Posts tonen met het label Engels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Engels. Alle posts tonen

dinsdag 12 mei 2026

Dvd: Kes

Kes (Groot-Brittannië, 1969): 106 min: Regisseur Ken Loach
 
 
 
De sociaal bewogen Britse filmmaker Ken Loach staat bekend om zijn films over mensen uit de arbeidersklasse, mensen die het niet breed hebben. Al zijn films hebben een trieste ondertoon wat ze vaak erg heftig maakt om te zien. Ik heb een stuk of tien films van Ken Loach gezien, waarvan zijn vroege film "Kes" mijn favoriete film is. Ook "Kes" is een erg heftige film. 
 
Billy Casper is een 15-jarige jongen die uit een mijnwerkersgezin komt. Zijn vader is mijnwerker (hij komt niet in beeld) en zijn oudere broer Judd is ook mijnwerker. Billy heeft het niet gemakkelijk, hij wordt verwaarloosd door zijn moeder, gepest op school en ook nog eens regelmatig  geslagen door zijn broer.
 
Billy is goed met dieren. Hij heeft ooit een vos grootgebracht en ook verschillende kleinere vogels. Op een dag ziet hij een torenvalk [In het Engels Kestrel] vliegen en vraagt hij zich af of hij een torenvalk kan africhten. Hij steelt bij de tweedehands boekhandel een boek over torenvalken, haalt een jonge torenvalk uit haar nest en traint haar. 
 
De scènes met de torenvalk zijn prachtig, alsmede als hij over haar vertelt tijdens de les. Overige scènes op school zijn erg heftig en doen mij blij zijn met de scholen die ik heb gehad.
 
Op IMDB krijgt "Kes" van 26.000 mensen een waardering van 7,9.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 15 januari 2026

Alfred Russel Wallace: Het Maleise eilandenrijk

Alfred Russel Wallace: Het Maleise eilandenrijk (Groot-Brittannië, 1869): 679 blz: Vertaald door Ruud Rook (1996): Uitgeverij Atlas
 
 
 
"Het Maleise eilandenrijk" van Alfred Russel Wallace wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste reisverhalen uit de 19e eeuw.
 
Alfred Russel Wallace was een bioloog die tegelijkertijd met Charles Darwin op het idee van evolutie kwam. Het verschil tussen hen beiden was dat Wallace in een creatieve flits kwam tot een schets van hoe evolutie volgens hem verliep terwijl Darwin al 20 jaar met het idee bezig was en uitgebreid alle voors en tegens had overdacht.
 
Wallace deelt het eilandengebied in vijf regio's in:
1): De Indo-Maleise eilanden: bestaande uit het schiereiland Malakka en Singapore, Borneo, Java en Sumatra.
2): De Timor-groep: bestaande uit de eilanden Timor, Flores, Sumbawa en Lombok, alsmede verscheidene kleinere eilanden.
3): Celebes (tegenwoordig Sulawesi genaamd).
4): De Molukken.
5): De Papoease groep: bestaande uit Nieuw-Guinea alsmede de Aroe-eilanden en verscheidene andere eilanden.
 
Van iedere regio beschrijft Wallace zijn reizen door dat gebied, terwijl hij steeds afsluit met een hoofdstuk over de natuurlijke historie van het besproken gebied.
 
In "Het Maleise eilandenrijk" doet Wallace verslag van zijn verblijf gedurende de jaren 1854-1862 in wat toen Maleisië heette (tegenwoordig spreekt men van Indonesië). Wallace was van arme afkomst en moest om zijn reis te kunnen bekostigen dieren verzamelen. Dat deed hij met ongekende overgave, een groot deel van zijn boek wordt gevuld met beschrijvingen van vangsten van vooral vogel-, vlinder- en keversoorten. Hij verzamelde 1000 soorten vogels en 7000 soorten kevers en vlinders. Daar zaten een aantal nieuwe soorten bij waarvan er ook enkele naar hem vernoemd zijn, waaronder een soort paradijsvogel.
 
Wallace ontdekte dat er een grens liep tussen Bali en Lombok en ten oosten van Celebes ten westen en oosten waarvan de dierenwereld flink verschilde. Deze grenslijn wordt sinds die tijd de Wallace-lijn genoemd.
 
Verder schrijft Wallace over zijn ontmoetingen met het Maleise en Papoease mensenras. Geheel in de trant van de 19e eeuw beschrijft hij deze als lui en een treetje lager op de evolutieladder staand dan de  westerse mens.

Hij schrijft ook over de jacht op de orang oetans, over de doerian, over bamboe en over de productie van sago.
 
Kenmerkend voor de onbevooroordeelde blik waarmee Wallace kijkt is dat hij het Nederlandse cultuurstelsel als het beste systeem beschouwt dat hij kent in de koloniën.
 
Ook is Wallace enthousiast over de waterklok (een halve kokosnoot met onderin een gaatje die geleidelijk volstroomt met water) en vindt hij reizen met de inheemse prauw gerieflijker dan met een stoomboot, die toch als een hoogtepunt van de westerse beschaving wordt beschouwd.
 
Wallace sluit het boek af met een beschouwing over Engeland, het rijkste land ter wereld waarin desondanks tien procent van de bevolking in armoede leeft of van de misdaad.  
 
Het is een erg onderhoudend boek waarin de vele opsommingen van verzamelde dieren soms wat langdradig zijn. De vertaling van Ruud Rook leest uitstekend.
 
Citaten:
- De Chinese bazaar telt honderden winkeltjes die een veelzijdige verzameling ijzerwaren en manufacturen te bieden hebben, veelal tegen wonderbaarlijk lage prijzen. Men kan er fretboortjes kopen voor een stuiver per stuk, vier bollen wit katoendraad voor een halve stuiver, en pennemesjes, kurketrekkers, kruit, schrijfpapier en vele andere artikelen kosten hetzelfde of zijn goedkoper dan in Engeland.
 
- Laat in de middag bereikten we Sodos, gelegen op een heuvelrug tussen twee rivieren, maar omringd door fruitbomen, zodat er van het landschap weinig te zien was. Het huis was ruim, schoon en gerieflijk, en de mensen waren erg voorkomend. Veel vrouwen en kinderen hadden nog nooit een blanke gezien en betwijfelden of ik overal dezelfde kleur had als in mijn gezicht. Ze smeekten me om mijn armen en lichaam te ontbloten en waren zo aardig en vrolijk dat ik me verplicht voelde om ze enigszins tegemoet te komen, zodat ik mijn broek optrok en mijn been liet zien, waarna ze dit lichaamsdeel belangstellend onderzochten.
 
Over de doerian:
- Het vruchtvlees is het eetbare deel, en de consistentie en smaak zijn onbeschrijflijk. Machtige boterachtige custardvla, op smaak gebracht met amandelen, is nog de beste beschrijving, maar dan bijgemengd met wat vleugjes van smaken die doen denken aan roomkaas, uiensoep, brown sherry en andere onverenigbare zaken.
 
Over bamboe:
 - Bamboe groeit in bijna alle tropische landen, en overal waar het algemeen is maken de inlanders er op de meest uiteenlopende manieren nuttig gebruik van. Bamboe is sterk, licht, glad, recht, rond en hol, men kan het makkelijk en netjes splijten, het groeit in alle mogelijke lengtes, het laat zich probleemloos kappen en men kan er makkelijk gaatjes in boren, het is uitwendig keihard, heeft geen uitgesproken smaak of geur, komt overvloedig voor en groeit en vermeerdert zich snel. Stuk voor stuk eigenschappen die het geschikt maken voor talloze toepassingen, waarvoor andere materialen veel meer werk en toebereidselen zouden vergen.
 
- De inlanders leven (in elk geval tijdens de natte moesson) uitsluitend van rijst, zoals de arme Ieren van aardappelen. Een groot deel van het jaar eten ze tweemaal per dag een pan kurkdroog gekookte rijst met zout en rode pepers en verder niets.
 
Over de prauw:
- In de loop van die vier sombere dagen had ik het heel prettig in dit knusse hokje - prettiger dan het geval zou zijn geweest als ik dezelfde tijdsduur opgesloten zou hebben gezeten in de protserige en ongezellige eetzaal van een eersteklas stoomboot. Want wat rook alles fris aan boord - geen verf, geen teer, geen nieuw touw, geen vet (voor wie er gevoelig voor is, de afschuwelijkste geur van allemaal), olie of vernis, maar in plaats daarvan bamboe en rotan, kokostouw en dakbedekking van palmbladeren, louter zuiver plantaardige vezels, die aangenaam ruiken, als ze al ruiken, en rustige tafereeltjes in het groene en schaduwrijke bos voor de geest roepen.

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.


vrijdag 9 januari 2026

Ernest Shackleton: Zuid

Ernest Shackleton: Zuid (Groot-Brittannië, 1919): 404 blz: Vertaald door Inge Kok (1999): Uitgeverij Atlas: Eerdere vertaling door L.G. Robberecht (1987): Uitgeverij Hollandia BV 
  
 
 
"Zuid" is het verhaal van de beroemde Zuidpoolexpeditie uit de jaren 1914-1917 onder leiding van sir Ernest Shackleton.

Shackleton was een ervaren poolreiziger. In 1902-1903 had hij deelgenomen aan een Zuidpoolexpeditie onder leiding van kapitein Robert Falcon Scott. Hij ging samen met Scott op weg naar de Zuidpool, maar kreeg scheurbuik en moest geëvacueerd worden.

Deze mislukking belette hem niet om in 1908 voor een tweede maal naar het Zuidpoolgebied af te reizen, ditmaal als leider van de expeditie. Hij kwam tot op 160 km van de Zuidpool, maar moest omkeren omdat de trekpony's dood waren en er te weinig voedsel over was. In tegenstelling tot Scott 2 jaar later slaagde hij er wel in om alle expeditieleden veilig thuis te brengen.

In 1914 nadat de Zuidpool bereikt was door zowel Amundsen als Scott was er nog een huzarenstuk mogelijk, een doorsteek van de ene kust van Antarctica over de Zuidpool naar de andere kant van Antarctica.

Net na het begin van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 ging Shackleton op pad met 2 boten: met de Endurance onder leiding van hemzelf en met als kapitein Frank Worsley, en met de Aurora. Shackleton zelf zou met een groep Antarctica oversteken vanuit de Weddellzee, de andere groep van de Aurora zou vanuit de Rosszee voedsel en brandstofdepots aanleggen tot aan de 83e breedtegraad om de oversteek mogelijk te maken.

Het liep anders. De depots werden met veel moeite uitgezet door de groep vanuit de Rosszee, maar de Endurance kwam vast te zitten in het ijs van de Weddellzee. De boot werd verlaten op 27 oktober 1915 en zonk uiteindelijk op 21 november.
Shackleton had er lang over na gedacht hoe hij de groep veilig terug naar huis zou brengen. Er werden 3 reddingsboten, de honden en een deel van de voedselvoorraden gered. Persoonlijke bezittingen werden bijna alle achtergelaten.

Gedurende enkele maanden zat het team vast op een grote ijsschots. Uiteindelijk voeren ze naar Elephant eiland. Daar bouwden ze een provisorische hut.

Terwijl het grootste deel van de groep daar achterbleef onder leiding van Frank Wild, ging Shackleton met Frank Worsley en 4 anderen in de James Caird (een van de 3 boten) op weg naar Zuid Georgië, zo'n 1000 km verderop. Na een zeer moeilijke bootreis landden ze uitgeput op Zuid Georgië en daar moesten ze nog een tocht maken over een indrukwekkende bergrug met gletsjers om in veiligheid te komen.

"Zuid" is een ongelofelijk avonturenverhaal, het is waarschijnlijk de meest indrukwekkende overlevingstocht ooit beschreven. De stijl van Shackleton is niet zo bijzonder, maar dat geeft niet, ik in ieder geval bleef van begin tot eind geboeid lezen. De speciale kwaliteiten van Shackleton als leider komen in kleine details naar voren.

Roland Huntford heeft een prachtige biografie over Shackleton geschreven, waarin het verhaal van deze tocht uitgebreid verteld wordt.
Alfred Lansing heeft deze tocht opnieuw beschreven in "Endurance".
Frank Worsley heeft de boottocht met de James Caird beschreven in "Shackleton's boat journey".
In 2000 heeft de expeditiereiziger Arved Fuchs samen met drie metgezellen de boottocht en tocht door Zuid Georgië overgedaan. Het boek van deze reis is "In de schaduw van de Zuidpool".
Ook is er een prachtige verfilming van het leven van Shackleton gemaakt door Kenneth Branagh. 
 
De eerdere vertaling van Uitgeverij Hollandia heeft als extra's een voorwoord door Boudewijn Büch, een register en een 17-tal foto's waaronder een prachtige van de Endurance die tot ondergang gedoemd is. 
 
Citaten:
- De enige vorm van tegenprestatie of privilege waarover een ontdekkingsreiziger beschikt om zijn dankbaarheid voor de hem geboden hulp uit te drukken, bestaat eruit de ontdekte gebieden te noemen naar de mensen aan wie de expeditie haar bestaan dankt.
 
- Pakijs kan worden omschreven als een gigantische, oneindige legpuzzel van de natuur. In los pakijs zijn de puzzelstukken enigszins uit elkaar gedreven en door elkaar geraakt, maar op talrijke plaatsen zijn ze weer tegen elkaar gedrukt, en als het pakijs zich verder sluit, worden de gebieden die verstopt zitten groter en worden de stukken harder tegen elkaar geklemd, tot het uiteindelijk "gesloten" pakijs wordt wanneer de hele puzzel zo sterk tegen elkaar is gedrukt dat hij met zorg en inspanning in alle richtingen te voet kan worden doorkruist.
 
- De viering van Kerstmis werd niet vergeten. Om middernacht werd aan iedereen aan dek grog uitgedeeld. Bij het ontbijt was er opnieuw grog voor diegenen die om middernacht in hun kooi hadden gelegen. Orde-Lees had de longroom met vlaggen versierd en had voor iedereen een klein kerstcadeautje. Sommigen hadden cadeaus van thuis die moesten worden uitgepakt. Later was er een werkelijk fantastisch  diner van schildpadsoep, sprot, hazenpeper, kerstpudding, appelgebakjes, dadels, vijgen en gekonfijte vruchten, waarbij rum en donker bier werd gedronken.
 
- We verloren nog steeds enkele honden door wormen en het was jammer dat de artsen niet de juiste medicijnen hadden. De ervaren Canadese hondendrijver die ik voor mijn vertrek naar het zuiden had aangenomen, had voor wormpoeder moeten zorgen en toen die man niet met de expeditie was meegegaan, was dat punt over het hoofd gezien.
 
- We wisten dat de Endurance hecht was en voldeed aan alle eisen, maar geen enkel schip dat door mensen was gebouwd, kon het overleven als de schollen er werkelijk greep op kregen en het beletten omhoog te komen naar het oppervlak van het schurende ijs.
 
- ... De petroleum laaide fel op onder het vat van drieëntwintig liter dat we als pan gebruikten, en de warme melk was vlug klaar. Daarop gingen we als drie reddende engelen met de levenwekkende drank de tenten af, en we waren verbaasd en een tikje geërgerd door de nuchtere manier waarop sommige mannen deze bijdrage aan hun gerief accepteerden. Ze beseften niet helemaal hoeveel werk we op de vroege ochtend voor hen hadden verzet en ik hoorde Wild zeggen: "Als er nog laarzen moeten worden schoongemaakt, hoeven de heren ze slechts buiten te zetten!"
 
- De kok stak het spekfornuis aan en even later, toen ik om de hoek van het fornuis zat, hoorde ik iemand zeggen: "Ik houd van sterke thee, kok." Een ander deed ook een duit in het zakje: "Ik heb liever slappe thee, kok." Het was prettig om te weten dat ze zich geen zorgen maakten, maar dit leek me het juiste ogenblik om mee te delen dat iedereen dezelfde thee zou krijgen en dat we boften als er over twee maanden überhaupt nog thee was. Dit incident leek me toen van psychologisch belang. Hier waren mannen wier schip was vernietigd, die bivakkeerden op de onstabiele schollen en die zo te zien niet veel kans hadden om in veiligheid te komen, maar ze richtten zich kalm op de bijzaken van hun bestaan en besteedden aandacht aan zulke onbenulligheden als de sterkte van hun thee.
 
- "... Onze lepels behoren hier tot de onontbeerlijke bezittingen. Het zou voor ons bijna even erg zijn om een lepel kwijt te raken als voor een tandenloze om zijn kunstgebit te verliezen."
 
- Iedereen was heel opgewekt. We werden allemaal opgefleurd door het vooruitzicht dat er een eind zou komen aan de sleur van het leven op de schol. Iemand schreef in zijn dagboek: "Het is een hard, ruig en vrolijk bestaan, dat marcheren en kamperen; we wassen noch onszelf, noch de vaat, en we kleden ons niet uit of om. We krijgen in elk geval te eten, altijd doortrokken van spekrook, slapen bijna op de kale sneeuw en werken zo hard als het menselijk lichaam bij een minimum aan voedsel maar kan." 
 
- Ik geef toe dat de last van de verantwoordelijkheid zwaar op mijn schouders drukte, maar aan de andere kant was de houding van de mannen voor mij een stimulans en een bemoediging. Eenzaamheid is de keerzijde van leiderschap, maar de man die de besluiten moet nemen, wordt enorm geholpen als hij het gevoel heeft dat de mensen die hem volgen niet inwendig aan hem twijfelen en dat zijn bevelen vol vertrouwen en in de hoop op succes zullen worden uitgevoerd.
 
- Toen de storm die nacht op zijn hoogtepunt was, kocht Cheetham lucifers van mij voor flessen champagne, een fles per lucifer - te goedkoop, ik had twee flessen moeten rekenen. De champagne wordt uitbetaald als hij zijn "pub" in Hull opent en ik in de gelegenheid ben daar aan te gaan ...
 
- Met die gedachte in mijn hoofd bereikte ik mijn tent en viel ik in slaap op de grond vol keien, die een prettig gevoel van stabiliteit gaf. De sprookjesprinses die niet op haar zeven donsmatrassen wilde rusten omdat er een erwt onder de stapel lag, had wellicht niet begrepen dat we allemaal genoegen beleefden aan de zware stenen, die onmogelijk onder ons konden breken of wegdrijven; doordat we overal bulten voelden, werden we er juist aangenaam aan herinnerd dat we veilig waren.
 
- Vervolgens liet ik de kok vervangen door iemand die de wens had geuit zich neer te leggen om te sterven. De taak om het vuur in de kombuis brandend te houden was zowel lastig als inspannend en leidde zijn gedachte af van de kansen op een snel einde. Even later trof ik hem aan terwijl hij uiterst serieus bezig was een paar uiteraard niet al te schone sokken te drogen die dicht bij onze avondmelk waren opgehangen.
 
Op Zuid Georgië:
- Terwijl het kamp werd ingedeeld, beklommen Crean en ik de helling met beemdgras achter het strand en we bereikten de top van een kaap die over de zeearm uitkeek. Daar vonden we albatrosnesten en tot onze grote vreugde zaten er jonge vogels in. De vliegvlugge dieren waren dik en vet, en we besloten zonder aarzelen dat ze jong zouden sterven.

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 30 november 2025

Don McCullin: India

Don McCullin: India (Groot-Brittannië, 1999): 132 blz: Uitgeverij Jonathan Cape
 
 
 
Alles klopt aan het voorbeeldig uitgegeven "India" van de Britse fotograaf Don McCullin. Het boek is een prachtige gebonden hardcover met een geweldige foto op de voorzijde, die ook op de losse stofomslag staat. De teksten in het boek zijn uitstekend, bondig en informatief. En, ook niet onbelangrijk, de zwart-wit foto's zijn prachtig afgedrukt en geven uitstekend de sfeer van het land weer.
 
Don McCullin is vooral bekend als oorlogsfotograaf. Dat is ook wel te zien aan "India" waarin behalve vele prachtige portretten ook veel onaangename zaken te zien zijn, zoals bedelaars op straat en zieke en dode mensen. Hierdoor werkt dit boek veel meer confronterend dan bijvoorbeeld de boeken van Olivier Föllmi die ik pas heb besproken.
 
Voor een aantal afbeeldingen uit "India", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 10 november 2025

Dvd: Civilization

Civilization (Groot-Brittannië, 2011): 288 min: Geschreven en gepresenteerd door Niall Ferguson
 
 
 
"Civilization" is een ambitieuze BBC-documentaire waarin de Britse Harvard-professor Niall Ferguson uitlegt waarom de westerse beschaving de laatste 500 jaar zo dominant is geworden. Ferguson noemt 6 factoren die volgens hem van beslissend belang zijn geweest in het overwicht van het westen: concurrentie, wetenschap, democratie en recht van eigendom, westerse geneeskunde, consumentisme en als laatste de protestantse ethiek van hard werken en zuinig leven.

Rond 1400 zag het er niet naar uit dat Europa (en later de Verenigde Staten) zo'n dominante rol zou gaan spelen. In die tijd was China veruit het meest ontwikkelde land op aarde en Europa was een achtergebleven continent. Maar vanaf halverwege de 15e eeuw waren de ontwikkelingen in Europa in toenemende mate doorslaggevend voor de hele wereld.
 
"Civilization" is een zeer onderhoudende serie waarin men in 6 afleveringen van 48 minuten door de wereldgeschiedenis van de 15e eeuw tot nu, raast. Aanbevolen voor iedereen die enigszins in de grote lijnen van de geschiedenis is geïnteresseerd.
 
Op IMDB staan geen waarderingscijfers van "Civilization".
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 2 november 2025

Rankin: Heidilicious

Rankin: Heidilicious (Groot-Brittannië, 2009): 144 blz: Uitgeverij teNeues
 
 
 
Voor de meeste mannen zal hun droomvrouw zo iemand zijn als Heidi Klum: slank, een regelmatig gezicht, een innemende glimlach, stralende ogen, weelderig lang blond haar, mooie borsten, een strak kontje en lange benen en armen. "Heidilicious" het boek van de Britse fotograaf Rankin met foto's van het Duitse supermodel Heidi Klum past mooi in het rijtje boeken dat ik heb met foto's van supermodellen als: Gisele Bundchen, Naomi Campbell, Kate Moss en Claudia Schiffer.
 
Ik kon mijn exemplaar van "Heidilicious" erg goedkoop aanschaffen, vermoedelijk omdat er een sterke rooklucht aan het boek zit. Het staat buiten kijf dat Heidi Klum een zeer mooie vrouw is. Op de foto's in dit boek ziet Heidi Klum er zeer sexy uit. Maar, zoals een vriend van mij terecht opmerkte, een model hoeft er niet per se uit te zien alsof ze een half uur geleden seks heeft gehad met de fotograaf.

Hoewel Heidi zoals gezegd een zeer mooie vrouw is en de foto's haarscherp en goed belicht zijn, ben ik toch niet zo enthousiast. Voor mijn gevoel ontbreekt er een zekere spanning in de foto's, maar dat kan natuurlijk ook het gemopper van een oude zeur zijn die niet genoeg heeft aan mooie foto's.
 
Er is op YouTube een filmpje van een zekere Photobook Guy die het boek doorbladert. 
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 14 april 2025

Dvd: Revolutionaire denkers uit de oudheid en de moderne tijd

Revolutionaire denkers uit de oudheid: Socrates, Confucius & Boeddha (Groot-Brittannië, 2016): 3 X 59 min: Gepresenteerd door Bettany Hughes
 
Revolutionaire Denkers Uit De Oudheid (DVD)
 
Revolutionaire denkers uit de moderne tijd: Nietzsche, Marx & Freud (Groot-Brittannië, 2016): 3 X 59 min: Gepresenteerd door Bettany Hughes
 
Revolutionaire Denkers Uit De Moderne Tijd (DVD)
 
Het kost veel tijd, vakmanschap, kennis en energie om een televisieprogramma van één uur te maken, waarin een samenhangend verhaal verteld wordt over het leven en werk van een beroemd persoon, dat ook nog eens toegankelijk en onderhoudend genoeg is voor een groot publiek. Bij de BBC zijn ze ware meesters in het maken van dergelijke programma's.
 
Ik heb de afgelopen dagen twee BBC-documentaires gezien met elk drie afleveringen van net geen uur. Ze zijn er uitstekend in geslaagd om de belangrijkste wapenfeiten uit het leven en werk van de behandelde personen op een toegankelijke wijze te presenteren.

Als je zo'n programma bekijkt vallen onmiddellijk de voordelen op van televisie boven het lezen van een boek. De meeste mensen zijn visueel ingesteld, en plaatjes blijven over het algemeen veel beter hangen dan lappen tekst. Bij de televisie krijg je mee waar de mensen leefden met beelden van de stad, je ziet hun uiterlijk door standbeelden en foto's en je kunt vragen stellen aan deskundigen. De hoeveelheid tekst in één programma is zeer beperkt, ik schat ongeveer 6 bladzijdes A4, maar het zijn 6 inleidingen, zeer onderhoudend gepresenteerd door Bettany Hughes, die toch wel een flink aantal mensen zullen aanzetten om meer te weten te komen over de besproken personen.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 25 februari 2025

Dvd: Fawlty Towers

Fawlty Towers (Groot-Brittannië, 1975): 6 uur: Geschreven door en met John Cleese en Connie Booth
 
Fawlty Towers - Nederlands Ondertiteld -
 
"Fawlty Towers" is ongetwijfeld de meest geniale komische serie die ooit voor de televisie is gemaakt. Naar verluidt hield John Cleese met het team van Monthy Python vakantie in een hotelletje in een klein Engels kustplaatsje, waar hij de gastheer zag stuntelen, en hij besloot dat gestuntel op te schrijven en te gebruiken voor een nieuwe komische serie.
 
In "Fawlty Towers" hebben we te maken met 4 hoofdpersonen. Je hebt de nukkige baas en gastheer van het hotel Basil Fawlty (John Cleese), zijn vrouw Sybil, die als enig normaal persoon van de 4 een beetje detoneert. Verder heb je twee hulpen, Polly (Connie Booth, die destijds getrouwd was met John Cleese en ook heeft meegeschreven aan de serie) en natuurlijk Manuel uit Barcelona die zeer gebrekkig Engels spreekt en steeds niet begrijpt wat hij moet doen (gespeeld door de Britse acteur Andrew Sachs)
 
Ik heb de hele serie inmiddels meerdere keren gezien. Als ik kijk kom ik vaak niet meer bij van het lachen, zowel de visuele humor als de verbale humor zijn geweldig. Ik schrijf verder niets over deze serie. Waarschijnlijk kent u hem al lang en zo niet dan raad ik u aan om dit gemis in uw opvoeding snel goed te maken.
 
Op IMDB krijgt "Fawlty Towers" van 104.000 mensen een waardering van 8,8 en staat daarmee op plaats 65 van de hoogst gewaardeerde televisieseries.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

vrijdag 12 juli 2024

Jimmy Nelson: The Last Sentinels

Jimmy Nelson: The Last Sentinels: Images from Before They Pass Away & Homage to Humanity (Groot-Brittannië, 2020): 241 blz: Uitgeverij Jimmy Nelson
 
Jimmy Nelson - The Last Sentinels - Soft cover catalogue
 
Jimmy Nelson heeft voor zijn opzienbarende boeken "Before They Pass Away" en "Homage to Humanity" de hele wereld rondgereisd op zoek naar mensen die nog in stamverband leven. Dit leverde twee schitterende fotoboeken op. In "The Last Sentinels" staan een aantal foto's uit die twee eerdere boeken en ik heb het idee dat er ook foto's in staan die niet eerder gepubliceerd zijn, hoewel ik dat niet heb gecheckt.
 
"The Last Sentinels" is een bijboek, waarschijnlijk bedoeld voor mensen die de twee oorspronkelijke boeken te duur of te groot vinden. Het boek heeft nog altijd een grootte van 29 bij 22,5 cm. 

Zoals we van Jimmy Nelson gewend zijn, bevat "The Last Sentinels" prachtige foto's van mensen die in vol ornaat poseren. Het boek is door zijn kleinere omvang niet zo indrukwekkend als zijn andere boeken, maar zeer zeker de moeite waard.

Voor een aantal foto's uit "The Last Sentinels", klik hier.

       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 8 juli 2024

The Times Atlas of the World: Eight Edition

The Times Atlas of the World: Eight Edition (Groot-Brittannië, 1991) (eerste editie 1967): met 122 kaarten en 224 blz register: Uitgeverij Times Books
 
Sponsored Ad – The Times Comprehensive Atlas of the World: 16th Edition (Times Atlas)
 
Met een omvang van 45 bij 30 cm is "The Times Atlas of the World" het grootste boek uit mijn bibliotheek. Het is in alle opzichten een kolossaal werk, met 122 kaarten op zeer groot formaat en een index van 218 bladzijden met naar schatting 220.000 aardrijkskundige namen! Ook is het het boek dat ik het meest heb geraadpleegd. 
 
De kaarten zijn veel grootschaliger dan die in de Bosatlas. De gehele Aarde uitgezonderd Antarctica wordt weergegeven in kaarten met een schaal van maximaal 1:5.000.000, wat inhoudt dat 1 centimeter op de kaart in werkelijkheid 50 kilometer is. Door deze grootschalige kaarten is iedere vakantie, waar ook ter wereld, met behulp van deze Atlas te plannen, uitgezonderd wandel- of klimvakanties in een heel klein gebied.
 
Voorin de Times Atlas staat handige informatie als een lijst met landen en hun provincies met de grootte en het aantal inwoners, de grootte van oceanen en zeeën, de grootte van eilanden, de hoogte van bergen, de lengte van rivieren en een astronomisch overzicht van ons zonnestelsel. Al met al een schat aan informatie.

De kaarten van de Times Atlas ogen misschien niet zo mooi als die van de Bosatlas, maar ze zijn op veel grotere schaal, bevatten veel meer informatie en zijn daardoor veel handiger in het gebruik. De Times Atlas is ook een Atlas zoals ik hem graag zie, met alleen maar kaarten die ertoe doen. Ik vind de Times Atlas een veel fijnere Atlas dan de Bosatlas en de mooiste Atlas die ik ken. Hij kost wat, neemt veel ruimte in in mijn boekenkast, maar dan heb je ook wat!

Als iemand uit mijn vriendenkring eens op reis is in Verweggistan, dan kan ik mooi opzoeken waar hij of zij precies is.

       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 1 juli 2024

Claire Tomalin: Samuel Pepys

Claire Tomalin: Samuel Pepys: The Unequalled Self (Groot-Brittannië, 2002): 378 blz: Uitgeverij Alfred A. Knopf
 

 
Samuel Pepys (1633-1703) wordt in Brits marinekringen herdacht als een man die in zijn tijd (ongeveer 1665-1690) een belangrijke functie had bij de marine en verschillende hervormingen heeft doorgevoerd. Maar bij het grote publiek is Pepys vooral bekend als de schrijver van een omvangrijk dagboek dat hij dagelijks heeft bijgehouden van 1 januari 1660 tot 31 mei 1669. 
 
Het dagboek staat bekend om zijn openhartigheid en vertelt ons veel over de werkzaamheden van Pepys, maar ook over zijn huiselijk leven met zijn vrouw Elizabeth en over zijn vele affaires met tal van vrouwen, waar Elizabeth niets van wist.
 
Ik heb ooit een driedelige versie van de dagboeken gekocht in Oxford en de eerste 2 jaren uit het dagboek gelezen. Ook heb ik in het Nederlands een uitgave met fragmenten uit het dagboek gelezen die is verschenen in de serie Privé-domein. 
 
Ik vond de dagboeken niet bijster interessant, maar om meer te weten te komen over het leven van Pepys heb ik het boek van Claire Tomalin gelezen. Deze biografie is natuurlijk vooral gebaseerd op de dagboeken, maar ook op tal van andere bronnen. Ik vind de biografie erg onderhoudend en uitstekend leesbaar. Zeer geschikt als alternatief voor of als complement bij de dagboeken van Pepys!
 
Citaten:
- Pepys was a good scholar, able to read Latin for pleasure all his life; and that very skill may have helped to leave his English free and uncluttered for the Diary, the language of life as opposed to the elaborately constructed formulations of the classroom and study.

Over het verwijderen van zijn niersteen:
- The surgeon got to work. First he inserted a thin silver instrument, the itinerarium, through the penis into the bladder to help position the stone. Then he made the incision, about three inches long and a finger's breadth from the line running between scrotum and anus, and into the neck of the bladder, or just below it. The patient's face was sponged as the incision was made. The stone was sought, found and grasped with pincers; the more speedily it could be got out the better. Once out, the wound was not stitched - it was thought best to let it drain and cicatrize itself - but simply washed and covered with a dressing, or even kept open at first with a small roll of soft cloth known as a tent, dipped in egg white. A plaster of egg yolk, rose vinegar and anointing oils was then applied.

- Hollier could be proud of his work, especially considering the size of Pepys's stone, described as "very great" by his medical colleagues; it was as big as a tennis ball, according to Evelyn, who saw it later.

Over het dagboek:
- It is clear that Pepys made up his mind from the start that each day was to have its entry. He kept to this plan, and when he was not able to write on the day he would catch up, as he often explains he is doing in the text, occasionally expressing his pleasure in the process.
 
- Pepys's Diary is from its first pages doing so many things at once that it can be daunting. It lists places visited and people encountered, without explaining where or who they are. It chronicles contemporary history: Londoners building bonfires to proclaim good riddance to a detested patliament, the ecstatic festivities accompanying the coronation of the restored king. It provides the first full and direct account ever of a man starting uncertainly on a professional career and finding to his own surprise, that work is one of the major pleasures of life. It supplies much of the detail of his working practice, and also of his daily domestic experience. It is full of music, theatre, sermons, paintings, books and scientific devices. It is a tale of ambition and acquisition, and money is one of its obsessive themes: how it is made, how borrowed and lent, how spent, how saved, how hidden. Money in all its forms runs through the pages, as pieces of gold and bags of silver, shiploads of spices and silks, bribes, wages, debts, loans, payments, inheritances, Exchequer tallies (hazelwood sticks on which the amount of every loan to the government was notched) and the first paper promissory notes. When the Diary starts, Pepys has hardly 25 pounds to his name; when it ends less that ten years later he has a fortune of 10,000 pounds.
 
- Sandwich had to explain to Pepys that it was not the salary that made a man rich, but the "opportunities of getting money while he is in the place". He appreciated the point as gold pieces, silver tankards, barrels of oysters and presents for Elizabeth came in.

- "My business is a delight to me," he wrote; and it "has taken me of from all my former delights." Again, "I find that two days' neglect of business doth give me more discontent in mind than ten times the pleasure thereof can repair again, be it what it will."

Een verslag van de pestuitbraak in het dagboek:
- I having stayed in the city till above 7400 died in one week, and of them above 6000 of the plague, and little noise heard day nor night but tolling of bells; till I could walk Lombard Street and not meet twenty persons from one end to the other, and not fifty upon the Exchange; till whole families (ten and twelve together) have been swept away; till my very physican, Dr. Burnet, who undertook to secure me against any infection ... died himself of the plague; till the nights (though much lengthened) are grown too short to conceal the burials of those that died the day before, people thereby constrained to borrow daylight for that service; lastly, till I could find neither meat nor drink safe, the butcheries being everywhere visited, my brewer's house shut up, and my baker with his whole family dead of the plague. Yet, Madam, through God's blessing and the good humours begot in my attendance upon our late Amours [he means the recent wedding] your poor servant is in a perfect state of health.

Naar aanleiding van de oorlog met de Nederlanders:
- Batten, much as he disliked him, sometimes pleased him with his seadog's turn of phrase: ""By God," says he, "I think the Devil shits Dutchmen.""

- While Elizabeth was alive, Pepys entertainments had been the theatre, shopping and making improvements to the house; the Royal Society meetings; walks and excursions on the river; reading and music, whether listening or making it himself: he had written in the Diary on a cheerless day that "music is the thing of the world that I love most, and all the pleasure almost that I can now take," and this remained true for him through good and bad times. There was also dining with friends and inviting them to the house, gossiping and pursuing women.

- Many of Pepys's virtues appear in these notes - his openmindedness, for instance, as he insists of the superiority of the diet of the Turkish navy, almost meatless and rich in water, oil, olives and rice, over the beef-and-beer-obsessed English. We see the genesis of what became the Navy List as he jots down the idea of a list of all captains, to be drawn up: he saw that proper list-making was an essential adjunct to discipline. He was also insistent on the importance of captains keeping proper journals of all voyages, which many simply did not bother to do. He broods on the education of officers ...

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 11 juni 2024

Peter Arnold: Tulips

Peter Arnold: Tulips (Groot-Brittannië, 2006): 128 blz: Uitgeverij teNeues
 

 
Tulpen behoren ongetwijfeld tot 's werelds meest geliefde bloemen. Zelf geef ik graag een bosje tulpen cadeau als ik bij een vriendin op bezoek ga. Tulpen heb je in allerlei variëteiten en kleuren, ik denk dat je bij geen enkele andere soort bloemen zoveel variaties vindt. Veel tulpen hebben exotische namen gekregen, soms ook van beroemdheden. Zo zag ik in dit boek dat er een tulp genaamd is naar prinses Mabel, maar je komt ook de gekste namen tegen.
 
In "Tulips" heeft de Britse fotograaf Peter Arnold een groot aantal tulpen op een prachtige wijze gefotografeerd. Alle foto's zijn prachtig belicht, haarscherp, mooi van kleur en de composities kloppen steeds. "Tulips" is een prachtig boek om af en toe open te slaan en op je gemak naar de schitterende foto's te kijken. Aanbevolen voor iedere bloemenliefhebber, en wie is dat niet?
 
Voor een aantal afbeeldingen uit "Tulips", klik hier.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Andrew Robinson: Satyajit Ray

Andrew Robinson: Satyajit Ray: The Inner Eye (Groot-Brittannië, 1989): 364 blz: Uitgeverij I.B. Tauris
 

 
Satyajit Ray. Wie, zullen jullie zeggen. Ik vermoed dat verreweg de meeste Nederlanders nog nooit van deze man hebben gehoord. Toch wordt Satyajit Ray door filmcritici en filmliefhebbers van over de hele wereld, beschouwd als een van de belangrijkste regisseurs ooit.

Satyajit Ray, was geboren in Calcutta in 1921 en stierf ook daar in 1992, op 70-jarige leeftijd. Tussen 1955 (Pather Panchali, Song of the Little Road) en 1992 (Agantuk, The Stranger) heeft hij in totaal 37 films gemaakt, waarvan ik er inmiddels 22 in huis heb en heb gezien. Zelf beschouw ik het oeuvre van Ray, als het meest interessante oeuvre van een filmmaker dat ik ken.

Ray wordt in de eerste plaats geroemd als filmmaker, maar hij was op meerdere terreinen zeer begaafd. Hij was een van bekendste Bengaalse schrijvers en voor de meeste van zijn films schreef hij zelf het script. Hij redigeerde een tijdschrift voor kinderen waarbij hij alles deed: hij schreef de teksten, maakte de illustraties en maakte zelfs de kruiswoordpuzzels.

Ook was hij een zeer begaafd componist. Voor zijn eerste films liet hij de muziek componeren door bekende musici als Ravi Shankar en Ali Akbar Khan. Hij was niet heel erg tevreden over die samenwerking en bedacht dat hij het zelf beter kon. Voor het overgrote deel van zijn films componeerde hij zelf de muziek. Wie de muziek van zijn latere films beluistert, moet hem gelijk geven, hij kon het zelf inderdaad beter.

Hij was opgeleid voor grafisch vormgever. De illustraties die hij heeft gemaakt voor boekomslagen worden wereldwijd geroemd. Ook bemoeide hij zich met het ontwerpen van decors en kostuums.

Voor een wereldberoemde artiest, had hij weinig pretenties. Hij woonde samen met zijn vrouw en zijn enige zoon in een gehuurde flat in Calcutta en leefde vrij eenvoudig. Omdat hij spaarzaam met zijn middelen omging kon hij vrij goedkoop films maken, zonder enige concessies te doen aan zijn artistieke vrijheid. Al met al heeft dit een groot aantal prachtige films opgeleverd.

Ik heb bovenstaand stukje geschreven na mijn lezing van de biografie van Andrew Robinson in 2019. Destijds had ik uitgebreid aandachtstreepjes in mijn exemplaar gezet en ook een aantal mogelijke citaten genummerd. Het was nu wel heel makkelijk om de juiste citaten bij deze bespreking te vinden.
 
In vergelijking met de biografie van Marie Seton die ik een paar dagen terug heb besproken is die van Andrew Robinson geschreven in een Engels dat een stuk moeizamer leest. Robinson schrijft wel zeer onderhoudend en zijn besprekingen van de films van Ray zijn veel uitgebreider. Ik denk dat ik de voorkeur geef aan de biografie van Andrew Robinson. Ik vraag mij nu wel af wanneer ik de films van Satyajit Ray weer eens ga bekijken, ze zijn geweldig!

Satyajit Ray is niet een filmmaker die je op een of twee films moet beoordelen. Het is iemand van wie je een aantal films gezien moet hebben om de omvang van zijn genialiteit te beseffen. Het helpt ook erg als je geïnteresseerd bent in vreemde culturen, in dit geval de Indiase cultuur. Waarschijnlijk is er geen andere regisseur te bedenken die zijn eigen cultuur zo alomvattend in beeld heeft gebracht. Ik denk ook dat het zo is, dat je als je een film van Ray goed vindt, je ze waarschijnlijk allemaal goed vindt, en dat als je een film vindt tegenvallen, je ze waarschijnlijk allemaal vindt tegenvallen.

Citaten:
- Watching Ray's films again as a body of work reminded me, once more, of his incredible range - of period, setting, social class, tone and genre. No other film-maker, apart maybe from Kurosawa (though his depiction of women is notably inferior to Ray's), has encompassed a whole culture; and no other film-maker, full stop, has covered such a range, from pure farce to high tragedy and from musical fantasies to detective stories. Satyajit Ray, whatever some superficial or ignorant critics may say, is not primarily the maker of the Apu Trilogy. I fear that his range may never be fully understood, given that the films describe Bengal, which (unlike Japan) is of little political, economic or cultural importance to the world - and in a language unknown even to most Indians.

- Apart from some months during his childhood and about six months in Europe in 1950, Ray's life has been spent in Calcutta. As he later remarked to me, "I don't feel very creative when I'm abroad somehow. In need to be in my chair in Calcutta."

- You can feel Ray's powers of observation acting upon you in a manner that goes a long way to explaining the psychological intensity of his films, "the pleasure of recognising the familiar pin-pointed by art".

- But I have yet to meet anyone with a genuine feeling for a subject that interests Ray who did not enjoy talking to him about it - whether it was cinema, music, painting, literature, a new scientific theory, cricket, the fast-changing face of Calcutta, someone he admires, or any of a host of other things, often quite unexpected.

- Considering Ray's love of music of all kinds, which he believed to be greater than his love of cinema, and given that he has composed most of the background scores for his films along with many songs, it seems odd that Satyajit learnt no musical instrument in his youth, Indian or western.

- One of Ray's cardinal principles was to apply himself only to that at which he was naturally gifted; he felt that the Bengalis, in the name of security and respectability, were much too inclined to encourage round pegs to try to fit themselves into square holes.

- In fact Ray's whole sensibility, when he left Presidency College, was tuned to the West - its literature, paintings, music and films. They were what excited him the most.

- "Death or suffering, if on a vast enough scale seem almost meaningless, like the stars or the waves of the sea. A single person's dying, even of a person one doesn't know, can shock one more than that of millions. And death by famine, anyway in a big Indian city, may from a casual glance scarcely noticed at first."

- ... Ray had analysed the failure of Indian directors to grasp the nature of the medium, and concluded with a resounding manifesto: "The raw material of cinema is life itself. It is incredible that a country that has inspired so much painting and music and poetry should fail to move the film-maker. He has only to keep his eyes open, and his ears. Let him do so."

- I would make my film exactly as De Sica has made his: working with non-professional actors, using modest resources, and shooting on actual locations. 

- No amount of technical polish can make up for artificiality of theme and dishonesty of treatment. The Indian film-maker must turn to life, to reality. De Sica, and not De Mille, should be his ideal.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 10 juni 2024

Marie Seton: Satyajit Ray

Marie Seton: Satyajit Ray: Portrait of a Director (Groot-Brittannië, 1971): 332 blz: Uitgeverij Penguin
 

 
Satyajit Ray. Wie, zullen jullie zeggen. Ik vermoed dat verreweg de meeste Nederlanders nog nooit van deze man hebben gehoord. Toch wordt Satyajit Ray door filmcritici en filmliefhebbers van over de hele wereld, beschouwd als een van de belangrijkste regisseurs ooit.

Satyajit Ray, was geboren in Calcutta in 1921 en stierf ook daar in 1992, op 70-jarige leeftijd. Tussen 1955 (Pather Panchali, Song of the Little Road) en 1992 (Agantuk, The Stranger) heeft hij in totaal 37 films gemaakt, waarvan ik er inmiddels 22 in huis heb en heb gezien. Zelf beschouw ik het oeuvre van Ray, als het meest interessante oeuvre van een filmmaker dat ik ken.

Ray wordt in de eerste plaats geroemd als filmmaker, maar hij was op meerdere terreinen zeer begaafd. Hij was een van bekendste Bengaalse schrijvers en voor de meeste van zijn films schreef hij zelf het script. Hij redigeerde een tijdschrift voor kinderen waarbij hij alles deed: hij schreef de teksten, maakte de illustraties en maakte zelfs de kruiswoordpuzzels.

Ook was hij een zeer begaafd componist. Voor zijn eerste films liet hij de muziek componeren door bekende musici als Ravi Shankar en Ali Akbar Khan. Hij was niet heel erg tevreden over die samenwerking en bedacht dat hij het zelf beter kon. Voor het overgrote deel van zijn films componeerde hij zelf de muziek. Wie de muziek van zijn latere films beluistert, moet hem gelijk geven, hij kon het zelf inderdaad beter.

Hij was opgeleid voor grafisch vormgever. De illustraties die hij heeft gemaakt voor boekomslagen worden wereldwijd geroemd. Ook bemoeide hij zich met het ontwerpen van decors en kostuums.

Voor een wereldberoemde artiest, had hij weinig pretenties. Hij woonde samen met zijn vrouw en zijn enige zoon in een gehuurde flat in Calcutta en leefde vrij eenvoudig. Omdat hij spaarzaam met zijn middelen omging kon hij vrij goedkoop films maken, zonder enige concessies te doen aan zijn artistieke vrijheid. Al met al heeft dit een groot aantal prachtige films opgeleverd.

Marie Seton was een familievriend van Ray's familie en heeft veel met hem opgetrokken. De biografie van Marie Seton was de eerste biografie over Satyajit Ray, is in eenvoudig Engels opgeschreven en leest vrij makkelijk weg. In deze biografie staan een groot aantal foto's genomen uit de films.

Satyajit Ray is niet een filmmaker die je op een of twee films moet beoordelen. Het is iemand van wie je een aantal films gezien moet hebben om de omvang van zijn genialiteit te beseffen. Het helpt ook erg als je geïnteresseerd bent in vreemde culturen, in dit geval de Indiase cultuur. Waarschijnlijk is er geen andere regisseur te bedenken die zijn eigen cultuur zo alomvattend in beeld heeft gebracht. Ik denk ook dat het zo is, dat je als je een film van Ray goed vindt, je ze waarschijnlijk allemaal goed vindt, en dat als je een film vindt tegenvallen, je ze waarschijnlijk allemaal vindt tegenvallen.
 
Citaten:
- Bengali, in which Satyajit Ray intended to make Pather Panchali, is spoken by some twenty million people and by scattered Bengalis in other states.
 
- As Ray has stressed: "Books are not primarily written to be filmed. If they were, they would read like scenarios; and, if they were good scenarios, they would probably read badly as literature."

- "But I did know that to get a child to do what you asked, you went down whispering in conspirational tones - just between you and he, and no one else!" said Satyajit with mock reproachfulness.

- The nuances of speech are most important to Ray: "Film dialogue must have the feel of lifelike speech, as opposed to literary and dramatic speech. Then only can it have the true plastic quality which can enhance a film instead of stultifying it."

- In one respect Devi brought Satyajit Ray to an impasse - in the question of music, which was of the utmost importance to him. Up to the completion of Devi only the three most creative musicians had worked with him: Ravi Shankar for the music of the  Apu Trilogy and the ironic fantasy Paras Pathar; Ustad Vilayat Khan for Jalsalgar; and for Devi, Ali Akbar Khan. ...
 Musically, a turning point had been reached. With extensive knowledge of music, a phenomenal musical memory, yet no training as musician, Ray reached the decision to attempt to compose his own music for his future films.
 
- Ray found "the entire conventional approach (as exemplified by even the best American and British films) is wrong. Because the conventional approach tells you that the best way to tell a story is to leave out all except those elements which are directly related to the story, while the master's work clearly indicates that if your theme is strong and simple, then you can include a hundred little apparently irrelevant details which, instead of obscuring the theme, only help to intensify it by contrast, and in addition create the illusion of actuality better."

- "A set is not a replica of what already exists, otherwise there would be no need for designers. A film set is build for the camera and for the camera angles only. Anything that is not effective through the lens is waste of good money and effort, however pleasing it might look to the naked eye ..."

- ... Ray went on to explain that in casting a character, major or minor, he is guided by appearance rather than by any proven capacity in a person to act. ... He does not show an actor how to portray the character, instead he encourages them to interpret the character in their own way.

- For instance, a full-bodied treatment of a story of physical passion - and such stories, great ones even, are not lacking in our literature - is unthinkable on the Indian screen. I used a shot of a couple kissing in Devi, but did not venture beyond a long shot with the lovers silhouetted behind a mosquito netting.
... The scenes of love making in Indian films have therefore been reduced to a formula of clasping hands, longing looks, and vapid, supposedly armorous verbal exchanges - not to speak of love duets sung against artificial romantic backdrops.

- ... Ray said, "I mix European and Eastern and our Oriental music because our lifestyle is a mixture, anyway ... If you use purely classical Indian music in films, which are for instance, contemporary in theme and look - urban contemporary - it doesn''t sound right. So I generally combine."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 5 juni 2024

J.D.F. Jones: Teller of Many Tales

J.D.F. Jones: Teller of Many Tales: The Lives of Laurens van der Post (Groot-Brittannië, 2001): 448 blz: Uitgeverij Carroll & Graf
 

 
Laurens van der Post (1906-1996) was een Zuid-Afrikaanse schrijver die gedurende de laatste 40 jaar van zijn leven wereldberoemd was in de Engelstalige wereld, veel beroemdheden als vrienden had en die gold als een wereldwijde autoriteit op het gebied van Zuid-Afrika en in het bijzonder de Bosjesmannen en de psychotherapie volgens en de persoon van Carl Gustav Jung, die door Laurens werd beschouwd als de meest geniale persoon die hij ooit had ontmoet.

Laurens van der Post was volgens iedereen een knappe en zeer innemende en charmante man die een geweldige verhalenverteller was. Hij kon voor een klein of een groot publiek urenlang verhalen vertellen zonder dat hij enige notities had gemaakt en wist zijn toehoorders van begin tot eind te boeien. Iedereen hield van Laurens van der Post. Wat men niet wist was dat Laurens van der Post zijn verhalen over zijn eigen leven mooier maakte dan ze waren, zijn eigen rol ophemelde en de rol van anderen kleineerde. Zijn biograaf heeft als een ware detective onderzocht in hoeverre de verhalen die Laurens van der Post vertelde in zijn boeken overeenstemden met de feitelijke waarheid. Het nogal onthutsende resultaat is dat Laurens vrijwel zijn hele levensverhaal gelogen heeft.

In "Teller of Many Tales" komen heel veel passages voor waarin Laurens iets verteld heeft, waarbij zijn biograaf tot de conclusie komt dat, wat hij verteld heeft, onwaar is, of juister gezegd gelogen. In feite was Laurens van der Post de Zuid-Afrikaanse Boudewijn Büch, die ook een pathetische leugenaar was, al heeft Eva Rovers, de biografe van Büch daar veel minder de nadruk op gelegd dan Jones, de biograaf van Laurens van der Post.

Citaten:
- How did an Africaner lad of no apparent distinction, the near-youngest son of a large, respectable but not particularly notable Afrikaans-speaking family in the South African interior, emerge to be an international figure, a best-selling writer, an adviser to a British Prime Minister, counsellor to the future King of England and godfather to his heir, recognised authority on both the Bushmen and the great Swiss psychologist C.G. Jung, patron of the environment movement, and an inspiration to countless men and women around the world?

- As a detective, I have had to trace the origins and provenance of Laurens' stories about his life. As this book will make clear, he was a master fabricator. His stories, often a complex web of truth and lies, were tailored for different audiences. His books, at least until the final years, were carefully constructed and relatively watertight, his broadcasts and newspaper interviews less so. His correspondence and private conversations (which occasionally surface in diaries and memoirs) often boasted fantastic mutations of the actual truth.

- Laurens' later written descriptions of this period are highly imaginative. For instance, he says that his Philippolis household frequently entertained the South African political leaders of the day, including the country's most famous statesman, General Smuts: the household affairs, minutely recorded in the archives, show no such visits.

- In Laurens' life there is an unending confusion between the fact and the fiction which is sometimes impossible to disentangle. From an early age Laurens slipped easily from literal truth to what he saw as imaginative truth. The important key is this: whenever he amended the literal truth, whether in his books or in his conversation, he invariable did it to promote himself - to position himself at the centre. ... Laurens would always be the Hero of his tale.

