Posts tonen met het label Essays. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Essays. Alle posts tonen

maandag 12 mei 2025

Maarten 't Hart: De man met het glas

Maarten 't Hart: De man met het glas: Over F.B. Hotz (Nederland, 2003): 91 blz: Uitgeverij de Kler 


 
Maarten 't Hart was vanaf het debuut van F.B. Hotz "Dood weermiddel" in 1976, een groot fan van de schrijver. Regelmatig publiceerde hij korte stukjes over F.B. Hotz. Met "De man met het glas" zijn alle stukjes die Maarten 't Hart ooit over Frits Hotz schreef, samengebracht in een bescheiden boekje. Het boekje geeft een aardig inkijkje in het leven en werk van Hotz.
 
Citaten:
- Toen Frits Hotz midden jaren dertig van de lagere school kwam, aanvaarde de auteur "bevreemd en benard," zoals hij in het verhaal De opdracht schrijft, "een ambachtsschoolopleiding, een springplank voor verder technisch onderwijs." Met behulp van die springplank kwam hij inderdaad terecht op de middelbare technische school (MTS), waar hij een opleiding werktuigbouw volgde. Niet zo vreemd, gelet op de in al zijn verhalen blijkende belangstelling voor techniek, ambachtelijk gemaakte voorwerpen en automerken.
 
- Ook zei hij mij toen: "Ze zeggen allemaal tegen me ... ja, jij gelukkig niet ... je kunt toch best doorgaan met schrijven. Je kunt toch dicteren? Of 't op een bandje inspreken." Ik antwoordde: "Dat zou ik niet kunnen, ik moet de regels voor me zien."
 "Precies," zei hij, "ik ook. Dan heb je iets opgeschreven en weet je meteen: er moeten drie woorden uit. Dat lukt toch nooit als 't op een bandje staat? Hoe moet je dan schrappen?"
 Die opmerking tekent zijn schrijversschap. Hij was er altijd op uit zo exact mogelijk te formuleren, streefde steevast naar een zo karig mogelijk woordgebruik, streefde een sobere, trefzekere stijl na, met niet alleen de juiste, maar ook liefst kortste uitdrukking voor datgene wat hij te zeggen had.

- Wat treft in al zijn werk is de laconieke toon. Ook de meest barre omstandigheden of gebeurtenissen worden ganz nebenbei verteld, worden niet zwaar opgenomen, of door een totaal onverwachte zijdelingse opmerking in een ander licht gesteld.
 
- Frits werd "de man met het glas" genoemd. Vanwege zijn matige gezichtsvermogen liep Frits gewapend met een enorm vergrootglas alle marktstalletjes af waar 78-toerenplaten, oude tijdschriften of bladmuziek te koop aangeboden werden.
 
- Trombonist Frits Hotz verzorgde aan het eind van de jaren vijftig met een jazzband de dansmuziek voor een studentengezelschap in Leiden. Het was de overige orkestleden opgevallen dat Frits tijdens de pauzes steeds in gesprek gewikkeld was met dezelfde blonde, mollige studente. Eén van de orkestleden vroeg tenslotte aan de slechtziende trombonist: "Frits, weet je wel wie die studente is, waar je steeds mee staat te praten?" "Geen idee," was het antwoord. "Het is prinses Beatrix." "O," sprak Frits toen, "ik had al het gevoel dat 't niks zou worden."
 
- Een gelukkige liefdesrelatie, daar vraag je me wat. Ik ken er niet veel. Altijd leek één der partijen op de tenen te moeten lopen bij zulk geluk, dat bovendien moeilijk in woorden te vatten is.
 
- Lust maakt omkoopbaar.
 
- In al het werk van Hotz spelen voorwerpen als meubels, kledingstukken, muziekinstrumenten, wapentuig en dergelijke een zeer belangrijke rol.
 
- In de Nederlandse literatuur hield hij 't meest van Van Oudshoorn en Elsschot. Van Ter Braak en Du Perron en Vestdijk moest hij niets hebben. Hij was een uitgesproken jazz-liefhebber, maar er was ook veel jazz waar hij op spuugde. De trombonist Bix Beiderbecke was zijn grote held.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 20 april 2024

Kenko: De kunst van het nietsdoen

Kenko: De kunst van het nietsdoen (Japan, 1330-1351): 183 blz: Vertaald door Jos Vos (2020): Uitgeverij Van Oorschot

De kunst van het nietsdoen
 
De eerdere selectie die Jos Vos van dit boek opnam in zijn bloemlezing "Eeuwige reizigers" heeft hij "Overpeinzingen in ledigheid" genoemd, maar voor een afzonderlijke uitgave in boekvorm vond hij die titel te zwaar. Zijn uitgever kwam met het idee om van de titel "De kunst van het nietsdoen" te maken, een titel die ook wat mij betreft veel meer uitnodigt tot het lezen van het boek.
 
"De kunst van het nietsdoen" is vergelijkbaar met en zwaar schatplichtig aan "Het hoofdkussenboek" van Sei Shonagon uit 1000. Beide boeken zijn een melange van persoonlijke herinneringen, anekdotes, beschouwingen en lijstjes, maar waar Sei Shonagon wil laten uitkomen dat zij deel uitmaakte van een paleiscultuur zonder weerga, daar benadrukt Kenko vooral dat de ceremoniën en gebruiken uit zijn eigen tijd niet op kunnen tegen het glorieuze verleden.
 
Ik vind "De kunst van het nietsdoen" niet zo indrukwekkend als zijn illustere voorganger, maar het boek heeft zeker zijn eigen charmes.
 
Citaten:
1
- Nooit zul je het gezelschap beu raken van iemand die zijn woorden zorgvuldig kiest en prettig is om naar te luisteren zonder ooit breedsprakig te worden.

7
- Indien er geen einde aan ons leven kwam en we niet vervlogen als de dauw in Adashino of de rook op de Toribe-berg, wat zou het leven ons dan onberoerd laten ... Juist aan onzekerheid ontleent het zijn charme.
 
10
- Hoe tijdelijk een woning ook mag wezen, een huis dat volkomen naar wens is ingericht, volgens de smaak van de eigenaar, is iets heerlijks.

13
- Geen groter soelaas dan in je eentje bij een lamp te zitten met een opengespreid boek en bevriend te raken met iemand uit lang vervlogen tijden die je nooit hebt ontmoet.

21
- Geen betere balsem dan het zwerven door een omgeving met helder water en ongerept groen, ver van het menselijk gewoel.

30
- Hoeveel maanden of jaren er ook voorbijglijden, we vergeten de doden zeker niet, maar het is zoals er wordt verteld: met iedere nieuwe dag staan ze verder van ons af. Hoe vaak we ook aan hen denken, we voelen al lang niet meer de diepe droefheid van het eerste ogenblik; we verkopen volop kletspraatjes en lachen zelfs al eens. Het stoffelijk overschot ligt diep in de bergen, eenzaam en verlaten. We trekken er alleen op de voorgeschreven dagen naartoe. De grafzuil zit algauw onder het mos en de herfstbladeren. Behalve de avondlijke stormen en de nachtelijke maan komt er niemand meer op bezoek.

45
- Kinyo, die de tweede rang aan het hof bekleedde, had een broer die bekendstond als bisschop Ryogaku en die erg opvliegend van aard was. Bij zijn ambtswoning stond een grote netelboom, daarom noemde iedereen hem "bisschop Netel". Omdat hij die naam volkomen ongepast vond, liet hij de boom omhakken. De stronk bleef echter overeind, en daarom noemde iedereen hem "bisschop Stronk". Hier werd hij bozer om dan ooit. Hij liet de stronk opgraven en weggooien, maar toen ontstond er een brede sloot. Voortaan werd hij alom "bisschop Sloot" genoemd!

49
- Vaak ziet een mens zijn dwaling pas in als hij onverwacht door ziekte wordt overvallen en hem opeens niet veel tijd beschoren is. Met "dwaling" bedoel ik doodeenvoudig dat hij ruim de tijd neemt voor dingen waar haast bij is, en zich haast met dingen waar hij alle tijd voor heeft.

57
- Het is hoogst ontmoedigend om iemands inleiding op een gedicht te lezen wanneer het gedicht zelf niet deugt. Niemand met ook maar enig verstand van poëzie zou er woorden vuil aan maken.
 Het is een ware marteling om iemand aan het woord te horen over iets wat zijn pet te boven gaat, op eender welk gebied.

72
- Weerzinwekkende dingen:
Als er te veel spullen rondslingeren in een zitvertrek.
Een overvloed aan penselen bij je inktsteen.
Een overvloed aan boeddhabeelden in een privékapel.
Een overvloed aan rotsen en planten in een tuin.
Te veel kinderen en kleinkinderen in huis.
Te veel gepraat bij een ontmoeting.
Als er te veel goede daden worden vermeld in een smeekschrift aangeboden aan een tempel.

Hoe overvloedig ook, boeken op een boekenwagentje en afval op een afvalhoop zijn niet weerzinwekkend.

73
- Niemand zal veel aanstoot nemen aan verzinsels zolang hijzelf maar goed uit de bus komt.

91
- "Als je op een voorspoedige dag het kwade doet, leidt dat gegarandeerd tot ellende. Doe je het goede op een onheilsdag, dan mag je zeker zijn van een gunstig resultaat," zo zegt men. Voorspoed en ongeluk liggen aan de mens, niet aan de kalender.

97
- Er zijn voorbeelden te over van dingen die zich aan iets anders vastklampen, eraan vreten en het schade toebrengen. Het lichaam heeft luizen, een huis ratten, een land rovers, minderwaardige lieden hebben hun rijkdom, een rechtschapen mens heeft zijn deugdzaamheid en een monnik heeft de boeddhistische leer.

98
- Als je twijfelt of je iets al dan niet zou doen, is het gewoonlijk beter het te laten.

127
- Als een wijziging niets oplevert, kun je er beter van afzien.

134
- Het is altijd gênant om je te begeven in een gezelschap waar je niet welkom bent.

170
- Niets ergerlijkers dan een visite die te lang wordt uitgesponnen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 21 augustus 2023

Jan Paul Hinrichs: De laatste landheer

Jan Paul Hinrichs: De laatste landheer (Nederland, 2020): 100 blz: Uitgeverij Fragment
 
Ik ben wel een bibliofiel, maar ik koop nooit bibliofiele uitgaven. Kleine, mooi uitgegeven boekjes van kleine drukkerijen die in een zeer kleine oplage verspreid worden, zijn voor mij te prijzig voor wat ze bieden aan tekst. Ik verzamel ook geen handschriften, brieven of boeken met een handtekening erin. Dat zegt mij allemaal vrij weinig.
 
"De laatste landheer" van Jan Paul Hinrichs is waarschijnlijk het eerste bibliofiele boekje dat ik ooit heb gekocht. Het is uitgegeven in een zeer kleine oplage, met slechts 100 exemplaren voor de losse verkoop. Ik heb het boekje gelezen en gelijk weer te koop gezet.
 
Ik ben een groot fan van de Russische schrijver Ivan Boenin, van wie ik zijn verzamelde werken in 4 delen, twee keer met heel veel plezier heb gelezen. Voor mij is Boenin de beste verhalenschrijver die ik ken na zijn landgenoot Anton Tsjechov. Er is geen uitgebreide biografie over Ivan Boenin beschikbaar in het Nederlands. Om in die leemte te voorzien heeft de slavist Jan Paul Hinrichs dit kleine boekje geschreven met daarin een aantal essays die samen een beknopt beeld geven van het leven van Boenin.
 
"De laatste landheer" is duidelijk geschreven met een zeer beperkte doelgroep voor ogen. Het is eigenlijk alleen bedoeld voor die mensen die de verzamelde werken van Boenin hebben gelezen, en die nog wat extra informatie over zijn leven willen lezen. In die opzet is het boekje zeer geslaagd, mensen die nog niets van Boenin hebben gelezen, raad ik aan om met diens verzamelde werken te beginnen.
 
Het is een bescheiden boekje dat mooi is uitgegeven, prettig in de hand ligt en prettig leest, hoewel het lettertype een beetje aan de kleine kant is. Een aanrader voor de liefhebbers van Boenin!
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 23 augustus 2022

Sei Shonagon: Het hoofdkussenboek

Sei Shonagon: Het hoofdkussenboek (Japan, ongeveer 1000): 330 blz: Vertaald door Jos Vos (2018): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
 

 
Het gebeurt mij helaas maar zelden, maar bij het lezen van "Het hoofdkussenboek" in de vertaling van Jos Vos was ik vanaf de eerste bladzijde tot de laatste, razend enthousiast. 

"Het hoofdkussenboek" is samen met "Het verhaal van Genji" één van de grote klassiekers uit de Japanse literatuur. Het is geschreven door een hofdame uit het keizerlijk paleis rond het jaar 1000. 

"Het hoofdkussenboek" is een intrigerend mengsel van verschillende teksten: essays, dagboekaantekeningen en allerlei lijstjes over de meest uiteenlopende dingen. Vooral door die lijstjes is het boek wereldberoemd geworden. 

Sei Shonagon citeert zeer vaak beroemde haiku's uit die tijd of vult de eerste twee regels naar eigen inzicht aan. Deze haiku's zijn integraal opgenomen. Hoewel ik niets heb met gedichten geeft dat een extra dimensie aan het boek.

Door het boek heen geeft Sei Shonagon blijk van een zeer speelse geest. Ze heeft het enerzijds over zeer specifieke gebeurtenissen aan het hof, maar ook veel over alledaagse dingen. 

Na lezing van dit boek kan ik maar één ding zeggen. Ik vind "Het hoofdkussenboek" in deze vertaling één van de meest indrukwekkende boeken die ik ooit heb gelezen. Het boek is werkelijk fenomenaal vertaald en ook prachtig uitgegeven, dat moet ook gezegd worden.
 
Citaten:
[23] Ontmoedigende dingen
 Een brief uit de provincie zonder bijgaand cadeautje. Sommigen zullen wel hetzelfde zeggen over een brief uit de hoofdstad, maar daar staan altijd aardige nieuwtjes in en de lezer komt te weten wat er zoal op de wereld gebeurt, wat al heel mooi is op zichzelf.
 
[25] Dingen waar je op neerkijkt
 Iemand die bekendstaat om zijn overdreven goedaardigheid.
 
[26] Onuitstaanbare dingen
 Iemand die naar je toekomt als je dringend iets wil doen en die maar niet ophoudt met praten. Gaat het om iemand die je nauwelijks respecteert, dan kun je hem makkelijk wegsturen met de woorden: "Straks misschien", maar tot je grote ergernis lukt dat niet met mensen bij wie je je niet op je gemak voelt.
 Een doodsaai iemand die er maar op los tatert, lachend als een idioot.
 Al even onuitstaanbaar vind ik degenen die anderen benijden, klagen over hun lot, het fijne willen weten over de kleinste onnozelheden en anderen zwartmaken als ze niets prijsgeven; mensen die net doen alsof ze al lang op de hoogte waren van iets wat ze toevallig weten op te vangen en die het in geuren en kleuren doorvertellen.
 Een hond die begint te blaffen als je stiekem door een minnaar wordt bezocht.
 Je gaat doodmoe naar bed. Een mug meldt zich aan met dat dunne, zeurderige stemmetje van hem, en begint om je gezicht heen te draaien. Je voelt zelfs het zuchtje dat wordt opgewekt door zijn vleugels - dat is pas echt onuitstaanbaar!
 
[27] Dingen waarvan je hart sneller gaat kloppen
 Mussen met jongen
 Een plek voorbijlopen waar kleine kinderen zitten te spelen.
 
[40] Voortreffelijke dingen
 Besneeuwde pruimenbloesems
 Een uitermate snoezig kind dat aardbeien zit te eten.

[41] Insecten
 Over de vlieg valt er niets goeds te zeggen; ik zou hem eigenlijk tot de "onuitstaanbare dingen" moeten rekenen. Vliegen zijn te klein en te nietig om te haten, maar bah, hoe ze in het najaar overal op gaan zitten, en hoe ze met hun natte pootjes neerkomen op je gezicht!

[72] Zeldzaamheden
 Een echtgenoot die geprezen wordt door zijn schoonvader; een echtgenote die door haar schoonmoeder op handen wordt gedragen.
 Een zilveren pincet waarmee je naar behoren haartjes kunt uittrekken.
 
[75] Dingen die geen steek houden
 Iemand die per se in hofdienst wilde, en die daar alles even saai en vervelend vindt.
 Iemand tegen wil en dank met je dochter laten trouwen en dan maar klagen dat hij niet deugt.
 
[85] Aanlokkelijke dingen
 Een gebonden boek met dunne bladzijden.
 
[91] Ergerlijke dingen
 Je stuurt iemand een bericht, of een reactie op een bericht, en pas achteraf dringt het tot je door dat je bepaalde woorden beter had kunnen formuleren.
 
[92] Pijnlijke dingen
 Een man van wie je houdt is stomdronken en herhaalt almaar hetzelfde.
 
[106] Moeilijk uit te drukken dingen
 Iemand die je gezag inboezemt bedanken voor een geschenk.
 
[113] Aangrijpende dingen
 Jeugdige geliefden die elkaar niet naar hartenlust kunnen ontmoeten omdat iemand het hun belet.

[123] Dingen die ongelegen komen
 Je zit lekker te roddelen en spreekt kwaad van een bepaald iemand, maar een kind heeft alles gehoord en gaat het netjes overbrieven aan de persoon in kwestie.

[145] Schattige dingen
 Een dreumes die uit alle macht over de vloer kruipt en opeens een toefje stof vindt dat hij tussen zijn vingertjes neemt om aan de grote mensen te laten zien - heel schattig.

[149] Afstotelijke dingen
 Haarloze muizenjongen die uit het nest zijn gevallen.

[151] Mensen die het duidelijk moeilijk hebben
 Een man met twee geliefden die razend jaloers zijn.
 Mopperkonten.

[157] Onbruikbare dingen die een groots verleden oproepen
 Een ooit zo enthousiaste minnaar die nu oud en versleten is.

[160] Nabij en toch veraf
 De omgang tussen broers, zussen en andere nauwe verwanten die niet om elkaar geven.

[146] Dingen die je de stuipen op het lijf jagen
 Inbraak in een huis bij jou in de buurt. Als er bij jezelf wordt ingebroken, ben je te zeer de kluts kwijt om bang te zijn.
 
[247] Dingen die je vertrouwen geven
 Moed ingesproken worden als je terneergeslagen bent, door iemand van wie je echt houdt.

[249] NIETS ERGERLIJKERS op de wereld, denk ik, dan dat anderen je niet kunnen uitstaan.
 Niets schitterenders dan geliefd te zijn bij je ouders, heer of meesteres, en bij allen met wie je op vertrouwde voet staat.

[251] Maar je bent dolblij met woordjes van troost vanwege iemand met wie je geen persoonlijke band hebt. Medeleven betogen is doodeenvoudig - en het komt zo zelden  voor.

[258] Verheugende dingen
 Het is een zondige gedachte, ik weet het, maar het doet me plezier als iemand die ik niet kan uitstaan door het ongeluk wordt getroffen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 29 juli 2022

August Willemsen: De taal als bril

August Willemsen: De taal als bril (Nederland, 1987): 343 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
August Willemsen (1936-2007) is een van mijn favoriete vertalers in het Nederlands en ook een van mijn favoriete Nederlandstalige schrijvers. Ik ben zeer onder de indruk van zijn vertaling van "De binnenlanden" van Euclides da Cunha, ongetwijfeld het boek dat ik heb gelezen dat het beste weergeeft hoe ongestructureerd een oorlog verloopt. En "De val", zijn verslag over zijn alcoholverslaving, beschouw ik als een van de meesterwerken uit de Nederlandstalige literatuur.
 
"De taal als bril" is een bundel met essays over kwesties die met het vertalen te maken hebben en met stukken over Portugeestalige (uit Portugal en Brazilië) schrijvers. Willemsen vertelt hoe hij te werk gaat bij het vertalen van een gedicht. Hij heeft het over een Nederlandse dichter die uitgebreid plagiaat heeft gepleegd. Hij vertelt over zijn liefde voor het werk van Fernando Pessoa, en hoe een Amerikaanse vertaler een potje maakt van zijn vertalingen van Pessoa. Hij heeft het over "midden op de weg lag een steen", een gedicht van de Braziliaan Carlos Drummond de Andrade, dat tot veel hoon leidde. En het laatste stukje gaat over de voetballer Garrincha.
 
Citaten:
- Het beeld van de vertaler als mislukt, of gefrusteerd, schrijver is niet nieuw. Maar de gedachte blijft nieuw voedsel krijgen, hetzij door vertalers die geen weerstand kunnen bieden aan de verleiding zelf aan het schrijven te slaan, hetzij door vertalers die zich het werk van hun auteurs toeëigenen door het te vertalen, niet in wat zijn woorden zouden zijn, maar in hun eigen woorden ("op de stoel van de schrijver gaan zitten", heet dat wel).
 
- Het eist van de vertaler inventiviteit, vakmanschap, eruditie, wetenschappelijke bagage, levenservaring, maar ook zelfverloochening, iets dat verwant is met acteertalent, en geduld, om voor dit werk de woorden in zijn eigen taal te vinden, echter niet zijn eigen woorden, maar de woorden die de schrijver zou gebruiken indien deze, met behoud van zijn nationaliteit, zich zou uitdrukken in de taal van de vertaler.
 
- Vooral in verwante talen bestaat het beruchte verschijnsel van "false friends": woorden die geheel of grotendeels hetzelfde zijn en iets anders betekenen. Een "roman" is in het Spaans een novela, in het Portugees een romance; een Portugese novela is een "novelle".
 
- Het hebben van een mening, ongeacht over wat, dus ook over een boek, is voor mij een van de moeilijkste dingen in dit leven. Vind ik het mooi, dan ben ik op mijn hoede: word ik er ingeluisd? Heb ik bezwaren, dan schuif ik die op eigen onbegrip.
 
Al met al al is "De taal als bril" een redelijk onderhoudende bundel, maar je moet wel wat affiniteit met het onderwerp hebben. Ik raad eerder aan om het al genoemde "De binnenlanden" van Euclides da Cunha of "De val" van August Willemsen zelf, te lezen. In 1994 verscheen "Het hoge woord", een nieuwe bundel met stukken van August Willemsen, met onder andere een prachtig stuk over stotteren van 15 bladzijden.
 
    

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 1 juni 2022

Maarten Tengbergen: Klassieken van de Russische literatuur

Maarten Tengbergen: Klassieken van de Russische literatuur (Nederland, 1991): 633 blz: Uitgeverij het Spectrum (Aula)
 
Klassieken van de Russische literatuur
 
Maarten Tengbergen bespreekt in "Klassieken" in totaal 46 romans, toneelstukken, verhalen en dichtbundels uit de Russische literatuur. Hij behandelt daarbij werken van oa: Poesjkin, Gogol, Toergenjew, Dostojewski, Tolstoj, Tsjechov, Boenin, Babel en Solzjenitsyn. De hele groten uit de Russische literatuur zijn vertegenwoordigd met uitzondering van Paustovskij, Nabokov en Sjalamov.
 
Tengbergen heeft er in dit boek voor gekozen om een relatief klein aantal werken uitgebreid te behandelen ipv een groot aantal vrij kort. Alle besprekingen bestaan uit 2 delen. Eerst geeft Tengbergen een uitgebreide samenvatting van het boek en vervolgens een kritisch essay waarbij hij de inhoud bespreekt en hoe het boek ten tijde van de publicatie in Rusland en daarbuiten is ontvangen. De essays zijn zeer doorwrocht en beslaan meestal zo'n 6 tot 12 bladzijden.  

Ik ben over het algemeen niet zo'n liefhebber van literaire kritieken. Ik lees graag de korte stukjes van collega-bloggers, maar serieuzere literatuurbesprekingen van wat grotere omvang laat ik meestal aan mij voorbijgaan. Uit "Klassieken" heb ik alle essays gelezen en alle samenvattingen overgeslagen. De reden dat ik dit boek heb gelezen is een heel eenvoudige: ik heb de meeste van de besproken werken gelezen en ik vind het leuk om wat meer over de achtergronden van die werken te lezen.
 
"Klassieken" is wat mij betreft een zeer onderhoudend boek. Het bevat veruit de meest interessante literaire kritieken die ik ooit heb gelezen. Het enige minpuntje is dat Tengbergen stilistisch niet zo begaafd is. In literaire werken en vooral in vertalingen zou ik dat een groot probleem vinden, hier stoort mij dat niet zo.
 
Citaten:
Over Oblomow:
- Van Gontsjarows grote komische talent getuigt vooral het meesterlijke portret van Zachár. De vervallen knecht, wiens filosofie luidt: "Wat zou je vandaag stof afnemen als er morgen toch weer een nieuwe laag ligt", is een pendant van Oblomow.

Over Een held van onze tijd:
- De roman is rijk aan trefzekere uitspraken, poëtische observaties, prikkelende generalisaties. "Vrouwen houden alleen van diegenen die ze niet kennen." "Vreugden vergeet men, smarten nooit." "De geschiedenis van één mensenziel, hoe onbetekenend ook, is welhaast nog interessanter en nuttiger dan de geschiedenis van een heel volk." Enzovoort. Van al deze uitspraken in Een held zou een fraaie aforismenbundel samen te stellen zijn.
 
Over Misdaad en straf:
- Toergenew behoorde tot degenen die zich, na een aanvankelijk enthousiast oordeel, afgestoten voelden door het vele zielegewroet in de roman. Hij sprak van "rot neusgepeuter" en "een almaar aanhoudende buikkramp".
 
Over De gebroeders Karamazow:
- Aljosja's geestelijke vader Zosima, een van Dostojewski's in het licht van zijn levensbeschouwing belangrijkste creaties, heeft eveneens onverwachte kanten, die hem aardser, menselijker maken. Hij is geen ongenaakbare majesteitelijke wonderdoener, maar een onooglijk, schriel, krom mannetje, indrukwekkend juist door zijn eenvoud. Noch is hij een geboren heilige. Hij heeft een zondig verleden en is pas later op eigen kracht tot goddelijke wijsheid gekomen.
  
Over Oorlog en vrede:
- Literatuurhistorici hebben in de loop der jaren getracht te definiëren wat Oorlog en vrede nu is: een roman over twee, drie adellijke geslachten tegen een historische achtergrond, afgewisseld door geschiedfilosofische passages die net zo goed weggelaten hadden kunnen worden, of juist een in essentie geschiedfilosofische studie met de romangedeelten als illustratie. Zelf heeft Tolstoj laconiek verklaard: "Oorlog en vrede is dat wat de auteur tot uitdrukking wilde en kon brengen in de vorm waarin het tot uitdrukking is gebracht."
 
- In tegenstelling tot Dostojewski's demonische zondaars, zedige hoeren en heilige idioten zijn Tolstojs helden min of meer "normale" mensen. Iedereen staat daar met zijn eigen specifieke mengsel van goede en slechte eigenschappen. Bijna niemand wordt eenzijdig wit of zwart afgeschilderd, niemand is karikaturaal (alleen Napoleon wordt consequent belachelijk gemaakt). Tolstojs evenwichtige persoonsbeschrijving in Oorlog en vrede, later nog geperfectioneerd in Anna Karenina, is een triomf van de literaire maat, een hoogtepunt van de realistische romankunst.
 
Over Anna Karenina:
- Op de vraag wat nu eigenlijk de moraal van Anna Karenina is, kan men misschien het beste Tolstoj zelf laten antwoorden, die in een brief aan Strachow schreef: "Als ik alles onder woorden zou willen brengen wat ik in deze roman heb willen zeggen, dan zou ik dezelfde roman nóg een keer moeten opschrijven."
 
Over De kersentuin:
- "De lach en de traan", bij Gogol al niet te scheiden, zijn in Tsjechows Kersentuin zo innig verstrengeld dat begrippen als komedie en tragedie hier ontoereikend zijn. Daardoor is De kersentuin zo moeilijk te spelen; de minste verstoring van het evenwicht maakt het stuk tot een platte farce of een loodzwaar zeurstuk.
 
Over Dokter Zhiwago:
- Pasternak doet geen oproep ten strijde te trekken tegen enig politiek systeem, maar geeft zijn lezers een aantal hogere menselijke waarden terug. Voor het eerst na veertig jaar niet aflatende materialistische en atheïstische indoctrinatie sprak er weer iemand hardop over: het eeuwige leven,de tragische liefde, de integriteit van het individu, de autonomie van de kunst, de betekenis van religie.

Over Rode ruiterij:
- Het nieuwe van Babel was dat hij, zoals Ehrenburg het heeft geformuleerd, niet als andere schrijvers ongewoon over gewone dingen schreef of gewoon over ongewone dingen, maar ongewoon over wat ongewoon was.

        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Nawoord (17-06-2022):
 
In 2014 en 2015 is bij de Tilburgse uitgeverij Glagoslav een tweedelige herziene editie van "Klassieken van de Russische literatuur" verschenen met als titel "Vijftig hoogtepunten uit de Russische literatuur". Het eerste deel behandelt 30 werken uit de 19e eeuw en het tweede deel 20 werken uit de 20e eeuw. In vergelijking met de eerste editie zijn samenvattingen en besprekingen toegevoegd van de volgende 4 werken: "De Kreutzersonate" van Tolstoj, "Verdriet" van Tsjechow, "De verdediging" van Nabokov en  "Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj" van Slozjenitsyn. Ik heb van deze 4 werken zowel de samenvattingen als de besprekingen gelezen en ik moet zeggen dat de samenvattingen goed geschreven en onderhoudend zijn.
 

woensdag 19 augustus 2020

Michaël Zeeman: Aan mijn voormalig vaderland

Michaël Zeeman: Aan mijn voormalig vaderland: De beste essays en kritieken (Nederland, 2010): 695 blz: Uitgeverij de Bezige Bij

Aan mijn voormalig vaderlandIk heb "Aan mijn voormalig vaderland" aangeschaft na het lezen van de enthousiaste bespreking van Koen. Ik was benieuwd wat ik van het boek zou vinden. Ik had wel enige twijfels, ik houd over het algemeen niet zo van serieuze literatuurkritiek, ik lees liever zelf de boeken.

Het boek begint met een zeer onderhoudende biografische schets van 34 bladzijden geschreven door Willem Otterspeer. Meest kenmerkende citaat van Michaël Zeeman uit deze inleiding is het volgende: "Ik zou alles, alles van alles willen weten". Dat lijkt mij het recept voor een moeizaam leven.

Michael Zeeman stond blijkbaar hoog aangeschreven als criticus. Deze status kan ik moeilijk beoordelen, voordat ik deze bundel ter hand nam had ik nog nooit wat van hem gelezen.

Over wat ik nu van hem gelezen heb, ben ik niet erg enthousiast. Ik heb slechts 6 artikelen gelezen, de eerste 5 en een stuk over Casanova's memoires. Ik vind zijn stijl erg wijdlopig, hij haalt allerlei schrijvers aan die in mijn ogen niet relevant voor zijn stukken zijn en ik dreig steeds in slaap te vallen als ik zijn teksten lees.

Kortom, de teksten van Michaël Zeeman zijn niet aan mij besteed. Ik heb slechts 35 bladzijden van hem gelezen en dat volstaat voor mij.

  

Biografische schets: ****

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

ps: Mocht er iemand zijn die dit boek graag wil hebben, dan kan hij het gratis bij mij thuis komen ophalen, of toegestuurd krijgen tegen 7,25 euro verzendkosten. Er staan wel tal van kleine potloodstreepjes in de kantlijn bij de eerste 85 bladzijden.

dinsdag 3 oktober 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 3

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 3: blz 1015-1444

De essays Voor een toelichting op "De essays" in zijn geheel zie mijn stukje bij deel 1.

In dit derde deel gaat Michel de Montaigne onverdroten verder met zijn essays.

Opnieuw erg citeerwaardig, hieronder een aantal van de mooiste citaten:

- Een openhartige manier van praten opent ook een ander de mond en maakt hem loslippig, zoals de wijn en de liefde.

- Een geleerd man is niet geleerd op elk gebied, maar een wijs man is wijs in alles, zelfs in zijn onwetendheid.

- Menigeen heeft de wereld in verbazing gebracht, terwijl zijn vrouw en zijn bedienden niets bijzonders in hem zagen. Maar weinigen worden bewonderd door hun huisgenoten.

- Elke wijsheid is dwaas die de algemene dwaasheid niet voor lief neemt.

- Wij moeten onze verlangens richten op de meest nabije, gemakkelijk bereikbare dingen, en ze daartoe beperken.

- In mijn jeugd heb ik mij in de boeken verdiept om indruk te maken; later, een beetje, om wijs te worden; en tegenwoordig om mij te vermaken; maar nooit om er fortuin mee te maken.

- Lezen heeft zo zijn nadelen, en nogal ernstige: het houdt de geest fit, maar het lichaam, dat eveneens om zorg en aandacht vraagt, blijft intussen werkeloos toezien, verkwijnt en verkommert.

- De geest brengt geen blijdschap voort wanneer het lichaam lijdt.

- Want een vrouw en een huwelijk danken hun goede naam niet aan het feit dat ze goed zijn, maar dat erover gezwegen wordt.

- Door een vesting te versterken, maak je de verovering daarvan des te waardevoller en begerenswaardiger.

- Om mensen om te brengen kiezen wij het open veld en het volle daglicht, om ze voort te brengen kruipen wij weg in een donker hoekje.

- Ik heb nog nooit meegemaakt dat een vrouw om de schoonheid van iemands geest, hoe wijs en rijp hij ook is, een hand wilde uitsteken naar zijn lichaam, als dit ook maar enigszins in verval was geraakt.

- Rechtspraak is er niet ter wille van de rechter, maar voor de rechthebbenden. Superieuren worden nooit aangesteld voor hun eigen belang, maar in het belang der ondergeschikten, zoals een dokter er voor de zieke en niet voor zichzelf is.

- Ik ben zozeer op mijn gemak gesteld dat ik het geluk niet afmeet naar zijn hoogte maar naar zijn haalbaarheid.

- Zelfkritiek wordt altijd geloofd, eigen roem nooit.

- Als ik ergens pijn in mijn hoofd van krijg, is het wel van stomkoppen, en ik zie liever de ondeugden van mijn mensen dan hun onbezonnenheid, hun lompheid en hun stompzinnigheid.

- Dagelijks hoor ik dwazen dingen zeggen die niet dwaas zijn.

- Iemand die daarentegen in zichzelf genoegen schept, die wat hij in handen heeft boven alles stelt en niets mooier vindt dan wat hij voor zich ziet, is misschien niet wijzer, maar zeker gelukkiger dan wij. En zo iemand benijd ik, niet om zijn wijsheid, maar om zijn geluk.

- Het is een slechte eigenschap dat wij onze achterstand op anderen meer betreuren dan dat wij ons verheugen op onze voorsprong op velen.

- Gewoonlijk antwoord ik degenen die mij vragen waarom ik reis, dat ik wel weet waar ik voor wegloop maar niet wat ik zoek.

- Andermans narigheid zal ons waarschijnlijk niet zo pijnlijk treffen als het eigen zeer.

- Vriendschappen die je geheel op eigen initiatief hebt aangeknoopt zijn gewoonlijk hechter dan die ontstaan zijn door een gemeenschappelijke woonplaats of door de banden des bloeds.

- Ik beleef niet echt een genoegen aan iets, zolang ik het niet met een ander delen kan.

- Met een zwakke maag heb je een streng en uitgekiend dieet nodig. Als je een sterke maag hebt, kun je eenvoudig eten waar je van nature trek in hebt.

- Niemand geeft aan anderen zijn geld weg, iedereen doet dat wel met zijn tijd en zijn leven. Er is niets anders waarmee wij zo verkwistend omspringen, terwijl tijd juist het enige is waarbij gierigheid wel prijzenswaardig en nuttig is.

- Wie totaal niet voor anderen leeft, leeft nauwelijks voor zichzelf.

- Materiële armoede valt gemakkelijk te verhelpen, geestelijke armoede nooit.

- Socrates zag eens hoe een grote hoeveelheid rijkdommen, juwelen en duur meubilair in processie door Athene werd gedragen, en hij zei: "Wat zijn er veel dingen die ik niet wil hebben."

- Zodra ik iets dat best waar kan zijn krijg te slikken als een onomstotelijke waarheid, lust ik het niet meer. Ik houd van woorden die de boudheid van onze beweringen temperen en verzachten: misschien, enigszins, ietwat, naar verluidt, ik geloof en dergelijke.

- Hoeveel natuurlijker is het niet dat ons verstand op een dwaalspoor is gezet door onze grillige, op hol geslagen geest dan dat iemand van ons, door een vreemde geest bezeten, in levenden lijve op een bezemsteel zijn schoorsteenpijp uit is gevlogen?

- Overeenkomstigheid maakt de dingen nooit zo eender als het verschil ze anders maakt.

- Hoezeer de ervaring ons ook tot voordeel kan strekken, toch zullen wij niet veel wijzer worden van het voorbeeld van anderen als wij niet profiteren van onze eigen ervaringen: want die zijn ons meer eigen en zullen ons zeker voldoende leren wat wij moeten weten.

- Je hebt heel sterke oren nodig om te kunnen luisteren naar openhartige kritiek op jezelf: maar weinigen kunnen dit verdragen zonder zich gekrenkt te voelen. Daarom: als iemand de moed heeft je zulke kritiek te leveren, getuigt dit van een bijzondere genegenheid.

- Zelfs koningen en wijsgeren kakken, en dames ook.

- Zo heb ik altijd veel meer geluisterd naar mijn genoegens dan naar welk medisch advies ook.

- Geen saus zo lekker en geen kruid zo pittig als het zout dat je uit goed gezelschap haalt.

- En zelfs op de hoogste troon ter wereld zit je nog altijd op je eigen gat.

De drie weken die ik heb doorgebracht met het herlezen van "De essays" waren een waar genoegen. Samen met de eerder dit jaar herlezen verhalen van Tsjechov het meest indrukwekkende wat ik ooit heb gelezen. Hopelijk hebben mijn lezers genoten van de vele citaten.

 

dinsdag 26 september 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 2

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 2: blz 423-1011

De essaysOpvallend aan het tweede deel van de essays van Montaigne is het lange stuk van 230 bladzijden over Raymond Sebond.

Ik had nog nooit van de beste man gehoord. Volgens Arjen, een collega blogger van het zeer informatieve boeklog.info die het heeft nagezocht was Sebond een Spaanse geestelijke uit de vijftiende eeuw die  de stelling poneerde dat niet alleen de Bijbel de openbaring Gods was, maar ook alle natuur

Dit stuk vind ik het minst boeiende gedeelte van de essays, maar het levert evengoed nog wel een aantal prachtige citaten op zoals die van de hond en de kat. De overige 36 essays in dit tweede deel omvatten gemiddeld zo'n tien bladzijden.

Weer een aantal citaten:

- Als ik op verschillende manieren over mijzelf spreek, komt dit omdat ik op verschillende manieren naar mijzelf kijk. Alle tegenstellingen kan ik, afhankelijk van de omstandigheden en het standpunt dat ik inneem, in mijzelf ontdekken. Verlegen, brutaal; kuis, wellustig; praatziek, zwijgzaam; ijverig, laks; intelligent, dom; humeurig, opgewekt; leugenachtig, oprecht; kundig, onwetend; vrijgevig, zuinig en verkwistend; het zijn trekken die ik allemaal in mijzelf zie, al naar ik mij wend of keer.

- Iedereen tilt zwaar aan de zonden van zijn naaste, maar rekent die van hemzelf niet aan.

- Als er aan een onderscheiding die slechts eervol moet zijn geld en andere voordelen worden toegevoegd, zal dit het prestige niet vergroten, maar juist verlagen en er afbreuk aan doen.

- Toen de moeder van Thales hem als jongeman aanspoorde om te trouwen, antwoordde hij dat het daar nog te vroeg voor was, en toen hij al wat ouder werd, dat het daar te laat voor was. Zodra iets je niet goed uitkomt, zou je altijd moeten zeggen dat het nu niet het geschikte moment is.

- Over het algemeen doe wij er volgens mij het beste aan om bij onze dood onze goederen te verdelen naar de gebruiken van het land. Daarover is door de wetgever beter nagedacht dan door ons; en je kunt beter accepteren dat de wet een verkeerde keuze maakt dan het risico nemen om in je overmoed zelf een vergissing te maken.

- Vaak hebben wij geen oog voor onze fouten, maar ons denken is ziek als wij ze niet zien wanneer een ander ons erop wijst.

- De natuur zelf heeft, naar ik vrees, de mens een neiging tot onmenselijkheid meegegeven. Niemand vindt het opwindend om te zien hoe dieren met elkaar spelen en paren; maar wél hoe ze elkaar verminken en verscheuren.

- Ik ben, eerlijk gezegd, zo kinderlijk van aard en zo teerhartig dat het mij moeilijk valt het aanbod van mijn hond af te slaan om met hem te ravotten, als hij daar op een ongelegen moment om vraagt.

- Onze geloofsijver doet wonderen ter bevordering van onze haat, wreedheid, eerzucht, hebzucht, kwaadsprekerij of opstandigheid. Maar diezelfde geloofsijver zal niet thuis geven als het erom gaat onze goedheid, naastenliefde en gematigdheid te stimuleren, tenzij iemand daar als door een wonder een speciale aanleg voor heeft.

- Als ik met mijn kat speel, vermaakt ze zich misschien wel meer met mij dan ik met haar. Wij houden elkaar wederzijds voor de gek. Zoals ik naar eigen goeddunken begin of ophoud, doet zij dat ook.

- Om iets aan anderen te leren heb je nog meer verstand nodig dan om zelf iets te leren.

- Is er ooit een duidelijker voorbeeld van doortraptheid gegeven dan door de muilezel van de wijsgeer Thales? Toen deze met een vracht zout op zijn rug een rivier doorwaadde, struikelde hij per ongeluk, zodat de zakken die hij droeg doorweekt werden, en hij merkte dat zijn last lichter was geworden doordat het zout zich had opgelost. Nu stortte hij zich, telkens als hij bij een beek kwam, daar met last en al in, tot zijn baas realiseerde dat hij dat met opzet deed en hem een vracht wol te dragen gaf. Toen het dier merkte dat zijn last zwaarder was geworden, paste hij de list voortaan niet meer toe.

- De herinnering aan doorgestane narigheid is aangenaam (citaat van Euripides uit Cicero)

- Als de christenen geconfronteerd worden met iets ongelooflijks, is dat voor hen juist een grond om te geloven.

-Vaak als ik een boek uit mijn bibliotheek neem, stuit ik op fragmenten die ik op een eerder ogenblik prachtig heb gevonden en waar ik diep van onder de indruk was, maar die, als ik er weer naar kijk, louter woorden voor mij blijven, een massa waarin ik, hoe ik het ook wend of keer, niets herken.

- Als ik (wat ik graag doe) bij wijze van oefening en tijdverdrijf de verdediging op mij neem van een mening die strijdig is met de mijne, gebeurt het vaak dat ik mij zo sterk richt en concentreer op de andere kant van de zaak dat ik vergeet wat mij bond aan mijn aanvankelijke standpunt, en dat opgeef.

- Je moet niet iedereen geloven, luidt het gezegde, want iedereen kan zeggen wat hij maar wil.

-Toen ze de filosoof Diogenes vroegen waarom hij geen gerieflijker plaats uitzocht om te eten dan midden op straat, antwoordde hij: "Omdat ik midden op straat honger heb."

- Wie geen lust heeft, vindt de wijn maar laf, wie gezond is, vindt hem lekker, en wie dorst heeft, vindt hem zalig.

- Is het ooit anders gegaan dan dat ouden van dagen lovend spraken over het verleden, terwijl zij afgaven op het heden en hun eigen ellende en narigheid weten aan de wereld en de zeden en gewoontes van de mensen?

- Wie niet is te vertrouwen in de waarheid, is dat ook niet in de leugen.

- Wij erkennen zonder enige moeite dat anderen meer moed, fysieke kracht, ervaring, behendigheid of schoonheid hebben dan wij, maar dat iemand meer gezond verstand zou hebben, dat geven wij nooit toe.

- De goede oude Lysander zei wel dat kinderen met knikkers en volwassenen met woorden spelen.

- Een middelmatige intelligentie is genoeg om zaken van groot en klein belang op een evenwichtige wijze ten uitvoer te brengen. Let er maar eens op: wie zijn zaken het best beheert is het minst in staat je uit te leggen hoe hij dat doet; terwijl wie je precies vertelt hoe het moet er zelf meestal niets van terechtbrengt.

- Mooie verhalen doen het altijd goed, waar je ze ook plant.

- Een jongeman moet kennis verwerven, een grijsaard moet er de vruchten van plukken, zeggen de wijzen.

- Iemand die goed leeft kan er kwalijke opvattingen op nahouden, en een slecht mens kan de waarheid verkondigen, zelfs als hij er zelf niet in gelooft.

- Het is een grote fout, waarin niettemin de meeste mensen vervallen, dat ze maar moeilijk kunnen geloven dat een ander tot iets in staat zou zijn waar zijzelf niet toe in staat zijn of geen zin in hebben.

- Caesar zei dan ook: op grote ondernemingen moet je niet broeden, je moet ze uitvoeren.

- Over Homerus werd in de oudheid gezegd: er was vóór hem niemand die hij kon navolgen, zomin als er na hem iemand kwam die hém kon navolgen.

- Net als Epicurus vind ik dat je genietingen moet vermijden als die je nog grotere smarten brengen, en dat je smarten na moet streven als die je daarna een groter genot brengen.

- Solon zei dat ook eten een medicijn is, en wel het middel dat ons geneest van de ziekte die honger heet.

- De vrees dat het zo droef met de medische wetenschap is gesteld baseer ik in de eerste plaats op ervaring, want zover ik kan overzien is er geen enkel slag mensen dat zo vlug ziek is en zo moeizaam beter wordt als wie onder toezicht van artsen staan.

Ik ben inmiddels begonnen in deel 3.

 


maandag 18 september 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 1

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 1: 419 blz

De essays"De essays" van Michel de Montaigne is een van die klassiekers uit de wereldliteratuur waarvan iedereen wel eens gehoord heeft, maar die maar weinig mensen hebben gelezen.

Ik heb deel 1 herlezen in de prachtige vertaling van Hans van Pinxteren en het moet worden gezegd: ik ben fan. Sterker nog, ik vind "De essays" een van de meest indrukwekkende boeken die ik ken. Erg de moeite waard ook om er citaten uit te plukken, ik heb er 90! genummerd in de tekst.

De naam essay komt van het Franse werkwoord essayer dat proberen betekent. Eigenlijk zijn het dus probeersels.

Montaigne leefde vanaf zijn 37e een teruggetrokken leven op zijn kasteel en landgoed, waar hij zich bezighield met schrijven. Vanaf 1570 tot 1580 zijn de essays ontstaan. In 1580 werd de eerste editie in 2 delen gepubliceerd. In 1588 verscheen de tweede uitgebreide editie. Van deze editie had Montaigne een exemplaar in bezit (het zogeheten Bordeaux-exemplaar) waarin hij tot aan zijn dood in 1892 allerlei toevoegingen schreef en zelfs een compleet derde deel met 13 nieuwe essays. In deze vertaling is terug te vinden uit welke editie de tekst stamt: de editie uit 1580 wordt aangegeven met een a in de tekst, de editie uit 1588 met een b, en het Bordeaux-exemplaar met een c.

Montaigne schrijft vooral over zichzelf. De titels van de essays zijn vaak maar een vage aanduiding van waar het essay over gaat, hij dwaalt nogal af. In feite lijkt het of een goede vriend tegen je aan praat. Montaigne is hierbij verfrissend ondogmatisch. Hij heeft zijn eigen ideeën of opvattingen, maar hij erkent daarbij tegelijkertijd dat andere mensen andere ideeën hebben, die misschien wel even juist of soms zelfs juister zijn.

Wat leuk is, is dat Montaigne steeds citaten gebruikt uit de klassieke oudheid (van auteurs als Cicero, Seneca, Caesar, Livius, Vergilius, Ovidius, Horatius, meestal schrijvers in het Latijn). Hierbij wordt in de tekst de Nederlandse vertaling van het citaat cursief weergegeven, terwijl het citaat in zijn oorspronkelijke versie met aanduiding van de herkomst in een voetnoot staan. De vorige vertaler van de essays: Frank de Graaff (zorgde ook voor een mooie vertaling) gaf de citaten in de tekst weer, met de vertaling in de voetnoten. Ik geef de voorkeur aan de methode van van Pinxteren, zo lees je lekkerder door.

Een aantal van de (mijns inziens) mooiste citaten uit de tekst:

- Zodra iemand de feiten verdraait en naar zijn hand zet, kan het haast niet anders of hij zal zich in de details vergissen wanneer hij hetzelfde verhaal meer dan eens vertellen moet.

- Ik weet dat veel van mijn tijdgenoten dolgraag de reputatie zouden hebben een gewiekst onderhandelaar te zijn, maar ze vergeten dat als je zo'n reputatie eenmaal hebt je niet veel meer kunt uitrichten.

- Overigens is het heel nuttig als je weet hoe je je tegenover anderen gedragen moet. Want kennis van de omgangsvormen helpt ons, net als schoonheid en charme dat doen, een eerste stap te zetten op de weg naar  maatschappelijk verkeer en vriendschap, en biedt ons derhalve de mogelijkheid om te leren van de voorbeelden van anderen en om zelf een voorbeeld te stellen en uit te dragen, voorzover dat leerzaam voor anderen is.

- Elke mening kan zo overtuigend zijn dat je altijd wel mensen vindt die haar ten koste van hun leven staande zullen houden.

- Eén messnede van de chirurgijn voelen wij heviger dan tien zwaardhouwen in het vuur van de strijd.

- Ja, de waarde van de dingen ligt voor ons niet zozeer in wat ze ons geven als wel in wat wij eraan uitgeven.

- Rijk zijn is meer een kwestie van beleid dan van inkomsten.

- Een koopman doet alleen goede zaken als de jeugd uit de band springt, een landbouwer als het graan duur is, een architect als er huizen instorten, gerechtsdienaren als de mensen geschillen hebben en procederen; en zelfs geestelijken kunnen alleen respect inboezemen en hun ambt uitoefenen dankzij onze zonden en onze dood.

- Want de gewoonte is inderdaad een harde en verraderlijke lerares, die zonder dat wij het in de gaten hebben stukje bij beetje aan gezag wint.

- Begaafde lezers ontdekken in andermans geschriften vaak parels die de schrijver zelf er niet bewust in heeft gelegd: ze verdiepen de betekenis en verrijken het inzicht.

- Voorzichtigheid, met haar kiesheid en bedachtzaamheid, is de doodsvijand van grootse ondernemingen.

- Misschien kun je best geleerd zijn door de geleerdheid die je bij een ander vindt, maar wijs kun je alleen maar zijn door de wijsheid die je uit jezelf haalt.

- Als je iemand ziet met kapotte schoenen, zeg je wel: dat zou best een schoenmaker kunnen zijn. Zo ook blijkt uit ervaring dat een arts zijn gezondheid meer verwaarloost, dat een zielenherder minder past op zijn eigen ziel, en dat een geleerde onwijzer is dan wie ook.

- Alleen dwazen kennen geen twijfel en weten alles met zekerheid.

- Waarheid en reden zijn van iedereen en behoren niet méér toe aan wie ze het eerste heeft uitgesproken dan aan wie ze na hem zegt.

- Betweterig en koppig bij je standpunt blijven is een banale eigenschap, die meestal opduikt bij kleingeestige lieden; maar op je standpunt terugkomen en in het heetst van de discussie je ongelijk erkennen, is een zeldzame eigenschap, een blijk van kracht en wijsheid.

- Ik vraag niet van een lakei dat hij zedig is, ik wil weten of hij vlijtig is. En ik vind het minder erg dat mijn ezeldrijver gokt dan dat het een sukkel is, ik heb liever een kok die vloekt dan een die niet kan koken.

- Hoe wij ons best ook doen, zelfs van het kleinste vogeltje kunnen wij het nest met zijn mooie, hechte, praktische bouw nog niet namaken, al net zomin als het web van een gewoon spinnetje. Alle dingen, zegt Plato, zijn door de natuur, het toeval of de kunst voortgebracht; de grootste en mooiste door de natuur en het toeval, de minste en onvolmaaktste door de kunst.

- En de man uit de Oudheid die een steen naar een hond gooide, maar er zijn schoonmoeder mee trof en doodde, citeerde terecht de volgende versregel: De fortuin richt beter dan wij.

- Het is mijn speciale wens dat elk mens op zijn eigen waarden beoordeeld wordt en niet naar modellen die voor iedereen op moeten gaan.

- Als ik mijn knecht uitscheld, doe ik dat uit de grond van mijn hart, en mijn verwensingen zijn niet geveinsd maar echt. Maar als ik eenmaal stoom heb afgeblazen, zal ik, mocht hij mij nodig hebben, hem graag helpen.

- Toen Socrates verteld werd dat iemand niet beter van een reis was teruggekeerd, zei hij: "Natuurlijk niet, want die man had zichzelf meegenomen."

- Wij moeten zo mogelijk een vrouw hebben, kinderen, bezittingen, en vooral een goede gezondheid, maar ons daar niet zó aan hechten dat ons geluk ervan afhangt.

- Niet het bezitten van de dingen, maar het genieten ervan maakt ons gelukkig.

- De ervaring leert dat nu eens de ene, dan weer de andere handelswijze de beste is.

- Een uitstekend bewijs van de zwakte van ons verstand is dat het de dingen aanprijst op grond van hun zeldzaamheid of nieuwigheid, of zelfs vanwege hun moeilijkheid, ook al zijn ze nergens goed of nuttig voor.

Het is duidelijk, voorlopig lees ik door in de Essays. Daarna wil ik het boek van Sarah Bakewell herlezen.

Zie verder ook mijn bespreking van deel 2 van de Essays

 


dinsdag 6 juni 2017

Willem G. Weststeijn: Russische literatuur

Willem G. Weststeijn: Russische literatuur  (Nederland, 2004): 505 blz: Uitgeverij Meulenhoff

Moderne Russische LiteratuurIn zijn "Russische literatuur" bespreekt Weststeijn aan de hand van een aantal essays de groten en de niet zo groten uit de Russische literatuur.

In ieder essay wordt een schrijver of een werk behandeld. Meestal doet hij dat met een korte levensloop van de schrijver en ook met een samenvatting van de inhoud indien het besproken werk bij de meeste lezers niet zo bekend zal zijn.

Bijna iedere bekende Russische schrijver wordt behandeld. Zo is er plaats voor Poesjkin, Gogol, Toergenjev, Tolstoj,Dostojewski, Tsjechov, Boenin, Boelgakov, Babel, Pasternak, Sjalamov en Solzhenitsyn. Opvallende afwezigen zijn Gontsjarov, Nabokov en vooral Paustovskij, die in het hele boek niet een keer wordt genoemd terwijl hij in Nederland tot de populairste Russische schrijvers behoort.

Ook worden een aantal minder bekende of voor mij zelfs totaal onbekende schrijvers behandeld, waaronder een groot aantal dichters.
De essays zijn goed geschreven, maar zonder voorkennis heb je na het lezen van dit boek er weinig idee van wat nu de moeite waard is om te lezen en wat niet. Eigenlijk heb je niet veel aan dit boek als je niet al redelijk bent ingelezen in de Russische literatuur.

  

woensdag 31 mei 2017

Jeroen Brouwers: De laatste deur

Jeroen Brouwers: De laatste deur: Essays over zelfmoord in de Nederlandstalige letteren (Nederland, 1983): 506 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers

De laatste deur"De laaste deur" is een vuistdikke studie over zelfmoord in de Nederlandstalige literatuur.

Bijna uitputtend behandelt Jeroen Brouwers schrijvers die verkozen hebben de dood te bespoedigen door zelfmoord te plegen. Van iedere besproken schrijver wordt door Brouwers geschetst van hoeveel (meestal hoe weinig) belang hij of zij voor de literatuur was en wat de gekozen methode van zelfmoord was.

Dit boek stond al lang op mijn nog te lezen lijstje, niet in de laatste plaats omdat ik zelf ook vaak over zelfmoord heb nagedacht.

Koen de Jager heeft eerder een enthousiaste recensie van dit boek geschreven. Ik deel zijn enthousiasme niet, ik vond het een saai boek en heb het op blz 227 weggelegd.

Ik vind dat Brouwers geen inzicht geeft in de vraag waarom mensen zelfmoord plegen en al helemaal niet hoe het voorkomen had kunnen worden. Hij blijft bij de constatering dat die en die het op die en die manier hebben gedaan.

Wat het boek nog enigszins te verteren maakt zijn de prachtige formuleringen die Brouwers af en toe gebruikt.
Hieronder een aantal voorbeelden:

- Jan Emiel Daele was niet "een goed schrijver", -in zekere zin kon hij niet schrijven. Zijn Nederlands was gebrekkig, zijn woordenschat besmet, stileren vond hij nutteloos, van zinsbouw trok hij zich weinig aan, zijn literaire creaties waren moerassen van slordigheid en onmacht.

- Jan werd: zielig werd hij. Hij maakte het niet en hij begon het zich bewust te worden. Hij was niet getalenteerd, hij was niet handig, hij had de flair niet, hij was niet gewetenloos.

- De Hongaarse dichter Atilla József (1905-1937) had als scholier al twee zelfmoordpogingen achter de rug toen hij, zeventien à achttien jaar oud, het besluit nam dat hij zelfmoord zou begaan op geen andere wijze dan zich door een trein te laten vermorzelen. Op die leeftijd legde hij zich op een avond op de rails, maar moest het beleven dat toen hij de trein al hoorde naderen deze plotseling op enige afstand van hem vandaan tot stilstand kwam: -aldaar had op hetzelfde ogenblik iemand anders zich eveneens met hetzelfde oogmerk op de rails neergevlijd ...

- De Franse schrijver Roch de Chamfort (1741-1794) schoot zich in zijn werkkamer met zijn pistool voor het hoofd, -de kogel verbrijzelde zijn neuswortel en drong in zijn rechteroog, maar zijn hersens bleven onbeschadigd. Toen greep hij zijn scheermes en bracht zichzelf diepe maar niet dodelijke kerven in zijn hals toe, daarna begon hij met dat scheermes ook andere lichaamsdelen te verwonden, zonder ten gevolge van dit alles te sterven. Tegen zijn vriendin zei hij: "Zo zie je wat er gebeurt als je onhandig bent. Zo'n stommerd als ik kan niks, niet eens zichzelf doden."

Taboedoorbrekend, maar daarom nog niet persé de moeite waaard.

 

maandag 1 december 2014

Joost Zwagerman: De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 200 essays


Small Cover ImageNa het samenstellen van de bundels "Nederlandse en Vlaamse literatuur van na 1880 in 250 korte verhalen" en "Nederlandse en Vlaamse literatuur van na 1880 in 60 lange verhalen" heeft Joost Zwagerman opnieuw een bloemlezing gemaakt, ditmaal van 200 essays.

De kwaliteit van deze bundel is wisselend, de meeste essays zeggen me niet zoveel, maar er zitten een aantal goede tussen waaronder opvallend genoeg een van de samensteller over zelfmoord. Maar het is natuurlijk leuk om er een groots overzichtswerk bij te hebben.    

 

zaterdag 1 november 2014

Mijn favoriete boeken: Autobiografisch proza: brievenboeken, dagboeken, essays en memoires

Het eigen leven van een schrijver is een onuitputtelijke bron van verhalen. De meeste schrijvers verwerken autobiografische gegevens in hun fictie, maar er zijn ook schrijvers die echte memoires schrijven, waarbij meestal wordt aangenomen dat de beschreven zaken waar gebeurd zijn. 

De mooiste memoires vind ik die van Giacomo Casanova en van Konstantin Paustovskij. Beiden vertellen met veel smaak over wat ze zelf hebben meegemaakt. Ook erg indrukwekkend zijn "De essays" van Michel de Montaigne, waarin hij voornamelijk over zichzelf schrijft.

Dan zijn er nog dagboeken, met als mooiste voorbeelden de dagboeken van Viktor Klemperer en het persoonlijk dagboek van Hans Warren, allebei geheel verschillend van toon en van inhoud.

Als laatste zijn er nog brievenboeken, met als mooiste voorbeeld het zeer charmante "Charing Cross Road 84" van Helene Hanff dat eigenlijk verplichte kost is voor iedere boekenliefhebber.

In Nederland is de Arbeiderspers de grootste uitgever van autobiografisch proza met de serie Privé-domein. De bovengenoemde schrijvers zitten nou juist niet in deze serie.

Voor alle boeken op deze lijst geldt dat ze een inkijkje geven in het persoonlijk leven van de schrijver zoals dat door hemzelf gezien wordt.
 
Giacomo Casanova: De geschiedenis van mijn leven: 12 delen (Italië, 1790-1798): 4095 blz: Vertaald door Theo Kars (1991-1998): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
  
De school van het leven
 
Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
 
De essays
 
Konstantin Paustovskij: Memoires: 6 delen (Rusland, 1946-1963): ca 2000 blz: Vertaald door Wim Hartog (1967-1984): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein
  
Verre jaren
 
Varlam Sjalamov: Berichten uit Kolyma (Rusland, 1969): 900 blz: Vertaald door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes (2000): Uitgeverij de Bezige Bij
 
Berichten Uit Kolyma Ing
 
L.N. Tolstoj: Letters (Rusland, 1855-1910): 717 blz: Vertaald in het Engels door R.F. Christian (1978): Uitgeverij Charles Schriber's Sons
 
Tolstoy's Letters
 
Victor Klemperer: Tot het bittere einde (Duitsland, 1995): 1089 blz: Vertaald door W. Hansen (1997): Uitgeverij Atlas
  
Tot het bittere einde 2 dln in cass
 
Sei Shonagon: Het hoofdkussenboek (Japan, 1000): 330 blz: Vertaald door Jos Vos (2018): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
 

 
Gerbrand Bakker: Jasper en zijn knecht (Nederland, 2016): 391 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr 287
 
Jasper en zijn knecht
 
Helene Hanff: Charing Cross Road 84 (Verenigde Staten, 1970): 99 blz: Vertaald door Barbara van Kooten (1982): Uitgeverij de Harmonie
 
Charing Cross Road 84
 
Henry de Montherlant: Spelen met stof (Frankrijk, 1930-1972): 223 blz: Vertaald door Ed Jongma (1980): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr 66 
 

 
August Willemsen: De val (Nederland, 1991): 177 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein
 
De Val
 
Hans Warren: Geheim dagboek: 21 delen (Nederland, 1980-2009): ca 6000 blz: Uitgeverij Bert Bakker
 
Geheim dagboek - deel 2 - 1945-1948 - Warren, Hans
 
Paul Léautaud: Literair dagboek 1893-1921 (Frankrijk, 1891-1923): 216 blz: Vertaald door Matth Kockelkoren (1972): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein
 
Literair dagboek / 1893-1921
 
Josep Pla: Het grijze schrift (Spanje, 1918-1920): 592 blz: Vertaald door Adri Boon (1990): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein
 
Het Grijze Schrift
 
Theo Kars: Memoires van een slecht mens: 2 delen (Nederland, 2010-2013): 834 blz: Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 
Memoires van een slecht mens / 1
 
Reacties op deze pagina zijn welkom.