Posts tonen met het label Australië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Australië. Alle posts tonen

vrijdag 12 december 2025

Dvd: Walkabout

Walkabout (Australië, 1971): 100 min: Regisseur Nicolas Roeg
 
 
 
Een gezinnetje bestaande uit vader, een dochter van ongeveer 16 jaar oud en een zoontje van zo'n 7 jaar oud woont in de stedelijke jungle van Sydney. Met zijn drieën gaan ze met de auto op stap naar de Outback. Midden in de wildernis gaan ze picknicken. Dan zonder enige zichtbare oorzaak, schiet de vader op zijn kinderen die voor hem wegvluchten. Vervolgens steekt de vader zijn auto in brand en schiet zichzelf dood. 
 
Na dit vreemde begin van de film zijn de jonge vrouw en het jochie op zichzelf aangewezen. Ze hebben kleren aan die volstrekt ongeschikt zijn voor een tocht door de wildernis en ze hebben nauwelijks eten en drinken bij zich. ze lopen, niet goed wetend waarheen, totdat ze bij een poeltje terechtkomen, waar ze in ieder geval wat kunnen drinken. De volgende dag, als het poeltje opgedroogd is, worden ze ontdekt door een jonge Aboriginal ontdekt, die bezig is met zijn Walkabout. Deze Aboriginal, David Gulpilil, is dezelfde over wie ik pas de film "Charlie's Country" heb gezien. De Aboriginal ontfermt zich over het meisje en de jongen en leert hen te overleven in de wildernis en brengt hen terug naar de beschaving.

"Walkabout" is een prachtige film om te zien, met name door de beelden van de  uitgestrekte wildernis van de Outback en de dieren die daar leven. Ergens halverwege de film komt een soft-erotische scène van een paar minuten voor, waarin we de vrouwelijke hoofdpersoon naakt zien zwemmen in een paradijselijke poel. Ik heb niets tegen vrouwelijke naaktheid, maar deze scène past volstrekt niet in de film. Wel hangt over de hele film een soort van seksuele spanning, die tegen het einde tot een hoogtepunt komt als de Aboriginal zich opdoft voor een toenadering tot de jonge vrouw.
 
Op IMDB krijgt "Walkabout" van 29.000 mensen een waardering van 7,6 en een metascore van 8,5.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 25 november 2025

Dvd: Charlie's Country

Charlie's Country (Australië, 2013): 105 min: Regisseur Rolf de Heer
 
 
 
In "Charlie's Country" speelt een Aboriginal acteur de hoofdrol. Hij speelt in feite zichzelf. De film gaat over Charlie die in een kleine gemeenschap met voornamelijk Aboriginals leeft. De Aboriginals is een westerse leefwijze opgelegd die niet goed bij hun leven past. Er zijn problemen met alcohol en andere drugs en de meeste Aboriginals leven van een uitkering.
 
Charlie is een zeer innemende man. Hij is vriendelijk, schijnt met iedereen op goede voet te staat en helpt zelfs af en toe de politie bij het inrekenen van criminelen. Maar eigenlijk wil hij in de outback leven.
 
"Charlie's Country" is een mooie film die inzicht geeft in de leefwijze van de Aboriginals door het verhaal van één persoon te laten zien. Verplichte kost voor mensen die in etnografie zijn geïnteresseerd.
 
Op IMDB krijgt "Charlie's Country" van 2.900 mensen een waardering van 7,3.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 2 oktober 2024

Carolijn Visser: Miss Concordia

Carolijn Visser: Miss Concordia: Vrouwen in den vreemde (Nederland, 2006): 222 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
De eerste alinea van het voorwoord van "Miss Concordia" vertelt precies waar het boek over gaat:
- De vrouwen die in dit boek voorkomen, ontmoette ik gedurende de afgelopen twintig jaar tijdens mijn reizen door Europa, China, Australië en Noord-Amerika. Alle acht maakten ze, vanaf de allereerste ontmoeting, grote indruk op mij. Het waren vrouwen die door het lot in den vreemde waren beland en daar op bewonderenswaardige wijze wisten stand te houden. Met elk van hen probeerde ik contact te houden omdat ze zo vaak in mijn gedachten waren. Hun verhalen zijn voor mij bakens geworden waarmee ik me in de wereld en in de geschiedenis oriënteer. Als ik me een beeld probeer te vormen van de vooroorlogse Baltische staten, zie ik Edith von zur Mühlen voor me. Bij het woord Siberië denk ik aan Aime en Mai uit het Estse dorp waar ik ooit woonde. Ik kan geen woord over een gebeurtenis in de Chinese Culturele Revolutie lezen zonder me af te vragen wat Esther Jian op dat moment meemaakte. Het is alsof deze vrouwen mij altijd en overal vergezellen.
 
Citaten:
Over de restauratie van Rägavere:
- "Dit wordt een van de gastenbadkamers." Hammerbeck opende een deur naar een ruim vertrek dat geheel belegd was met wit marmer, afgebiesd met zwart-wit mozaïek. De jacuzzi, de douche en verschillende wasbakken moesten nog worden geïnstalleerd. "Ik heb gekozen voor een historisch verantwoorde restauratie, mét comfort," benadrukte Hammerbeck. Daarom was hij ook niet van plan antiekwinkels af te stropen naar meubels. "Die zijn allemaal oud en versleten. Ik koop alles nieuw." Hij was niet van plan het verleden te herscheppen. Elke kamer zou beschikken over een internetaansluiting en satelliet-tv.

- De volgende dag zou Bettine naar Melbourne vliegen om daar een vergadering bij te wonen van de kankerbestrijding waarin ze actief was. De tachtig gepasseerd, met een zeer been, moest ze zichzelf niet wat meer rust gunnen? Bettine wierp me een verwijtende blik toe. "Een mens moet zich nuttig maken," sprak ze me op besliste toon tegen. "Anders heeft het leven geen zin."

- Bijna vijftig jaar later, in 1986, schreef Esther op verzoek van de Chinese autoriteiten haar autobiografie. Die werd in Peking in het Engels uitgegeven onder de titel British Girl, Chinese Wife. Ik vond een exemplaar bij de Chinese boekhandel Ming Ya in Amsterdam.

- ... De wereld brandde, maar Esther probeerde zich aan andere zaken te wijden. Het was haar taak in het leven, schrijft ze in haar boek, haar man te steunen in zijn carrière. Zij deed het huishouden, raakte zwanger, breidde kleertjes en las Woman's Magazine.

- Aanvankelijk vond ik dat Esther er echt Brits uitzag, maar ze was in mijn ogen steeds meer Chinees gaan lijken. Haar gebaren, haar mimiek, de beleefde woorden waren Chinees, niet Europees. Alsof ze mijn gedachten kon raden, zei ze: "De mensen zeggen vaak: als je geen krullen had, was je net een Chinees." Chris vroeg wat ik vond van het boek van zijn moeder. Voordat ik antwoord kon geven zei Esther: "It is just a love story, a true love story."

- Oscar zette een tas vol studieboeken op de grond. Hij droeg een bril met een dik zwart montuur en schudde me vriendelijk lachend de hand. "Mijn grootmoeder liet mij vaak spelen met de porseleinen klompjes die ze van u had gekregen," begon hij beleefd.

- Daina en ik waren met elkaar bevriend sinds we elkaar dertien jaar geleden in de Transsiberië Expres ontmoetten. Onze haren dansten om ons heen, ik moest de tas waarin ik een slagroomtaart meedroeg, beschermen tegen de wind.
 In de verte doemde het houten huis op dat we samen hadden gekocht en waarin ik twee zomers en een winter had gewoond en dat me dierbaar was geworden. Aan het eind van mijn verblijf, vier jaar geleden al weer, was het pand en de bijbehorende appelboomgaard verkocht aan twee zusters uit Tallinn, die er met hun mannen en hun kinderen waren ingetrokken. Van een afstand leek het huis op een enorme roestbruine muts, omringd door zwarte akkers.

- De kolchoz hield de lammeren en de kalveren voor hun huiden. De sovjetstaat had een quotum opgelegd waaraan moest worden voldaan. "De lammeren die stierven, moest ik villen," zei Aime, huiverend bij de herinnering. "Soms leefden ze nog een beetje, maar we konden niet lang stilstaan in  de kou. Ik ging dan op het  dier zitten, sneed zijn huid open, klemde mijn mes tussen mijn tanden en stroopte de huid er met twee handen af. Al mijn kracht had ik daarvoor nodig." Ik zag haar voor me, haar handen en haar kleren onder het bloed. "Een kip slachten gaat nog wel, zo'n dun halsje doorsnijden stelt niet veel voor," vervolgde Aime, alsof ze bang was dat we haar te weekhartig zouden vinden. "Maar hoe groter het dier, hoe erger het is voor een kind. En een lam is een flink beest in de ogen van een negenjarige. Het akeligst was: ik móést die dieren villen. Als we een huid te kort kwamen, konden we naar een kamp gestuurd worden wegens het stelen van staatseigendom."
 
- Aimes broers leerden vallen maken waarmee ze marmotten en muizen vingen, die smaakten best.
 
- "Toen ik hier woonde hadden we het altijd over de toekomst," zei ik, "nu verdiepen we ons alleen nog maar in het verleden." "We worden ouder, dan krijg je dat," stelde Daina droog vast.
 
- "Het is net zoals toen je nog in de Heilige Geeststraat woonde," zei ik. In Tallinn zaten we ook altijd aan een ronde tafel in Larissa's keuken. Eerst nam ik Russische les bij haar, in de tijd dat ik in een huis op het Estse platteland woonde.  Later - ik was alweer teruggekeerd naar Nederland - kwam het appartement onder Larissa vrij. IK zocht een rustige ruimte waar ik aan een boek kon werken, dus ik greep mijn kans. Bijna een jaar lang waren Larissa en ik buren geweest. Totdat zij haar flat moest verkopen omdat ze ging scheiden.
 
- Sigrid nam iets van de boekenplank. "Mijn eerste jaren in Estland was dit mijn bijbel," zei ze en ze bladerde door een plakboek met Chinese knipsels. "Gisteren is voorbij, morgen is onzeker, daarom moet er vandaag hard gewerkt worden," vertaalde ze de karakters. "Zonnepitwijsheden noemen wij dat," verduidelijkte ze. Als je een zakje zonnebloempitten koopt, zit er vaak zo'n uitspraak bij.
 
- Sigrid was er niet van overtuigd dat de slechtheid van de mens zich zo makkelijk liet beteugelen, maar dat haar Michel onkreukbaar was, betwijfelde ze niet. "Hij is eerlijker dan de eerlijkste communistische partijleider in China," had ze het onderwerp droog besloten.
 
- "Dat hoeft niet uit te maken," zei ik. "Dingen waar niet over gesproken wordt, spelen ook een rol. Mijn grootmoeder had het idee dat ze beneden haar stand getrouwd was, dat heeft bepaald hoe ze mijn moeder opvoedde en dat had weer invloed op hoe die met mij omging." Sigrid keek afwijzend, ze was niet gewend om haar leven psychologisch te verklaren. De dingen waren zoals ze waren.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 14 september 2024

Carolijn Visser: Ver van hier

Carolijn Visser: Ver van hier (Nederland, 1995): 309 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Met de Rainbow Pocket "Ver van hier" was ik wel heel snel klaar. Alle verhalen in deze bundel, op het laatste na, staan in eerdere boeken van Carolijn Visser. Alleen het laatste verhaal "Terug naar Middelburg" was nog niet eerder in boekvorm gepubliceerd. Dit verhaal met een lengte van slechts 4 bladzijden kun je rustig overslaan. Er is dus geen enkele reden om dit boek te lezen of te kopen, tenzij je erg van pockets houdt.  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 13 september 2024

Carolijn Visser: Brandend zout

Carolijn Visser: Brandend zout (Nederland, 1994): 267 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
In "Brandend zout" staan verhalen van Carolijn Visser die nog niet eerder in boekvorm zijn gepubliceerd over een reis met de trein van Beijing naar Moskou, en over reizen in Estland, China, Vietnam, Haïti, India en Australië.

Hoe meer ik van Carolijn Visser lees, hoe meer ik onder de indruk ben van zowel haarzelf als haar schrijven. Carolijn is een uiterst innemende vrouw die makkelijk contacten legt en vriendschappen sluit met mensen over de hele wereld, ze schrijft met veel empathie over de levens van de mensen die ze ontmoet, ze stelt kritische vragen, is ondernemend, stelt zich bescheiden op en laat zich ook regelmatig van haar zwakke kant zien. Daarbij schrijft ze uiterst helder, gebruikt ze geen woord teveel en haar dialogen klinken zeer natuurlijk.

Ik denk dat ik Carolijn Visser zowel de beste Nederlandstalige schrijver vind die ik ken, als de beste reisverhalenschrijver überhaupt, in ieder geval degene die ik met het meeste plezier lees. Ook "Brandend zout" is een boek met erg goede verhalen.
 
Citaten:
In de trein door Siberië:
- De Chinese restauratiewagen werd hier afgekoppeld en het was maar de vraag of er in Mongolië of in de Sovjet-Unie iets te eten of te drinken zou zijn. Daarom was het verstandig nu zoveel mogelijk in te slaan. Er waren twee winkeltjes en daaromheen werd geduwd en getrokken. Ik kocht koekjes, instant-noedels, glazen potten met mandarijnen en peren. En drie onduidelijke flessen sterkedrank.
 "Daar word je blind van," waarschuwde een Ier die naast me stond. Meteen ruilde ik de flessen om; Ieren hebben immers veel verstand van alcohol. Bij een ander kraampje kocht ik een tiental blikjes bier. Uitstekend bier wordt er in China gemaakt, door de Duitsers eind vorige eeuw geïntroduceerd. Met die vracht ging ik weer aan boord.
 
- Ik ging weer op bezoek bij de twee Esten. Zij bleken ervaren overlevers te zijn. Aavo regelde iets met de kok van een trein die op een ander spoor stond te wachten. De passagiers van de gewone Russische treinen zijn doorgaans te arm om in de restauratie te eten. Hij kwam terug met een grote zak gekruide inktvis en een pot mayonaise. Op het volgende station werd de maaltijd aangevuld met warm brood.
 
Estland:
- ... "Ben je dan helemaal niet blij?" vroeg ik teleurgesteld. Daina en hij hadden me in de trein toch verteld hoe zij als Esten leden onder de Russische onderdrukking. "Blij waarmee?" wilde Aavo weten. "Je bent vrij!" "Hoe kan ik vrij zijn?" vroeg Aavo en startte zijn Moskwitsj, "ik ben een Homo Sovjeticus."

- Al lang daarvoor hadden Aavo en Daina alle vertrouwen opgegeven in welke financiële instelling dan ook. "Alleen oude mensen zetten hun geld op de bank," zei Daina. Ze wilde me laten zien wat zij met hun roebels hadden gedaan en ging me voor op een trap naar de zolder. Met een zaklamp bescheen ze auto-onderdelen die daar lagen uitgestald: autobanden, startmotoren, carburatoren, complete portieren. Alles wat Aavo de laatste jaren tegenkwam kocht hij op. Het getuigde van een ontroerende ondernemingslust, toch vond ik die berg onderdelen deprimerend. Estland was onafhankelijk, maar het was deze verzameling oud roest die Daina en Aavo zekerheid moest verschaffen.

Bij een volgend bezoek aan Daina en Aavo twee jaar later:
- ... Toch waren er tekenen dat een nieuwe welvaart, hoe bescheiden ook, Estland had bereikt. Daina en Aavo waren veel beter gekleed dan tijdens mijn laatste bezoek. En er waren producten in huis die eerder niet te krijgen waren: afwasmiddel, margarine, chocola en frisdrank. Het leek op een volstrekt willekeurige selectie uit een westerse supermarkt.

- 's Morgens werd ik wakker van een klein stemmetje. "Good morning, breakfast is ready." Het was de zevenjarige Anneli die op de dorpsschool Engels leerde. Russisch als tweede taal was afgeschaft.

Vietnam:
- Verbaasd wandelde ik de eerste avond door de straten. Sinds mijn bezoek van een jaar geleden had Hanoi een metamorfose ondergaan. Overal waren winkeltjes gekomen, koopwaar stulpte naar buiten: tassen, kleren, borduurwerk, plastic emmers, gedroogde kruiden; er was geen ruimte meer op de trottoirs.

- Duong was aan de oorlog gewend  geraakt. Om hem vervolgens nooit meer te vergeten. "Een goed geheugen is een geluk voor een schrijver, maar een ramp voor een mens," besloot ze treurig.

- Duongs leven lijkt op dat van de hoofdfiguren uit Blind paradijs: verraden door het communisme, verraden door de mannen en gekneveld door een traditioneel denkende familie. Dat beaamde ze: "Een vrouw leeft in dit land nooit voor zichzelf. We leven in het verleden, voor onze voorouders, en we leven in de toekomst, voor onze kinderen."

China:
- "Mijn vrouw en dochter komen zo thuis," zei meneer Wu. In de tussentijd ging hij een lunch voor me maken. "Chinese specialiteiten," beloofde hij, en verdween in de keuken. Even later kwam hij binnen met een dampende schaal waarin ik tot mijn verbazing tientallen wezentjes zag liggen. Het leken net heel kleine mensjes die in grote opwinding hun armpjes in de lucht hielden alsof ze mij iets belangrijks te vertellen hadden. Meneer Wu zocht gejaagd naar de juiste vertaling in zijn woordenboek. "Padden," wees hij aan en toen het woord "miniatuur". Daarna bracht hij het tweede gerecht: gebakken zijdewormen. Die zagen er veel minder afstotelijk uit, precies kleine handgranaten, maar ze smaakten gruwelijk. Alsof je een hap oud stof naar binnen slikte.

Haïti:
- Ik zag de propere lokalen voor me, de onberispelijke Haïtiaanse leraressen voor de klas, de gedempte stemmen: een eiland van rust en orde.
 Maar zo rooskleurig was de situatie niet, volgens zuster Borgia. Waar ik netheid zag, verschool zich de ellende, zei ze met spijt in haar stem. "Toen we hier kwamen, vonden onze meisjes werk in een atelier, maar de laatste jaren is er geen werk meer." De opleiding had zo zijn doel verloren. De kleding die tijdens de lessen werd gemaakt, bleek van geen enkel nut en was onverkoopbaar omdat de prijs veel te hoog zou zijn. De mensen konden voor een paar kwartjes een tweedehands overhemd of een jurk uit de Verenigde Staten krijgen. "Kennedykleding" noemden de zusters dat, het had iets met liefdadigheid te maken.

- Een man die ons voorbijliep drukte zich even tegen me aan toen zuster Maria niet keek. "Baby, you need any black power tonight?" fluisterde hij en vervolgde lachend zijn weg.

- Het landschap om ons heen was uitgestrekt en eenzaam geworden. Toch steeg van vrijwel elke heuvel rook op. Daar werd houtskool gemaakt, had Dorvilier uitgelegd. Zelfs hier werden alle bomen die voorhanden waren gekapt. Alleen de mangobomen, wees Dorvilier, lieten de mensen staan, omdat ze daar de vruchten van wilden plukken. "Arme bomen," verzuchtte ik. Dat irriteerde Dorvilier: "Als de mensen het beter hadden, lieten ze de bomen wel staan."

