donderdag 17 juni 2021

Charles Darwin: Over het ontstaan van soorten

Charles Darwin: Over het ontstaan van soorten (Groot Brittannië, 1959): 490blz: Vertaald door Ludo Hellemans (2000): Uitgeverij Nieuwezijds
 
Over Het Ontstaan Van Soorten
 
"Over het ontstaan der soorten" van Charles Darwin is ongetwijfeld één van de belangrijkste boeken die ooit verschenen zijn. De laatste Nederlandse vertaling van dit meesterwerk dateerde al uit 1883! en het werd dus hoog tijd voor een nieuwe vertaling. 

Deze vertaling van de eerste druk door Ludo Hellema verscheen in 2000. In 2001 verscheen de vertaling door Ruud Rook van de zesde en laatste editie uit 1872. Ik had de vertaling van Ludo Hellema al eerder gelezen en omdat die mij prima was bevallen heb ik deze herlezen. In 2009 verscheen  een zeer mooie geïllustreerde editie van "Het ontstaan van soorten" onder redactie van David Quammen, die passende illustraties bij de tekst heeft gezocht en belangrijke fragmenten uit andere boeken van Darwin heeft toegevoegd. Voor dat boek is de vertaling van Ruud Rook gebruikt.
 
Voordat Darwin zijn boek publiceerde ging men ervan uit dat God de wereld en de soorten daarin had geschapen en dat de soorten min of meer onveranderlijk waren. Door zijn reis met de Beagle en het veldwerk dat hij met name in Zuid-Amerika deed, kreeg Darwin de ingeving dat er een simpelere verklaring was. Twintig jaar lang zat Darwin te broeden op zijn theorie en pas nadat hij een brief van Alfred Russell Wallace had ontvangen, die soortgelijke ideeën had, besloot hij om zijn theorie te publiceren.
 
In het kort komt de evolutietheorie van Darwin erop neer dat de ene soort uit de andere ontstaat door toevallige variatie in combinatie met natuurlijke selectie. Die exemplaren van een soort die het meest geschikt zijn, zullen in de strijd om het bestaan de meeste nakomelingen voortbrengen en zo zullen gunstige variaties steeds talrijker worden.  

Darwin heeft voor "Over het ontstaan van soorten" duizenden feiten verzameld en werkt zijn betoog systematisch uit. Hij begint met gedomesticeerde soorten en erop te wijzen dat de variaties daarin veel groter zijn dan bij dezelfde soorten die in het wild leven. Hij laat ook zien dat soorten, variëteiten en individuele verschillen niet zo afgebakend zijn als men voorheen dacht. 

De vertaling van Ludo Hellema leest prettig, maar ik vond het lezen van "Over het ontstaan van soorten" toch een flinke kluif. Ik zou dit boek aan andere lezers alleen willen aanraden als ze een meer dan gemiddelde belangstelling voor biologie en de evolutietheorie hebben. De vertaling van Ruud Rook heb ik niet gelezen, dus ik kan beide edities niet met elkaar vergelijken.
 
Citaten: 
- Wanneer wij kijken naar individuen van een bepaalde variëteit of sub-variëteit van onze van oudsher gecultiveerde planten of dieren, dan is een van de eerste bijzonderheden die ons opvallen, dat zij over het algemeen veel sterker van elkaar verschillen dan individuen van om het even welke soort of variëteit in de vrije natuur.

- ... ik stel bijvoorbeeld vast dat bij de gedomesticeerde eend, in verhouding tot het volledige skelet, de beenderen van de vleugels minder wegen en de beenderen van de poten meer, dan dezelfde beenderen bij de wilde eend; en ik veronderstel dat deze verandering rustig mag worden toegeschreven aan het feit dat de gedomesticeerde eend veel minder vliegt en veel meer loopt dan haar wilde bloedverwanten. 

- Het is een feit dat voor ons van ondergeschikt belang is, dat karakteristieken van de mannetjes van onze gedomesticeerde rassen vaak ofwel exclusief, of in veel sterkere mate, aan mannetjes worden doorgegeven.

- Een van de meest opvallende aspecten van onze gedomesticeerde rassen is dat wij bij hen aanpassingen zien, niet in het voordeel van dier of plant, maar aan het gebruik door en de smaak van de mens.

- Wij kunnen, dunkt mij, het zo vaak abnormale karakter van onze gedomesticeerde rassen beter begrijpen, en eveneens het feit dat hun verschillen zo groot zijn in uitwendige kenmerken en zo relatief klein in de inwendige delen of organen. De mens is nauwelijks, of alleen met de grootste moeite, in staat te selecteren op afwijkingen in de structuur tenzij ze uitwendig zichtbaar zijn; en inderdaad bekommert hij zich meestal niet om wat er inwendig is.

- Uit deze opmerkingen zal duidelijk zijn dat de term soort in mijn ogen op willekeurige wijze en gemakshalve wordt gebruikt voor een groep individuen die sterk op elkaar lijken, en dat deze zich niet essentieel onderscheidt van de term variëteit, die wordt gebruikt voor minder verschillende en meer fluctuerende vormen. De term variëteit op zijn beurt wordt, vergeleken met gewone individuele verschillen, ook willekeurig toegepast, en zoals het uitkomt.

- Dank zij deze strijd om het bestaan zal iedere variatie, hoe klein ze ook is en wat de oorzaak ervan ook moge zijn, mits zij enigermate voordelig is voor een individu van een willekeurige soort in zijn ontzaglijk complexe relaties met andere organische wezens en met de uitwendige natuur, bijdragen aan het behoud van dat individu, en zal deze over het algemeen ook worden overgeërfd door zijn nageslacht. Het nageslacht zal dus ook betere overlevingskansen hebben, want van de talrijke individuen van elke soort die met regelmaat worden geboren, kan maar een klein aantal overleven. Ik heb dit principe, waardoor iedere geringe variatie, mits nuttig, bewaard blijft, Natuurlijke Selectie genoemd, om het verband aan te geven met het menselijke selectievermogen.

- Daarom, aangezien er meer individuen worden geproduceerd dan er mogelijkerwijze kunnen overleven, moet er in elk individueel geval een strijd om het bestaan worden gevoerd, ofwel van een individu tegen een ander van dezelfde soort, of tegen individuen van andere soorten, of tegen de fysische levensomstandigheden. Dit is de leer van Malthus in zijn volle betekenis toegepast op het gehele dieren- en plantenrijk.

- Terwijl [na de ijstijd] de warmte terugkeerde, zouden de arctische vormen zich noordwaarts terugtrekken, op hun terugtocht direct gevolgd door de producties van de meer gematigde streken. En terwijl de sneeuw aan de voet van de bergen smolt, zouden de arctische vormen bezit nemen van de blootgelegde en ontdooide grond, steeds maar hoger en hoger klimmend naarmate de warmte toenam, terwijl hun broeders hun reis naar het noorden bleven vervolgen. Vandaar dat, toen de warmte volledig was teruggekeerd, dezelfde arctische soorten, die eens bij elkaar op de lage landen van de Oude en Nieuwe Werelden hadden geleefd, geïsoleerd moeten zijn achtergelaten op ver van elkaar afgelegen bergtoppen (na in alle lagere streken te zijn uitgeroeid) en in de arctische streken van beide halfronden.

- De affiniteit tussen de flora van de zuidwesthoek van Australië en van de Kaap de Goede Hoop, die, verzekert mij Dr. Hooker, weliswaar zwak is maar werkelijk bestaat, is een veel opmerkelijker feit en is tot op heden onverklaarbaar; maar deze affiniteit beperkt zich tot planten en zal, daar twijfel ik niet aan, op zekere dag worden verklaard.

- Daarom zou ik vanuit analogie kunnen afleiden dat waarschijnlijk alle organische wezens die ooit op deze aarde hebben geleefd, afstammen van één bepaalde primordiale vorm, waarin voor het eerst leven was geblazen.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.


maandag 14 juni 2021

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog 4

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog: De verovering van het Midden-Oosten (Groot Brittannië, 2005): 1370 blz: Vertaald door: Philia de Boer, Hans van Cuylenborg, Roland Fagel, Bep Fontijn en Aad van Uyen (2005): Uitgeverij Anthos
 
De Grote Beschavingsoorlog
 
Hoofdstuk 4: Iran
 
Citaten:
- Maar de regering van Mossadeq en de staatsgreep die in 1953 een einde maakte aan de onafhankelijkheid van Iran leerden de revolutionairen van 1979  een harde les. Als de sjah ooit van de troon gestoten kon worden, dan was er geen tijd om lippendienst te bewijzen aan constitutionele rechten: geen halve maatregelen, geen enkele ruimte voor contrarevolutionairen die de macht van het westen in Iran zouden kunnen herstellen. ... De spionnen, het ancien régime, alles zou in één klap geliquideerd moeten worden.

- Op een bepaald moment schatte men dat ongeveer een derde van de volwassen mannelijke bevolking van Iran op enigerlei wijze betrokken was bij de Savak, in loondienst, op freelance-basis of door chantage gedwongen om als informant op te treden. Tot deze groep behoorden diplomaten en ambtenaren, mollahs, acteurs, schrijvers en managers van de oliemaatschappijen, arbeiders en boeren, armen en werklozen: de hele samenleving was besmet door angst en machtsmisbruik.

- In dit land met zijn gewelddadige geschiedenis stonden de pleinen vol met standbeelden van dichters - Ferdowsi, Hafiz, Saadi - en niet met die van veroveraars, hoewel de sjah en zijn vader natuurlijk een paar prominente sokkels bezet hielden.

- Geen potentaat in het Midden-Oosten is vaker afgebeeld als de duivel dan de sjah. En nimmer in de geschiedenis van de islamitische kunst is een levend wezen even godgelijk afgebeeld als ayatollah Khomeini, dat staat buiten kijf.

- Iraniërs bleken zich veel meer bewust van de invloed van mondiale gebeurtenissen [...] dan de bewoners van Arabische landen.

- Ik had in Teheran te horen gekregen dat ik altijd Deroot do Khomeini, marg ba Shah! moest roepen tegen iemand die lastig was (Lang leve Khomeini, dood aan de sjah). Ik zegde mijn lesje op, en daarop hieven alle gardes hun rechtervuist in de lucht, terwijl ze luid schreeuwend hun bijval betuigden.

- De aantrekkelijke gastvrouw wekte mijn belangstelling: het gerucht ging dat ze een van de laatste minnaressen van de sjah was geweest. Wanneer de sjah de liefde wilde bedrijven met een vrouw, dan werd zij, naar men zei, uitgenodigd naar een zij-ingang van het paleis te komen. Nadat zij twee uur met hem had doorgebracht in een discreet vertrek, kreeg ze voor ze wegging een labrador-puppy - als teken van de affectie van de Koning der Koningen. Gezien de potsierlijke reputatie van de man vroeg ik me vaak af waarom Teheran niet bevolkt was door honderden rondzwervende labradors. Al deze gedachten had ik van mij afgeworpen op het moment dat het diner ten einde liep en ik afscheid nam van mijn gastheer en gastvrouw. Op dat moment sprong de keukendeur open en schoot er iets harigs op mij af, tot grote consternatie van het echtpaar. Ik staarde in het vriendelijke gelaat van een blonde labrador, die me aankeek alsof hij er de hele avond op had gewacht kennis met mij te maken.

- Tijdens het bewind van de sjah verbleven soms wel een half miljoen Iraniërs in de Verenigde Staten. 

- Een Iraans meisje dat in New York journalistiek had gestudeerd - zij had, zoals ze zei, van de vruchten van de Amerikaanse democratie geproefd - wilde van me weten waarom de Amerikanen bereid waren het bewind van de sjah te steunen terwijl dat geen ruimte had geboden voor individuele vrijheid en afwijkende meningen. "In de Verenigde Staten leerden we alles over vrijheid en over de vrijheid om te zeggen wat we wilden zeggen. Toch bleef Amerika de sjah overeind houden en dwong men hem om de rijkdom van Iran te verspillen aan wapens. Waarom deden de Verenigde Staten dat? Waarom was Amerika thuis een democratie en in het buitenland een dictatuur?"

- Ze zeggen dat Khomeini een nederig leven leidde - en dat was ook zo. Ik kreeg Khomeini's slaapkamer te zien: een ruw tapijt, een matras, een kussen en een glas voor zijn ochtendyoghurt.

- Een van onze chauffeurs stapte naar voren - onze eigen tolk boog voorover naar Khomeini en fluisterde dat het het grootste moment in het aardse bestaan van de chauffeur zou zijn als hij de ayatollah de hand kon schudden. Onze chauffeur hield de rechterhand van de iman en kuste die, en toen hij zijn hoofd weer omhoog bracht, stroomden de tranen over zijn wangen.
 
- Khomeini sprak in de taal van de gewone man, zonder ingewikkeld te doen, niet in de taal van de religieuze exegese, maar alsof hij sprak tegen iemand die naast hem zat.
 
- "Waarom zo vraagt men heeft Iran [er staat in de tekst Irak] F-14's nodig, terwijl dorpelingen op minder dan 5 kilometer afstand van de Tadayon-luchtmachtbasis bij Shiraz nog steeds leven zonder stromend water en elektriciteit?"

- De meerderheid van deze mannen was veroordeeld wegens drugsmisdrijven en het was in zijn nieuwe functie als hoofd van de drugsbestrijding in Iran dat de hojatolislam ons had uitgenodigd naar de Qasr-gevangenis te komen, waar hij ons zijn laatste vangsten van smokkelwaar kon tonen.
 Het was indrukwekkend. Khalkhali had het allemaal laten opstapelen in de gevangenismoskee, een schitterend bouwwerk met fresco's en een koepel van blauwe en rode tegels: tonnen opium, heroïne in kilozakken, grote, kleverige plakken hasj, gestolen koelkasten, fraai uitgesneden backgammonborden, een muur van sigaretten van 2,5 meter hoog - ik moest even denken aan Harveys bacchanalen in het kantoor van Reuters -, duizenden waterpijpen, tapijten, messen, automatische geweren en rijen flessen champagne (Krug 1972). De prachtige moskee verging werkelijk van de hasjlucht terwijl Khalkhali een ereronde maakte langs zijn buit, zijn weg zoekend tussen 20 ton opium en minstens 100 kilogram heroïne, per kilo keurig verpakt in schone witte zakken.

Voorlopig stop ik even met mijn stukjes over "De grote beschavingsoorlog". Het is heel goed mogelijk dat ik de draad later weer oppak, het is toch een erg interessant boek.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 13 juni 2021

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog 3

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog: De verovering van het Midden-Oosten (Groot Brittannië, 2005): 1370 blz: Vertaald door: Philia de Boer, Hans van Cuylenborg, Roland Fagel, Bep Fontijn en Aad van Uyen (2005): Uitgeverij Anthos
 
De Grote Beschavingsoorlog
 
Hoofdstuk 2 Afghanistan
 
Citaten:
- Ik had ze al gezien, die Russen, naast hun T-72-tanks langs de landingsbanen van vliegveld Kabul, gehuld in hun met schapenwol afgezette jassen. Op hun rozewitte gezichten prijkten dikke grijze bontmutsen met de hamer en sikkel van de Sovjet-Unie. De condensdamp van hun adem hing in zulke dikke wolken voor hun monden, dat ik even keek of er teksten in de ballonnetjes stonden. De soldaten in de vrachtwagens naast de hoofdweg naar de stad droegen de stalen helmen die je kent uit elke documentaire over de Tweede Wereldoorlog, groen, met uitstulpingen over de oren; met samengeknepen ogen hielden ze de Afghanen onafgebroken in de gaten, hun geweren in gehandschoende handen. Ze rookten met snelle, diepe trekken, boven iedere controlepost hing een wolkje grijze smog.

- Mijn verzameling knipsels bevatte een artikel uit The Guardian van 1978, waarin te lezen stond dat de Sovjets 350 miljoen pond hadden besteed aan de aanleg van de Salangtunnel door de bergen ten noorden van Kabul. De bouw duurde tien jaar en de tunnel kostte 125 miljoen pond per kilometer. "Waarom zouden ze 350 miljoen pond besteden aan een weinig gebruikte autoweg door de Hindukusj?" zo vroeg de auteur van het stuk zich af. "Beslist niet alleen voor de vrachtwagens vol krenten die zich elke dag door de pas omhoog zwoegen. Het antwoord is nee. De Salangtunnel is aangelegd om Russische legerkonvooien van de steden en legerplaatsen in Oezbekistan naar de Khyberpas en naar Pakistan te kunnen laten rijden [...]"

- Ik herinner me een tocht in de omgeving van Jalalabad in de eerste dagen van de sovjetbezetting. Ik had gehoord dat er op 25 kilometer afstand van de stad een schoolgebouw in brand was gestoken. Om uit te zoeken of dit waar was, ging ik op pad in een taxi van Russische makelij die krachtig uitlaatgassen uitspuugde. Het bericht bleek waar, maar het bleek ook nog schokkender. Naast het geplunderde schoolgebouw hing aan een boom een stuk zwartgeblakerd vlees, dat zachtjes in de wind heen en weer wiegde. Een van de dorpelingen, die mijn chauffeur onder druk zette mij zo snel mogelijk te laten vertrekken, vertelde ons dat dit alles was wat er nog restte van het schoolhoofd. Ook de vrouw van de hoofdonderwijzer was opgehangen en in brand gestoken. De misdaad van dit echtpaar was dat ze zich gehouden hadden aan de voorschriften van de overheid om jongens en meisjes les te geven in hetzelfde lokaal.

- Sindsdien heb ik nooit meer in oorlogsomstandigheden een wapen in mijn hand gehad en ik hoop ook dat ik dat nooit meer zal hoeven te doen. Journalisten die militaire uniformen dragen en helmen op hun hoofd zetten en soldaatje spelen met een geweer op hun heup: ik heb ze altijd vervloekt, want door dat soort gedrag vervaagt de grens tussen soldaat en verslaggever, en dat brengt ons leven alleen nog maar meer in gevaar, omdat legers en milities ons gaan zien als onderdeel van de vijand, als een potentiële tegenstander, als een militair doelwit.

Hoofdstuk 3: Afghanistan

Citaten:
- De Russen waren Afghanistan binnengevallen, maar het meest efficiënte, het meest corrupte gebruik tussen de Middellandse Zee en de Golf van Bengalen konden zij niet verslaan: de steekpenning.

- Iemand liep op me af. "Shuravi?" vroeg hij. Ik kromp in elkaar. Shuravi betekent "Rus". Als hij werkelijk dacht dat ik een Rus was, dan was ik dood en begraven. "Inglistan, Inglistan," brulde ik met brede grijns. De man knikte en liep terug naar de menigte om dit nieuws over te brengen. Na een minuutje kwam er een andere man op mij af, die een beetje Engels sprak. "Waar kom je vandaan? Londen?" Ik stemde toe, want ik betwijfelde of de bevolking van Nagarhar ooit had gehoord van East Farleigh aan de oevers van de Medway in Kent. Ook deze man ging het nieuws aan de menigte overbrengen. Een paar seconden later was hij weer terug. "Ze zeggen dat Londen door de Shuravi is bezet." Dat beviel me allerminst. Als Londen bezet was door het sovjetleger, dan kon ik hier uitsluitend vertoeven met Russische toestemming. Een collaborateur dus. "Nee, nee," schreeuwde ik, "Inglistan is vrij, vrij, vrij. Als de Russen kwamen dan zouden we terugvechten." Ik hoopte dat 's mans vertaling in het Pashtu wat dichter tot de waarheid zou naderen dan de inzichten over politieke geografie die men er hier blijkbaar op na hield. Dit brokje nieuws toverde echter een glimlach op de gezichten: het veronderstelde heldhaftige gedrag van de Britten werd met gejuich begroet. "Zij danken u omdat uw land tegen de Russen vecht."

- Maar in Afghanistan - zoals in de meeste agrarische landen - genoot de religie het meeste respect in de dorpen, eerder dan in de steden, en uit dorpen kwamen de mujahedin. Hoewel de islam een reactionaire kracht was - die zich verzette tegen de emancipatie en de gelijkberechtiging van vrouwen en tegen openbaar en ongodsdienstig onderwijs - vestigde deze religie de aandacht van de armen op de politieke werkelijkheid zoals dat nooit eerder gebeurd was. 

- Natuurlijk was ik genoeg bij zinnen om me te herinneren wat het woord voor journalist was in het Pashtu, dan kon ik deze ongelukkigen in elk geval duidelijk maken wie ik was. "Za di inglisi atlasi kahzora yem!" kraaide ik triomfantelijk. De familie staarde me aan met nog grotere bezorgdheid. ...
Met stijgende verbijstering begon tot me door te dringen dat de verwarde verslaggever die de heiligheid van hun huis had geschonden zichzelf in het Pashtu niet had geïntroduceerd als een journalist, integendeel, hij had de onvergetelijke woorden uitgesproken: "Ik ben een Engelse satijnen tas."

- De riksjarijder stond nog steeds te wachten aan de hoofdweg, beducht dat ik was omgekomen, nog beduchter, dacht ik, dat een dode niet meer in staat zou zijn hem te betalen.

- In de komende negen jaar zouden ruim een miljoen Afghanen om het leven komen in de oorlog tegen de Russen, minstens 4 miljoen zouden gewond raken, en 6 miljoen waren als vluchteling het land uitgedreven - zelfs nog voor de Afghaanse oorlog in de volgende tragische fase terecht zou komen, die van een burgeroorlog tussen de mujahedin, de heerschappij van de Taliban en de daarop volgende Amerikaanse bombardementen.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog 2

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog: De verovering van het Midden-Oosten (Groot Brittannië, 2005): 1370 blz: Vertaald door: Philia de Boer, Hans van Cuylenborg, Roland Fagel, Bep Fontijn en Aad van Uyen (2005): Uitgeverij Anthos
 
De Grote Beschavingsoorlog
 
Woord vooraf:
 
Citaten:
- Ik heb geen krantenknipsels nodig om weer te denken aan de vader die na een Amerikaanse aanval met fragmentatiebommen op Irak in 2003 iets naar mij ophield wat leek op een geplet brood, maar een geplette baby bleek te zijn. Of aan het massagraf buiten Nasiriyah, waar ik de resten ontdekte van een been met een stalen pin erin en een plastic schijf die nog steeds vastzat aan een stuk bot; Saddams moorddadige handlangers hadden hun slachtoffer regelrecht uit het ziekenhuis waar zijn heup was vervangen, overgebracht naar zijn executieplek in de woestijn.

- Regeringen willen dat hun volk oorlog ervaart als een dramatische tegenstelling, "zij" en "wij", winnen of verliezen. Maar oorlog gaat niet in de eerste plaats over winnen en verliezen, maar over de dood en het doden.
 
- In zulke omstandigheden is het beroep van correspondent in het Midden-Oosten enigszins obsceen. Als de soldaten die ik volgde besloten het slagveld te verlaten zouden zij - velen van hen - geëxecuteerd worden wegens desertie of ten minste voor de krijgsraad moeten komen. De burgers tussen wie ik woonde en werkte, moesten tijdens bombardementen blijven waar ze waren, terwijl hun families werden gedecimeerd door granaatvuur en luchtaanvallen. Als burgers van verstoten landen kregen zij geen uitreisvisa. Maar als ik ermee wilde ophouden, als ik misselijk werd van de gruwelen die ik zag, kon ik mijn biezen pakken en business class naar huis vliegen, een glas champagne in de hand, als ik tenminste - anders dan zovelen van mijn collega's - nog in leven was.
 
- Dit raakt mij persoonlijk omdat ik jarenlang getuige ben geweest van gebeurtenissen die uitsluitend omschreven kunnen worden als de arrogantie van de macht. De Iraniërs noemden de Verenigde Staten het "centrum van de wereldarrogantie" en daar moest ik om lachen, maar ik ben langzamerhand gaan begrijpen wat ze bedoelden.

- Uiteindelijk vermoed ik dat wij journalisten proberen - of zouden moeten proberen - de eerste onpartijdige getuige te zijn van de geschiedenis. ... Met Amira Hass, de briljante Israëlische journaliste van het dagblad Ha'aretz - haar reportages over de bezette Palestijnse gebieden stijgen ver uit boven alles wat geschreven is door niet-Israëlische verslaggevers -, voerde ik hierover meer dan twee jaar geleden een uitvoerig gesprek. Ik hield vol dat wij een roeping hadden om de eerste bladzijden van de geschiedenis te schrijven, maar zij onderbrak mij. "Nee Robert, je hebt ongelijk," zei ze. "Ons werk is het controleren van de machtscentra." En ik geloof dat dit tot nu toe de beste definitie van journalistiek is die ik heb gehoord. "Zeer kritisch zijn tegenover mensen met macht - zowel financiële als politieke macht -, vooral als regeringen en politici ons ten oorlog sturen, als zij hebben besloten dood en verderf te zaaien, anderen te laten sterven."

Hoofdstuk 1: Drie interviews met Osama bin Laden

Het is passend dat "De grote beschavingsoorlog" begint met 3 interviews die Osama bin Laden heeft gegeven aan  Robert Fisk. Toen het boek in 2005 verscheen was Bin Laden de meest gezochte man ter wereld.
 
Citaten:
- De weg werd slechter naarmate wij verder reden en de auto slipte naar achteren terwijl de koplampen over de afgronden aan beide zijden van de weg gleden. "Toyota is goed voor de jihad," zei mijn chauffeur. Ik kon hem alleen maar gelijk geven, terwijl ik bedacht dat dit een reclameslogan was die Toyota liever aan zich voorbij zou laten gaan.

- Een maand eerder was ik in Bosnië om de oorlog daar te verslaan, en ik vertelde Bin Laden dat de Bosnische moslimstrijders in de stad Tavnik mij zijn naam hadden genoemd. Dit wekte zijn interesse. Iedere keer als ik Bin Laden ontmoette, ging zijn fascinatie niet uit naar wat zijn vijanden over hem dachten, maar naar wat moslim-oelema en militanten over hem zeiden.

- En zo kwam het dat op een warme avond eind juni 1996 de telefoon op mijn bureau in Beiroet ging met een van de uitzonderlijkste boodschappen die ik als buitenlandcorrespondent zou ontvangen. "Mr. Robert, een vriend die u hebt ontmoet in Sudan wil u graag spreken," ...
 Als de Bin Ladens van deze wereld geïnterviewd wilden worden, zo leek mij, moest The Independent niet slaafs komen opdraven. Het was een journalistiek risico. Er waren duizenden journalisten die Osama bin Laden wilden interviewen. Maar ik dacht dat hij meer respect zou hebben voor een verslaggever die zich niet binnen enkele uren na zijn verzoek onderdanig naar hem toe zou reppen.

- Op de open markt in Jalalabad kregen de boeren slechts 140 dollar voor 7 kilo hasj en iets meer dan 250 dollar voor 7 kilo opium - ongeveer dezelfde prijs die ze zouden hebben gekregen voor graan. De Verenigde Naties gingen daarom graanzaad leveren aan boeren op voorwaarde dat zij afzagen van het produceren van drugs, met de goede reden dat zij dezelfde winst konden behalen op de markten van Jalalabad.

- Maar het lag veel gecompliceerder. Boeren die nog nooit papavers hadden geteeld, begonnen ze te planten zodat ze gratis maïszaad zouden krijgen in ruil voor het vernietigen van de velden die ze pas geplant hadden.
 
- De meeste Arabieren die met een vraag van een journalist werden geconfronteerd, zeiden het eerste wat bij hen opkwam uit angst dat zij anders dom zouden overkomen. Bin Laden was anders. Hij was beangstigend omdat hij de eigenschap bezat die mannen oorlog doet voeren: hij was volkomen overtuigd van zijn eigen gelijk. In de daarop volgende jaren zou ik deze gevaarlijke karaktereigenschap zich bij anderen zien manifesteren - bij president George W. Bush en bij Tony Blair bijvoorbeeld - maar nooit met de fatale onwrikbaarheid van Bin Laden.
 
- "Als er zestig joden worden gedood in Palestina" - hij had het hier over bomaanslagen door Palestijnse zelfmoordenaars de vorige maand in Israël - "dan komt de hele wereld binnen zeven dagen bij elkaar om moord en brand te schreeuwen, terwijl op de dood van 600.000 Iraakse kinderen heel anders wordt gereageerd."

- De douanebeambte, een teenager met een kalasjnikov, was dermate analfabeet dat hij mijn paspoort ondersteboven hield en een vierkant en een cirkel erin tekende, want hij kon zijn eigen naam niet schrijven.

- Ik herinner mij de volgende paar uur als een reeks bevroren beelden: ontwaken met ijs in mijn haar, zo koud was ik, glijdend en slippend in de Toyota het bergpad af met achterin een van de Algerijnse strijders die mij vertelde dat hij in Algerije mijn keel zou doorsnijden, maar dat hij mij nu op bevel van Bin Laden moest beschermen en daarom zijn leven voor mij zou geven.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 12 juni 2021

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog 1 Inleiding

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog: De verovering van het Midden-Oosten (Groot Brittannië, 2005): 1370 blz: Vertaald door: Philia de Boer, Hans van Cuylenborg, Roland Fagel, Bep Fontijn en Aad van Uyen (2005): Uitgeverij Anthos
 
De Grote Beschavingsoorlog
 
Robert Fisk (1946-2020) was een Engelse journalist die 40 jaar lang, van 1976 tot 2016 Midden-Oosten correspondent is geweest en in die functie ooggetuige is geweest van tal van conflicten in die regio. Hij was bij de islamitische revolutie in Iran, bij de inval in Afghanistan door de Sovjet-Unie, bij de oorlog tussen Irak en Iran, bij de burgeroorlog in Algerije, bij de conflicten tussen Palestina en Israël en bij de beide oorlogen tegen Irak. 
 
Robert Fisk heeft ook talloze interviews gehad met de groten uit deze regio: Osama bin Laden, Yasser Arafat, Ayatollah Khomeini, Saddam Hoessein, Kolonel Ghadafi om maar een paar beruchte personen te noemen. 

Ik heb "De grote beschavingsoorlog" in 2010 in zijn geheel gelezen. Afgaande op mijn leeslijst voor 2010 heb ik er toen slechts 17 dagen over gedaan, wat wel een heel erg rap tempo was. Nu heb ik de eerste 225 bladzijden herlezen, in een veel rustiger tempo van 25 bladzijden per dag. Na 9 dagen lezen was ik het even zat, misschien dat ik ooit weer verder ga.

Ik denk dat "De grote beschavingsoorlog" wel het standaardwerk over deze regio in de 20e eeuw is. Fisk beschrijft tal van conflicten en geeft daarbij ook de historische achtergrond. Fisk weet ontzettend veel en belangrijker nog, hij kan ook zeer goed schrijven. Ik vind zijn boek veel onderhoudender dan de boeken van Nederlandse geschiedkundigen als Maarten van Rossum en Geert Mak, om maar eens wat te noemen.

Is "De grote beschavingsoorlog" nu ook een boek voor het grote publiek? Ik zet daar mijn vraagtekens bij. Ten eerste is het boek met 1.370 bladzijden veel te omvangrijk om het redelijk snel te kunnen lezen. Een groter bezwaar vind ik dat Robert Fisk zeer veel onsmakelijke details geeft van wreedheden die in opdracht van de verschillende regimes op hun burgers zijn toegepast. Ik word er echt niet vrolijk van als ik lees hoe de Savak (de Iraanse geheime dienst onder de sjah) mensen martelde of wat verschillende islamitische groeperingen met hun tegenstanders doen.
 
In de komende stukjes zal ik zoals gebruikelijk weer een aantal citaten uit het boek geven, zodat u zich zelf een indruk kunt vormen.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

donderdag 10 juni 2021

Adrian Desmond & James Moore: Darwin 8 (1871-1882)

Adrian Desmond & James Moore: Darwin (Groot Brittannië, 1991): 815 blz: Vertaald door Henk Moerdijk (2008): Uitgeverij Nieuw Amsterdam
 
Darwin
 
Citaten:
- De gelaatsspieren van de mens waren niet door Gods hand gemaakt om uitdrukking te geven aan zijn verfijnde gevoelsleven. Ze waren geëvolueerd: je hoefde maar naar de natuur te kijken, naar het gezicht van de aap, naar de wilden, naar de idioten en krankzinnigen, om te beseffen dat hun oorsprong sociaal was. Iedere welwillende waarnemer kon zien dat mens en dier niet alleen gevoelens deelden, maar ook de middelen om daaraan uiting te geven.

- Terwijl George het manuscript in elkaar draaide en een nieuw register maakte, krabbelde Charles tal  van toevoegingen neer:over zelfmoord bij wilden, hoe vlinders elkaar het hof maken en wat de gevolgen zijn van castratie bij schapen.

- Dit was zijn meest wonderbaarlijke, ingewikkelde reeks experimenten. De planten moesten met gaas beschermd worden tegen insecten. De ene groep bevruchtte hij met stuifmeel van andere planten, de andere liet hij zichzelf bestuiven. De zaadjes werden uiterst zorgvuldig vergaard, geëtiketteerd en onder gelijke omstandigheden tot volwassen planten gekweekt. Met deze wilde hij vruchtbaarheidstesten doen: gekruiste planten moesten nogmaals worden gekruist, de andere mochten zichzelf bestuiven. Op deze manier kweekte hij maar ;liefst tien generaties, waarvan in elk stadium de lengte van de planten, de bloeitijd, het aantal en het gewicht van de zaadhulzen en de hoeveelheid zaden daarin werden genoteerd. En hij kweekte niet alleen maar bijzondere soorten. Er werd ook geëxperimenteerd met blauwe winden, vingerhoedskruid, viooltjes, moerasbloemen, petunia's en tientallen andere soorten; de tuinkas barstte uit zijn voegen, en door de beperkte ruimte moest hij meerdere planten in één pot doen. Daarna ging hij door met Chinese sleutelbloemen, Franse klaprozen en exotische kasplanten ...
 
