stilstaan in  de kou. Ik ging dan op het  dier zitten, sneed zijn huid open, klemde mijn mes tussen mijn tanden en stroopte de huid er met twee handen af. Al mijn kracht had ik daarvoor nodig." Ik zag haar voor me, haar handen en haar kleren onder het bloed. "Een kip slachten gaat nog wel, zo'n dun halsje doorsnijden stelt niet veel voor," vervolgde Aime, alsof ze bang was dat we haar te weekhartig zouden vinden. "Maar hoe groter het dier, hoe erger het is voor een kind. En een lam is een flink beest in de ogen van een negenjarige. Het akeligst was: ik móést die dieren villen. Als we een huid te kort kwamen, konden we naar een kamp gestuurd worden wegens het stelen van staatseigendom."
 
- Aimes broers leerden vallen maken waarmee ze marmotten en muizen vingen, die smaakten best.
 
- "Toen ik hier woonde hadden we het altijd over de toekomst," zei ik, "nu verdiepen we ons alleen nog maar in het verleden." "We worden ouder, dan krijg je dat," stelde Daina droog vast.
 
- "Het is net zoals toen je nog in de Heilige Geeststraat woonde," zei ik. In Tallinn zaten we ook altijd aan een ronde tafel in Larissa's keuken. Eerst nam ik Russische les bij haar, in de tijd dat ik in een huis op het Estse platteland woonde.  Later - ik was alweer teruggekeerd naar Nederland - kwam het appartement onder Larissa vrij. IK zocht een rustige ruimte waar ik aan een boek kon werken, dus ik greep mijn kans. Bijna een jaar lang waren Larissa en ik buren geweest. Totdat zij haar flat moest verkopen omdat ze ging scheiden.
 
- Sigrid nam iets van de boekenplank. "Mijn eerste jaren in Estland was dit mijn bijbel," zei ze en ze bladerde door een plakboek met Chinese knipsels. "Gisteren is voorbij, morgen is onzeker, daarom moet er vandaag hard gewerkt worden," vertaalde ze de karakters. "Zonnepitwijsheden noemen wij dat," verduidelijkte ze. Als je een zakje zonnebloempitten koopt, zit er vaak zo'n uitspraak bij.
 
- Sigrid was er niet van overtuigd dat de slechtheid van de mens zich zo makkelijk liet beteugelen, maar dat haar Michel onkreukbaar was, betwijfelde ze niet. "Hij is eerlijker dan de eerlijkste communistische partijleider in China," had ze het onderwerp droog besloten.
 
- "Dat hoeft niet uit te maken," zei ik. "Dingen waar niet over gesproken wordt, spelen ook een rol. Mijn grootmoeder had het idee dat ze beneden haar stand getrouwd was, dat heeft bepaald hoe ze mijn moeder opvoedde en dat had weer invloed op hoe die met mij omging." Sigrid keek afwijzend, ze was niet gewend om haar leven psychologisch te verklaren. De dingen waren zoals ze waren.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.