maandag 27 december 2021

Marcel Proust (tekst) & Stéphane Heuet (tekeningen en bewerking): Op zoek naar de verloren tijd: In de schaduw van de bloeiende meisjes

Marcel Proust (tekst) & Stéphane Heuet (tekeningen en bewerking): Op zoek naar de verloren tijd: In de schaduw van de bloeiende meisjes (Frankrijk, 2000 en 2002): 2 delen: Elk deel 48 blz: Vertaald door Jelle Noorman (2002 en 2003): Uitgeverij Atlas
 
Op zoek naar de verloren tijd  - In de schaduw van de bloeiende meisjes
 
Voor de algemene inleiding bij deze graphic novel, zie mijn stukje over "Combray".
 
Van de volledige serie van "Op zoek naar de verloren tijd", is het tweede deel "In de schaduw van de bloeiende meisjes" mijn favoriete deel. In dit deel reist Marcel met zijn grootmoeder naar de kustplaats Balbec waar een prachtige kerk staat. Zij logeren in een luxe hotel. Van belang voor Marcel zijn zijn ontmoetingen met de beroemde schilder Elstir en vooral die met een groep meisjes waartussen zijn latere grote liefde zit. 
 
Citaten:
- "Het is hier, dit is de kerk van Balbec."
 Ik zei bij mezelf: "Wat ik tot nu toe heb gezien, waren foto's van deze kerk ...
 ... en van de beroemde Apostelen en het Mariabeeld in het portaal slechts de afgietsels. En nu zie ik de kerk zelf, het beeld zelf: dat is heel wat meer"
 Misschien is het echter ook minder. Mijn geest was verbaasd het beeld dat hij duizendmaal had gehouwen, teruggebracht te zien tot zijn echte vorm in steen ...
 ... onderworpen aan de tirannie van het Specifieke.

- Maar hoeveel groter was mijn smart toen we de lobby van het Grand-Hôtel van Balbec hadden betreden! In dit luxehotel verbleven ook gasten die niet veel betaalden en toch de achting van de directeur genoten, zolang hij zeker wist ...
 ... dat ze niet uit armoe maar uit gierigheid hun hand op de knip hielden. Dat deed niets af aan hun prestige, want gierigheid is een ondeugd en komt derhalve in ieder milieu voor.

- Als de elektrische lampen 's avonds de grote eetzaal met licht overspoelden ...
 ... werd deze een gigantisch aquarium en verdrongen zich de arbeidersbevolking, de vissers, alsmede eenvoudige burgergezinnen, onzichtbaar in het donker, tegen de glazen wand ...
 ... om een glimp op te vangen van het in een trage, gouden deining wiegende luxeleven van deze mensen, dat voor de armen even bijzonder was als het leven van vreemde vissen of weekdieren.
 
- Bloch stelde me aan zijn zusters voor. "Kom, maakt uw peplos met de fraaie gespen eens beter dicht, wat is dit voor vertoon? Ik wed dat je in Balbec bent om schoonheden te ontmoeten."
 Toen ik hem vertelde dat deze reis al lang een diepe wens was geweest, al wilde ik nog liever eens naar Venetië ...
 "Ja, om sorbets te drinken met mooie dames, natuurlijk, en net te doen of je de Stones of Venaice leest van lord John Ruskin, die een saaie mopperaar en stomvervelende zeurpiet is."
 Bloch dacht blijkbaar niet alleen dat in Engeland iedereen van het mannelijk geslacht een lord is, maar ook dat de letter "i" altijd als "ai" wordt uitgesproken.
 
Over de meisjes in Balbec:
- Nu waren hun bekoorlijke trekken niet meer vaag en onbestemd. Wat ik hun verder ook toedichtte, deugdzaamheid in elk geval niet. Geen enkele actrice, boerin of jongedame uit een nonnenschool had me ooit zo knap geleken, gehuld in zoveel mysterie, zo ontzaglijk waardevol, zo ontegenzeggelijk onbereikbaar.
 Men kon onmogelijk zeldzamer soorten bijeen treffen dan deze jonge bloemen, waarvan de golvende, ragfijne haag op dat moment vlak voor mij uiteenweek. Ik vroeg me af of de meisjes die ik daar zag in Balbec woonden en wie zij konden zijn ...
 
- De komst van Mme Elstir zou ons naar ik vreesde nog langer ophouden. Ze bleef niet zo lang.
 Ze had knap kunnen zijn als ze twintig was geweest en met een os door Romeinse dreven had gelopen. Later, toen ik Elstirs mythologische werk leerde kennen, zag ik ook Mme Elstirs schoonheid.
 
- In plaats van zijn gezicht te redden, sprak hij woorden waar ik iets van kon leren: "Ieder mens, hoe wijs ook, heeft in zijn jonge jaren weleens dingen gezegd als zelfs een leven geleid waaraan hij niet graag terugdenkt en waarvan hij elk spoor zou willen uitwissen ... Ik weet dat er jongelui zijn die door hun leermeesters verheven gedachten en een hoogstaande moraal zijn bijgebracht, maar dat zijn armen van geest, krachteloze telgen van theoretici, wier wijsheid ijdel is. Wijsheid ontvang je niet, die moet je zelf ontdekken."
 
       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten