zondag 29 september 2024

Carolijn Visser: Vroeger was de toekomst beter

Carolijn Visser: Vroeger was de toekomst beter (Nederland, 2004): 314 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
In "Vroeger was de toekomst beter" staan een aantal verhalen die gepubliceerd werden in de NRC of in een weekblad, maar nog niet eerder in boekvorm.

Carolijn Visser publiceerde haar eerste verhaal, over haar werk in een chocoladefabriek, in het Zaterdags bijvoegsel van het NRC Handelsblad in 1975, op 19-jarige leeftijd.

Haar verhalen gaan over tal van onderwerpen: Surinamers in Nederland, over haar klasgenoten van het Atheneum, over een Britse anarchist, over een Deen die 5 jaar in Amerika heeft rondgereisd, over Turken in Amsterdam, over gemengde huwelijken en ook een aantal verhalen over de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en China.
 
Citaten:
- De baan in een chocoladefabriek vond ik door een advertentie: "Meisjes gevraagd voor licht inpakwerk, gezellige werkkring".
 Eerst heb ik opgebeld, maar het was beter wanneer ik even langskwam. De hele buurt rond de fabriek rook naar chocolade. De bedrijfsleider vroeg me te gaan zitten in een fauteuil die speciaal voor zulke gelegenheden was aangeschaft. Hij vroeg naar mijn opleiding en mijn ervaring met ander werk. Ik heb gezegd, en dat heb ik de hele tijd dat ik daar werkte volgehouden, dat ik lagere school en daarna twee jaar huishoudschool had. Ik was bang dat hij mij, wanneer ik zou zeggen dat ik atheneum had gedaan, misschien niet zou aannemen. Bovendien zou er dan zeker een grote afstand zijn tussen mij en de andere meisjes uit de fabriek. Nooit zouden ze me vertrouwen, misschien zelfs nooit met me praten.
 Ik was achttien. Studeren wilde ik niet. Ik had er geen zin in van het ene beschermde wereldje naar het andere te stappen. Het leek me zinvoller te gaan werken in een fabriek om eens te zien hoe dat was.
 
Surinamers in Zeeland:
- Altijd die opmerkingen over de WW en Surinamers die toch niet willen werken: "Dat is niet waar. Alle mensen die hier zitten zouden niets liever doen. Alleen één keer hebben we een jongen gehad die meteen na z'n aankomst een uitkering opeiste. Hij zei dat hij geleden had onder driehonderd jaar slavernij, honderd jaar kolonialisme, en vijfentwintig jaar wanbeleid van de Surinaamse regering. Toen heb ik gezegd: "Je bent nog maar zesentwintig, dus die paar honderd jaar slavernij zullen wel meevallen.""

- Nu studeert hij wiskunde in Utrecht. "Ik las pas in de krant," zegt Kees, "dat een socioloog na een langdurig onderzoek vaststelde: "Als het regent blijven de mensen thuis." Kijk, om zoiets uit te vinden hoef ik geen jaren te studeren. Mijn vak is logisch ..."

Jacob Holdt ontdekt Amerika:
- Het is weleens gebeurd dat ik 's morgens een ontbijt kreeg van Jehova's getuigen, 's middags op mijn knieën lag te bidden met de boeddhisten en 's avonds in een moskee sliep.

- "Wanneer je bang, achterdochtig of onecht bent komen de slechtste kanten van andere mensen naar boven. als je eerlijk bent behandelt iedereen je goed, dat is eigenlijk mijn enige filosofie."

- Ik: "Robert Long heeft in de Volkskrant gezegd dat je als  homoseksueel per definitie niet bij een kerk moet horen omdat homo's daar al eeuwenlang veroordeeld worden."

De jonge partijlozen:
- "Veel jonge leraren bij ons op school zijn van die flowerpowerfiguren. Ze leven nog steeds in de Maagdenhuisdroom. Ze branden wat na in de klas, straks zijn ze uitgeblust. Ondertussen zitten wij ermee."

- Arnout Visser: "De oudere leraren gaan nog wel. Die houden hun eigen mening er tenminste buiten. Maar bij die jonge leraren is alle redelijkheid zoek." Jolanka: "Ze dringen het je zo op. We krijgen altijd dezelfde teksten voor onze neus." Arnout: "Vóór ontwikkelingshulp, tégen gevangenisstraf, tégen discriminatie." Jürgen: "Vóór communes. Volgens mij zijn die er al helemaal niet meer. Bovendien wil ik gewoon mijn eigen spullen hebben."
 
- Over een paar weken krijgen ze hun havo-einddiploma, als ze tenminste slagen. Daarna gaan ze "studeren voor de WW als die dan tenminste nog niet op is".

Het missiehuis:
- Wij sluipen onze slaapzaal binnen en kruipen in de krakende bedden. De evangelistische vrouwen hebben een klein boekje op ons hoofdkussen gelegd met hun boodschap erin. De allerdikste zegt giechelend onder de dekens: "Jesus is like Coca-Cola, he's the real thing."
 
