Steve Jones: Als een walvis: Darwin voor de 21ste eeuw (Verenigde Staten, 1999): 415 blz: Vertaald door Carla Benink (2002): Uitgeverij Ambo/Anthos
De Amerikaanse geneticus Steve Jones heeft met "Als een walvis" geprobeerd om een boek te schrijven dat Charles Darwin geschreven had kunnen hebben als hij "Over het ontstaan van soorten" niet in 1859 maar in 1999 had gepubliceerd.
Steve Jones maakt veelvuldig gebruik van de nieuwste onderzoeken, met name op het gebied van de genetica. Jones gebruikt de hoofdstukindeling van Darwins boek plus Darwins eigen samenvattingen en ondertitels plus het laatste hoofdstuk "Recapitulatie en conclusie". Hij probeert om Darwin geschikt te maken voor onze tijd.
"Als een walvis" is redelijk onderhoudend, maar het heeft natuurlijk bij lange na niet de impact van "Over het ontstaan van soorten". Darwin heeft zijn waarnemingen zorgvuldig uitgezocht om een zo'n sterk mogelijk pleidooi voor zijn evolutietheorie te geven. Hoewel tegenwoordig veel meer bekend is over hoe evolutie praktisch in zijn werk gaat is het boek van Steve Jones veel minder overtuigend.
Bij
Darwin is ieder aangehaald feit van belang voor de ondersteuning van
zijn theorie, terwijl bij Jones veel feiten er met de haren bij gesleept
lijken om zijn verhaal onderhoudender te maken. Bovendien vind ik Darwin
de "veel" betere schrijver, maar dat kan ook deels aan de kwaliteiten
van de vertalers liggen.
"Als
een walvis" heeft sinds 2014 op mijn lijst met favoriete non-fictie
boeken gestaan. Daar gaat het bij deze van af. Het is zeker een
onderhoudend boek, maar als je "Over het ontstaan van soorten" al hebt
gelezen, dan is dit boek in feite overbodig.
Citaten:
- Het aantal sneeuwhoenderen dat per seizoen in Canada wordt geschoten, fluctueert met een factor vijf. Dit ritme is volgens de boeken van de Hudsons Bay Company sinds 1821 onveranderd gebleven (en bestaat waarschijnlijk al twintigmaal zo lang). De oorzaak lijkt voor de hand te liggen. Deze vogels worden met duizenden tegelijk door lynxen gedood en hoe meer van deze grote katten er rondlopen, hoe minder er voor elk dier overblijven. In deze malthusiaanse strijd tussen kat en vogel lijken deze dieren om beurten te winnen.
Maar de waarheid is ingewikkelder. Sneeuwhoenders zijn niet het lievelingskostje van de lynx. De katten eten liever Amerikaanse hazen die in sommige jaren in overvloed aanwezig zijn en in andere heel schaars zijn. Hun aantal fluctueert met een factor veertig, terwijl dat van de lynx met een factor zeven fluctueert.
- Een kwarteeuw lang werden in Eksdale in het zuiden van Schotland de successen en mislukkingen gevolgd van tweehonderd gemerkte vrouwtjessperwers. Net als de zwaluwen in Selborne bleef hun aantal ongeveer gelijk. Achter deze stabiliteit schuilen grote verschillen in de mate waarin elke vogel succes had in het doorgeven van haar genen. De meeste van deze vogels zitten wat de evolutie betreft op een dood spoor. Drie van de vier vrouwtjes sterven jong, vinden geen partner of krijgen geen jongen. Sommige weten in de seksuele strijd de kop boven water te houden. Een vijfde van de jongen produceert negen tiende van de volgende generatie. Een paar vogels leven tien jaar en krijgen ongeveer twintig jongen, terwijl een groot aantal sterft voordat het de kans krijgt te jongen.
- De penis verheft de mens boven de primaten, want in vergelijking is dit orgaan bij ons enorm groot. De gorilla kan niet bepaald voor de dag komen met zijn lid van ongeveer drie centimeter lang en de chimpansee die een onverzadigbare seksuele honger heeft (per jaar paart hij honderden keren met tientallen vrouwtjes), komt er nauwelijks beter van af.
- Dikke ouders hebben over het algemeen dikke kinderen, niet omdat deze eigenschap in hun genen zit, maar omdat ze hun kroost hetzelfde soort voedsel geven. Dikke mensen hebben ook dikke katten, maar niemand geeft hun DNA daar de schuld van.
- Vrij snel na de herontdekking van Mendels werk kwam er een belangrijke uitzondering op zijn wet boven tafel. Het bleek dat sommige eigenschappen niet onafhankelijk van elkaar zijn, maar dat bepaalde combinaties in elke nieuwe generatie terugkomen. Ook al reizen ze niet altijd samen, toch blijft hun verband in zekere zin bestaan. Alle genen behoren tot een van de groepen die samen reizen. Alleen leden van verschillende groepen houden zich aan Mendels wet van onafhankelijkheid.
- Soms zien we een nieuwe gewoonte ontstaan. Ergens was een pimpelmeesje de eerste die de dop van een melkfles openpikte, een idee dat zich door een groot deel van Europa verspreidde. Op dezelfde manier gebruiken chimpansees in Ivoorkust rotsblokken om noten te kraken, een kunst die bij hun verwanten een paar honderd kilometer verderop totaal ontbreekt.
- De beste plaats om de genen te vinden die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van soorten is bij de fruitvliegjes. Ze paren zonder bezwaar in een reageerbuisje en brengen een paar weken later nageslacht voort. Hun chromosomen kunnen door een microscoop worden bekeken en zo zijn al duizenden genen ontdekt. Bovendien bestaan ze in vele soorten en zijn sommige bereid om in een laboratorium te kruisen. Hun bereidheid om hun reproductieve zuiverheid te bezoedelen is een behulpzame factor om te begrijpen wat de verschillende soorten uit elkaar houdt.
- Van drie kwart van de grote zoogdieren in de savannen van Oost-Afrika blijven de botten minstens een jaar liggen, maar die van kleinere dieren verdwijnen bijna meteen. Hoewel levende spitsmuizen er veel vaker voorkomen dan hun reusachtige buren, geven de fossielen er geen beeld van de werkelijkheid. In het Afrikaanse landschap liggen vijfhonderd maal zoveel botten van olifanten als van spitsmuizen.
-
Toch moeten de recentere vormen in één opzicht verder zijn, want een
nieuwe soort ontstaat alleen als deze in de strijd om het bestaan iets
voor heeft op andere en op zijn voorgangers. Van de buitengewone manier
waarop Europese producten zich onlangs over Nieuw-Zeeland hebben
verspreid, kunnen we aannemen dat een heleboel Britse producten veel van
de inheemse soorten zullen uitroeien. In dit geval kunnen we dus zeggen
dat de Britse producten beter zijn dan die van Nieuw-Zeeland. Toch
heeft de knapste bioloog bij zijn onderzoek van de twee soorten van deze
landen dit niet kunnen voorzien.
-
Er bestaan geen grotere verschillen tussen mariene fauna's, met
nauwelijks een vis, schaal- of schelpdier gemeen, dan tussen die van de
oost- en westkust van Zuid- en Midden-Amerika. Toch worden deze
belangrijke fauna's slechts door de smalle maar onoverbrugbare landengte
van Panama van elkaar gescheiden.
- De mens mag dan wat zijn anatomie betreft weinig van de andere primaten verschillen, zijn verleden is net zo interessant, al was het alleen maar omdat hij er zoveel op lijkt. In Het ontstaan was Darwin voorzichtig, maar in De afstamming van de mens kon hij veel directer zijn: "De mens stamt af van een behaarde viervoeter met een staart en puntige oren, waarschijnlijk voornamelijk in bomen levend en inwoner van de Oude Wereld."