J.M.A. Biesheuvel: Godencirkel (Nederland, 1986): 154 blz: (Uit "Verzameld werk": Deel 3: Blz 27-180: Uitgeverij van Oorschot (2008))
Het derde deel van het verzameld werk van Maarten Biesheuvel opent met "Eert uw vader en uw moeder", een onopmerkelijk bundeltje uit 1985 met nog geen twintig bladzijden tekst, dat ik niet de moeite waard vind om te bespreken. De bundel "Godencirkel" vind ik ook niet zo heel sterk. Ik moest erg lachen om het verhaal "Smulpapen", zie het lange citaat.
Citaten:
- Ik vertelde dat ik tegenwoordig een goed schietgebed had voor het slapen gaan, ik had het overgenomen van een enigszins simpele doch allervriendelijkste monnik van de orde der benedictijnen: "Mijn Heer en mijn God, ge weet dat ik U bemin. Ik ben moe en ik kruip derin."
- ... Reizen is gevaarlijk en belachelijk, blijf thuis. Duur is reizen ook nog: bij mij thuis kost een glas water niets, in de Tuilerieën kost het 15 NF plus service! Ik zie mijn vriend Hans op een kleurenfotootje met een Braziliaans armoedig gekleed meisje op schoot zitten in een wankele kano in het Amazonegebied, boomstronken en lelies rijzen op uit prachtig grijsgroen water. Mijn vriend kijkt mij aan en trekt een gezicht alsof hij zeggen wil: Tja, ik weet het ook niet, hoor, dit is het hoogtepunt van mijn reis maar ik weet niet of ik hiervoor eigenlijk gekomen ben, al dat wachten op vliegvelden, bij busstations en in receptiekamers van hotels, is het eigenlijk wel de moeite waard geweest? Thuis verveel ik me en hier verveel ik me nog meer!
Een pastoor vertelt smakelijk over wat hij allemaal voor lekkers eet:
-
" ... Ik houd van lekker eten en mijn koster en Mariëtte kunnen
heerlijk koken. Kijk, als je nou een slok koud water neemt en dan een
stukje brood, droog brood, dan moet je denken aan een eend, een gebraden
eend. Zie je hem al voor je liggen op je bord? Vanbuiten is hij geel op
het witte af. Je ziet de pukkeltjes. Het vet kiert er hier en daar uit,
dat is de gesmolten boter en zijn eigen vet. Dan neem je vlug een
glaasje wodka, de vonken springen uit je maag. Je kijkt nog eens naar je
eend en dan maak je dit gebaar" ... hij roffelde als een pianist op een
denkbeeldige eend op zijn nog lege bord, met drie vingers deed hij dat
heel voorzichtig als een trommelaar die voor het eerst zijn nieuwe
trommel beproeft, "dan snij je de eend aan, hij is gevuld met gepeperd
gehakt, met stukjes aubergine en paprika, met kwartellevertjes en
kippeniertjes die een tijd in de wijn en de melk hebben gelegen.
Helemaal binnen in de eend, o o, dat knapperige korstje, zit een tomaat,
lekker gekookt en gebakken en gevuld met kaviaar. En dat alles is niet
gloeiendheet of droog, maar lekker vet en sappig. Dan neem je vlug een
derde van de eend, je snijdt er maar een flink stuk vanaf en dat eet je
op. Ach wat een heerlijkheid, dan drink je gauw een glas bourgogne. Dan
neem je gebakken krielaardappeltjes en gestoofde peertjes. Om een
maaltijd mee te beginnen bijvoorbeeld is haring met fijngesnipperde
uitjes erg lekker. Of een pastei gevuld met kalfsragoût. Weet je wat de
lekkerste lucht is die ik ken? Dat zijn uitjes die die nog maar net
aangebakken zijn. Dan loopt het water me al uit de mond. Wat ook heel lekker is zijn gebakken champignons en dan een tournedos overgoten met een madeirasaus en daarbij spruiten en Canadese bessen, van die vossebessen, van die rode zurige bessen. Heel lekker is ook de lucht van stukjes spek die aangebakken worden. Maar het liefste, zo vlak voor het slapen gaan, eet ik een gekruide karper die je eerst vierentwintig uur in de melk hebt laten zwemmen, anders zit er een grondsmaak aan. Een karper zo van het spit die je in zijn eigen vet hebt laten smoren en dan moet je daarbij champagne drinken en af en toe een krokant kaaskoekje nemen ...," zo zat hij nog een tijd te spreken en hij wreef zich daarbij verlekkerd over zijn maag. "Het is zo slecht nog niet om pastoor te zijn, vooral in een kleine en rijke parochie ..."
-
Zo is er bijvoorbeeld een stelling dat er niets ergers is dan
werkloosheid. Ik zou zeggen: Hier in Nederland krijg je altijd een
uitkering. Als werkloze ben je juist een gebenedijde, een gelukzalige
want overdag kun je roeien, zwemmen en wandelen en dan is er nog een
hele avond over om te lezen: het barst van het water en de openbare
bibliotheken in Nederland.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten