Posts tonen met het label Twee keer gelezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Twee keer gelezen. Alle posts tonen

vrijdag 29 mei 2026

Gerrit Jan Zwier: Een lichte angst

Gerrit Jan Zwier: Een lichte angst: Beschouwingen over reizen en reisboeken (Nederland, 1995): 204 blz: Uitgeverij de Prom
 
 
 
"Een lichte angst" is het derde boek van Gerrit Jan Zwier dat ik de afgelopen week herlas. In "Een lichte angst" staan, als ik goed heb geteld, 63 besprekingen van Nederlandstalige reisboeken, de meeste uit de periode 1985-1995, maar ook enkele "oudjes" die in die periode zijn heruitgegeven. Ik heb veel van de besproken boeken gelezen, maar daarvan hebben alleen de boeken van Lieve Joris en Carolijn Visser en "Diep in Arabië" van Marcel Kurpershoek de lijst met mijn favoriete reisverhalen gehaald.
 
Zoals ik in mijn twee vorige stukjes al heb geschreven vind ik Gerrit Jan Zwier inhoudelijk erg sterk, maar stilistisch beduidend minder. Dat laatste zorgt ervoor dat ik zijn eigen reisverhalen niet ga lezen. 
 
Citaten:
- In Nederland spreekt het vanzelf dat een slechte roman altijd meer aandacht krijgt dan een goed reisboek, heeft Nooteboom eens gezegd.
 
- Brokken memoreert het feit dat veel primatologen vrouwen zijn, maar hij vergeet erbij te vermelden dat die allemaal door de beroemde Leakey naar de jungle werden gestuurd. Deze vorser, die in Kenya de ene voorouder van de mens na de andere ontdekte, was namelijk van oordeel dat vrouwen hun ogen beter de kost geven dan mannen, en dat zij onder moeilijke omstandigheden ook taaier en vasthoudender zijn.
 
- Van Dis verkeert eigenlijk voortdurend in een ongemakkelijke positie. Enerzijds kan de cultuur van de Afrikaners, zoals de Boeren zichzelf noemen, hem gestolen worden ("Drie auto's, een huis met twintig kamers voor drie kinderen en twee vrouwen, een paar kilo vlees naar binnen stouwen en de hele dag over schapen lullen en 's avonds naar de stomste televisie kijken in een huis vol prullen"), maar anderzijds voelt hij zich evenmin een witte Bantoe, die ernaar smacht het zwarte erfgoed te omhelzen.

- Dan realiseert van Dullemen zich opeens, in een prachtig beeld, hoe de Afrikanen over al die blanke toeristen moeten denken: "Als een kudde roze spaarvarkens die je goed moet  schudden omdat er veel geld in zit."
 
- Hoe beziet een Thai een Europeaan of Amerikaan? Als schepsels van een andere planeet, schrijft Hauser, als "forse, harige wezens, met eerlijke, zij het ruwe manieren, veel geld en een grote lul".
 
Over de voormalige Sovjet-Unie:
- "Vroeger kon je alles kopen en mocht je niets zeggen," zegt een vrouw die in een goudwasserij werkt, "nu mag je alles zeggen en kun je niets kopen."
 
Cees Nooteboom in Spanje:
- Tussen de bedrijven door eet hij een hapje in de plaatselijke herberg. Ook daar heeft de tijd stilgestaan: "Laag, donker, zwijnsbouten, zwarte bloedworsten met rijst erin, stukken spek, konijnen, donkere, dikke wijn uit aardewerken kruiken, grote broden uit een andere eeuw."
 
- Snojink, net de veertig voorbij, en geestelijk gevormd in de jaren zestig, voelde zich in Nederland even slecht op zijn gemak als een pissebed in de zon.
 
- Een feministe in Saoedi-Arabië ... dat zou even misplaatst zijn als een ijsbeer op de evenaar, als een alpinist in Friesland, als een haai in een korenveld. Een feministe zou op het Arabisch schiereiland hysterisch worden van woede en frustratie.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Gerrit Jan Zwier: Grijpen naar de regenboog

Gerrit Jan Zwier: Grijpen naar de regenboog: Een literaire safari (Nederland, 1985): 101 blz: Uitgeverij de Prom
 
 
 
In "Grijpen naar de regenboog" bespreekt Gerrit Jan Zwier 25 wat oudere reisverhalen van meestal Engelse en een paar Duitse schrijvers. Een aantal van de besproken reisboeken heb ik gelezen, die van Alexander Kinglake, Evelyn Waugh, Norman Douglas, Peter Fleming, Ella Maillart, Graham Greene, Robert Byron, J.R. Ackerley, Eric Newby, Patrick Leigh Fermor en Harold Nicolson. Hoewel dit vrij grote namen zijn binnen het genre, behoort geen van deze boeken tot mijn persoonlijke favorieten.
 
Inhoudelijk vind ik Gerrit Jan Zwier een uitstekende boekbespreker, hij zou het goed doen als blogger. Zijn stijl vind ik een stuk minder. 
 
Citaten:
- De moderne tijd heeft travel door toerisme vervangen, zoals ook "zijde en wol door nylon zijn vervangen, vis door vissticks, koffieroom door poeder en verdienste door publiciteit."
 
- Als veroveraars hadden de Abessiniërs de door hen onderworpen volkeren niets te bieden: "Zij brachten geen nieuwe technieken of kennis met zich mee, geen nieuwe landbouwmethoden, riolering of wegenaanleg, geen kennis van medicijnen en hygiëne, geen betere politieke organisatie ... Ze bouwden niets; ze lieten zich neer in de dorpen van het onderworpen volk, deden niks nuttigs, waren smerig en overheersend, stookten het timmerhout op, aten het voedsel op, maakten de mensen tot slaven en hieven belasting op de handelswaar die van buiten af binnensiepelde."

- "Het vlees moet helemaal niet gepijnigd worden," protesteert Douglas, "men moet het juist koesteren: het menselijk lichaam is in eerste plaats een engine of delights." Hij voegt eraan toe, dat het de Grieken onbekend was dat er zoiets als een antagonisme tussen lichaam en geest bestond, en dat die gedachte "een van de schadelijkste staaltjes van kromdenken is die ooit  uit onze misleide hersenpan is weggelekt."
 
- Byron noemt zichzelf een reiziger die van huis gaat om wat te leren en wat wijzer te worden. Een reiziger is de tegenpool van de specialist; de eerste wil steeds méér weten over steeds meer, de tweede wil steeds méér weten over steeds minder.
 
- Eens gebeurde het dat een jongeling, die nog volop bezig was met de initiatieceremoniën die een volwaardig man van hem moest maken, door een tijgerhaai gegrepen en verslonden werd. Uit bezorgdheid om de onvolwaardige staat waarin het slachtoffer het dodenrijk betrad, betrok diens oudste broer, een dag later, de wacht bij de onheilsplek. Het duurde niet lang of er begon een rugvin om hem heen te cirkelen. En inderdaad, na het doden en opensnijden van de haai bleek dat het om hetzelfde dier ging - in de maag trof de wreker de restanten van zijn broer aan. Vervolgens werden de riten tot een succesvol einde gebracht en iedereen was er nu van overtuigd dat de overledene zijn weg moest kunnen vinden in het labyrint van het dodenrijk.
 
- "Eén van de onaangenaamste eigenschappen van fanatieke moslims," zo schrijft Newby, "is hun vermogen om mensen van een ander geloof het gevoel op te dringen dat ze onrein zijn in hun denken, woorden en daden."
 
- Van een reisverhaal mag toch worden verwacht dat de verteller prominent aanwezig is; niet de reis maar de reiziger is in dit genre immers het belangrijkst.
 
- Sir Harold is zeer koningsgezind, onbeschaamd chauvinistisch ("Ik geloof dat mijn landgenoten in het algemeen eerlijker, vriendelijker, praktischer en inventiever zijn dan mensen van andere landen")

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 28 mei 2026

Gerrit Jan Zwier: Antropologen te velde.

Gerrit Jan Zwier: Antropologen te velde: De confrontatie van de etnograaf met vreemde volken en met zichzelf (Nederland, 1980): 120 blz: Uitgeverij Ambo 
 
 
 
Ongeveer 30 jaar geleden las ik 3 boeken met boekbesprekingen van Gerrit Jan Zwier alsmede zijn reisverhaal "Europese reizen". Die eerste 3 boeken heb ik de afgelopen dagen herlezen. Nu, bij herlezing, vind ik zijn boeken veel beter dan ik mij herinnerde.  
 
Inhoudelijk is "Antropologen te velde" een erg sterk boek. Het is een literatuurstudie over de persoonlijke lotgevallen van antropologen tijdens hun veldwerken. Gerrit Jan Zwier schrijft met duidelijke kennis van zaken, hij is onderhoudend, informatief en bondig en hij geeft veel mooie citaten die organisch in zijn tekst zijn verweven. Helaas ben ik niet zo enthousiast over zijn stijl. Hij mist de glasheldere stijl die de boeken van Lieve Joris en Carolijn Visser zo aangenaam om te lezen maakt. Verder vind ik hem te stellig en mist hij de lichtheid van toon, waar ik zo van houd.
 
Citaten:
- De veldwerkperiode biedt echter al aanknopingspunten genoeg voor introspectie en reflectie. Via de omweg van een andere cultuur wordt de distantie geschapen die nodig lijkt te zijn om jezelf als individu en als cultureel bepaald wezen beter te leren kennen. De hartekreten en zuchten van antropologen te velde, alsmede hun triomfen en nederlagen, vormen het onderwerp van dit boek.
 
- Op het praktische vlak moet er van alles en nog wat geregeld worden. Voor een medische check-up, inentingen, het op peil houden van de lichamelijke conditie en het aanleggen van een huisapotheekje behoort tijd te worden uitgetrokken, evenals voor taalstudie en het sleutelen aan een uitgekiende en hanteerbare uitrusting. Het is niet verstandig een paar notitieboekjes, twee potloden en een enkel fototoestelletje mee te nemen en dan te denken dat het belangrijkste onderdeel van de bagage - de middelen waarmee observaties vastgelegd worden - voldoende verzorgd is. Williams adviseert de veldwerker om een kantoorboekhandel aan kistjes van metaal en fiberglas, carbonsets, fiches in allerhande maten, paperclips, schriften, typemachines, anti-papierkever-papier, elastiekjes, punaises, anti-inktkever-inkt, plastic hoesjes en doosjes, rubber ringen, weckflessen, mini-hangmappenkastjes van bamboe, een portable donkere kamer enzovoort mee te nemen.
 
- Een andere lekkernij van de Yanomamö bezit het drietal eigenschappen dat wij na enig nadenken als kenmerkend voor een walgelijke maaltijd zouden opnoemen: deze is bleekwit, zacht en het leeft. Maden, in dit geval, zo dik als muizen. De kronkelende kop wordt er bijna afgebeten en de ingewanden worden meegetrokken. Een deel wordt geroosterd en smaakt, volgens een door de wol geverfde missionaris, naar bacon. "Maar alles wat boven een rokerig vuur wordt gehouden smaakt naar bacon," stelt Chagnon vast.
 
- Bij de Tiv zag Laura Bohannan hoe de pannen, vóór het eten, door geiten werden schoongelikt en Middleton vond het geen verbetering dat dit werkje bij de Lugbara door vrouwentongen werd opgeknapt. 
 
- Veel en lekker eten blijkt een favoriete manier te zijn om frustraties af te reageren. Met name Amerikanen zijn dol op pindakaas. Helaas verwacht de opdringerige omgeving  dat voedsel met hen gedeeld zal worden. Daar had Chagnon het volgende op gevonden: hij maakte de Yanomamö wijs dat hij poep op zijn brood smeerde, met het (gehoopte) resultaat dat ze hem met zijn walgelijke beleg alleen lieten.
 
- In zijn boek over de Siriono-Indianen, die een nomadisch bestaan leiden in de moerassen en wouden van Oost-Bolivia, geeft Holmberg een beeld van het dierlijke gespuis der aarde: "Wanneer de nacht valt, dalen allerlei soorten muskieten, te samen met muggen en motten, bij duizendtallen op ons neer. Overdag, als deze pest zich in moeras en woud heeft teruggetrokken, wordt haar plaats overgenomen door talloze variëteiten van horzels en wespen. (...) De beet van sommige mieren veroorzaakt tijdelijke verlammingen. Naast mieren, muskieten en vliegen lopen er schorpioenen en spinnen rond, wier steken en beten ook verlammingen tot gevolg hebben, en vliegt er een bijesoort rond  die wordt aangetrokken door het zweet van de reiziger. Ook teken mogen niet onvermeld blijven: in het droge seizoen laten die zich soms per honderdtal op een passant neervallen. (...) Men is voortdurend het slachtoffer van een harig soort huidworm. Deze wordt op de volgende manier verwijderd: een met tabakssap besmeurd strootje wordt in het gat in de huid gestoken - het beest steekt daarop zijn kop naar buiten, deze wordt gepakt en de worm wordt uit het gat getrokken."
 
- Samen met een paar Bosjesmannen bracht de Amerikaanse antropoloog Richard Lee een bezoek aan de kraal van naburige Bantoe-dorpen. Hij wilde hen, uit dankbaarheid voor hun medewerking, op de dikste os trakteren die er in de buurt te vinden was. Zijn metgezellen bleken echter geen oog te hebben voor de vlezigheid van het door hem aangewezen dier. Nee, zij gaven de voorkeur aan een scharminkel dat, naar hun zeggen, veel begeerlijker was dan de keuze van Lee. Aldus geschiedde. Pas veel later drong het tot hem door dat het in de egalitaire samenleving van de Bosjesmannen geen pas geeft om je publiekelijk te beroemen op de superieure kwaliteiten van de meegebrachte jachtbuit.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 11 januari 2026

Clemens Carle: Rad-Abenteuer Panamericana

Clemens Carle: Rad-Abenteuer Panamericana: 45000 km von Feuerland bis Alaska (Duitsland, 1994): 303 blz: Uitgeverij Helmut Hermann
 

 
Ergens in mei 1988 ontmoette ik Clemens in het noorden van Joegoslavië, bij de grotten van Postojna. Ik was met de fiets onderweg naar Turkije. Er kwam een man met een enorme baard op mij af op een mountainbike met voorop een boodschappenmandje met etenswaren. Hij vroeg waar ik vandaan kwam en vertelde dat hij onderweg was naar Beijing op een fietstocht die anderhalf jaar zou duren. Hij stelde voor om een tijdje samen op te fietsen.
 
Zo gezegd, zo gedaan. We bezochten de grotten van Postojna en fietsten vervolgens een paar dagen samen op tot aan de meren van Plitvice, een schitterend natuurgebied met zeer veel watervallen. Na ons bezoek aan Plitvice wilde Clemens door het binnenland van Joegoslavië fietsen en ik langs de kunst (mooier weer!) en gingen we uit elkaar. Twee weken later kwamen we elkaar weer tegen in Ohrid, in het zuiden van Joegoslavië. We fietsen weer een paar dagen samen op en bezochten de Meteora kloosters vlakbij Kalamata in het noorden van Griekenland. Opnieuw splitsten onze wegen zich.

Het was denk ik begin 1990 dat ik weer wat van Clemens hoorde. Ik kreeg een eerste reisbericht met een verslag van de eerste etappe van zijn reis van Vuurland naar Alaska. We schreven elkaar regelmatig, ook nadat ik een psychische ziekte had gekregen. Clemens woonde in Maichingen, een klein stadje vlak ten westen van Stuttgart. Ik heb hem daar twee keer opgezocht in 1993 en in 1997. Bij die tweede gelegenheid vroeg ik aan Clemens of hij nog meer boeken wilde schrijven over zijn fietstochten. Hij antwoordde dat dat de moeite niet loonde, van zijn boek waren maar 10.000 exemplaren verkocht. Mij lijkt dat een fantastisch resultaat voor een eerste boek, maar echt rijk zul je daar niet van worden.

Ik had "Rad-Abenteuer Panamericana" natuurlijk al eerder gelezen, in 1997 en vermoedelijk nog een tweede keer maar dat kan ik niet terugvinden op mijn leeslijsten. Nu, bij herlezing, was ik aangenaam verrast over hoe onderhoudend ik dit boek vind. Het is een onderhoudend, prettig leesbaar boek over een zeer bijzondere fietstocht.
 
De tocht die beschreven wordt in "Rad-Abenteuer Panamericana" duurde van oktober 1989 tot oktober 1992. In 3 jaar tijd legde Clemens een kleine 45.000 km af. Ze vertrokken vanaf Vuurland met een groep van vier personen, behalve Clemens waren ook Rolf, Helge en Michael onderweg naar Alaska. Al gauw blijkt de groep niet geweldig te functioneren en splitsen Clemens en Rolf zich af van Helge en Michael. Later krijgt Clemens in toenemende mate onenigheid met Rolf en gaat hij in zijn eentje verder. Later ontmoet hij Helge en Michael weer en ze fietsen een tijd met zijn drieën. Opnieuw onenigheid en Clemens fietst weer alleen verder. De ouders van de 4 fietsers hebben nog wel contact met elkaar en Clemens en Rolf proberen het weer een tijd, maar in het noorden van Peru gaan ze definitief uit elkaar. Uiteindelijk neemt Helge in Colombia het vliegtuig naar huis, Rolf in de Verenigde Staten en alleen Michael en Clemens halen Alaska.
 
Ik heb de afgelopen maand 5 fietsboeken van Frank van Rijn gelezen. Er is een duidelijk verschil in levensstijl tussen Clemens Carle en Frank van Rijn. Beide reizen met een minimaal budget en met een zwaar bepakte fiets. Voor Frank van Rijn is het fietsen het doel op zich. Het gaat Frank om het fietsen en de rest is bijzaak. Bij Clemens ligt dat heel anders. Hij wil zich onderdompelen in een totaal andere cultuur en zoveel mogelijk zien en meemaken. Voor hem is het fietsen een manier om prettig rond te reizen en om makkelijk contact te maken met de lokale bevolking en medereizigers. Hij is veel socialer ingesteld dan Frank van Rijn en reist in een veel rustiger tempo, hoewel er ook voor hem natuurlijk dagen zijn dat hij zoveel mogelijk kilometers vreet. 
 
Als je de boeken van Frank van Rijn leuk vindt, dan zul je "Rad-Abenteuer Panamericana" vermoedelijk ook wel met plezier lezen, als je Duits tenminste goed genoeg is. Voor mij vormt het Duits van dit boek geen enkel probleem hoewel ik maar tot de 4e klas lessen Duits heb gehad.
 
Citaten:
- "Mit so etwas willst du Richtung Alaska fahren?", denke ich mir, und Zweifel am Vorhaben kommen auf. Es sollten nicht die letzten sein. Die 35 Testkilometer in den am Beagle-Kanal gelegenen Nationalpark "Tierra del Fuego" schaffen wir dann doch, die Schotterpiste gibt einen Vorgeschmack auf kommende Erlebnisse: böiger Gegenwind, das kleinste Kettenblatt liegt auf, das Fahrrad schüttelt wie ein wild gewordener Gaul, vorausschauende Fahrweise ist notwendig, denn abrupte Lenkmanöver sind bei dem Gewicht nicht drin. Bei jedem Auto und vor allem bei jedem Bus oder Lkw verschwinden wir in einer riesigen Staubwolke, sind bald staubverkrustet, es knirscht zwischen den Zähnen.
 
Na de afsplitsing van Michael en Helge:
- Dennoch bin ich mir auch nicht sicher, ob Rolf und ich auf Dauer so gut harmoniseren. Wir haben beide einen gesunden Dickkopf, der allzugerne manchmal ohne Rücksicht auf den anderen seinen eigenen Weg sucht. Kein guter Ausgangspunkt für eine gemeinsame lange Tour.
 
- ... Oder war unsere ganze Unternehmung nicht von vornherein zum Scheitern verurteilt? Reiseradler sind bestimmt die grössten Individualisten unter allen Travellern, das konnte so nicht klappen, das hätte ich von vorherein wissen müssen.
 
- Irgendwie trennen mich aber Welten von den "Normalurlaubern", ich lebe in anderen Dimensionen, was Geld (wenig) und Zeit (viel) betrifft.
 
Kamperen op grote hoogte:
- Die Zeit reicht dann gerade noch, um auf etwa 4.650 m Höhe mitten in Pampagras zu zelten. Uiih, das wird kalt werden! Nach dem ersten vorsichtigen Blick am nächsten Morgen aus der Zelt konnte ich mal wieder eine Lobeshymne auf meinen Schlafsack singen: Rauhreif bedeckte die Pampa, die Zelthaut war innen und aussen total  vereist, den vollen Wasserflaschen ist kein Tropfen zu entlocken, aber im Schlafsack war es gemütlich warm.
 
Over zijn financiën:
- Wie immer machte ich am letzten Abend Kassensturz. Wie teuer mochte wohl Costa Rica gewesen sein? Rund 13 Mark pro tag errechnete ich, so wie Argentinien. Damit blieb Panama (DM 34,41) der Spitzenreiter, gefolgt von Ecuador (DM 29,41), während alle anderen Länder um die 15 bis 22 Mark lagen. Etwa 20 Mark pro Tag hatte ich ja kalkuliert.
 
- Der Kilometerzähler springt wieder auf 0,0 um - 20.000 Kilometer sind abgeradelt! Die meisten der letzten 10.000 bin ich nun alleine gefahren, ich hätte nie geglaubt, so gut alleine zurechtzukommen, nicht nur mit meiner Umwelt, sondern ganz besonders mit mir selbst. Ich fühle mich ausgeglichen und selbstbewusst wie noch nie zuvor in meinem Leben und habe keine Zweifel, diese Tour auch vollends allein durchstehen zu können. Ich habe mich inzwischen so an den Reiserhytmus gewönhnt,  dass ich gar nicht mehr an ein Ende der Tour denken mag. 
 
- Aus dem Kauf- und Konsumkreislauf habe ich mich inzwischen ausgeklinkt, viel wichtiger ist mir ein voller Magen, gute Gesundheit und gelegentlich eine heisse Dusche geworden.
 
- Mich erstaunt es immer wieder, mit wie wenig mein Körper zufrieden ist und dennoch Tagesleistungen von 150 Kilometer und mehr verkraftet. Der Wille zählt. Der Wille, ein Ziel zu erreichen, ist viel wichtiger als ein austrainierten Körper und bestimmt die Grundvoraussetzung, eine Panamericana-Radtour erfolgreich durchzustehen. 
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 2 december 2025

August Willemsen: Vrienden, vreemden, vrouwen

August Willemsen: Vrienden, vreemden, vrouwen (Nederland, 1998): 418 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein (nr. 220)
 
 
 
"Vrienden, vreemden, vrouwen" is een in dagboekvorm geschreven boek van de jaren 1956-1964, waarin de schrijver 20-28 jaar oud is. 
 
In het begin studeert August Willemsen piano aan het Conservatorium. Het blijkt niet de juiste studie voor hem te zijn, hij leest veel en wil eigenlijk iets in de literatuur doen.

Een grote rol in het boek spelen zijn vele vriendschappen met vrouwen. Eerst platonisch. Omdat hij 1,95 meter lang is en nogal slungelachtig van voorkomen kan hij zich niet voorstellen dat er vrouwen zijn die op hem vallen. Hij gaat met Marjan voor een reis naar Spanje. Daar flirt zij met iedereen, maar August mag niet aan haar zitten. Dan is er ook nog een zekere Freddie voor wie hij meer dan vriendschapsgevoelens koestert. In Spanje gaat August voor het eerst met een vrouw naar bed.

Ook een terugkerend thema in het leven van August Willemsen is de drank. Deze wordt in grote hoeveelheden geconsumeerd, wat hem ook wat losser en ontvankelijker maakt voor vrouwen. Mede door lezing van het boek "De binnenlanden" van Euclides da Cunha (later prachtig door hem vertaald) besluit August Willemsen om op 25-jarige leeftijd Portugese taal- en letterkunde te gaan studeren. In vergelijking met zijn 2 latere boeken "Braziliaanse brieven" en "De val" is August Willemsen in dit boek nog wat navelstaardiger, vandaar dat ik het het minste van de 3 vind.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

vrijdag 8 augustus 2025

Hans Christian Andersen: Sprookjes en verhalen

Hans Christian Andersen: Sprookjes en verhalen (Denemarken, 1837-): 1098 blz: Vertaald door Annelies van Hees (1992): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep, Perpetua-reeks


 

Hans Christian Andersen (1805-1875) was de Deense schrijver van een aantal wereldberoemde sprookjes. 
 
In mijn jeugd heb ik natuurlijk kennisgemaakt met een aantal van zijn sprookjes. In 1996 heb ik een eerdere gedeeltelijke vertaling in de Prisma-reeks gelezen. In 2008 las ik een aantal sprookjes in een prachtige Engelse vertaling van Tiina Nunnally. In 2016 las ik de Perpetua uitgave in zijn geheel. In april 2023 heb ik de eerste 306 bladzijden van dit boek herlezen met daarin al de bekendste sprookjes van Andersen. Nu ben ik begonnen met het herlezen van de laatste 800 bladzijden. Dat was een hele kluif en leverde weinig op, geen enkel sprookje of verhaaltje uit die laatste 800 bladzijden kan zich meten met de hieronder genoemde sprookjes uit de eerste 306 bladzijden. Als laatste herlas ik de eerste 306 bladzijden.
 
De vertaling van Annelies van Hees leest zeer prettig. Het is in Nederland de gewoonte om bij een vertaling het gehele werk van een schrijver te vertalen, zeker bij een schrijver van verhalen. In de meeste gevallen ben ik hier een voorstander van, maar bij Andersen kun je toch wel zeggen dat zijn beste sprookjes ver uitsteken boven de andere sprookjes en verhalen en dat het herlezen van die andere verhalen vrijwel niets toevoegt. Maar de 12 sprookjes die ik hieronder zal noemen, die samen 123 bladzijden tellen en die de kern van zijn oeuvre vormen zijn terecht wereldberoemd. Je kunt deze sprookjes ook steeds weer opnieuw lezen en eventueel voorlezen.
 
Kleine Claus en grote Claus (11 blz) [in eerdere vertalingen was het kleine Klaas en grote Klaas, wat mijn voorkeur heeft]: In een dorp woonden eens twee mensen die allebei dezelfde naam hadden, ze heetten allebei Claus. De ene werd grote Claus genoemd, was rijk, had vier paarden, was gemeen en dom. De andere werd kleine Claus genoemd, was arm, had maar één paard, maar hij was vriendelijk en slim. Iedereen die dit sprookje ooit gelezen heeft, weet hoe het afloopt.

De prinses en de erwt (2): In dit sprookje wordt een methode aan de hand gedaan waarmee je een echte prinses kunt herkennen.

De kleine zeemeermin (21): Het beroemde sprookje over een zeemeermin die verliefd wordt op een knappe prins. Om aan land te kunnen gaan, moet ze haar prachtige stem verliezen en haar mooie staart door twee onhandige pilaren, die mensen benen noemen, laten vervangen. Door Disney verfilmd.

De nieuwe kleren van de keizer (5): Waarschijnlijk het beroemdste sprookje van Andersen waarin een ijdele keizer een onzichtbaar gewaad krijgt aangemeten.

De standvastige tinnen soldaat (5): Over een tinnen soldaatje met maar één been.

De wilde zwanen (15): Een koning had elf zonen en één dochter. Een boze stiefmoeder betovert de prinsen in zwanen en verbant de prinses. De Chinese schrijfster Jung Chang heeft de titel gebruikt als titel voor haar eigen boek.

De nachtegaal (9): Sprookje over een echte en een kunst nachtegaal dat begint met de beroemde openingszin: In China, moet je weten, is de keizer een Chinees en alle mensen om hem heen zijn ook Chinezen.

Het lelijke jonge eendje (9) . Over een lelijk te groot jong eendje die uitgroeit tot een prachtige jonge zwaan.

De sneeuwkoningin (29): De kleine Kay en Gerda zijn vriendjes van elkaar. Op een dag krijgt Kay een stukje van een toverspiegel in zijn hart, waardoor zijn karakter helemaal verandert. Kay verdwijnt en Gerda gaat op zoek naar haar vriendje.

De rode schoentjes (6): Over Karen, een arm meisje dat rode schoentjes krijgt en niet meer kan ophouden met dansen.

De schaduw (12): Het verhaal over een geleerde en zijn schaduw die langzaam zijn plaats inneemt.

Het meisje met de zwavelstokjes (3): Zeer gevoelig verhaal over een arm meisje dat zwavelstokjes probeert te verkopen.
 
Het loont zeer de moeite om bovenstaande sprookjes te lezen in deze prachtige vertaling. Eigenlijk zou men een mooie geïllustreerde uitgave moeten maken met een kleine selectie van de sprookjes en verhalen maar met hele mooie illustraties. Manon Uphoff roemt in haar nawoord de aquarellen van de Poolse kunstenaar Janusz. Grabianski.

  : 12 bovengenoemde sprookjes
 
  : waardering voor het hele boek
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 13 juli 2025

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 3

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 3 (Frankrijk, 2006): 98 blz: Vertaler niet vermeld: Uitgeverij Dupuis 
 
 
 
Didier vindt dat zijn opdracht erop zit en besluit om niet af te wachten totdat Juliette met de groep van Artsen zonder grenzen terugkeert naar Pakistan en gaat met een eigen escorte op pad. Dat loopt bijna fataal af. De vier mannen die hem begeleiden laten hem in de steek en hij beklimt op eigen houtje een pas van ongeveer 5.000 meter hoogte. Daar stort hij in. Uit de andere richting komt een groep en de leider daarvan besluit om hem mee te nemen, uiteraard tegen een forse "onkostenvergoeding". Didier verwacht elk moment om het leven gebracht te worden, maar uiteindelijk komt hij bij een bevriend clanhoofd die hij kent, en is hij gered. De drie delen van "De fotograaf" vormen samen een uiterst onderhoudende en spannende leeservaring. Warm aanbevolen!
 
Citaten:
- Zo. M'n eerste avond alleen. Een klein, hooggelegen dorpje. Prachtig decor, geen problemen. Ik ben vol van geluk. We hebben stevig gestapt. Ik sta zo droog als een zomerse greppel, maar ik voel me in topvorm. In principe sta ik over veertien dagen in Pakistan naar huis te bellen. Ik heb het gevoel dat ik het roer van m'n reis nu zelf in de hand heb.
 
- We zoeken onderdak in 'n moskee.
 Ik hou van moskeeën. Ze zijn wat kerken zouden moeten zijn, of geweest zijn: een plek waar reizigers terechtkunnen. Een simpel onderdak. We gedragen ons correct, maar niet plechtig.
 Je doet je schoenen uit, zet je bagage neer en je kiest 'n plekje uit. Je kunt er eten, praten, slapen. 'n moskee is bijna een hotel.

- Enkele ervaringen rijker, stel ik Juliette aan tafel een paar gerichte vragen ...
 "Hoe zeg je bijvoorbeeld: laat me alleen, ik moet piesen?"
 
Didier heeft een escorte meegekregen van vier "sukkels", waar hij weinig aan heeft;
- Ik probeer ze wakker te schudden. Stoppen is uitgesloten. Ik wil naar Teshkan!
 "Zud! zud! No stop! Dawam dapan!"
 Het plaatje wordt me duidelijk. Ik kan tijdens deze reis alleen op mezelf rekenen. Van m'n escorte moet ik niets verwachten. Ik vraag toch niet om in een draagstoel te worden vervoerd? Ik heb alleen gidsen nodig. Gezelschap. Nu is het zo dat ik gids speel voor m'n gidsen. Compleet absurd! 
 
- Niet alleen ik heb de operatie van John overleefd. De zweer op m'n arm is ook in goede gezondheid, en hij ziet er beroerd uit. Ik leg een nieuw verband.
 Het zweet en de wrijving hebben de poten van mijn bril aangevreten. Het metaal snijdt in m'n oren. Ze etteren. Met verband probeer ik een bescherming in elkaar te knutselen.
 Ook m'n tandvlees is ontstoken. Ik voel me dan wel niet echt moe, maar fysiek ben ik aan het aftakelen.
 
Op de top van een pas, verlaten door zijn escorte, komt er een groep uit de andere richting. Een van de mannen vraagt: "Hoe gaat het met je vrouw?" en vervolgens loopt hij verder.
 
Didier heeft een overzichtsfoto gemaakt van de plek waar hij denkt te sterven:
- Ik ga op zoek naar m'n notitieboekje, 'n potlood en m'n hoofdlamp. Ik schrijf op:
"17 oktober 1986, 22.25 u.
Dominique, dit is het eind van m'n reis.
M'n escorte heeft me aan de voet van de Kalotak laten stikken.
Nu zit ik vast op de top, alleen.
Geen idee hoe ik me hieruit red.
M'n paard verzet geen stap meer en bevriest.
Ik lig in m'n slaapzak en wacht.
Ik hoop dat je m'n aantekeningen en foto's zult vinden.
Ik denk aan m'n moeder.
Wil je haar dat vertellen? Groetjes."
 
Uiteindelijk overleeft Didier het en ontmoet hij een vrouw van een man die hij eerder was tegengekomen:
- Met een mooie vrouw kletsen terwijl je van jam zit te smullen. Wat kan het leven mooi zijn.
 Ze is gelukkig geen missionaris. Ze begint niet meteen over Jezusje. Eindelijk kan ik drie zinnen aan elkaar rijgen zonder erbij te vertellen dat ik isawi ben, getrouwd en vader ...
 En vooral, ik kan gewoon luisteren en spreken zonder over elk woord te struikelen ...
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 12 juli 2025

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 2

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 2 (Frankrijk, 2004): 80 blz: Vertaler niet vermeld: Uitgeverij Dupuis
 
 
 
In deel 1 van "De fotograaf" zagen we hoe de fotograaf Didier Lefèvre, met een team van Artsen zonder grenzen, naar Afghanistan trok. In dit tweede deel doet hij waar hij voor gekomen is: het fotograferen van het werk van Artsen zonder grenzen in uiterst barre omstandigheden. Tegen het einde van het verhaal heeft hij er genoeg van en wil hij terug naar huis.
 
"De fotograaf" is een prachtige combinatie van een fotoreportage en een graphic novel. 
 
Citaten:
- "Helikopter!" Het woord gaat als een trein door de karavaan. Net iets sneller dan het geronk waar iedereen bang voor is.
 We schuilen waar we kunnen. Gelukkig zijn er genoeg plekjes om je te verstoppen.
 Ik kruip onder een rots. In het stukje hemel dat ik nog zie, speur ik met m'n lens naar de helikopter.
 Daar is-ie. Ver weg, maar dichter dan me lief is.
 
- Dan beginnen we aan de grillige en steile paden. Ik kijk niet goed uit. Terwijl ik van lens verander, laat ik de zonnekap van m'n 105 mm vallen. En zo'n ding is duur.
 Ik was al niet goed geluimd, maar nu ben ik razend op mezelf, en gedeprimeerd.
 
- "Ik heb de commandant geld gegeven om de school te laten werken. Uit erkentelijkheid, en om te laten zien dat het hem ernst is, liet hij dat lesje opvoeren. Maar eigenlijk is de school niet actief."
 "Oh nee?"
 "Nee.
 In september wordt er geoogst. De kinderen werken op het veld."
 "Ik zag wel dat hun handen erg ruw zijn."
 "Ze zorgen er op z'n Afghaans voor dat ze twee of drie dingen leren. Maar eigenlijk zijn het stuk voor stuk kleine arbeiders, of soldaatjes.
 Hun enige voorbeelden zijn de jongens die zelf oorlog voeren en daar trots op zijn. Dat is nog het ergste. 'n alternatief is er niet.
 Niemand vertelt ze dat kennis belangrijker is dan elkaar te vermoorden."
 
- Ik vertrek uit Daraïm nadat ik een potentieel stukje Afghaans paradijs heb gezien: een mooi dorp, heerlijk gebak, een verstandige commandant, een school, mensen die het land bewerken ... een wereldje waarin een blind meisje en de balzak van een jongen volstaan als dagelijkse portie ellende.
 Mijn edengevoel wordt nog groter wanneer we bij een vallei komen in de buurt van Feyzabad met een enorme boomgaard vol perziken.
 De inwoners bieden ons er aan. Ik stort me op de perziken, want ik voel dat ik vitamines nodig heb. Ik eet er ten minste dertig. Ze zijn heerlijk.
 Het resultaat laat niet lang op zich wachten. In de volgende vallei word ik al geplaagd door felle buikloop. ...
 
- "Er zou iemand aan het hoofd gewond zijn. Een halfuur hiervandaan."
 "Maar in Afghanistan moet je uitkijken met zo'n halfuur. Zij vinden alles "nazdik," niet ver."
 "Misschien is het wel vijftig kilometer lopen. ... en heeft de kerel iets aan zijn knie."
 
Een gruwelijk verhaal: 
- "Bij een vorige opdracht zag ik een kerel ... er zat een gat op de plaats van zijn neus. Een gat onder zijn kin en een gat in elke hand. Dat alles met één en dezelfde kogel."
 "Wacht. Herhaal 'ns even. Ik snap het niet."
 "Een gat hier, een gat daar."
 "Ja."
 "En een gat in elke hand. Met één kogel ... Hoe is 't gebeurd, denk je?"
 "Geen idee!"
 "De verklaring is: de kerel zat zo! De handen en zijn kin op de loop van zijn geweer ... dat geladen was.
 Een kind van drie dat aan zijn voeten speelde, heeft de trekker overgehaald."
 
- De operatie is bijna klaar. We vervangen nog een verband aan het hoofd van de Moedj! 
's Ochtends komt hij bij. Maar nog helemaal "zoef", zoals de Afghanen zeggen, groggy ...
 De eerste figuur die hij ziet, is zijn vader, die geen minuut van z'n bed is geweken. Nog helemaal suf vraagt hij Régis "Hebt u mijn vader al thee gegeven?"
Wanneer hij wat helderder is, komt de tweede vraag. Hij wil zijn geweer ... om uit te zoeken of hij met zijn linkeroog ook kan mikken.
 Hij staat op. Dan volgt een derde en laatste zin. "Het zal nu niet makkelijk meer zijn om een vrouw te vinden die met me wil trouwen."
Verder niets meer. ...
 
- "Daarnet zei je dat je soms patiënten doorstuurt naar Feyzabad, vergezeld van een opa. Waarom een opa?"
 "Ah ... gewoon omdat opa's heel erg handig zijn.
 Eerst en vooral zijn ze taai, het leger lijft ze niet meer in en niemand verdenkt hen ervan actief te zijn in de weerstand. Zij worden ook steeds naar de stad gestuurd om boodschappen te doen ...
 Je geeft de oude mannen uit het dorp het lijstje van dingen die je nodig hebt en geld, zij lopen onder de neus van de Russen Feyzabad binnen en twee dagen later zijn ze terug met thee, gebak, suiker en snoep."
 
- Op de koop toe komt er nog een patiënt bij. Wat je zelden ziet: de Moedj' die hem brengen, zijn vrolijk.
 Reden van hun plezier: de kerel heeft een kogel in zijn kont. En een kogel in de kont betekent dat hij van de vijand wegliep. De lafaard. Daar lachen de Afghanen hartelijk om.

- "Wij denken altijd aan die arme vrouwen met hun chadri."
 "Heb jij al veel chadri's gezien, sinds je hier bent? Afgezien van degene die ze aantrekken om de grens over te steken?"
 "Niet veel, nee"
 "Chadri's zie je vooral in steden. In een klein dorp hoort iedereen tot dezelfde familie. Daar hoeven vrouwen zich niet te sluieren. En een chadri is duur. Ook als een meisje van het platteland er een zou willen, kan ze hem niet betalen.
 Bovendien is de chadri vrij recent. Hij bestaat nauwelijks honderd jaar, voordien kwamen Afghaanse vrouwen in steden van hun hele leven niet op straat. Ze kwamen het huis niet uit."
 "Meen je dat?"
 "Natuurlijk. In een grote stad mag een vrouw geen contact hebben met onbekenden. Daarom was de chadri een stap vooruit. Hij gaf de vrouwen meer vrijheid. Ze konden eindelijk buitenkomen.
 In ieder geval is de chadri een belachelijk symbool waar te veel waarde aan wordt gehecht. Wat echt belangrijk is voor vrouwen is dat ze toegang krijgen tot gezondheidszorg, opleiding, werk, justitie. Kleren zijn geen prioriteit ..."
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 11 juli 2025

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 1

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 1 (Frankrijk, 2003): 80 blz: Vertaler niet vermeld: Uitgeverij Dupuis

 
 
"De fotograaf" is het verhaal van Didier Lefèvre die in 1986 een reis naar Afghanistan maakte om daar het werk van Artsen zonder grenzen te fotograferen. Afghanistan was op dat moment bezet door de Russen, terwijl er veel verzet was van de islamitische strijders (de Moedjahedien, in het boek aangeduid als de Moedj's). 

Didier trok onder zeer zware omstandigheden met een aantal dokters van Artsen zonder grenzen vanuit Pakistan naar hulpposten in het bezette Afghanistan. De dokters van artsen zonder grenzen waren onpartijdig, ze hielpen niet alleen Afghanen, maar zo nu en dan ook Russische soldaten.

"De fotograaf" is prachtig opgebouwd als een mengvorm van een graphic novel met een fotoreportage. Deze mengvorm ben ik nog nooit eerder tegengekomen en werkt uitstekend. Ik leefde erg mee met Didier en de mensen van artsen zonder grenzen. "De fotograaf" is een prachtige serie van 3 boeken!
 
Citaten:
- Peshawar is prachtig. Een oosterse stad. Kolkend, lawaaierig, vuil ... Een nimmer afnemende verkeersdrukte. Brmmm brmmmm.
 Alles is hier té. De geuren zijn sterk, het lawaai is storend. Wanneer er ergens een massa staat, is die enorm! De middaguren zijn verpletterend. Met westerse kleren houd je het niet uit. Té warm ook.
 Robert en Régis brengen me snel naar een kleermaker.
 Hij neemt m'n maat. Morgen heb ik een complete set nieuwe kleren. 'n broek, een heel lang hemd, een vest, een muts, een sjaal, schoenen. En een patoe, de bekende Afghaanse doek. Een slip wordt hier niet gedragen.
 Omdat ik genoeg kleren zou hebben, maakt hij alles in drie exemplaren. Het kost ook drie keer niks en het heeft nogal wat voordelen. Eén: ik zal me meer op m'n gemak voelen in die losse kleren.
 Twee: ik schik me naar de islamitische gebruiken, want hier zijn kleren lang en ze omhullen het lichaam ...
 Drie: ik val niet meer op in de massa.
 
- De airco doet het niet meer. Enkele minuten later is het binnen al 50 graden warm.
 Over 'n maand zijn we in Afghanistan. Ik hoor nu al weken hoe hard het daar zal zijn. Ik ben negenentwintig en in goede fysieke conditie. Ik heb al heel wat meegemaakt in m'n leven en ik ben geen watje. Ik kan echt wel tegen een stoot.
 En toch ... we moeten vijftien bergtoppen over van méér dan vijfduizend meter ...
 
- Alle leden van AZG hebben tijdens vorige opdrachten een Afghaanse naam gekregen. Juliette is Jamila, Robert heet Malik, Régis werd Walid, Sylvie kreeg de naam Latifa ...
 "Didier moet een naam hebben. Zullen we hem "Shapandoz" noemen?"
 "En dat betekent?"
 "De ruiter."
[Didier krijgt ook een Afghaanse voornaam: Ahmadjan. Dat betekent "Beste Ahmad."]
 
- Nuristani hebben een gewoonte die meteen opvalt: vrouwen werken en mannen voeren geen klap uit. De vrouwen lopen door de velden met manden van tientallen kilo. De mannen zitten naast de weg en kijken toe.
 
- "Heb je daarnet die oude man gezien, met dat kind op z'n rug?"
 "Ik heb ze gefotografeerd."
 "Typisch voor oorlogsgebieden.
 De vaders gaan vechten. Alleen de grootvaders en de vrouwen blijven over om voor de kinderen te zorgen. Maar vrouwen komen zelden buiten en verlaten haast nooit hun dorp, dus wandelen of reizen enkel de grootvaders met de kinderen."
 
De fotograaf vertelt over zijn werk:
- "Er zijn vijf dingen waarop je moet letten: het diafragma, de belichtingstijd, de focus, de gevoeligheid van de film ... en uiteraard je creativiteit met het toestel."
 
- Terwijl de paarden hun kostje kauwen, knagen de mannen op naswar. Ze halen een klein rond doosje boven - zoiets als een pillendoosje - waarvan het deksel als spiegeltje dienstdoet ...
 In dat doosje zit de naswar: een poeder ... een mengeling van tabak, kalk en wat andere dingen. Het poeder wordt in de hand uitgestrooid, met het deksel gecoupeerd en hop! in de mond gegooid, als een handvol nootjes ...
 
- Soms moet ik aan Kuifje denken. Een fenomeen, Kuifje. Je hebt de indruk dat hij hier overal geweest is.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Osamu Tezuka: Boeddha: Deel 8: Jetavana

Osamu Tezuka: Boeddha: Deel 8: Jetavana (Japan, 1972-1983): 362 blz: Vertaald uit het Engels door Gerard van Buuren (2008): Uitgeverij Luitingh - Sijthoff
 
 
 
Ik heb de afgelopen 9 dagen met zeer veel plezier de 8-delige mangaserie "Boeddha" van Osamu Tezuka herlezen en de laatste 5 delen daarvan besproken. Ik durf wel te stellen dat "Boeddha" een van mijn favoriete literaire reeksen ooit is.
 
Osamu Tezuka was zeer productief. In zijn leven heeft hij zo'n 700 manga's geschreven en getekend met in totaal 150.000 bladzijden. Osamu Tezuka werd ongeveer 60 jaar oud. Laten we zeggen dat hij de laatste 40 jaar daarvan non-stop heeft getekend, dat is omgerekend zo'n 10 bladzijden per dag! 
 
"Boeddha" is het fictieve levensverhaal van Siddharta, kroonprins van het konkrijk Kapilavastoe en de latere Boeddha. Over het leven van Boeddha is niet zo veel bekend, in ieder geval veel te weinig om er een serie boeken van zo'n 3.000 bladzijden over te schrijven. Daarom zijn een groot aantal niet historische bijfiguren verzonnen, die tezamen de leer van het boeddhisme prachtig illustreren. 
 
Het verhaal van "Boeddha" speelt zich rond 550-500 v. Christus af. Om zijn verhaal extra toegankelijk te maken heeft Osamu Tezuka veel anachronismen in zijn tekst verwerkt. Er zijn tal van verwijzingen naar de Amerikaanse popcultuur: Disney, Mickey Mouse, King Kong, Tarzan, Baseball, de Amerikaanse presidentsverkiezingen, 20 B.C. Fox, Zorro, McDonalds, E.T..
 
De tekst is door Gerard van Buuren uit het Engels vertaald. Dat lijkt mij geen bezwaar, de tekst is vrij eenvoudig. Het Nederlands loopt als een trein. Wat ook zeer leuk is, is dat van Buuren een aantal verwijzingen naar Nederlandse zaken heeft opgenomen: de Leidse Universiteit, de Mookerheide, het programma "Opsporing verzocht", PSV, Groen Links.
 
Om redenen van copyright heb ik het tot dusver in mijn besprekingen van "Boeddha" alleen maar over de teksten gehad. Die zijn natuurlijk goed, maar wat "Boeddha" echt onweerstaanbaar maakt zijn de prachtige inkttekeningen in zwart-wit. "Boeddha" is een van de mooist getekende serie boeken die ik ooit gezien heb. Kortom, een aanrader voor iedereen! 

Citaten:
- "Nog meer nieuws! Prins Ajatasattoe is vrijgelaten!"
 "Ajatasattoe. Die is opgesloten nadat hij Boeddha had neergeschoten."
 "Zit hij niet meer in de gevangenis? Hier zit een luchtje aan ..."
 "En hoe moet het nu met Groen Links?"
 
- "Zoals jullie wel gehoord zullen hebben heeft Bimbisara afstand gedaan van de troon. Koning Ajatasattoe heeft beloofd de sekte van Venoevana te helpen.
 Maar er zijn voorwaarden. Het monnikenbestaan heeft een facelift nodig. Deze groep heeft een botoxinjectie nodig om aansluiting te vinden bij de moderne tijd. De koning zal ons helpen."
 
Tatta heeft een kikker ingeslikt:
- "Ngaa! Glug! Gaah! Hnggg!"
 "Tatta, wat is er?"
 "Gjaga!!"
 "Spuug het uit."
 "Slik!"
 "Ha ha! Papa had 'n boomkikker ingeslikt."
 "Sdil! Sdomme pad dliet me bijna sdikken!
 Kikkers zijn lekkerder als ze geroosterd zijn."

- "Vannacht ben ik bezocht door een hemelse boodschapper. Ik voelde dat hij me smeekte te luisteren!
 Ik ben hier op zijn bevel. Ik moet iedereen weer naar huis brengen, naar Venoevana!"
[Op het volgende plaatje zie je E.T.]
 "Het spijt me voor jou, Saripoetta, maar we willen zelfs niet naar huis bellen."
 
- "Wat moet je met dit park?"
 "Wel ... eh ... ik wil hier ...
 ... een huis voor monniken bouwen."
 "Een huis voor mokkels?"
 "Nee, geen mokkels, beste prins, monniken."
 "Die kale kerels, bedoel je?"
 
- "Ik moet niks van kooplui zoals jij hebben. Jullie willen alleen maar meer geld verdienen!
 Op de tv zeggen jullie "alle mensen zijn broeders, laat er vrede op aarde zijn," maar jullie zoeken alleen maar publiciteit!"
 
- "Toen ik rijk was, maakte ik me altijd zorgen dat ik mijn geld zou verliezen of iemand het zou komen stelen. Ik was elke dag gewoon doodsbang.
 Maar nu ik geen geld meer heb, heb ik ook geen zorgen. Ik ben de hele tijd gelukkig."
 
Boeddha spreekt:
- "Je hebt het mis. Als je niet in een bevel gelooft, of het nu van de koning of Brahma is, hoef je het niet op te volgen."
 
Tatta aan het woord:
- "Je moet het ijzer smeden als 't heet is en noedels eten als ze gaar zijn. Vraag maar aan Socrates."
 
Tatta tegen Boeddha:
- "Aah ... eh ... te laat ...
 Ik kan niet meer terug ... Kom, begrijp me dan toch.
 Zeg, Boeddha, "oog om oog": dat gezegde ken je toch wel?
 Dat leer jij toch ook, niet?
 Nee, wacht, dat is uit de Bijbel. Verkeerde godsdienst. Foutje!"
 
- "Niet te geloven. Boeddha verlichte de pijn door zijn hoofd met een vinger aan te raken!
 Hij moet bovennatuurlijke gaven hebben. Of hij is de knapste dokter ter wereld ..."
 "O, dat heb ik in een film gezien!
 E.T. heette die, geloof ik. Ja ...
 Ben jij E.T., Boeddha?"
 "Doe niet zo mal. Als je er per se een etiketje op wil plakken, dan ben ik een dokter die de ziel van de mens geneest."
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 10 juli 2025

Osamu Tezuka: Boeddha: Deel 7: Prins Ajatasattoe

Osamu Tezuka: Boeddha: Deel 7: Prins Ajatasattoe (Japan, ?): 418 blz: Vertaald uit het Engels door Gerard van Buuren (2008); Uitgeverij Luitingh - Sijthoff
 
 
 
Ajatasattoe, kroonprins van Magadha, wordt door zijn vader opgesloten omdat die door Assaji voorspeld is dat hij vermoord zou worden door zijn zoon als die 19 jaar oud zal zijn. Ajatasattoe wordt verliefd op een meisje dat krijgsgevangen is gemaakt en bekritiseert het kastenstelsel.  
 
De overlevende shakya's uit Kapilavastoe zijn er zeer slecht aan toe. De ouders en de vrouw van Boeddha worden gevangen gehouden door de wrede prins Viroedhaka. Boeddha maakt weer allerlei avonturen mee en groeit in spirituele kracht. Ik ga verder met het laatste deel van deze prachtige serie. 
 
Citaten:
- "Goed, maar laten we zondags vrij nemen ...
 ... zodat we naar de bios kunnen ...
 ... of mahjong kunnen spelen."
 "Doe maar, als je dat wilt, maar dan word je nooit monnik."
 
Prins Ajatasattoe praat tegen zijn paard:
- "Breng ze op een dwaalspoor. Lok ze zo ver mogelijk weg."
 "Hoe ver?"
 "Naar de Mookerheide voor mijn part."
 "Reiskostenvergoeding?"
 
- "Wie het ook is, waar het ook is, ik laat me niet dwingen een preek af te zeggen."
 "Niet afzeggen, alleen uitstellen."
 "We kunnen zeggen dat je ziek bent.
 Dat zeggen mangatekenaars ook als hun werk te laat is."
 
- "Kom me niet vertellen, dat jij ook aan zijn kant staat!"
 "Boeddha is een edel mens."
 "Jij bent groter. Jij zou in het Guinness Book of Records moeten staan als de slimste mens ter wereld!"
 
Een ontmoeting met  een reus:
- "Lamelos! Help! Het is Bokito!"
 
- "Dokter, kijk eens goed rond!
 Wat 'n troep waar ze allemaal in moeten liggen ...
 ... zonder water of medicijnen mogen ze sterven als honden. Zij zijn toch ook mensen?"
 "Niets aan te doen. Ze zijn nou eenmaal als shoedra's geboren."
 "Maar waarom worden ze niet als mensen behandeld? Zien ze er niet net zo uit als wij?"
 
- "Die twee zijn de steunpilaren van onze sekte. Het doet ons verdriet dat u zo aan hen twijfelt."
 "Twijfel is goed. Dat is de essentie van wat ik, Sanjaya, preek.
 Geloof de mensen niet. Geloof de maatschappij niet. Geloof de natuur niet. Geloof niet in de tijd. Geloof niet in het leven of de dood. Geloof de weerberichten niet. En geloof zeker niet dat PSV kampioen wordt."
 
- "Een sekte zonder Boeddha is als koffie zonder melk!"
 
- "Boeddha! Wat hebben we nou aan zijn preken!?"
 "Let op je woorden! Vergeet niet dat Boeddha onze prins was."
[Vervolgens drukt hij met een stempel het woord domkop op het voorhoofd van de twijfelaar]
 
- "Als u meteen terug wilt gaan, mag u gerust mijn paard gebruiken.
 En als u niet van paarden houdt, roep ik wel een taxi."
 
Iemand hoort het laatste nieuws op de radio:
- "Wacht eventjes. Ze zenden net een extra bulletin uit."
 "Waar heb je dat ding vandaan, jij nieuwlichter ..."
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 9 juli 2025

Osamu Tezuka: Boeddha: Deel 6: Ananda

Osamu Tezuka: Boeddha: Deel 6: Ananda (Japan, ?): 353 blz: Vertaald uit het Engels door Gerard van Buuren (2007): Uitgeverij Luitingh - Sijthoff
 
 
 
"Ananda" is alweer het zesde deel van de prachtige mangareeks "Boeddha". In het begin van het boek zien we dat de ouders van Ananda samen met de kleine baby op de vlucht zijn voor het leger van Kosala. Zijn vader roept de macht in van een demon en wil alles beloven. Een demon verhoort zijn gebed en zorgt ervoor dat Ananda zo goed als onkwetsbaar wordt. De demon heeft een plan met Ananda, hij moet de Boeddha vermoorden.
 
In "Ananda" beleven we weer volop avonturen. Er komt een detective in voor die probeert om Ananda te vermoorden. Je hebt de drie broers Kassapa, die het vuur aanbidden. Boeddha preekt intussen nog tot de krokodillen die gretig naar hem luisteren en hem met rust laten. In de citaten weer een aantal prachtige anachronismen.  
 
Citaten:
- "Onze pijlen vliegen gewoon naar ons terug!!"
 "Onmogelijk! Het is geen film die je achteruit kunt draaien!"
 
- "Twee jaar geleden was ik samen met Ananda. We kregen ruzie ...
 ... en we trokken onze zwaarden.
 Ik hakte een van zijn vingers af.
 Maar ik zag hem een maand later weer ... ... en toen had hij alle vijf zijn vingers."
 "De afgehakte vinger was dus weer aangegroeid, wil je zeggen?"
 "In de biologie noemen we dat regeneratie."
 
- "Hij wil me van mijn zuurverdiende geld beroven.
 Dertig zakken goud."
 "Ha ha ha! Als ik het niet dacht, nog steeds dezelfde ...
 ... ouwe graaier, hè?"
 
- "Ha ha ha ... Die kennis heb ik zelf verworven. Je kunt veel leren als je de wetten van hemel en aarde kent. Noem het natuurwetenschap."

- "Wanneer je een vuur brandt in een afgesloten kamer, zuigt het de lucht op, en elk levend wezen stikt. Pure wetenschappelijke kennis. Onthoud het goed."
 
- Sinds mensenheugenis heeft men gedacht dat heilige mensen psychokinetische gaven bezaten. Met behulp van die gave konden ze wonderen doen en zieken genezen. Ook Boeddha zou dit talent hebben gehad. ...
 
De tekeningen op bladzijden 244 tot 247 laten een grappige omslag in het verhaal zien. Na het horen van de preek van Boeddha scheert Oeroevela Kassapa zijn hoofdhaar af en doen zijn 500 volgelingen hetzelfde om vervolgens in de leer te gaan bij Boeddha.
 
- "Gaya, wat ben je toch slim ...
 Je zou prof aan de Leidse universiteit kunnen zijn."
 
- "Alsjeblieft, je lunch en een halve euro. En nu wegwezen."
 "Ik ben hier niet gekomen voor een hamburger van McDonald's!"
 
- "Hm, heb ik jou niet ooit ...
 ... op de tv gezien? Bij "Opsporing verzocht"?
 Ha ha ha. Jij bent die seriemoordenaar die de rechterpink van zijn slachtoffers afhakte! Waar of niet?"
 
- "Ik zal jullie nog een verhaal vertellen. Er was eens een welvarende stad, altijd vol leven en licht."
[Onderaan de tekening staat met grote letters: 20B.C. FOX
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 8 juli 2025

Osamu Tezuka: Boeddha: Deel 5: Het hertenpark

Osamu Tezuka: Boeddha: Deel 5: Het hertenpark (Japan, ?): 350 blz: Vertaald uit het Engels door Gerard van Buuren (2007): Uitgeverij Luitingh - Sijthoff
 
 
 
In deel 4 van de mangareeks "Boeddha" bereikte prins Siddhartha onder een boom de staat van verlichting. Voortaan zou hij als Boeddha door het leven gaan. De taak van Boeddha was om andere wezens, zowel mensen als dieren te onderwijzen. Volgens de leer van Boeddha zijn de levens van alle mensen en alle andere dieren en planten met elkaar verbonden.
 
In "Het hertenpark" lopen weer meerdere verhalen door elkaar. Tatta maakt jacht op een dolle olifant die zo geworden is nadat zijn jong door jagers is vermoord. Er is een duel tussen Tatta en de reus Yatala en Boeddha houdt zijn eerste preken in het hertenpark voor een kudde herten. De kwaadaardige monnik Dhepa, die het niet kan verkroppen dat Boeddha niet meer het pad van de ontberingen volgt, probeert om Boeddha te doden. Hoe langer ik in deze serie lees, hoe enthousiaster ik word. 
 
Citaten:
De kristallen prins probeert om Tatta beleefd taalgebruik bij te brengen:
- "Ook tegen je echtgenote. Je moet beleefd zijn tegen vrouwen om te tonen hoe hoffelijk je bent."
[Tata maakt een buiging] "Goed, jij je zin ... zo ..."
 "Die buiging is volkomen onaanvaardbaar. Zo! Langzaam, hoffelijk ..."
 "Verrek maar. Zak toch in de stront!"
 "Zulke ordinaire taal gebruik je niet als er een vrouw bij is. Zeg me na!
 Zeg "hoe durft u" in plaats van "verrek maar"."
 "Voor "stront" zeggen we "uitwerpselen"."
 "Hoe durft u. Zak weg in de uitwerpselen."
 "Goed zo. Zo hoort het."
 "Kom nou toch. Niemand die me zo serieus neemt.
 Sodemieter toch op met je kutsmoezen."
 "Nee, het is: "Zoudt u weg willen gaan met uw vaginauitvluchten." "

Tatta valt een dolle olifant aan:
- "Fantastisch ... Olifantastisch! Paardje ... nee, olifantje rijden!"
 
Volgens Devadatta:
- "Jezelf helpen door anderen te helpen ... iemand die dat onderwijst is gek ... Als je volgens die regel zou leven, trek je steeds aan het kortste eind."
 
De koningin ziet dat haar zoontje strips zit te lezen:
- "Laat me eens even kijken ... Wat heeft dit te betekenen!? [Zoontje kijkt naar een afbeelding van een blote vrouw] Zulke vulgaire lectuur moet je niet lezen!!
 Ik wil je niet verbieden strips te lezen, maar lees dan in ieder geval iets goeds.
 Disney, bijvoorbeeld, of Mickey Mouse."
 "Nee, nu verwar je strips met tekenfilms."
 
Een raadsheer vraagt zich af wat ze met een gezant uit Kosala moeten doen:
- "Wat zullen we doen? Hem meteen weer op de trein naar huis zetten?"
 
- "We hebben gehoord wie je tegenstander is."
 [Op het volgende plaatje een Indianenopperhoofd] 
 "Generaal Custer!? " 
 "Nee, hij heet Tatta, de moedigste krijger van Magadha. Hij is geweldig."
 
Tatta tegen de raadsheer:
- "Ik heb me ook niet als vrijwilliger aangemeld. Effe dimmen, Dikkertje Dap!"
 
Iemand was aangevallen:
- "U hebt hem laten ontsnappen! Ik wilde met hem vechten."
 "Dwaas, weet je echt niet wie dat was? Dat was de fantastische Zorro!"
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 7 juli 2025

Osamu Tezuka; Boeddha: Deel 4: Het woud van Oeroevela

Osamu Tezuka; Boeddha: Deel 4: Het woud van Oeroevela (Japan,? ): 370 blz: Vertaald uit het Engels door Gerard van Buuren (2007): Uitgeverij Luitingh - Sijthoff
 
 
 
In het najaar van 2009 heb ik de 8-delige mangaserie "Boeddha" voor het eerst in zijn geheel gelezen. Ruim 4 jaar geleden heb ik de eerste drie delen herlezen en besproken op mijn blog. Om weer in het verhaal te komen heb ik de afgelopen dagen de eerste drie delen voor de derde keer gelezen en nu ga ik verder met het bespreken van de laatste 5 delen. 
 
Siddhartha ondergaat allerlei beproevingen in het woud van Oeroevela samen met de monnik Dhepa. Op een gegeven moment is hij bijna compleet uitgehongerd en krijgt hij een kom met melkpap van een jonge vrouw. Vervolgens besluit hij dat het ondergaan van lichamelijke ontberingen niet de weg naar de wijsheid is. Hij hoort dat zijn geboorteland is binnengevallen door de machtige staat Kosala met aan het hoofd een voormalige beroepsworstelaar. Er valt weer veel te genieten in dit vierde deel, zowel tekstueel als wat betreft het tekenwerk.
 
Citaten:
Siddhartha wil leerling worden van een beroemde asceet:
- "Mijn leerling worden?
 Goed, ga maar bij de anderen zitten.
 Begin meteen met mediteren en orden je geest.
 Maak plaats voor deze jongens en geef ze een zitmat.
 Goed ...
 ... De eerste paar jaar zit je gewoon en denkt nergens aan."
 
Bij dezelfde asceet:
- "Meester ... het enige wat ik wil leren is hoe ik kan voorkomen dat ik ooit dood zal gaan, niet hoef te sterven."
 "Dat leer je nooit.
 Tijdverspilling. Vergeet het maar."

Assaji heeft op de rand van de dood gelegen en kan sindsdien de toekomst voorspellen:
- "Siddhartha, jij ook sterven. Jij zwakke maag, ja?
 Jij sterven van erge diarree."
 "Wat? Wanneer!?"
 "Zal zijn ..."
 "N-Nee!! Vertel het me niet! Ik geloof niet dat ik de dood zo kalm kan afwachten als jij."
 
Een arme vrouw vraagt aan Assaji om haar toekomst te voorspellen:
- "Zal ik nooit het kind van een rijke man redden of veel geld krijgen?
 Zal ik dan werkelijk nooit eens een meevaller hebben?"
 "Nee. Altijd arm blijven tot je dood."
 "Verdorie ...! Nu heb ik helemaal geen puf meer om te werken ..."
 
Prins Viroedhaka wil de reus Yatala laten trainen bij zijn lijfwacht:
- "Mannen, bewapen hem als een lijfwacht en begin hem te trainen."
 "U kunt hem niet zomaar binnenlaten!
 De lijfwachten zijn het keurkorps! Allemaal afgestudeerd aan de academie van Tokio."
 
Over Yatala:
- "Hij is ongelooflijk, een echt monster.
 In een oogwenk heeft hij zeven tijgers gedood!"
 "Reuzen worden zelden door tijgers verslagen. Dat weet elke baseballkenner."
 
De moeder van prins Viroedhaka over Yatala:
- "Ik ben helemaal niet bang! Je bent veel knapper dan King Kong ... menselijker!"
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 18 juni 2025

J.M.A. Biesheuvel: Verzameld werk: Deel 3

J.M.A. Biesheuvel: Verzameld werk: Deel 3 (Nederland, 2008): 793 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
 
 
Tot aan "Godencirkel", de eerste verhalenbundel van Maarten Biesheuvel in het derde deel van zijn verzameld werk, heb ik het werk van Biesheuvel per verhalenbundel besproken. De laatste verhalenbundels van Biesheuvel en de overige teksten uit het derde deel van zijn verzameld werk, bespreek ik in één stukje. Er staan weinig echt geweldige verhalen in dit derde deel en ik kon ook maar weinig citaten vinden. Maar als liefhebber van het oeuvre van Biesheuvel, hoort dit derde deel er natuurlijk wel bij.  
 
Citaten:
- Alles lijkt zo gewoon. Eva doet het huishouden, de poezen leven nog, mijn schilderijen komen niet tot leven, de boeken in de boekenkast zwijgen stom, de sterren staan 's nachts op hun gewone plaats, overdag schijnt de zon, de egels laten zich bij daglicht niet zien, mijn schaar knipt even goed als vroeger.
 
- De krankzinnigheid wordt in onze familie doorgegeven als een tube tandpasta, alleen gebruiken we allemaal onze eigen tandenborstel.
 
- Ik ben een gewaardeerd lid van de maatschappij en toch heb ik nog nooit iets gedaan.

- Vlug kleedde hij zich uit, alle kleren en ondergoed wierp hij op het bed, hij waste zich tot hij fris was als een eekhoorntje in de regen op een hoge tak van een eenzame, haast kale boom in de wind.
 
