Posts tonen met het label Fietsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fietsen. Alle posts tonen

zondag 11 januari 2026

Clemens Carle: Rad-Abenteuer Panamericana

Clemens Carle: Rad-Abenteuer Panamericana: 45000 km von Feuerland bis Alaska (Duitsland, 1994): 303 blz: Uitgeverij Helmut Hermann
 

 
Ergens in mei 1988 ontmoette ik Clemens in het noorden van Joegoslavië, bij de grotten van Postojna. Ik was met de fiets onderweg naar Turkije. Er kwam een man met een enorme baard op mij af op een mountainbike met voorop een boodschappenmandje met etenswaren. Hij vroeg waar ik vandaan kwam en vertelde dat hij onderweg was naar Beijing op een fietstocht die anderhalf jaar zou duren. Hij stelde voor om een tijdje samen op te fietsen.
 
Zo gezegd, zo gedaan. We bezochten de grotten van Postojna en fietsten vervolgens een paar dagen samen op tot aan de meren van Plitvice, een schitterend natuurgebied met zeer veel watervallen. Na ons bezoek aan Plitvice wilde Clemens door het binnenland van Joegoslavië fietsen en ik langs de kunst (mooier weer!) en gingen we uit elkaar. Twee weken later kwamen we elkaar weer tegen in Ohrid, in het zuiden van Joegoslavië. We fietsen weer een paar dagen samen op en bezochten de Meteora kloosters vlakbij Kalamata in het noorden van Griekenland. Opnieuw splitsten onze wegen zich.

Het was denk ik begin 1990 dat ik weer wat van Clemens hoorde. Ik kreeg een eerste reisbericht met een verslag van de eerste etappe van zijn reis van Vuurland naar Alaska. We schreven elkaar regelmatig, ook nadat ik een psychische ziekte had gekregen. Clemens woonde in Maichingen, een klein stadje vlak ten westen van Stuttgart. Ik heb hem daar twee keer opgezocht in 1993 en in 1997. Bij die tweede gelegenheid vroeg ik aan Clemens of hij nog meer boeken wilde schrijven over zijn fietstochten. Hij antwoordde dat dat de moeite niet loonde, van zijn boek waren maar 10.000 exemplaren verkocht. Mij lijkt dat een fantastisch resultaat voor een eerste boek, maar echt rijk zul je daar niet van worden.

Ik had "Rad-Abenteuer Panamericana" natuurlijk al eerder gelezen, in 1997 en vermoedelijk nog een tweede keer maar dat kan ik niet terugvinden op mijn leeslijsten. Nu, bij herlezing, was ik aangenaam verrast over hoe onderhoudend ik dit boek vind. Het is een onderhoudend, prettig leesbaar boek over een zeer bijzondere fietstocht.
 
De tocht die beschreven wordt in "Rad-Abenteuer Panamericana" duurde van oktober 1989 tot oktober 1992. In 3 jaar tijd legde Clemens een kleine 45.000 km af. Ze vertrokken vanaf Vuurland met een groep van vier personen, behalve Clemens waren ook Rolf, Helge en Michael onderweg naar Alaska. Al gauw blijkt de groep niet geweldig te functioneren en splitsen Clemens en Rolf zich af van Helge en Michael. Later krijgt Clemens in toenemende mate onenigheid met Rolf en gaat hij in zijn eentje verder. Later ontmoet hij Helge en Michael weer en ze fietsen een tijd met zijn drieën. Opnieuw onenigheid en Clemens fietst weer alleen verder. De ouders van de 4 fietsers hebben nog wel contact met elkaar en Clemens en Rolf proberen het weer een tijd, maar in het noorden van Peru gaan ze definitief uit elkaar. Uiteindelijk neemt Helge in Colombia het vliegtuig naar huis, Rolf in de Verenigde Staten en alleen Michael en Clemens halen Alaska.
 
Ik heb de afgelopen maand 5 fietsboeken van Frank van Rijn gelezen. Er is een duidelijk verschil in levensstijl tussen Clemens Carle en Frank van Rijn. Beide reizen met een minimaal budget en met een zwaar bepakte fiets. Voor Frank van Rijn is het fietsen het doel op zich. Het gaat Frank om het fietsen en de rest is bijzaak. Bij Clemens ligt dat heel anders. Hij wil zich onderdompelen in een totaal andere cultuur en zoveel mogelijk zien en meemaken. Voor hem is het fietsen een manier om prettig rond te reizen en om makkelijk contact te maken met de lokale bevolking en medereizigers. Hij is veel socialer ingesteld dan Frank van Rijn en reist in een veel rustiger tempo, hoewel er ook voor hem natuurlijk dagen zijn dat hij zoveel mogelijk kilometers vreet. 
 
Als je de boeken van Frank van Rijn leuk vindt, dan zul je "Rad-Abenteuer Panamericana" vermoedelijk ook wel met plezier lezen, als je Duits tenminste goed genoeg is. Voor mij vormt het Duits van dit boek geen enkel probleem hoewel ik maar tot de 4e klas lessen Duits heb gehad.
 
Citaten:
- "Mit so etwas willst du Richtung Alaska fahren?", denke ich mir, und Zweifel am Vorhaben kommen auf. Es sollten nicht die letzten sein. Die 35 Testkilometer in den am Beagle-Kanal gelegenen Nationalpark "Tierra del Fuego" schaffen wir dann doch, die Schotterpiste gibt einen Vorgeschmack auf kommende Erlebnisse: böiger Gegenwind, das kleinste Kettenblatt liegt auf, das Fahrrad schüttelt wie ein wild gewordener Gaul, vorausschauende Fahrweise ist notwendig, denn abrupte Lenkmanöver sind bei dem Gewicht nicht drin. Bei jedem Auto und vor allem bei jedem Bus oder Lkw verschwinden wir in einer riesigen Staubwolke, sind bald staubverkrustet, es knirscht zwischen den Zähnen.
 
Na de afsplitsing van Michael en Helge:
- Dennoch bin ich mir auch nicht sicher, ob Rolf und ich auf Dauer so gut harmoniseren. Wir haben beide einen gesunden Dickkopf, der allzugerne manchmal ohne Rücksicht auf den anderen seinen eigenen Weg sucht. Kein guter Ausgangspunkt für eine gemeinsame lange Tour.
 
- ... Oder war unsere ganze Unternehmung nicht von vornherein zum Scheitern verurteilt? Reiseradler sind bestimmt die grössten Individualisten unter allen Travellern, das konnte so nicht klappen, das hätte ich von vorherein wissen müssen.
 
- Irgendwie trennen mich aber Welten von den "Normalurlaubern", ich lebe in anderen Dimensionen, was Geld (wenig) und Zeit (viel) betrifft.
 
Kamperen op grote hoogte:
- Die Zeit reicht dann gerade noch, um auf etwa 4.650 m Höhe mitten in Pampagras zu zelten. Uiih, das wird kalt werden! Nach dem ersten vorsichtigen Blick am nächsten Morgen aus der Zelt konnte ich mal wieder eine Lobeshymne auf meinen Schlafsack singen: Rauhreif bedeckte die Pampa, die Zelthaut war innen und aussen total  vereist, den vollen Wasserflaschen ist kein Tropfen zu entlocken, aber im Schlafsack war es gemütlich warm.
 
Over zijn financiën:
- Wie immer machte ich am letzten Abend Kassensturz. Wie teuer mochte wohl Costa Rica gewesen sein? Rund 13 Mark pro tag errechnete ich, so wie Argentinien. Damit blieb Panama (DM 34,41) der Spitzenreiter, gefolgt von Ecuador (DM 29,41), während alle anderen Länder um die 15 bis 22 Mark lagen. Etwa 20 Mark pro Tag hatte ich ja kalkuliert.
 
- Der Kilometerzähler springt wieder auf 0,0 um - 20.000 Kilometer sind abgeradelt! Die meisten der letzten 10.000 bin ich nun alleine gefahren, ich hätte nie geglaubt, so gut alleine zurechtzukommen, nicht nur mit meiner Umwelt, sondern ganz besonders mit mir selbst. Ich fühle mich ausgeglichen und selbstbewusst wie noch nie zuvor in meinem Leben und habe keine Zweifel, diese Tour auch vollends allein durchstehen zu können. Ich habe mich inzwischen so an den Reiserhytmus gewönhnt,  dass ich gar nicht mehr an ein Ende der Tour denken mag. 
 
- Aus dem Kauf- und Konsumkreislauf habe ich mich inzwischen ausgeklinkt, viel wichtiger ist mir ein voller Magen, gute Gesundheit und gelegentlich eine heisse Dusche geworden.
 
- Mich erstaunt es immer wieder, mit wie wenig mein Körper zufrieden ist und dennoch Tagesleistungen von 150 Kilometer und mehr verkraftet. Der Wille zählt. Der Wille, ein Ziel zu erreichen, ist viel wichtiger als ein austrainierten Körper und bestimmt die Grundvoraussetzung, eine Panamericana-Radtour erfolgreich durchzustehen. 
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 25 juli 2025

Barbara Savage: Miles from Nowhere


 
 
Ik heb naar schatting zo'n 80 boeken gelezen met reisverhalen over grote fietstochten, waaronder alle 17 boeken van Frank van Rijn, een flink aantal Engelstalige, een stuk of 10 Duitstalige en zelfs eentje in het Frans. Van al deze fietsboeken zijn er 6 die mijn lijstje met mijn favoriete reisverhalen hebben gehaald. Van die 6 vind ik het vorige boek dat ik las: "Ich radle um die Welt" van Heinz Helfgen en "Miles from Nowhere" van Barbara Savage veruit de meest interessante. Nu ik achter elkaar een Duitstalig en een Engelstalig boek heb gelezen, is het mij wel duidelijk dat het lezen van Engelse teksten mij veel makkelijker afgaat dan dat van Duitse teksten. 
 
"Miles from nowhere" is het verhaal van een fietstocht rond de wereld van het Amerikaanse echtpaar Larry en Barbara Savage van april 1978 tot april 1980.

Ze beginnen in de buurt van Los Angeles, fietsen vervolgens naar het noorden naar Canada, naar het oosten en weer naar het zuiden tot Florida. Daar nemen ze het vliegtuig naar Spanje. Ze bezoeken Marokko, Portugal, opnieuw Spanje, Ierland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Joegoslavië en Griekenland. Vanuit Athene vliegen ze heen en weer naar Egypte en vervolgens naar New Delhi in India. Ze fietsen van New Delhi naar Kathmandu en vliegen van daaruit naar Bangkok. Vanuit Bangkok fietsen ze naar Singapore. De twee laatste landen die ze bezoeken zijn Nieuw Zeeland en Tahiti.

Het boek is erg onderhoudend geschreven en geeft een goed verslag van de talloze ontmoetingen onderweg en ook van de onderlinge strubbelingen in hun relatie. 
 
Citaten:
- There were twelve miles of low rolling hills between San Luis Obispo and the campground at Morro Bay. In that short distance I learned that the difference between the maneuverability of my bike with and without fifty pounds of gear closely resembled the difference in the handling of a Mack truck and a Porsche.
 
Gedurende een van de eerste weken van hun tocht hebben Larry en Barbara de hele dag in de brandende zon gefietst: 
- It was seven o'clock when we reached the campground. ... Larry set to work pitching our tent while I lay on the table ... I curled on top of my sleeping bag, and promptly passed out. If Larry hadn't started ranting hysterically about an hour later I would probably have slept through the night ... "What's the matter?" I asked as I climbed out of the tent. [Larry had een onderdeel van het kooktoestel verloren en kon dat nu niet gebruiken]. ... "Don't you understand what this means?" he pleaded ... "It means I'm going to die of hunger right here and now before your very eyes!" he shouted. "It's been eight hours since I have eaten anything! ... I've got to eat somethin right this minute or I'll die" I wanted to tell Larry ... that nobody who weighs one hundred sixty pounds and is in top physical shape has ever starved to death overnight simply by skipping dinner, but I decided that wouldn't be a good thing to say at at the moment ... I tried to calm him. "Look, I'll go borrow a stove from someone," I said. "It'll only take a minute."

Een ontmoeting met een beer:
- "I'm finding out what happened after the bear left us last night," Larry explained to me. "Turns out my ugly mug scared him so bad that, when he took off, he didn't even take the time to look where he was going."
 "You bet," Dave nodded. "He was makin' for home for all's worth, and I guess our tent was dead centre between yours and home. When he came flyin' by us, he tripped over one of our guy lines and crashlanded into the top of the tent."
 "I'll tell you something, wakin' up inside of a collapsed tent and feelin' a bear on top of you is one horrifyin' experience. I knew it was a bear right off, 'cause one of its paws was spread out over my face ..."

Na vierenhalve maand fietsen en 6.450 mijlen, logeerden Larry en Barbara twee weken bij vrienden:
- The livin' was easy at Fritzi's. Everything in her house was a luxury to us - the stove with its four burners, the oven, the refrigerator, the washing machine and dryer, the carpenting, and the pillows and clean sheets on the perfectly even surface of our bed. I'd almost forgotten just how pampered life could be. When I woke up in the middle of the night with an urge to go to the toilet, there was no need to struggle into shoes and layers of clothes, feel blindly for the toilet paper, fumble with the tent door and the rainfly, trip over rocks and ferns, and squat in the cold or pouring rain; then climb back into the tent and search out and squish any mosquitoes that had flown in while I was opening and closing the door.

In Marokko demonstreren Larry en Barbara het gebruik van hun tent:
- "We want to know how you get inside," Merouane explained.
 Larry unzipped the door, then crawled in and looked back out at us through the windows. That impressed everyone; and when I unpacked our sleeping pads and down sleeping bags, the men took turns feeling them. Merouane wanted to know if President Jimmy Carter owned a tent like ours.
 
Cary, een goede vriend van Larry, komt over naar Schotland om een paar weken samen met Larry en Barbara te fietsen:
- "Tough! You folks 'er real tough. I'm dyin', and ya'll 'er goin' a mile a minute. They'll never believe this back in good 'ole Paso Robles," Cary chuckled in his country drawl. "I thought the rough part o' yer undertakin' would be gettin' used ta pedalin' long distances. Heck, that's only a fraction of it! You've gotta get used ta bugs in yer food and campin' in animal manure and shoppin' fer food three times 'er more a day. An' then at the end o' the day, when yer tired and hungry, you've gotta search fer a good campin' spot and cook up yer dinner on that little stove before ya kin eat. And then you've still gotta wash the dishes before ya kin go ta bed, and lotsa times ya go ta bed dirty. And besides all that, you hafta bicycle in the rain and git all wet and miserable. Now that's what I call tough!"
 
- Larry suddenly realized that he hadn't eaten anything since breakfast and that he was nearing his state of "acute starvation," which commonly set in whenever he went longer than three or four hours without food.
 
In Egypte:
- "Remember, foreign tourists never venture into the tiny villlages in Upper Egypt, so be prepared fot the masses of curious peasants. Two foreigners - and especially a foreign woman - on bicycles with huge packs will be one of the strangest sights those people have ever seen. As a matter of fact, in some of the settlements, this year will quite probably be referred to in the future as the year when the fair-skinned aliens appeared riding their bizarre bicycles"
 
Larry, Barbara en Geoff in India op zoek naar een plek om te kamperen:
- Geoff pushed his bike toward the lobby, but Larry and I hesitated. Geoff was a mess, and he stunk; and we knew we were no better off. It had sprinkled in the morning, and Geoff's dusty body was spotted with droplets of mud. His bare legs and arms were smeared with chain grease, and his hair was matted in sweet and dirt. His bike and panniers were filthy, and the wheels reeked from rolling through manure. Today, as every day, Geoff was wearing his shiny-blue running shorts and his tan tennis shoes - they were probably white underneath the layers of grease and dirt - and nothing else. Larry had on his khaki shorts, and I had donned a sleeveless T-shirt riddled with holes and my Egyptian pedal pushers. To the average westerner, we were a disgusting looking threesome.
Tot hun verbazing krijgen ze een uitstekende kampeerplek.
 
Het eten in Nepal:
- When I poured the rice into our pot of boiling water, dozens of tiny, leggy bug bodies floated up to the surface. We watched the bodies bubble in the water for a moment, and then we looked inside the sack of rice. It was crawling with bugs.
 "I'm eatin' it anyway," announced Geoff, breaking the long silence that followed our discovery. "If we toss it out, there's nothing else to eat except for a few bites of granola, and I'm not to keen on cyclin' these mountains on empty."

Fietsen in Nieuw Zeeland is relaxed:
- We were cruising. We'd returned to "civilized" bicycle touring. Everyone spoke our language, and we were no longer forced to communicate with people in some awkward mixture of grunts, hand motions, and a few foreign words. There was no need to hassle with purifying water or to worry about getting sick on it or the food we ate. We camped out anywhere we pleased without a thought about cobras, bandits, crowds of staring faces, or government regulations forbidding free camping. The campgrounds in New Zealand, which we rolled into now and then when the idea of hot shower struck our fancy, provided washers and dryers; kitchens with stoves, ovens, toasters and sinks; and rest rooms filled with sit toilets and hot showers.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 20 juli 2025

Heinz Helfgen: Ich radle um die Welt

Heinz Helfgen: Ich radle um die Welt (Duitsland, 1954 deze editie 1988): 487 blz: Uitgeverij Bielefelder Verlagsanstalt KG

 
 
Heinz Helfgen (1910-1990), was een Duitse journalist die in Duitsland wereldberoemd is geworden door de reportages die hij maakte over zijn wereldreis per fiets van september 1951 tot december 1953. Zijn boek "Ich radle um die Welt" verscheen in 1954 in 2 delen. In de heruitgave uit 1988 die ik heb gelezen zijn een aantal veranderingen aangebracht. 
 
Heinz vertrok vanuit zijn woonplaats Dusseldorf richting het oosten en doorkruiste achtereenvolgens de volgende landen: Duitsland, Oostenrijk, Joegoslavië, Griekenland, Turkije, Syrië, Irak, Iran, Pakistan, India, Birma, Thailand, Cambodja, Vietnam, Hong Kong, Japan, de Verenigde Staten, Cuba, Jamaica, Aruba, Venezuela en Brazilië. Na 2 jaar en 3 maanden was hij weer thuis.
 
Hij maakte nogal wat mee:
- Een bezoek aan het Joegoslavische parlement en een ontmoeting met generaal Tito
- In Iran overnacht hij in een grot met een brandend vuur om de wolven op afstand te houden
- In Birma wordt hij bijna aangevallen door een tijger.
- In Birma steekt hij op een zelfgebouwd vlot de Irawaddy over.
- In Indochina gaat hij op tijgerjacht met de keizer van Vietnam en krijgt hij de gelegenheid om de oorlog mee te maken
- In Japan zit hij met een stel knappe jonge vrouwen in een groot bad.
- In de Verenigde Staten maakt hij een proefexplosie van een atoombom mee.
- In Cuba bezoekt hij Ernest Hemingway die hem vertelt over zijn werkwijze.
- In Jamaica overnacht hij een paar weken bij de Maroons
- Tussen Venezuela en Brazilië doorsteekt hij een onbekend stuk oerwoud en maakt kennis met een indianenstam.

Dit zijn maar enige van de talloze avonturen die Heinz meemaakte. Hij fietst flink door, regelmatig heeft hij het over dagafstanden van 150 km of meer. Onderweg stuurde hij berichten naar een krant in Duitsland. Ook wist men in veel landen dat hij onderweg was en stuurde men journalisten en kreeg hij uitnodigingen om ergens te overnachten. Vaak overnachtte hij bij Duitsers. Wat hem opviel was de goede naam die de Duitsers in het buitenland hadden ondanks de Tweede Wereldoorlog.

Het boek is zeer prettig leesbaar, het leest als een trein. Zonder meer het mooiste boek dat ik ooit over een fietstocht heb gelezen en een van de beste reisverhalen die ik ooit heb gelezen.
 
Citaten:
- Die beruflichen Chancen eines so spät aus Kriegsgefangenschaft heimgekehrten Journalisten waren trostlos. Andere, meist jüngere Kollegen hatten die Stühle bereist besetzt. Und so zog ich Bilanz, stellte fest, dass ich ausser meinen Erfahrungen als ehemaliger Auslandskorrespondent Anfang der dreissiger Jahre, einer guten wissenschaftlichen Basis und Sprachkenntnissen vor allem auch noch einen durch ständigen Sport während der US-Kriegsgefangenschaft blendend durchtrainierten Körper besass.

Heinz vertrekt met slechts 3,80 Duitse Marken op zak:
- ... DM 3,80 hatte ich. Dafür gab es zwei liter Milch für je 60 Pfennige. Dazu drei Pfund kräftiges Schwarzbrot für DM 1,20 und einen Ring Fleischwurst für DM 1,40. Genug für zwei Tage, wenn ich mich auf den umliegenden Feldern mit Kartoffeln und Äpflen selbst bediente.
 
- Zwischen den Beinen schien sich eine Hautentzündung anzubahnen. Da erinnerte ich mich an ein Hausrezept, das ich während der Semesterferien meiner südamerikanischen Studienzeit bei langen Pferderitten angewandt hatte - seidene Damenschlüpfer mit Beinansatz! Die Mädchen in einem Regensburger Damenbekleidungsgeschäft hörten nicht auf zu kichern, als ich dort zwei Paar seidene Damenschlüpfer mit Beinansatz verlangte.
 
In Joegoslavië wordt aan tafel aan Heinz gevraagd hoe het zit met de communistische partij in Duitsland:
- Dann wurde mir die Fragerei und Besserwisserei doch zu bunt, und ich sagte: "Schreiben Sie ruhig, in Westdeutschland ist das gesamte Volk von den Kapitalisten bestochen worden." Alle drei legten Messer und Gabel hin und schauten mich gross an. "Natürlich sind alle Westdeutschen bestochen", sagte ich nochmals und fügte hinzu: "Die Kapitalisten haben jedem Bundesbürger absolute persönliche Freiheit gegeben, alles zu sagen, was sie wollen, zu reisen, wohin sie wollen, und einen vollen Markt, wo sie alles kaufen können, was sie wollen, und so sind alle der kommunistischen Idee untreu geworden, und weil die Russen wegen der Amerikaner Angst haben einzumarschieren, gibt es halt keine Kommunisten mehr und - jetzt will ich erst einmal Ihre hervorragende Gastfreundschaft mit vollen Zügen geniessen."
 
Heinz ontmoet een sjeik in Syrië. Volgens goed gebruik vertelt zijn gastheer hem over zijn bezittingen: 
- "Ich besitze dort zehntausend Dattelpalme, achthundert Kamele, zwölftausend Schafe und fünfhundert Männer. (Frauen erwähnte er nicht!) So, mein Sohn, berichte Du nun von deinen Besitztümern!" "Yes", sagte ich , "also ich habe ein Fahrrad und eine Zelt ausrüstung ... und mich selbst mit einem starken Herzen!".
 
In Iran is Heinz er getuige van hoe de bevolking van een heel dorp uit hun huizen gejaagd wordt:
- Der Offizier rief einige Befehle hinüber. Ich verstand nichts davon. Dann wandte er sich mir wieder zu und sagte:
 "Am besten, Sie vergessen, was Sie hier sehen!" Er reichte mir die Hand: "Vergessen Sie! Ihr Deutsche habt ja auch vergessen, dass Ihr Millionen Unschuldige ermordert habt. Das hier ist bei weitem nicht so schlimm!"
 Ich nickte nur, stieg auf mein Rad und fuhr zitterend vor Kälte weiter.

In Pakistan wil iemand zijn dochter verkopen aan Heinz:
- Die Verhandlung nahm folgenden Verlauf:
 "Was verlangst Du also für Deine Tochter, Laki Kadir?"
 "Unter fünfzehn Kamelen", erwiderte der Belutschi, "kann ich es nicht machen. Das verlangt die Ehre meines Stammes und die Schönheit meiner Tochter. Und", fügte er grinsend hinzu, "drie der fünfzehn Kamele müssen Reittiere sein!" (Reitkamele stehen höher im Wert als Lastkamele). 
 
Heinz probeert om met een zelf gemaakt vlot de Irawaddy over te steken:
- Bei der guten alten Wehrmacht hatte ich gelernt, aus einem Zelt ein schwimmbares Floss zu machen. Ausserdem hatte ich sieben Fahrradschläuche bei mir, die zwar alle porös und geflickt waren - ich benutze die meisten als Bindung für Zelt und Schlafsack -, für ein paar Stunden aber würden sie bestimmt die Luft halten!
... Ich warf in aller Eile mein gesamtes Gepäck in das selbstgebastelte Schlauchboot - konstruiert aus besagten x-mal geflickten und porösen Fahrradschläuchen und meinem Zelt - und knickte mit Hilfe der Zeltverschnürung die Öffnung so oft, dass mir ein Eindringen des Wassers ausgeschlossen erschien. Dann pumpte ich sämtliche sieben Schläuche auf und band sie an die vier Zeltklappen, die normalerweise zum Einschlagen der Heringe dienen. Mein Rad band ich so obenauf, dass die verhältnismassig leichten Vorder- und Hinterräder ins Wasser zu liegen kamen.
 
- Es ist ein riesiger Unterschied zwischen der asiatischen, also der buddhistischen, und der weissen, sogenannten christlichen Welt. Durch den Fernen Osten kommt jeder Wanderer ohne einen Pfennig Geld. Dort nehmen sich die Menschen die Zeit, sich um jeden Fremden zu kümmern, sich in ihn hineinzuversetzen und ihm ihre ganze Gastfreundschaft anzubieten. - Dies war mit dem Betreten amerikanischen Bodens anders. Wer hier weder Geld besitzt noch bettelt oder arbeitet, der muss verhungern.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 6 mei 2024

Frank van Rijn: Een duizend meter hoge kerstboom

Frank van Rijn: Een duizend meter hoge kerstboom: Mexico, Guatemala en Belize (Nederland, 2022): 232 blz: Uitgeverij Elmar
 
Een duizend meter hoge kerstboom
 
"Een duizend meter hoge kerstboom" beschrijft een fietstocht die Frank van Rijn van december 2015 tot februari 2016 maakte door Centraal-Amerika: Mexico, Guatemala en Belize, waarbij hij vooral geïnteresseerd was in de overblijfselen van de Maya-cultuur. 

Voor Franks doen was het een kort tochtje van slechts 3 maanden en nog geen 4.500 km. Met dit boek erbij heb ik alle 17 boeken van Frank van Rijn op mijn blog besproken. Het is leuk om alle stukjes achter elkaar te lezen en dan vooral de citaten die tezamen een uitstekend beeld geven van wat Frank al die jaren heeft gedaan.

Ik vind "Een duizend meter hoge kerstboom" een gemiddeld boek van Frank van Rijn. Zijn boeken zijn in de eerste plaats leuk voor mensen die zelf ook een grote fietstocht hebben gemaakt.
 
Citaten:
- Maar eigenlijk onderstreepte die afdaling zijn dreigende schuin omhoog gestoken onderarm-verhaal, want elke afdaling maakt het gemiddelde stijgingspercentage van de rest groter, oftewel in klare taal: hoe meer je daalt op een traject, waarop je een bepaald hoogteverschil moet overwinnen, hoe zwaarder je daarvoor verderop moet boeten.

- Een feest moest hier uiteraard groots en vooral met enorm veel megabels gevierd worden. En natuurlijk gold de gulden regel, die op veel plaatsen in de wereld geldt: een gezellige sfeer wordt alleen dan opgeroepen, als de luidsprekers zoveel lawaai produceren dat je beslist niet meer met elkaar kunt praten. Dat hoefde ook niet, want wat mensen bij dat soort gelegenheden tegen elkaar zeggen is toch volledig voorspelbaar en in ieder geval totaal onbelangrijk. Vuurpijlen, rotjes en ander knalwerk maakten de vreugde compleet.

- Om dergelijke onaangename bezoeken te voorkomen luidde een van mijn ongeschreven regels: "Zet je tent nooit zo dat die vanaf de weg of een zijpad te zien is". En een andere, ook niet onbelangrijke regel: "Zet de tent pas op, als de duisternis reeds grotendeels is gevallen". En dan had ik nog een derde regel, die ik slechts bij hoge uitzondering wilde overtreden: "Rijd nooit in het donker". Dat natuurlijk in de eerste plaats door het autoverkeer, maar ook in verband met eventuele wilde dieren, die dan actief worden en niet te vergeten wilde mensen, die dan ook actief kunnen worden en soms door de duisternis het verschil tussen het mijn en het dijn niet goed kunnen onderscheiden.
 
- ... want dan zou ik in conflict komen met weer een andere regel van mijzelf: "Op fietsreis fiets je alles, behalve als het echt niet anders kan".
 
- ... Ik hoopte echter dat ik de goede dingen deed. Wat ik me nog wel goed herinnerde van het vak Veiligheid was dat ik bij een mondelinge overhoring een nul scoorde. De docent gaf uit luiheid alleen maar nullen of tienen. Een nul als je zijn enige vraag verkeerd beantwoordde en een tien als je het goede antwoord gaf. Gewoon één mondelinge vraag per student per kwartaal. Daarmee was hij snel klaar en had hij geen gedoe met nakijken van proefwerkjes.

- Bij de souvenirmarkt keek ik mijn ogen weer uit naar alle aardige aandenkens, die je er kon kopen: tassen, kleedjes, leren riemen, fluiten, kleding, wandbordjes en nog veel meer leuke spulletjes die je bij thuiskomst in een kast opbergt om ze vijfentwintig jaar later bij een grote opruiming voor het eerst weer tevoorschijn te halen en dan meteen naar de kringloopwinkel te brengen, zodat anderen er ook plezier aan kunnen beleven.

   
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

donderdag 25 april 2024

Frank van Rijn: In de ban van Stempelstan

Frank van Rijn: In de ban van Stempelstan: Een reis door Centraal-Azië (Nederland, 2011): 314 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
In "In de ban van Stempelstan" beschrijft Frank van Rijn een zomerse fietstocht door Centraal-Azië, door achtereenvolgens Georgië, Azerbeidzjan, Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan van juni 2008 tot februari 2009. Het deel van deze tocht in Tadzjikistan maakt hij samen met een vriend: Hans Koster, een Zwitser van 67 jaar oud. Het is voor het eerst dat Frank van Rijn een tocht beschrijft die hij voor het grootste deel met een vriend heeft gemaakt. Frank is inmiddels in het bezit van een digitale camera en de foto's in dit boek zijn aanmerkelijk interessanter dan die in zijn eerdere boeken.
 
Zoals je uit de titel kunt afleiden ondervindt Frank op deze reis nogal wat bureaucratische rompslomp. "In de ban van Stempelstan" is één van de betere boeken van Frank van Rijn.
 
Citaten:
- Gelukkig heb ik een redelijk elastische maag, zodat ik, als het moet, veel kan eten, maar ook met weinig toe kan als er een tijd lang niets eetbaars te vinden is.

- Juist voor mijn vertrek ontving ik mijn paspoort terug met het Oezbeekse stempeltje erin, waarmee het eerste setje van vijf visa in mijn pas compleet was. Kosten: 560 euro. Daar kan een normaal mens twee maanden voor op zijn fiets door de wereld trekken [??]. Volgend jaar ga ik naar de Achterhoek, waar geen stempels nodig zijn, waar je je niet binnen drie dagen hoeft te melden, waar je zonder boot kunt komen en waar geen Russisch, Tadzjieks, Oezbeeks of welke andere voor mij volledig onbekende taal wordt gesproken.

Wat schrijft Frank nu toch?:
- ... hoewel ik eigenlijk niet van zo heel zoete thee houd.

- In het plaatsje Hauz Han houd ik een theestop omdat mijn ontbijt, vanochtend vroeg bij de tent, niet grandioos was: oud, hard, droog brood met kaas die bij temperaturen van 33 à 35 graden is omgevormd tot een zeemlap drijvend in gele olie.

- Vroeger werd me steevast gevraagd of ik getrouwd was en hoeveel kinderen ik had, maar tegenwoordig wil men mijn leeftijd weten.

- Ik help Hans door zijn fiets vast te houden tijdens het opladen.
 "Nog steeds geen standaard op de fiets, zodat je zelf eenvoudig kunt opladen?" vraag ik.
 "Nee, te veel gewicht."
 Dat is een van de vele verschillen tussen ons: Hans is bijna pathologisch met gewichtsbesparing, terwijl ik niet overstuur raak van een kilogrammetje meer. Het resultaat is dan ook, dat zijn bagage ongeveer de helft weegt van de mijne, maar de keerzijde van die aluminium medaille is, dat hij, als hij zijn broek moet wassen, in zijn onderbroek of zwembroek staat.

- ... "Dit is de laatste keer dat ik naar zo'n Permit-Nummer-Registratie-Aanbevelinsbrief-Stempelstan-land ga. Volgend jaar ga ik zeilen op het Tjeukemeer!"
 "Op wat?" vraagt Hans.
 "Een meer bij mij in de buurt. Zoiets als het Lago Maggiore, maar dan wat kleiner en zonder bergen er omheen."

- Bij een kleurrijk marktje houden we halt. Hans en ik lopen er een beetje rond tussen de mensen en de kraampjes met theepotten, glazen, bestek, gereedschap, flessen bakolie en flessen priklimonade van het goedkope nul-calorie soort. Op de grond hebben fruit- en groentehandelaren zeilen uitgespreid met daarop grote groen-gele watermeloenen, tomaten, uien, abrikozen en aardappelen. Verder hangen er aan tussen kraampjes gespannen lijnen T-shirts, overhemden, broeken en allerlei andere kleding. Vrouwen met veelkleurige kledij en hoofddoeken en mannen met grote grijze baarden en zwart-witte traditionele petjes op lopen tussen jeugd in shirts en spijkerbroeken. Met grote, groen-grijze bergen op de achtergrond levert dit alles een fraai gezicht en een aardig sfeertje op.

- Hierop stevent Hans recht op een autochtoon af, die juist uit een klein zijstraatje komt lopen en vraagt hem: "Is hier room? Zimmer? Sliep?", waarbij hij met zijn beide handen langs zijn enigszins schuin gehouden hoofd, het internationale slaapgebaar maakt. Mijn metgezel mag dan niet zo'n talenwonder zijn, maar met een dozijn woorden Engels, half zoveel Frans, cerveza, amigo en vino in het Spaans, een hoop gebarentaal en de rest in het Duits krijgt hij tot mijn verbazing elke keer weer alles voor elkaar. Als hij iets nodig heeft springt hij zonder te aarzelen een winkel binnen en steekt dan voortvarend van wal in zijn Anglo-Franco-Hispano-Germano-mengelmoes. Ik denk dan: "Dat wordt niks," maar waarachtig, hij komt terug met wat hij wilde hebben.

- Na deze "entree" wring ik me in allerlei bochten om de serveerster uit te leggen wat een ei is. Ik maak een mooie tekening met twee concentrische cirkels, de grote voor het hele ei en de kleine voor de gele dooier, maar ik stuit op een muur van onbegrip. Vervolgens teken ik een rechtopstaande ellips, het zijaanzicht van een ei. Ook geen succes. Uiteindelijk is het natuurlijk Hans, die met "Tok-tok-tok" door het onbegrip van de vrouw heen breekt en wat later krijgen we elk twee gebakken eieren met brood en boter.

- Hans komt aan met een glazen pot van ruim een liter, waar een gele stroperige substantie in zit.
 "Honing!" roept hij enthousiast. "Die kan ik als substituut voor marmelade gebruiken."
 "Hoe weet je dat het geen Afghaanse bisonkit is?"
 "Ik heb het gevraagd."
 "In het Russisch of in het Afghaans?"
 "Nee, in het Switserduuts."
 "En dat verstonden ze natuurlijk allemaal!"
 "Nee, maar zzzoem zzzoem wel."
Terug in het hotel maakt Hans de pot open en zowaar: honing!

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 23 april 2024

Frank van Rijn: De hanen van de koning

Frank van Rijn: De hanen van de koning: Een reis door Thailand, Laos en Cambodja (Nederland, 2016): 271 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
In "De hanen van de koning" beschrijft Frank van Rijn een fietstocht van 3 maanden die hij in de winter heeft gemaakt in Zuidoost-Azië, door Thailand, Laos en Cambodja van november 2012 tot februari 2013.
 
Twee dingen vallen onmiddellijk op als ik "De hanen van de koning" lees. In de eerste plaats ontmoet Frank van Rijn een flink aantal collega westerse fietsers, veel meer dan tijdens zijn andere fietstochten. De beschrijvingen van die ontmoetingen behoren tot de hoogtepunten van dit boek. En verder heeft Frank van Rijn ineens belangstelling voor de lokale cultuur, weliswaar in de vorm van eeuwenoude tempels, maar toch. 

Ik heb zelf in 1992 een rondreis van een maand door Thailand gemaakt (met het openbaar vervoer) en ik herken de beschrijvingen van Frank van Rijn. Ik vind "De hanen van de koning" een van de meer onderhoudende boeken van Frank van Rijn.
 
Citaten:
- Daarop leerde hij mij een uiterst belangrijk zinnetje: "Mai sai pik". "Als je dat zegt stoppen ze geen chili in je voedsel. ..."
 
Na een show met olifanten:
- De show is voorbij en de toeschouwers lopen over het voetpad terug naar de ingang waar zich de souvenirwinkel bevindt. Daar kun je stenen, houten, ijzeren, plastic en van touw gevlochten olifanten kopen in alle maten en soorten. Een marmeren olifant bij mij in de tuin zou een aardig souvenir zijn, maar dan eentje van een meter hoog. Als ik met de auto was, kocht ik er meteen twee, een witte voor aan de rechterkant van het pad en een zwarte voor links. Omdat ik echter op de fiets ben stel ik mij tevreden met een houten exemplaar van twee centimeter. Het hoeft niet altijd groot te zijn.
 
- Als we even later mijn fiets met vereende krachten omhoog werken, vraagt James: "Wie zou jou op de proef willen stellen?"
 "Hogere machten," antwoord ik. "Ik was bijna te licht bevonden."
 "Die bagage van jou wordt anders niet te licht bevonden. Wat heb je allemaal bij je? Verzamel je stenen?"
 "Nee, maar ik heb nogal wat reserveonderdelen bij me en veel kleren. Veel meer dan jij, want ik ben een koukleum."
 "In de tropen heb je toch niet zoveel kleren nodig?"
 "Meestal niet, maar soms wel. Ik wil me tegen allerlei soorten ongemak indekken."
 "Duizenden kilometers een fors gewicht meezeulen is ook een soort ongemak."

- "Gefeliciteerd," zeg ik en haal mijn horloge uit mijn zak. "Elf uur precies."
 "Ja," zegt James. "En we zijn om half acht vertrokken, is het niet?"
 "Zoiets, ja." Ik kijk op mijn kilometerteller. "Twee kilometer."
 "In drieënhalf uur!" rekent James uit.
 "Dus gemiddeld iets meer dan een halve kilometer per uur," reken ik verder. "Daarmee verdienen we een vermelding in het Guinness Book of Records."

- Soms vind ik het jammer dat de romantiek van het reizen er een beetje af gaat met al die nieuwe voorzieningen. Je hoeft niet meer met kaarsen te prutsen omdat de elektriciteit bijna nooit meer uitvalt, er komt water uit de kraan als je er aan draait, de kans dat je door een krakend bed zakt is sterk afgenomen, de gordijnen vallen niet meer van de rails als je ze probeert te sluiten, raampjes en deuren gaan open en dicht zonder uit de sponningen te tuimelen en gedreven hoteleigenaars hebben voor je het goed en wel in de gaten hebt je kamer volgespoten met het een of ander, volgens hen onschuldig, chemisch goedje, zodat je beslist niet meer lastig gevallen wordt door muggen of welk ander kruipend of zoemend wezen dan ook.

- Alle ingrediënten voor een aangename tocht zijn aanwezig op één na, want de zon zit, zoals elke ochtend in het noorden van Laos, achter een grauw wolkendek verscholen. Hoewel het nog elke dag tussen 10 en 12 uur is opgeknapt, begin ik hartgrondig genoeg te krijgen van die eeuwige nare deprimerende en soms hardnekkige ochtendnevels. Het moet gewoon de hele dag van zonsopkomst tot zonsondergang stralend weer zijn. Dan pas voel ik me in mijn element.

- 's Avonds loop ik over de Loeise nightmarket waar je bij de vele voedselstalletjes je maag voor een paar centen kunt vullen. Zo'n nightmarket is altijd gezellig, maar herhaaldelijk kijk ik met afgrijzen naar lugubere gerechten die de meeste carnivoren doen watertanden: gevilde kikkers, gekookte slangenkoppen, glibberige vissen en inktvissen, slijmerige slakken of wat het ook moge zijn en allerlei ander in de pan nog rondspartelend gedierte dat ik liever in de natuur zie dan op mijn bord. Mijn keuze valt op een paar soorten ongepeperde groenten en een zak in olie gebakken broodjes die ik bestrooi met suiker in plaats van er geroosterde vogelspinnen of gebakken kakkerlakken tussen te doen, wat hier natuurlijk een grote delicatesse is.

- Ik neem mijn intrek in een guesthouse waarbij een bordje staat met "geusthouse". Voor Laotianen, evenals voor vrijwel alle andere Aziaten, is de juiste spelling van het Engels vaak niet eenvoudig. Ik heb op deze reis de volgende onderkomens al gezien: guesthoues, questhouse, guetshouse, guasthoues, gueshous en gesthouse. Er zijn uiteraard nog veel meer varianten en ik probeer natuurlijk de hele verzameling compleet te krijgen.

- In de dorpjes zie ik, zoals op zoveel plekken in Zuidoost-Azië", kleine winkeltjes waar minuscule zakjes chips en rolletjes met een paar koekjes verkocht worden. Ook hangen er vaak plastic zakjes met lokaal gefabriceerde chips en kroepoekachtige spulletjes aan draadjes vanaf het plafond. Zo'n zakje chips is, als je er aan begint, in een paar tellen leeg, maar als je zin hebt in een redelijke portie koop je gewoon de hele voorraad van de winkel.

- Tijdens dit sorteren stuit ik op de zak met oude lappen die ik gebruik om gaten in het zitvlak van mijn broeken, door slijtage op het zadel ontstaan, te dichten. Dat repareren doe ik door een rondje van bijvoorbeeld 8 cm in diameter uit zo'n lap te knippen en dat met bisonkit over het gat in de broek te plakken, net zoals je een lekke band repareert.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 21 april 2024

Frank van Rijn: Even naar de evenaar

Frank van Rijn: Even naar de evenaar: Fietsen door Kenia en Oeganda (Nederland, 2014): 200 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
"Even naar de evenaar" is voor Frank van Rijn met slechts 200 bladzijden een dun boekje over een tocht van maar 6 weken door Kenia en Oeganda van november 2009 tot februari 2010. Na een bezoek aan een gepensioneerde arts hoort Frank van Rijn over de organisatie CooP (= Cycling out of Poverty) en de directeur van die organisatie zoekt een ambassadeur met veel ervaring in Afrika en met schrijven. Volgens hem is Frank van Rijn er de geknipte persoon voor.

Frank fietst langs een paar van de projecten van CooP. Opvallend aan "Even naar de evenaar" is behalve de beperkte omvang van de tekst dat er veel kleurenfoto's in het boek staan die duidelijk interessanter zijn dan de foto's in zijn eerdere boeken.
 
Citaten:
Frank gaat voor een ontstoken vinger naar een gepensioneerde arts bij hem in de buurt:
- Even later kwam Philip weer beneden met een forse Black and Decker-boormachine in de hand, zo een waarmee je gaten door muren boort om er waterpijpen van een duim breed doorheen te voeren.
 "Is dat het "boortje" waar je het over had?" vroeg ik benauwd.
 "Ja, maar voor het geval je er bang voor bent heb ik nog wat anders," en hij liet een decimeterlange spijker zien. "Ik kan deze spijker op het gas verwarmen tot hij roodgloeiend is en er vervolgens een gat mee in je nagel branden. Kies maar."
 Ik realiseerde mij eens te meer dat deze man jaren in Afrika had gewerkt en had moeten roeien met de primitieve riemen die hij had. Het zou me niet verbazen als hij in die verre uithoek van de wereld, bij gebrek aan de juiste spullen, blinde darmen met scheermesjes had verwijderd, benen met van de bomen afgesneden takken had gespalkt en vreselijke wonden had verbonden met aan repen gesneden T-shirts.
 
- Nairobi uitkomen was, zoals ik verwachtte, een verschrikking door het krankzinnige verkeer en de vierbaans snelweg buiten de stad naar Thika was ook verre van een lolletje. Ik koos daar voor de vijfde baan: de berm vol gruis, graspollen en gaten, want op het asfalt riskeerde ik door een van de honderden scheurende auto's, bussen of vrachtwagens voortijdig de zesde baan opgestuurd te worden: de eenrichtingsbaan naar het hiernamaals.
 
- "Achtentwintig jaar geleden ... zag Afrika er anders uit: weinig asfalt, moeilijke grensovergangen, geen internet, geen mobiele telefoons, weinig elektriciteit, water veelal uit beekjes of putten en als je probeerde te telefoneren moest je één tot vier uur wachten op een telefoonkantoor voordat je verbinding kreeg. Vaak lukte het ook helemaal niet. Dat waren nog eens tijden!"
 
- Na wat loven en bieden ging het souvenir van 600 shilling uiteindelijk voor 100 shilling over de toonbank. Professor David was zichtbaar tevreden met deze transactie, maar als ik hem meteen die 600 shilling had gegeven had hij zich vrij zeker minder in zijn nopjes gevoeld, want dan had hij de rest van de dag het trieste idee gehad dat hij wel 1000 shilling had kunnen vangen.
 
- Helaas geldt over het algemeen: "Hoe meer ellende, problemen, kou, regen, bandieten en misère je op een reis beleeft, hoe meer je hebt om over te schrijven en hoe plezieriger het boek leest. Een goede vriend zei me eens kort voordat ik weer op reis ging dat hij mij eigenlijk een slechte reis wilde wensen, want, zo betoogde hij, dan zou dat weer een goed boek opleveren."
 
- Een dag te vroeg komen was niet alleen zinloos, maar zou de mensen waarschijnlijk in verwarring brengen. In Afrika kun je beter te laat komen op een bijeenkomst of vergadering dan te vroeg. Zelfs met op tijd komen kun je organisaties in paniek brengen, zoals ik al eens had meegemaakt.
 
- "Heb je een blog op internet waarop je al je belevenissen bijhoudt?" wilde Saskia weten.
 "Nee, maar ik heb wel een website, die een vriend in  Nederland heeft gemaakt. Zo nu een dan stuur ik hem een c-mail met daarin een verhaaltje voor mijn website."
 "Een c-mail?"
 "Ja, een conventional mail, ofwel een brief met een postzegel erop. Hij typt die dan na ontvangst uit, dus meestal zo'n vijf weken later en zet hem vervolgens op de site. Dat geeft een faseverschuiving van een kleine anderhalve maand, maar dat heeft toch geen mens in de gaten. Erg vaak schrijf ik helaas niet zo''n nieuwsbrief, want ik heb het te druk met fietsen, wandelen, dingen bekijken, voedsel kopen, koken, eten, de fiets operationeel houden, de was doen en allerlei andere corveeklusjes. Kortom, ik heb het te druk met reizen."
 
- Wat me onmiddellijk opviel was dat de wielen veertig spaken hadden in plaats van zesendertig. Sinds een paar jaar reed ik ook rond met veertig spaken in mijn achterwiel en in die tijd had ik geen spaak meer gebroken, terwijl ik er voordien, met zesendertig spaken in het wiel, gemiddeld één in de duizend kilometer brak.

- Terug in Nederland viel ik, zoals bij elke terugkomst van een reis, met mijn neus in de ranzige boter. Moest ik tijdens mijn reis zorgen voor de elementaire dingen in het leven, zoals voedsel kopen, een slaapplaats zoeken, gezond proberen te blijven, de weg zoeken en oppassen dat ik niet werd doorgeslikt door een nijlpaard of een krokodil, hier in Nederland, waar al die problemen niet of nauwelijks speelden, moest ik trachten overeind te blijven in de chaos van papier: achterstallige rekeningen betalen, verzekeringen nakijken, moeilijke post beantwoorden en de map met papieren, bonnetjes, formuliertjes, balansen, grootboeken en de hele administratieve boel klaarmaken voor de belastingconsulent, want het invullen van belastingpapieren is een wetenschap die mijn beperkte capaciteiten ver te boven gaat.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 15 april 2024

Frank van Rijn: De dikke baobab

Frank van Rijn: De dikke baobab: Een reis door Madagaskar (Nederland, 2013): 260 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
"De dikke baobab" is het tweede boek van Frank van Rijn waarin hij een fietstocht beschrijft die hij voor een groot deel met een metgezel heeft gemaakt, de Zwitser Hans Koster. Frank en Hans hebben hun fietstocht door Madagaskar gemaakt in de droge tijd van september tot november 2011, met veel zon en lekkere hoge temperaturen, waar Frank zo van houdt. 

In "De dikke baobab" houdt Frank van Rijn zijn neiging om altijd grappig te willen zijn in toom, waardoor ik dit boek iets beter vind dan zijn vorige boek "De gouden capuchon".
 
Citaten:
- Door een stotend geluid dat van mijn achterwiel komt, wordt mijn aandacht afgeleid van deze kleurrijke riksja's zonder fiets. Ik stop en inspecteer het wiel. Er blijkt ontoelaatbaar veel speling in de lagering te zitten.
 "Ik vermoed dat de as gebroken is," zeg ik tegen Hans, die toekijkt.
 "Dat is niet zo best," merkt hij op.
 "Valt mee, want ik heb een reserve as bij me. Dat is het voordeel als je wat reservespulletjes bij je hebt."
 "Ja, door al die reservespulletjes is je fiets zo zwaar dat je achteras eerder breekt," antwoordt Hans scherpzinnig.
 "Ergens tussen niets en een hele reservefiets in, compleet met bel en achterlicht, ligt het optimum en dat heb ik aardig benaderd, denk ik," werp ik tegen.

- Het weer is prachtig waardoor de tocht door de groene vallei erg mooi is. Het plezier wordt bij mij echter een beetje getemperd door een paar kleine wolkjes die een eind vooruit boven de bergen zijn verschenen. Weersveranderingen zowel in positieve als negatieve zin heb ik altijd erg snel in de gaten, meestal veel eerder dan anderen. Blijkbaar ben ik daar bijzonder gevoelig voor.

- Rond het middaguur kopen we in een dorpje een paar broden: baguettes, precies zoals in Frankrijk, maar dan oud, wat in Frankrijk meestal niet het geval is, omdat de Fransman elke ochtend om 7 uur een kraakverse baguette wil kopen. Wordt aan deze eis niet voldaan, dan dreigt daar een nieuwe Franse Revolutie. In Madagaskar bestaat die eis niet. Er zijn hier vier soorten brood in de winkels en op markten: oud, ouder, oudst en geen.

- Als Hans naar bed is, ga ik in het dorpje kijken. In de winkeltjes is zo'n beetje overal hetzelfde te koop: rijstkoekjes, oud brood, kaarsen, uien als pingpongballen, tomaten als knikkers, popcorn, rijst, kleine pakjes koekjes en minuscule zakjes chips. Ruim voldoende dus om in leven te blijven, maar niet voldoende om de keuze moeilijk te maken of te verdwalen in het assortiment.

- In een dorp koopt Hans een zak vol kleine tomaatjes en valt er meteen op aan. Als de zak leeg is merkt hij op: "Bij ons smaken tomaten naar niks en zitten er ook geen vitaminen in, maar hier zijn ze geweldig."
 "Meestal hoor ik van je dat het "bij ons", Zwitserland dus, allemaal veel beter is dan hier," antwoord ik.
 "Dat klopt, maar deze tomaten zijn grandioos. Daar kunnen ze thuis wat van leren."
 "In Nederland ook," antwoord ik. "Het enige aardige aan onze waterbommen is, dat ze allemaal prachtig rood en precies rond zijn met vrijwel exact dezelfde diameter, alsof ze kersvers uit de plastikfabriek komen rollen."

- Bij een theetentje van een vriend van Dila op de markt houden we halt. We drinken thee en eten allebei een paar oliebollen die vers en heet uit de olie komen. Je kunt de olie er zoals bij een spons uitknijpen, maar dat doe ik niet, want die olie geeft energie. Beter is om hem nog een keer flink onder te dompelen en hem dan druipend in een bak suiker te duwen.

- De rest van de dag kan ik redelijk fietsen zodat ik mijn gemiddelde snelheid langzaam zie oplopen van 5,0 naar 8,9 km/uur. Dat is nog niet iets om trots op te zijn, maar als je zes uur en zeventien minuten op de fiets zit of er tegen duwt, leg je toch nog 56,5 km af en dat is precies de afstand van Beloha naar Tsihombe.

- Wanneer je je instelt op meedogenloze tegenwind en je blijkt slechts harde tegenwind te hebben, ervaar je die wind als mee, als je tenminste een beetje kunt relativeren en je optimistische ik laat prevaleren.

- Een paar kilometer verderop begin ik echter toch te twijfelen, iets wat eigenlijk te verwachten was, aangezien de Vierde Wet van Van Rijn luidt: Als er ergens ruimte is tot twijfel, dan zal ik ook twijfelen.

   
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

zaterdag 13 april 2024

Frank van Rijn: De gouden capuchon

Frank van Rijn: De gouden capuchon (Nederland, 2007): 270 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
Af en toe is het wel eens lekker om na wat serieuzere boeken een "tussendoortje" te lezen. Voor mij zijn de boeken van wereldfietser Frank van Rijn altijd prima tussendoortjes. Vaak lees ik er dan een aantal achter elkaar.
 
Als wereldfietser is Frank van Rijn een klasse apart. Ik denk dat er wereldwijd weinig mensen zijn die zoveel grote fietstochten hebben gemaakt als Frank van Rijn. En ik weet vrij zeker dat hij de meest productieve schrijver van reisverhalen over grote fietstochten is.
 
Frank van Rijn houdt het meeste van fietsen in de stralende zon bij hoge temperaturen, eigenlijk voelt hij zich het lekkerst bij temperaturen van boven de 30 graden Celsius. Wat dat betreft is de tocht die in "De gouden capuchon" beschreven wordt een uitzondering tussen de tochten die hij heeft gemaakt.
 
De tocht waarover het gaat in "De gouden capuchon" is gemaakt van april 2004 tot februari 2005 en loopt van zijn woonplaats Doldersum oostwaarts naar Rusland en vervolgens door Kirgizstan, het westen van China en Tibet (het deel dat in het boek wordt beschreven) tot aan India. Zoals altijd heeft Frank van Rijn het veel over het landschap, het weer, de zorg voor het materiaal, het eten onderweg, de ontmoetingen met medereizigers, maar eigenlijk nauwelijks over de cultuur van de landen die hij bezoekt. 

De mooiste voorbeelden van de typische droge humor van Frank van Rijn vind je in de onderstaande citaten.
 
Citaten:
- Ongeveer 25 km voorbij Kara Köl vind ik wat ik zoek: een flinke verbreding van de kloof met een ruim meer. Aan de oever daarvan, een eind omlaag van de weg, zet ik mijn tent op, waarna ik op mijn brander een pakje soep opwarm. Met een stuk brood en een appel erbij levert me dat een redelijk lux driegangendiner op.

- Bovendien is het me nog steeds niet duidelijk of met -14 graden C op een slaapzak bedoeld wordt dat je je daarin bij -14 graden C behaaglijk voelt of dat je dan nog juist niet doodvriest.

- Zoals Einstein een tijdje geleden al ontdekte, geldt er helaas een evenredig verband tussen energie en massa, wat voor mij betekent dat hoe warmer ik het 's nachts wil hebben, hoe meer kilogrammen ik overdag op mijn fiets zal moeten meeslepen.

- Wat verderop, waar het pad het weer toelaat moet ik terugdenken aan mijn eerste fietsvakanties in de jaren zeventig, toen ik nog met inferieur materiaal rondreed en door heel Zuid-Europa een spoor achterliet van gebroken cranks, trappers, spaken, velgen, naven, wielassen, trapassen en derailleurs tot zelfs een compleet frame toe.

- Veertien kilometer per uur!!! Het lijkt wel alsof mijn fiets wordt aangedreven door straalmotoren. Ik klief door het woeste landschap als een fregat door de oceaan.

- De Chinezen schijnen van tegels en stoepjes te houden waarin je je kunt spiegelen en waarop je je benen kunt breken. Wanden, vloeren en buitengevels glimmen om het hardst. Na de Qin-, Han-, Tang-, Ming- en al die andere dynastieën is nu de polytetrafluorethyleen-dynastie aangebroken.

- Yakthee is een afschuwelijk drankje, althans als je echte thee verwacht. Als het je als bouillon wordt aangeboden smaakt het bruine mengsel van water, zout, yakboter en thee, waar de kringen vet op drijven, bijzonder goed.

- Ik herinner me uit een lang vervlogen verleden dat ik met een plastic brandglaasje van slechts 5 cm in diameter, al veters kon laten smeulen en wat nog veel leuker was: de dunne zwarte laag celluloid waarmee fietssturen in de jaren vijftig werden bekleed. Je liet het zonlicht door je brandglas vallen en richtte het brandpunt precies op dat zwarte celluloid, waarna er binnen een paar seconden een enorme rookontwikkeling plaatsvond gepaard gaande met een heel speciale geur die ik me na al die jaren nog steeds herinner. Dat gaf elke keer weer veel sensatie, maar het viel niet altijd mee de eigenaar van de fiets te laten delen in het plezier van het opstoken van zijn stuur. Daar kwam veel tact bij kijken, maar beter was het om, als je ontdekt werd, meteen het hazenpad te kiezen. In ieder geval lukte dat "stuurtjefikken", zoals wij dat noemden, al op zeeniveau in Nederland.

- "... want ik voel me hier door de koude als een vis bovenop een zandduin in de Sahara."

- Ik slurp het zouteloze, smakeloze sliertensoepje vanuit de pan naar binnen. Lekker hoeft het niet te zijn, als het maar vult, energie geeft en me wat verwarmt. 

- Een eindje naast me loopt de met grove, scherpe keien verharde en opgehoogde weg die er van hier uitziet als een lange, vlakke gletsjer bedekt met morene. Dat is voor de fiets een vier-kilometer-per-uur-weg, maar in dit spoor waar ik nu zit, haal ik snelheden van 14 à 16 km per uur, wat in Tibet als een goede benadering van de lichtsnelheid beschouwd kan worden.

- Over de eerste twee kilometer van dit paradijs voor klimmers doe ik, beurtelings duwend tegen en trekkend aan mijn vervoermiddel, ruim een uur. Ik vraag me af of je een fiets in een dergelijke situatie nog een vervoermiddel kunt noemen. Hij vervoert niet míj, maar ik hèm, dus eigenlijk ben ik het vervoermiddel van mijn fiets. 

- Opeens herkent een van hen mij van mijn boeken: "Hé, ben jij soms Frank van Rijn?"
 "Niet soms maar altijd."

   
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

zondag 11 juni 2023

Frank van Rijn: De poort van de maan

Frank van Rijn: De poort van de maan en andere reisverhalen (Nederland, 2002): 247 blz: Uitgeverij Elmar

De poort van de maan en andere reisverhalen…
 
De meeste boeken van Frank van Rijn zijn min of meer rechttoe rechtaan verslagen van een grote reis die hij heeft gemaakt. Altijd op de fiets en altijd in warme landen met zo hoog mogelijke temperaturen, zo veel mogelijk zon en zo weinig mogelijk neerslag.
 
In de loop der jaren schreef Frank van Rijn nogal wat kortere artikelen voor verschillende tijdschriften. Omdat tijdschriften in tegenstelling tot boeken makkelijk worden weggegooid, vond Frank van Rijn dat jammer en besloot hij om een aantal artikelen uit de vergetelheid te redden, te bewerken en samen te publiceren in een heus boek. Zo is "De poort van maan" ontstaan.
 
Het titelverhaal speelt zich af in Bolivia. Verder staan er stukken in het boek over fietsreizen door: Frankrijk, Peru, Roemenië, Bulgarije, Pakistan, de Verenigde Staten, Griekenland, Albanië, Jordanië, Spanje, Marokko en Italië. Er staat zelfs een stuk in over een wandeling door de Veluwe.
 
Ik ben vol bewondering over de prestaties van Frank van Rijn. Tegelijkertijd moet ik er wel bij zeggen dat ik mij regelmatig afvraag of hij wel goed bij zijn hoofd is, bijvoorbeeld bij het verhaal dat zich afspeelt in Death Valley. 
 
Citaten:
 
Over zijn eerste fietsvakantie, een trektocht door België, Frankrijk en Zwitserland (1971):
- Eelco de Haan, mijn schaakmaat, met wie ik enkele jaren daarvoor om het kampioenschap van Steenwijk had gestreden, fietste met me mee, of beter gezegd: ik fietste met hém mee, want hij had ervaring met fietsreizen. Eelco had eerder in Engeland, Frankrijk, Noorwegen,  Duitsland en Oostenrijk gefietst en kon goed koken. Het enige wat ik kon was schaken, wisselstroomformules op papier zetten (zonder daar overigens een praktische toepassing voor te weten) en een kapotgetrapte fiets oplappen en die vervolgens binnen de kortste keren weer kapottrappen. Wij vulden elkaar dus prima aan en kwamen daarom tot de volgende taakverdeling: Eelco kookte en beheerde de financiën en ik repareerde de fietsen.

- Het hete asfalt zuigt aan mijn banden terwijl ik in de richting van Baia Mara rijd. Het lijkt wel zwarte kauwgom. Dat zuigen geeft de rit iets gezelligs en feestelijks.
 Hoe zachter de teer,
 hoe beter het weer.
 
- Dan besluit ik mijn luiheid tijdelijk te bedwingen en mijn specialiteit te gaan prepareren, de nogal bewerkelijke "Spaghetti alla Francesco, Quattro Stagioni", zoals ik die niet zonder trots noem, ofwel spaghetti op z'n Frankiaans. De toevoeging "Quattro Stagioni", wat "vier jaargetijden" betekent, moet een beetje symbolisch gezien worden. Ik bedoel er mee dat deze bijzondere spaghetti het hele jaar gegeten kan worden en ook dat er vier speciale ingrediënten voor nodig zijn, namelijk vier peentjes, drie tomaten, twee paprika's en één komkommer. Helaas heb ik verzuimd die komkommer en die paprika's te kopen, zodat het vandaag slechts Spaghetti alla Francesco Due Stagioni wordt.
 Terwijl de spaghetti, die ik in vier stukken heb gebroken (alweer symbolisch! maar ook omdat hij anders niet in het kleine pannetje past), staat te koken, eet ik de vier peentjes en de drie tomaten rauw op, want dat is gezond en het bespaart bovendien tijd. Aan de spaghetti voeg ik, als die gaar is, een scheut olijfolie en wat zout toe en klaar is Maestro Francesco. Ik kan niet begrijpen dat kennissen die bij me op bezoek komen, liever naar het plaatselijke eetcafeetje gaan, dan zich aan mijn "Francescano" te goed te doen.
 
- Als je geen woord verstaat van wat de mensen zeggen en zelfs de namen op de richtingsborden niet kunt lezen omdat er vreemde letters op staan, heb je pas echt het idee dat je ver van huis bent.

In Albanië:
- De weinige winkeltjes maken een overzichtelijke indruk omdat de planken langs de muren niet zo overvol zijn als die in onze supermarkten. Het assortiment is zo klein dat zelfs de grootste twijfelaar onder ons geen moeite zou hebben zijn keuze te maken: twintig dezelfde blikjes tomatensaus, vijftien dezelfde potjes pruimenjam, negen dezelfde eieren, zeven dezelfde zakjes macaroni.

- Tegen de avond sla ik een zijpaadje in en zet mijn tent op onder de olijfbomen naast de ruïne van een huisje. Ik houd ervan in alle eenzaamheid te kamperen, ver weg van dorpen en steden. Vroeger vond ik het gezellig om op campings te staan, maar de tijden zijn veranderd. Je treft er meestal geen kampeerders meer, maar mensen die hun hele huishouden hebben meegebracht. En je vindt er vaak dingen die je niet nodig hebt zoals een bar, een zwembad en flipperautomaten. Wat de echte kampeerder zoekt vind je er niet meer, namelijk rust.

- De coush-coush vult ondertussen meer dan hij smaakt en dat is goed, want anders zou het weggegooid geld zijn.

- In de vallei van de Adige die vol stat met appelgaarden, kampeer ik tussen bomen die zwaar gebukt gaan onder trossen dikke, rijpe appels. 's Morgens bij vertrek is het moeilijk om weerstand te bieden aan het verlangen mijn tassen te vullen met deze vruchten. Ik moet denken aan de enige keer in mijn leven, lang geleden, dat ik over een hek geklommen ben om mij wederrechtelijk een appel toe te eigenen. Ik deed het niet eens om de appel zelf, maar om de ervaring iets te doen dat verboden is. Prompt werd ik betrapt. Er zijn mensen die voor bepaalde dingen geen aanleg hebben. Eenieder moet zijn beperkingen kennen.

 - Hoewel ik mijzelf als administratief zwakbegaafd beschouw, er weinig mensen op deze wereld zijn die van boekhouding een grotere rotzooi maken dan ik en elke vorm van administratie in mijn handen gedoemd is tot chaos en mislukking, is er één ding op dit gebied waar ik goed in ben en dat is het in mijn reisdagboeken bijhouden van wat ik gedaan heb, waar ik geweest ben, hoe hoog de toppen en diep de dalen waren, hoe ver alles was en hoe heet of hoe koud ik het had.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

woensdag 24 mei 2023

Frank van Rijn: De zuilen van Axum

Frank van Rijn: De zuilen van Axum: Een winterreis door Ethiopië (Nederland, 2000): 219 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
Frank van Rijn staat erom bekend dat hij zijn fietstochten het liefst bij zonnig en warm weer maakt. In "De zuilen van Axum" beschrijft hij een tocht van 70 dagen die hij van december 1998 tot februari 1999 maakte door Ethiopië. Omdat Ethiopië op het noordelijk halfrond ligt, was dit dus een winterreis, maar met temperaturen van tussen de 25 en 30 graden Celsius zeer aangenaam voor warmteminnaar Frank van Rijn.

Een reis zoals vele andere die Frank van Rijn heeft gemaakt, met één zeer onplezierige toevoeging, hij kreeg veel te maken met stenen gooiende kinderen op zijn tocht. Met veel geluk heeft hij dit heelhuids doorstaan, maar hij is later nooit meer teruggekeerd naar Ethiopië.
 
Citaten:
- Een fietshelm is in Ethiopië niet verplicht, maar meer aan te raden dan bijvoorbeeld in Australië waar hij wél verplicht is en waar ook veel stenen liggen, maar waar weinig kinderen zijn, die er bovendien niet deze merkwaardige gewoonte op nahouden.

- Waarschijnlijk is het gebedel ontstaan tijdens en na de beruchte hongersnood van 1985. Toen is een hele generatie opgegroeid en vertrouwd geraakt met voedsel-, goederen- en gelduitdelende Faranji's en voor de kinderen van die generatie is dat nu een verworven recht geworden, althans, zo beschouwen ze het. En wat doe je, als een witman die in jouw ogen een wandelende, autorijdende of fietsende bankdirecteur is, geen geld geeft? Dan smijt je een steen naar z'n kop en schreeuw je: "Give me my money" om hem op luidruchtige wijze aan die stilzwijgende afspraak te herinneren.

Frank van Rijn ontmoet een landgenoot:
- "Huur een fiets," stel ik voor, "... Zo kun je toch nog een aardig tochtje door Ethiopië maken."
 Dat lijkt hem een goed idee en hij gaat dan ook meteen op zoek naar een fiets. Na een half uur komt hij enthousiast terug met een kinderfietsje. Ik zie meteen dat hij daar met zijn, ruw geschat, één meter achtentachtig niet op past, maar nog voordat we aan het zadel gaan prutsen, in een poging dat een meter hoger te stellen, ontdekt mijn landgenoot dat de remmen niet werken. Je kunt de handgrepen wel inknijpen dus in zoverre werken de remmen wel, maar de blokjes komen dan niet tegen de velgen, ten eerste omdat de kabels ontbreken en ten tweede omdat de blokjes óók ontbreken.

- Soms denk ik wel eens dat het leven  op deze planeet een stuk plezieriger en minder gecompliceerd zou als het papier en de inkt nooit waren uitgevonden. Geen stempeltjes verzamelen in je kleine rode boekje om te mogen reizen, geen F-, G-, A- en Q3-formulieren moeten invullen om allerlei instanties te vriend te houden, geen bonnetjes, velletjes en documenten verzamelen tot je kasten er van uitpuilen en je huishouden is veranderd in een papieren chaos ...

- Een van de mannen sust het optreden van de schoolkinderen met de opmerking: "Het zijn maar boys", waarop ik geprikkeld antwoord: "Als je een steen tegen je kop krijgt maakt het niet veel uit of het een "boy" was die hem gooide of een bandiet."

- We raakten in gesprek en niet verwonderlijk ging het gesprek over Ethiopië en over wat de Ethiopië-reiziger zoal voorgeschoteld krijgt: mooi weer, mooie bergen, mooie canyons, mooie historische monumenten en mooie kinderen, die zo nu en dan mooie stenen op een lelijke manier naar je kop slingeren.

- Op de weg naar Negele, eigenlijk meer een pad, zit nauwelijks verkeer. Vandaag heb ik drie vrachtwagens gezien, alle met de laadbak stampvol mensen. Er rijden op dit traject geen bussen omdat het hier zo dun bevolkt is. En omdat er geen bussen en nauwelijks vrachtwagens rijden is er altijd een geweldig transportprobleem, zodat áls er iets rijdt, dat voertuig meteen stampvol zit. Dus vrachtwagens puilen uit van de mensen omdat dit gebied zo dun bevolkt is, de paradox van zuidelijk Ethiopië en andere schaars bewoonde streken in Afrika, zoals ook het buurland Sudan.

    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

maandag 22 mei 2023

Frank van Rijn: De twee scherven

Frank van Rijn: De twee scherven: Een ontdekkingsreis door China (Nederland, 1998): 246 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
"De twee scherven" is het verslag van een fietstocht van drie maanden die wereldfietser Frank van Rijn heeft gemaakt in de zomer van 1996 dwars door het noorden van China, vanaf Beijing tot aan de grens met Pakistan. Hij fietste daarna verder door Pakistan, het noorden van India en Nepal naar Kathmandu, maar voor zover ik weet heeft hij het tweede gedeelte van die reis nooit in boekvorm beschreven.

Zoals bij vrijwel alle fietstochten die Frank van Rijn maakte, was het ook nu weer een tocht door een zeer zonnig en zeer warm gebied, hoewel hij op bergpassen af en toe kou moest lijden. 

Als altijd bij Frank van Rijn is "Twee scherven" een prettig leesbaar, onderhoudend en humoristisch boek. Wel vind ik dat hij hier te vaak onnodig lollig doet, reden waarom ik dit boek iets lager aansla dan zijn voorgaande boek "De rode kangoeroe". Prima als tussendoortje!
 
Citaten:
- In Nederland heb ik een Zwitserse kaart van China (Kümmerly + Frey) met een schaal van 1:5.000.000 gekocht, aardig om thuis een globale reisplanning mee te maken als je niet op duizend kilometer meer of minder kijkt, om onderweg op te zien hoe je vordert door dat grote land, om de Chinezen in de dorpjes te tonen hoe hun land er ongeveer uitziet en om na afloop de gevolgde route in te tekenen. Als je daar echter op moet gaan rijden ben je veroordeeld tot grote asfaltaders en dat is in de meeste landen en stellig ook in China, een onplezierige zaak, tenzij je er behagen in schept uitgerookt te worden en voortdurend blootgesteld te zijn aan herrie. Voor mij ligt de attractie van een reis in het rijden over kleine weggetjes langs eenvoudige dorpjes en door mooie natuur.

- Steeds meer Chinezen komen het vertrek binnen. Als er vrijwel geen mens meer bij kan lijkt mij de tijd gekomen om mijn speciale spaghettishow op te gaan voeren, waar ik al eerder grote successen mee heb geboekt. Het gesukkel met de twee stokjes heeft nu lang genoeg geduurd. Ik steek ze parallel aan elkaar verticaal in de spaghetti en draai ze vervolgens driemaal om elkaar heen, waarna er een flinke klont aan blijft hangen, die ik vervolgens, zonder problemen in mijn mond steek.

- De kamer is een niet al te schoon en niet al te plezierig geurend kot. De vier bedden die er in staan en nog slechts een smal gangetje er tussen open laten, lijken uit de Ming-tijd te stammen en zijn lustoorden voor vlooien, luizen en al het andere kruipende en springende ongedierte dat China rijk is. Van de vier ruiten zijn er twee gebroken en voorts ontbreken de gordijnen. De optimist over wie ik het al eerder had zou blij zijn te kunnen constateren dat de twee niet gebroken ruiten zo vuil zijn dat daar geen gordijnen voor nodig zijn, terwijl de twee gebroken ruiten voor de zo nodige ventilatie zorgen.

- Het verschil met steden in India, de grote volkrijke buur, is enorm. Hier in China heerst geen absolute chaos, krioelt het niet van de mensen om je heen en ontbreken de in India gebruikelijke koeien op straat, de opstoppingen en de beelden van schrijnende armoede, maar sfeer en esprit proef ik voor geen cent. In India zijn die sfeer en esprit altijd merkbaar, is op elke vierkante meter en op elk uur van de dag iets interessants, bijzonders of bizars te zien en word je nooit met rust gelaten, maar in een Chinese stad kun je je ongestoord en naar hartelust lopen te vervelen.

- Hij vertelt me echter dat er op zijn school nog twee andere leraren Engels zijn die helemaal geen Engels spreken: "Not a word".
 "Hoe kun je nu leraar Engels zijn zonder een woord Engels te spreken?" vraag ik verbaasd. Hij antwoordt dat vrijwel alleen les gegeven wordt in lezen en schrijven, aangezien er in China geen gelegenheid is het gesproken Engels te practiseren. "Je hoort hier nooit Engels en daarom weten de meeste leraren ook nauwelijks hoe het klinkt. Iedereen spreekt hier Chinees".

- Terug in mijn hotel, aan de overkant van de drukke boulevard, ontmoet ik Jonathan, een Brit van rond de vijfentwintig, die op een middelbare school, ergens in het drukke zuiden van China, Engelse les geeft. Hij spreekt een beetje Chinees, maar voor het lesgeven is dat volgens hem niet nodig.
 "Je begint gewoon Engels te praten," zegt hij. "This is a pen" en dan houd je een pen omhoog, "This is chalk" en dan houd je een krijtje omhoog. "This is our school" en dan houd je de school omhoog. De rest komt vanzelf.

- Op mijn Kümmerly + Frey-kaart van China, schaal 1:5 miljoen, staat Obo vermeld, en je zou dus kunnen verwachten dat het een "stadje" ter grootte van Utrecht of op z'n minst Groningen is, maar het blijkt een dorpje van zo te zien niet meer dan 500 inwoners te zijn: wat huizen, winkeltjes en theehuisjes ter weerszijden van de steenslagweg die er doorvoert en verder een politiepost, een zijstraat naar links en een pension aan de rechterkant, met kamers die rond een binnenplaats gelegen zijn.

- ... maar de weg die, net als die van gisteren, uit steenslag bestaat, is weer lang en klimt weer hoog. Vandaag schep ik echter behagen in dat lange en hoge, want als het weer mooi is zoals nu en de natuur prachtig, zoals hier, is geen weg mij te lang en geen pas mij te hoog.

    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

zaterdag 13 mei 2023

Frank van Rijn: De rode kangoeroe

Frank van Rijn: De rode kangoeroe (Nederland, 1997): 198 blz: Uitgeverij Elmar
 
De rode kangoeroe : belevenissen van een…
 
Zoals anderen puur ter ontspanning detectives of sciencefiction lezen, lees ik reisverhalen. Een van mijn favoriete Nederlandse schrijvers in dat genre is de wereldfietser Frank van Rijn. Bijna al zijn boeken heb ik minstens één keer gelezen en een aantal daarvan heb ik al eerder besproken op mijn blog.

In "De rode kangoeroe" beschrijft Frank van Rijn een reis die hij tussen november 1994 en april 1995 heeft gemaakt dwars door de outback van Australië van het oosten (Melbourne) naar het westen (Perth). De aspecten van Australië die Frank van Rijn het meeste aanspraken waren de ongerepte wildernis en het zeer zonnige en warme klimaat. 

Na grote fietstochten door Afrika, Zuid-, Midden- en Noord-Amerika, Azië en Europa was Australië het enige continent waar Frank van Rijn nog nooit was geweest, op Antarctica na dan, waar hij niet in is geïnteresseerd. Blijkbaar vond hij na deze lange fietstocht dat hij alles wat hij in Australië wilde zien had gezien, hij is er later nooit meer teruggekeerd. Als altijd bij Frank van Rijn is "De rode kangoeroe" een boeiend, vaak hilarisch verslag van een bijzondere fietstocht.
 
Citaten:
Over Sydney:
- Als ik van John hoor dat hij zich elke dag tweemaal door deze jungle van gebouwen, asfalt en files moet wringen, 's morgens heen naar zijn werk en 's middags terug naar huis, realiseer ik mij eens te meer hoe gezegend ik ben met mijn dorpje in Drenthe van 65 inwoners, waar het dichtstbijzijnde stoplicht, dat ik overigens nog nooit heb zien werken, 6 km weg staat en waar vier auto's op rij al een file genoemd worden.

- De laatste dagen is mijn margarine zo zacht als boter. Binnen een uur na aanschaf is het blubberig en nog een uur later lijkt het meer op sinaasappelsap. 's Morgens na een relatief koele nacht is het meestal geschift en half gestold en na roeren een slap glibberig papje. Een bekend spreekwoord zegt dan ook:
 Is de margarine ranzig en zacht,
 Dan is de zomer zonnig en vol pracht.

Na alle verhalen over het gat in de ozonlaag:
- Uiteindelijk ben ik een beetje benauwd geworden van mijn grote vriend de zon. Daarom heb ik zonneolie gekocht met beschermingsfactor 15, waarmee ik me elke dag trouw insmeer, ondanks het feit dat mijn huid ondertussen zó is gebruind dat ik al aardig op een aborigine ga lijken. Verder heb ik altijd een pet met een klep op en rijd ik vaak in een shirt met lange mouwen.

- Brood vormt een beetje een probleem. Gisterochtend heb ik een nogal sober ontbijt genoten van een paar uitgedroogde uit elkaar vallende stompen brood waar ik eerst groene, zwarte en roze schimmelplekken uit moest snijden. Verder zat er een licht witte dons over, wat mijns inziens ook iets met schimmel te maken had. 

- Camooweal heeft volgens mijn Queensland foldertje 360 inwoners dus veel zal daar niet te koop zijn. Daarom sla ik in Mount Isa voedsel in voor tien dagen: 3 broden, 2 potten pindakaas, 0,5 kg kaas, 3 doosjes smeerkaas, 1 kg wheat bix (een soort ontbijtvlokken), 1 kg melkpoeder, 0,5 kg suiker, 1 blik chocoladepoeder, 3x8 mueslibars, 1 kg losse muesli, 3 rollen koekjes, 1 kg dadels, 0,75 kg rozijnen, 1 kg pinda's, 7 sinaasappelen, 5 appelen, een bos peentjes, een bol knoflook, een ui, 1,5 kg macaroni, 0,5 kg spaghetti, 16 pakjes soep, 0,5 liter olijfolie, een zakje pepermunt en een paar zakjes thee.

- Een zware fiets vol voedsel voelt altijd nog lichter aan dan een lichte fiets als je kampt met een zwaar voedselgebrek.

- Mijn bidons en jerrycans met nog 10 liter groenbruin water zijn voorlopig mijn levensgarantie. "Goed te drinken" volgens Peter en dat geloof ik maar, want als ik dat niet geloof, heb ik niets te drinken en dat is slechter dan groenbruin water. Twee dagen zonder water in deze wildernis en bij deze temperatuur en je hebt het gehad, dat is de algemene mening die je hier hoort.

- Wat zou er gebeuren als ik een been brak? Een beklemmende gedachte. Als mij hier wat overkomt, zal het waarschijnlijk maanden duren voordat iemand mij vindt. Voorlopig ben ik echter zo gezond als een vogel in de lucht. Toch houdt deze gedachte mij bezig en een vergelijking met de rimboe in de Sudan, waar ik een jaar of 13 geleden doorheen zwoegde, dringt zich op. Als me daar wat was overkomen, zou ik waarschijnlijk na niet al te lange tijd gevonden en naar een dorpje gebracht zijn. Verdere hulp zou echter onmogelijk zijn geweest, aangezien daar geen dokters en hulpposten waren, geen auto's of treinen en geen telefoon, telex of radio. In deze rimboe van Australië, die sterk op die van de Sudan lijkt, zou ik niet gevonden en naar een dorpje gebracht worden indien mij wat overkwam. Zou ik daarentegen op eigen kracht een farm, cattle station of welke nederzetting dan ook kunnen bereiken, dan zou één telefoontje van een minuut voldoende zijn om binnen anderhalf uur een Flying Doctor naast mijn bed te hebben staan, met tassen vol medicijnen en verbandmiddelen, en als die niet toereikend zouden zijn, zou ik anderhalf  uur daarna in het hospitaal in Alice Springs liggen.

- "Hoe gaat dat fietsen in deze hitte?" vroeg de man in het Nederlands. Dat was Peter. Ik vroeg hem hoe hij wist dat ik Nederlander was, waarop hij antwoordde, dat als er iemand op een plek rondfietst, waar een normaal mens het niet in zijn hoofd zou halen te fietsen, het waarschijnlijk een Nederlander is. Dat was volgens hem 35 jaar geleden in de Alpen al een regel met weinig uitzonderingen.

- Een paar honderd meter bij de weg vandaan bevindt zich naast de Hull River, waar een beetje water door vloeit, een hol in de rotsen. Hier heeft, zoals op een bord dat erbij geplaatst is, staat aangegeven de ontdekkingsreiziger Harold Lasseter in 1931 25 dagen gebivakkeerd toen zijn kamelen waarmee hij reisde, op hol geslagen en er met al zijn voorraden vandoor waren gegaan. De reddingsexpeditie waar hij op hoopte kwam niet en na die 25 dagen ging hij, ziek en half verhongerd en met slechts 1,7 liter water van start in een poging om te voet de 140 km ver gelegen Olga's te bereiken. Hij legde nog 55 km af maar stierf bij Irving Creek op 28 januari 1931. Uit deze trieste en dramatische geschiedenis valt dus te leren dat, hoewel je met kamelen beter door het zand kunt trekken dan met een fiets, een fiets ook voordelen heeft, want die kan niet op hol slaan en zeker niet met 60 kg bagage erop.

De boeken van Frank van Rijn zijn vrij constant van kwaliteit, maar ik vind "De rode kangoeroe" duidelijk tot zijn betere boeken behoren.

         
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.