Marcel
Proust (tekst) & Stéphane Heuet (tekeningen en bewerking): Op zoek
naar de verloren tijd: Een liefde van Swann (Frankrijk, 2006 & 2008): 2 delen: Elk deel 48 blz: Vertaald door
Jelle Noorman (2007 & 2008): Uitgeverij Atlas
Voor de algemene inleiding bij deze graphic novel zie mijn stukje over "Combray".
In "Een liefde van Swann" staat het liefdesverhaal van meneer Swann voor de cocotte Odette de Crécy centraal. Dit liefdesverhaal vormt binnen de hele cyclus van "Op zoek naar de verloren tijd" een voorafspiegeling van de liefdes die de hoofdpersoon Marcel later zal beleven.
Citaten:
- Het "kringetje" stond weliswaar ver af van de milieus waarin Swann zich begaf, maar hij was zo'n vrouwenliefhebber dat hij, zodra hij zich tot de intimi mocht rekenen van vrijwel alle dames uit de aristocratie, in de naturalisatiebewijzen, de "adelbrieven" die de Faubourg Saint-Germain hem had toegekend, nauwelijks méér zag dan een soort ruilwaarde of obligatie ...
... waaraan hij status kon ontlenen in een provinciegat of een Parijse "achterbuurt", als hij een oogje had laten vallen op de dochter van van een landjonker of griffier.
-
Zoals een intelligente man niet bang is een domme indruk te maken op
een andere intelligente man, zo vreest een elegante man niet zozeer
miskend te worden door een voorname heer als wel door een boerenkinkel.
-
Swann deed geen moeite om de vrouwen met wie hij zijn tijd doorbracht
mooi te vinden, maar juist om zijn tijd door te brengen met de vrouwen
die hij van meet af aan mooi vond.
- En bedwelmd door het plezier van haar getrouwen, in de ban van kameraadschap, eendracht en lasterpraat, zat Mme Verdurin op haar hoge troon te snikken van aanminnigheid, als een vogel waarvan het beschuit in warme wijn was gedrenkt.
- De dokter haalde Mme Verdurin echter over de pianist te laten spelen, vanuit die neiging van veel artsen hun strenge voorschriften onmiddellijk af te zwakken zodra er een gezellig samenzijn waaraan zij zelf deelnemen op het spel staat.
-
Wanneer ze was vertrokken naar Dreux of Pierrefonds, stortte hij zich
in de opwindendste liefdesroman die er is - het spoorboekje - waarin hij
altijd wel een manier vond om haar te bereiken.
- Want in feite had Swanns liefde het stadium bereikt waarin de meest doortastende arts of chirurg zich zou afvragen of het nog zin heeft of zelfs mogelijk is een patiënt af te helpen van zijn verslaving of kwaal.
-
Maar toen op het schouwspel van de bedienden dat van de gasten volgde,
was Swann spoedig weer doordrongen van de mannelijke lelijkheid. Al zag
hij nieuwe aspecten van die lelijkheid. Zelfs de monocles die velen
droegen leken elk van hen een zekere persoonlijkheid te verschaffen.
De
monocle van de generaal, die halverwege zijn voorhoofd domineerde als
het ene oog van de Cycloop, deed Swann denken aan een gapende wond, die
misschien eervol was opgelopen maar waarmee je niet hoorde te pronken;
terwijl tegen de achterkant van die van M. de Bréauté, als een preparaat
onder een microscoop, een minuscuul en van goede intenties wemelend oog
was geplakt.
Een
mondain schrijver plaatste juist een monocle in zijn ooghoek - zijn
enige instrument voor psychologisch en analytisch onderzoek.
De
monocle van marquis de Forestelle, die hem tot een pijnlijke grimas
dwong, gaf zijn gezicht iets verfijnds en weemoedigs waardoor vrouwen
hem in staat achtten tot groot liefdesverdriet.
Die
van M. de Saint-Candé, als Saturnus omgeven door een enorme ring, was
het zwaartepunt in een gelaat dat er zich voortdurend naar schikte;
terwijl M. de Palancy, die met zijn grote hoofd en ronde ogen op een
karper leek en zich, af en toe happend met zijn kaken, traag
voortbewoog, een stuk glas van zijn aquarium scheen mee te voeren.
- Na deze soiree besefte Swann dat Odette nooit meer dezelfde gevoelens voor hem zou koesteren als voorheen.
Swann
wist zeker dat als hij nu ver van Odette had geleefd, ze hem op den
duur onverschillig zou zijn geworden, en hij zou dan ook blij zijn
geweest als ze Parijs voorgoed had verlaten; hij zou de moed hebben
gehad te blijven; hij had niet de moed weg te gaan.
Als
hij arm en berooid was geweest en elk baantje had moeten aannemen, als
hij ouders of een vrouw had gehad, had hij Odette misschien wel moeten
verlaten. Maar hij besefte dat dit bestaan al jaren zo voortduurde, dat
hij hooguit kon hopen dat het altijd zo zou blijven, dat hij zijn werk,
zijn genoegens, zijn vrienden en uiteindelijk zijn hele leven zou
opofferen aan het dagelijks wachten op een afspraak, en hij vroeg zich
af of hij zich niet vergiste, of wat goed was geweest voor zijn
verhouding zijn levensloop niet had geschaad.
- Vaak was het Odette zelf die hem spontaan, en zonder het te beseffen, dingen onthulde die hij niet wist - en nu vreesde te zullen horen, want Odette had geen idee hoe groot de kloof was die door haar losbandigheid ontstond tussen haar ware leven en het tamelijk onschuldige bestaan dat Swann zijn minnares toedichtte.
Lees verder in mijn bespreking van "In de schaduw van de bloeiende meisjes".
Geen opmerkingen:
Een reactie posten