woensdag 9 juni 2021

Adrian Desmond & James Moore: Darwin 5 (1842-1851)

Adrian Desmond & James Moore: Darwin (Groot Brittannië, 1991): 815 blz: Vertaald door Henk Moerdijk (2008): Uitgeverij Nieuw Amsterdam
 
Darwin
 
Citaten:
- ... het dorp Down.
 Twee uur van Londen, vijfentwintig kilometer van St. Paul's Cathedral: een ideale wijkplaats op het platteland, een parochie als die van Henslow in Hitcham, of als de nieuwe van Fox in Cheshire - het soort parochie waarvan Charles had gedroomd aan boord van de Beagle en waarin de Dokter hem al jaren graag zag wonen. De aanblik van het dorp raakte een gevoelige snaar. Hij slaakte een enorme zucht van verlichting. Hier zou hij op veilige afstand van de beau monde zijn.

- Naar mijn idee (en iedereen mag wat dit betreft over mij heen vallen ... ) bestaat de classificatie in de groepering van wezens volgens hun feitelijke relatie, dat wil zeggen hun bloedverwantschap of gemeenschappelijke afstamming.
 
- Ik geloof (doch waarom zou ik u lastigvallen met mijn geloof, dat u zal en zou moeten voorkomen als louter geklets en aannames?) dat, als alle organismen die ooit hebben geleefd of nu leven, zouden worden verzameld [...] er een volmaakte reeks te zien zou zijn, een reeks die alle, de zoogdieren bijvoorbeeld, onderbrengt in één grote, volstrekt ondeelbare groep - en ik geloof dat alle orden, families en geslachten binnen de zoogdieren slechts kunstmatige termen zijn die zeer nuttig zijn om de relaties te laten zien tussen die leden van de reeks die niet zijn uitgestorven.

- In de loop van het voorjaar veranderde de schets in een volwaardige verhandeling van 189 bladzijden. Darwin voelde hoe sterk zijn ideeën waren en dat zijn verhaal klopte. Na maanden aan zijn werk te hebben geschaafd realiseerde hij zich echter ook dat hij het niet kon publiceren - hij zou worden beschuldigd van een maatschappelijk misdrijf, of erger.

- Op 5 juli, toen zijn verhandeling over de evolutie de deur uit was, schreef hij zijn vrouw een moeilijke brief, een die hij zou verstoppen en die pas mocht worden geopend als hij "onverwacht kwam te overlijden". ... De brief bevatte zijn "hoogst plechtige en laatste verzoek" om zijn verhandeling postuum te publiceren. ... Hij moest haar enorm vertrouwen, want hun godsdienstige opvattingen verschilden sterk. Maar over de verhandeling had hij geen twijfels. "Als mijn theorie waar is, en dat is mijn overtuiging, en door slechts één bekwame deskundige wordt aanvaard, zal de wetenschap een aanzienlijke stap voorwaarts zetten". 

- Wat de oorspronkelijke schepping of totstandkoming van nieuwe vormen betreft [...] lijkt isolement de belangrijkste factor: een stuk land, dat in de jongste geologische tijdvakken het vaakst onder water heeft gestaan en in eil[anden] is veranderd en vervolgens weer één is geworden, zal derhalve naar ik verwacht talrijke soorten bevatten.

- Darwins Journal had hem bekendheid gebracht. Het was zijn toegangsbewijs voor de internationale wetenschappelijke gemeenschap, en onder reizigers had hij een grote naam. Zijn succes was tastbaar. Geregeld werd er een dier of plant naar hem vernoemd, of het nu de reuzenluiaard Mylodon Darwinii of de onmetelijk kleine Asteromphalus Darwinii was. Wereldreizigers konden rond de Galapagos Eilanden vissen op de Cossyphus Darwinii of uit de Patagonische rotsen een schelpachtige Pecten Darwinianus bikken.

- Hooker strooide met informatie over de verspreiding van planten, wilde niets voor zichzelf houden en nam er "genoegen mee om jouw feitenvergaarder te zijn". Darwin dacht dat "een beetje ijdelheid" geen kwaad zou kunnen; "zeg wat je belief, ik weet zeker dat niemand ze beter zal gebruiken dan jij". Maar dat weerhield hem er niet van vragen af te vuren, om "kennis op te zuigen" uit zijn inschikkelijke vriend. Hooker, stelde hij, heeft mij meer geholpen "dan een ander ooit gedaan heeft en [zijn hulp] is in mijn ogen meer dan waardevol".

- De vinken vormden nog altijd een ondergeschikt deel van Darwins evolutionaire bewijsmateriaal. Al beschreef hij nu wel de verschillende typen en de verscheidenheid van hun snavels. "In het licht van deze schakering en diversiteit in de bouw van één kleine, nauw verwante groep vogels," gaf hij in bedekte termen te kennen, "zou men werkelijk kunnen denken dat uit een van oorsprong kleine groep vogels op deze eilandengroep één soort is uitgezocht en voor verschillende doeleinden is aangepast." Het was een globale aanwijzing en het enige wat hij ooit zou zeggen over de evolutie van vinken.

- Eilandvorming, land dat in de oceaan verdween, geïsoleerde soorten - het maakte allemaal deel uit van Darwins evolutietheorie, maar hij stelde zich een proces voor dat veel trager verliep. Supercontinenten die tijdens de levenscyclus van één soort onder water verdwenen, was een onbezonnen zo niet roekeloos idee, zeker als zeestromingen en vogels een afdoende verklaring voor verspreiding boden.

- Begin 1846 pachtte Darwin van Lubbock een stuk land van circa een halve hectare aan de achterkant, dat hij omheinde en beplantte met struiken en bomen ter beschutting van zijn eigen huis. Op dit stuk grond stippelde hij een zeshonderd meter lang "denkpad" uit, de "Sandwalk", waarop hij elke middag een wandelingetje zou maken. Hij was nog altijd een gewoontedier. Zijn leven was een "uurwerk", een vaste routine van: ontbijt - werk - post - wandelen - lunch - brieven - dutje - werken - rust - avondeten - boeken - slapen. Het leven móest eentonig zijn en het plattelandsritme van Down maakte dat ook mogelijk. "Ik zit op de plek waar ik zal eindigen", zei hij tegen iedereen. Emma hield ook van de afzondering en verdroeg het saaie leven met haar "arme, oude, ziekelijke, klagende echtgenoot" met engelengeduld.

Over de eendenmossels en de zeepokken:
- Oorspronkelijk had men de eendenmossels en zeepokken (die een schelp hebben) beschouwd als een weekdier, als familie van de mossel en de slak. ... Het beestje bleek een kreeftachtige of schaaldier te zijn, nauw verwant aan de rivierkreeft en de krab. Een verbluffende ontdekking. Niemand had durven denken dat de aan kustrotsen vastgehechte eendenmossel en zeepok neefjes waren van de krabben die over diezelfde rotsen kropen, of dat de pluizige draden die in het water zweefden in feite "poten" waren. De eendenmossels en zeepokken waren eigenlijk garnalen die op hun rug met hun poten in het water zwaaiden. ... Het terrein lag weer braak. 

- Vanaf die dag in 1844 dat Darwin zijn hart luchtte was Hooker een steeds belangrijkere rol gaan spelen. Hij was Charles' biechtvader, zijn vertrouweling, een klankbord wat het "misdadige" onderwerp van de soorten betreft, een onuitputtelijke bron van geografische verhalen.

- Op veel eendenmossels en zeepokken had Darwin minuscule parasieten aangetroffen. Hij had die er steeds afgeschraapt en weggegooid, maar op een dag besloot hij om ze eens beter te bestuderen. Eendenmossels en zeepokken zijn doorgaans tweeslachtig - met mannelijke én vrouwelijke geslachtsorganen - maar tussen de Filippijnse exemplaren van Cuming zat een uitzondering. Deze mossel stond nergens beschreven en Darwin doopte hem Ibla cumingii. Het diertje bleek niet alleen eenslachtig te zijn, maar de vrouwtjes en mannetjes verschilden uiterlijk zo sterk dat je zou denken dat ze geen familie van elkaar waren.

- Darwin bleef in de ban van zijn eendenmossels en zeepokken. Zijn nietige mannetjes waren "werkelijk schitterend". Ze waren "rudimentair in een mate die mijns inziens door geen enkele soort in het dierenrijk kan worden geëvenaard".

- Ondertussen begon Darwin de moed te verliezen, want de bundeling van zijn beschrijvingen was een "afschuwelijk saaie klus" die zwaar op hem drukte. Dit had ook een uitwerking op Hooker. Door het spervuur van brieven met allerhande nieuwtjes over de eendenmossels en zeepokken taande zijn belangstelling. Bij nader inzien, zei hij, las hij toch liever Darwins speculaties over de evolutie. De ironie hiervan ontging Darwin niet. Welnu, "dat is dan erg jammer", snoof hij verachtelijk, want door "jouw uitgesproken instemming met mijn onderzoek naar eendenmossels en zeepokken" besloot "ik mijn artikel over de soorten terzijde te schuiven".

- Hooker vroeg Darwin dan ook of diens eendenmossel- en zeepokonderzoek hem reden had gegeven zijn theorie aan te passen. Hij verwachtte dat Darwin voorzichtiger was geworden.
 Maar nee. Het onderzoek had zijn theorie niet ondermijnd, sterker nog, het had hem duidelijk gemaakt dat variatie alomtegenwoordig was. Tien jaar eerder dacht hij dat variatie in de natuur uitzonderlijk was, maar zijn onderzoek naar de eendenmossels en zeepokken had daar verandering in gebracht. De talloze eendenmossel- en zeepoksoorten waren "in hoge mate variabel". Elk onderdeel "van elke soort" was geneigd tot verandering. Hoe beter hij keek, hoe meer de onveranderlijkheid een illusie werd.

- Darwin wreef Hooker onder de neus dat deze "verduvelde variatie" geen onverdeeld genoegen was. Het "is prettig voor mij als speculerend wetenschapsman, maar ergerlijk voor mij als systematicus".

- Annies wrede dood vernietigde de laatste resten van Charles' geloof in een morele, rechtvaardige wereld. Later zou hij zeggen dat deze periode de doodsklok luidde over zijn christelijk geloof, al was het proces van afbrokkeling in feite langdurig geweest.

Lees verder in deel 6.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten