Posts tonen met het label Carolijn Visser. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Carolijn Visser. Alle posts tonen

donderdag 12 februari 2026

Carolijn Visser: Broers

Carolijn Visser: Broers (Nederland, 2026): 294 blz: Uitgeverij Augustus
 
 
 
Een nieuw boek van Carolijn Visser is meestal een hoogtepunt in mijn leesjaar. 
 
Carolijn Visser is bekend geworden door haar prachtige reisverhalen. De laatste 15 jaar heeft ze zich toegelegd op het schrijven van relatief korte, maar zeer lezenswaardige biografieën. 
 
"Broers" is een drievoudige biografie. Die van Ar, de vader van Carolijn, en van Martin en Carel Visser, een oudere broer en een jongere broer  van Ar. Ar had nog twee broers en twee zussen, maar die komen slechts zijdelings ter sprake.
 
Het boek begint in de hongerwinter in januari 1945. Ar en Martin worden door de Duitsers opgepakt en naar Amsterdam vervoerd. Daar worden ze samen met oorlogsvrijwilligers op de trein naar Duitsland gezet. Ze springen uit de trein en lopen vervolgens terug naar Papendrecht. Omdat ze zich daar niet langer veilig voelden, gingen ze per kano door de Biesbosch naar het bevrijde Noord-Brabant. 
 
Ar wordt leraar op een middelbare school in Middelburg, oudere broer Martin wordt kunsthandelaar en jongere broer Carel wordt beeldhouwer. In nog geen 260 bladzijden tekst geeft Carolijn een prachtig beeld van hun leven. Wat altijd zeer prettig is bij Carolijn is dat er geen alinea teveel in het boek staat. Een prachtig monument voor haar familie! 
 
Citaten:
 
- Mijn vader werd Arie genoemd, naar mijn grootvader, maar om verwarring te voorkomen kreeg hij de roepnaam Ar.
 
Over het doen van de was:
- Het allerspannendste was het er op wasdag. Vrouwen uit het dorp kwamen helpen dit karwei te klaren. In de bijkeuken, in een teil boven een houtvuur, werden lakens in heet water rondgeroerd met een enorme houten spaan. De hele keuken was gevuld met stoom. Vrouwenarmen vlogen alle kanten op, heet water werd naar andere teilen overgeschept waarin vervolgens zeep werd geklopt. Op het wasbord hadden hardnekkige vlekken geen kans. Eindelijk tevreden met het resultaat grepen de vrouwen de enorme witte lappen bij de punten en droegen ze een trap op naar een vliering waar een mangel gereedstond. Ons werd streng geboden op afstand te blijven want dat apparaat was zeer gevaarlijk: als je vingers erin kwamen, werden die meteen verbrijzeld. Eén vrouw draaide aan de grote slinger terwijl twee anderen de lakens voerden aan die gulzige muil. Daarna werden de lappen over lange stokken gedrapeerd die in een rek aan het plafond van de vliering werden geplaatst.

- De buurt was als een grondig hersteld gebit.
 
- ... "In die tijd was er vrijwel niemand op de weg," herinnerde Jan zich. "Alleen een paar vrachtwagens." Op een namiddag had hij zijn rijbewijs gehaald. "Ik reed wat rond over die lege wegen en tot slot moest ik parkeren tussen twee mannen in, die een eindje van elkaar af waren gaan staan."
 
- Constant had vele kanten. Hij schreef ook de later vaak geciteerde regel waarmee hij de drang van de Cobrakunstenaars verwoordde: "Een schilderij is niet een bouwsel van kleuren en lijnen, maar een dier, een nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles tezamen."
 
- Mia had blijkbaar meer musea en kunstenaars genoemd die hij bezoeken kon, want Carel antwoordde dat het hem er niet om ging zijn dagen te vullen. En nee, hij was niet somber of eenzaam: "Als je dat hebt moet je geen beeldhouwer worden, want dan moet je maanden tegen steen of ijzer aan kunnen kijken en toch niet gek worden of creperen, want daar heeft niemand wat aan, noch jij, noch een ander, alleen maar het gekkenhuis of de wormen."
 
- Mia heeft gelijk: ik kan alleen maar beeldhouwen, niet meer, maar zéér zeker ook niet minder.
 
Carel aan Martin:
- "Stop met nieuwe modellen maken, al gaat Van Daalen op zijn kop staan. Verbeter en verrijk je oude modellen tot het uiterste."
 
Over de inrichting van het huis waar Carolijn opgroeide:
- In het raam van de woonkamer stond een ijzeren paard van oom Carel op een betonnen sokkel. Een ander beeld van hem, twee parende vogels, had een plaats op de  vloer. Aan de muur hingen schilderijen van onze grootvader Arie. 
 
Neef Martijn betwijfelde of zijn vriendin blij zou zijn met de cadeautjes die hij voor haar had gekocht:
- Daarom meldde hij zich bij Christo, die hij eerder samen met zijn ouders had leren kennen, en vroeg hem of hij zijn aankopen wilde inpakken. "Hij was een erg vriendelijke, jongensachtige man en vond het goed. Twee dagen later kon ik terugkomen. Christo had er een mooie empaquetage van gemaakt, gratis. Tot op de dag van vandaag hangt dit kunstwerk aan de wand bij die vriendin."
 
- "We waren in de galerie van Konrad Fischer in Duitsland," zo begon Martin een verhaal dat hij vaak vertelde. "In een lege, witte zaal zat een juffrouw in een hokje. Ik vroeg haar: "Waar is de tentoonstelling?" Ze antwoordde: "U staat erop."" Daarna bulderde hij van de lach. Het was het verhaal over zijn introductie tot het werk van Carl Andre: grote, metalen vierkante platen, niet aan de wand, maar op de vloer.
 
- Een theorie die in de kunstwereld opgang deed was: iedereen is kunstenaar. Martin geloofde daar niets van. Voor hem telde alleen het resultaat, de kunst zelf, hoe een kunstenaar de tijdgeest vormgaf.
 
- Martin zei in een interview: "In Amsterdam heeft iedereen dezelfde mening over wat ze goed vinden en wat niet. En oh wee als je daar buiten valt."
 
- In de nieuwe Ronding kwamen concentrische cirkels op een wand, bestaande uit takjes door Richard Long verzameld tijdens zijn wandeltochten. Ook maakte deze Brit in dezelfde ruimte een zogenaamd mud piece. "Hij kwakte zó een emmer modder uit de rivier de Avon tegen de muur. Flats!" vertelde mijn oom. 

- Wij kinderen lazen geen kranten, mijn vader bracht ons in kleine, dagelijkse porties op de hoogte van wat er in de wereld gebeurde. Hij verbond zaken met elkaar, vooral met het verleden. Oud-leerlingen vertelden dat hij bij hen een levenslange belangstelling had gewekt voor politiek, geschiedenis en kunst. Net als bij ons, zijn kinderen.
 
- Ars religieuze jeugd zat hem nog hoog. Hij kon op onverwachte momenten woedend worden over "alle onzin" die hij had moeten aanhoren in de kerk en op zijn lagere school, over alle tijd die hij daarmee had verspild. Hij wilde de huidige generatie geven wat hij had moeten missen, zoals een zwembad en winkels die op zondag geopend waren. Ook verzette hij zich tegen pogingen van de gereformeerden om films te verbieden die volgens hen het "geestelijke milieu vervuilen".
 
- ... Toen ik het daar met mijn vader over had, suggereerde hij: "Waarom word je niet lid van de Amsterdamse PvdA? Dan kun je daar iets aan doen." Ik zag een zaaltje voor me waar vergaderd werd door een groep bebaarde mannen: politicologen, sociologen, andragogen, sociaal werkers, gehuld in een walm van sigarettenrook. Tussen hen in misschien een enkele vrouw. "Liever niet," zei ik.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 11 oktober 2024

Carolijn Visser

Toen ik in 1996 voor het eerst een boek van Carolijn Visser "Grijs China" had gelezen, had ik nog niet meteen door dat zij een van mijn absoluut favoriete schrijvers zou worden. In 2000 las ik een aantal boeken van haar en sinds die tijd ben ik fan. Vanaf 2000 tot op heden las ik regelmatig een boek van Carolijn Visser en zo heb ik vrijwel haar gehele oeuvre gelezen.
 
In november 2010 gaf Carolijn een lezing in de bibliotheek van Zeist. Als zelfverklaard fan was ik hier uiteraard van de partij. Er waren die avond vrij weinig bezoekers, maar Carolijn gaf een geweldige lezing. Ik stelde twee vragen die ik  eerder ook aan Lieve Joris had gesteld, toen die in Utrecht een lezing gaf. Ik wilde weten door welke schrijvers ze zich liet inspireren en of ze wel eens last van heimwee had. Carolijn vertelde dat ze niet een specifieke schrijver als voorbeeld had, maar dat ze wel zeer veel en van alles las. Last van heimwee had ze zelden. 
 
Ik heb na afloop van de lezing nog even gepraat met Carolijn en vervolgens mijn e-mailadres op een lijst gezet van mensen aan wie Carolijn e-mails stuurde. 
 
Sinds die lezing in 2010 ben ik van plan om alle boeken van Carolijn Visser te herlezen en te bespreken op mijn blog. Dat heb ik de afgelopen 2 maanden gedaan. 
 
Ik vind Carolijn een zeer vriendelijke vrouw, die ook zeer kordaat is, recht op haar doel afgaat en de juiste vragen stelt, maar tegelijkertijd niet bang is om zich van haar zwakke kant te laten zien.
 
Daarnaast zijn haar onderwerpen altijd erg interessant. Carolijn schrijft voornamelijk over vrouwen in andere landen. De meeste schrijvers van reisverhalen zijn mannen en die hebben niet de toegang tot de wereld van vrouwen, die Carolijn wel heeft. Alleen al daarom zijn de verhalen van Carolijn interessant. Daarbij komt dat ze een zeer prettig leesbare stijl heeft, en geen alinea te veel schrijft. Echt alles wat ze schrijft is relevant voor de verhalen die ze vertelt.

Nu ik 22 boeken van Carolijn achter elkaar heb gelezen (van "Zeeuws geluk" en "De vader van Grace" heb ik nog besprekingen met citaten naar tevredenheid en die heb ik niet herlezen), besef ik pas echt goed hoe geweldig ik Carolijn als schrijver vind. Ik vind haar één van de allerbeste schrijvers die ik ken, en misschien wel de schrijver van wie ik de boeken die hij/zij geschreven heeft, het liefste lees. Kortom, ik kan haar boeken niet genoeg aanbevelen. Prettig is ook, dat al haar boeken van een constante kwaliteit zijn en dat je met ieder willekeurig boek van haar kunt beginnen met lezen. Als je één boek van Carolijn de moeite waard vindt, dan vind je ze waarschijnlijk allemaal goed.
 
Hieronder de lijst met alle titels van Carolijn Visser met verwijzingen naar mijn besprekingen.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Carolijn Visser: Selma

Carolijn Visser: Selma (Nederland, 2016): 284 blz: Uitgeverij Augustus


 
In 2008 ontmoette Carolijn Visser Greta en Tseng Y Tsao (Dop) tijdens de pauze van een lezing die ze gaf in Castricum. Greta en Dop vertelden over hun Nederlandse moeder Selma, die in 1950 had besloten met hun vader mee te gaan naar China. Gedurende de jaren die volgden leerde Carolijn Visser broer en zus Tsao beter kennen.

In 2012 gaven zij Carolijn de brieven ter inzage die hun moeder vanuit China naar hun grootvader in Nederland had geschreven. Deze brieven vormen de basis van het boek "Selma" samen met de verhalen van haar kinderen Greta en Dop.

Het boek begint in 1966 als Selma na een lange reis naar Nederland terugkeert naar Peking. Ze merkt hoe de situatie verslechterd is.

Selma was geboren in 1921 en heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met haar vader Max Vos ondergedoken gezeten. Haar vader hertrouwde met de vrouw bij wie hij ondergedoken was.

Na de oorlog gaat Selma in Cambridge studeren en daar ontmoet ze de Chinees Chang Tsao. Ze krijgen 2 kinderen: de oudste, een zoon, heet Dop en de jongste, een dochter, Greta. Ze emigreren naar Hong Kong en later naar China waar Chang Tsao een belangrijke partijfunctionaris is.

Het verhaal van Selma en haar gezin wordt verteld vanaf 1957 tot aan haar dood in 1968, met een korte epiloog over haar kinderen die in 1974 naar Nederland verhuisden.

Selma was de enige Nederlandse vrouw die tijdens de grote gebeurtenissen in China zoals de grote sprong voorwaarts (1960-1962) en de culturele revolutie (1966-1974) in Peking leefde. Aanvankelijk hebben ze het redelijk goed, mede door de vooraanstaande positie van Chang en haar buitenlandse afkomst. Later wordt het steeds minder totdat ze vanaf 1966 allerlei vernederingen moesten ondergaan en Selma en Chang kort na elkaar stierven.

Ik vind "Selma" een absoluut hoogtepunt in het oeuvre van Carolijn Visser. Het boek is met veel empathie voor de hoofdpersonen geschreven, het leest erg prettig en er is gedegen onderzoek voor het boek verricht. Vooral het gewone dagelijks leven is mooi beschreven. Een van de allermooiste boeken uit het Nederlands taalgebied die ik ken! "Selma" kan zich zonder meer meten met andere klassiekers over China zoals Jung Changs "Wilde zwanen" en het boek van Li Zhisu "Het privé-leven van voorzitter Mao".

Een aantal citaten:
- Als Selma thuiskwam, werd ze op de verschillende binnenplaatsen beleefd gegroet, maar niemand kwam zomaar langs voor een praatje of vroeg haar op de thee.

- In de zomer van 1956 had Mao Zedong intellectuelen en studenten opgeroepen de Communistische Partij te bekritiseren in een poging hen meer bij het landsbestuur te betrekken. "Laat Honderd Bloemen Bloeien" heette de campagne. Er kwam echter zoveel kritiek los, dat Mao het als een aanval op de partij ging zien. Wie zich had uitgesproken, werd gestraft. In 1957 werd een half miljoen mannen en vrouwen gevangengezet of verbannen naar afgelegen gebieden, soms voor een periode van wel twintig jaar. ... Elk bedrijf, elke instelling of instantie werd geacht ongeveer 5 procent van zijn werknemers als schuldigen te ontmaskeren. Zij konden zich hiertegen niet verweren, verloren hun baan, hun woning, hun verblijfsvergunning voor de stad Peking en werden op het platteland tewerkgesteld. Altijd zou het verschrikkelijke stigma "rechts element" in hun dossier blijven staan en hun gezinnen werden samen met hen in het ongeluk gestort.

- Selma mocht deze buitenlanders niet. Ze vond hen te extreem in hun politieke overtuigingen. Onder buitenlandse vrienden die ze vertrouwde noemde ze hen de "200 percenters".

- Selma vertelde over het taleninstituut. In haar lessen mocht ze alleen exacte Engelse vertalingen van Chinese politieke teksten gebruiken. Straks spraken haar studenten een onbegrijpelijk soort Engels, voorspelde ze, maar als ze iets in die richting zei, werd haar de mond gesnoerd door Chinese collega's of haar eigen studenten. Volgens hen moest een buitenlandse taal een "bruikbaar gereedschap in de klassenstrijd" zijn. Allemaal goed en wel, vond Selma, maar het belangrijkste was toch wel dat de mensen begrepen waar je het over had.

- Selma vroeg haar vader om leerboekjes Engels op te sturen. "Hier is ook wel materiaal maar dat begint met: "I love Chairman Mao". En gaat verder met: "I want to build the revolution." Terwijl ik het daar wel mee eens ben, wil ik toch liever dat mijn kinderen in Engeland een kopje thee kunnen bestellen."

- Jiang Qing en haar getrouwen gebruikten het moment om een "socialistische zuivering van de kunst" te ontketenen. Schrijvers en kunstenaars moesten voortaan putten uit de wereld van arbeiders en boeren en niet meer uit het "feodale" verleden. De Chinese klassieken over keizers en krijgsheren hadden een verderfelijke invloed. De Culturele Revolutie moest daar iets aan doen.

- Onder leiding van Lin Piao was het Rode Boekje samengesteld, een bundeling van citaten van Mao. Het was sinds kort gebruikelijk om het altijd bij je te hebben en zichtbaar een hoek uit je broekzak te laten steken.

- De docent werd geslagen, Sterke jongens trokken de armen van het slachtoffer naar achteren en duwden het hoofd naar beneden. De "vliegtuigpositie" werd dat genoemd.

- Het grootste probleem voor Dop was niet eens dat hij bijna nooit een krant in handen kreeg, want wat er werkelijk gebeurde stond daar zelden in. Voor het echte nieuws moest je in Peking zijn. Je moest bij vrienden en kennissen langsgaan, luisteren naar hun geruchten en daaruit zelf verschillende mogelijke scenario's samenstellen.
 
Ik heb mijn bespreking uit 2016 hier ongewijzigd overgenomen.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.
 

dinsdag 8 oktober 2024

Carolijn Visser: Argentijnse avonden

 

 
"Argentijnse avonden" is de biografie van Carolijn Visser over de Rotterdammer Rinus van Mastrigt en zijn dochters Ida en Miep.
 
Rinus vertrok in november 1937 op 24-jarige leeftijd voor een fietstocht naar Zuid-Oost Azië. Hij kwam aan in Malakka, werd ziek en de familie van zijn verloofde vond dat zij hem op moest zoeken (ze kon hem toch niet helemaal alleen in de vreemde dood laten gaan?). Rinus knapte op en trouwde met Ida. Ze kregen samen twee kinderen: Ida en Miep.
 
Toen kwam de oorlog en werd Rinus gevangengenomen en kwam hij in Japan in een Jappenkamp terecht. Toen Rinus vrijkwam bleek zijn vrouw het met andere mannen te hebben aangelegd. Ze scheidden, Rinus stuurde zijn twee dochters vooruit naar zijn ouders in Rotterdam en kwam zelf later ook naar Nederland.
 
Daar kon hij niet aarden en besloot hij om te emigreren naar Argentinië. Na een paar jaar daar te hebben gewoond liet hij zijn dochters overkomen.
 
Het grootste deel van het boek is gewijd aan het leven van Rinus en zijn dochters in Argentinië.
 
Het boek geeft een prachtig beeld van de leefwereld van een geëmigreerd gezin en van de besloten Nederlandse gemeenschap van een klein stadje in Argentinië. Het boek begint en eindigt met een bezoek van de koninklijke familie aan het stadje in 2006.
 
Het boek is gebaseerd op documenten in het bezit van dochter Ida. Met dit boek blijkt Carolijn Visser opnieuw een van de beste Nederlandstalige schrijvers.
 
Citaten:
 
- Rinus had ook weinig zin zijn ouders op de hoogte te stellen van het treurige nieuws. Hij vond dat hij gefaald had en wilde hen niet belasten met zijn zorgen. Hij had de dominee al eerder een brief laten sturen aan Ida. Zij had moeten beloven te zwijgen tegen de Van Mastrigts. Ida's moeder had gezegd dat ze naar Singapore moest gaan. Ida, die net drieëntwintig was geworden, zag enorm op tegen zo'n verre reis in haar eentje. Ze was nog nooit buiten Nederland geweest. "Je kunt Rinus daar niet alleen laten sterven," zei de kostersvrouw en ze schraapte het geld voor de reis bij elkaar. Op 15 augustus, de dag dat Rinus opnieuw onder het mes zou gaan, ging Ida in Rotterdam aan boord. Ze zou een maand onderweg zijn. 

- Hij schreef niet dat hij behandeld werd aan een grote wond aan zijn been, het gevolg van ondervoeding. Rinus werd hierdoor ingedeeld bij de eerste groep die geëvacueerd werd met het Amerikaanse Rode Kruis-schip Sanctuary. "Wat eten betreft is het hier een lustoord. We kunnen zoveel krijgen als we willen. Vlees, eieren, melk, tomaten, groenten, sinaasappelen, boter, aardappelen. Buiten hetgeen de keuken verstrekt, krijgen we dagelijks nog 3 flesjes bier, 3 stukken chocola, een pakje koekjes, sigaren, sigaretten. Verder kun je in de cantines de hele dag door koffie, thee, cola enzo drinken, waarbij je weer koekjes krijgt, ook weer zoveel als je wilt hebben, er is nergens gebrek aan. Wat hebben die Amerikanen het goed voor elkaar."

- Die februariavond, toen de meisjes voor het eerst over de lange trap naar boven kwamen geklauterd, hadden de Van Mastrigts hen verbijsterd opgenomen. Waren dit hun kleinkinderen? Ze hadden geen schoenen aan! Hun blote voeten, hun gezichten en hun handen zagen zwart van het vuil. Al die weken aan boord hadden ze zich niet gewassen. Hun haar, waar in Batavia nog zulke mooie strikken in hadden gezeten, was de hele reis ongekamd gebleven en zat nu om het hoofd geklit. De meisjes waren uitgehongerd en vielen aan op de boterhammen die hun grootmoeder haastig voor hen smeerde. Gulzig klokten ze glazen melk naar binnen. Jan, een jongere broer van Rinus, ging meteen water verwarmen en zette een teil in de woonkamer. Samen met zijn moeder schrobde hij de meisjes schoon. Ze hadden vast luis, veronderstelde vader Van Mastrigt. Hij haalde een luizenkam en DDT-poeder uit de winkel. De kleren van de meisjes gingen de potkachel in, want daar zou wel ongedierte in zitten, dat moesten ze niet in huis hebben. Ida'tje en Miep kregen elk een nachtpon aan van een van de zusters van Rinus; die sleepten over de grond achter hen aan, maar zo hadden ze in ieder geval iets schoons aan.
 
- Cor, de jongere broer van Rinus, begreep het wel. Die zou later over dit vertrek en over de fietstocht naar Indië zeggen: "Rinus was een genie. Dat was eigenlijk het probleem. Hij kon alles, maar hier kon hij zijn ei niet kwijt. Nederland was gewoon te klein voor hem."
 
Toen Rinus in Argentinië aankwam:
- Buenos Aires telde toen al ruim drie miljoen inwoners. Trams, autobussen en zwarte automobielen denderden langs de hotelkamer die Rinus deelde met een andere passagier van de Alphard. Geïmponeerd dwaalden de twee mannen door het luxueuze warenhuis Harrods. Deze Argentijnse dependance verkocht alles wat in de beroemde Londense zaak ook te krijgen was. De winkel omvatte acht verdiepingen met cederhouten vloeren. Klanten werden in de entreehal van zwart-wit marmer verwelkomd door het huisorkest. Er was een draaimolen voor de kinderen. Het aanbod van meubels, porselein en kleding overweldigde de twee Nederlanders, die tot voor kort alleen spullen op de bon hadden kunnen kopen. Argentinië was vrijwel de hele oorlog neutraal gebleven en had met de hele wereld goede zaken gedaan. Het land floreerde.
 
- Wat Miep niet aan Rinus had verteld was dat ze ook haar moeder wilde bezoeken. Via het Rode Kruis had ze haar adres achterhaald. Ze heette nu Ida Broere en woonde in Vianen. Op een avond reed oom Cor Miep erheen. Cor bleef in de auto zitten. Miep belde aan.
 Een man deed open en Miep stapte naar binnen. In de woonkamer trof ze een vrouw aan tafel. "Ik ben je dochter," zei Miep. "Ik ben gekomen om je te zeggen hoe erg ik het vind dat je mij in de steek hebt gelaten als kind. Mijn hele leven heb ik daaronder geleden. Ik heb nu veel problemen en die zijn allemaal te wijten aan jou."
 Na die woorden draaide ze zich om, liep het huis uit, opende het portier van de auto en ging weer naast haar oom Cor zitten. "Ik heb gezegd wat ik te zeggen had," zei ze. "We kunnen gaan."

- "... In heel Latijns-Amerika is het een janboel. In de tweeëntwintig jaar dat ik nu in Argentinië ben zijn er tien presidenten geweest en niet één daarvan is op een normale manier aan de macht gekomen of vertrokken."

- Jet van der Velde, twintig jaar lang domineesvrouw te Tres Arroyos, zou later over de man-vrouwverhouding binnen de kolonie zeggen: "Om te beginnen staat de man natuurlijk ver bóven de vrouw, dat is in de Bijbel te lezen. Vervolgens is het belangrijkste in het leven van de man zijn liefde voor God. Dat is een exclusief contact met het hogere. Die liefde voor God komt voor hem ook op de tweede, de derde en de vierde plaats. Dan pas volgt de liefde die hij voelt voor vrouw en kinderen. Die is van een lagere orde en om daar uiting aan te geven is ongepast."

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 6 oktober 2024

Carolijn Visser: Oom Brian de pitbullwerper

Carolijn Visser: Oom Brian de pitbullwerper (Nederland, 2009): 271 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
In "Oom Brian de pitbullwerper" zijn korte verhalen gebundeld van Carolijn Visser, die eerder verschenen zijn in de NRC en in andere bladen, maar nooit eerder in boekvorm. De verhalen geven tezamen een aardig beeld van Carolijns reizen en de mensen die ze onderweg heeft ontmoet. Niet het boek van Carolijn om mee te beginnen, maar een must voor iedere liefhebber van haar werk.
 
Citaten:
- In 1981, toen ik in mijn eentje door China trok, sprak ik geen woord Chinees. Ik was als een blinde die op de tast de weg moest vinden. In elke stad was maar één hotel dat buitenlanders mocht toelaten. En dan nog: de receptionist zei altijd dat het vol was, ook al logeerde er geen enkele gast. Ze wilden niet lastiggevallen worden en bovendien waren ze erop ingesteld groepen te ontvangen. Aan alleenreizenden hadden ze een broertje dood. Het kon uren duren voordat er eindelijk iemand voor me uit sjokte naar een kamer die in de meeste gevallen op een gevangeniscel leek. Eén keer trof ik een tot de rand gevulde po aan onder mijn bed. Toen ik een personeelslid daarop wees zei ze: "Daar ga ik niet over."

- Toen ik meer geld kon uitgeven zorgde ik ervoor dat mijn kamer altijd wel een raam had. En, vreemd genoeg, al snel was dat niet genoeg. Dat raam moest een uitzicht hebben, over glooiende velden, een straat, een interessante buurt of over een turkoois gekleurde zee. Steeds meer eisen ging ik stellen. Ik wilde een badkamer bij de hand, een restaurant in de buurt, vriendelijk personeel.

- "Tegenwoordig wonen veel  Australische mannen overdag in de garage," legde mijn echtgenoot uit. Vroeger brachten ze vrijwel al hun vrije tijd in de pub door, maar sinds de politie automobilisten streng op alcohol controleert, kunnen ze daar moeilijk komen, er is niet altijd een pub dicht in de buurt. De garage is een redelijk alternatief. Bezoekende vrienden lopen direct door, ze weten waar ze hun mate kunnen vinden. Tot opluchting van de vrouw des huizes, want die heeft liever geen manvolk over de vloer. De strijd der seksen wordt in Australië nog steeds met veel vuur gestreden.

- Toen ik terugkeerde naar de bokstent heerste daar een merkwaardige stilte. Naast de Kenworth trof ik Wayne op een veldbed met een vrijwel onherkenbaar gezicht en lippen die niet meer wilden sluiten. Michael en vier Aboriginals keken moederlijk op hem neer. "Hij wilde het zelf," pleitten ze zichzelf vrij. "We konden hem niet tegenhouden." "Heb je al je tanden nog?" vroeg ik. Braaf opende Wayne zijn mond. "Die andere kerel was veertig kilo zwaarder en twintig jaar jonger," probeerde hij zijn eer te redden. "Waarom heb je het dan in hemelsnaam gedaan?" wilde ik weten. "Ik kon niet anders," bracht Wayne met moeite uit, blikken werpend naar de mannen om ons heen. Toen begreep ik het. Hij was het verplicht geweest aan zijn stam.

- Sinds zijn laatste mededeling is het gezicht van Da Wei verstard. Als bevroren kijkt hij naar buiten. "Mijn moeder ..." mompelt hij, zoekend naar de juiste Engelse woorden, "mijn moeder was oogarts. Op een dag tijdens de Culturele Revolutie kwam een groep middelbare scholieren naar ons huis. Klasgenoten van mijn zus. Ze namen mijn moeder mee en sloegen haar dood."
 "Wat?" reageer ik geschokt.
 "Ze sloegen haar dood," herhaalt Da Wei toonloos.
 "Klasgenoten van je zus?"
 Hij knikt.
 "En kom je die nog wel eens tegen?"
 Hij knikt weer. "Soms."
 "En wat zeg je dan tegen hen?"
 "Niet veel."

Als Carolijn een keer denkt dat ze haar Chinese gastvrouw tot last is geweest, denkt ze aan de keren dat ze zelf bezoek had:
- En wat te denken van het stel dat een paar weken bij mij op de grond sliep in de tijd dat ik slechts één kamer tot mijn beschikking had? Zodra het licht uitging klonk er een vreselijk gesmak, geslurp en gesabbel op van de matras naast mijn bed. Het leek alsof ze een schaap geroosterd hadden en dat met een hongerig gezelschap aan het verslinden waren. Elke nacht weer! Zelfs als ik luidruchtig langs hen naar de wc stampte, werd het niet rustig.

- Tegenwoordig hebben logés digitale foto- en filmcamera's bij zich, mobiele telefoons, blackberry's, iPods en usb-sticks. Alles moet voortdurend geladen, gedownload en ingelogd worden. Iedereen is steeds zijn codes kwijt, gebruiksaanwijzingen zijn thuis blijven liggen, aansluitingen passen niet. De gastvrouw weet vast de oplossing wel!

- De eerste keer dat ik China bezocht was in 1981, toen vrijwel alle Chinezen nog in blauwe of groene maopakken waren gekleed. Ik sprak geen woord Chinees, ik kon geen enkel karakter lezen en voelde me een blinde die op de tast de weg moest vinden in dat land.
 Elk restaurant was staatseigendom in die tijd, en leek meer op een kantine. Ze waren maar een paar uur per dag geopend en altijd overvol. De enige manier om aan de beurt te komen was om je op te stellen achter een gelukkige die al zat te schranzen. Je ademde in de nek van iemand die rustig zijn noedels met stokjes naar binnen werkte, zijn bier dronk, boerde, of een wind liet. Als je eindelijk kon plaatsnemen was het wiebelige krukje nog warm en moest je eerst wachten tot het slagveld van afgekloven botjes en vette kringen was op geruimd.

- Na zijn opleiding hoopt Faeng voor een internationale ontwikkelingsorganisatie te gaan werken. "En je nicht heeft gezegd dat ze na hun pensionering misschien wel in Laos willen komen wonen," zegt Faeng. "Ja," zeg ik, "dat is het plan." Ik kan mijn ogen niet afhouden van de maanverlichte rivier en zeg: "Dat vind ik nou het mooie van deze geglobaliseerde tijd waarin we leven." Faeng denkt dat ik het internet bedoel, of het mobiele telefoonverkeer, maar ik dacht aan de bijzondere band die zomaar kan groeien tussen twee Amsterdamse vrouwen en een ex-monnik aan de oever van de Mekong.

- De oude, spichtige kokkin lijkt meerdere armen te hebben, als een hindoeïstische godin. In razende vaart heeft ze oranje gekleurde kruidenpasta en garnalen aangebakken. Nu strooit ze noedels in haar grote wok en mikt er een plens donkere saus achteraan, het vuur draait ze op tot verzengende hoogte. Twee eieren vliegen door de lucht, de schalen breken op de rand, de inhoud belandt midden in het gerecht. Taugé, lenteuitjes en drie scheuten van het een of ander volgen. Een assistente staat al klaar met een plastic bord, op de bodem ligt een stuk bananenblad gevlijd. Dan barst een regenbui los, druppels roffelen op het zinken dak. De kokkin hoort niets, ziet niets, is alweer halverwege de volgende bestelling.

- Meer dan twintig jaar hadden we elkaar niet gesproken, maar in nog geen seconde had Google haar voor me opgespoord. Deense Susan. In het midden van de jaren zeventig maakten we een reis van zes maanden door de Verenigde Staten. "Ik moet binnenkort in Amsterdam zijn," mailt ze terug. Op het moment dat ze mijn woonkamer binnenstapt, zijn we weer twintig en on the road. De hele middag zitten we gebogen over een kaart van Amerika. Op Long Island logeerden we bij een tante van Susan, in Connecticut bij een neef. "Jij had overal familie," zeg ik. "En oom Henry dan?" vraagt ze. God ja, oom Henry.

- Ik had eerder overwogen ergens anders te gaan logeren nadat een van de meisjes verteld had over een gewapende overval op de hotelgasten kortgeleden, alleen moest ik dan eerst betalen en ik was weliswaar met honderden dollars op zak naar Puerto Cabezas gekomen, maar daar was vrijwel niets meer van over. Mensen die ik kende uit de tijd dat ik hier woonde hadden mij geld gevraagd voor medicijnen, medische behandelingen, een opleiding, en schooluniformpjes voor hun kinderen. In het Nicaraguaanse stadje was geen pinautomaat.

- Ik ken Kenny uit de tijd dat hij in een krot woonde en in een uitgeholde boomstam de zee op ging om te vissen. Op een dag vond hij een kist cocaïne. Dat komt vaak voor aan deze kust: straatarme Miskito-indianen vissen regelmatig een hoeveelheid drugs op uit zee die ze voor honderd- of tweehonderdduizend dollar aan een handelaar kunnen verkopen. Het bijzonderste van de hele zaak is dat het Miskito's lukt zo'n bedrag in een maand te verbrassen. Weken achter elkaar wordt er gedronken, gefeest en gewinkeld. Daarna gaat iedereen weer vissen met z'n kayuko en water halen bij de put alsof er niets is gebeurd. Maar Kenny heeft een sloep met een motor aan het avontuur overgehouden. En een huis van cement.

- Café Coca Cola is voor mij een vertrouwde huiskamer in den vreemde. Het zijn meest mannen die hier komen, maar als vrouw word ik buitengewoon beleefd bejegend. Het is señora voor, señora na. Hoeden worden gelicht. Als, zoals dat wel eens gaat, de vraag zich opdringt: waarom leeft een mens? kan ik die in Coca Cola moeiteloos beantwoorden: om hier koffie te drinken. Desgewenst kan daarna de tijd gerekt worden tot de soep van de dag gereed is.

- Ze had verteld over de vorige winter, toen een storm het ijs op de Oostzee in stukken had geslagen en de veerpont niet meer uit kon varen. Twee jonge Russische vertegenwoordigers zaten voor onbepaalde tijd op het eiland gevangen. Nadat ze onderdak hadden gevonden en drank hadden ingeslagen kwamen ze in het restaurant informeren of er meisjes op het eiland waren. "Dat soort meisjes komt van het vasteland en is hier alleen in de zomer," had de serveerster geantwoord. "Maar we hebben geld," drongen de mannen aan. "Geld heeft op dit eiland geen enkele waarde," had de serveerster het gesprek besloten.

- Later, bij een biertje naast de aalbesstruiken, hebben we het over het begin, toen hij Ests ging leren in Tartu, de universiteitsstad in het zuiden. "Het lukte mij anders niet informatie te verzamelen voor mijn onderzoek, vrijwel geen enkele Est sprak Engels in die tijd. Het lokaal waar ik les kreeg was onverwarmd, daar was geen geld voor. We zaten met onze jassen aan rond een oliekachel." Met bevriende Estse studenten ging hij soms iets drinken in de bierkelder van Tartu. "Je kon er knoflookbrood en schnitzel bij krijgen, dan had je het wel gehad." Onvoorstelbaar karig was alles in Estland in die tijd, toch zijn het herinneringen van niet meer dan anderhalf decennium terug.

Over Zeeland:
- De moderne tijd tijd dient zich aan met een kracht die sterker lijkt dan het water ooit is geweest.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 4 oktober 2024

Carolijn Visser: Shanghai Skyline

Carolijn Visser: Shanghai Skyline (Nederland, 2008): 250 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Carolijn Visser is gedurende haar reizen over de wereld in vele landen geweest, maar China is toch wel het land waar ze het meest over heeft geschreven. Na "Grijs China" en "Buigend bamboe" is "Shanghai Skyline" het derde boek van Carolijn over een reis door China. Ik vind dit nieuwe boek duidelijk het meest interessante boek van die drie en tegelijkertijd het meest interessante boek dat ik ken over een reis door China. Warm aanbevolen!
 
Citaten:
- Op een spoor naast ons haalde een trein ons in, en verdween meteen in de verte. "Driehonderd kilometer per uur," lichtte meneer Guo toe. "Ahh!" reageerde ik bewonderend, maar dat was niet wat hij beoogde. "Van de luchthaven naar de stad kost vijftig yuan! Veel te duur!" stelde hij misnoegd vast. We kenden elkaar nog geen tien minuten en meneer Guo waakte al over mijn uitgaven alsof we oude vrienden waren. Ik had vaker Chinezen ontmoet die zo deden. Ze zagen het leven als een barre reis. Je mocht je bij hen aansluiten en samen optrekken tegen de rest van de wereld, die vol oplichters, hindernissen en valkuilen was.

- Het had altijd iets beklemmends gehad bij Chinezen thuis te komen. Met je aanwezigheid bracht je hen in gevaar ...

- Van vorige reizen wist ik nog hoe moeilijk het in China was om op het juiste moment, op de juiste wijze, het juiste cadeau te geven.

- "Hoe weet je nou of iemand de ware is?" wilde Elizabeth weten. "Dat kun je niet weten," antwoordde ik. "Soms zijn mensen twintig jaar samen en lijkt het alsof alles goed is en dan opeens gaan ze scheiden en vervloeken ze de dag dat ze elkaar ontmoet hebben. Je weet het pas op het eind." Elizabeth knikte bedachtzaam. Ze had liever een eenduidig antwoord gehad, vermoedde ik.

- In China heeft een mens familieleden nodig om zich te behoeden voor het noodlot, was haar boodschap, omdat niemand anders dat zal doen. "Een man die ik ken kreeg een acute blindedarmontsteking in een afgelegen stad. Hij wist een ziekenhuis te vinden maar moest vooruitbetalen voor de operatie en dat geld had hij gewoon niet bij zich." "En toen?" "Je weet hoe het dan gaat: niemand verroert een vin, alles stagneert. Uiteindelijk heeft hij zich halfdood naar een internationale pinautomaat laten rijden. Je moet in zo'n geval iemand hebben die alles laat vallen en naar je toe komt."

- In China heerst een intimiderende sfeer, beaamde ik. Daarom voelde ik me altijd opgelucht als ik het land weer verliet. Maar het was voor het eerst dat ik een "overzeese" Chinees als Sung ontmoette die zich zo kritisch uitliet over het moederland.

- Weer boven de grond staken we een drukke weg over. "Ik voel me veilig naast jou," zei Sung. "Iemand die eruitziet als een buitenlander rijden ze niet zomaar omver, dat geeft te veel gedoe. Als ik alleen ben moet ik echt enorm goed uitkijken. Een dode Chinees is geen ramp. Er zijn er toch zoveel."

- Meneer Xu wilde niet als kunstenaar te boek komen staan. Zijn generatie had geleerd dat het met dat soort mensen slecht afliep. Expressie, individualiteit, een eigen mening, waren begrippen die een lichte paniek deden verschijnen op meneer Xu's gezicht.

- De afgelopen jaren had ik vaak het gevoel gehad dat ik overspoeld werd door Chinese handdoeken, pannen, sokken, broeken en fietsen, of ik nu in Europa was, in Latijns-Amerika of in Laos. Nu pas realiseerde ik me wat de Chinezen zich voor de productie daarvan hadden moeten ontzeggen.

- De grootvader van Holly hield haar in die tijd van schaarste ook voor dat een mens niet veel nodig heeft. "Geluk is iets wat binnen in je zit." Maar in het huidige China werd daar anders over gedacht. "Het gaat nu alleen maar om Gezicht," mopperde Holly. Succesvolle Chinezen kleedden zich in bekende merken en aten in restaurants waar een maaltijd het maandsalaris van een arbeider kostte. "Omdat we vroeger allemaal zo arm waren," vergoelijkte Holly, "is het duurste nu nog niet goed genoeg. Het enige wat mensen kunnen bedenken is een Groot Gezicht." Dat kreeg je als je kostbare Rolex-horloges droeg of Armani-pakjes en handenvol geld uitgaf in dure restaurants.

- "Als kind droomde ik ervan ooit een heel ei te mogen eten," bekende de journaliste, maar haar ouders, ingenieurs, konden zich dat in die tijd niet veroorloven.

- Toen ik voor het eerst in China kwam was ik geschokt door wat ik zag: boeren gekleed in vodden die hersteld waren met tientallen opgenaaide lapjes, hongerige horden kinderen, een lamgeslagen economie. Mensen vertelden over jaren van verbanning, ontberingen en mishandeling tijdens de Culturele Revolutie, toen nog maar een paar jaar voorbij. De schade werd nu in razend tempo ingehaald. We zouden blij moeten zijn voor de Chinezen en dat was ik ook, maar ik wilde ook graag iets anders zien dan bouwputten.

- "En op politiek gebied," ging meneer Wang verder met een gewichtiger klinkende stem, "willen we een verantwoorde rol in de wereld spelen op het gebied van de vrede." Daarmee bedoelde hij, veronderstelde ik, dat China zich militair wilde kunnen meten met de grote wereldmachten, want wie kan beslissen over vrede, kan ook beslissen over oorlog.

- Meneer Zhao liet me de kopieën zien die hij gemaakt had van Schotmans boeken. ... "... en volgens mij beschrijft deze man wat hij zag, wie hij ontmoette en wat er gebeurde." Ik begreep niet waar hij op doelde. "Chinezen in die tijd deden dat niet," verduidelijkte meneer Zhao. "Die schreven over het gevoel dat ze hadden als ze ergens naar keken." "Bloemrijke woorden," was me nu duidelijk, "in de trant van; kraanvogels vliegen over het water, pijn doorboort mijn hart. Geen feiten." Meneer Zhao knikte ...

- "Was Deng Xiaoping een goede leider of een slechte leider?" vroeg ik. Meneer Zhao Ming verzuchtte uit de grond van zijn hart: "Zonder Deng Xiaoping was ik niemand. Zonder hem had ik nooit Engels kunnen leren. Zonder hem zat ik nu thuis met de deuren dicht."

- Ondernemingen verliepen volgens Clissold meestal als volgt: Er wordt een overeenkomst gesloten tussen een buitenlandse en een Chinese partner. De buitenlander levert investeringen, kennis en technici, de Chinees brengt mankracht in, land of gebouwen. De westerse investeerder komt na enkele maanden over en ziet: de fabriek, die hij zich vol machines had voorgesteld, is leeg. En het geld is op. Alles heeft tegengezeten, wordt hem verteld. Vergunningen zijn nog niet rond, de lokale autoriteiten stellen nieuwe eisen, de buitenlander krijgt het gevoel dat hij in drijfzand is gestapt. En wat blijkt dan: In een volgend dorp is een concurrerende fabriek gekomen. In hallen staat splinternieuwe apparatuur opgesteld. De eigenaar is degene met wie de westerse investeerder een contract heeft gesloten, maar dat is onmogelijk te bewijzen, want er zijn ook vele andere bij betrokken, zoals plaatselijke autoriteiten.

- " ... Maar het is tijdens de les verboden over geloof te spreken. Punt uit."Vreemd was dat wel, vond Don, want wie iets van de westerse literatuur wil begrijpen, moet enige kennis hebben van het christendom. "Dat zei ik tegen een Chinese collega van ons. Oké, reageerde ze, leg het me dan maar uit. Ik zei: Hoeveel tijd heb je? Een dag? Een week? Ze dacht dat ik het wel in een paar minuten kon uitleggen."

- Niets was vanzelfsprekend, hadden de Amerikanen geleerd in China. Alles moest worden uitgelegd. "Loop ik over de campus met een paar studenten," vertelde Don. "Ik groet de veger die ik elke dag een paar keer tegenkom. Zegt een van de studentes: "Tegen die man hoef je niet aardig te zijn, hij is maar een veger." "Nee, dat is inderdaad niet verplicht. Tegen jou hoef ik ook niet aardig te zijn. Maar ik ben het toch," reageerde ik."

- Die anekdote stelde mij gerust. Ik schatte hem begin veertig, en toen ik zijn hand schudde, vroeg ik mij even af, zoals altijd wanneer ik Chinezen van rond die leeftijd ontmoet, of hij wellicht een Rode Gardist was tijdens de Culturele Revolutie. Iemand die met het Rode Boekje in de hand leraren mishandelde of buren aangaf.

- "Zijn er ook rijke katholieken?" vroeg ik; de katholieken die ik in Shanxi ontmoet had, leken geen van allen over een hoog inkomen te beschikken. Pastoor Meng schudde beslist het hoofd. "Wie veel geld wil verdienen moet politiek bedrijven, connecties hebben, omkopen. Dat is een ander leven, een andere weg. Wij katholieken wijden ons aan ons geloof en daar word je niet rijk van."

- "En de jonge mensen in jouw land?" informeerde de vader belangstellend verder. "Waar geloven die in?" "Die zijn vooral individualistisch ingesteld," antwoordde ik. De vader knikte alsof hij zoiets wel had verwacht. "Ze geloven niet in de geest van de natie?" informeerde hij zorgelijk. "Nee," durfde ik wel te stellen. De chauffeur kwam me te hulp. "Als ze maar onderwijs volgen," zei hij, "dan komt het wel goed." "Ja," beaamde ik, "maar het probleem is dat velen hun opleiding niet afmaken en de school zonder diploma verlaten." Iedereen zoog ontzet de adem in. "Wat een schande voor hun familie!" zei Luke geschokt. De vader keek alleen maar bedroefd voor zich uit.

De slotzinnen uit het boek:
- In gedachten noteerde ik mijn verplichtingen jegens iedereen die ik gedurende dit verblijf ontmoet had. Wat kon ik doen voor wie? Op wie kon ik in de toekomst weer een beroep doen? Net als alle Chinezen moest ik nu een sociale boekhouding bijhouden.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 2 oktober 2024

Carolijn Visser: Miss Concordia

Carolijn Visser: Miss Concordia: Vrouwen in den vreemde (Nederland, 2006): 222 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
De eerste alinea van het voorwoord van "Miss Concordia" vertelt precies waar het boek over gaat:
- De vrouwen die in dit boek voorkomen, ontmoette ik gedurende de afgelopen twintig jaar tijdens mijn reizen door Europa, China, Australië en Noord-Amerika. Alle acht maakten ze, vanaf de allereerste ontmoeting, grote indruk op mij. Het waren vrouwen die door het lot in den vreemde waren beland en daar op bewonderenswaardige wijze wisten stand te houden. Met elk van hen probeerde ik contact te houden omdat ze zo vaak in mijn gedachten waren. Hun verhalen zijn voor mij bakens geworden waarmee ik me in de wereld en in de geschiedenis oriënteer. Als ik me een beeld probeer te vormen van de vooroorlogse Baltische staten, zie ik Edith von zur Mühlen voor me. Bij het woord Siberië denk ik aan Aime en Mai uit het Estse dorp waar ik ooit woonde. Ik kan geen woord over een gebeurtenis in de Chinese Culturele Revolutie lezen zonder me af te vragen wat Esther Jian op dat moment meemaakte. Het is alsof deze vrouwen mij altijd en overal vergezellen.
 
Citaten:
Over de restauratie van Rägavere:
- "Dit wordt een van de gastenbadkamers." Hammerbeck opende een deur naar een ruim vertrek dat geheel belegd was met wit marmer, afgebiesd met zwart-wit mozaïek. De jacuzzi, de douche en verschillende wasbakken moesten nog worden geïnstalleerd. "Ik heb gekozen voor een historisch verantwoorde restauratie, mét comfort," benadrukte Hammerbeck. Daarom was hij ook niet van plan antiekwinkels af te stropen naar meubels. "Die zijn allemaal oud en versleten. Ik koop alles nieuw." Hij was niet van plan het verleden te herscheppen. Elke kamer zou beschikken over een internetaansluiting en satelliet-tv.

- De volgende dag zou Bettine naar Melbourne vliegen om daar een vergadering bij te wonen van de kankerbestrijding waarin ze actief was. De tachtig gepasseerd, met een zeer been, moest ze zichzelf niet wat meer rust gunnen? Bettine wierp me een verwijtende blik toe. "Een mens moet zich nuttig maken," sprak ze me op besliste toon tegen. "Anders heeft het leven geen zin."

- Bijna vijftig jaar later, in 1986, schreef Esther op verzoek van de Chinese autoriteiten haar autobiografie. Die werd in Peking in het Engels uitgegeven onder de titel British Girl, Chinese Wife. Ik vond een exemplaar bij de Chinese boekhandel Ming Ya in Amsterdam.

- ... De wereld brandde, maar Esther probeerde zich aan andere zaken te wijden. Het was haar taak in het leven, schrijft ze in haar boek, haar man te steunen in zijn carrière. Zij deed het huishouden, raakte zwanger, breidde kleertjes en las Woman's Magazine.

- Aanvankelijk vond ik dat Esther er echt Brits uitzag, maar ze was in mijn ogen steeds meer Chinees gaan lijken. Haar gebaren, haar mimiek, de beleefde woorden waren Chinees, niet Europees. Alsof ze mijn gedachten kon raden, zei ze: "De mensen zeggen vaak: als je geen krullen had, was je net een Chinees." Chris vroeg wat ik vond van het boek van zijn moeder. Voordat ik antwoord kon geven zei Esther: "It is just a love story, a true love story."

- Oscar zette een tas vol studieboeken op de grond. Hij droeg een bril met een dik zwart montuur en schudde me vriendelijk lachend de hand. "Mijn grootmoeder liet mij vaak spelen met de porseleinen klompjes die ze van u had gekregen," begon hij beleefd.

- Daina en ik waren met elkaar bevriend sinds we elkaar dertien jaar geleden in de Transsiberië Expres ontmoetten. Onze haren dansten om ons heen, ik moest de tas waarin ik een slagroomtaart meedroeg, beschermen tegen de wind.
 In de verte doemde het houten huis op dat we samen hadden gekocht en waarin ik twee zomers en een winter had gewoond en dat me dierbaar was geworden. Aan het eind van mijn verblijf, vier jaar geleden al weer, was het pand en de bijbehorende appelboomgaard verkocht aan twee zusters uit Tallinn, die er met hun mannen en hun kinderen waren ingetrokken. Van een afstand leek het huis op een enorme roestbruine muts, omringd door zwarte akkers.

- De kolchoz hield de lammeren en de kalveren voor hun huiden. De sovjetstaat had een quotum opgelegd waaraan moest worden voldaan. "De lammeren die stierven, moest ik villen," zei Aime, huiverend bij de herinnering. "Soms leefden ze nog een beetje, maar we konden niet lang stilstaan in  de kou. Ik ging dan op het  dier zitten, sneed zijn huid open, klemde mijn mes tussen mijn tanden en stroopte de huid er met twee handen af. Al mijn kracht had ik daarvoor nodig." Ik zag haar voor me, haar handen en haar kleren onder het bloed. "Een kip slachten gaat nog wel, zo'n dun halsje doorsnijden stelt niet veel voor," vervolgde Aime, alsof ze bang was dat we haar te weekhartig zouden vinden. "Maar hoe groter het dier, hoe erger het is voor een kind. En een lam is een flink beest in de ogen van een negenjarige. Het akeligst was: ik móést die dieren villen. Als we een huid te kort kwamen, konden we naar een kamp gestuurd worden wegens het stelen van staatseigendom."
 
- Aimes broers leerden vallen maken waarmee ze marmotten en muizen vingen, die smaakten best.
 
- "Toen ik hier woonde hadden we het altijd over de toekomst," zei ik, "nu verdiepen we ons alleen nog maar in het verleden." "We worden ouder, dan krijg je dat," stelde Daina droog vast.
 
- "Het is net zoals toen je nog in de Heilige Geeststraat woonde," zei ik. In Tallinn zaten we ook altijd aan een ronde tafel in Larissa's keuken. Eerst nam ik Russische les bij haar, in de tijd dat ik in een huis op het Estse platteland woonde.  Later - ik was alweer teruggekeerd naar Nederland - kwam het appartement onder Larissa vrij. IK zocht een rustige ruimte waar ik aan een boek kon werken, dus ik greep mijn kans. Bijna een jaar lang waren Larissa en ik buren geweest. Totdat zij haar flat moest verkopen omdat ze ging scheiden.
 
- Sigrid nam iets van de boekenplank. "Mijn eerste jaren in Estland was dit mijn bijbel," zei ze en ze bladerde door een plakboek met Chinese knipsels. "Gisteren is voorbij, morgen is onzeker, daarom moet er vandaag hard gewerkt worden," vertaalde ze de karakters. "Zonnepitwijsheden noemen wij dat," verduidelijkte ze. Als je een zakje zonnebloempitten koopt, zit er vaak zo'n uitspraak bij.
 
- Sigrid was er niet van overtuigd dat de slechtheid van de mens zich zo makkelijk liet beteugelen, maar dat haar Michel onkreukbaar was, betwijfelde ze niet. "Hij is eerlijker dan de eerlijkste communistische partijleider in China," had ze het onderwerp droog besloten.
 
- "Dat hoeft niet uit te maken," zei ik. "Dingen waar niet over gesproken wordt, spelen ook een rol. Mijn grootmoeder had het idee dat ze beneden haar stand getrouwd was, dat heeft bepaald hoe ze mijn moeder opvoedde en dat had weer invloed op hoe die met mij omging." Sigrid keek afwijzend, ze was niet gewend om haar leven psychologisch te verklaren. De dingen waren zoals ze waren.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 30 september 2024

Carolijn Visser: Een tuin in de tropen

Carolijn Visser: Een tuin in de tropen (Nederland, 2005): 62 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
In "Een tuin in de tropen" wordt beschreven hoe een vrouw van in de vijftig terugkeert naar Costa Rica waar ze vroeger een aantal jaren heeft gewoond met haar toenmalige echtgenoot. Ze kan zich herinneren hoe ze daar een enorme tuin had waar ze van alles liet groeien.

Je zou het boekje kunnen afdoen als een slap verhaaltje. Inhoudelijk is het inderdaad misschien niet zo bijzonder, maar de ingetogen trefzekere stijl maakt het tot een novelle die zeer prettig is om te lezen. Heel anders dan de andere boeken van Carolijn Visser maar zeker de moeite waard.
 
Citaten:
- Het was nog donker toen ik wakker schrok van een schorre stem. "Estoy aqui! Estoy aqui! Ik ben hier!" Ik knipte het licht naast mijn hoofd aan, maar er was niemand in mijn kamer. Buiten voor het raam werd geroepen, ik kon de aftershave van een man ruiken. Luiken werden opengetrokken, vrachtwagens draaiden de straat in.
 Ik stond op en zag in de bundel van een koplamp hoe jonge mannen dozen en kratten uitlaadden. Het was marktdag vandaag. Of misschien was het hier wel altijd markt.

- Mijn man, mijn twee zoons en onze voortdurend wisselende knechten hadden altijd zoveel honger dat die niet te stillen leek. Ik gaf ze rijst en bonen, maar ook zelf gekweekte groenten. Vijf verschillende soorten hete pepers had ik in de tuin staan, uien, paprika's, avocado's. Ik koesterde mijn moestuin. Fruitbomen had ik ook, bananen, mango's en papaya's met hun stammen en bladeren van fluweel.

- Ik had geen spijt dat ik hem verlaten had. Maar het tropische schiereiland waar we hadden gewoond was de afgelopen tien jaar geen dag uit mijn gedachten geweest. Zou het waar zijn dat je meer kunt houden van een bepaalde plek dan van een man?

- In Australië had ik bijna een jaar lang met Bruce in een eenzaam huis vlak bij zee gewoond. Ik bracht mijn dagen door zoals op de finca met wassen, koken en mijn groentetuin. Bruce had me geholpen die aan te leggen. In het midden een hoog bed met verschillende soorten sla, komkommers en pompoenen. Daaromheen kleinere bedden met kruiden, en een heleboel verschillende pepertjes. Daar maakte ik sambal van die ik op een wekelijkse markt verkocht.

- Volgens Marcus hadden computers één groot voordeel. Als je geen trek in ze had, kon je de stekker eruit trekken. Was dat bij mensen ook maar zo!

- Ik dacht dat hij wel los zou komen als ik geduldig wachtte en veel voor hem overhad. Want mensen zijn net planten volgens mij, je hebt er die overal gedijen en geen zorg nodig hebben: paardenbloemen zeg maar. Een man als Bruce was meer een cactus, die bloeit alleen onder bijzondere omstandigheden. Maar als je steeds maar aandacht geeft en je ziet niet eens een knop ontstaan, word je moedeloos.

Patrick:
- "En bij volle maan ga ik op krokodillenjacht." In zijn tuin had hij een kajak liggen waarmee hij bij springtij de rivier op voer. De krokodillen dreven daar rond in zulke aantallen dat je ze voor het uitzoeken had. Als hij er een geschoten had, legde hij hem over de punt van zijn kajak en zo peddelde hij naar huis. De volgende dag stond er krokodil op het menu van het plaatselijke restaurant.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 29 september 2024

Carolijn Visser: Vroeger was de toekomst beter

Carolijn Visser: Vroeger was de toekomst beter (Nederland, 2004): 314 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
In "Vroeger was de toekomst beter" staan een aantal verhalen die gepubliceerd werden in de NRC of in een weekblad, maar nog niet eerder in boekvorm.

Carolijn Visser publiceerde haar eerste verhaal, over haar werk in een chocoladefabriek, in het Zaterdags bijvoegsel van het NRC Handelsblad in 1975, op 19-jarige leeftijd.

Haar verhalen gaan over tal van onderwerpen: Surinamers in Nederland, over haar klasgenoten van het Atheneum, over een Britse anarchist, over een Deen die 5 jaar in Amerika heeft rondgereisd, over Turken in Amsterdam, over gemengde huwelijken en ook een aantal verhalen over de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en China.
 
Citaten:
- De baan in een chocoladefabriek vond ik door een advertentie: "Meisjes gevraagd voor licht inpakwerk, gezellige werkkring".
 Eerst heb ik opgebeld, maar het was beter wanneer ik even langskwam. De hele buurt rond de fabriek rook naar chocolade. De bedrijfsleider vroeg me te gaan zitten in een fauteuil die speciaal voor zulke gelegenheden was aangeschaft. Hij vroeg naar mijn opleiding en mijn ervaring met ander werk. Ik heb gezegd, en dat heb ik de hele tijd dat ik daar werkte volgehouden, dat ik lagere school en daarna twee jaar huishoudschool had. Ik was bang dat hij mij, wanneer ik zou zeggen dat ik atheneum had gedaan, misschien niet zou aannemen. Bovendien zou er dan zeker een grote afstand zijn tussen mij en de andere meisjes uit de fabriek. Nooit zouden ze me vertrouwen, misschien zelfs nooit met me praten.
 Ik was achttien. Studeren wilde ik niet. Ik had er geen zin in van het ene beschermde wereldje naar het andere te stappen. Het leek me zinvoller te gaan werken in een fabriek om eens te zien hoe dat was.
 
Surinamers in Zeeland:
- Altijd die opmerkingen over de WW en Surinamers die toch niet willen werken: "Dat is niet waar. Alle mensen die hier zitten zouden niets liever doen. Alleen één keer hebben we een jongen gehad die meteen na z'n aankomst een uitkering opeiste. Hij zei dat hij geleden had onder driehonderd jaar slavernij, honderd jaar kolonialisme, en vijfentwintig jaar wanbeleid van de Surinaamse regering. Toen heb ik gezegd: "Je bent nog maar zesentwintig, dus die paar honderd jaar slavernij zullen wel meevallen.""

- Nu studeert hij wiskunde in Utrecht. "Ik las pas in de krant," zegt Kees, "dat een socioloog na een langdurig onderzoek vaststelde: "Als het regent blijven de mensen thuis." Kijk, om zoiets uit te vinden hoef ik geen jaren te studeren. Mijn vak is logisch ..."

Jacob Holdt ontdekt Amerika:
- Het is weleens gebeurd dat ik 's morgens een ontbijt kreeg van Jehova's getuigen, 's middags op mijn knieën lag te bidden met de boeddhisten en 's avonds in een moskee sliep.

- "Wanneer je bang, achterdochtig of onecht bent komen de slechtste kanten van andere mensen naar boven. als je eerlijk bent behandelt iedereen je goed, dat is eigenlijk mijn enige filosofie."

- Ik: "Robert Long heeft in de Volkskrant gezegd dat je als  homoseksueel per definitie niet bij een kerk moet horen omdat homo's daar al eeuwenlang veroordeeld worden."

De jonge partijlozen:
- "Veel jonge leraren bij ons op school zijn van die flowerpowerfiguren. Ze leven nog steeds in de Maagdenhuisdroom. Ze branden wat na in de klas, straks zijn ze uitgeblust. Ondertussen zitten wij ermee."

- Arnout Visser: "De oudere leraren gaan nog wel. Die houden hun eigen mening er tenminste buiten. Maar bij die jonge leraren is alle redelijkheid zoek." Jolanka: "Ze dringen het je zo op. We krijgen altijd dezelfde teksten voor onze neus." Arnout: "Vóór ontwikkelingshulp, tégen gevangenisstraf, tégen discriminatie." Jürgen: "Vóór communes. Volgens mij zijn die er al helemaal niet meer. Bovendien wil ik gewoon mijn eigen spullen hebben."
 
- Over een paar weken krijgen ze hun havo-einddiploma, als ze tenminste slagen. Daarna gaan ze "studeren voor de WW als die dan tenminste nog niet op is".

Het missiehuis:
- Wij sluipen onze slaapzaal binnen en kruipen in de krakende bedden. De evangelistische vrouwen hebben een klein boekje op ons hoofdkussen gelegd met hun boodschap erin. De allerdikste zegt giechelend onder de dekens: "Jesus is like Coca-Cola, he's the real thing."
 
- Op een zondagavond om halfnegen sta ik op het station van Amersfoort te wachten op de trein naar Moskou. Ik heb uitzicht op een automatiek. In kleine hokjes liggen kroketten eenzaam op een rij Hollands te wezen.
 
De Transsiberië-Express:
- Over het landschap dat onderweg te zien is had ik ook geen romantische voorstelling meer nadat ik het Siberisch dagboek van Karel van het Reve gelezen had. Siberië is de Veluwe in het groot, schrijft hij.
 Maar toch, zoals zoveel mensen had ik me voorgenomen om eens in mijn leven per trein dwars door de Sovjet-Unie heen te rijden. Op mijn vijftiende maakte ik dat plan. Een vriendinnetje van mij was er ook enthousiast voor. Maar zij was ondertussen antroposofe geworden en als ze een treinreis maakte, was dat van de ene biologisch-dynamische boerderij naar de andere. Er zat dus niets anders op dan alleen te gaan.
 
De Russische tekenaar:
- "Ik ben een satiricus," zegt Sysojev, "geen analyticus. En ik heb geen zin om te doen wat er nu van mij verwacht wordt: de draak steken met Brezjnev en Gorbatsjov steunen. Als satiricus ben ik per definitie tegen de huidige situatie en dat maakt mij natuurlijk niet geliefd. ..."

Pionieren in China:
- "Onderhandelen met de Chinezen duurt gewoon verschrikkelijk lang. Het contract waar ik eindelijk mee kon komen, werd weer helemaal opnieuw doorgekauwd. Toen heb ik op een gegeven moment gezegd - en zo'n moment moet je natuurlijk wel goed kiezen: ik steek nu mijn laatste sigaar op en jullie weten inmiddels hoeveel ik van sigaren hou; als deze op is, ga ik naar huis, nieuwe kopen. Binnen een paar minuten stond er toen zo'n mooie, rode stempel onder het contract."

- Een eindje verderop, in een donkere steeg, hebben mensen van het platteland hun waren uitgestald: kippen, ganzen, padden, krabben, gedroogde paddestoelen, lotuswortels en minuscule visjes. Het is een vreemde gedachte dat het voor sommige boeren tien jaar geleden onmogelijk was om aan olie te komen, of zeep, of lucifers, omdat elke vorm van handel kapitalistisch was en daarom verboden.

- Het verbaast mij dat ze het zo zien. Vorig jaar had elke student die ik sprak op het Plein veel goede woorden over voor wat er gebeurde in de Sovjet-Unie. Ik herinner me een discussie, precies een jaar geleden, op het Tiananmenplein tussen een Russische toerist en een Chinese student. Iedereen was op dat moment in afwachting van de komst van Gorbatsjov. "Woorden, woorden," zei de Rus over zijn eigen president. "Maar in onze winkels is niets te krijgen." "Jullie hebben perestrojka," zei de Chinees, "wij hebben geen politieke vrijheid."
 De bakens lijken nu verzet. Ik ben sinds tien dagen in China, maar ik heb nog niemand gevonden die Gorbatsjov als leidend voorbeeld ziet.

Hongqi:
- "We waren in een Oostenrijks dorp waar mannen aan het vissen waren in een riviertje. "Zit hier dan vis?" vroeg ik verbaasd, want in China zouden de boeren het met netten en dynamiet al lang leeggehaald hebben." Er was hem uitgelegd dat geen enkele hengelaar meer dan zeven forellen per dag mocht binnenhalen. "Dat vond ik het meest bijzondere van Europa," formuleert Hongqi bedachtzaam. "Er zijn regels waarop het onmogelijk is om toe te zien, en toch houden de mensen zich eraan. 's Nachts als er niemand anders op de weg is, stoppen ze toch voor een rood licht." Xiao Mai schudde ongelovig het hoofd. "Aan zulke zelfdiscipline ontbreekt het bij Chinezen," vervolgde Hongqi. "Daarom is het belangrijk dat de Chinese autoriteiten streng zijn. Control, in China we need strict control," besluit hij ernstig.

- "Wat is alles veranderd," zeg ik tegen Hongqi. "Iedereen ziet er tegenwoordig anders uit. De Cantonese jeugd is niet meer te onderscheiden van die in Hongkong." Hongqi lacht tevreden. We gaan winkel in, winkel uit om kleding, cd's en schoenen te bekijken. Ook al is het tien uur geweest, alle deuren zijn nog open, alle winkels worden fel verlicht. "Alles is er," stelt Hongqi tevreden vast. "Je ziet dat we nu een beter leven hebben." "Ja," beaam ik, "jullie kunnen veel spullen kopen, maar wordt een mens daar gelukkig van?" Hongqi lacht, hij merkt de calvinistische ondertoon in mijn vraag niet op. "Ja," zegt hij beslist, "daar ben ik van overtuigd."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 24 september 2024

Carolijn Visser: Tibetaanse perziken

Carolijn Visser: Tibetaanse perziken (Nederland, 2003): 300 blz: Uitgeverij Augustus

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ik kreeg in 2003 voor mijn 37e verjaardag "Tibetaanse perziken" cadeau. Ik las het enige tijd later voor de eerste keer. In 2016 las ik het opnieuw en schreef ik een bespreking voor mijn blog. Nu heb ik het voor de derde keer gelezen en mijn bespreking uit 2016 vrijwel ongewijzigd overgenomen.
 
Vanaf 2000 tot 2002 maakte Carolijn Visser 3 reizen naar Tibet.

In haar jeugd had Carolijn Visser gelezen over de Zeeuwse wereldreiziger Samuel van der Putte die in 1730 in Tibet was geweest. Van hem was bijna niets bewaard gebleven behalve een getekend landkaartje waarop een gebied ten oosten van Lhasa staat.

Tijdens een tocht naar een klooster ontmoet Carolijn een Tibetaanse: Dolma. In eerste instantie is Carolijn huiverig om contact te leggen (Iedereen kan een spion voor de Chinezen zijn), maar als zij even later op huisbezoek gaat bij Dolma sluiten de twee vrouwen al snel vriendschap. Samen met Dolma verkent ze Lhasa, ze komt onder meer in een discotheek terecht.

Dolma heeft ook Thomas ontmoet: een Duitse jongen van 28 die vloeiend Tibetaans spreekt. Samen met deze Thomas maakt Carolijn een reis naar het oosten van Tibet.

Op een volgende tocht reist Carolijn naar India af waar ze een klooster bezoekt waar de broer van Dolma zou wonen. Ook bezoekt ze Dharamsala, de residentie van de Dalai Lama, en brengt ze een bezoek aan een Tibetaans hotel in New Delhi.

Vervolgens maakt Carolijn met Dolma een reis naar China, naar Chengdu, naar een klooster. Aan het einde van het boek bezoekt ze ook nog een Chinese boeddhiste in Peking.

Enige citaten:

- Een jonge vrouw in spijkerbroek bleef voor me stilstaan. "Where are you from?" vroeg ze. Ik schrok ervan. Deze ochtend hadden verschillende Tibetanen me vriendelijk toegeknikt, maar niemand, kreeg ik de indruk, sprak een woord Engels. "My name is Dolma," vervolgde ze vriendelijk lachend.

- Gedurende de weken dat Thomas hier logeerde had hij tientallen verschillende kamergenoten gehad: Japanners, Nederlanders, Amerikanen. Na een paar dagen vertrokken ze meestal weer, hij bleef. "Lhasa voldoet niet aan hun verwachtingen," constateerde hij. "Ze komen met een romantisch idee in hun hoofd en willen onbedorven Tibetanen ontmoeten die de hele dag bidden en in nomadententen wonen. Als ze een monnik zien met een mobiele telefoon zijn ze teleurgesteld. "

- "Wat vindt Tsering Wonden van het weer?" riep ik. Thomas haalde zijn schouders op; geen vraag die hij wilde vertalen, begreep ik. "Tibetanen hebben geen mening over het weer," riep hij terug. "Het weer is er gewoon."

-  Ik vroeg welk dier hij het meest waardeerde: het paard of de jak. Tsering Dzamdul vond het moeilijk te kiezen. "Ze zijn allebei heel belangrijk voor ons, het ligt eraan wat je wilt doen." "Jaks gedragen zich erg schrikachtig," zei ik. "Het lijken mij lastige dieren." Dat was Tsering Dzamdul helemaal niet met me eens. "Ze hebben een erg goed hart," zei hij beslist. "Je moet alleen niet proberen om met één jak op stap te gaan." "Hoezo niet?" vroeg ik verbaasd. "Een jak wil niets alleen doen. Je moet er minstens twee bij elkaar hebben, anders verzetten ze geen stap." "Merkwaardig," zei ik. "Helemaal niet," verdedigde Tsering Dzamdul zijn dieren. "Ze houden van gezelschap, zo zijn ze nu eenmaal."

- Fred zocht een nieuwe cd uit en draaide het volume hoger: Bruce Springsteen. "Niet slecht." Hij zette een fles Qingtao voor me neer en begon een Samson-shagje te draaien. "Gisteren en vandaag een paar groepen die lange rondreizen hadden gemaakt. Tempelmoe zijn ze dan. En de noedelsoep komt ze de neus uit. Dus dan willen ze hier bijkomen met Cubaanse muziek en kipsaté met pindasaus."

- De beoefenaars van het boeddhisme interesseerden mij, de leer zelf niet zozeer. Het was als met goudzoekers: goud kon mij niet in vervoering brengen, wel de mensen die er koortsachtig naar zoeken.

- "Wij hebben de wereld drie dingen te bieden. Onze vorm van boeddhisme, Tibetaanse kunst en Tibetaanse medicijnen. Dat zijn de drie aspecten van onze cultuur waar buiten ons eigen land vraag naar is."

Carolijn Visser schrijft in onnadrukkelijk proza dat prachtig leest. Ik durf wel te stellen dat ik haar de beste schrijver in het Nederlands vind. Ze is erg ondernemend, gaat voor niemand uit de weg, stelt de juiste vragen en heeft het vermogen om vriendschap te sluiten met vrouwen uit verschillende vreemde culturen. Kortom, het is een genot om haar te lezen en dit boek beschouw ik als een van de hoogtepunten uit haar oeuvre. Warm aanbevolen!

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 20 september 2024

Carolijn Visser: De hele wereld

Carolijn Visser: De hele wereld: Een reis langs vijf continenten (Nederland, 2003): 476 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Carolijn Visser heeft "De hele wereld" in de zomer van 2003 samengesteld. Ze heeft daarbij gekozen voor verhalen uit eerdere verhalenbundels van haar en fragmenten uit boeken die een reis naar één land tot onderwerp hebben. Voor wie, zoals ik, alle eerdere boeken van Carolijn Visser heeft gelezen bevat "De hele wereld" vrij weinig nieuws. 
 
Er staan in totaal 12 nieuwe stukken in "De hele wereld", met een gezamenlijke lengte van 62 bladzijden die niet eerder in boekvorm zijn gepubliceerd. Hieronder: haar eerste gepubliceerde stuk over haar leven als studente pedagogiek in Amsterdam, een bezoek aan de metro in Londen, een bezoek met de organisatie "Women Against Pornography" aan een seksbedrijf in New York, een ritje met een bus vol toeristen langs de westelijke Jordaanoever en een bezoek aan een Turks ziekenhuis waar een Deense vriendin van Carolijn met darmproblemen ligt.

Zoals altijd bij Carolijn Visser is "De hele wereld" een zeer onderhoudend boek, misschien wel één van de meest geschikte boeken van Carolijn om mee te beginnen als je nog nooit wat van haar hebt gelezen. Ik geef een aantal citaten uit de inleiding van Reinjan Mulder:

Over haar eerste grote reis, naar Polen, in 1972 toen Carolijn zestien jaar was:
- Tegelijkertijd maakte ze in Polen voor het eerst kennis met een maatschappijvorm die sterk verschilde van de onze, het reëel bestaande socialisme. "Alles was daar anders. Ik was opgegroeid met de koude oorlog, we hadden thuis nog voorraden in de kelder voor als de bom viel, maar hier zag ik zelf de sjofele kantines waar de mensen cichoreikoffie stonden te drinken. Ik maakte kennis met de zwarte markt, zag handige jongens die overal hun voordeel mee deden, en hoorde over mensen met connecties."

Als studente pedagogiek:
- Ik had me van de wetenschap iets anders voorgesteld: geen propaganda, geen afstraffingen van een eigen mening, en geen stroomlijning van iedereen die uit de pas liep.

- Het stuk over de universiteit, hier voor het eerst herdrukt, werd het begin van een lange reeks stukken en boeken die doorloopt tot aan de dag van vandaag. "Ik had nooit gedacht dat schrijven een beroep kon zijn," zegt de schrijfster, "maar na dat tweede stuk dacht ik: dit is het. Het sprak me enorm aan, de vrijheid, de afwisseling, de haast en het directe."

- Toch was de achterpagina van de NRC bereid een serie verhalen te plaatsen nadat ze in haar eentje een reis door China had gemaakt. En die maakten in brede kring indruk. Hadden voor die tijd Nederlanders alleen maar in groepsverband en met officiële tolken de Volksrepubliek bezocht, haar stukken lieten zien hoe het er in werkelijkheid aan toe ging achter de Chinese muur.

- Nog steeds, zegt ze, kost het haar moeite om gebeurtenissen die eenmaal zijn verwoord opnieuw te formuleren in een andere vorm. Als het dik en doorlopend moet, dan maar liever in één keer goed geformuleerd. Dat is ook de reden waarom ze de laatste jaren een aantal boeken heeft geschreven die niet eerst als artikelen werden gepubliceerd: Buigend Bamboe, weer over China, Hoge bomen in Hanoi, over Vietnam, en over Estland Uit het moeras. En onlangs verscheen over Tibet Tibetaanse perziken.
 
- Doordat Carolijn zich overal snel thuis voelt en met heel veel mensen gesprekken aangaat, ziet ze in de vele landen op haar pad vaak meer dan degenen die er al jaren wonen of die er aan de universiteit hun specialisatie van hebben gemaakt.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 19 september 2024

Carolijn Visser: Uit het moeras

Carolijn Visser: Uit het moeras (Nederland, 2000): 287 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Carolijn Visser ontmoette in 1990 het Estische stel Aavo en Daina in de Trassiberië-Expres onderweg van Bejing naar Moskou. Ze raakten aan de praat en sloten vriendschap. In 1991 reisde Carolijn voor het eerst af naar Estland om Aavo en Daina op te zoeken.

Sinds dat eerste bezoek was Carolijn vaak in Estland. Ze kocht een oude school om daar een hotel van te maken, ze leerde Estisch en ze was er zowel 's zomers als in de koude winter. Ze voelde zich er helemaal thuis. "Uit het moeras" is een geweldig boek!
 
Citaten:
- Aavo zorgde ervoor minstens één keer per week te lunchen in het café tegenover de vleesfabriek van Poldeotsa, in de buurt van Párnu. Tegenwoordig is dat een verlaten bouwval en heeft niemand er meer iets te zoeken, maar toen ging er heel wat om. Arbeiders smokkelden gigantische filets en biefstukken onder hun kleren de poort uit. In de stinkende wc van het café werden ze tevoorschijn gehaald. Zo kocht Aavo tientallen kilo's eersteklas vlees voor een krats. 's Avonds in Tallinn ging dat voor het vijfvoudige van de hand.
 
In de Transsiberië-expres waarin Carolijn, Aavo en Daina ontmoette:
- En wat moesten we met onze eigen bagage? Vooral die van mij was omvangrijk. In Peking had ik een oud, zwartgelakt kastje gekocht waar vroeger een mandarijn zijn drank in vervoerde als hij op dienstreis was. In Shanghai had ik ellenlange lappen zijde aangeschaft en een koker met gouaches van een kunstenaar die ik bewonderde. Al met al een kilo of twintig, drie barstensvolle gestreepte plastic tassen.

- Aavo haalde zijn schouders op en maakte een relativerend gebaar: wat deed het er allemaal toe. "Nu kennen we ook mijn twee halfzusjes," zei hij lachend. Het was inderdaad vermakelijk: hij vond familieleden zoals een ander schelpen op het strand.

Carolijn bij de ambassade van Estland:
- "Heeft u een uitnodiging?" vroeg ze. Nee, legde ik uit, die had me zo snel niet kunnen bereiken, de post werd immers nog steeds via Moskou gestuurd. Er gingen weken overheen voordat een brief uit Estland Nederland bereikte. "Dat gaat allemaal veranderen," beloofde ze vriendelijk. Voor deze keer wilde ze wel een visum geven zonder uitnodiging. "Nr. 212", schreef ze in het stempel.

- Op mijn middelbare school was de Tweede Wereldoorlog het belangrijkste onderwerp van de geschiedenislessen geweest, maar er was met geen woord gerept over het lot van de Baltische staten. Ik kon slechts met twee wapenfeiten schermen: mijn grootvader had me ooit een Estlandse postzegel uit zijn collectie laten zien en als kind had ik in een muntenzaak een zilveren Estlands twee kroon-stuk vast mogen houden. "Dat land bestaat niet meer," had de handelaar gezegd.

- "De Sovjet-Unie hing van diefstal aan elkaar," vatte Aavo samen. "Iedereen stal en als er niets was om te stelen, stal je tijd. Dan kwam je gewoon niet of nauwelijks op je werk."

- In een uniformenfabriek sprongen mensen voor hem en Daina ter begroeting in het gelid. Daarna lieten ze de bontmutsen zien die ze maakten. "Toen hebben ze het mooiste wijf uit de fabriek getrokken en in een bontjas gehesen," vervolgde Rob, "Nerts, bever, weet ik veel, kostte geen fluit. We kregen een hele modeshow. Maar wat moet ik ermee? Als je in Amsterdam zo'n ding aantrekt krijg je zo een emmer verf over je heen." Ik keek zorgelijk naar de muts op mijn schoot. Zou me daar ook zoiets mee overkomen? "Nee, nee," zei Rob beslist. "Het is merkwaardig, maar over een muts windt niemand zich op, ik loop er al dagen mee rond."

- Ik had er altijd al van gedroomd een hotel te beginnen. In Estland het liefst in een Duits herenhuis, maar een oude school was misschien een goed begin.

- Ik trok een plattegrond van de oude school naar me toe. Het zou een hotel kunnen worden, maar ook een feestzaal, de ruimten waren groot genoeg. Ook overwoog ik om er een tijd zelf te gaan wonen. Ik voelde me hier thuis. Estland deed me aan Zeeland denken, de provincie waar ik ben opgegroeid. De zwarte akkers waar aardappelen aan ontworsteld moesten worden, kwamen me vertrouwd voor en dat de zee nooit ver weg was, stelde me gerust.

- Aavo wist dat hij van oneerlijkheid werd beticht en dat maakte hem razend. Hij had vaak uitgelegd dat voor de garage kosten werden gemaakt, zoals voor verwarming, een nachtwaker, een boekhouder. Iedereen dacht nog steeds dat zulke zaken gratis waren, zoals in de sovjettijd. "Waarom laat je hun de boekhouding niet zien?" Aavo zag daar het nut niet van in. "Dan denken ze dat ik er een dubbele boekhouding op na hou."

- ... Esther zag het ook. "Mannen op Hiiuma zijn slechts vier keer per jaar dronken," verzuchtte ze, "elke keer drie maanden achter elkaar."

- Tante Helen bracht een schaal met gerookte ham. Ze zette ingemaakte augurken op tafel, en tomaten met dille uit de tuin. Vello droeg een emmer melk binnen van de koe die in de schuur huisde. Daarna kreeg hij de opdracht eieren te gaan rapen in het kippenhok. De boter op tafel was zelfgekarnd en ook de zachte kaas was door tante Helen zelf gemaakt. "Alleen voor koffie, zout en suiker gaat ze naar Suuremoisa," zei grootmoeder zacht, het dichtstbijzijnde dorp, zes kilometer verderop.

- Buiten blafte Kahru. In de hal klonk gestommel. De deur zwaaide open en Eduard, met een Russische bontmuts op zijn hoofd, stapte binnen. "Kommen Sie," zei hij en wenkte met een enorme arm in een gewatteerde jas, "kommen Sie schnell. Oscar. Schwein." Hij maakte het gebaar van iemand de keel afsnijden. Het duurde even voordat ik zijn bericht begreep: hij ging een varken slachten en ik had ooit gezegd dat ik daar graag getuige van wilde zijn. Maar Oscar was toch het varken dat jaren geleden op tafel had gestaan, gerookt en gepekeld? "Alle Schwein Estland Oscar," bulderde Edu en hij wenkte weer.

- Toen was het grote moment aangebroken. De mannen verdwenen in de stal en sleepten het varken aan een touw naar buiten. De tractor stond al klaar, er werd een touw om de lift geslagen en het varken ging met zijn kop naar beneden de lucht in. Even krijste het dier, toen stak August het een mes in het hart. Eduard snelde toe met een emaillen emmer om het bloed op te vangen, voor de worst. Toen de stroom minder werd vulde hij nog een klein pannetje. Het varken was dood en had zijn gewimperde ogen gesloten. Eduard liep erop af, sloeg zijn armen om het dikke lijf heen en mompelde: "Oscar, Oscar." Het was zo'n intiem gebaar dat ik mijn ogen afwendde. Eduard had maandenlang eten voor het dier gemaakt, elke dag aardappelen voor hem gekookt, steeds gezorgd dat zijn trog vol was. Het varken bood hem nu zijn hammen. Een schuld werd ingelost.

- Daina zweeg even. "Toen ik met Aavo trouwde, was hij inkoper, snabzenets. Dat was een uitstekende baan in de sovjettijd, zoiets als manager bij IBM nu. Vroeger moest alles bij elkaar gescharreld, geruild, met steekpenningen verkregen worden. Aavo was daar heel goed in. Tegenwoordig wordt wat je maar wenst, voor de deur afgeleverd. Niemand heeft meer een snabzenets nodig."

- Daina en haar stiefvader zaten aan een piepklein tafeltje, geklemd tussen het aanrecht en een sovjetgeiser die eruitzag als een raket en een hels kabaal maakte.

- Net als alle andere Esten verbaasden Daina en Aavo zich erover dat het Westen maar hulp bleef geven aan Moskou. De Estlandse president Lennart Meri had daarover in een interview met een Amerikaanse krant gezegd: "Jullie denken dat als je de tijger steeds meer vlees geeft, hij vanzelf vegetarisch wordt."

- Het Estisch, net als het Fins en het Hongaars, staat als moeilijk bekend. Dat vond ik het ook, maar niet zo moeilijk als het Mandarijn-Chinees. Daarin had ik veel lessen gevolgd, met bedroevend weinig resultaat. Estisch ging me beter af. Na verloop van tijd kon ik eenvoudige gesprekjes voeren en mijn boodschappen doen zonder Engels te hoeven gebruiken. In het dorp reageerde iedereen verrast op mijn geringe kennis. "Jij bent hier nog niet zo lang, maar je begrijpt al meer van onze taal dan Russen die hier twintig jaar geleden gekomen zijn," kreeg ik vaak te horen.

- "Hus suvi," zei ik tegen de mensen die ik op weg naar het dorp tegenkwam. "Wat een mooie zomer!" Het nuchtere antwoord dat ik kreeg was iets in de trant van: "Ja, geniet er maar van, want hij is sneller voorbij dan je denkt." In de zomer had iedereen haast. Gedurende die paar maanden moest er veel werk worden verzet. Het hout voor de kachels moest gekliefd en opgestapeld worden in de schuur, de moestuin moest worden bijgehouden, de aardappelen geoogst, het dak gerepareerd, de riolering hersteld, de auto uit elkaar gehaald. En alles moest klaar voordat de eerste koude kwam en het leven weer zou worden lamgelegd. De zomer was de tijd waarin je je wapende tegen de winter.

- Toen ik met Andra frambozen aan het plukken was, zei ze: "We moeten er veel van eten, anders krijgen we van de winter spijt dat we er niet meer gegeten hebben."

 
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.