- I remember as a boy of 14 writing in my diary, "I shall live my life as if it belongs not only to me but to all those who might come to love me."

- In Venture tot the interior we find for the first time one of Laurens' constant themes: "We live not only our individual life but, whether we like it or not, also the life of our time."

De 46-jarige Laurens van der Post werd door haar ouders met wie hij bevriend was, gevraagd de 14-jarige Bonny te begeleiden op een bootreis van Zuid-Afrika naar Engeland:
- The result was that Laurens seduced Bonny on the ship and continued to sleep with her for more than a year in London. ... 
 One day, now fifteen, she told him that she had missed a period - she still didn't understand what that meant. She was utterly innocent, her mother had told of birds and bees, but amazingly she had not grasped that love might lead to pregnancy. "I can't handle this," said Laurens. Two days later she was on the boat back to South Africa. She never heard from him again.
 Bonny says that she now thinks that Laurens was "sick" and that "he knew how to pick his victims."
 
Laurens vertelde over een bezoek aan de Kalahari woestijn:
- "... There were snakes as I had never imagined them, sometimes hanging down from the topmost branches of trees and pecking viciously at the heads of my bearers as they sat on top of the truck ..." (This last image is derided by other travellers to the region.)

- Professionals, preparing to devote years rather than days to their Bushman studies, soon realised that Laurens was generalising about a far more diverse and complex society than he ever guessed. He talked and wrote of "the Bushmen". Successors agreed that there was nothing so simple. To the new professionals, a sequence of fleeting visits into the desert, a slight familiarity with rock paintings and a brief camp-site a mile away from one Bushman clan, was not an adequate foundation for five books, a television series and a lifetime of lecturing.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 31 mei 2024

V.S. Pritchett: The Gentle Barbarian

V.S. Pritchett: The Gentle Barbarian: The Life and Work of Turgenev (Groot-Brittannië, 1977): 241 blz: Uitgeverij Vintage Books


 
V.S. (Victor Swadon) Pritchett (1900-1997) was een Britse schrijver die vooral bekend is geworden als schrijver van korte verhalen en als literair criticus. Pritchett beheerste vloeiend Frans, Duits en Spaans, maar geen Russisch. Behalve deze biografie over Toergenjev heeft Pritchett ook een prachtige korte biografie over Anton Tsjechov geschreven.
 
Pritchett is een welhaast ideale biograaf. Hij combineert in "The Gentle Barbarian" een levensbeschrijving van Toergenjev met een kritische evaluatie van zijn belangrijkste werken. Hij schrijft zeer economisch, in een zeer prettig leesbare stijl en vertelt zijn verhaal in slechts 241 bladzijden. Hier zouden andere biografen, die vaak veel te lang van stof zijn, een voorbeeld aan kunnen nemen. "The Gentle Barbarian" is wat mij betreft een geweldige biografie over een belangrijke schrijver.
 
Citaten:
- His ear for French or German was remarkable: he was a born mimic and with a gift for play-acting and fantasy. His real education, as was apt to happen to the children of the gentry, was given him by the servants. He listened to their stories, knew the barbarous wrongs his mother inflicted on them; starved of the despised Russian language in family life, he heard it continually from them.

- I was convinced that in Russia one could acquire only a certain amount of elementary knowledge and that the source of true knowledge was to be found abroad. In those days there was not a single man among the professors and lecturers at the University of Petersburg who could shake that conviction of mine; indeed they themselves were imbued with it ...

- Turgenev was an apolitical young poet with one passionate political conviction: the son of the despotic owner of five thousand serfs was convinced that serfdom was a cruel and corrupting form of slavery and was at the root of Russian inertia and backwardness.

- His letters of this time are the happy letters of a mind finding itself and growing. It is a cultivated mind. It is endlessly curious. It is spirited and critical: the letters are brilliant, changeable, discursive talk, all personality.

- ... platonic love affairs live by words and not deeds.

- There was something, he said, that goes straight to the heart in being on one's native soil, among people who talk your own language and who, good or bad, are made of the same clay as oneself.

- It was always Turgenev's habit to start with models from real life and, as many writers do, to transfer them to other scenes or to add bits of other people and aspects of himself to them.

- Turgenev knew he could draw still portraits: he must somehow create the illusion of life rippling through them. He was by nature summary and intense. He now wrote down a list of the types that interested him, putting the real names of the persons, often several similar people compressed into one. Since he had no faculty for dramatic plot, he wrote a minute factual biography of each one, adding to it and noting every trait and gesture. His experience as a playwright led him to choose the closed scene in which people come in and go off, as on the stage; and his practice as a writer of short stories made him build his novels of short episodes complete in themselves, with a pause or interval between them, after which the next movement can begin in a new key.

Over Roedin:
- What captivates us is the simplicity, the easy grace of this novel, the tact with which he makes short chapters crystallise and contain the talk and the silences in which each character grows more clearly under our eyes.

- Turgenev reflected on Tolstoy's reckless, extrovert life of action and remorse and concluded that the fault of his own generation was that "we have little contact with real life, i.e. with living people, we read too much and think abstractly."

- Planning a novel is very fatiguing work, particularly as it leaves no visible traces behind it; you lie on the sofa turning some character and situation over in your mind, then you suddenly realise that three or four hours have passed and you don't seem to have anything to show for it ... to tell you the truth there are very few pleasures in our trade.

Toergenjew over zijn schrijfmethode:
- I have heard it said ... not once but many times that in my works I always "started with an idea or developed an idea" ... I never attempted "to create a character" unless I had as my starting point not an idea but a living person to whom the appropiate elements were later on gradually attached and added. Not possessing a great amount of free inventive power, I always felt the need of some firm ground on which I could plant my feet.

- Reformers never do anything. All they talk about is art and parliaments when the important question is getting enough to eat.

- The artist must serve the Muse, serve her and no one else. "An unhappy marriage may do something for a talent, but a happy one is no good at all."

- Biography has the fundamental weakness that it can rarely tell us what was was said or unsaid between the parties: it is a novel without dialogue.

- But Turgenev did not speak English well. He pitied the English, as Herzen had done, for their mania for work and rushing to the office; he despised English painting but he deeply admired English political institutions.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 24 mei 2024

Edmund White: Marcel Proust

Edmund White: Marcel Proust (Groot-Brittannië, 1999): 156 blz: Uitgeverij Penguin
 

 
Volgens veel mensen (waaronder ikzelf) is Proust één van de grootste, zo niet de grootste romanschrijver van de 20e eeuw. Hij heeft deze reputatie te danken aan één werk: "Op zoek naar de verloren tijd" dat in totaal bestaat uit 7 delen en een kleine 3.400 bladzijden.
 
Ik heb eerder al de zeer gedetailleerde biografie van William Carter gelezen en heb nog een aantal uitgebreide biografieën over Proust in de kast staan. Nu heb ik deze korte biografie van Edmund White herlezen.

Wat maakt Proust zo bijzonder? Edmund White doet een aardige poging om deze vraag te beantwoorden. Hij geeft een korte schets van het leven van Marcel Proust en laat zien hoe zijn levenservaringen doorwerken in zijn meesterwerk. De biografie is erg kort en leest lekker weg. Wat mij betreft het beste startpunt voor liefhebbers van het werk van Marcel Proust om meer over hem en over de relatie tussen zijn leven en zijn werk te weten te komen.
 
Citaten:
- Certainly the madeleine moistened by herbal tea has become the most famous symbol in French literature; everyone refers to  sudden gusts of memory as "Proustian experiences."
 
- Proust applied his attention to flowers and people and paintings, but not to theories about botany nor to psychology nor aesthetics.
 
- His idea of happiness: "To live near all those whom I love with the charms of nature, a quantity of books and musical scores, and not far from a French theater." "To be seperated from Mama" was his idea of unhappiness.

- Simultaneously he began to pay court to Laure Hayman, his uncle's (and, as it turned out, his father's) mistress, who would become the model of his most convincing female character, Odette, the "grande cocotte" whom Charles Swann loves and eventually marries.

- Again and again Proust would suffer from his reputation as a socialite, a mondain. It was certainly true that most of his friends as a young adult (and there were dozens of them) were rich or titled or talented or all three, and that very few of them belonged to the social milieu into which he had been born.

- When he was twenty-one ... he identified as his principal trait "the need to be loved or, more precisely, the need to be caressed and spoiled rather than the need to be admired." He sought in a man "feminine charms" and in a woman "masculine virtues."

- The present princesse de Caraman-Chimay once told me that when Proust died, het great-uncle Comte Henri Greffulhe (the main model for the duc de Guermantes), found his butler sobbing. "But why are you grieving? Did you know Monsieur Proust?" "Oh, yes," the butler replied, "every time there would be a ball here, Monsieur Proust would come by the next day and quiz me about who had come, what they said, how they were related to one another and so on. Such a nice man - and he always left such a generous tip!"

- Just as Flaubert had protected his time to write by working up medical reasons that kept him from practising law ... in the same way Proust, while pretending to humor his father's determination that he find a job, even an unremunerated one, managed in his passive-aggresive way to avoid doing anything he disliked for even so much as a day.

- To be sure, Proust himself made a distinction between normal memory - fallible, lifeless, virtually useless to the artist - and involuntary memory - perfect, vital, and timeless.

- Proust challenged other men to duels over the years; none of them, fortunately, had tragic consequences.

- Between 1900 and 1906, Proust was entirely (if never uncritically) consumed by Ruskin and translated The Bible of Amiens and Sesame and Lilies. Since Marcel could not read English, he relied on a word-by-word trot provided by ...

- The style Proust worked out in French and retained for his later fiction, with its complex syntax and long sentences (so unusual in French literature), sounds very much like Ruskin.
 
- ... Proust would write: "The artist who renounces one hour of work for an hour of chatting with a friend knows that he has sacrificed a reality for something that doesn't exist ..."
 
- Three and a half months after his mother's death Proust discovered that he had inherited the equivalent of about $6 million of our money today, including a monthly revenue of some $15,000 ...
 
- Yet Proust was attracted to the six-room appartment because he had often come to dine there with his mother, and he could not accept to live somewhere that his mother had never known.
 
- For Proust the most important sign of a critic's skill was his or her evaluation of contemporaries, given that everyone agreed about the relative importance of the writers of the past.

- ... Proust, whose entire method consisted of adding details here and there and of working on all parts of his book at once, like one of those painters who like to keep a whole canvas "in motion" rather than patiently perfecting it section by section, one after another.

- No one would take the time to see that he'd written the consumate Bildungsroman, the apprenticeship novel in which the hero learns about painting, music, and literature from, respectively, the characters Elstir (based partially on Whistler), Vinteuil, and Bergotte.

- When Céleste Albaret complained to Proust that he never let her go to mass on Sunday, he replied very sweetly, "Céleste, do you know that you are doing something far more noble and far greater than going to mass? You're giving your time to care for a sick man. That's infinitely finer."
 
- Only an involuntary memory, triggered by a taste or smell or other sensation, could erase the passage of time and restore a past experience in its first, full effulgence.
 
- ... Proust said that he had transposed to the female characters all his homosexual memories that were tender and charming and so had been left with nothing but grotesque details for his homosexual characters.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 6 april 2024

George Orwell: Dierenboerderij

George Orwell (tekst) & Ralph Steadman (tekeningen): Dierenboerderij (Groot-Brittannië, 1945): 165 blz: Vertaald door Anthony Ross (1956): Uitgeverij de Arbeiderspers

Dierenboerderij : een sprookje voor…
 
Ik heb "Dierenboerderij" al vier keer eerder gelezen. De eerste keer was voor de lijst van de Middelbare school. Toen vond ik het een aardig boekje, vooral lekker dun, maar zag ik nog niet in wat voor geniaal boek het is.

Het verhaal mag min of meer bekend worden verondersteld. Op de Herenboerderij van boer Jansen hebben de dieren het slecht en ze dromen van een opstand en vooral van een beter bestaan. Onder leiding van de varkens Sneeuwbal en Napoleon lukt het ze om de boer en boerin weg te jagen. Opeens moeten ze zelf voor hun kost zorgen en dat blijkt ze zo goed af te gaan dat ze het veel beter hebben dan voorheen. Er is even zelfs sprake van een driedaagse werkweek. Bijna alle dieren werken naar vermogen mee, er zijn er paar die er de kantjes van af lopen zoals Mollie de merrie, Mozes de raaf en de kat. De varkens hebben de leiding op zich genomen. 

Langzaam maar zeker blijkt dat toch niet alles zo goed gaat en dat de varkens een klasse vormen met privileges. Het wordt nog erger als Napoleon een stel woeste honden opfokt en Sneeuwbal wegjaagt. Steeds als er enige vorm van kritiek komt van de overige dieren zeggen de varkens "Maar jullie willen boer Jansen toch niet terug hebben?" en verstomt de kritiek.

Er valt veel meer te zeggen over deze prachtige fabel, maar ik wil iedereen die hem niet kent aanraden om hem toch vooral zelf te lezen. Het is maar een dun boekje dat je makkelijk in een avond kunt lezen. Mijn exemplaar heeft als voordeel dat het geïllustreerd is met prachtige tekeningen van Ralph Steadman.             
 
Citaten:
- "De Mens is het enige schepsel dat verbruikt zonder ook maar iets voort te brengen. Hij geeft geen melk, hij legt geen eieren, hij is te zwak om een ploeg te trekken, hij kan niet hard genoeg rennen om een konijn te vangen. Toch is hij de Heer aller dieren. ..."
 
- De Majoor vervolgde:
 "Ik heb nu weinig meer te zeggen. Ik herhaal slechts, denk steeds aan jullie plicht tot vijandschap jegens de Mens en al zijn doen en laten. Alles wat op twee poten loopt is een vijand. Alles wat op vier poten loopt of vleugels heeft, is een vriend. En bedenk ook dat wij in de strijd tegen de Mens niet op hem mogen gaan lijken. Zelfs wanneer wij hem hebben overwonnen, dienen jullie zijn ondeugden niet over te nemen. Geen dier mag ooit in een huis leven, of in een bed slapen, of kleren dragen, of alcohol drinken, of tabak roken, of geld aanraken, of handel drijven. Alle gewoonten van de Mens betekenen kwaad. En, boven alles, geen dier mag ooit zijn gelijke tiranniseren. Geen dier mag ooit een ander dier doden. Alle dieren zijn gelijk. ..."            

- De eerste ogenblikken konden de dieren hun geluk niet op. Hun eerste daad was met z'n allen langs de grenzen van de boerderij te galopperen om zich ervan te verzekeren dat er geen menselijk wezen meer te vinden was; vervolgens renden zij terug naar de gebouwen teneinde de laatste sporen van Jansens gehate regime uit te wissen. De tuigkamer achter in de stal werd opengebroken; de bitten, de neusringen, de hondekettingen, de wrede messen waarmee Jansen biggen en lammeren castreerde, alles werd in de waterput gesmeten. De teugels, de halsters, de oogkleppen, de onterende voederzakken gingen op de brandende afvalhoop op het erf. Dezelfde weg gingen de zwepen. Alle dieren dansten van plezier toen zij zagen hoe de zwepen door de vlammen werden verteerd.

- De varkens lieten zich niet met het eigenlijke werk in, maar hielden leiding en toezicht op de anderen. Op grond van hun buitengewone kennis was het vanzelfsprekend dat zij het leiderschap op zich namen.

- Benjamin kon evengoed lezen als welk varken ook maar oefende nooit. Voor zover hem bekend, zei hij, was niets de moeite van het lezen waard.

- Na veel hoofdbrekens verklaarde Sneeuwbal dat de zeven geboden samengevat konden worden in één enkele leuze, namelijk: "vier poten goed, twee poten slecht". Dit, zo zei hij, bevatte het essentiële beginsel van het animalisme.

- Toen zij de leerspreuk eenmaal uit het hoofd kenden, bleken de schaper er veel mee op te hebben, en dikwijls als zij in het veld lagen begonnen zij allen te blaten "vier poten goed, twee poten slecht! vier poten goed, twee poten slecht!" en bleven daarmee uren doorgaan zonder er ooit moe van te worden.
 
- Brulbeer werd erop uitgestuurd om de anderen de noodzakelijke uitleg te geven.
 "Kameraden!" riep hij. "Jullie verbeelden je toch niet, naar ik hoop, dat wij varkens dit doen met zelfzuchtige bedoelingen, om onszelf te bevoordelen? Velen van ons lusten helemaal geen melk en appels. Ikzelf lust ze ook niet. Wanneer wij deze dingen nemen, doen wij het alleen voor onze gezondheid. Melk en appels bevatten echter, naar de wetenschap heeft aangetoond kameraden, bestanddelen die absoluut noodzakelijk zijn voor het welzijn van een varken. Wij varkens zijn hoofdarbeiders. De hele huishouding en organisatie van deze boerderij berust op ons. Dag en nacht waken wij over uw welzijn. Het is ter wille van jullie dat wij die melk drinken en die appels vreten."

- Bokser, die nu tijd had gehad om over een en ander na te denken, sprak het algemene gevoelen uit met de woorden: "Wanneer kameraad Napoleon het zegt, dan moet het juist zijn." En van dit ogenblik af nam hij "Napoleon heeft altijd gelijk" tot lijfspreuk, als aanvulling op zijn persoonlijk motto "ik zal harder werken".

- Napoleon werd tegenwoordig nooit meer eenvoudig "Napoleon" genoemd. Men sprak altijd over hem in een vormelijke stijl, zoals "onze Leider, kameraad Napoleon", en de varkens bedachten voor hem graag eretitels als Vader alle Dieren, Vrees der Mensheid, Beschermer der Schapen, Vriend der Eenden en wat niet meer.

Het boek eindigt aldus:
- Twaalf stemmen schreeuwden kwaad en zij klonken alle hetzelfde. Het was nu geen vraag meer wat er met de gezichten van de varkens was gebeurd. De dieren buiten keken van varken naar mens en van mens naar varken en van varken naar mens; maar het was reeds onmogelijk geworden te zeggen wie een mens en wie een varken was.

Voor een aantal afbeeldingen uit het boek, klik hier.

    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.