Adrian Desmond & James Moore: Darwin (Groot Brittannië, 1991): 815 blz: Vertaald door Henk Moerdijk (2008): Uitgeverij Nieuw Amsterdam
Citaten:
- Darwin was een verwoed verzamelaar en hamsteraar van schelpen, poststempels, vogeleieren en mineralen.
- Op zijn vijftiende pakte Darwin een hobby op die beter paste bij een zoon van een heer van stand uit Shropshire. Hij was oud genoeg om met een geweer om te gaan en de jacht werd zijn nieuwe obsessie. Het uit de lucht schieten van vogels was een "zeer heilig doel", en aangezien kwartels heel wat eetbaarder waren dan insecten, tekenden zijn zussen geen protest aan.
- Tegen het einde van het schooljaar ontplofte de vader van Darwin: "Het enige waar jij om geeft zijn je geweer, de honden en je jacht op ratten, je maakt jezelf en je familie te schande"!
De Dokter had een sterk purgeermiddel, dat zijn zoon van zijn patrijsverslaving moest verlossen. In juni 1825 haalde hij Charles van school, twee jaar te vroeg. Hij moest aan het werk worden gezet, zijn leven moest richting krijgen. Volgens de Dokter was de oplossing gelegen in de tucht der geneeskunde. Charles moest in de voetsporen van zijn vader en broer treden en werd daartoe op het pad van de professionele eerwaardigheid gezet.
- Charles bezocht geen particuliere school. Hij vond chirurgie weerzinwekkend en we begrijpen waarom. Audubon maakte in 1826 kennis met Knox, "gehuld in een overjas en met bloederige vingers," en kreeg een rondleiding door diens ontleedzaal - tot zijn onbeschrijflijke afgrijzen. Zijn adem stokte toen hij de geamputeerde ledematen en opengelegde torso's ontwaarde. "Ik zag dingen die hoogst onaangenaam waren, schokkend op een wijze die ik onvoorstelbaar had geacht. Ik was blij toen de deur van dit knekelhuis achter mij dichtsloeg en ik weer de heilzame straatlucht kon ademen." Charles voelde hetzelfde. Door Monro wilde hij nooit meer iets met de menselijke anatomie te maken hebben. Met als gevolg dat de technische kant van het ontleden hem nooit goed werd bijgebracht, wat hij later betreurde.
- Tijdens een bijzonder zware operatie aan een kind liep Charles tenslotte weg, hij kon het niet meer aanzien, en hij zwoer nooit meer een operatiekamer te betreden. Het beeld zou hem de rest van zijn leven achtervolgen.
- Op 24 maart 1827 maakte Robert Grant bekend dat Darwin het mysterie van de zwarte, op peper lijkende korreltjes die in oesterschelpen konden worden aangetroffen en waarvan de vissers dachten dat het zeewiersporen waren, had ontsluierd. Het waren de eitjes van de roggenbloedzuiger.
- Grant dacht dat identieke organen in verschillende dieren homoloog waren. De levers van bijvoorbeeld een vis, een kikker en een kip bestonden uit dezelfde onderdelen en wezen duidelijk in de richting van een gemeenschappelijke blauwdruk. ... Hij beweerde dat de organen van álle dieren, van poliep tot mens, gelijksoortig waren en alleen verschilden in hun mate van complexiteit. ...
Wat betekende dit? Als alle dieren qua lichaamsbouw verwant waren, konden ze in een keten worden geplaatst. En daarmee werden de lagere dieren van wezenlijk belang. Hun weefsel was een eenvoudige versie van het menselijk weefsel. Ze konden worden gebruikt om inzicht te krijgen in de menselijke organen, om daarvan de primitieve oorsprong en oerfunctie te duiden.
- Het beeld dat Darwin in dit jaar oproept - dat van een jongeman die ontleedt, dieren opzet, aantekeningen maakt, observeert, partij kiest, ontdekkingen doet en in de ban van discussies raakt - maakt duidelijk dat zijn tweede studiejaar allesbehalve vruchteloos was. Zijn intellectuele scholing was begonnen. De crème de la crème van de Britse deskundigen op het gebied van ongewervelde dieren had hem geleerd oog te hebben voor de kleinste details en tegelijk de grote vragen te stellen.
- Als de geneeskunde het dan niet was, wat dan wel? De Darwins hadden ook wel advocaten en militairen voortgebracht, maar Charles ontbeerde de zelfdiscipline om toe te treden tot hun gelederen. Gelukkig was er een vangnet voor tweede zonen die dreigden te ontsporen: de anglicaanse kerk.
Darwins vader, een gezworen vrijdenker, was een verstandig en schrander man. Hij hoefde alleen maar om zich heen te kijken, zich de door hem bezochte parochies voor de geest te halen, zijn gedachten te laten gaan over de plattelandspredikanten die hij thuis ontvangen had. Je hoefde geen gelovige te zijn om te zien dat dit uitstekend paste bij een dolende zoon met een hang naar buitenactiviteiten. De Kerk was immers een veilige haven voor slome duikelaars en lanterfanters, een laatste toevlucht voor verkwisters. Voor iemand zonder roeping kon je toch geen betere roeping bedenken? En bij welk ander beroep was de kans op mislukking zo klein en de beloning zo hoog?
- Charles had een koers uitgestippeld die naar de Kerk leidde, maar maakte zich niet druk om zijn ziel. ... zijn echte passie, de enige sport die hij serieus bedreef, was de keverjacht.
- Hij had alles over voor een geslaagde jacht. Hij kocht een vlindernet en leerde springende en vliegende insecten vangen. De kevers werden zo natuurgetrouw mogelijk op kartonnen schoven geprikt. Ook huurde hij iemand uit de streek in om vuil te verzamelen van de bodem van schuiten die riet uit de moerassen haalden, dat hij navorste op eventuele "prooien". Het was niet altijd eenvoudig om de diertjes te doden, want sommige kevers hadden een verrassend verdedigingsmechanisme. Op zekere dag, na wat bast van een dode boom te hebben geschraapt, wist hij twee zeldzame soorten te pakken, met elke hand één. Opeens zag hij een derde beestje, een nieuwe soort, een te mooie vondst om te laten lopen. Hij handelde als een doorgewinterde eierverzamelaar. De kever in zijn rechterhand stopte hij snel in zijn mond. Helaas voor Darwin was dit een bombardeerkever, die prompt zijn naam eer aan deed door een ontzettend gemene vloeistof in zijn keel te spuiten, waardoor hij even de kluts kwijt was. Hij spuugde de kever uit, kon die vervolgens niet meer terugvinden, en was zo in de bonen dat hij de andere twee ook liet vallen.
- "Het valt mij op," mijmerde Darwin, "dat al onze kennis over de structuur van onze aarde in menig opzicht overeenkomt met hetgeen een oude kip weet van de veertig hectare grond waarop zij in een klein hoekje rondscharrelt."
- Hoe dan ook, Darwin leerde ter plekke hoe de geologie beoefend moest worden en kon zich vaardigheden eigen maken die niet uit boeken te halen waren. De hellingmeter kwam goed van pas en Sedgwick controleerde of Darwins metingen nauwkeurig waren. In minder dan een week leerde hij gesteenten te herkennen, steenlagen interpreteren en conclusies trekken uit zijn waarnemingen. Het was de beste spoedcursus in de geologische praktijk die hij kon krijgen, haast geen enkel kneepje van het vak ging aan hem voorbij en al het vet dat hij verbrandde werd vervangen door intellectuele spiermassa.
Lees verder in deel 3.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten