Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 5: Een licht bewoond eiland (Nederland, 2022): 444 blz: Uitgeverij van Oorschot
Het
5e deel van Faxen aan Ger "Een licht bewoond eiland" loopt van van
februari tot en met juli 2000. Als Mizee in dit tempo doorgaat kunnen we
nog heel wat faxboeken verwachten. Of haar lezers daar op zitten wachten
weet ik niet. "Een licht bewoond eiland" is natuurlijk weer zeer
onderhoudend, licht leesvoer. Maar het is ook méér van hetzelfde. Voor
mij de hoogste tijd om weer eens wat anders te gaan lezen. Ik denk
sowieso dat je de "Faxen aan Ger" beter gedoseerd kunt lezen dan een
aantal delen achter elkaar wat ik nu heb gedaan. Maar Nicolien Mizee is
ontegenzeggelijk een aanwinst voor de Nederlandse letteren.
- Tegen elven kwam ik thuis. Licht aan, verwarming aan, poes aaien, jas aan de kapstok, theewater opzetten, antwoordapparaat beluisteren. Twee boodschappen, zag ik.
"Dit is je moeder. Je bent een verwend, egoïstisch kreng en ik hoef je voorlopig niet meer te zien." Rang, hoorn op de haak.
- "Daar heb je nou comités voor," zei ik, "om te ontdekken wat je niet wil, en zo over te houden wat je wel wil."
-
Ik wou je al een tijd iets zeggen, maar vergat het steeds. Ik wou je
zeggen dat ik het erg fijn vind dat je je altijd alleen maar in
algemene, gunstige zin over mijn faxen uitlaat. Dat geeft me een immense
vrijheid. Mijn faxen hebben geen literaire pretentie, ze hebben zelfs
geen enkele pretentie, evenmin als gedachten dat hebben. Met kritiek zou
ik dus niets aankunnen, behalve dat die me diepongelukkig zou maken. Ik
geloof dat jij dat wel begrijpt, ik denk dat het voor jou volkomen
vanzelfsprekend is, en toch wilde ik het je een keer zeggen, want hoewel
het voor jou vanzelfsprekend is, zou het dat voor niemand anders zijn.
- Nee hoor, ik zou van mijn leven niet met een man willen samenleven. Ook ik zou onmiddellijk in het gebruikelijke rolpatroon stappen. Dat merk ik vaak in mijn omgang met mannen. Als de man zich niet op z'n gemak voelt, is het mijn schuld. En dan ga ik hem een beetje steunen, hem belangstellend aankijken en een paar keer gelijk geven, totdat hij weer is bijgedraaid.
- Net toen ik boven de la met toiletartikelen stond (vind jij "toilet" ook zo'n stom woord? Ik vind het een akelig, burgerlijk woord, voor mensen die in kleine huisjes wonen, schoon en netjes lijken, maar stiekem in hun neus peuteren, pornofilms kijken en op de Centrumpartij stemmen), ging de telefoon.
- Ik vind dat je nóóit hardop mag zeggen dat iemand lelijk of onaantrekkelijk is.
- Ik hou niet van oordelen die niet strikt persoonlijk zijn.
- Groepsdenken is de voorloper van moord.
- Laatst moest Bio in haar schoolschrift woorden met een "ei" opschrijven. "Gezeik," schreef ze.
-
Als iemand nog eens langszij komt en wil aanmeren, mij best, maar ik
denk niet dat ik er ooit nog moeite voor ga doen. Het past niet bij mij.
Ik ben niet iemand die "op zoek is naar een relatie". Want alles wat
daaraan verbonden is, ga ik niet doen. Veranderen, geven, inleveren,
concessies doen en meer van dat soort onmogelijkheden. Vreedzame
co-existentie, meer valt er bij mij niet te halen.
- Mijn ervaring, ook met het dansen, is dat het voor een schrijver goed is om iets volkomen anders te doen, liefst iets waar hij van nature niet goed in is, iets wat hem niet komt aanwaaien. Zeer sterke concentratie op iets non-verbaals werkt bijzonder ontspannend. Je gaat ervan openstaan, net als toen je een kind was.
- Ik herinner me dat Wolkers in een interview ooit zei: "Die (Annemarie, die model stond voor Olga) was gek. Die had een kronkel in haar hoofd. Anders laat je zoiets moois toch niet kapot gaan?"
Maar ik dacht toen al: wat voor moois eigenlijk? Dat dat arme kind de hele tijd maar moest liggen neuken met die man? Die verder geen enkele aandacht voor haar had?