- Ik moét een soort moeder hebben, iemand die voor me zorgt. De vrouw van de loodgieter, dat is niks gedaan, dat is meer zo van: bed opmaken: een kwartje, warme maaltijd op uw kamer bezorgd: een gulden vijfentwintig, de kamerhuur is zestig gulden per maand, kolen kosten ook veel, u moet de abonnementen nog betalen, ik ruim uw kasten op voor twee gulden, wat stinkt het hier toch, alstublieft een spuitfles met frisse lucht, spuit dat maar op uw lichaam als u zich niet wassen wilt, het is drie gulden, even op uw kamer zitten als u bang bent is een kwartje, hand vasthouden als u angst hebt is twintig cent.
 
- De professor begon te gieren van de lach. Maar ineens werd hij ernstig en zei tot zijn zoontje, die ook weer een beetje bijgekomen was: "Zeg, jij kan toch zo aardig schaken? Dan gaan we nu samen een spelletje doen." "Maar u kan toch helemaal niet schaken?" zei het zoontje. "Met hersenen in mijn maag van de man die Turati op het edele schaakbord in Finland heeft verslagen, zal ik schaken als de beste," zei hij. Ze zetten zich aan de huiskamertafel aan het spel. Natuurlijk verloor de vader. "Dat spreekt vanzelf," zei het zoontje tegen de verblufte vader, "wat dacht u dan, als u kalfshersenen hebt gegeten, gaat u toch ook niet loeien en schijten in de achtertuin?"
 
- Wat heb je aan sombere, eenzame mensen?! Lachen willen we, plezier hebben, leuke types ontmoeten, leuke meiden oppikken en die even de broek uittrekken en kietelen, sigaren roken, bier en whisky drinken, pijpen opsteken en zwetsverhalen afsteken tegen iedereen ...
 
- Er was eens een man die geheel bij zijn zinnen was, hij was normaal. (Bij het woord "normaal" moet ik altijd denken aan dat fraaie, keiharde en cynische, maar tegelijk droevigmakende aforisme van Jerzy Lec: "De wereld is helemaal niet krankzinnig, alleen maar heel geschikt voor genormaliseerde en heel ongeschikt voor normale mensen.")
 
- ...(de dunne dacht onderdehand samen met Jerzy Lec: "Dikken leven korter maar zitten langer aan tafel")
 
Maarten over zijn psychiater:
- Hij probeert mij pillen voor te schrijven, maar ik hou daar niet van. Ik zeg altijd: "Weet je wat het is Andy, ik ben een romantisch type. Dat wil zeggen, soms ben ik Himmelhoch jauchzend en dan weer zum Tode betrübt." "Nee," zegt hij, "eigenlijk niet, daar is een nieuwerwetse term voor in de medische wetenschap, jouw gedrag heet manisch depressief."
 
- Ongeveer eenmaal per week heb ik een aanval van angst. Ik weet niet waarvoor ik bang ben. Alles wordt onzeker. Mijn buurman is op bezoek en ik meen dat hij het over een luchtgekoelde cello heeft, terwijl hij spreekt over een onderkoelde vertolking van het celloconcert van Dvorak op de radio.
 
- Nabokov: "The cradle rocks above an abyss, and common sense tells us that our existence is but a brief crack of life between two eternities of darkness." "De wieg schommelt boven een afgrond en het leven is maar een korte lichtflits tussen twee eeuwen duisternis. ..."
 
- In augustus 1976 kreeg ik een halve baan op het Academisch Ziekenhuis in Leiden. Als jurist zou ik me bezighouden met de rechten van de patiënt in een ziekenhuis. Toen ik een jaar gewerkt had kwam mijn chef kijken hoe ver ik was. Ik toonde hem het begin van een folder voor patiënten. Er stond: "Beste mevrouw of beste meneer, nu hebt u al zoveel moeilijkheden in het leven en nu ligt u ook nog met pijn in het ziekenhuis. Wij, de juristen van het Academisch Ziekenhuis Leiden, willen u op het volgende wijzen ..." Verder was ik niet gekomen.
 
Maarten 't Hart over Maarten Biesheuvel:
- Maar zo'n verhaal dan als "Brommer op zee"? Daarin vertelt Biesheuvel dat iemand die verdacht veel op hemzelf lijkt, aan de reling staat van een schip. Over het water komt een brommer aanrijden. Dat, zult u zeggen, moet toch fantasie zijn. Ik heb mij altijd over dat verhaal verbaasd en op een avond, toen we allebei een beetje dronken waren, heb ik hem maar eens gevraagd: "Hoe zat dat nou met die brommer die jij over de zee zag aankomen?"
 "Ja," zei Maarten, "in werkelijkheid was het een scooter, maar ik heb er in het verhaal een brommer van gemaakt omdat zo'n scooter met zo'n brede plank van onderen natuurlijk gemakkelijk op het water blijft drijven, en dan is het niets bijzonders als iemand ermee over zee rijdt."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 14 juni 2025

J.M.A. Biesheuvel: Godencirkel

J.M.A. Biesheuvel: Godencirkel (Nederland, 1986): 154 blz: (Uit "Verzameld werk": Deel 3: Blz 27-180: Uitgeverij van Oorschot (2008))
 
 
 
Het derde deel van het verzameld werk van Maarten Biesheuvel opent met "Eert uw vader en uw moeder", een onopmerkelijk bundeltje uit 1985 met nog geen twintig bladzijden tekst, dat ik niet de moeite waard vind om te bespreken. De bundel "Godencirkel" vind ik ook niet zo heel sterk. Ik moest erg lachen om het verhaal "Smulpapen", zie het lange citaat. 
 
Citaten:
- Ik vertelde dat ik tegenwoordig een goed schietgebed had voor het slapen gaan, ik had het overgenomen van een enigszins simpele doch allervriendelijkste monnik van de orde der benedictijnen: "Mijn Heer en mijn God, ge weet dat ik U bemin. Ik ben moe en ik kruip derin."
 
- ... Reizen is gevaarlijk en belachelijk, blijf thuis. Duur is reizen ook nog: bij mij thuis kost een glas water niets, in de Tuilerieën kost het 15 NF plus service! Ik zie mijn vriend Hans op een kleurenfotootje met een Braziliaans armoedig gekleed meisje op schoot zitten in een wankele kano in het Amazonegebied, boomstronken en lelies rijzen op uit prachtig grijsgroen water. Mijn vriend kijkt mij aan en trekt een gezicht alsof hij zeggen wil: Tja, ik weet het ook niet, hoor, dit is het hoogtepunt van mijn reis maar ik weet niet of ik hiervoor eigenlijk gekomen ben, al dat wachten op vliegvelden, bij busstations en in receptiekamers van hotels, is het eigenlijk wel de moeite waard geweest? Thuis verveel ik me en hier verveel ik me nog meer!

Een pastoor vertelt smakelijk over wat hij allemaal voor lekkers eet:
- " ... Ik houd van lekker eten en mijn koster en Mariëtte kunnen heerlijk koken. Kijk, als je nou een slok koud water neemt en dan een stukje brood, droog brood, dan moet je denken aan een eend, een gebraden eend. Zie je hem al voor je liggen op je bord? Vanbuiten is hij geel op het witte af. Je ziet de pukkeltjes. Het vet kiert er hier en daar uit, dat is de gesmolten boter en zijn eigen vet. Dan neem je vlug een glaasje wodka, de vonken springen uit je maag. Je kijkt nog eens naar je eend en dan maak je dit gebaar" ... hij roffelde als een pianist op een denkbeeldige eend op zijn nog lege bord, met drie vingers deed hij dat heel voorzichtig als een trommelaar die voor het eerst zijn nieuwe trommel beproeft, "dan snij je de eend aan, hij is gevuld met gepeperd gehakt, met stukjes aubergine en paprika, met kwartellevertjes en kippeniertjes die een tijd in de wijn en de melk hebben gelegen. Helemaal binnen in de eend, o o, dat knapperige korstje, zit een tomaat, lekker gekookt en gebakken en gevuld met kaviaar. En dat alles is niet gloeiendheet of droog, maar lekker vet en sappig. Dan neem je vlug een derde van de eend, je snijdt er maar een flink stuk vanaf en dat eet je op. Ach wat een heerlijkheid, dan drink je gauw een glas bourgogne. Dan neem je gebakken krielaardappeltjes en gestoofde peertjes. Om een maaltijd mee te beginnen bijvoorbeeld is haring met fijngesnipperde uitjes erg lekker. Of een pastei gevuld met kalfsragoût. Weet je wat de lekkerste lucht is die ik ken? Dat zijn uitjes die die nog maar net aangebakken zijn. Dan loopt het water me al uit de mond. Wat ook heel lekker is zijn gebakken champignons en dan een tournedos overgoten met een madeirasaus en daarbij spruiten en Canadese bessen, van die vossebessen, van die rode zurige bessen. Heel lekker is ook de lucht van stukjes spek die aangebakken worden. Maar het liefste, zo vlak voor het slapen gaan, eet ik een gekruide karper die je eerst vierentwintig uur in de melk hebt laten zwemmen, anders zit er een grondsmaak aan. Een karper zo van het spit die je in zijn eigen vet hebt laten smoren en dan moet je daarbij champagne drinken en af en toe een krokant kaaskoekje nemen ...," zo zat hij nog een tijd te spreken en hij wreef zich daarbij verlekkerd over zijn maag. "Het is zo slecht nog niet om pastoor te zijn, vooral in een kleine en rijke parochie ..."
 
- Zo is er bijvoorbeeld een stelling dat er niets ergers is dan werkloosheid. Ik zou zeggen: Hier in Nederland krijg je altijd een uitkering. Als werkloze ben je juist een gebenedijde, een gelukzalige want overdag kun je roeien, zwemmen en wandelen en dan is er nog een hele avond over om te lezen: het barst van het water en de openbare bibliotheken in Nederland.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.