- Op een zondagavond om halfnegen sta ik op het station van Amersfoort te wachten op de trein naar Moskou. Ik heb uitzicht op een automatiek. In kleine hokjes liggen kroketten eenzaam op een rij Hollands te wezen.
 
De Transsiberië-Express:
- Over het landschap dat onderweg te zien is had ik ook geen romantische voorstelling meer nadat ik het Siberisch dagboek van Karel van het Reve gelezen had. Siberië is de Veluwe in het groot, schrijft hij.
 Maar toch, zoals zoveel mensen had ik me voorgenomen om eens in mijn leven per trein dwars door de Sovjet-Unie heen te rijden. Op mijn vijftiende maakte ik dat plan. Een vriendinnetje van mij was er ook enthousiast voor. Maar zij was ondertussen antroposofe geworden en als ze een treinreis maakte, was dat van de ene biologisch-dynamische boerderij naar de andere. Er zat dus niets anders op dan alleen te gaan.
 
De Russische tekenaar:
- "Ik ben een satiricus," zegt Sysojev, "geen analyticus. En ik heb geen zin om te doen wat er nu van mij verwacht wordt: de draak steken met Brezjnev en Gorbatsjov steunen. Als satiricus ben ik per definitie tegen de huidige situatie en dat maakt mij natuurlijk niet geliefd. ..."

Pionieren in China:
- "Onderhandelen met de Chinezen duurt gewoon verschrikkelijk lang. Het contract waar ik eindelijk mee kon komen, werd weer helemaal opnieuw doorgekauwd. Toen heb ik op een gegeven moment gezegd - en zo'n moment moet je natuurlijk wel goed kiezen: ik steek nu mijn laatste sigaar op en jullie weten inmiddels hoeveel ik van sigaren hou; als deze op is, ga ik naar huis, nieuwe kopen. Binnen een paar minuten stond er toen zo'n mooie, rode stempel onder het contract."

- Een eindje verderop, in een donkere steeg, hebben mensen van het platteland hun waren uitgestald: kippen, ganzen, padden, krabben, gedroogde paddestoelen, lotuswortels en minuscule visjes. Het is een vreemde gedachte dat het voor sommige boeren tien jaar geleden onmogelijk was om aan olie te komen, of zeep, of lucifers, omdat elke vorm van handel kapitalistisch was en daarom verboden.

- Het verbaast mij dat ze het zo zien. Vorig jaar had elke student die ik sprak op het Plein veel goede woorden over voor wat er gebeurde in de Sovjet-Unie. Ik herinner me een discussie, precies een jaar geleden, op het Tiananmenplein tussen een Russische toerist en een Chinese student. Iedereen was op dat moment in afwachting van de komst van Gorbatsjov. "Woorden, woorden," zei de Rus over zijn eigen president. "Maar in onze winkels is niets te krijgen." "Jullie hebben perestrojka," zei de Chinees, "wij hebben geen politieke vrijheid."
 De bakens lijken nu verzet. Ik ben sinds tien dagen in China, maar ik heb nog niemand gevonden die Gorbatsjov als leidend voorbeeld ziet.

Hongqi:
- "We waren in een Oostenrijks dorp waar mannen aan het vissen waren in een riviertje. "Zit hier dan vis?" vroeg ik verbaasd, want in China zouden de boeren het met netten en dynamiet al lang leeggehaald hebben." Er was hem uitgelegd dat geen enkele hengelaar meer dan zeven forellen per dag mocht binnenhalen. "Dat vond ik het meest bijzondere van Europa," formuleert Hongqi bedachtzaam. "Er zijn regels waarop het onmogelijk is om toe te zien, en toch houden de mensen zich eraan. 's Nachts als er niemand anders op de weg is, stoppen ze toch voor een rood licht." Xiao Mai schudde ongelovig het hoofd. "Aan zulke zelfdiscipline ontbreekt het bij Chinezen," vervolgde Hongqi. "Daarom is het belangrijk dat de Chinese autoriteiten streng zijn. Control, in China we need strict control," besluit hij ernstig.

- "Wat is alles veranderd," zeg ik tegen Hongqi. "Iedereen ziet er tegenwoordig anders uit. De Cantonese jeugd is niet meer te onderscheiden van die in Hongkong." Hongqi lacht tevreden. We gaan winkel in, winkel uit om kleding, cd's en schoenen te bekijken. Ook al is het tien uur geweest, alle deuren zijn nog open, alle winkels worden fel verlicht. "Alles is er," stelt Hongqi tevreden vast. "Je ziet dat we nu een beter leven hebben." "Ja," beaam ik, "jullie kunnen veel spullen kopen, maar wordt een mens daar gelukkig van?" Hongqi lacht, hij merkt de calvinistische ondertoon in mijn vraag niet op. "Ja," zegt hij beslist, "daar ben ik van overtuigd."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten