Frank van Rijn: De poort van de maan en andere reisverhalen (Nederland, 2002): 247 blz: Uitgeverij Elmar
De
meeste boeken van Frank van Rijn zijn min of meer rechttoe rechtaan
verslagen van een grote reis die hij heeft gemaakt. Altijd op de fiets
en altijd in warme landen met zo hoog mogelijke temperaturen, zo veel
mogelijk zon en zo weinig mogelijk neerslag.
In
de loop der jaren schreef Frank van Rijn nogal wat kortere artikelen
voor verschillende tijdschriften. Omdat tijdschriften in tegenstelling
tot boeken makkelijk worden weggegooid, vond Frank van Rijn dat jammer
en besloot hij om een aantal artikelen uit de vergetelheid te redden, te
bewerken en samen te publiceren in een heus boek. Zo is "De poort van
maan" ontstaan.
Het
titelverhaal speelt zich af in Bolivia. Verder staan er stukken in het
boek over fietsreizen door: Frankrijk, Peru, Roemenië, Bulgarije,
Pakistan, de Verenigde Staten, Griekenland, Albanië, Jordanië, Spanje,
Marokko en Italië. Er staat zelfs een stuk in over een wandeling door de
Veluwe.
Ik
ben vol bewondering over de prestaties van Frank van Rijn.
Tegelijkertijd moet ik er wel bij zeggen dat ik mij regelmatig afvraag
of hij wel goed bij zijn hoofd is, bijvoorbeeld bij het verhaal dat zich
afspeelt in Death Valley.
Over zijn eerste fietsvakantie, een trektocht door België, Frankrijk en Zwitserland (1971):
- Eelco de Haan, mijn schaakmaat, met wie ik enkele jaren daarvoor om het kampioenschap van Steenwijk had gestreden, fietste met me mee, of beter gezegd: ik fietste met hém mee, want hij had ervaring met fietsreizen. Eelco had eerder in Engeland, Frankrijk, Noorwegen, Duitsland en Oostenrijk gefietst en kon goed koken. Het enige wat ik kon was schaken, wisselstroomformules op papier zetten (zonder daar overigens een praktische toepassing voor te weten) en een kapotgetrapte fiets oplappen en die vervolgens binnen de kortste keren weer kapottrappen. Wij vulden elkaar dus prima aan en kwamen daarom tot de volgende taakverdeling: Eelco kookte en beheerde de financiën en ik repareerde de fietsen.
- Het hete asfalt zuigt aan mijn banden terwijl ik in de richting van Baia Mara rijd. Het lijkt wel zwarte kauwgom. Dat zuigen geeft de rit iets gezelligs en feestelijks.
Hoe zachter de teer,
hoe beter het weer.
-
Dan besluit ik mijn luiheid tijdelijk te bedwingen en mijn specialiteit
te gaan prepareren, de nogal bewerkelijke "Spaghetti alla Francesco,
Quattro Stagioni", zoals ik die niet zonder trots noem, ofwel spaghetti
op z'n Frankiaans. De toevoeging "Quattro Stagioni", wat "vier
jaargetijden" betekent, moet een beetje symbolisch gezien worden. Ik
bedoel er mee dat deze bijzondere spaghetti het hele jaar gegeten kan
worden en ook dat er vier speciale ingrediënten voor nodig zijn,
namelijk vier peentjes, drie tomaten, twee paprika's en één komkommer.
Helaas heb ik verzuimd die komkommer en die paprika's te kopen, zodat
het vandaag slechts Spaghetti alla Francesco Due Stagioni wordt.
Terwijl
de spaghetti, die ik in vier stukken heb gebroken (alweer symbolisch!
maar ook omdat hij anders niet in het kleine pannetje past), staat te
koken, eet ik de vier peentjes en de drie tomaten rauw op, want dat is
gezond en het bespaart bovendien tijd. Aan de spaghetti voeg ik, als die
gaar is, een scheut olijfolie en wat zout toe en klaar is Maestro
Francesco. Ik kan niet begrijpen dat kennissen die bij me op bezoek
komen, liever naar het plaatselijke eetcafeetje gaan, dan zich aan mijn
"Francescano" te goed te doen.
- Als je geen woord verstaat van wat de mensen zeggen en zelfs de namen op de richtingsborden niet kunt lezen omdat er vreemde letters op staan, heb je pas echt het idee dat je ver van huis bent.
In Albanië:
- De weinige winkeltjes maken een overzichtelijke indruk omdat de planken langs de muren niet zo overvol zijn als die in onze supermarkten. Het assortiment is zo klein dat zelfs de grootste twijfelaar onder ons geen moeite zou hebben zijn keuze te maken: twintig dezelfde blikjes tomatensaus, vijftien dezelfde potjes pruimenjam, negen dezelfde eieren, zeven dezelfde zakjes macaroni.
- Tegen de avond sla ik een zijpaadje in en zet mijn tent op onder de olijfbomen naast de ruïne van een huisje. Ik houd ervan in alle eenzaamheid te kamperen, ver weg van dorpen en steden. Vroeger vond ik het gezellig om op campings te staan, maar de tijden zijn veranderd. Je treft er meestal geen kampeerders meer, maar mensen die hun hele huishouden hebben meegebracht. En je vindt er vaak dingen die je niet nodig hebt zoals een bar, een zwembad en flipperautomaten. Wat de echte kampeerder zoekt vind je er niet meer, namelijk rust.
- De coush-coush vult ondertussen meer dan hij smaakt en dat is goed, want anders zou het weggegooid geld zijn.
-
In de vallei van de Adige die vol stat met appelgaarden, kampeer ik
tussen bomen die zwaar gebukt gaan onder trossen dikke, rijpe appels. 's
Morgens bij vertrek is het moeilijk om weerstand te bieden aan het
verlangen mijn tassen te vullen met deze vruchten. Ik moet denken aan de
enige keer in mijn leven, lang geleden, dat ik over een hek geklommen
ben om mij wederrechtelijk een appel toe te eigenen. Ik deed het niet
eens om de appel zelf, maar om de ervaring iets te doen dat verboden is.
Prompt werd ik betrapt. Er zijn mensen die voor bepaalde dingen geen
aanleg hebben. Eenieder moet zijn beperkingen kennen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten