A.L. Snijders: Tat Tvam Asi (Nederland, 2021): 636 blz: Uitgeverij AFDH
A.L
Snijders behoeft bij de meeste lezers geen introductie meer. Hij is de
laatste 10 jaar met zijn zeer korte verhalen (ZKV's) wereldberoemd
geworden binnen Nederland.
A.L.
Snijders schreef het liefst korte verhaaltjes over kleine voorvallen
uit zijn eigen leven. Ontmoetingen met mensen, verhalen over de
boerderij in de Achterhoek waar hij woonde, verhalen uit zijn jeugd. Dit
alles wisselt hij op een speelse manier af met citaten die hij haalt uit
het werk van andere schrijvers en dichters. Hij lijkt een liefde te
hebben voor de Chinese poëzie en in "Tat Tvam Asi" citeert hij een
aantal keren uit de dagboeken van de Franse schrijver Jules Renard.
Als
ik de tekenaars/schrijvers van graphic novels Aimée de Jongh en Barbara
Stok even buiten beschouwing laat, dan is er geen enkele andere
Nederlandstalige schrijver die ik zo graag lees als A.L. Snijders. Als
ik ieder jaar één bundel van hem lees, kan ik nog wel een tijdje
vooruit.
- Ik zeg dat er niets droeviger is dan een boekenkast waarin alle boeken gelezen zijn.
- De oude Grieken hebben tegenwoordig groot gezag, in tegenstelling tot de moderne Grieken, die bij ons in Noord-Europa alleen op hoon kunnen rekenen.
- Wie je werkelijk was, staat geschreven in de levens van anderen.
- Het gedicht waar hij altijd om moet lachen, heeft geen titel, maar dat is niet storend, het lachen lijdt er niet onder.
Toen er nog geen auto's waren
en geen brommers, we geen
radio hadden en geen tv,
toen waren we ook niet gelukkig.
- Toeval brengt de mensen samen;
een goede reden haalt ze weer uiteen!
-
Dat er in Rotterdam honderdtachtig talen worden gesproken maakt me
gelukkig. Dat jonge meisjes bij de betaalautomaat wachten, maakt me nog
gelukkiger.
- Ik zou het zonder woorden willen zeggen, maar dat lukt me niet, ik kan niets zonder woorden zeggen.
- Waarom zou iemand die door het lot getroffen is getroost worden door iemand die zwaarder getroffen is?
- Had hij maar een kat of een hond gehad, geheimzinnige dieren die de illusie voeden dat ze van ons afhankelijk zijn, dat wij ze begrijpen, dat ze van ons houden.
- ... ik kom uit een gezin waarin het geloof nooit ter sprake kwam. Zoals we ook nooit spraken over de permafrost in Siberië of over de sjah van Perzië. We praatten over de Kindertotenlieder, want mijn vader ging elke week naar het Concertgebouw.
- Een schrijver van korte verhalen heeft de plicht het leven samen te vatten, te concentreren en een vorm te vinden voor de meest bondige uitdrukking van de essentie, zoals een wiskundige formule; aan de lezer wordt overgelaten dit extract met zijn geestelijk vocht aan te lengen, volgens zijn eigen smaak, kennis, mogelijkheden, zoals het de consument is en niet de producent die de whisky met soda aanlengt en de koffie met melk.
- Kunst ontstaat wanneer iets uit zijn context wordt gehaald en in een andere context wordt neergezet.
- Als ik in Frankrijk ben, begrijp ik alleen wat de Fransman zegt als hij de vertaling er in het Nederlands bij doet.
- We
kiezen voor geluk omwille van het geluk zelf, en nooit met het oog op
een verder doel; terwijl we voor eer, genot en intellect kiezen omdat we
geloven dat we daardoor gelukkig gemaakt zullen worden.
- Gisteren zat ik na een lange wandeling in een stil en onbekend bos op een laag, verwaarloosd bankje. Mijn vrouw zat naast me, wat de situatie aanzienlijk verbeterde.
- Ze begreep het niet, maar vond het mooi. Ik hoefde het gelukkig niet verder uit te leggen.
- De vader van mijn moeder, mijn grootvader, hield van alcoholische dranken. De slijter bezocht hem elke zaterdag met een nieuwe lading. In de gang hing een gedicht:
Diogenes de wijze
die woonde in een vat.
Daaruit kan men bewijzen,
dat wijsheid schuilt in het nat.
Een kwatrijn van Francois Villon (geboren in 1431):
Ik ben Francois, wiens naam zo bont is.
Parijs, dat mijn geboortegrond is,
hangt mij straks aan een touw dat rond is,
zo leert mijn kop hoe zwaar mijn kont is.
- Toevallig hoorde ik in diezelfde tijd dat Napoleon alleen maar kip at, hem opgediend door mensen kleiner dan hij.
Jules Renard die 6 maart 1894 in zijn dagboek schreef:
Als
ik ongelukkig was zou ik anarchist zijn. Maar ik heb niets te klagen.
Hoe zou ik tegelijkertijd anarchist en tevreden kunnen zijn?
-
Kwetsbare boeken moeten niet met stoffen handschoentjes worden
aangeraakt! De kans dat je het papier beschadigt is dan veel groter.
Handen wassen volstaat. De tactiele gevoeligheid is met handschoentjes
aan een stuk minder.
- Omdat aan mij te zien is dat ik niet graag uit mezelf met vreemden praat, word ik vaak door vreemden aangesproken.
Ik lees wat Jules Renard 22 september 1895 heeft geschreven:
- Alleen het schrijven van kleine dingetjes als kunstenaar, vind ik prettig, maar ik waag me niet aan boeken die nauwkeurigheid vereisen, biografieën en kritieken. Van romans heb ik een afkeer, van poëzie word ik moe.
Ik lees even in het dagboek van Jules Renard, eind 19e eeuw:
- Alles dient te worden uitgesproken: Werken geeft een wat stompzinnig gevoel van voldoening. Luiheid gaat gepaard met een toestand van onbehagen die niet banaal is, en waaraan de geest misschien zijn subtielste vondsten dankt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten