Posts tonen met het label Memoires. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Memoires. Alle posts tonen

dinsdag 2 december 2025

August Willemsen: Vrienden, vreemden, vrouwen

August Willemsen: Vrienden, vreemden, vrouwen (Nederland, 1998): 418 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein (nr. 220)
 
 
 
"Vrienden, vreemden, vrouwen" is een in dagboekvorm geschreven boek van de jaren 1956-1964, waarin de schrijver 20-28 jaar oud is. 
 
In het begin studeert August Willemsen piano aan het Conservatorium. Het blijkt niet de juiste studie voor hem te zijn, hij leest veel en wil eigenlijk iets in de literatuur doen.

Een grote rol in het boek spelen zijn vele vriendschappen met vrouwen. Eerst platonisch. Omdat hij 1,95 meter lang is en nogal slungelachtig van voorkomen kan hij zich niet voorstellen dat er vrouwen zijn die op hem vallen. Hij gaat met Marjan voor een reis naar Spanje. Daar flirt zij met iedereen, maar August mag niet aan haar zitten. Dan is er ook nog een zekere Freddie voor wie hij meer dan vriendschapsgevoelens koestert. In Spanje gaat August voor het eerst met een vrouw naar bed.

Ook een terugkerend thema in het leven van August Willemsen is de drank. Deze wordt in grote hoeveelheden geconsumeerd, wat hem ook wat losser en ontvankelijker maakt voor vrouwen. Mede door lezing van het boek "De binnenlanden" van Euclides da Cunha (later prachtig door hem vertaald) besluit August Willemsen om op 25-jarige leeftijd Portugese taal- en letterkunde te gaan studeren. In vergelijking met zijn 2 latere boeken "Braziliaanse brieven" en "De val" is August Willemsen in dit boek nog wat navelstaardiger, vandaar dat ik het het minste van de 3 vind.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

zondag 30 maart 2025

Maarten 't Hart: Dienstreizen van een thuisblijver

vrijdag 28 maart 2025

Maarten 't Hart: Een deerne in lokkend postuur

Maarten 't Hart: Een deerne in lokkend postuur: Persoonlijke kroniek 1999 (Nederland, 2000): 262 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr. 236
 

 
In de aanloop naar het jaar 2000 vroeg de uitgeverij de Arbeiderspers aan een aantal schrijvers uit hun fonds, om een jaar lang een dagboek bij te houden. Rogi Wieg trapte deze serie af in 1997, gevolgd door  Boudewijn Büch in 1998, Maarten 't Hart met "Een deerne in lokkend postuur" in 1999 en Ronald Giphart in 2001. Van de vier boeken uit deze kleine serie, vind ik het boek van Maarten 't Hart veruit het meest lezenswaardig.
 
In "Een deerne in lokkend postuur" blijkt Maarten 't Hart niet zozeer dagboekschrijver, als wel schrijver van stukjes waarin hij herinneringen ophaalt. Zijn onderwerpen zijn veelal dezelfde als die uit "Het roer kan nog zesmaal om" dat ik een paar dagen geleden heb besproken: klassieke muziek, zijn leeswoede, de natuur, maar ook zijn drang om zich als vrouw te verkleden, problemen met boezemfibrillatie en zijn gezondheidsmanie. Gelukkig worden ons zijn problemen met het geloof bespaard.
 
Ik vind "Een deerne in lokkend postuur" een uitermate prettig leesbaar boek, waarin ik veel meer citeerbare passages vond dan in zijn eerdere boek "Het  roer kan nog zesmaal om".
 
Citaten:
- Tussen 1960 en 1975 heb ik hartstochtelijk geliefhebberd in de wijsbegeerte, om vervolgens, net als Nobelprijswinnaar Steven Weinberg (zie het prachtige hoofdstuk "Against Philosophy" in Dreams of a final theory) tot de conclusie te komen dat het voor 99% grote onzin is. Heb ik loisir dan zal ik deze gewaagde stelling ooit nader toelichten.
 
Toen iedereen nog geteisterd werd door rokers:
- Stel je toch voor dat niemand meer rookte, dat je nooit meer die gemene, scherpe geur zou ruiken van een sigaret die wordt opgestoken! Als je in de trein zit, uiteraard niet-roken, en iemand steekt drie coupés verderop toch stiekem een sigaret op dan ruik je dat terstond, en is het alsof je hersenen in brand gezet worden.
 
- 5 mei. Opmerking - Mijn vorige pianoleraar zei af en toe: "Je geeft goed geld uit om in een concertzaal naar superieur pianospel te luisteren, en dat geld verdien je met het luisteren naar het abominabele spel van je leerlingen."
 
- En toen was er ook nog een telefoontje uit Duitsland. Of ik voor een blad waarvan ik de naam alweer vergeten ben voor heel veel Marken een groot artikel wilde schrijven over Lienda Deen Mool. "Lienda Deen Mool," vroeg ik verbaasd aan de zeer aangenaam klinkende Duitse mevrouw aan de andere kant van de lijn, "wer mag das wohl sein?"
 
- Mij dunkt: wat het schrijven nu zo aardig maakt is dat je het in je eigen verwarmingskelder kunt doen en dat de lezer je boek ook op zijn eigen zolderkamer kan lezen. Je hoeft er, nu je je manuscripten per e-mail naar de uitgever kan sturen en je je boeken via Internet kan bestellen, de deur niet meer voor uit.
 
- ... maar ach, het hele leven is een borrel waarvan je niet weet waarom hij gehouden wordt en waarom je ervoor bent uitgenodigd.
 
- 17 juni. Pam - Gisterenavond hoorde ik mijzelf bij opnames voor de Tafel van Pam tot mijn eigen verbazing zeggen: "Ik weet niet of ik een goede schrijver ben, maar ik ben in ieder geval wel beter dan Harry Mulisch." [Hier ben ik het helemaal mee eens]
 
- 30 juni. "Wat moet ik nou noteren in dit dagboek?" riep ik vertwijfeld, "ik maak niets mee." - "Schrijf diepe gedachten op," zei Hanneke. Diepe gedachten? Ik? Ik wantrouw denken. Observeren, experimenteren en de resultaten daarvan wiskundig bewerken, dat is de enige methode om verder te komen. Van denken alleen is nog nooit iemand ook maar één steek wijzer geworden. Of zoals Matthieu Galey naar aanleiding van Claude Mauriac op mei 1981 in zijn dagboek schreef: "Ten onrechte interesseert hij zich voor ideeën, alsof die ook maar van enig belang zouden zijn."

- De Boole-algebra bijvoorbeeld heeft ons leven ingrijpender veranderd dan alle wijsbegeerte van de afgelopen drieduizend jaar. Dankzij de Boole-algebra beschikken wij nu over computers, niet dankzij de wijsbegeerte.
 
- Rudy Kousbroek maakte zich grote zorgen over zijn zieke vis Augustus. Maar behalve over zijn vis zat hij ook in over de vraag of hij na zijn dood nog wel gelezen zou worden. Ik begrijp daar niets van. Mij mogen ze na (of zelfs voor) mijn dood terstond vergeten, maar ik zou het verschrikkelijk vinden als er over honderd jaar niemand meer is die naar de tenoraria uit cantate 85 van Bach of naar Ruhe sanft, mein holdes Leben van Mozart luistert.
 
- 16 juli. Mensje - Gisteren had ik Mensje van Keulen aan de telefoon. Zoals altijd vroegen we naar elkaars laatste literaire vorderingen. Naar wat ik ervan begrijp werkt zij nu als een bezetene aan een roman. Ze vroeg of ik al aan mijn roman werkte over de opstand in Maassluis in de achttiende eeuw. Nee, zei ik, dag- en Bach-boek nemen mij helaas helemaal in beslag. Ze vroeg wat ik in dat dagboek schreef. Ik loog: "Ik haal herinneringen op aan een meisje in Hoog Catherijne dat heel veel indruk op me gemaakt heeft." Waarop zij bits opmerkte: "Als jij wil schrijven over elke vrouw die heel veel indruk op je gemaakt heeft, heb je nog zeshonderd jaar werk voor de boeg."
  
- Kan ik mijn leven samenvatten met het zinnetje: "Hij las en fietste naar bibliotheken", of benader ik de waarheid dichter als ik het omkeer en schrijf: "Hij fietste naar bibliotheken en las"?
 
- Sinds ik schrijf ben ik overigens nog verzotter geraakt op lezen dan vroeger. Nu ik weet hoeveel moeite het kost om een goede, leesbare, aantrekkelijke tekst te vervaardigen, begroet ik elke behoorlijke tekst waar ik zelf niet op gezwoegd heb, met groter genoegen dan voorheen. Al dat geploeter om iets zodanig te verwoorden dat het lijkt alsof het geen moeite heeft gekost, werd godlof urenlang door iemand anders voor mij verricht terwijl ik het in enkele minuten tot mij kan nemen. In wezen is lezen een vorm van luiheid.
 
1999 was ook een jaar waarin Maarten zich vaak als vrouw verkleedde:
- De allermooiste reactie kwam van Bertus toen ik daar vanmorgen melk ging halen. Hij vroeg: "Ben je een paar dagen weggeweest?" Voor ik toen kon opbiechten wat zich echt had afgespeeld, zei hij: "Je had een aardige vrouw om op je huis te passen. Was dat een zus van Hanneke? Ik zag haar steeds voorbijkomen met dat zonnebrilletje op. Ze liep steeds met jouw hondje."
 Hoe is het mogelijk dat ik zelfs Bertus heb kunnen beduvelen?
 
- Formulering - Multatuli aan Mimi in maart 1863: "Schrijf mij ook flink slordig zóó als 't opkomt in je hart. Ik geef er ook niet om of de zinnen rondloopen - gekheid. 't Hart heeft geen grammaire - houd me in godsnaam niet voor een schoolmeester."
 
- 4 november. Naam - Toen ik gisteren het boek van Clement over Bach bestelde, vroeg het boekenwinkelmeisje mij: "Wat is uw naam?" Een kloeke dame die naast mij aan de toonbank stond, begon heel zachtjes te grinniken, fluisterde toen ironisch: "En u maar denken dat u een beroemde schrijver bent. Vergeet het maar, zelfs in de boekwinkels in Leiden kennen ze u niet."
 
- Van kindsbeen af aan heb ik november altijd verreweg de mooiste maand van het jaar gevonden. Goddank geen feestdagen zoals in die vreselijke maand december. Weinig zon, niet van die dagen waarop je weglekt, vroeg donker, geel lamplicht, veel regen, mist en laaghangende wolken - heerlijk binnen zitten en ongestoord boeken lezen. [precies om de redenen die Maarten noemt vind ik november juist de meest deprimerende maand van het jaar]
 
- Eenvoudige ziel die ik ben, en wars van raadsels, houd ik toch het meest van simpele, goed toegankelijke poëzie, liefst voorzien van rijm, al was het alleen maar omdat je rijmende regels veel makkelijker onthoudt.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 27 november 2024

Lieve Joris: Terug naar Neerpelt

Lieve Joris: Terug naar Neerpelt (België, 2018): 255 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Nicole, Aline, Fonny, Rik, Lieve, Wies, Hildeke, Filip en Polly. Lieve Joris is de middelste uit een groot gezin met 9 kinderen. "Terug naar Neerpelt" is het eerste boek dat Lieve Joris publiceerde over haar eigen familie. Het is een combinatie van memoires over haar eigen leven en een biografie van haar oudste broer Fonny, die een problematisch leven leidde als gevolg van een combinatie van psychiatrische problemen en drugsgebruik. 
 
Lieve Joris is natuurlijk vooral bekend door haar prachtige reisverhalen over Congo, Mali, Hongarije en Syrië. Ik denk dat er meer boeken als "Terug naar Neerpelt" geschreven zijn het Nederlands. Misschien is het boek iets minder uniek dan de reisverhalen van Lieve Joris, maar het is een prachtige aanvulling op haar overige werk en een absoluut genot om te lezen.
 
Citaten:
- Wanneer ik die middag naar boven ren om verslag uit te brengen van het zoveelste telefoongesprek, zegt Marek: "Als ik jou was zou ik alles opschrijven."
 "Wat dan?"
 "Wat ze zeggen. Straks ben je het allemaal vergeten."
 Ik ben verbaasd. Doorgaans is Marek niet zo gesteld op mijn familieperikelen en al helemaal niet op de blinde obsessie waarmee ik me erop stort. "Waarom zou ik het willen onthouden?"
 "Je weet nooit waar het goed voor is. Doe maar - anders heb je later spijt."
 Na enige aarzeling open ik op mijn computer een document dat ik "Fonny" noem en begin ik notities te maken. Niet alleen over wat er die dagen gebeurt, maar gaandeweg ook over dingen die vroeger zijn voorgevallen.

- Fonny was in Neerpelt eens alleen thuis toen een collega van mijn vader aanbelde. Fonny ontving hem in het salon, bood hem iets te drinken aan en maakte een praatje. De collega was op de hoogte van de problemen die mijn vader met een van zijn zonen had. Nadat mijn vader gearriveerd was en Fonny zich had teruggetrokken, zei hij: "Gij hebt er wel ne slechte tussen zitten, maar die ik just heb gezien, dat is toch ne goeie." De anekdote zong jarenlang rond in de familie en werd, bij gebrek aan beter nieuw, een wapenfeit.

- Op een middag botste mama in de Stock Américain tegen papa op, die na zijn werk ook wat ontspanning was komen zoeken tussen het Bavariaporselein. Ze stopten op de terugweg bij een antiekzaak. In de etalage stond een grote Chinese vaas. "Kijk daar eens," zei mama, "precies dezelfde als de onze." Dat had ze goed gezien. Bij hun thuiskomst bleek één van de twee Chinese vazen op de vensterbank in het salon verdwenen te zijn.

- Twee maanden geleden dachten we dat hij dood zou gaan, maar daar is hij, onze Fonny. Enigszins gehavend, dat wel, met een flink gat in zijn kop, metalen pinnen in zijn rechterbovenarm en zijn verbrijzelde linkerpink in het verband, maar zoals hij die zondagmiddag tegen de bar van De Spaanse Club leunt in zijn zomerse beige broek, sportschoenen en veelkleurig hemd, het kruisje dat hij van Annie cadeau kreeg om zijn nek, is hij er weer helemaal.

Over Lieves vader:
- Als hij voor diezelfde staat werkt en middels examens is opgeklommen van klerk tot opsteller, verificateur, controleur en ten slotte tot ontvanger van de belastingen trekt hij zich het lot van onvermogende betalers zodanig aan en tracht hij zo vaak uitstel van betaling voor hen te krijgen dat een collega opmerkt: "Die man deugt niet voor de belastingen - daar is hij veel te goed voor."

- "Toen ik laatst een telefoongesprek met papa afbrak omdat ik naar een verjaardagsfeestje in mijn schoonfamilie moest, schold hij me uit voor feestvierder," klaagt Wies.
 "Dat komt omdat wij geen feestvierders zijn, maar miserievierders," valt Aline haar bij.
 "Miserievierders," dat is een mooi woord, dat ga ik noteren. Al doende mis ik wat Wies te berde brengt en vraag: "Wat zeg je?"
 "Miserievierders!" roept Aline.

- Ik leg mijn hand op zijn roze arm. "Filip maakt zich zorgen, papa, net als wij allemaal. Dat is toch normaal, wij houden van jullie ..."
 "Nee, nee, er is hier geen liefde, dat is juist het probleem. Laatst zei ik tegen Wies: Jij zou eens een ritje met Fonny moeten maken, dat zou hem goeddoen. Weet je wat ze antwoordde, de brutalerik? "Als je mij een pistool geeft en vraagt hem dood te schieten, dan zeg ik ja, maar een ritje maken - geen sprake van." En dat noem jij liefde."

- Hier woont Jeanne, de naaister, daar is het winkeltje van Anneke, waar de snoep in dozen zonder deksel ligt uitgestald. Jaren later, als ik boodschappen doe voor bomma, zal ik eens drie gekleurde hosties met zoetzuur poeder, die zo heerlijk wegsmelten op je tong, in mijn tas laten glijden en daar een kropsla overheen leggen. Wanneer ik de sla wil afrekenen, steekt Anneke haar hand uit. "Laat eens kijken wat ge daar nog hebt?"
 "Niks, eh ..." Over de toonbank heen reik ik haar mijn tas aan. Anneke haalt de hosties er een voor een uit, zegt ten overstaan van iedereen: "Foei, foei, dat had ik niet van u gedacht" en roept me na: "Dat ga ik tegen uw bomma zeggen." Maar ze doet dat niet, zodat het geheim tussen ons in blijft hangen.

- Die zomervakantie zit Fonny in Neerpelt met een groepje buurjongens op zijn uitkijkpost bij de groene poort als een vrachtwagen volgeladen met bier en limonade pal voor hun neus een te korte bocht neemt en in de greppel terechtkomt. In een mum van tijd heeft een achttal jongens zich om de vrachtauto verzameld. Onder toezicht van de chauffeur laden ze de kratten drank af. Daar moet iets voor hen in zitten, zo'n buitenkansje kunnen ze niet laten passeren. Met enkele gebaren maakt Fonny hun duidelijk wat te doen.
 "Kijk daar eens," roept hij tegen de chauffeur.
 Verstoord kijkt die op. "Waar?"
 "Daar!" Fonny wijst in de richting van het kanaal. "Ziet ge 't niet? Nen olifant!"
 "Maar waar dan?"
 "Daar, bij 't kapelleke."
 "Ik zie niks."
 "Ja, nu is het te laat - hij is net de hoek om." De twee kratten bier die in de tussentijd in het bosschage achter de poort zijn beland, drinken ze op zodra de vrachtwagen vertrokken is.
 
- Tegen de tijd dat de politie mijn vader terugbrengt, is Fonny langs het kanaal naar huis gewandeld en zit hij boven, op zijn kamer. Aline is net zestien geworden, hij wilde bij zijn nieuwe baas in Lommel een armband voor haar kopen, zegt hij. En zo gaat dit verhaal de geschiedenis in: niet als een ongeluk waarbij Fonny op zijn veertiende zijn vaders auto perte totale reed en een Hollander maandenlang rugklachten bezorgde, maar als het accident dat hij veroorzaakte toen hij op weg was naar Lommel om van zijn eerste loon een cadeau voor Alines verjaardag te kopen.
 
- "Waarom bellen mensen Teleonthaal eigenlijk?" zegt Fonny nadat hij haar heeft geïnformeerd over zijn drankprobleem.
 "Hoezo?" vraagt de vrijwilligster geduldig.
 "Wel ... ik heb hier geen echte voldoening van. Ik zeg u wat er met mij aan de hand is, dus ik geef u iets, maar ik krijg er niets voor terug, want het blijft anoniem."
 De mevrouw weifelt, dan antwoordt ze: "Maar wat verwacht u dan? Is dat niet te veel?"

- "Zij daar," roept Fonny, wijzend op mij, "zij doet alsof ze een heilige is, maar ik ken haar heel goed, zij heeft geen scrupules. Op haar achttiende had ze een verhouding met een getrouwde vent met drie kinderen. Drie kinderen! Ze reist de hele wereld af en wat denkt ge dat die Pool van haar doet als ze weg is? En wat denkt ge dat zij doet?" Hij is nog niet klaar. "Gij!" schampert hij tegen mij. "Gij voelt u zeker interessant als mijn bekende zuster. Want gij zijt toch bekend, niet? Gij verwacht zeker dat ik tijdens de therapie in Munsterbilzen ga zeggen dat ik dankzij u tot inkeer ben gekomen."
 Geschrokken en beschaamd laat ik zijn gescheld over me heen komen. Ik mag dan door de binnenlanden van Congo hebben gereisd en als vrouw alleen door de Golflanden hebben getrokken, tegen Fonny's gemeenheid kan ik niet op. Hij is nog steeds in staat me te kwetsen.

- ... Fonny laat met groot gemak een diepvrieskip in een binnenzak van zijn parka glijden, een fles wijn in de andere. "O, ik ben nog iets vergeten," fluistert hij bij de kassa, loopt naar het rayon met sigaretten en schuift een slof Belga-filters achter in zijn jeans. 
 Ik ben minder bedreven dan Fonny, al is een zekere steelvaardigheid mij niet vreemd. Als ik in mijn kostschooltijd boodschappen deed voor bomma, verstopte ik kaas en vleeswaren in de dubbele bodem van de tas, maar verrekende die wel met haar, zodat ik thuis op maandagochtend niet hoefde te bekvechten over mijn vaders ondeelbare briefje van duizend frank.

- Van je familie moet je je bevrijden, zegt Sus. Ouders proberen je klein te houden en je te modelleren naar hun kleinburgerlijke idealen. Als ze je niet willen laten gaan, kan je maar best radicaal met ze breken. Tegelijkertijd wil hij een kind van me. Ik denk aan de drie blonde wezentjes in dat andere huis, die soms ook bij ons zijn. Het gemak waarmee Sus afstand van ze neemt. En het mijne zou nummer vier zijn? Nee, dat lijkt me geen goed idee.

- Ik heb een studiebeurs, maar krijg geen geld meer van mijn ouders sinds ze weten dat ik bij Sus ben en dus ga ik aardbeien plukken. Dagenlang zit ik op mijn hurken in de kassen tot ik, net als vroeger, 's nachts in bed nog aan het plukken ben. Eindelijk kan ik een nieuwe Levi's-jeans kopen. "O, mag ik die eens passen?" vraagt Fonny als hij langskomt. En dan: "Kan ik ze even lenen?" Ik protesteer, waarop hij een scène maakt, roept dat ik een egoïst ben, altijd geweest, en ervandoor gaat met mijn broek. Die krijg ik nooit meer terug.
 
- "Weet je wat jij moet doen in plaats van de muizenissen in je hoofd te beschrijven?" suggereert mijn begeleider als hij me ziet lijden. "De straat op gaan en luisteren naar wat andere mensen te zeggen hebben."
 Ik zal zijn raad opvolgen.
 
- Er is weinig overgebleven van de knappe man die Fonny ooit was. Een tijdlang heeft hij zijn haar gepermanent om zijn beginnende kaalheid te verbergen, inmiddels draagt hij het heel kort. Eén keer maakt iemand nog een interessante foto van hem. Als je alleen naar de linkerhelft van zijn gezicht kijkt - de zelfverzekerde blik, de welgevormde lippen, de stevige wenkbrauw - is de aantrekkelijke man van vroeger er weer. Aan zijn rechterkant - het gat in zijn hoofd, de ingeklapte kaak, het opengesperde oog - is hij het type geblutste junk waar ik in Amsterdam schichtig aan voorbijloop. "Dit heb ik niet gewild," schrijft hij in zijn dagboek, "en toch is bijna alles gebeurd waar ik bang voor was."

  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

woensdag 22 mei 2024

Theo Kars: Memoires van een slecht mens: Deel 2

Theo Kars: Memoires van een slecht mens: Deel 2: 1965-1991 (Nederland, 2013): 475 blz: Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep
 

 
Het tweede deel van de "Memoires van een slecht mens" begint er mee dat Kars na zijn fraudezaak uit het eerste deel zich er zorgen over maakt hoe hij aan geld moet komen. Even later zit hij in de gevangenis. Hij krijgt een gevangenisstraf van 2½ jaar. Hij probeert om van deze tijd van gedwongen afzondering het beste te maken en besluit om een roman over de fraudezaak te schrijven.

De komende 25 jaren leeft hij voornamelijk van zijn pen. Kars gaat weg bij zijn vrouw Mux en begint een relatie met Karin. In het begin beschrijft hij hun relatie als bijna ideaal. Karin maakt geen punt van zijn overspel en put hem haast uit met vragen over zijn affaires. Ze gaan samen naar Ibiza.

Na een paar goede jaren waarin zich nog een tweede vrouw, de Canadese Kate, bij hen voegt, wordt Karin langzaam maar zeker gek. Ze wordt steeds achterdochtiger, vervolgens knettergek en blijkt aan schizofrenie te lijden. Kars besluit van haar te scheiden. Intussen koopt hij een stuk land op Ibiza en laat door een vriend van hem daar een huis bouwen. Zo wisselt hij een bestaan op Ibiza af met dat in Amsterdam. De dood van zijn ouders laat hem onaangedaan, wel is hij blij met de erfenis.

De memoires van Kars lezen een beetje als een schelmenroman zoals "Ik Jan Cremer". Het grote verschil is dat ik de memoires van Kars veel beter geschreven vind. Voor mij behoren deze 2 boeken tot de mooiste memoires die ik gelezen heb, hoewel ik het niet met Kars zijn levensopvatting eens kan zijn.
 
Citaten:
- Ik was daarentegen laat af, en zag er onwaarschijnlijk jong uit. (Zo jong dat ik met de gedachte had gespeeld mij als leerling voor de hoogste klas van een gymnasium aan te melden en daar vermomd als scholier een aantal meisjes te verleiden en de leraren te choqueren door de amorele ideeën die ik verkondigde. Ik vind het nog steeds jammer dat ik dit plan niet heb kunnen uitvoeren. Het zou vermoedelijk stof voor een boeiende roman hebben opgeleverd.)
 
- Wie niet de moeite neemt punctueel te zijn, toont een gebrek aan achting voor degene die hij laat wachten, zo redeneerde ik.
 
- Iemand die je niet mag, geef je niet onverplicht een geschenk.
 
- Ik besefte dat het justitieel apparaat niet, zoals ik had aangenomen, onpartijdig was, als de tomatensorteermachine die ik als kind bij een tuinderij had gezien. Ik had toen gefascineerd toegekeken hoe de tomaten op een licht hellende glijbaan werden uitgestort die uit verschillende geledingen bestond. In de geledingen zaten gaten, die groter werden naarmate de glijbaan afliep. Zo werden alle tomaten naar grootte gesorteerd terwijl ze naar beneden hobbelden. Ogenschijnlijk functioneerde het gerechtelijk apparaat op dezelfde wijze, maar in de praktijk werd de werking ervan sterk beïnvloed door de willekeur, frustraties en andere eigenaardigheden van de personen die het bedienden.
 
- De lezer die op grond van mijn beschrijving van mijn jeugd misschien meent dat ik mij daarover beklaag, vergist zich. Ik ben juist blij met mijn jeugdervaringen, omdat ze mij hebben gehard. Als ik was opgegroeid als een kasplantje, zou ik in de loop van mijn leven meer geleden hebben door allerlei onaangename omstandigheden en van de plezierige minder intens hebben genoten.

- Hij zweette onechte vriendelijkheid uit als een Leger des Heils-soldate.

- "Houdt u van poëzie?" vroeg hij daarna abrupt.
 "Ja," loog ik. Ik vond (en vind) poëzie een door snobisme in stand gehouden anachronisme, en had in een artikel in Tegenstroom uitgelegd waarom door de uitvinding van de boekdrukkunst het schrijven van poëzie in krullendraaien was ontaard.

- In het Veld begon als altijd over zichzelf te praten. Hij weidde uit over de sinterklaasinkopen die hij had gedaan, en over de genoegens die zijn gezinsleven hem verschafte. Zo vertelde hij hoe heerlijk hij het vond dat zijn jonge kinderen 's avonds bij zijn thuiskomst aan zijn broekspijpen hingen.
 Wat een nachtmerrie, dacht ik: niet één maar twee blokken aan je been, maar ik antwoordde: "Dat kan ik mij voorstellen."

Over Simon Vestdijk:
- Vestdijk is nu een vergeten auteur. De kans dat zijn werk wordt herontdekt is nihil. Een schrijver die zelfs niet bij machte was ook maar een minuut mij als ontwikkelde lezer in mijn situatie van toen te boeien, is tot eeuwige vergetelheid gedoemd.

- Zeggen wat je denkt, doen wat je zegt en nooit zwichten voor dreigementen, dat is het motto waaraan ik mij daarna, op één keer na, altijd heb gehouden. Die ene keer dat ik dit niet heb gedaan en om tactische redenen voor een dreigement ben gezwicht, zit mij nog steeds dwars.

- Trouwen is in mijn ogen geen emotionele, maar een puur administratieve verrichting, als het aanvragen van een paspoort of het verlengen van een rijbewijs.

- John Updike heeft ooit in een interview opgemerkt dat voor een schrijver het beroep van huisarts ideaal is, omdat deze van zijn patiënten persoonlijke geheimen hoort waar niemand anders weet van heeft.

- Bij mijn besluit lied ik mij leiden door een raadgeving van Chamfort: "Laster is als een lastige wesp, waar je alleen naar dient te slaan als je er zeker van bent dat je hem doodt. Anders valt hij opnieuw aan, agressiever dan ooit."

- "Ik heb een hekel aan bibliofielen," zei ik. "Niet de inhoud van een boek telt voor hen, maar de zeldzaamheid. Het zijn snobs."

Over zijn moeder:
- "Het is goed dat zij dood is ... Helaas wordt de wereld er niet beter door. Zoals zij zijn er honderdduizenden huismoeders in Nederland. Een mierenplaag wordt niet verlicht door de dood van één ervan."

- Ook Vicente ging nooit naar de kerk. Ik wist dat hij atheïst was omdat hij mij dit in een gesprek over godsdienst ongevraagd had meegedeeld. Hij had daar een lapidaire uitspraak aan toegevoegd die ik mij nog letterlijk herinner: "No me gustan los curas, los policías y los militares." ("Ik houd niet van priesters, politieagenten en militairen.")

Bij de dood van zijn vader:
- " ... Mij verwekken en sterven is eigenlijk het enige goede wat mijn vader in zijn leven heeft gedaan."

- Montherlant stelt ergens dat er twee categorieën schrijvers zijn: de eerste soort schrijft wat de mensen graag willen horen, de tweede wijst hen op zaken die hun onwelkom zijn. Het was mij eindelijk duidelijk geworden dat ik tot de laatste categorie behoorde.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 19 mei 2024

Theo Kars: Memoires van een slecht mens: Deel 1

Theo Kars: Memoires van een slecht mens: Deel 1: 1940-1964 (Nederland, 2010): 359 blz: Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep
 

 
Theo Kars is bij mij vooral bekend als de vertaler van de prachtige memoires van Giacomo Casanova en het "Handorakel of de kunst van de voorzichtigheid" van de Spaanse jezuïet Balthasar Gracian.

Casanova was een levensgenieter, avonturier en rokkenjager. Theo Kars is blijkens "Memoires van een slecht mens" behept met dezelfde eigenschappen.

Dat hij een slecht mens is, is voor hem een soort geuzentitel. Hij vindt godsdienst flauwekul, heeft lak aan gangbare morele opvattingen en leeft vooral voor zijn eigen genoegens. Zelfs diefstal vindt hij niet erg, tenminste zolang als hij niet betrapt wordt.

"Memoires van een slecht mens" gaat over de eerste 24 jaren uit het leven van Theo Kars. Doel van dit boek is niet zozeer om een overzicht te geven van de gebeurtenissen uit zijn (avontuurlijke) leven, maar vooral om te laten zien hoe hij diegene is geworden die hij op zijn 70e levensjaar is.

Er gebeurt vrij veel in die 24 jaren. Talloze vrouwen passeren de revue (meestal kortstondig), hij vertelt over zijn literaire voorkeuren, met name Casanova en Henry de Montherlant, hij vertelt over uitgebreide boekendiefstal (volgens zijn erecode alleen uit grote winkels) en over een frauduleuze zaak waarbij hij de posterijen flink benadeelt.

Dit alles leest een beetje als een schelmenroman, in de trant van de memoires van Casanova of "Ik Jan Cremer". Het boek is vlot geschreven en een van de betere memoires die ik ooit onder handen kreeg. 
 
Citaten:
- Ik heb altijd een voorliefde voor personen gehad over wie iedereen schande sprak, voor spelers en overspeligen, voor schrijvers als Casanova en Multatuli, en tegelijkertijd een instinctieve antipathie gevoeld voor hele en halve heiligen als moeder Teresa, majoor Bosshardt en de Dalai Lama, het soort figuren dat door iedereen wordt geroemd om hun belangeloosheid en idealisme.
 
- Er is geen boek dat mij zo sterk heeft beïnvloed, of beter: dat mijn ontwikkeling als individu zo heeft versneld als Quo Vadis. Ik trof er het basispakket in aan van mijn levensinstelling: hedonisme, atheïsme, desinteresse in een maatschappelijke carrière, de wens altijd de regie over mijn leven te behouden en het voornemen zelfmoord te plegen als het onleefbaar zou worden.
 
- De moed opbrengen voor je daden uit te komen is voor mij een zaak van geestelijke hygiëne, net als een fout of vergissing toegeven.
 
- Een ander soort diefstal verschafte mij daarentegen veel genoegen. Iedere zondag kreeg ik van mijn moeder voor elk van de twee kerkdiensten drie kwartjes, bestemd voor de collectes. Tijdens elke kerkdienst ging driemaal een zwartfluwelen collectezak rond, die door de kerkgangers van hand tot hand werd doorgegeven. Ik verving de kwartjes door centen. Uit het geluid dat een vallend muntstuk soms voortbracht als het direct op de andere viel, kon niet worden opgemaakt wat de waarde ervan was. Elke zondag leverde mij daardoor bijna anderhalve gulden op. De wetenschap dat ik mijzelf op deze wijze een compensatie verschafte voor het corvee dat mij werd opgelegd, vervulde mij met grimmige voldoening. 
 
- Eén uitspraak van hem heeft een blijvende indruk op mij gemaakt: "Een goede schrijver herken je aan zijn originele beeldspraak." Hoe juist deze stelling is, heb ik later nog talloze malen vastgesteld. Het werk van slechte schrijvers wemelt van cliché-uitdrukkingen en versleten beelden, dat van de goede zet je aan het denken door originele vergelijkingen en formuleringen. Het is eigenlijk ook logisch: wie wat te zeggen heeft, voelt de drang zich zo duidelijk mogelijk uit te drukken en spant zich daarom in treffende beelden en oorspronkelijke formuleringen te bedenken.

- Hij was niet in staat van mening of oordeel te veranderen, een eigenaardigheid die hij gemeen had met de meeste mensen ...

- Vanaf die tijd dwong ik mijzelf Duitse, Franse en Engelse boeken in de brontaal te lezen. Hoewel ik veel woorden niet kende, zocht ik ze niet op in een woordenboek, maar las verder in de hoop dat ik ze opnieuw zou tegenkomen en door de wisselende context op den duur achter hun betekenis zou komen. Zo vergrootte ik niet alleen spelenderwijs mijn kennis van deze talen, maar ook mijn eruditie, en kreeg op den duur een voorsprong op mijn medeleerlingen, die nooit in hun vrije tijd een boek in een andere taal lazen. Ik kreeg zelfs de indruk dat zij in het geheel niet lazen, en ben er in mijn gymnasiumtijd maar enkelen tegengekomen die geïnteresseerd waren in literatuur.

- Tijdens het schrijven van De leugenaar begon ik voor het eerst over mijn toekomst na te denken en stelde vast dat ik geen enkele ambitie had. Het enige wat ik wilde was vrij zijn. Vrijheid en onafhankelijkheid waren voor mij synoniemen aan geluk. Omdat ik inzag dat ik voor vrijheid over geld moest beschikken, besefte ik dat ik zou moeten gaan werken, dat wil zeggen: een deel van mijn vrijheid zou moeten prijsgeven. Die gedachte benauwde mij. Gedeeltelijke vrijheid was in mijn ogen geen echte vrijheid. Ik wilde volslagen onafhankelijk zijn, kunnen gaan en staan waar het mij beliefde en niemand verantwoording schuldig zijn.

- Een van de grootste genoegens leek mij op kamers te wonen en op zondagmorgen niet naar de kerk, maar naar een café te gaan.

- Danielle vertelde mij dat veel van mijn ideeën haar aan die van de Franse schrijver Henry de Montherlant deden denken en beval mij zijn werk aan. Ik volgde haar raad op, en ben haar nog steeds dankbaar voor dit advies omdat het lezen van Montherlants werk de ontplooiing van mijn persoonlijkheid heeft versneld. 

- Ik leende de bundels kritieken en essays van Van Deyssel uit de bibliotheek van De Horst, las ze en absorbeerde ze. Wat mij ervan aansprak maakte ik mij eigen, wat niet overeenkwam met mijn smaak of mij niet boeide schoof ik terzijde. Zo ben ik in de rest van mijn leven steeds te werk gegaan - selectief. Eerst ging ik na of een schrijver mij iets te zeggen had; bij de weinigen die ik overhield, richtte ik mijn aandacht uitsluitend op de werken (of passages daarin) waarmee ik affiniteit voelde. Ik begreep al snel dat ik nooit een schrijver zou vinden die mij alles bood wat ik zocht, omdat ik besefte dat geen mens hetzelfde is. Met sommigen heb je niets gemeen, met anderen weinig, met een enkeling veel, met niemand alles.

- Wat voor verwensingen en beledigingen geldt, gaat ook op voor heilwensen en complimenten: ze raken iemand pas als je de moeite neemt ze op een persoonlijke manier te verwoorden.

- Inmiddels had ik een Burberry-regenjas gekocht en deze onmiddellijk benut om in een grote boekhandel met een aparte verdieping Franse literatuur op het Damrak de Pléiade-uitgave van de memoires van Casanova te stelen. Het waren drie delen dundruk van elk 1400 bladzijden. (Na het schrijven van de laatste zin schoot ik in de lach, omdat ik enkele minuten eerder ter verificatie van het door mij vermelde aantal bladzijden van deze uitgave de drie delen uit mijn boekenkast had gepakt en ingekeken, mij op dat moment nog niet realiserend dat dit de drie exemplaren moeten zijn die ik een halve eeuw eerder heb gestolen.)

- Na mijn tweede ontmoeting met Mux had ik haar gezegd dat zij niet moest verwachten dat ik haar seksueel trouw zou zijn wanneer wij elkaar zouden blijven ontmoeten en een verhouding kregen. Ik legde haar uit dat mannen in tegenstelling tot vrouwen van nature polygaam zijn, vrijwel allen daar tegenover hun vrouw of geliefde niet voor uit durven te komen, en de meesten van iedere kans gebruik maken hun in het geheim ontrouw te zijn onder het motto "wat niet weet, wat niet deert".

- Omdat ik Annelieke aardig vond en zij herhaaldelijk mijn bed met mij deelde, sprak ik vaak met haar over literatuur en leende haar boeken uit. Ik voelde nu eenmaal de drang mijn evangelie uit te dragen, dat samengevat luidde: wees altijd nuchter, denk onafhankelijk, laat je niet door anderen voorschrijven hoe je moet leven, geef zoveel mogelijk gehoor aan je drang tot genieten, en scherp je geest door te lezen wat anderen hierover hebben geschreven.

Over de postwisselfraude:
- Ik was onmiddellijk geestdriftig over dit plan, net als Kees B. Eindelijk hadden wij een bruikbaar idee voor het plegen van een administratieve misdaad die ons veel geld kon opleveren, geen sporen achterliet die naar ons zouden leiden, en door de homeopathische verdunning van de schade niemand benadeelde.

- Excuses hebben waarde als ze spontaan worden aangeboden, niet als ze worden afgedwongen.

   
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 2 van "Memoires van een slecht mens".

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 3 februari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 12: Geheim agent

Giacomo Casanova: Geheim agent (Italië, 1790-1798): 270 blz: Vertaald door Theo Kars (1998): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
"Geheim agent" is het twaalfde en laatste deel van de memoires van Casanova. Het tempo van zijn leven wordt rustiger en hij beseft dat hij een man op zijn retour is. Vrouwen vallen niet meer vanzelfsprekend voor hem.
 
Zijn geld is bijna op, hij heeft geen bron van inkomsten en gaat doen waar hij goed in is: schrijven en vertalen. Hij vertaalt onder meer de "Ilias" van Homerus in het Italiaans. Dan is daar ineens op bladzijde 270 de laatste zin uit zijn memoires waarin hij vooruit wijst naar een gebeurtenis van 3 jaar later. Zo ver is hij niet meer gekomen met zijn verhaal.
 
Citaten: 
- Ik besefte dat deze jonge vrouw een stukje speelgoed was waarmee een zinnelijk ingesteld discreet man die zich met belangrijke zaken bezighield en behoefte aan verstrooiing had, zijn gemoed en geest kon vermaken.
 
- Ik had er toen spijt van dat ik in het begin had gezegd dat ik getrouwd was. Als gevolg van de geëmotioneerde toestand waarin ik verkeerde, zou ik haar namelijk op dat moment hebben beloofd met haar te trouwen, zonder van plan te zijn die belofte niet na te komen.

- Ik had alleen om haar gevraagd, en zij kwam daarom alleen naar beneden. Het was tien uur 's morgens. Haar eerste vraag was waarom ik zo abrupt mijn bezoeken had gestaakt.
 "Omdat ik verliefd ben op Armellina."
 "Die gevoelens brachten u ertoe om ons elke dag met een bezoek te vereren. Het is daarom moeilijk te begrijpen hoe diezelfde gevoelens nu tot een volkomen tegengestelde reactie leiden."
 "Die reactie is logisch, mevrouw. Wie verliefd is, verlangt namelijk naar iets. Als men tevergeefs naar iets verlangt, lijdt men daaronder, en van aanhoudend lijden wordt een mens ongelukkig. U begrijpt dat ik daarom alles moet doen wat in mijn macht ligt om te zorgen dat aan die toestand een eind komt."

- Armellina vertelde mij lachend dat haar biechtvader de draak met haar had gestoken toen zij had gezegd dat zij oesters had gegeten die zij met haar mond van de lippen van een man had gepakt. Hij had haar gezegd dat het onsmakelijk was.

- Een man die nadenkt over een middel om de liefde van een vrouw te winnen, komt door een instinctieve, zeer logische gedachtegang tot de conclusie dat hij ervoor moet zorgen dat zij een nieuw genoegen leert kennen.

- Bij het spelletje van het met de mond doorgeven van oesters, verweet ik Armellina dat zij het vocht inslikte voordat ik een oester van haar pakte. Ik gaf toe dat het moeilijk te voorkomen was, maar zei dat ik hun zou leren hoe zij zowel de oester als het vocht in hun mond konden houden. Zij moesten met hun tong een dijk maken om te beletten dat de oester en het vocht in de slokdarm zouden glijden. Ik was verplicht hun dit voor te doen en leerde hun aan de hand van mijn voorbeeld hoe zij de oester en het vocht in elkaars mond moesten stoppen en tegelijkertijd er hun hele tong in moesten steken. Het was mij niet onwelkom dat zij er geen aanstoot aan namen dat ik mijn tong in hun mond stak, en het was Armellina niet onwelkom dat ik uitgebreid aan haar tong zoog, die zij mij zeer bereidwillig afstond. Na afloop lachten zij hartelijk om het plezier dat het spelletje opleverde. Zij waren het met mij eens dat het volmaakt onschuldig was.

- Ik had de indruk dat ik nu oud was. Zesenveertig leek mij een hoge leeftijd. Er waren ogenblikken waarop ik het liefdesgenot minder intens beleefde, minder prikkelend vond dan ik mij vooraf had voorgesteld, en sinds acht jaar nam mijn potentie heel geleidelijk af. Ik merkte dat ik na een lang liefdesspel niet meer wegzonk in een zeer diepe slaap, en dat aan tafel mijn eetlust, die de liefde voordien had aangewakkerd, afnam als ik verliefd was; hetzelfde verschijnsel deed zich voor na de liefdesdaad. Bovendien merkte ik dat het schone geslacht niet meer op het eerste gezicht belang in mij stelde.

- Een eunuch die verliefd is op een vrouw die hem verfoeit, wordt een tijger.

- Toen ik iets tegen hem zei over een bepaald onderwerp, gaf hij mij een zeer zinnig antwoord, maar op de weifelende toon die altijd een plezierige indruk maakt.

- Vijftig jaar geleden zei een wijs man tegen mij: "Binnen elke familie bestaat er wel een of ander lachwekkend conflict dat de huiselijke vrede verstoort. Degenen die aan het hoofd van het gezin staan dienen zo verstandig te zijn te voorkomen dat het lachwekkend geschil openbaar wordt, want men mag de buitenwereld, die altijd boosaardig en dom is, geen stof tot spot en onwelwillende commentaren leveren."

- Ik schrijf om mij niet te vervelen. Ik schep daar genoegen in en ik prijs mij daarom gelukkig; als ik onzin schrijf, kan mij dat niet schelen, het is voor mij genoeg te weten dat ik mij vermaak

 Malo scriptor delirus inersque videri
 Dum mea delectent mala me vel denique fallant,
 Quam sapere et ringi.

Zolang mijn fouten mij genoegen verschaffen of mij ontgaan, ga ik liever door voor een slechte schrijver die onzin uitkraamt, dan voor een wijs, maar ongelukkig man.

- Ik wakkerde haar vrolijkheid aan en nam na de koffie haar hand om deze te kussen. Zij wilde dit niet, maar haar weigering was van dien aard dat ik er niet ontevreden over kon zijn. Zij zei gevat dat het als beleefdheidsgebaar te ver ging en als uiting van liefde te schamel was.

- Waar ik aanstoot aan nam, was dat de graaf, die erg snel at, het waagde tegen mij te zeggen, zij het glimlachend, dat ik te langzaam at.

   

Ik heb de memoires met zeer veel plezier voor een tweede keer gelezen. Ik hoop dat jullie een beetje hebben kunnen meegenieten.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 31 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 11: Heimwee naar Venetië

Giacomo Casanova: Heimwee naar Venetië (Italië, 1790-1798): 375 blz: Vertaald door Theo Kars (1998): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
In "Heimwee naar Venetië" is het reistempo van Casanova afgenomen en beleeft hij ook niet meer zo veel liefdesavonturen. Hij is een man op zijn retour.
 
In Madrid krijgt hij een relatie met doña Ignacia. Nadat hij Madrid moet verlaten reist hij door naar Valencia waar hij een relatie krijgt met de losbandige Nina. Hij belandt in de gevangenis.

In Frankrijk wordt hij ziek en ontmoet hij Henriëtte, zijn vroegere grote geliefde. Vervolgens reist hij door naar Napels waar hij zijn dochter donna Leonilda zwanger maakt.
 
Citaten:
- Ik heb dit altijd en overal waargenomen. De zoon van een gierig man is kwistig met zijn geld, en iemand die onbekommerd geld uitgeeft heeft een zoon die gierig is.

- Ik ging op een bed zitten, dat ik drie uur later verliet toen ik merkte dat ik vol luizen zat. Een Italiaan of een Fransman wordt onpasselijk bij de aanblik ervan, maar een Spanjaard niet - die lacht om dergelijke kleine kwellingen. Vlooien en wand- en lichaamsluizen zijn drie insecten die zo algemeen verbreid zijn in Spanje dat ze niemand meer storen. Men beschouwt ze, denk ik, als een soort buren.

- Ik ging er op een morgen naartoe en trof een dertigjarige priester aan, een zeer levendige, voorkomende man die mij, hoewel hij mij niet kende, meteen een kopje chocolade aanbood, dat ik weigerde, wat iedere buitenlander in Spanje dient te doen, want de chocolade is in de regel niet alleen slecht, maar wordt hem op elk uur van de dag aangeboden en met zoveel aandrang dat wie dit allemaal zou aannemen er volgens mij aan zou bezwijken.

- Ik schoot echter bijna in de lach toen de goede don Diego mij bij zijn vertrek zei dat buitensporige vroomheid en hevige verliefdheid twee dingen zijn die een verstandige vader zijn dochter dient te vergeven.

- Eén ding staat echter onomstotelijk vast: een vroom meisje ondervindt veel meer genot dan een meisje zonder vooroordelen als zij met haar geliefde de liefdesdaad bedrijft. Dit feit is zo vanzelfsprekend dat ik niet denk dat ik het mijn lezer hoef te bewijzen.

- Niets is heerlijker dan het leven dat een verliefd man leidt met een vrouw die van hem houdt zoals hij van haar en aan al zijn wensen toegeeft, maar niets is zo bitter als een scheiding op een tijdstip dat de liefde nog niets aan kracht heeft ingeboet.

- Weer iets wat verbazingwekkend was: de regering die zich zonder omhaal meester maakt van een man en al zijn papieren, veroorlooft zich niet de vrijheid bij het postkantoor de aan hem gerichte brieven op te halen.

- Markies d'Argens gaf mij al zijn werken ten geschenke. Toen ik hem vroeg of ik mij er werkelijk op kon beroemen ze alle te bezitten, zei hij dat dit zo was, met uitzondering van het verslag van een deel van zijn leven. Hij had dit in zijn jeugd geschreven en toen laten drukken, en had er nu spijt van dat hij het had geschreven.
 "Waarom?"
 "Omdat ik mijzelf onsterfelijk belachelijk heb gemaakt door mijn manie de waarheid te willen schrijven. Als u ooit de aandrang tot het schrijven van memoires krijgt, verzet u zich daar dan tegen als tegen een zondige verleiding, want ik kan u verzekeren dat u er spijt van zult krijgen. Als man van eer kunt u namelijk alleen de waarheid schrijven, en als gewetensvol schrijver bent u niet alleen verplicht niets te verzwijgen van wat u hebt meegemaakt, maar ook uzelf niet te ontzien bij de fouten die u hebt gemaakt, terwijl u als goed filosoof dient in te gaan op al uw goede daden. U moet beurtelings uzelf laken en prijzen. Men zal al de zonden die u opbiecht voor goede munt aannemen en u niet geloven als u waarheden vertelt die vleiend voor u zijn. Bovendien zult u vijanden maken wanneer u verplicht bent geheimen te onthullen die niet tot eer strekken van de mensen die met u te maken hebben gehad. Als u hun namen niet noemt, zal men vermoeden wie het zijn, wat op hetzelfde neerkomt. Gelooft u mij, mijn vriend, als we stellen dat een mens niet over zichzelf mag spreken, dan mag hij zeker niet over zichzelf schrijven. Het is alleen toegestaan aan iemand die door laster gedwongen is zichzelf te rechtvaardigen. Gelooft u mij: zet nooit uw leven op papier."
 
Casanova zegt over het schrijven van zijn memoires:
- Door mij tien tot twaalf uur per dag bezig te houden met schrijven, heb ik voorkomen dat doffe zwartgalligheid mij het leven of verstand benam.
 
- Dit waren de mooiste ogenblikken in mijn leven, deze plezierige, onvoorziene, onverwachte, volkomen toevallige, uitsluitend door een samenloop van omstandigheden bewerkte ontmoetingen, die men door dit alles des te meer op prijs stelt.
 
- Het goede van iets wat men begeert, beperkt zich vaak tot het genoegen van het begeren.
 
- Hoe ouder ik werd, hoe meer intelligentie en intellect mij aantrokken in vrouwen.
 
- "Was zij nog steeds mooi?"
 "Een volmaakte schoonheid, maar schoonheid is vaak uitsluitend een rampzalig geschenk van de natuur dat mannen er alleen toe aanzet de onfortuinlijke bezitster ervan ongelukkig te maken. ..."

- Mijn beurs snelde naar het ogenblik van algehele leegte toe, en mij restte misschien alleen nog deze hulpbron om het leven te blijven leiden waaraan ik was gewend. Nadat ik hiertoe had besloten, zag ik ervan af met Betty terug te reizen. Sir B.M. wilde mij alles terugbetalen wat ik voor haar had uitgegeven, en mijn situatie was niet van dien aard dat ik mij kon veroorloven op te bieden tegen zijn edelmoedigheid.

- Alleen iemand die nooit armoede heeft meegemaakt kan de treurige moed opbrengen voor een leven in armoede te kiezen.

   

Lees verder in mijn bespreking van het twaalfde en laatste deel van de memoires: "Geheim agent".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 28 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 10: Het duel

Giacomo Casanova: Het duel (Italië, 1790-1798): 382 blz: Vertaald door Theo Kars (1997): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep

 
 
In "Het duel" volgen we Casanova op zijn verdere reizen door Europa. Hij reist van Londen naar Berlijn, Sint-Petersburg en Moskou, Warschau, Parijs en Madrid. Hij ontmoet Frederik de Grote, Catharina de Grote en spreekt met de Poolse koning Stanislaus Augustus.
 
Verder koopt hij in Rusland een knap 13-jarig boerenmeisje, Zaïre geheten, voor 100 roebel van haar ouders, om met haar samen te leven. Hij prijst het concubinaat. Na een paar maanden geeft hij Zaïre terug aan haar ouders.
 
Heethoofd als Casanova is, gaat hij een duel aan met een Poolse edelman. Gelukkig voor de literatuur overleeft hij dat duel.

Aangekomen in Madrid zoekt hij een vrouw om met hem de fandango te dansen.
 
Citaten:
- Gabriëlle sliep tot de volgende dag. Toen zij bij haar ontwaken in mijn armen bleek te liggen, begon zij te filosoferen.
 "Wat is het makkelijk gelukkig te worden op deze wereld als men rijk is! En wat is het hard als men het niet kan worden, terwijl men het geluk om zich heen ziet en beseft dat het door gebrek aan geld onbereikbaar is. Ik was gisteren het gelukkigste meisje op aarde. Kon ik dat maar elke dag zijn!"
 
- Men moet mensen die bedroefd zijn door een noodlottige tijding nooit op onjuistheden wijzen, want als zij hun gevoelens hebben gelucht, geven zij zich er rekenschap van en zijn de persoon die hen niet heeft tegengesproken daarvoor dankbaar.
 
- Ik lachte bij mijzelf om het feit dat ik overal in Europa kinderen van mij aantrof.
 
- Om een mens te beoordelen dient men uit te gaan van zijn gedrag als hij gezond en vrij is, tijdens ziekte of gevangenschap is hij niet meer dezelfde.
 
- Hij bleek ingenomen met mijn lof over de bibliotheek in Wolfenbüttel, en lachte hartelijk toen ik hem zei dat zonder de voeding die de goede boeken mij hadden geleverd, het slechte eten dat ik er had gekregen mijn dood zou zijn geworden.

- Men zegt dat een atheïst die zich bezighoudt met zijn filosofie en nadenkt over God, als zodanig meer waarde heeft dan een gelovige die nooit over Gods bestaan nadenkt.

- Ik zag met Melissino een gebeurtenis die indruk op mij maakte: de zegening door het water op Driekoningen, een ceremonie die op de met een vijf voet dikke ijslaag bedekte Neva plaatsvond. Men doopt dan de kinderen door hen onder te dompelen en duwt hen door een gat dat in het ijs is gemaakt onder water. Het toeval wil dat op die dag de pope die de onderdompeling verrichte het kind dat hij onder water duwde uit zijn handen liet glippen.
 "Dragoi," zei hij.
 Dat betekent "Geef mij er nog een". Wat mij echter trof was de blijdschap van de vader en de moeder van het kind dat ongetwijfeld alleen maar naar het paradijs kon zijn gegaan nu het op dat gezegende ogenblik was gestorven.
 
- Russische bedienden zijn de beste ter wereld, onvermoeibare werkers, die op een drempel slapen van de kamer waar hun meester slaapt, zodat zij meteen als hij roept naar hem toe kunnen snellen. Een Russische bediende betoont zich altijd gedwee, zegt niets terug ook al heeft zijn heer duidelijk ongelijk, en is niet in staat hem te bestelen. Hij wordt evenwel een monster of imbeciel na het drinken van een glas sterke drank, de algemene ondeugd van de gewone man daar.

- Toen de prins bij mij langskwam, mijn Zaïre zag en zich er rekenschap van gaf hoe weinig mijn geluk, en het hare, mij had gekost, werd hem duidelijk hoe iedere verstandige man die liefde zoekt er een concubine op na moest houden.
 
- Deze actrice bleek de mentaliteit en de eigenschappen te hebben die men bij alle Franse meisjes van een bepaald type aantreft. Zij zijn aantrekkelijk, beschikken over een zekere ontwikkeling en menen genoeg klasse te hebben om uitsluitend één man toe te behoren. Zij willen onderhouden worden en vinden de benaming "maîtresse" veel vleiender dan de kwalificatie "echtgenote".
 
- Een man in geldnood die een beroep doet op een rijk man om hem te helpen, verliest diens achting als de hulp hem wordt gegeven, terwijl een weigering hem diens minachting oplevert.
 
- Ik had nog geen vier passen buiten de loge gezet toen ik hoorde dat ik werd vereerd met de kwalificatie "Venetiaanse lafbek". Ik draaide mij om en zei hem dat buiten de schouwburg een lafbek uit Venetië een heldhaftige Pool kon doden ...
 
- Zo redenerend gaf ik mij over aan wat mijn aard mij voorhield, zonder mij voor te willen houden dat het einde van mijn jeugd was aangebroken en dat het voordeel van mijn uiterlijk, iets wat mij zozeer had geholpen, mij begon te ontvallen.
 
- Vrouwen hebben altijd de macht gehad mijn levendigheid te stimuleren of er juist een domper op te zetten.
 
- Ik was verder al mijn hulpbronnen kwijt, de dood had mij in een isolement gebracht en ik begon mijzelf als een man van "middelbare" leeftijd te zien - een leeftijd waar Fortuna op neerkijkt en vrouwen weinig mee op hebben.
 
- Wat de mensen overal aantrekt is het verbodene. Een middel om te bewerken dat bepaalde mensen hun plicht doen zou zijn hun dit te verbieden, maar nergens ter wereld is wetgeving op filosofische overwegingen gebaseerd.
 
- ... want afgezien van het feit dat de wond die Charlotte mijn hart had toegebracht nog niet volkomen was geheeld, begon ik ontmoedigd te raken doordat ik merkte dat vrouwen mij niet meer verwelkomden zoals zij dit in het verleden hadden gedaan.
 
 
   

Lees verder in mijn bespreking van deel 11 van de memoires: "Heimwee naar Venetië".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 22 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 9: Het keerpunt

Giacomo Casanova: Het keerpunt (Italië, 1790-1798): 422 blz: Vertaald door Theo Kars (1997): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
In het begin van "Het keerpunt" wint Casanova een flinke som geld aan een roulettetafel. Een jongere broer die geestelijke is, wendt zich tot Giacomo voor hulp. Giacomo kan zijn broer niet uitstaan, troggelt hem zijn vriendin af en is een tijd gelukkig met haar.

Hij ontvangt ook een grote som geld van mevrouw d'Urfé met wie hij allerlei onbegrijpelijke rituelen uitvoert. Casanova reist vervolgens naar Parijs en van daar naar Londen.

In Londen verhuurt hij een deel van zijn woning en krijgt een relatie met Pauline, een adellijke Portugese vrouw. Nadat zij terugkeert naar haar vroegere geliefde is hij een tijdje wanhopig.

Vervolgens ontmoet Casanova de Zwitserse courtisane La Carpillon en raakt door haar toedoen bijna zijn verstand kwijt. Hij dreigt zelfmoord te plegen maar wordt daar door een vriend van weerhouden. Opnieuw een deel vol prachtige avonturen.
 
Citaten:
- De tranen van een leuk meisje in de armen van een minnaar op een ogenblik dat hij zich wil vermaken brengen hem van slag.

- Mijn reputatie was die van een intelligent man, die het leven kende - een kwalificatie die in Genua nog meer dan overal elders een zodanige gevoelswaarde had dat zij iemand tot eer strekte en het begrip "door de wol geverfd" niet de ongunstige klank kreeg die jansenisten eraan geven.

- Omdat er niemand was die mij voorstelde, zei ik haar mijn naam. Niets schept zo'n onbehaaglijke situatie als een man van mijn soort die zichzelf aandient.

- De mogelijkheid bestond dat ik tot niets in staat zou blijken. Op achtendertigjarige leeftijd begon ik te merken dat dit rampzalige falen mij vaak overkwam.
 
- Ik ben van nature altijd jaloers geweest als ik een maîtresse had, maar wanneer ik vermoedde dat haar een fortuinlijke toekomst te wachten stond bij de rivaal wiens opkomst ik met eigen ogen meemaakte, verdween mijn jaloezie.
 
- ..., maar wijs mij de man die niet tot gewelddadig optreden wordt geprikkeld als hij ten prooi is aan woede, of die nu gerechtvaardigd is of niet.
 
- Wij gingen aan tafel. Mijnheer Morosini, die van mij had gehoord dat de mogelijkheid bestond dat Marcolina zou overwegen terug te keren naar haar vaderstad, meende tijdens de tweede gang de vrijheid te hebben haar te zeggen dat zij, omdat haar hart vrij was, kon hopen in Venetië, haar geboortestad, een echtgenoot te vinden die bij haar paste.
 "Ik moet degene zijn die beoordeelt of hij bij mij past."
 "Het is ook mogelijk af te gaan op wijze mensen, wie het geluk van beide partijen ter harte gaat."
 "Neemt u mij niet kwalijk. Dat nooit. De man met wie ik trouw moet mij bevallen, en niet na, maar vóór het huwelijk."
 "Wie heeft u die stelregel wijsgemaakt?" vroeg mijnheer Querini.
 "Mijn oom hier," antwoordde zij, terwijl zij naar mij wees. "In de twee maanden dat ik bij hem ben heeft hij mij alle noodzakelijke levenswijsheid bijgebracht, en ik geloof in de waarde van zijn lessen."
 
- Maar Marcolina huilde terwijl zij lachte, en lachte terwijl zij huilde. Mijn enige troost was de wetenschap dat zij door mij in goede doen was gekomen, net als een aantal andere meisjes die met mij hadden omgegaan. Ik vond dat ik haar moest laten gaan om ruimte te maken voor de anderen die de hemel voor mij had voorbestemd.
 
- In deze week vervulde ik ook mijn wens de exclusieve bagnios te leren kennen, waar een welgesteld man kan baden, souperen en slapen met een prostituee van klasse. Het is een luisterrijk gebeuren dat in totaal zes guinea kost; met enige zuinigheid kan men dit bedrag tot vier terugbrengen, maar zuinigheid bederft een genoegen.

Een goede gewoonte in Engeland:
- " ... Wij Engelsen, die weten dat dit gespuis in ons land bestaat, reizen met twee beurzen, een kleine om aan de rovers te geven die wij eventueel tegenkomen en de tweede met het geld dat wij nodig hebben."
 
- Mijn ontluikende liefde nam toe in kracht als ik vermoedde dat de verovering mij moeite zou kosten. De kans op een echec rekende ik niet tot de mogelijkheden. Ik wist dat geen vrouw ter wereld de voortdurende zorgen en attenties kan weerstaan van een man die haar liefde wil winnen.

Casanova redeneert met Pauline:
- "Van wat voor aard is de liefde die Fortuna mij vergunt bij u op te roepen?"
 "Mijn liefde is van dien aard dat de feitelijke liefdesdaad mij alleen van ondergeschikt belang lijkt."
 "Wat komt dan op de eerste plaats?"
 "In volkomen harmonie met elkaar leven."
 "Dat geluk bezit ik, en u eveneens. Het schenkt ons beiden vreugde van de vroege morgen tot de late avond. Waarom kunnen wij ook niet toegeven aan wat de bijzaak ons biedt? Deze zal maar enkele ogenblikken van onze tijd in beslag nemen, en onze verliefde zielen een vrede en kalmte schenken die wij nodig hebben. U moet verder bekennen dat deze bijzaak als voeding fungeert voor de hoofdzaak en zorgt dat deze floreert."
 
- Het is erg vervelend voor een aantrekkelijke vrouw als lachen haar lelijk maakt - iets waardoor een lelijke vrouw juist vaak mooier wordt.
 
- "liefhebben en verstandig zijn is zelfs goden nauwelijks gegeven."
 
- Een verliefd man is echter pas in staat zijn fouten in te zien als zijn verliefdheid voorbij is.
 
- ... een man mag zichzelf nooit doden, want het is mogelijk dat de oorzaak van zijn verdriet ophoudt te bestaan voor de waanzin begint.
 
- Ik besefte toen dat de genoegens van de liefde het gevolg zijn, en niet de oorzaak, van vrolijkheid.

   

Lees verder in mijn bespreking van deel 10 van de memoires: "Het duel".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 17 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 8: Leven en laten leven

Giacomo Casanova: Leven en laten leven (Italië, 1790-1798): 323 blz: Vertaald door Theo Kars (1996): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
In "Leven en laten leven" reist Casanova opnieuw veel en beleeft hij weer talloze liefdesavonturen. Ook speelt hij weer veel kaart. Hij speelt voor zijn genoegen, niet om er rijk van te worden, hoewel hij het geld dat hij soms wint gebruikt voor het najagen van andere genoegens.
 
Casanova speelt op een gegeven moment tegen iemand die wel speelt om te winnen en met wie hij een absurde weddenschap aangaat, beide heren spelen tegen elkaar net zolang tot een van beiden uitgeput is en niet meer verder kan gaan. 
 
Ik dacht even om na het lezen van deel 7 te stoppen, maar ik ben toch nieuwsgierig naar de overige delen, ook al heb ik de hele serie al eens gelezen. Ik zeg het maar opnieuw: de memoires van Casanova behoren tot de meest onderhoudende boeken die ik ooit heb gelezen.
 
Citaten:
- Ik was benieuwd naar zijn wederwaardigheden. Gedreven door de welwillende gevoelens die een jeugdvriend, en in het bijzonder een schoolvriend, bij ons oproepen, ...
 
- Haar naam was Raton. Zij was pas vijftien volgens de onder actrices gebruikelijke telmethode, waarbij altijd twee of drie jaar, en zo mogelijk meer worden verduisterd - een zwakheid die alle vrouwen overigens gemeen hebben, en die men hun beslist dient te vergeven, aangezien jeugd hun sterkste troef is.
 
- Ik ben er nooit voor teruggeschrokken de degens te kruisen met wie zich daarvoor aandiende, al ben ik ook nooit uit geweest op het barbaarse genoegen het bloed van een man te vergieten.
 
- Als ik was getrouwd met een vrouw die het talent had bezeten mij te sturen, mij te beteugelen zonder dat ik mij bewust was geweest van die teugels, zou ik met beleid met mijn geld zijn omgegaan, kinderen gehad hebben, en niet zijn wat ik nu ben: geheel alleen en onvermogend.
 
- Het diner van de bankier was bewonderenswaardig. Hij had er veel eer in gesteld mij te tonen dat de maaltijd van een hotelhouder nooit kan wedijveren met het voedsel dat een rijke huisheer biedt die over een goede kok, een uitgelezen wijnkelder, zilveren vaatwerk en eersteklas porselein bezit.

- Tijdens mijn lange loopbaan als libertijn, waarin mijn onoverwinnelijke voorliefde voor het schone geslacht mij ertoe heeft gedreven alle verleidingsmethoden te gebruiken, heb ik enkele honderden vrouwen het hoofd op hol gebracht wier bekoorlijkheden mijn verstand hadden bedwelmd. Wat mij evenwel altijd het meest van nut is geweest, is dat ik mij erop heb toegelegd bij onervaren meisjes, wier zedelijke principes of vooroordelen het succes van mijn onderneming in de weg stonden, alleen tot de aanval over te gaan als zij in gezelschap van een andere vrouw waren.

- Bovendien is het zo dat naarmate de onschuld van een meisje groter is, zij minder weet heeft van de methoden en de bedoeling van een verleider.

- Mijn leven lang heb ik mij overgegeven aan de ondeugd, terwijl ik tegelijkertijd een bewonderaar van de deugd was.

- "Als hij haar verlaat, neem ik zijn plaats in."
 "Het is verstandig van u dat u voor uw vermaak vrouwen zoekt die weten hoe zij uw geschenken kunnen verdienen. Ik heb gehoord dat u hun deze pas geeft nadat u duidelijke blijken van hun liefde hebt ontvangen."
 "Dat is mijn stelregel."

- De bekoorlijke Zenobia viel in mijn armen met een vurigheid die volkomen spontaan was. Tijdens de roes van het genot zei ik wel tienmaal tegen haar dat zij voor mij geschapen was, en niet voor haar aanstaande echtgenoot, die niet in staat was haar bekoorlijkheden naar hun waarde te beoordelen. Ik zei haar zonder omhaal dat zij hem naar de duivel moest laten lopen en mij in zijn plaats moest nemen, maar - gelukkig voor mij - geloofde zij mij niet.

- "... Wij gaan nu naar bed. Komt u vanavond bij ons langs?"
 "Als ik een oppassend man was, zou ik uw gezelschap moeten mijden."
 "En als ik een oppassend meisje was, zou ik u niet moeten vragen te komen."

- Te grote verlegenheid is vaak alleen domheid.

- Ik kon de situatie niet meer verdragen, stond op en ging voor een raam staan. Een raam stelt een geërgerd man in staat iemand die hem irriteert de rug toe te draaien zonder dat men hem regelrecht van onbeleefdheid kan beschuldigen, maar men begrijpt wel wat er in hem omgaat.

- Het is niet mogelijk geen jaloezie te voelen als men het voorwerp van zijn liefde nog niet heeft bemachtigd. Men dient er namelijk altijd beducht voor te zijn dat iemand anders zich er meester van maakt.

- De onderscheidingenmanie neemt met de dag toe, en niemand kan nog beweren dat hij weet om welke orde het gaat als hij een lintje ziet, want behalve de versierselen horend bij een aantal obscure onderscheidingen, zijn er de fantasie-emblemen van niet-officiële genootschappen van jagers, academici, musici, gelovigen, geliefden, waarnaar het zelfs gevaarlijk zou zijn te informeren, omdat het om een genootschap van samenzweerders kan gaan.

- In gegoede kringen is het nu zover dat men, als men beleefd wil zijn, iemand niet meer kan vragen uit welk land hij komt, want als hij een Normandiër of Calabrees is, dient hij u vergeving te vragen als hij dit zegt, of als hij uit Waadtland komt, is hij verplicht u te zeggen dat hij Zwitser is. U mag evenmin nog een edelman vragen wat zijn familiewapen is, want als hij de heraldieke termen niet kent, brengt u hem in verlegenheid. Men dient een man geen compliment te maken over zijn mooie haar, want als het een pruik is, zou hij kunnen denken dat u hem voor de gek houdt, en men mag de mooie tanden van een man of vrouw niet loven, want ze zouden vals kunnen zijn.

   

Lees verder in mijn bespreking van deel 9 "Het keerpunt".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 13 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 7: Rust noch duur

Giacomo Casanova: Rust noch duur (Italië, 1790-1798): 344 blz: Vertaald door Theo Kars (1995): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
In "Rust nog duur" reist Casanova rusteloos door Frankrijk en Italië. Opnieuw beleeft hij talloze liefdesavonturen. In Florence ziet hij na zestien jaar Teresa terug die een zoon van hem blijkt te hebben.
 
Hij heeft een ontmoeting met de paus aan wie hij een vrijbrief vraagt om weer naar Venetië te kunnen gaan. 
 
In Napels ontmoet hij de mooie 17-jarige Leonilda met wie hij wil trouwen. Hij wil haar moeder om toestemming vragen voor het huwelijk. Haar moeder blijkt Donna Lucrezia te zijn met wie Casanova achttien jaar eerder een relatie had, en haar vader is Casanova zelf.
 
Citaten:
- Ik kon mij er niet van weerhouden mijzelf onder de loep te nemen, en stelde vast dat ik een gelukkig mens was. Ik verkeerde in volmaakte gezondheid, bevond mij in de bloei van mijn leven, hoefde niet vooruit te zien, beschikte over veel geld, was van niemand afhankelijk, gelukkig in het spel, vond een gunstige ontvangst bij de vrouwen die mijn belangstelling wekten, en had alle reden tegen mijzelf te zeggen "saute, marquis" ("je boft, markies").
 
- Elke man die vol is van een vrouw meent trouwens dat iedereen in verrukking zal raken over het voorwerp van zijn liefde.
 
Over Costa, die door Casanova werd aangenomen als bediende:
- Hij amuseerde mij. Hij zei mij dat correct spellen niet vereist was, omdat iemand die leest en een taal kent geen goede spelling nodig heeft om een tekst te begrijpen, en dat iemand die de taal niet kent de fouten er niet in kan zien.
 
- Ik nam het besluit haar nooit in de steek te laten - daartoe besluit men altijd als men verliefd is.
 
- Aangezien er in het leven niets echt is behalve de werkelijkheid, genoot ik ervan. Ik  sloot mij af voor de beelden uit het verleden, en verfoeide de duisternis van de toekomst die altijd afschuwelijk is, aangezien de enige zekerheid die zij biedt de dood is ...
 
- Een vrouw in de beste kringen kan alleen verwachten succes te behalen en bijval te oogsten als zij flirt.
 
- Al het onaangenaams dat mij in mijn leven is overkomen, heb ik uitsluitend aan mijzelf te wijten, en bijna al het goede dat ik heb genoten, schrijf ik toe aan een gelukkige samenloop van omstandigheden.
 
- Ik weet dat ik niet dom ben. Domheid treft men wel aan bij een idiote buurman van mij die er behagen in schept mij te verkondigen dat dieren beter redeneren dan wij. "Ik ben het met u eens dat ze beter redeneren dan u," zei ik tegen hem, "maar niet beter dan ik." Door dit antwoord is hij mijn vijand geworden, hoewel het voor de helft zijn stelling ondersteunde.
 
- Hoe intelligent iemand ook mag zijn, hoe goed men het type mensen ook kent dat uitsluitend complimenten maakt, het is een aangename sensatie als iemand uw oren streelt.
 
- Wee de oude man die niet in staat is zichzelf te zien zoals hij is, en niet beseft dat de sekse die hij heeft verleid toen hij jong was, alleen maar minachting voor hem kan voelen als hij laat blijken dat hij nog bepaalde rechten meent te kunnen laten gelden in weerwil van het feit dat zijn leeftijd hem alle hoedanigheden heeft ontnomen om haar te bekoren.

- "Dwaze daden hebben soms een fortuinlijke afloop, maar ze zijn daarom niet minder dwaas."

- Ik besef steeds duidelijker dat echte vrolijkheid voortkomt uit een zorgeloze instelling.

- Haar toon was vrolijk, en de weg van vrolijkheid naar vriendschap en openheid is maar kort.

- "Trouwen is bij uitstek de aangelegenheid waar men het meest over na dient te denken alvorens ertoe over te gaan."

- Datgene wat, naar het zich laat aanzien, het meest bevorderlijk is voor wederkerigheid in de liefde, is gelijkheid in alles: in leeftijd, maatschappelijke positie, karakter ...

- Deze lichte vermaning bracht mij tot rede. Het vergeten van mijn huwelijksplannen was ongetwijfeld de beste houding die ik kon aannemen, maar ik was verliefd, en een geliefde is niet een stuk koopwaar, dat men gemakkelijk door een ander kan vervangen als men het niet kan krijgen.
 
- Ik zou een gelukkig leven hebben geleid met deze innemende vrouw, maar ik verafschuwde de gedachte mij ergens te vestigen. Ik zou in Napels een landgoed hebben kunnen kopen dat een rijk man van mij zou hebben gemaakt. Ik had daarvoor echter een oppassende levensstijl moeten aannemen die volkomen tegen mijn aard inging.
 
- Ik zei haar meteen dat zij er erg leuk uitzag en dat zij geschapen was om de man gelukkig te maken die God voor haar als echtgenoot had bestemd. Ik wist dat zij door dit compliment zou blozen. Het is wreed, maar zo begint de taal der verleiding. Een meisje van die leeftijd dat niet zou hebben gebloosd, zou óf achterlijk zijn geweest óf bedreven en doorkneed in alle vormen van bandeloosheid.
 
   

Lees verder in mijn bespreking van deel 8: "Leven en laten leven".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.