Carolijn Visser: Grijs China (Nederland, 1982): 100 blz: Uitgeverij Meulenhoff
"Grijs
China" is het debuut van Carolijn Visser en het is ook het eerste boek
dat ik van haar las. Destijds, in 1996, was ik niet zo onder de indruk
van haar boek. Inmiddels is Carolijn Visser uitgegroeid tot mijn
favoriete Nederlandstalige schrijver. Ik ben van plan om de
komende maanden op mijn gemak haar volledige oeuvre te (her)lezen.
In
1982 was Carolijn Visser een van de eerste westerse toeristen die in
haar eentje door China trok. Eerder waren er al wel georganiseerde
rondreizen door gedeelten van China geweest, waarbij de Chinese overheid
ervoor zorgde dat de toeristen een zo flatteus mogelijk beeld van hun
land kregen. Veel van die toeristen riepen dat China een soort van
paradijs op aarde was, niet gehinderd door enige werkelijke kennis van
de situatie in het land. Tegenwoordig is het haast onvoorstelbaar, maar
begin jaren 80 liepen nog veel westerlingen weg met voorzitter Mao en
zijn gedachtegoed.
Carolijn
kwam er op haar reis al snel achter dat de Chinese werkelijkheid niet
zo rooskleurig was. Er waren nauwelijks hotels, het eten was niet
bijzonder, de mensen waren overal onvriendelijk en er heerste vooral een
verschrikkelijke armoede. Niets te zien van dat zogenaamde paradijs.
Carolijn
Visser schrijft al in dit eerste boek van haar, zeer helder proza, met
geen woord teveel. Ze is ondernemend, ontmoet veel Chinezen met wie ze
contact legt, stelt de juiste vragen en is zeer empathisch. Ik had het
in 1996 niet goed gezien, "Grijs China" is een zeer geslaagd debuut!
Slechts één ding is storend aan mijn exemplaar van "Grijs China", het valt van ellende bijna uit elkaar.
- Een paar dagen later ontmoette ik in een café in Kowloon, het vasteland van Hongkong, een Fransman die net een maand in China was geweest, alleen. Hij gaf me het adres waar hij zijn visum gekregen had. Zijn verhalen over zijn reis klonken mij ongeloofwaardig in de oren. Soms had hij een dag lopen zoeken naar een hotel, voor het kopen van een treinkaartje was hij een paar keer twee dagen in de weer geweest. "Wie de weg kan vinden in China," zei hij, "zal nergens ter wereld ooit meer verdwalen."
-
... las ik in een reisgids dat het eens zo sobere China nu ook is
ge-Coca-Colaniseerd. Nog even, voorspelde de schrijver, en de miljard
Chinezen zitten dagelijks achter een Cola met een rietje. Dat vond ik
een nogal lachwekkende voorspelling. Cola was alleen te koop, had ik
vandaag gezien, in restaurants waar uitsluitend buitenlanders komen. Een
flesje kostte bovendien vijf jiao, het dubbele van een flinke warme
maaltijd, en het halve dagloon van de gemiddelde Chinees.
- "How are you," vraagt een jongen plotseling, wanneer ik 's avonds door de hoofdstraat loop.
Honderden
Chinezen flaneren over het trottoir; het geeft een schok door een van
hen in het Engels te worden aangesproken. De jongen stelt zich voor als
Yu en vraagt beleefd of ik al een treinkaartje heb voor mijn volgende
bestemming. Nee? Dan kunnen we goede zaken doen samen.
Hij
zal een treinkaartje voor me kopen voor de Chinese prijs. Dat zal me
een hoop geld besparen, omdat ik als "foreign friend", zoals
niet-Chinese toeristen worden genoemd, twee keer zo veel moet betalen.
- Waarschijnlijk kun je alleen in China de Russische architectuur mooi vinden, omdat de rest nog veel lelijker is.
In een hotel:
- Alles is vuil. Onder een van de bedden staat een po, tot aan de rand gevuld met drollen. Ik ga de dame halen die in de gang toezicht houdt en steeds de kamers voor de gasten openmaakt, want die krijgen zelf geen sleutel. De vrouw kijkt naar de po, haalt haar schouders op en loopt weg. Daar gaat ze niet over.
- We gaan aanleggen. Wuhan verschilt nauwelijks van de buitenwijken van Chongqing. De flats en fabrieken rond de baai zien er vervallen en kaal uit. Als er geen wasgoed voor de ramen hing en geen rook uit de schoorstenen kwam, zou je denken dat het hier een spookstad betrof die op instorten stond.
- Maar het land bestaat uit niet veel meer dan grijze, vervuilde steden en een doodarm platteland. China is helemaal geen vakantieland.
- Het museum van Xian is gevestigd in een gerestaureerde confuciaanse tempel. Dat wil zeggen: de buitenkant is vernieuwd, het prachtige, golvende dak is hersteld. Binnen echter heb je niet het gevoel in een oude tempel te zijn, maar in een fabriekshal. De vloer is van beton, de muren zijn kaal en grijs.
De collectie, die een van de belangrijkste van China genoemd wordt, is niet op zijn voordeligst geëtaleerd. De glazen vitrines zijn door de bezoekers beduimeld en sinds lang niet schoongemaakt, er is haast niet doorheen te kijken; bovendien zijn de beelden en de keramiek erin bedekt met een laag stof. Aan de wand hangen eeuwenoude Chinese prenten in plastic ingepakt, dat in de loop der tijden in plooien uitgezakt en vies geworden is, zodat er niet veel meer dan een vage voorstelling is te zien. Het complex is uitgestorven, terwijl het midden in het drukste deel van de stad ligt. De Chinezen mogen of willen hier niet naar binnen.
Een Amerikaanse:
-
In de afgelopen twee jaar heeft ze vaak last gehad van wat ze zelf
noemt, de "Peking-paranoia". Haar hotel wordt bewaakt: iedereen die er
binnengaat wordt gecontroleerd, de post wordt opengemaakt,
telefoongesprekken worden afgeluisterd.
-
Slechts een van de jongens werkt, op de administratie van een fabriek.
De anderen "wachten op werk", zoals werkloos zijn genoemd wordt in
China.
-
De ouders van Zhang en van zijn vrienden staan allemaal hoog op de
ladder in de hiërarchie van de Chinese Communistische Partij. "Zijn
vader," zegt hij, wijzend op een van de dansende jongens, "zit in de
allerhoogste top. Een paar maanden geleden waren we bij hem thuis omdat
zijn ouders naar Shanghai waren. Ze hadden daar een video-recorder staan
en toen iemand die aanzette, wist ik niet wat ik zag. Er kwam een
seksfilm op het scherm, uit Taiwan. Ze hadden er een heleboel, allemaal
verschillende, die heeft zijn vader meegenomen van reizen naar het
buitenland. We hebben de hele avond gekeken, we hebben er veel van
geleerd." Hij lacht verbitterd. "Daar zitten onze leiders dus naar te
kijken, terwijl ze tegen het gewone volk zeggen dat het schande is om
aan seks te denken. En als wij dansen, dan is dat decadent. Jaja."
-
Inmiddels zijn een paar stelletjes, die verlegen aan de kant hadden
gestaan, naar buiten geslopen. In de donkere omgeving van het huisje
staan ze te vrijen en te giechelen. Zhang lacht als ik over iemands
voeten struikel. "Sometimes," zegt hij dan weer somber, "young people in
Peking are little happy, only sometimes."
-
"Als die jonge mensen zo nodig alle luxe zaken willen hebben die in het
Westen te krijgen zijn, dan zullen ze ook zo hard moeten werken als de
Amerikanen, de Japanners of de Duitsers. Maar daar hebben ze geen zin
in. Voor een slecht loon lever ik slechte arbeid, zo redeneert onderhand
haast iedereen in China."
-
"Meyo, meyo (uitverkocht)," verzucht de Zwitser. Dat is vrijwel het
enige Chinese woord dat we allemaal geleerd hebben. Het is ons elke dag
talloze malen toegevoegd door chagrijnig personeel.
-
's Ochtends vroeg varen we de haven van Hongkong binnen. Links en
rechts van de zeearm steken witte nieuwe flats hoog in de lucht. Voordat
ik naar China ging had ik het een drukke, akelige stad gevonden. Nu
zien de nieuwbouwwijken eruit als een droom.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten