Posts tonen met het label Latijns-Amerika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Latijns-Amerika. Alle posts tonen

zondag 11 januari 2026

Clemens Carle: Rad-Abenteuer Panamericana

Clemens Carle: Rad-Abenteuer Panamericana: 45000 km von Feuerland bis Alaska (Duitsland, 1994): 303 blz: Uitgeverij Helmut Hermann
 

 
Ergens in mei 1988 ontmoette ik Clemens in het noorden van Joegoslavië, bij de grotten van Postojna. Ik was met de fiets onderweg naar Turkije. Er kwam een man met een enorme baard op mij af op een mountainbike met voorop een boodschappenmandje met etenswaren. Hij vroeg waar ik vandaan kwam en vertelde dat hij onderweg was naar Beijing op een fietstocht die anderhalf jaar zou duren. Hij stelde voor om een tijdje samen op te fietsen.
 
Zo gezegd, zo gedaan. We bezochten de grotten van Postojna en fietsten vervolgens een paar dagen samen op tot aan de meren van Plitvice, een schitterend natuurgebied met zeer veel watervallen. Na ons bezoek aan Plitvice wilde Clemens door het binnenland van Joegoslavië fietsen en ik langs de kunst (mooier weer!) en gingen we uit elkaar. Twee weken later kwamen we elkaar weer tegen in Ohrid, in het zuiden van Joegoslavië. We fietsen weer een paar dagen samen op en bezochten de Meteora kloosters vlakbij Kalamata in het noorden van Griekenland. Opnieuw splitsten onze wegen zich.

Het was denk ik begin 1990 dat ik weer wat van Clemens hoorde. Ik kreeg een eerste reisbericht met een verslag van de eerste etappe van zijn reis van Vuurland naar Alaska. We schreven elkaar regelmatig, ook nadat ik een psychische ziekte had gekregen. Clemens woonde in Maichingen, een klein stadje vlak ten westen van Stuttgart. Ik heb hem daar twee keer opgezocht in 1993 en in 1997. Bij die tweede gelegenheid vroeg ik aan Clemens of hij nog meer boeken wilde schrijven over zijn fietstochten. Hij antwoordde dat dat de moeite niet loonde, van zijn boek waren maar 10.000 exemplaren verkocht. Mij lijkt dat een fantastisch resultaat voor een eerste boek, maar echt rijk zul je daar niet van worden.

Ik had "Rad-Abenteuer Panamericana" natuurlijk al eerder gelezen, in 1997 en vermoedelijk nog een tweede keer maar dat kan ik niet terugvinden op mijn leeslijsten. Nu, bij herlezing, was ik aangenaam verrast over hoe onderhoudend ik dit boek vind. Het is een onderhoudend, prettig leesbaar boek over een zeer bijzondere fietstocht.
 
De tocht die beschreven wordt in "Rad-Abenteuer Panamericana" duurde van oktober 1989 tot oktober 1992. In 3 jaar tijd legde Clemens een kleine 45.000 km af. Ze vertrokken vanaf Vuurland met een groep van vier personen, behalve Clemens waren ook Rolf, Helge en Michael onderweg naar Alaska. Al gauw blijkt de groep niet geweldig te functioneren en splitsen Clemens en Rolf zich af van Helge en Michael. Later krijgt Clemens in toenemende mate onenigheid met Rolf en gaat hij in zijn eentje verder. Later ontmoet hij Helge en Michael weer en ze fietsen een tijd met zijn drieën. Opnieuw onenigheid en Clemens fietst weer alleen verder. De ouders van de 4 fietsers hebben nog wel contact met elkaar en Clemens en Rolf proberen het weer een tijd, maar in het noorden van Peru gaan ze definitief uit elkaar. Uiteindelijk neemt Helge in Colombia het vliegtuig naar huis, Rolf in de Verenigde Staten en alleen Michael en Clemens halen Alaska.
 
Ik heb de afgelopen maand 5 fietsboeken van Frank van Rijn gelezen. Er is een duidelijk verschil in levensstijl tussen Clemens Carle en Frank van Rijn. Beide reizen met een minimaal budget en met een zwaar bepakte fiets. Voor Frank van Rijn is het fietsen het doel op zich. Het gaat Frank om het fietsen en de rest is bijzaak. Bij Clemens ligt dat heel anders. Hij wil zich onderdompelen in een totaal andere cultuur en zoveel mogelijk zien en meemaken. Voor hem is het fietsen een manier om prettig rond te reizen en om makkelijk contact te maken met de lokale bevolking en medereizigers. Hij is veel socialer ingesteld dan Frank van Rijn en reist in een veel rustiger tempo, hoewel er ook voor hem natuurlijk dagen zijn dat hij zoveel mogelijk kilometers vreet. 
 
Als je de boeken van Frank van Rijn leuk vindt, dan zul je "Rad-Abenteuer Panamericana" vermoedelijk ook wel met plezier lezen, als je Duits tenminste goed genoeg is. Voor mij vormt het Duits van dit boek geen enkel probleem hoewel ik maar tot de 4e klas lessen Duits heb gehad.
 
Citaten:
- "Mit so etwas willst du Richtung Alaska fahren?", denke ich mir, und Zweifel am Vorhaben kommen auf. Es sollten nicht die letzten sein. Die 35 Testkilometer in den am Beagle-Kanal gelegenen Nationalpark "Tierra del Fuego" schaffen wir dann doch, die Schotterpiste gibt einen Vorgeschmack auf kommende Erlebnisse: böiger Gegenwind, das kleinste Kettenblatt liegt auf, das Fahrrad schüttelt wie ein wild gewordener Gaul, vorausschauende Fahrweise ist notwendig, denn abrupte Lenkmanöver sind bei dem Gewicht nicht drin. Bei jedem Auto und vor allem bei jedem Bus oder Lkw verschwinden wir in einer riesigen Staubwolke, sind bald staubverkrustet, es knirscht zwischen den Zähnen.
 
Na de afsplitsing van Michael en Helge:
- Dennoch bin ich mir auch nicht sicher, ob Rolf und ich auf Dauer so gut harmoniseren. Wir haben beide einen gesunden Dickkopf, der allzugerne manchmal ohne Rücksicht auf den anderen seinen eigenen Weg sucht. Kein guter Ausgangspunkt für eine gemeinsame lange Tour.
 
- ... Oder war unsere ganze Unternehmung nicht von vornherein zum Scheitern verurteilt? Reiseradler sind bestimmt die grössten Individualisten unter allen Travellern, das konnte so nicht klappen, das hätte ich von vorherein wissen müssen.
 
- Irgendwie trennen mich aber Welten von den "Normalurlaubern", ich lebe in anderen Dimensionen, was Geld (wenig) und Zeit (viel) betrifft.
 
Kamperen op grote hoogte:
- Die Zeit reicht dann gerade noch, um auf etwa 4.650 m Höhe mitten in Pampagras zu zelten. Uiih, das wird kalt werden! Nach dem ersten vorsichtigen Blick am nächsten Morgen aus der Zelt konnte ich mal wieder eine Lobeshymne auf meinen Schlafsack singen: Rauhreif bedeckte die Pampa, die Zelthaut war innen und aussen total  vereist, den vollen Wasserflaschen ist kein Tropfen zu entlocken, aber im Schlafsack war es gemütlich warm.
 
Over zijn financiën:
- Wie immer machte ich am letzten Abend Kassensturz. Wie teuer mochte wohl Costa Rica gewesen sein? Rund 13 Mark pro tag errechnete ich, so wie Argentinien. Damit blieb Panama (DM 34,41) der Spitzenreiter, gefolgt von Ecuador (DM 29,41), während alle anderen Länder um die 15 bis 22 Mark lagen. Etwa 20 Mark pro Tag hatte ich ja kalkuliert.
 
- Der Kilometerzähler springt wieder auf 0,0 um - 20.000 Kilometer sind abgeradelt! Die meisten der letzten 10.000 bin ich nun alleine gefahren, ich hätte nie geglaubt, so gut alleine zurechtzukommen, nicht nur mit meiner Umwelt, sondern ganz besonders mit mir selbst. Ich fühle mich ausgeglichen und selbstbewusst wie noch nie zuvor in meinem Leben und habe keine Zweifel, diese Tour auch vollends allein durchstehen zu können. Ich habe mich inzwischen so an den Reiserhytmus gewönhnt,  dass ich gar nicht mehr an ein Ende der Tour denken mag. 
 
- Aus dem Kauf- und Konsumkreislauf habe ich mich inzwischen ausgeklinkt, viel wichtiger ist mir ein voller Magen, gute Gesundheit und gelegentlich eine heisse Dusche geworden.
 
- Mich erstaunt es immer wieder, mit wie wenig mein Körper zufrieden ist und dennoch Tagesleistungen von 150 Kilometer und mehr verkraftet. Der Wille zählt. Der Wille, ein Ziel zu erreichen, ist viel wichtiger als ein austrainierten Körper und bestimmt die Grundvoraussetzung, eine Panamericana-Radtour erfolgreich durchzustehen. 
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 21 maart 2025

Ryszard Kapuściński: De dood van de ambassadeur

Ryszard Kapuściński: De dood van de ambassadeur (Polen, 1975): 93 blz: Vertaald door Ewa van den Bergen-Makala (2015): Uitgeverij Querido
 

 
Ik dacht dat ik de afgelopen zomer alle boeken had besproken van de Poolse wereldreiziger en journalist Ryszard Kapuściński, die in het Nederlands zijn vertaald. Afgelopen week kreeg ik van een vriend het dunne boekje "De dood van de ambassadeur" dat in het kort vertelt over de politieke geschiedenis van Guatemala van 1858 tot 1970.
 
Die politieke geschiedenis is niet iets waar het land trots op kan zijn. De ene dictatuur volgde de andere op, een groot deel van het meest vruchtbare land werd afgestaan aan the United Fruit Company, een groot Amerikaans bedrijf en met de mensenrechten was het zeer slecht gesteld.
 
Ryszard Kapuściński vertelt deze geschiedenis beknopt en zeer inzichtgevend. "De dood van een ambassadeur" is daarbij een kleine toegift bij een prachtig oeuvre!
 
Citaten:
- Degenen die over geschiedenis schrijven besteden te veel aandacht aan opzienbarende momenten en onderzoeken in onvoldoende mate de perioden van stilte. Zij missen de feilloze intuïtie van de moeder wanneer ze hoort dat het in de kamer van haar kind plotseling stil is geworden.
 
- De stilte stelt haar regels en eisen. De stilte vereist dat concentratiekampen op afgelegen locaties worden gebouwd. De stilte vereist een enorm politieapparaat en een leger verklikkers. De stilte vereist dat de vijanden van de stilte plotseling en spoorloos verdwijnen. De stilte zou graag willen dat haar rust door geen enkele stem werd verstoord: noch geklaag, noch protest, noch verontwaardiging. Daar waar zo'n stem te horen is, slaat de stilte met alle macht toe en herstelt de oorspronkelijke toestand, dat wil zeggen de toestand van stilte.
 
- Vandaag de dag heeft men het vaak over de strijd tegen lawaai, de strijd tegen de stilte is echter belangrijker. Bij de strijd tegen lawaai is rust voor de zenuwen in het geding, bij de strijd tegen de stilte het menselijk leven. Iemand die veel lawaai maakt wordt door niemand vrijgepleit of verdedigd, daarentegen wordt degene die in zijn land de stilte oplegt, beschermd door een apparaat van repressie. Dat maakt de strijd tegen de stilte zo moeilijk.
 
- Ubico ging er prat op dat hij op Napoleon Bonaparte leek. De generaal bezigde graag allerhande wijze spreuken. "Het volk moet worden uitgehongerd. Een hongerige natie strijdt tegen de honger en heeft geen tijd om tegen de regering te strijden," placht hij te zeggen.
 
- ...: volgens de agrarische gegevens over 1950 lag 71,5 procent van het land van de grootgrondbezitters altijd braak, bij United Fruit was dat 92 procent. Tegelijkertijd was in datzelfde jaar 57 procent van de boeren landloos en de rest had "amper genoeg grond om een graf te graven", zoals Eduardo Galeano het verwoordt.
 
- Alle macht is in handen van het leger. Guatemala wordt geregeerd door een kolonelskliek, de generaalsrang werd tijdens de revolutie opgeheven. Een op de dertig soldaten is kolonel. De hoogste macht in Guatemala ligt bij de ambassade van de Verenigde Staten, vervolgens bij de kolonelsraad. De regering komt op de derde plaats.
 
- "De militairen beschouwen als communist eenieder die anders denkt dan zij en zelfs degene die überhaupt denkt."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 26 augustus 2024

Carolijn Visser: Verre reizen

Carolijn Visser: Verre reizen: Verhalen uit de werkelijkheid (Nederland, 1989): 175 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
In "Verre reizen" staan een aantal verhalen over mensen die Carolijn Visser heeft ontmoet in China, Japan, Malawi, Nicaragua en Armenië. Zoals altijd bij Carolijn Visser zijn de verhalen erg onderhoudend en lezen ze prettig.  
 
Citaten:
- Ik bezocht China voor de vijfde keer en weer waren de veranderingen die ik zag bijna te groot om te bevatten. Het land bevindt zich in zo'n enorm snelle omwenteling, als je na een paar maanden ergens terugkeert lijkt er wel een nieuw decor neergezet. Hele straten zijn in de tussentijd afgebroken, torenflats gebouwd, fabrieken geopend, wegen op palen omgelegd.

- Inmiddels was ons gezelschap behoorlijk aangezwollen, met z'n allen pasten we net in de woonkamer. "Nu krijgen we milk-tea," zei Lilly, "Mongolian style." In grote kroezen werd zwarte thee geschonken, daar werden vette boter en gierstkorrels bijgedaan, het drankje smaakte erg zout. "Dit is wat wij drinken op de graslanden," riepen de twee kunstenaars vrolijk.

- Ik was voor het eerst in Amsterdam, voor het eerst in een Chinese toko. Iets later at ik een kom noedels in een donker restaurant op de Zeedijk, vier Chinese mannen zaten aan een tafel bij een vuil raam iets te bekonkelen. Daarna heb ik er altijd van gedroomd naar China te gaan. Dat moest zoiets zijn, stelde ik mij voor, als een veelvoud van die prachtige winkel, van dat geheimzinnige restaurant.

- In Hongkong wordt er geen aandacht geschonken aan de buitenlandse bezoeker, je mag gaan en staan waar je wilt. Er zijn geen speciale hotels voor mensen met ronde ogen zoals in Kanton, Shanghai en Peking. De bezoeker die het kan betalen neemt een suite en laat zich rondrijden in een Rolls Royce. Wie weinig geld heeft kan een kamer krijgen in een gribus met uitzicht op een spelonk.

Carolijn krijgt een lift van een Japanner:
- "I  am salaryman," zei hij, alsof dat niet overduidelijk was. Hij deed de radio aan en er kwam een liedje van Dire Straits uit de luidsprekers. "You like?" vroeg Junji vriendelijk. Ik knikte enthousiast, want ik had al lang geen vertrouwde muziek gehoord. "Which country?" wilde hij toen weten. Zijn ogen lichtten op toen ik zei dat ik uit Nederland kwam. "Holland many Marianne," zei hij. Eerst begreep ik hem niet. Langzaam zei hij toen. "Mariuhana. You smoke?" Ik was verbaasd. Junji was geen doorsnee Japanner. "It is nice to be high," zei hij ...

Carolijn werkt als animeermeisje in een bar in Tokio:
- Tientallen keren hoor ik mezelf antwoord geven op de vragen wat het doel van mijn verblijf in Japan is, hoe lang ik er al ben, hoe lang ik nog denk te blijven, wat mijn indruk van het land is. "Very nice people, beautiful country," zeg ik steevast, want van een bezoeker wordt die mening verwacht. In ruil daarvoor sommen de mannen vervolgens de mooie kanten van Nederland op: de molens, de tulpen, de klompen en de jenever.

In Malawi:
- Het zoontje van de diplomaat en zijn vrouw is naast mij komen zitten, hij draagt een onberispelijk schooluniform. Als ik hem vraag wat voor kinderen bij hem in de klas zitten zegt hij: "Two blacks, de rest is blank." "Toe nou," zegt zijn moeder, "twee Malawianen moet je zeggen." "Toch zijn ze zwart," zegt het jongetje pesterig.

- De Zuidafrikaan rekent af en weigert mij mijn deel te laten betalen. "Je bent nu in Afrika," zegt hij, "zo zijn de regels hier." En dan volgt de voorspelbare vraag: "Wil je iets komen drinken op mijn kamer?"
 Ik denk aan alle waarschuwingen die ik kreeg voordat ik op reis ging. Van mijn huisarts, van vrienden, van de verpleegster bij de GGD die mij vaccinaties gaf. Wat je ook doet, kijk uit met de mannen daar. Vlak voor mijn vertrek had ik een artikel gelezen dat geheel gewijd was aan het feit dat vooral onder Afrikaanse zakenlieden, die veel reizen en veel verschillende vriendinnen hebben, het Aidsvirus wijdverspreid is. De Zuidafrikaan staat boven aan alle lijsten van risicogroepen. "Nee," zeg ik zo luchtig mogelijk, "ik ga maar eens vroeg naar bed."

- In Zuid-Afrika hebben ze zwarte vrienden, zeker. De meubelfabrikant gaat weleens een pilsje drinken met de manager van zijn fabriek, in een café waar het niet zo opvalt als er een zwarte en een blanke samen binnenkomen. "En weet je wat hij verdient, die zwarte manager? Zestienhonderd rand per maand! En wat dacht je dat deze barkeeper verdient, hier in dit land, met een zwarte president aan het roer?" "Geen idee," zeg ik. "Nog geen veertig kwacha per maand, dat is veertig keer zo weinig!" "Heel weinig," stem ik met hem in. Dat bedoelt hij nou! En de bediende in het huis waar ze hier logeren zeurt hen de hele dag aan het hoofd of ze hem alsjeblieft meenemen Down South.

- De Nederlandse arts praat verder op een fluistertoon. "Seks is verschrikkelijk belangrijk hier." Ze zoekt naar de juiste woorden, ze wil niet puriteins of ouderwets klinken. "Er komen weleens mannen naar mijn spreekuur die klagen over een "all over weakness", daarmee bedoelen ze dat ze impotent zijn. Maar wat blijkt als je even doorvraagt: ze gaan elke nacht met een vrouw naar bed! Maar dat is bij lange na niet genoeg. In gesprekken met onvruchtbare vrouwen komt dat ook steeds naar voren: gemiddeld doen ze het drie keer per nacht! Iedereen hier! Wie dat niet kan is ziek, ernstig ziek."
 
- "Eén keer heeft iemand mij hier uitgescholden," zegt ze, "een Malawiaanse hoofdverpleegster. Jij hebt hier alles te vertellen omdat je blank bent, zei ze." De Nederlandse had zich daarna diepbedroefd gevoeld, want het was waar.

In Nicaragua:
- "Wie de kans heeft, vertrekt," verzuchtte ze. Dagelijks kondigden professoren, artsen en ingenieurs in hun buurt en op hun werk aan dat ze naar het buitenland moesten voor een congres, een medische behandeling of familiebezoek. In het gezelschap van hun echtgenote of vaker nog hun minnares gingen ze met een enkele koffer naar het vliegveld. Veel geld namen ze niet mee want van alle dollars moest de herkomst aangetoond worden bij de douane. "Wel dragen de vrouwen al hun gouden sieraden," lachte Gloria somber. Het huis, in een villawijk, bleef achter onder de zorg van een bewaker die een paar maanden loon vooruit betaald had gekregen. Dat feit raakte bekend bij de buren en men ging vermoeden dat de reizigers wel nooit meer zouden terugkomen.

Armenië:
- Waar hij zich wel dagelijks over verwonderde, terwijl hij toch al vele malen eerder in Armenië was, is de corruptie. "Een voorbeeld?" vroeg hij verbaasd, "het leven hier is niets anders dan voorbeelden van corruptie." Hij wees naar een verwarmingsradiator vlak bij het raam. "Toen we hier kwamen wonen wilden we er een radiator bij, maar die zijn nergens te koop. Ritselen, alles moet je hier ritselen." In de gang liet hij zien hoe al hun elektrische apparaten direct op het net zijn aangesloten, buiten de meter om. "Komt er een inspecteur, die zegt: "Zo, u krijgt een boete." Zegt mijn vrouw: "Helemaal niet, als u een boete geeft krijgt u geen dertig roebel." Die man steekt dat bedrag in zijn zak, bij de bovenburen krijgt hij ook wat en over de elektriciteitsrekening wordt niet meer gesproken."

- "Je hebt geen idee hoe achterlijk de Sovjetunie is," zei Robert. "Satik en ik stonden pas in de rij op het postkantoor achter een jonge soldaat die een telegram dicteerde naar huis, ergens in Siberië. "Stuur geld, hier is alles te koop" luidde zijn tekst! Nou ja! Er is in Jerevan niets te krijgen wat ik wil kopen, maar die jongen dacht dat hij in het paradijs was beland. Moet je je voorstellen hoe het in zijn dorp is."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 16 augustus 2024

Carolijn Visser: Aan het einde van de regenboog

Carolijn Visser: Aan het einde van de regenboog: Goudzoeken in Costa Rica (Nederland, 1986): 91 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Veel recensenten hebben de neiging om dikke boeken hoger te waarderen dan dunne boeken. Vroeger hield ik ook van dikke turven, maar tegenwoordig ben ik vaker gecharmeerd van dunnere boeken.
 
In "Aan het einde van de regenboog" schetst Carolijn Visser in slechts 68 tekstpagina's het leven van een gemeenschap van goudzoekers in Costa Rica op een dusdanig knappe manier dat voor mij heel die gemeenschap tot leven komt. Het is van omvang een bescheiden boekje, maar ik vind het één van de mooiste boeken uit de Nederlandstalige literatuur die ik ken!
 
Citaten:
- De zon is nog maar net op als de eerste passagiers zich al verzamelen bij de aanlegsteiger van Golfito. De mannen lijken regelrecht uit het café te komen. Hun sombrero's staan scheef, hun kleren zijn smoezelig, hun gezichten zien grauw. De vrouwen zien er veel frisser uit in gekleurde jurken; zij hebben inkopen gedaan of zijn met een kind naar het ziekenhuis geweest. Er is ook een groepje minder degelijke dames dat meewil met de boot. Strakke jeans spannen zich om hun dikke billen, t-shirts laten hun schouders bloot. Giechelend praten ze over de klanten die ze aan de andere kant van het water denken te vinden.
 De Arco Iris, een klein houten scheepje, wordt volgeladen met kratten bier, cola, zakken rijst en bonen, dozen met eieren, manden vol groenten en zelfs een paar biggetjes. De honger aan de overkant lijkt haast niet te stillen.

- Een aantal dozen en kratten wordt een winkel binnengedragen die langs de hoofdstraat ligt. De Chinees achter de toonbank heeft het geld keurig uitgeteld klaarliggen en betaalt de mannen van de Arco Iris. In de winkel is alles te koop wat een goudzoeker nodig kan hebben: touw, goudpannen, schoppen, lange kapmessen, gereedschap, sterke drank, sigaretten, rijst, bonen, zadels, rubberlaarzen; alles staat in het gelid uitgestald op een betonnen vloer. "Hay mucho oro", er is veel  goud, zegt de Chinees afwezig. Als ik een fles whisky en een paar rubberlaarzen afreken, zegt hij het nog een keer: "Hay mucho oro. Maar niet iedereen weet het te vinden. En of ze iets vinden of niet, eten moeten ze toch. Ik geloof persoonlijk meer in handel."

- Maar dat is niet het ergste, vervolgt ze. Het vervelendste bijverschijnsel van het goud is dat geen enkele knecht langer dan een week voor haar blijft werken. "Ik haal ze van het vasteland, uit de verste uithoeken, ik bied ze een loon en een huisje waar ze met hun familie kunnen wonen. Maar wat doen ze? Binnen de kortste tijd zitten ze in de bergen, te zoeken naar goud, in plaats van iets degelijks op te bouwen voor hun gezin."

- Tijdens het eten moppert ze weer over de goudzoekers op het schiereiland. "Goudzoeken is geen werk," zegt ze, "het is gokken, en ik heb geen respect voor gokkers."

- Op het schiereiland verspreiden nieuwtjes zich zo snel als een goudzoeker zich verplaatsen kan. Daarom is de romance van Juan Bravos binnen een week tot in de verste uithoeken bekend. 
 De ongekroonde koning heeft een Amerikaanse vriendin, een gringa. Alle mannen zijn stinkend jaloers, al maken ze de meest schunnige opmerkingen over Debby, de vrouw in kwestie. 

- Salvador lacht verlegen om zijn theorie. "Ach nee," zegt hij dan. "Het is allemaal toeval in het leven. Neem nou mijn twee kinderen, hoe ik daaraan ben gekomen. Jaren geleden kwam er een vrouw voorbij, heel arm, met een baby. Ze vroeg of wij daarop wilden passen, terwijl zij in de bergen naar goud zocht. We hebben haar nooit meer gezien. Onze jongste, Juan Carlos, hebben we gevonden in een kartonnen doos bij de landingsstrip. Iemand had hem vergeten. We hebben hem naar de koning van Spanje genoemd. Wij hebben zelf nooit kinderen kunnen krijgen, maar het toeval heeft er ons toch twee gebracht."

- Hij overhandigt een flesje waarin zich zijn vondsten van de afgelopen drie dagen bevinden. Alle goudzoekers bewaren hun goud in een flesje vol water, omdat het daarin op de bodem zinkt en niet gemakkelijk verloren kan raken.

- Patrick vertelt over zijn meest favoriete onderwerp: hoe hij grote hoeveelheden goud is kwijtgeraakt en weer heeft teruggevonden.
 "Ik loop over de Passéo Colon is San José, met op mijn schouder een nieuwe cassetterecorder en een zak vol nuggets. Word ik opeens op mijn schouder getikt door iemand: "Meneer, u verliest uw stenen." Heb ik alles terug kunnen vinden. ..."

- "Een andere keer had ik heel veel zitten drinken in een café en zeker tien kilo goud in een papieren zak op tafel laten staan. De volgende dag ben ik naar die kroeg teruggekropen en de barkeeper zei meteen: "O ja, u heeft hier die zak frigoles, bonen, laten staan.""

- Patrick windt zich steeds meer op over de naïviteit, het onverstand van zijn landgenoten. "Ze hebben de kosten onderschat, ze dachten dat alles wel goedkoop zou zijn in een Derde Wereldland, alleen de lonen zijn laag, onderdelen kosten soms wel drie keer zoveel als in de Verenigde Staten, dat soort dingen wordt immers geïmporteerd. ..."

- Carrano's kleine ogen knijpt hij dicht als hem gevraagd wordt hoeveel goud hij gevonden heeft. Hij lacht, waardoor zijn buik op en neer danst. "Juffrouw, er is een belangrijke regel waar elke goudzoeker zich aan moet houden: nooit vertellen hoeveel goud je gevonden hebt. Dat kan alleen maar gevaarlijk zijn. ..."

- "... Mensen willen erbij zijn als het goud verdeeld wordt, niet als het gezocht wordt."

- De Costaricaan voorspelt dat het wel een tijd zal duren voordat de chef arriveert, ondertussen kunnen we een pilsje drinken in het café vlakbij. Daar zijn we de enige bezoekers, het gebouwtje is gemaakt van bamboe, door de wanden zucht een warme bries. Verheugd haalt de cafébaas een kalender te voorschijn waarop hij beslag heeft weten te leggen; er staan naakte Japanse meisjes op. Met ieders volmondige goedkeuring wordt de kalender aan de muur gespijkerd. "Zo voelen de jongens zich een beetje thuis," zegt de cafébaas goedmoedig, "er zitten trouwens mooie meisjes tussen."

       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 31 juli 2024

Ryszard Kapuściński: De voetbaloorlog

Ryszard Kapuściński: De voetbaloorlog (Polen, 1988): 253 blz: Vertaald door Gerard Rasch (1991): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
"De voetbaloorlog" bevat een keuze uit de artikelen die Ryszard Kapuściński tussen 1960 en 1981 heeft geschreven. Personen en onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer: Kwami Nkrumah en Ghana, Lumumba en Kongo, Zuid-Afrika en de apartheid, Ben Bella en Algerije, de voetbaloorlog tussen El Salvador en Honduras, Nigeria, Cyprus en Ethiopië, dit samen met een concept voor een nooit geschreven boek.
 
Citaten:
- Ik woon op een vlot, in een zijstraatje van de handelsbuurt van Accra. Het vlot is op palen getild, één verdieping hoog, en heet Hotel Metropol. In de regentijd tasten rotting en schimmel deze architectonische rariteit aan, in de droogteperiode wordt hij kurkdroog en begint te kraken. Maar het vlot houdt! In het midden zijn acht hokjes gebouwd die door tussenschotten van elkaar worden gescheiden. Dat zijn onze kamers. Om de overblijvende ruimte heen loopt een balustrade met houtsnijwerk, die de veranda wordt genoemd. Daar staat één grote tafel, waaraan we eten, en een paar kleine, waar we whisky en bier drinken.
 
- De tropennacht is de onafscheidelijke bondgenoot van alle whisky-, likeur-, cognac- en jeneverstokers en bierbrouwers ter wereld en tegen hen die de stokers en brouwers hun geld niet gunnen, hanteert de nacht zijn beste wapen: slapeloosheid. Slapeloosheid is altijd een kwelling, maar in de tropen is het moordend. Gedurende de dag beult de zon je af, je raakt uitgeteerd door een nooit te lessen dorst, geradbraakt en verzwakt moet je slapen.
 Je moet. Maar je kunt niet!
 Het is benauwd. De lucht in je kamer is vochtig en kleverig, het is trouwens geen lucht, het zijn natte watten. Ademhalen staat hier gelijk aan het doorslikken van een in warm water gedrenkt watje. Het is ondraaglijk. Het maakt je misselijk, lamlendig, onrustig. De muskieten steken, de apen krijsen. Je lichaam plakt van het zweet, is te vies om aan te raken. De tijd staat stil, de slaap komt niet. Om zes uur 's morgens, het hele jaar door onveranderlijk om zes uur ' s morgens, gaat de zon op. Aan de dode zwoelheid van dit badhuis voegt hij nog de hitte van zijn stralen toe. Je moet opstaan. Maar je bent te zwak. Napoleon strikt 's morgens nooit zijn veters, want - zegt hij - een inspanning als het bukken naar een schoen is hem te veel. Zo'n nacht brengt een mens psychisch in een vreselijke toestand. Hij voelt zich als een afgetrapte schoen. Uitgeblust, tandeloos, als een zak. Onbepaalde verlangens, onuitsprekelijke nostalgie, donker pessimisme putten hem uit. Hij wacht, was de dag, was de nacht maar voorbij, was het verdomme allemaal eindelijk eens voorbij!

- In Aba huurden we ook een auto met een plaatselijke chauffeur. Die auto was een enorme, oude, volledig afgereden Ford. Maar enorme, oude, volledig afgereden Fords hebben de eigenschap dat ze je nooit in de steek laten, en je kunt er het hele Afrikaanse continent mee doorkruisen en nog wat meer.

- Ze smeten al onze bagage op de grond, de treurige inhoud van onze koffers, want wat sleept een verslaggever mee op zijn reizen over de wereld? Een paar vuile overhemden en een paar kranteknipsels, een tandenborstel en een typemachine.

- ... We begonnen ze te roepen en naar ze te zwaaien. We konden dit doen omdat de fatsoenlijke para met de nijlpaardtanden de nachtwacht had, onze man, die gewoon wilde verdienen en leven, die dus een mens was (toen heb ik ervaren dat diegenen die je met een paar centen kunt vermurwen vaak menselijker zijn dan onomkoopbare formalisten) ...

- Wie Afrika wil begrijpen, moet Shakespeare lezen. In de politieke drama's van Shakespeare komen alle helden om het leven, de tronen druipen van bloed - en het volk beziet deze grote voorstelling van de dood in ontzetting en stilzwijgen.

- De militaire staatsgreep als methode om regeringen af te zetten is in Afrika in zwang geraakt en een onafscheidelijk bestanddeel van het politieke leven geworden.

- Een volk dat met een onbehouwen, meedogenloze en tegelijk incompetente regering te maken heeft, die tegelijkertijd doof is voor klachten uit de samenleving en niet tot hervormingen in staat, een regering die een systeem heeft geschapen dat elke legale vervanging van de regerende ploeg bij voorbaat compleet onmogelijk maakt, moet wel zijn toevlucht nemen tot de enige manier om zich van zijn eigengereide machthebbers te ontdoen: de staatsgreep.

- En iemand kan ook geen correspondent zijn, als hij bang is voor de tseetseevlieg, de zwarte cobra, de olifant, de kannibalen, het drinken van water uit rivieren en beekjes, het eten van taart van gebakken miertjes, als hij beeft bij de gedachte aan het slijmdiertje en geslachtsziekten, bij de gedachte dat hij beroofd en geslagen zal worden, als hij geld opzijlegt om thuis een huisje te bouwen, als hij niet in een Afrikaanse lemen hut kan slapen en als hij de mensen over wie hij schrijft veracht.

- In heel Latijns Amerika vervullen stadions een dubbele rol: in rustige tijden worden er wedstrijden gespeeld, bij crises veranderen ze in concentratiekampen.

- We begonnen door het bos te kruipen.
 Het schieten bedaarde voor een ogenblik en de soldaat hield stil, hij was moe. Met hijgende stem zei hij dat ik moest wachten en dat hij terug zou gaan naar de plaats waar zijn compagnie had gevochten. De levenden waren zeker opgerukt, zei hij, want ze hadden het bevel de vijand tot de grens te achtervolgen; op het slagveld waren de gevallenen achtergebleven en zij hadden immers geen schoenen meer nodig. Hij zou gaan kijken, een paar van de doden van hun schoenen ontdoen, hij zou ze in de struiken verstoppen en de plaats markeren. Zodra de oorlog afgelopen was en hij naar huis mocht, zou hij hier terugkomen om zijn familie van schoenen te voorzien. Hij had al uitgerekend dat je één paar soldatenschoenen voor drie paar kinderschoenen kon gebruiken en hij had negen stuks klein grut thuis rondkruipen.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 3 september 2022

Rik Suermondt: Havana - streetwise -

Rik Suermondt: Havana - streetwise - (Nederland, 2021): 268 blz: Uitgeverij Tienstuks
 
De docent kunstgeschiedenis aan de kunstacademies van Utrecht en Breda en fotograaf Rik Suermondt, die vooral bekend is als samensteller van "Het Nederlands fotoboek", maakte tussen 2006 en 2010 een aantal lange reizen naar Havana, de hoofdstad van Cuba. Rik werd verliefd op de stad en op een inwoonster van die stad. Hij nam haar mee naar Nederland, ze trouwden en ze kregen een kind, maar hun relatie hield helaas geen stand.

In 2021, ruim 10 jaar na dato, heeft Rik Suermondt uit de ruim 3.000 foto's die hij had gemaakt, alsnog een fotoboek van deze reis samengesteld en in een kleine oplage van 50 stuks uitgegeven. Het boek is te bestellen bij de fotograaf.

Rik Suermondt fotografeert zoals ik dat ook graag deed: rustig rondlopen door de stad, kijken wat je tegenkomt en maar fotograferen. Hij staat hiermee nadrukkelijk in de traditie van illustere fotografen als Henri Cartier-Bresson en Ed van der Elsken. De foto's van Rik ogen kleurrijk, zitten vol leven, zijn mooi van compositie en geven met zijn allen een prachtig beeld van Havana.

"Havana" is onderverdeeld in 10 thematische hoofdstukken met onderwerpen als: de oldtimers in Havana, engelen in steen en in levende lijve, muren, de revolutie, de haven, de groene stad en nog een aantal andere. De foto's zijn afgedrukt zonder bijschriften, wat uitnodigt om goed te kijken. Veel horizontale foto's zijn beeldvullend over de dubbele bladzijdes afgedrukt. Sowieso vind ik de vormgeving van het boek erg geslaagd.

Achterin "Havana" staan 20 bladzijdes met teksten bij de foto's. Hier zijn alle foto's nogmaals afgedrukt, in zwart-wit en op postzegelformaat. De teksten van het boek zijn geweldig. Het is duidelijk dat hier iemand aan het woord is die de stad door en door kent en bovendien beknopt en zeer informatief kan schrijven. Al met al vind ik "Havana" een prachtig fotoboek!

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 19 november 2018

Dvd: Over de rug van de Andes

Over de rug van de Andes (Nederland, 2017): 252 minuten: Regisseur en presentator: Stef Biemans

Over De Rug Van De AndesVoor de VPRO zijn de afgelopen jaren een aantal prachtige reisprogramma's gemaakt, die allen op televisie zijn uitgezonden. Het concept is simpel: een man of vrouw die de taal goed spreekt, reist met een ploeg door een of meerdere landen, spreekt met een aantal bewoners, kijkt goed rond en maakt daar een programma over.

Bij "Over de rug van de Andes" is Stef Bieman de presentator. Stef is een vriendelijke, zachtmoedige man die een heel bescheiden indruk maakt. Hij heeft bijna altijd een glimlach om de ogen. Stef is niet het type van de harde interviewer die moeilijke vragen stelt en daarna een grondige analyse maakt. Hij stelt zijn vragen eerder een beetje schuchter, slaat regelmatig een arm om iemands schouder en erkent dat hij over het algemeen beter kan omgaan met vrouwen dan met mannen. Iemand die al na 20 minuten mijn hart gestolen heeft.

Waar gaat het over in "Over de rug van de Andes"? In de eerste aflevering zit Stef in de zilvermijn van Potosi, eens de rijkste stad van het Westelijk halfrond. Daar praat hij met mijnwerkers voor wie hij dynamiet, bier en coca-bladeren heeft gekocht. Stef zegt zich tussen deze macho's niet zo thuis te voelen.

In Chili gaat hij naar de toren van de vooruitgang, het hoogste gebouw van Latijns-Amerika. Hier plegen regelmatig mensen zelfmoord. Hij doet ook mee aan een groepssessie met een lachcoach.

In Ushaia in Vuurland eet hij met een bioloog bever en met een visser reuzenkrab.

In Ecuador gaat hij naar een vallei waar zeer oude mensen wonen om er achter te komen waarom ze daar zo oud worden. Hij spreekt met een 103- jarige (of is het 104?), die nog op het land werkt en die getrouwd is met een vrouw van 65.

In de laatste aflevering in Colombia kijkt hij naar de nijlpaarden van Pablo Escobar en spreekt hij met een prostitué.

Ik heb genoten van deze serie en ga ook naar de andere reisprogramma's van de VPRO kijken.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.