Carolijn Visser: Broers (Nederland, 2026): 294 blz: Uitgeverij Augustus
Een nieuw boek van Carolijn Visser is meestal een hoogtepunt in mijn leesjaar.
Carolijn
Visser is bekend geworden door haar prachtige reisverhalen. De laatste
15 jaar heeft ze zich toegelegd op het schrijven van relatief korte,
maar zeer lezenswaardige biografieën.
"Broers"
is een drievoudige biografie. Die van Ar, de vader van Carolijn, en van
Martin en Carel Visser, een oudere broer en een jongere broer van Ar.
Ar had nog twee broers en twee zussen, maar die komen slechts zijdelings
ter sprake.
Het
boek begint in de hongerwinter in januari 1945. Ar en Martin worden
door de Duitsers opgepakt en naar Amsterdam vervoerd. Daar worden ze
samen met oorlogsvrijwilligers op de trein naar Duitsland gezet. Ze
springen uit de trein en lopen vervolgens terug naar Papendrecht. Omdat
ze zich daar niet langer veilig voelden, gingen ze per kano door de
Biesbosch naar het bevrijde Noord-Brabant.
Ar wordt leraar op een middelbare school in Middelburg, oudere broer Martin wordt kunsthandelaar en jongere broer Carel wordt beeldhouwer. In nog geen 260 bladzijden tekst geeft Carolijn een prachtig beeld van hun leven. Wat altijd zeer prettig is bij Carolijn is dat er geen alinea teveel in het boek staat. Een prachtig monument voor haar familie!
- Mijn vader werd Arie genoemd, naar mijn grootvader, maar om verwarring te voorkomen kreeg hij de roepnaam Ar.
Over het doen van de was:
-
Het allerspannendste was het er op wasdag. Vrouwen uit het dorp kwamen
helpen dit karwei te klaren. In de bijkeuken, in een teil boven een
houtvuur, werden lakens in heet water rondgeroerd met een enorme houten
spaan. De hele keuken was gevuld met stoom. Vrouwenarmen vlogen alle
kanten op, heet water werd naar andere teilen overgeschept waarin
vervolgens zeep werd geklopt. Op het wasbord hadden hardnekkige vlekken
geen kans. Eindelijk tevreden met het resultaat grepen de vrouwen de
enorme witte lappen bij de punten en droegen ze een trap op naar een
vliering waar een mangel gereedstond. Ons werd streng geboden op afstand
te blijven want dat apparaat was zeer gevaarlijk: als je vingers erin
kwamen, werden die meteen verbrijzeld. Eén vrouw draaide aan de grote
slinger terwijl twee anderen de lakens voerden aan die gulzige muil.
Daarna werden de lappen over lange stokken gedrapeerd die in een rek aan
het plafond van de vliering werden geplaatst.
- De buurt was als een grondig hersteld gebit.
-
... "In die tijd was er vrijwel niemand op de weg," herinnerde Jan
zich. "Alleen een paar vrachtwagens." Op een namiddag had hij zijn
rijbewijs gehaald. "Ik reed wat rond over die lege wegen en tot slot
moest ik parkeren tussen twee mannen in, die een eindje van elkaar af
waren gaan staan."
-
Constant had vele kanten. Hij schreef ook de later vaak geciteerde
regel waarmee hij de drang van de Cobrakunstenaars verwoordde: "Een
schilderij is niet een bouwsel van kleuren en lijnen, maar een dier, een
nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles tezamen."
-
Mia had blijkbaar meer musea en kunstenaars genoemd die hij bezoeken
kon, want Carel antwoordde dat het hem er niet om ging zijn dagen te
vullen. En nee, hij was niet somber of eenzaam: "Als je dat hebt moet je
geen beeldhouwer worden, want dan moet je maanden tegen steen of ijzer
aan kunnen kijken en toch niet gek worden of creperen, want daar heeft
niemand wat aan, noch jij, noch een ander, alleen maar het gekkenhuis of
de wormen."
- Mia heeft gelijk: ik kan alleen maar beeldhouwen, niet meer, maar zéér zeker ook niet minder.
Carel aan Martin:
- "Stop met nieuwe modellen maken, al gaat Van Daalen op zijn kop staan. Verbeter en verrijk je oude modellen tot het uiterste."
Over de inrichting van het huis waar Carolijn opgroeide:
- In het raam van de woonkamer stond een ijzeren paard van oom Carel op een betonnen sokkel. Een ander beeld van hem, twee parende vogels, had een plaats op de vloer. Aan de muur hingen schilderijen van onze grootvader Arie.
Neef Martijn betwijfelde of zijn vriendin blij zou zijn met de cadeautjes die hij voor haar had gekocht:
-
Daarom meldde hij zich bij Christo, die hij eerder samen met zijn
ouders had leren kennen, en vroeg hem of hij zijn aankopen wilde
inpakken. "Hij was een erg vriendelijke, jongensachtige man en vond het
goed. Twee dagen later kon ik terugkomen. Christo had er een mooie
empaquetage van gemaakt, gratis. Tot op de dag van vandaag hangt dit
kunstwerk aan de wand bij die vriendin."
-
"We waren in de galerie van Konrad Fischer in Duitsland," zo begon
Martin een verhaal dat hij vaak vertelde. "In een lege, witte zaal zat
een juffrouw in een hokje. Ik vroeg haar: "Waar is de tentoonstelling?"
Ze antwoordde: "U staat erop."" Daarna bulderde hij van de lach. Het was
het verhaal over zijn introductie tot het werk van Carl Andre: grote,
metalen vierkante platen, niet aan de wand, maar op de vloer.
- Een theorie die in de kunstwereld opgang deed was: iedereen is kunstenaar. Martin geloofde daar niets van. Voor hem telde alleen het resultaat, de kunst zelf, hoe een kunstenaar de tijdgeest vormgaf.
- Martin zei in een interview: "In Amsterdam heeft iedereen dezelfde mening over wat ze goed vinden en wat niet. En oh wee als je daar buiten valt."
- In de nieuwe Ronding kwamen concentrische cirkels op een wand, bestaande uit takjes door Richard Long verzameld tijdens zijn wandeltochten. Ook maakte deze Brit in dezelfde ruimte een zogenaamd mud piece. "Hij kwakte zó een emmer modder uit de rivier de Avon tegen de muur. Flats!" vertelde mijn oom.
-
Wij kinderen lazen geen kranten, mijn vader bracht ons in kleine,
dagelijkse porties op de hoogte van wat er in de wereld gebeurde. Hij
verbond zaken met elkaar, vooral met het verleden. Oud-leerlingen
vertelden dat hij bij hen een levenslange belangstelling had gewekt voor
politiek, geschiedenis en kunst. Net als bij ons, zijn kinderen.
-
Ars religieuze jeugd zat hem nog hoog. Hij kon op onverwachte momenten
woedend worden over "alle onzin" die hij had moeten aanhoren in de kerk
en op zijn lagere school, over alle tijd die hij daarmee had verspild.
Hij wilde de huidige generatie geven wat hij had moeten missen, zoals
een zwembad en winkels die op zondag geopend waren. Ook verzette hij
zich tegen pogingen van de gereformeerden om films te verbieden die
volgens hen het "geestelijke milieu vervuilen".
- ... Toen ik het daar met mijn vader over had, suggereerde hij: "Waarom word je niet lid van de Amsterdamse PvdA? Dan kun je daar iets aan doen." Ik zag een zaaltje voor me waar vergaderd werd door een groep bebaarde mannen: politicologen, sociologen, andragogen, sociaal werkers, gehuld in een walm van sigarettenrook. Tussen hen in misschien een enkele vrouw. "Liever niet," zei ik.