- Charles kwam tijd te kort, terwijl hij nog zo veel te doen had. Orchids moest nog herzien worden en hij wilde nog twee plantenboeken publiceren. De regenwormen intrigeerden hem nog steeds, en hij hoopte nog over hun gedrag te kunnen schrijven voordat hij zelf aan hen overgeleverd zou worden.

- Zijn twijfels hadden zich uitgekristalliseerd in een morele overtuiging die zo rigoureus was, dat hij niet "begreep waarom iemand kon wensen dat het christelijk geloof het ware geloof was". Als dat wel zo was, leek "de gewone taal" van het Nieuwe Testament "duidelijk te maken dat mensen die niet geloven, en daartoe zouden ook mijn vader, mijn broer en bijna al mijn beste vrienden behoren, eeuwig gestraft worden. En dat maakt het tot een weerzinwekkende leer".

- Hoewel ik een fervent voorstander ben van de vrijheid van denken over alle onderwerpen, lijkt het mij bovendien (al dan niet terecht) dat directe argumenten tegen het christendom en theïsme nauwelijks enig effect hebben op de massa; vrijheid van denken wordt het best bevorderd door de geleidelijke verlichting van de menselijke geest, die voortvloeit uit de ontwikkeling van de wetenschap. Het is daarom altijd mijn doel geweest om niet over godsdienst te schrijven en ik heb mij dan ook beperkt tot de wetenschap.

- Wormen waren slimme beestjes, dat begon hem inmiddels wel duidelijk te worden. Hij experimenteerde binnen, in de nieuwe biljartkamer, die nu zijn nieuwe werkkamer was zodat hij meer ruimte had. Overal stonden potten waarin wormen onder glas aarde vermaalden. Darwin strompelde er 's nachts naartoe om ze te belichten met kaarsen, paraffinelampen en zelfs lantaarns met blauwe en rode filters. Alleen een felle straal resulteerde in een reflex, dan schoten ze geschrokken hun holletjes in, "net konijnen", lispelde Bernard. Warmte maakte weinig verschil, zelfs als je een gloeiende pook vlak bij de wormen hield, reageerden ze nauwelijks. Voor geluid waren ze kennelijk ook niet gevoelig. Bernard blies op een fluitje, Frank speelde op zijn fagot, Emma op de piano en Bessy schreeuwde, maar de wormen vertoonden geen enkele reactie. Bij aanraking was dat wel anders; als je in hun richting blies, staken ze meteen hun kop in de grond. Charles probeerde te achterhalen of ze een reukorgaan hadden door zachtjes in de pot uit te ademen terwijl hij op tabak of aan een stukje geparfumeerd sabbelde. Ook hun culinaire voorkeuren werden onderzocht: groene of rodekool, selderij bij een van de twee kolen, en vooral verse wortelen.

- Darwin had niemand nieuwe ideeën opgelegd, zelfs zichzelf niet, maar had gewacht tot de tijd rijp was. In feite, zo vertelde hij in alle eerlijkheid, "heb ik het christelijk geloof tot mijn veertigste niet opgegeven". Pas na het overlijden van zijn vader en de dood van Annie had hij de laatste resten afgezworen. En zelfs toen had hij geweigerd zich daarover uit te spreken of anderen met geweld van hun geloof af te brengen. Hij had zich nooit in dat strijdgewoel begeven.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Adrian Desmond & James Moore: Darwin 7 (1860-1871)

Adrian Desmond & James Moore: Darwin (Groot Brittannië, 1991): 815 blz: Vertaald door Henk Moerdijk (2008): Uitgeverij Nieuw Amsterdam

Darwin

Citaten:

- Wat Hooker niet vertelde was dat de bisschop, die in een bedompte zaal al twee uur naar saaie toespraken had zitten luisteren, de zaak wilde opvrolijken met een grap die duidelijk zijn doel miste. Hij wendde zich tot Huxley en vroeg of die via zijn opa of zijn oma van een aap afstamde.
 
Hierop antwoordde Huxley:
- Als men mij zou vragen, zei ik, wie ik liever als grootvader wilde hebben, een ellendige aap of iemand die rijkelijk door de natuur is bedeeld en welvermogend en machtig is maar deze eigenschappen en zijn invloed slechts aanwendt om een serieuze wetenschappelijke discussie in het belachelijke te trekken, zou ik zonder twijfel kiezen voor de aap.

- Darwin ging opnieuw tegen de draad in en probeerde fokkers over te halen hun variëteiten te gronde te richten door onvruchtbare hybriden te produceren. Het maakt niet uit, verzekerde hij hun, want "voor de pan" zijn ze altijd nog geschikt.

- Darwin ging nu zo op in zijn orchideeën dat hij de tuinman van John Lubbock in de winter een kas liet bouwen en een paard-en-wagen naar Kew stuurde om planten te halen die hij daarin kon kweken.

- In zijn Principles of Biology had Spencer het begrip "survival of the fittest" (het overleven van de sterksten) gemunt, ter vervanging van "natuurlijke selectie".

- Variaties komen voort uit "algemene wetten" en sommige blijken toevallig nuttig te zijn. De natuurlijke selectie - de architect - pikt die eruit om planten en dieren, "de mens incluis", te verbeteren.

- Darwin had reeds besloten om van zijn hoofdstuk over de mens een aparte "korte verhandeling" te maken die zich concentreerde op de afstamming van de mensaap, de seksuele selectie en de menselijke gelaatsuitdrukking. Hij zou er nu geen doekjes meer om winden, hij was het beu om ervan "beticht te worden mijn opvatting [over de oorsprong van de mens] te verhullen".

- Darwin zag geen evolutionair voordeel in baarden, dikke lippen of een groot achterwerk - waarom zou de natuur die selecteren? -, dus zocht hij het in de partnerkeuze. De natuur selecteert niet, dat doet de individuele mens zelf. Uit de raciale en seksuele verschillen blijkt welke eigenschappen aantrekkingskracht uitoefenen op het andere geslacht. Esthetische voorkeuren komen tot uitdrukking in de anatomie.

- Darwin zag geen evolutionair voordeel in baarden, dikke lippen of een groot achterwerk - waarom zou de natuur die selecteren? -, dus zocht hij het in de partnerkeuze. De natuur selecteert niet, dat doet de individuele mens zelf. Uit de raciale en seksuele verschillen blijkt welke eigenschappen aantrekkingskracht uitoefenen op het andere geslacht. Esthetische voorkeuren komen tot uitdrukking in de anatomie.

- Hierin muntte Charles uit: verzamelen en sorteren, feiten opsporen en verifiëren, de speculaties uit zijn oude notitieboeken zodanig uitbreiden dat ze op de hele aardbol van toepassing waren.

- Volgens Darwin was het "gevoel van religieuze toewijding" niet wezenlijk anders dan de genegenheid van een aap voor zijn verzorger, of van de "diepe liefde" van Henrietta's hond Polly voor het baasje. Het "louterende geloof in God" was ook niet aangeboren en universeel, maar slechts de uiterste sanctie om de maatschappelijke orde te bewaren. Alle geloven en zeden waren voortgekomen uit dierlijke instincten en primitieve bijgeloven.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Adrian Desmond & James Moore: Darwin 6 (1851-1860)

Adrian Desmond & James Moore: Darwin (Groot Brittannië, 1991): 815 blz: Vertaald door Henk Moerdijk (2008): Uitgeverij Nieuw Amsterdam 
 
Darwin

Citaten:

- Darwin had Huxley het eerste deel over de eendenmossels gestuurd. (Voor Huxley was het een te kostbare aanschaf - je moest eerst lid worden van de Ray Society.) Enkele kleine technische kanttekeningen daargelaten vond Huxley het "een schitterende en zeer volledige" monografie, en het was "des te opmerkelijker" dat die geschreven was door een gerespecteerd geoloog en niet door een ontleedkundige ex professo. Toen Darwin en hij elkaar in 1853 bij de Geological Society eindelijk in de ogen keken, stelde hij voor het boek te bespreken.

- Voor de jongste kinderen was het zijn gewone werk; in hun ogen had papa nooit iets anders gedaan. Ze dachten zelfs dat alle volwassenen dergelijk werk deden, of zoals een van hen over een buurman opmerkte: "Waar werkt hij aan zijn eendenmossels?"

- Wat in 1846 was begonnen als een paar maanden werk aan één vreemde, saaie eendenmossel eindigde bijna acht jaar later met twee technische verhandelingen over de gehele onderklasse. Nooit zou hij meer zo lang achter elkaar met één onderzoek bezig zijn.

- Nu was hij 's werelds grootste deskundige op het gebied van de eendenmossel en de zeepok. Hij had een monumentaal, gezaghebbend werk geschreven, honderd pagina's over de fossiele vormen en meer dan duizend over de levende. Zijn naam als dierkundig specialist was gevestigd en hij was niet langer louter een deskundig geoloog.

- Hookers ster was rijzende en straalde allengs helderder. Darwin zei tegen een kennis dat "hij op zekere dag de belangrijkste plantkundige van Europa zal zijn", waarop hij prompt tot de orde werd geroepen: "Mijnheer, hij is zonder twijfel de belangrijkste plantkundige van Europa." De belangrijkste plantkundige was een heel goede vriend - wat had Darwin zich nog meer willen wensen. Hij diepte de geheime brief aan Emma op aangaande de vierhonderd pond om zijn tien jaar oude verhandeling te laten redigeren, en krabbelde ondubbelzinnig op het voorblad: "Hooker verreweg de beste man om mijn werk over de soorten te redigeren."

- Darwin hield de ultieme oorsprong buiten beeld. Wij kunnen niet achterhalen hoe het eerste leven op aarde ontstaan is, liet hij aan Hooker doorschemeren. De naturalist dient zich alleen bezig te houden met de daarop volgende veranderingen.

- In september 1854, toen Darwin de recensie van Huxley las, was het tweede, maar liefst 684 pagina's tellende deel van zijn monografie over de bestaande eendenmossels verschenen, en was hij druk doende om exemplaren naar zijn vrienden te sturen. Huxley, uitstekend op de hoogte van de Franse en Duitse dierkunde - in navolging van Darwin ontleedde hij zelf ook eendenmossels -, verschafte de adressen van de gezaghebbende geleerden die een exemplaar moesten krijgen, met enkele overtollige eendenmossels en zeepokken op sterk water als extraatje.

- Darwins gedachten gingen naar de oorlog in de natuur en hoe indringers vanaf zee - zaden, vruchten, kikkers, slakken - op vreemd terrein een bruggenhoofd konden vestigen en de inwoners konden verdrijven. Hij concentreerde zich steeds meer op het idee van strijd - hoe die plaatsvond en met welk resultaat.

- Hooker raakte er allengs van overtuigd dat de zuidelijke flora vermoedelijk fragmentarisch was - overblijfselen van een groot Zuidelijk Continent.

- De foetussen van zoogdieren en vissen leken veel meer op elkaar dan de volwassen dieren. Een schitterend bewijs van "een gemeenschappelijke afstamming", dacht hij, maar hoe kon dit door natuurlijke selectie verklaard worden.

- Het is moeilijk te begrijpen hoe nieuw Darwins aanpak eigenlijk was. De meeste naturalisten keken neer op duiven en pluimvee. ... De filosoof diende zijn verheven pijlen te richten op de wilde dieren en hun plaats en betekenis in Gods schepping. Vandaar de minachting van de wetenschappers: niemand dacht dat ook varkens en duiven inzicht konden bieden in "het mysterie aller mysteriën".
 Maar onconventionele wetenschap moest op onconventionele wijze worden gesteund, en dat Darwin de perken van de conventie ver te buiten ging, staat buiten kijf. Hij richtte zich nogmaals op het vertrouwde wereldje van de jachtopzieners, op landbouwtentoonstellingen, op het boerenbedrijf, op overleveringen van het platteland en op de Poultry Chronicle. En hij hoorde mensen uit die het meest over teelt en erfelijkheid wisten: fokkers en kwekers van bijzondere rassen.

- Darwin wilde aantonen dat de natuur uit ontelbare kleine variaties bestond, die alleen voor ervaren fokkers zichtbaar waren. Deze enthousiastelingen werkten op de vierkante millimeter. De verschillen die alleen zij konden zien, vormden het ruwe materiaal waarin door generaties lang selectief fokken weer "accenten" moesten worden aangebracht. Uit zulke minuscule afwijkingen konden de fokkers reusachtige veranderingen tot stand brengen, met de hedendaagse kropduiven, pauwstaarten, romeinen en tuimelaars als resultaat. Zo reusachtig, in feite, dat als deze vogels in het wild hadden geleefd, dierkundigen ze als verschillende soorten geclassificeerd zouden hebben en misschien zelfs wel als verschillende geslachten. "Darwin treft onder zijn vijftien variëteiten van de gewone duif," meldde een verbijsterde Lyell, het equivalent aan van "drie aparte geslachten en circa vijftien aparte soorten."

- Volgens Owen waren de fossiele dieren minder gespecialiseerd dan de tegenwoordige. Volg iedere opklimmende lijn terug in de tijd en dan blijkt dat de dieren steeds algemener worden. Uiteindelijk komen we uit bij het  archetype - de ideale mal waarnaar alle dieren waren gemaakt. Owen gaf een voorbeeld dat klassiek zou worden. Het moderne raspaard loopt op de topjes van zijn tenen - in feite één teen - maar was voorafgegaan door de kleinere, uitgestorven Hipparion, die aan elk been nog twee kleine extra tenen had, terwijl de nog oudere, op een tapir lijkende Paleaotherium een been met drie tenen had. Deze specialisatie was naar zijn idee kenmerkend voor de vooruitgang van het leven. Darwin was het met hem eens.

- Kort na de bijeenkomst in Downe begon Darwin plannen te maken voor de presentatie van zijn theorie. Lyell, gefascineerd door Darwins speculaties (al realiseerde hij zich hoe ver die gingen), moedigde hem aan zijn ideeën op te schrijven en te publiceren, uit vrees dat iemand het gras voor Darwins voeten zou wegmaaien.

- Darwin ging naarstig op zoek naar andere mechanismen; misschien waren het wel ijsschotsen geweest. Of toch die eendenpoten - het leek belachelijk, maar uit een "eetlepel modder" uit een vijver wist hij 29 planten te kweken.

- Wikkend en wegend las Hooker het manuscript, dat hem "een lust was, en leerzaam"; opeens had hij door waar Darwin naartoe wilde en stond hem een duidelijker beeld "van verandering" voor ogen. "Ik ben nog nooit zo onzeker over de soorten geweest," bekende hij tenslotte. Hij pende enkele opmerkingen neer en vond sommige stukken "nogal moeilijk lezen", maar hij opperde niet, zoals Darwin gevreesd had, om de hele zaak in het haardvuur te gooien. Van de ijstijdmigratie was hij niet zeker, maar hij achtte het mogelijk dat ijsbergen als vervoermiddel hadden gefungeerd. Het oordeel was "onvergelijkelijk veel gunstiger" dan Darwin had verwacht. Op een dag ging hij rond het middaguur de stad in - hij zou niet lang blijven, want Emma stond op het punt te bevallen - om er nog wat over te praten. Hij bleef hameren op de punten die Hooker nog niet snapte. Cruciaal was dat "externe omstandigheden uitermate weinig invloed hebben". Nieuwe soorten kwamen vooral voort uit de selectie van "toevallige" variaties. Selectie in dichte populaties met een felle concurrentie was eerder afhankelijk van de competitie tussen "metgezellen" dan van het milieu.

- Darwin vroeg Hooker of zijn botanische vrienden ooit hadden gepoogd "variëteiten in het leven te roepen door trucs uit te halen met planten", bijvoorbeeld door wilde soorten sterk te bemesten, jarenlang al hun bloemen te plukken, ze te snoeien enzovoort. Na een plant met groene bloemen te hebben gekweekt dacht Darwin dat hij "elke bloem in een spanne van vier of vijf generaties tot op zekere hoogte "monsterlijk" zou kunnen maken".

- Elke dag kroop hij weer achter zijn bureau, vervloekte hij de soorten en schaafde hij aan zijn teksten. Maar op 18 juni, kort nadat de postbode een pakje had afgeleverd, zakte de grond onder zijn voeten weg.
 Al die jaren, de afschuwelijke beproeving, de geestelijke desintegratie als gevolg van de angst voor de reacties en, sterker nog, voor het verlies van aanzien. Alle ellendige vertragingen, alle gewetenswroeging terwijl hij reikte naar het onaanraakbare, en ten slotte, na twintig jaar, de ophanden zijnde publicatie. Nu, op een rustige vrijdagmorgen, werd er een pakje bezorgd dat de halve wereld over was gereisd. Er zat een bundel beschreven vellen van Wallace in, een reactie - hoe ironisch - op Darwins bemoedigende woorden. 
 Darwin zag zijn levenswerk "in duigen" vallen. "Uw woorden zijn werkelijkheid geworden, en hoe!" jammerde hij tegen Lyell. Iemand was hem "vóór geweest".

- Het evolutionaire systeem van Wallace leek op dat van Darwin, dat viel niet te ontkennen. Droefgeestig, bijna alsof hij het niet kon geloven, schreef Darwin aan Lyell: "Als Wallace in 1842 de beknopte weergave van mijn manuscript had neergepend, was dat een uitstekende samenvatting geweest!"

- Darwin en Wallace werden het eens over een gezamenlijk artikel. De plaats waar het moest gebeuren was snel geregeld - de Geological Society was ongeschikt - haar leden moesten weinig hebben van theorieën - de Zoological Society was de basis van Owen, en dus bleef de Linnean Society over.

- Dat er op de bijeenkomst niet gereageerd werd, was waarschijnlijk het beste voor Darwins gemoedsrust. Maar het was een schrale troost. De voorzitter had de bijeenkomst klagend verlaten, zoals hij later zei, want het jaar had niet "een  van die opmerkelijke ontdekkingen opgeleverd die [onze] afdeling van de wetenschap zogezegd op haar kop zetten".

Over de publicatie van The Origin:
-  De uitgever John Murray was praktisch ingesteld en dacht vooral aan de titel. Darwin wilde het boek graag An Abstract of an Essay on the Origin of Species and Variation through Natural Selection noemen, en hoewel men in de victoriaanse tijd een voorliefde had voor loodzware titels, zag Murray zijn investering al verloren gaan.

- Onder aansporing van de kieskeurige Murray kwam er steeds weer een nieuwe titel. Inmiddels was hij ingekort tot On the Origin of Species and Varieties by Means of Natural Selction, maar Darwin bracht nog een verbetering aan door "and Varieties" te laten vallen.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 9 juni 2021

Adrian Desmond & James Moore: Darwin 5 (1842-1851)

Adrian Desmond & James Moore: Darwin (Groot Brittannië, 1991): 815 blz: Vertaald door Henk Moerdijk (2008): Uitgeverij Nieuw Amsterdam
 
Darwin
 
Citaten:
- ... het dorp Down.
 Twee uur van Londen, vijfentwintig kilometer van St. Paul's Cathedral: een ideale wijkplaats op het platteland, een parochie als die van Henslow in Hitcham, of als de nieuwe van Fox in Cheshire - het soort parochie waarvan Charles had gedroomd aan boord van de Beagle en waarin de Dokter hem al jaren graag zag wonen. De aanblik van het dorp raakte een gevoelige snaar. Hij slaakte een enorme zucht van verlichting. Hier zou hij op veilige afstand van de beau monde zijn.

- Naar mijn idee (en iedereen mag wat dit betreft over mij heen vallen ... ) bestaat de classificatie in de groepering van wezens volgens hun feitelijke relatie, dat wil zeggen hun bloedverwantschap of gemeenschappelijke afstamming.
 
- Ik geloof (doch waarom zou ik u lastigvallen met mijn geloof, dat u zal en zou moeten voorkomen als louter geklets en aannames?) dat, als alle organismen die ooit hebben geleefd of nu leven, zouden worden verzameld [...] er een volmaakte reeks te zien zou zijn, een reeks die alle, de zoogdieren bijvoorbeeld, onderbrengt in één grote, volstrekt ondeelbare groep - en ik geloof dat alle orden, families en geslachten binnen de zoogdieren slechts kunstmatige termen zijn die zeer nuttig zijn om de relaties te laten zien tussen die leden van de reeks die niet zijn uitgestorven.

- In de loop van het voorjaar veranderde de schets in een volwaardige verhandeling van 189 bladzijden. Darwin voelde hoe sterk zijn ideeën waren en dat zijn verhaal klopte. Na maanden aan zijn werk te hebben geschaafd realiseerde hij zich echter ook dat hij het niet kon publiceren - hij zou worden beschuldigd van een maatschappelijk misdrijf, of erger.

- Op 5 juli, toen zijn verhandeling over de evolutie de deur uit was, schreef hij zijn vrouw een moeilijke brief, een die hij zou verstoppen en die pas mocht worden geopend als hij "onverwacht kwam te overlijden". ... De brief bevatte zijn "hoogst plechtige en laatste verzoek" om zijn verhandeling postuum te publiceren. ... Hij moest haar enorm vertrouwen, want hun godsdienstige opvattingen verschilden sterk. Maar over de verhandeling had hij geen twijfels. "Als mijn theorie waar is, en dat is mijn overtuiging, en door slechts één bekwame deskundige wordt aanvaard, zal de wetenschap een aanzienlijke stap voorwaarts zetten". 

- Wat de oorspronkelijke schepping of totstandkoming van nieuwe vormen betreft [...] lijkt isolement de belangrijkste factor: een stuk land, dat in de jongste geologische tijdvakken het vaakst onder water heeft gestaan en in eil[anden] is veranderd en vervolgens weer één is geworden, zal derhalve naar ik verwacht talrijke soorten bevatten.

- Darwins Journal had hem bekendheid gebracht. Het was zijn toegangsbewijs voor de internationale wetenschappelijke gemeenschap, en onder reizigers had hij een grote naam. Zijn succes was tastbaar. Geregeld werd er een dier of plant naar hem vernoemd, of het nu de reuzenluiaard Mylodon Darwinii of de onmetelijk kleine Asteromphalus Darwinii was. Wereldreizigers konden rond de Galapagos Eilanden vissen op de Cossyphus Darwinii of uit de Patagonische rotsen een schelpachtige Pecten Darwinianus bikken.

- Hooker strooide met informatie over de verspreiding van planten, wilde niets voor zichzelf houden en nam er "genoegen mee om jouw feitenvergaarder te zijn". Darwin dacht dat "een beetje ijdelheid" geen kwaad zou kunnen; "zeg wat je belief, ik weet zeker dat niemand ze beter zal gebruiken dan jij". Maar dat weerhield hem er niet van vragen af te vuren, om "kennis op te zuigen" uit zijn inschikkelijke vriend. Hooker, stelde hij, heeft mij meer geholpen "dan een ander ooit gedaan heeft en [zijn hulp] is in mijn ogen meer dan waardevol".

- De vinken vormden nog altijd een ondergeschikt deel van Darwins evolutionaire bewijsmateriaal. Al beschreef hij nu wel de verschillende typen en de verscheidenheid van hun snavels. "In het licht van deze schakering en diversiteit in de bouw van één kleine, nauw verwante groep vogels," gaf hij in bedekte termen te kennen, "zou men werkelijk kunnen denken dat uit een van oorsprong kleine groep vogels op deze eilandengroep één soort is uitgezocht en voor verschillende doeleinden is aangepast." Het was een globale aanwijzing en het enige wat hij ooit zou zeggen over de evolutie van vinken.

- Eilandvorming, land dat in de oceaan verdween, geïsoleerde soorten - het maakte allemaal deel uit van Darwins evolutietheorie, maar hij stelde zich een proces voor dat veel trager verliep. Supercontinenten die tijdens de levenscyclus van één soort onder water verdwenen, was een onbezonnen zo niet roekeloos idee, zeker als zeestromingen en vogels een afdoende verklaring voor verspreiding boden.

- Begin 1846 pachtte Darwin van Lubbock een stuk land van circa een halve hectare aan de achterkant, dat hij omheinde en beplantte met struiken en bomen ter beschutting van zijn eigen huis. Op dit stuk grond stippelde hij een zeshonderd meter lang "denkpad" uit, de "Sandwalk", waarop hij elke middag een wandelingetje zou maken. Hij was nog altijd een gewoontedier. Zijn leven was een "uurwerk", een vaste routine van: ontbijt - werk - post - wandelen - lunch - brieven - dutje - werken - rust - avondeten - boeken - slapen. Het leven móest eentonig zijn en het plattelandsritme van Down maakte dat ook mogelijk. "Ik zit op de plek waar ik zal eindigen", zei hij tegen iedereen. Emma hield ook van de afzondering en verdroeg het saaie leven met haar "arme, oude, ziekelijke, klagende echtgenoot" met engelengeduld.

Over de eendenmossels en de zeepokken:
- Oorspronkelijk had men de eendenmossels en zeepokken (die een schelp hebben) beschouwd als een weekdier, als familie van de mossel en de slak. ... Het beestje bleek een kreeftachtige of schaaldier te zijn, nauw verwant aan de rivierkreeft en de krab. Een verbluffende ontdekking. Niemand had durven denken dat de aan kustrotsen vastgehechte eendenmossel en zeepok neefjes waren van de krabben die over diezelfde rotsen kropen, of dat de pluizige draden die in het water zweefden in feite "poten" waren. De eendenmossels en zeepokken waren eigenlijk garnalen die op hun rug met hun poten in het water zwaaiden. ... Het terrein lag weer braak. 

- Vanaf die dag in 1844 dat Darwin zijn hart luchtte was Hooker een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Hij was Charles' biechtvader, zijn vertrouweling, een klankbord wat het "misdadige" onderwerp van de soorten betreft, een onuitputtelijke bron van geografische verhalen.

- Op veel eendenmossels en zeepokken had Darwin minuscule parasieten aangetroffen. Hij had die er steeds afgeschraapt en weggegooid, maar op een dag besloot hij om ze eens beter te bestuderen. Eendenmossels en zeepokken zijn doorgaans tweeslachtig - met mannelijke én vrouwelijke geslachtsorganen - maar tussen de Filippijnse exemplaren van Cuming zat een uitzondering. Deze mossel stond nergens beschreven en Darwin doopte hem Ibla cumingii. Het diertje bleek niet alleen eenslachtig te zijn, maar de vrouwtjes en mannetjes verschilden uiterlijk zo sterk dat je zou denken dat ze geen familie van elkaar waren.

- Darwin bleef in de ban van zijn eendenmossels en zeepokken. Zijn nietige mannetjes waren "werkelijk schitterend". Ze waren "rudimentair in een mate die mijns inziens door geen enkele soort in het dierenrijk kan worden geëvenaard".

- Ondertussen begon Darwin de moed te verliezen, want de bundeling van zijn beschrijvingen was een "afschuwelijk saaie klus" die zwaar op hem drukte. Dit had ook een uitwerking op Hooker. Door het spervuur van brieven met allerhande nieuwtjes over de eendenmossels en zeepokken taande zijn belangstelling. Bij nader inzien, zei hij, las hij toch liever Darwins speculaties over de evolutie. De ironie hiervan ontging Darwin niet. Welnu, "dat is dan erg jammer", snoof hij verachtelijk, want door "jouw uitgesproken instemming met mijn onderzoek naar eendenmossels en zeepokken" besloot "ik mijn artikel over de soorten terzijde te schuiven".

- Hooker vroeg Darwin dan ook of diens eendenmossel- en zeepokonderzoek hem reden had gegeven zijn theorie aan te passen. Hij verwachtte dat Darwin voorzichtiger was geworden.
 Maar nee. Het onderzoek had zijn theorie niet ondermijnd, sterker nog, het had hem duidelijk gemaakt dat variatie alomtegenwoordig was. Tien jaar eerder dacht hij dat variatie in de natuur uitzonderlijk was, maar zijn onderzoek naar de eendenmossels en zeepokken had daar verandering in gebracht. De talloze eendenmossel- en zeepoksoorten waren "in hoge mate variabel". Elk onderdeel "van elke soort" was geneigd tot verandering. Hoe beter hij keek, hoe meer de onveranderlijkheid een illusie werd.

- Darwin wreef Hooker onder de neus dat deze "verduvelde variatie" geen onverdeeld genoegen was. Het "is prettig voor mij als speculerend wetenschapsman, maar ergerlijk voor mij als systematicus".

- Annies wrede dood vernietigde de laatste resten van Charles' geloof in een morele, rechtvaardige wereld. Later zou hij zeggen dat deze periode de doodsklok luidde over zijn christelijk geloof, al was het proces van afbrokkeling in feite langdurig geweest.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 8 juni 2021

Adrian Desmond & James Moore: Darwin 4 (1836-1842)

Adrian Desmond & James Moore: Darwin (Groot Brittannië, 1991): 815 blz: Vertaald door Henk Moerdijk (2008): Uitgeverij Nieuw Amsterdam
 
Darwin
 
Citaten:
- Op dinsdagavond 4 oktober 1836 kwam hij dan eindelijk aan op The Mount. Het was laat, zo laat zelfs dat de familie al in bed lag. Hoewel hij vijf jaar en twee dagen weg was geweest, sloop hij uitgeput naar zijn kamer zonder iemand wakker te maken.

- Het was beter om de verzameling in Cambridge op te splitsen, dacht hij, en haar stukje bij beetje onder te brengen. Zijn vaders financiële steun en de belofte dat hij zou blijven helpen maakten dit mogelijk; hij kon dan Kerk en carrière uit zijn hoofd zetten en zich op zijn werk storten. 
 
- Hij zou zich kunnen vestigen als een zelfstandig naturalist die een deel van zijn werk uitbesteedde.
 Maar waar? Hij nam de opties onder de loep: te midden van alle verstrooiingen die de "dons van de wetenschap" in Londen boden, of te midden van de klerikale naturalisten in het gemoedelijke Cambridge? ... Of zou hij zich net als Henslow moeten terugtrekken in de pastorale velden, waar hij in alle stilte kon nadenken? Hij werd door twijfel verscheurd, maar het was duidelijk dat hij zich uiteindelijk toch in die rokerige stad zou moeten vestigen om zijn verzameling goed te kunnen overdragen, hoezeer het vooruitzicht hem ook benauwde.

- Het waren vooral de vogels die bij sommigen interesse wekten, alleen niet bij Darwin zelf. De galapagosvinken brachten hem in verwarring, hij dacht dat ze groepsgewijs hun voedsel vergaarden en was zich niet bewust van het belang van hun verschillende snavels.
 
- Het kwam geen moment in Darwin op dat de nauw verwante groepen zich aanpasten aan de verschillende leefomstandigheden en op die manier ware specialisten werden. Hij achtte de vogels van weinig belang toen hij ze, tamelijk slecht geëtiketteerd, overdroeg aan de Zoological Society.
 
- Gould besefte algauw dat Darwins collectie van Galapagosvogels niet zo divers was als het zich liet aanzien. Integendeel zelfs: de snavels zetten je op het verkeerde been en de vogels bleken verbazingwekkend genoeg nauw verwant te zijn. De zogenoemde "appelvinken" en "merels" behoorden in feite allemaal tot de vinken. Bij hun volgende ontmoeting op de tiende, slechts zes dagen later, had Gould de vogels kunnen typeren als "een reeks grondvinken die zo eigenaardig zijn" dat ze "een volledig nieuwe groep van twaalf soorten vormen". Ze waren nauw aan elkaar verwant, ondanks hun uiteenlopende snavels, een ontdekking waar Darwin pas later het belang van zou inzien.

- Darwin overpeinsde ondertussen de goddelijke heerschappij. Ook hij was inmiddels van mening dat "de Scheppers schept door middel van [...] wetten". Op aarde regeerden wetten zoals ze ook in hemel regeerden; andere mogelijkheden waren vernederend voor God.

- Een paar dagen na zijn vertrek uit Cambridge trof hij Gould opnieuw in het museum van de dierentuin en kreeg hij nog meer te horen over diens bevindingen met zijn vinken. Gould realiseerde zich nu dat ook het "winterkoninkje" dat Darwin op de Galapagos Eilanden had gevonden een vink was, waarmee het totaal aantal soorten op dertien kwam. Darwins ratjetoe van vogels was in feite een unieke groep vinken.

- Darwin zat nu met een uitermate lastig probleem: wat was de verklaring van deze nieuwe verwante soorten die elk op hun eigen eiland leefden? Het werd steeds duidelijker dat elk eiland zijn eigen soort had voortgebracht.

- Gedurende zijn samenwerking met Gould vond Darwin het steeds gênanter worden dat hij zijn vondsten zo slecht had geëtiketteerd. Hij wilde alsnog bewijzen dat elke vink zijn eigen eiland had.

- Darwins uiteindelijke conclusie was dat de vinken net als de spotvogels en landschildpadden elk hun eigen eiland hadden. Dit stelde hem in staat om ze te beschouwen als de gediversifieerde afstammelingen van een soort van het vasteland.

- Half juli 1837 sprong Darwin in het diepe en begon een geheim notitieboek over transmutatie. ... Hij vulde de eerste 27 bladzijden met een ononderbroken reeks aantekeningen, een ademloos neergeschreven, bijkans mitrailleurachtige salvo van cryptische notities die zijn gehaaste en opgewonden gedachtestroom over de wetten van het leven weergaf. De transmutatie was een feit, en deze krabbels vormden het kader van zijn verdere onderzoek naar de wijze waarop planten en dieren veranderden.

- Op een eiland kon een afwijking snel en blijvend ontstaan. Hoe langer een gebied geïsoleerd was - zoals Australië met zijn eigenaardige vogelbekdieren -, hoe sterker de zoogdieren aldaar konden afwijken. 

- Darwin besefte dat de spontane totstandkoming van het eerste leven uit een anorganische massa een eenmalige gebeurtenis moest zijn geweest, begraven in een duister, ver verleden.

- Het leven was maar één keer ontstaan en had zich vervolgens in de loop der tijd vertakt, het was een eindeloze groei, eindstandige knoppen gingen dood terwijl andere verschenen. ... Hoe groter de afstand tussen twee groepen, hoe verder terug op de stam hun gemeenschappelijke voorouder zat en hoe meer dood hout er in de tussenliggende afstand was weggevallen.

- Alle vissen, reptielen en zoogdieren hebben een gemeenschappelijk bouwplan voor gewervelde dieren. Alle slakken en inktvissen zijn gebaseerd op een blauwdruk voor weekdieren. De aanpassing werd eenvoudig op dit basisontwerp geplakt.
 
- De tuin waar Charles nu rondstruinde en oom Jos hem een stuk in onbruik geraakte grond liet zien waar de kalk en sintels die daar jaren terug waren uitgestrooid in de aarde waren verdwenen en een laag leem hadden achtergelaten. Jos dacht dat dit het werk van wormen was, hoewel hij deze triviale tuinfeiten van weinig belang achtte voor een jongeman die op continentale schaal werkte. Charles was een andere mening toegedaan, en feitelijk was dit het onopvallende begin van een levenslange belangstelling voor de bescheiden aardworm - dat kleine ondergewaardeerde schepsel dat in miljoenvoud het land transformeerde zoals de koraalpoliepen dat met de tropische zee deden.

- Rond deze tijd verzon hij een nieuw woord voor de ontwikkeling door middel van transmutatie. Hij noemde het descent: "afstamming", en de afstamming van de mens was als onderwerp even legitiem als die van katten en koeien.

- De evolutie, zo was Darwins gedachte, verklaarde elke psychische eigenaardigheid, elk lichamelijk facet: niet alleen de ruggegraat en de milt, maar ook de gewoonten, instincten, gedachten, gevoelens, het geweten en de moraliteit van de mens. "De mens - de magnifieke mens" moest in de heksenketel van de natuur vallen.

- "Wij arme vrijgezellen zijn niet meer dan halve mannen, wij kruipen als rupsen door de wereld zonder ooit onze bestemming te bereiken," grapte Darwin toen zijn Cambridge-maatje Charles Whitley trouwde.

- Darwin klonk nu als een dissident. "De mens denkt in al zijn hooghartigheid dat hij een schitterend stuk werk is, de bemiddeling van een godheid waardig - bescheidener en volgens mij correcter [is het] om te stellen dat mensen voortkomen uit dieren."
 
- Op een blauw velletje maakte Darwin een egocentrische afweging door twee kolommen, één voor en één tegen, te vullen met enkele onsamenhangende opmerkingen: (leest u vooral bladzijde 318 waar deze opmerkingen staan genoteerd) ... De balans sloeg door in het voordeel van het huwelijk - wis en waarachtig. 
 Wat de gefrustreerde "geslachtsloze bij" nodig had was een zachte vrouw die niet van gezelligheid hield en die een bruidsschat zou inbrengen, zodat hij ongestoord kon blijven werken. Zonder vrouw zou hij niet kunnen voortleven via kinderen, "geen tweede leven" hebben, zoals hij het noemde. ...
 Hij zou dus trouwen, kiezen voor een vrouw in plaats van een hond. Op de voor de hand liggende vraag "Wanneer?" antwoordde zijn vader: "Spoedig," waar hij mee instemde. Emma was de ideale keus, zij was reeds een toonbeeld van huiselijkheid. Zij kon een verzorgster zijn, een huisvrouw, een beschermster, ze kon zorgen voor het comfort en de afzondering die hij binnen vier muren wenste te genieten. Aangezien hij zichzelf "afstotelijk alledaags" vond, dacht hij dat ze hem zou afwijzen, maar, zo zei hij, "Ik ben vastbesloten [...] een poging te wagen."
 
- De bevolkingsgroei werd geremd door de strijd om de bestaansmiddelen en door de afschuwelijke repetitieve reeks die bestaat uit dood, ziekten, oorlogen en hongersnood. Darwin besefte dat zich in de hele natuur een soortgelijke strijd voordeed, die in potentie een waarlijk creatieve kracht was. 
 Darwin had altijd gedacht dat er precies genoeg individuen werden geboren om een soort in stand te houden. Maar nu zag hij in dat populaties in het wild ook groter werden dan hun middelen toestonden.
 
- ... , want mannelijke tepels konden nauwelijks een functionele aanpassing worden genoemd. De selectie kon het bestaande model slechts grof vormgeven, het basisontwerp maken, en zelfs dan hadden dieren nog altijd nutteloze overblijfsels, zoals de stuit (of het staartbeen) van de mens.
 
- Maar nu kwam Darwin met een totaal ander beeld, namelijk dat de incidentele varianten producten van het toeval zijn. Misschien dat zelfs instincten willekeurig ontstaan, dat de selectie ervoor zorgt dat alleen de bruikbare overblijven.
 
- Het was het begin van een pact - Emma die bereid was een gebrekkige moeder in te ruilen voor een echtgenoot met een slechte spijsvertering. Zij wilde geen "zorgeloze echtgenoot" die zich altijd groothield. Zij verwachtte dat haar verzorgende taak een vervolg kreeg en vond het geen bezwaar die te vervullen.
 
- Emma zou het "beest" menselijk maken, het verzorgen, de bank zou haar domein zijn. Haar rol stond van meet af aan vast - het eenzame beest was niet op zoek naar een intellectuele zielsverwant. Zij probeerde Lyells Elements of Geology te lezen, om vervolgens te horen dat ze zich daar niet druk om hoefde te maken.
 
- Darwin begon een notitieboek met "Vragen en Experimenten", dat hij volpropte met vraagstukken en plannen: madeliefjes kweken in rijke grond, zaden zaaien onder gekleurd glas, koolsoorten hybridiseren, honden kruisen, een eend skeletteren, bloedcellen vergelijken - allemaal ingenieuze benaderingen van het raadsel van de variatie.
 
- In juni sloeg Darwin zijn laatste grote notitieboek dicht en vervolgde zijn werk aan Coral Reefs met de gedachte "het is erg prettig en eenvoudig om het raamwerk van een geologische theorie in elkaar te zetten, maar het is allesbehalve makkelijk om de harde, onomstotelijke feiten te verzamelen en te vergelijken". Zoals de recensenten ook zagen, was Darwin een theoreticus in een tijdperk waarin het detail van wezenlijk belang was.
 
- Darwin greep de rust aan om eindelijk een 35 bladzijden tellende potloodschets van zijn evolutietheorie uit te schrijven. Hij vermeed elke verwijzing naar de oorsprong van geweten en moraliteit, maar wat overbleef was allesbehalve slappe kost. Het zag er goed uit op papier, nu alle losse onderdelen voor het eerst waren samengevoegd.
 Hij beschreef eerst hoe boeren al selecterend naar behoefte ren- of sleperspaarden, slacht- of mestkoeien fokten en vervolgens en vervolgens hoe we de natuur konden zien als een met deze fokkers vergelijkbare superselecteur. Hij wist nu precies hoe het zat: overbevolking en concurrentiestrijd leidden tot een natuurlijke selectie, want de "oorlog der natuur" leverde winnaars op. Dit was het mechanisme van de afstamming. In de wereld van nu was alles met elkaar verbonden. Maar dieren klommen niet gestaag, keurig achter elkaar en in elkaar overvloeiend een lamarckiaanse ladder op. Het leven vormde een stamboom: de verwantschap tussen de zoogdieren - bijvoorbeeld een "paard, muis, tapir, olifant" - werd zichtbaar als je in de genealogie terugbladerde naar de "gemeenschappelijke voorouder".

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Adrian Desmond & James Moore: Darwin 3 (1831-1836)

Adrian Desmond & James Moore: Darwin (Groot Brittannië, 1991): 815 blz: Vertaald door Henk Moerdijk (2008): Uitgeverij Nieuw Amsterdam
 
Darwin
 
Citaten:
- De Admiraliteit zocht iemand die kapitein Robert FitzRoy kon vergezellen op zijn topografische verkenningstocht langs de kusten van Zuid-Amerika, een reis die twee jaar zou duren. FitzRoy, zelf nog maar zesentwintig jaar, wilde een jonge reisgezel, een welopgevoede "gentleman" die zijn eenzaamheid als gezagvoerder kon verlichten, iemand die zijn disgenoot kon zijn. Een naturalist zou helemaal fantastisch zijn, want er zouden zich ongekende mogelijkheden voordoen.

- In wetenschappelijk opzicht was Darwin zeker geschikt en in sociaal opzicht was deze rol hem op het lijf geschreven. Het toeval wilde dat Jameson met zijn colleges in Edinburgh had ingespeeld op de behoeften van koloniale reizigers. Darwin kon mineralen thuisbrengen en wist steenlagen te onderscheiden, en Sedgwick had het geologisch vuur in hem aangewakkerd. Niemand in Groot-Brittannië had hem meer kunnen vertellen over de lagere zeesoorten dan Grant. Darwin was thuis in de systematiek van Lamarck en de nieuwste insectengidsen. En zijn gebrek aan ervaring maakte hij goed met zijn enthousiasme. Hij kon schieten, dieren villen en opzetten, en Henslow had zijn opleiding bekroond met een basisvorming in de plantkunde. Hij was, zoals Henslow zei, "ruimschoots bevoegd om te verzamelen, te observeren en aantekeningen te maken", en dat was wat telde.

- Robert Grant gaf Darwin een lijst met inmaaktips: bij krabben en dergelijke moeten de ingewanden verwijderd en de kieuwen uitgespoeld worden; kwetsbare zoöfyten moeten worden gedood "door geleidelijk zoet water toe te voegen", zeeanemonen "door kokend water in hun binnenste te gieten". "Spiraalschelpen" moeten opengebroken worden zodat de preserveringsmiddelen "alle onderdelen" kunnen bereiken. Gelijke delen water en "wijngeest" (ethylalcohol) moesten voldoende zijn, behalve bij krabben, die kennelijk goed tegen sterke drank kunnen.

- Darwin zag iets raars: een horizontale witte streep in de rotsen, ongeveer negen meter boven zeeniveau. Het was een laag samengeperste schelpen en koralen die doorliep voor zover het oog reikte. Het hele gebied had blijkbaar onder water gestaan; waarom nu niet meer? Het intrigeerde hem, en gedreven ging hij op zoek naar het antwoord.

- Charles, dobberend op de Rio de la Plata, sprak met geen woord over de dood van Fanny. In zijn antwoord aan zijn zussen vermeed hij het onderwerp , maar vroeg om boeken, laarzen, lenzen, meetlinten en meer lucifers om de inboorlingen versteld te doen staan. Hij pochte over al het werk dat hij verrichtte en gaf te kennen dat de natuurhistorie nog vele jaren zijn "favoriete bezigheid" zou blijven: "een bijdrage leveren, hoe klein ook, aan de uitbreiding van de beschikbare kennis is in het leven een even respectabel doel als elk ander".

- Martens ging het iets beter af, hij schoot een nandoe, en pas nadat de vogel bereid en verorberd was, herinnerde Darwin zich opeens - maar te laat - het gauchoverhaal over de zeldzame "petise". Het was de eerste keer dat hij de nieuwe vogel zag en in zijn onwetendheid had hij hem gewoon opgegeten! Gelukkig konden "kop, nek, poten en een vleugel" en de grote veren nog worden gered, die hij prompt preserveerde en in het ruim wegborg.

- De kern van de theorie van Thomas Malthus was weinig opwekkend: als de bevolking sneller groeit dan de voedselproductie, zijn strijd en honger onvermijdelijk. Publieke liefdadigheid - de oude armenzorg - maakte het alleen maar erger, want de giften maakten het de armen makkelijk en moedigden hen aan kinderen te krijgen. Meer monden om te voeden, meer armen, meer vraag naar hulp - het was een vicieuze cirkel.

- Charles zat te ver weg en hield zijn gedachten voor zich, hoewel niemand wezenlijker invloed op zijn wetenschappelijke werk zou hebben dan Malthus.

- Als het continent omhoogkwam, dan was de bodem van de Stille Oceaan kennelijk aan het zakken. Dit strookte met Lyells theorie van de "oscillerende aardkorst", en Darwin zag zichzelf nu als de "ijverige discipel" van de heer Lyell. Maar hoe kwam hij aan bewijzen? Hij vermoedde dat die te vinden waren in de koraalrijke wateren rond de talrijke eilandjes in de Stille Oceaan. Zakten die?

- Terwijl het land zakte hoopte het koraal zich op, want om te overleven moest het op een gunstige (on)diepte blijven. Hij had zijn antwoord voor de heren van de Admiraliteit al klaar voordat hij überhaupt een koraaleiland gezien had. Nu moest hij er alleen nog eentje vinden om zijn theorie te kunnen staven.

- De gevangenen dachten dat elk eiland zijn eigen schildpad had en dat de vorm van het pantser op elk eiland net even anders was.

- Wat Darwin echter wél opmerkte, was dat de spotvogels hier anders waren dan die op Chatham. Hij besloot zijn spotvogels gescheiden te houden en ze per eiland te merken.

- Alle vinken kwamen op deze watergaten af, wat het makkelijk maakte om ze te vergelijken. Maar hij deed in de zinderende hitte geen moeite om er een paar te vangen, want hij ging ervan uit dat ze, anders dan de afwijkende spotvogels, op alle eilanden hetzelfde waren.

- In totaal verzamelde hij van drie eilanden zes verschillende vinken, en zijn exemplaren van twee eilanden zaten door elkaar. Ondanks alle problemen had hij het gevoel gekregen dat deze vogels "zeer eigenaardig" waren.

- Maar hij ging er nog altijd van uit dat dit onbelangrijke afwijkingen waren; tijdens de oversteek van de Stille Oceaan zou hij zijn schildpadden verorberen en de kok hun veelzeggende rugschilden overboord laten gooien.

- Op open zee werkte hij drie weken aan een "complete herschrijving" van zijn geologische aantekeningen, hij wilde zijn ideeën soepel formuleren, maar slaagde daar niet geheel in. Hij probeerde de kwestie aan zijn zussen uit te leggen, maar zelfs dat stelde hem al voor stilistische problemen. "Het wordt me duidelijk hoe moeilijk het is om je ideeën op papier te zetten. Zolang het enkel een beschrijving betreft is het tamelijk eenvoudig, maar zodra er sprake is van een redenering, als er verbanden gelegd moeten worden en de woorden helder en vloeiend moeten zijn, vormt dat voor mij, zoals ik reeds zei, een probleem waarvan ik eerder geen benul had".

- Hij had nog veel meer: aantekeningen over esoterische geologie (1383 grote vellen) en dierkunde (368 bladzijden), nieuwe soorten - en dan vooral het half verorberde karkas van zijn kleine nandoe - een jonge galapagosschildpad in zijn hut, nog altijd in leven en zelfs vijf centimeter gegroeid, en thuis stonden kratten vol botten, vogels, stenen en koralen te wachten. De oogst was enorm. Zijn hoofdcatalogus bevatte 1529 gepreserveerde soorten en 3907 gelabelde huiden, botten en andere gedroogde monsters.

- Hij was op een spoor beland waarop hij de rest van zijn leven zou blijven: hij trok belangwekkende conclusies uit kleine feiten, leidde uit microscopisch kleine koralen een theorie over reusachtige riffen af en formuleerde zijn ideeën over de Andes op grond van enkele verschuivingen in de aardkorst. De wereld was - door de lyellaanse bril van  Darwin bezien - een opeenstapeling van minuscule veranderingen - alles voltrok zich natuurlijk, geleidelijke en langzaam.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 7 juni 2021

Adrian Desmond & James Moore: Darwin 2 (1809-1831)

Adrian Desmond & James Moore: Darwin (Groot Brittannië, 1991): 815 blz: Vertaald door Henk Moerdijk (2008): Uitgeverij Nieuw Amsterdam
 
Darwin
 
Citaten:
- Darwin was een verwoed verzamelaar en hamsteraar van schelpen, poststempels, vogeleieren en mineralen.
 
- Op zijn vijftiende pakte Darwin een hobby op die beter paste bij een zoon van een heer van stand uit Shropshire. Hij was oud genoeg om met een geweer om te gaan en de jacht werd zijn nieuwe obsessie. Het uit de lucht schieten van vogels was een "zeer heilig doel", en aangezien kwartels heel wat eetbaarder waren dan insecten, tekenden zijn zussen geen protest aan.
 
- Tegen het einde van het schooljaar ontplofte de vader van Darwin: "Het enige waar jij om geeft zijn je geweer, de honden en je jacht op ratten, je maakt jezelf en je familie te schande"!
 De Dokter had een sterk purgeermiddel, dat zijn zoon van zijn patrijsverslaving moest verlossen. In juni 1825 haalde hij Charles van school, twee jaar te vroeg. Hij moest aan het werk worden gezet, zijn leven moest richting krijgen. Volgens de Dokter was de oplossing gelegen in de tucht der geneeskunde. Charles moest in de voetsporen van zijn vader en broer treden en werd daartoe op het pad van de professionele eerwaardigheid gezet.
 
- Charles bezocht geen particuliere school. Hij vond chirurgie weerzinwekkend en we begrijpen waarom. Audubon maakte in 1826 kennis met Knox, "gehuld in een overjas en met bloederige vingers," en kreeg een rondleiding door diens ontleedzaal - tot zijn onbeschrijflijke afgrijzen. Zijn adem stokte toen hij de geamputeerde ledematen en opengelegde torso's ontwaarde. "Ik zag dingen die hoogst onaangenaam waren, schokkend op een wijze die ik onvoorstelbaar had geacht. Ik was blij toen de deur van dit knekelhuis achter mij dichtsloeg en ik weer de heilzame straatlucht kon ademen." Charles voelde hetzelfde. Door Monro wilde hij nooit meer iets met de menselijke anatomie te maken hebben. Met als gevolg dat de technische kant van het ontleden hem nooit goed werd bijgebracht, wat hij later betreurde.

- Tijdens een bijzonder zware operatie aan een kind liep Charles tenslotte weg, hij kon het niet meer aanzien, en hij zwoer nooit meer een operatiekamer te betreden. Het beeld zou hem de rest van zijn leven achtervolgen.

- Op 24 maart 1827 maakte Robert Grant bekend dat Darwin het mysterie van de zwarte, op peper lijkende korreltjes die in oesterschelpen konden worden aangetroffen en waarvan de vissers dachten dat het zeewiersporen waren, had ontsluierd. Het waren de eitjes van de roggenbloedzuiger. 
 
- Grant dacht dat identieke organen in verschillende dieren homoloog waren. De levers van bijvoorbeeld een vis, een kikker en een kip bestonden uit dezelfde onderdelen en wezen duidelijk in de richting van een gemeenschappelijke blauwdruk. ... Hij beweerde dat de organen van álle dieren, van poliep tot mens, gelijksoortig waren en alleen verschilden in hun mate van complexiteit. ...
 Wat betekende dit? Als alle dieren qua lichaamsbouw verwant waren, konden ze in een keten worden geplaatst. En daarmee werden de lagere dieren van wezenlijk belang. Hun weefsel was een eenvoudige versie van het menselijk weefsel. Ze konden worden gebruikt om inzicht te krijgen in de menselijke organen, om daarvan de primitieve oorsprong en oerfunctie te duiden.
 
- Het beeld dat Darwin in dit jaar oproept - dat van een jongeman die ontleedt, dieren opzet, aantekeningen maakt, observeert, partij kiest, ontdekkingen doet en in de ban van discussies raakt - maakt duidelijk dat zijn tweede studiejaar allesbehalve vruchteloos was. Zijn intellectuele scholing was begonnen. De crème de la crème van de Britse deskundigen op het gebied van ongewervelde dieren had hem geleerd oog te hebben voor de kleinste details en tegelijk de grote vragen te stellen.
 
- Als de geneeskunde het dan niet was, wat dan wel? De Darwins hadden ook wel advocaten en militairen voortgebracht, maar Charles ontbeerde de zelfdiscipline om toe te treden tot hun gelederen. Gelukkig was er een vangnet voor tweede zonen die dreigden te ontsporen: de anglicaanse kerk. 
 Darwins vader, een gezworen vrijdenker, was een verstandig en schrander man. Hij hoefde alleen maar om zich heen te kijken, zich de door hem bezochte parochies voor de geest te halen, zijn gedachten te laten gaan over de plattelandspredikanten die hij thuis ontvangen had. Je hoefde geen gelovige te zijn om te zien dat dit uitstekend paste bij een dolende zoon met een hang naar buitenactiviteiten. De Kerk was immers een veilige haven voor slome duikelaars en lanterfanters, een laatste toevlucht voor verkwisters. Voor iemand zonder roeping kon je toch geen betere roeping bedenken? En bij welk ander beroep was de kans op mislukking zo klein en de beloning zo hoog?
 
- Charles had een koers uitgestippeld die naar de Kerk leidde, maar maakte zich niet druk om zijn ziel. ... zijn echte passie, de enige sport die hij serieus bedreef, was de keverjacht.
 
- Hij had alles over voor een geslaagde jacht. Hij kocht een vlindernet en leerde springende en vliegende insecten vangen. De kevers werden zo natuurgetrouw mogelijk op kartonnen schoven geprikt. Ook huurde hij iemand uit de streek in om vuil te verzamelen van de bodem van schuiten die riet uit de moerassen haalden, dat hij navorste op eventuele "prooien". Het was niet altijd eenvoudig om de diertjes te doden, want sommige kevers hadden een verrassend verdedigingsmechanisme. Op zekere dag, na wat bast van een dode boom te hebben geschraapt, wist hij twee zeldzame soorten te pakken, met elke hand één. Opeens zag hij een derde beestje, een nieuwe soort, een te mooie vondst om te laten lopen. Hij handelde als een doorgewinterde eierverzamelaar. De kever in zijn rechterhand stopte hij snel in zijn mond. Helaas voor Darwin was dit een bombardeerkever, die prompt zijn naam eer aan deed door een ontzettend gemene vloeistof in zijn keel te spuiten, waardoor hij even de kluts kwijt was. Hij spuugde de kever uit, kon die vervolgens niet meer terugvinden, en was zo in de bonen dat hij de andere twee ook liet vallen.
 
- "Het valt mij op," mijmerde Darwin, "dat al onze kennis over de structuur van onze aarde in menig opzicht overeenkomt met hetgeen een oude kip weet van de veertig hectare grond waarop zij in een klein hoekje rondscharrelt."
 
- Hoe dan ook, Darwin leerde ter plekke hoe de geologie beoefend moest worden en kon zich vaardigheden eigen maken die niet uit boeken te halen waren. De hellingmeter kwam goed van pas en Sedgwick controleerde of Darwins metingen nauwkeurig waren. In minder dan een week leerde hij gesteenten te herkennen, steenlagen interpreteren en conclusies trekken uit zijn waarnemingen. Het was de beste spoedcursus in de geologische praktijk die hij kon krijgen, haast geen enkel kneepje van het vak ging aan hem voorbij en al het vet dat hij verbrandde werd vervangen door intellectuele spiermassa. 
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.