India:
- Zodra we Suri vertelden van ons plan een bezoek aan Delhi te brengen pakte hij de telefoon en stelde hij zijn familie op de hoogte van onze komst. Er was geen sprake van dat we een hotel zouden boeken. Kwamen we wel gelegen? wierpen wij tegen, misschien was de familie heel druk? Hij schudde lachend het hoofd. "Dan maken we tijd, in India ligt dat allemaal heel anders dan hier," hield hij vol.

Een Indiase bruiloft:
- Nu was al bekend hoeveel gasten er zouden komen, rond de duizend. De moeder begon op te sommen: "Alle collega's van mijn man met hun gezinnen. Al mijn familieleden, alle familieleden van mijn man. Bij elkaar zijn dat vijfhonderd mensen. Dan de gasten van de bruidegom, dat zijn er ongeveer net zoveel." Het hele feest kwam voor rekening van de familie van de bruid. Dan was er natuurlijk nog de bruidsschat die betaald moest worden, maar daarover liet de moeder niet veel los.

- Over het beroemde Mayo-college in Aimer, ongeveer tweehonderd kilometer van Udaipur vandaan, had ik kort geleden iets gelezen. De school moest een kopie zijn van het Engelse Eton, maar de Indiase leerlingen, vrijwel allemaal prinsen, brachten zoveel bedienden, koks en chauffeurs mee dat er van een ascetische Britse opvoeding niet veel terechtkwam.

- Toen ik aanhield wilde hij wel onthullen dat hij ooit getrouwd was geweest met een Deense en later met een Ierse, maar dat de beide dames over niet erg mooie karakters beschikten. Ja, trok ik in gedachten partij, vergeleken bij Indiase echtgenotes zullen westerse vrouwen wel haaibaaien zijn.

Australië:
- Als vreemdeling kon je in Coober Pedy op drie manieren de nacht doorbrengen: in een hotel onder de grond, in een hotel boven de grond of in een tent. Een hotel, zo bleek, kostte tweehonderd gulden per nacht. Ik reed de parkeerplaats op van een van de campings en zocht naar een plek waar ik mijn tijdelijke onderkomen kon opslaan. De beheerder kwam uit een stacaravan te voorschijn en wees naar de stoffige, rotsige vlakte. "Je hebt toch wel een hamer bij je om de haringen erin te meppen?" vroeg hij. Even later hoorde ik hem schamper tegen een collega zeggen: "Een grasveldje zocht ze, die is goed."

- Ook Quinn reed in een tank. "Fris vandaag," stak hij van wal. Ik lachte. Typische Australische humor: de werkelijkheid omdraaien in haar tegendeel. We naderden onze Holden, Wayne zat er vlakbij onder een boom. "Wat doet die man?" vroeg Quinn verbaasd. "Hij leest een boek," zei ik. "Heb je ooit!" riep Quinn uit. "Wat is daar vreemd aan?" Quinn haalde zijn schouders op. "Zoiets heb ik nog nooit gezien: een man die een boek leest naast zijn gestrande auto."

- Wayne bestudeerde het interieur. "Er is niets veranderd," stelde hij tevreden vast en leunde ontspannen achterover. Nooit eerder had ik hem zo thuis gezien. Zou het waar zijn dat een mens zijn leven lang de gevangene blijft van zijn jeugd? We kunnen een andere taal leren, elders een woning inrichten, aan de andere kant van de wereld ons hart verliezen en toch blijven we, zelfs na vele jaren, alleen maar verlangen naar hoe het vroeger was.

- Quinn schetste mij het leven van een Australisch varken. Overdag, vooral tijdens een hittegolf zoals nu, "kamperen" ze. Ze verschuilen zich onder struiken of, als daar gelegenheid toe is, wentelen ze zich in de modder. Dat had deze jongen net gedaan, die kwam uit de "waterhole", hier vlakbij, de modder zat nog op zijn rug. Quinn sprak met tederheid over hun gewoonten: een jager moet zich verplaatsen in zijn prooi.
 
- "Je moet ook nooit met één hond gaan jagen, dat is vragen om problemen," verweet Quinn. "Je moet er rekening mee houden dat één hond uitgeschakeld kan worden. Je moet ook niet in je eentje op jacht gaan, als jou iets overkomt moet je iemand bij je hebben, al is het een kind, die je wagen naar het ziekenhuis kan rijden. Daarom heb ik mijn kinderen al op hun vijfde leren autorijden."
 De drie jachthonden snuffelden om ons heen. Het viel me toen pas op dat hun huid onder de littekens zat. "Ja, ze worden weleens te pakken genomen," bekende Pat. "We hebben altijd een naald en tanddraad in de auto liggen, we naaien ze meteen weer dicht. Dat moet je doen als ze nog verhit zijn, dan voelen ze geen pijn."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 13 mei 2023

Frank van Rijn: De rode kangoeroe

Frank van Rijn: De rode kangoeroe (Nederland, 1997): 198 blz: Uitgeverij Elmar
 
De rode kangoeroe : belevenissen van een…
 
Zoals anderen puur ter ontspanning detectives of sciencefiction lezen, lees ik reisverhalen. Een van mijn favoriete Nederlandse schrijvers in dat genre is de wereldfietser Frank van Rijn. Bijna al zijn boeken heb ik minstens één keer gelezen en een aantal daarvan heb ik al eerder besproken op mijn blog.

In "De rode kangoeroe" beschrijft Frank van Rijn een reis die hij tussen november 1994 en april 1995 heeft gemaakt dwars door de outback van Australië van het oosten (Melbourne) naar het westen (Perth). De aspecten van Australië die Frank van Rijn het meeste aanspraken waren de ongerepte wildernis en het zeer zonnige en warme klimaat. 

Na grote fietstochten door Afrika, Zuid-, Midden- en Noord-Amerika, Azië en Europa was Australië het enige continent waar Frank van Rijn nog nooit was geweest, op Antarctica na dan, waar hij niet in is geïnteresseerd. Blijkbaar vond hij na deze lange fietstocht dat hij alles wat hij in Australië wilde zien had gezien, hij is er later nooit meer teruggekeerd. Als altijd bij Frank van Rijn is "De rode kangoeroe" een boeiend, vaak hilarisch verslag van een bijzondere fietstocht.
 
Citaten:
Over Sydney:
- Als ik van John hoor dat hij zich elke dag tweemaal door deze jungle van gebouwen, asfalt en files moet wringen, 's morgens heen naar zijn werk en 's middags terug naar huis, realiseer ik mij eens te meer hoe gezegend ik ben met mijn dorpje in Drenthe van 65 inwoners, waar het dichtstbijzijnde stoplicht, dat ik overigens nog nooit heb zien werken, 6 km weg staat en waar vier auto's op rij al een file genoemd worden.

- De laatste dagen is mijn margarine zo zacht als boter. Binnen een uur na aanschaf is het blubberig en nog een uur later lijkt het meer op sinaasappelsap. 's Morgens na een relatief koele nacht is het meestal geschift en half gestold en na roeren een slap glibberig papje. Een bekend spreekwoord zegt dan ook:
 Is de margarine ranzig en zacht,
 Dan is de zomer zonnig en vol pracht.

Na alle verhalen over het gat in de ozonlaag:
- Uiteindelijk ben ik een beetje benauwd geworden van mijn grote vriend de zon. Daarom heb ik zonneolie gekocht met beschermingsfactor 15, waarmee ik me elke dag trouw insmeer, ondanks het feit dat mijn huid ondertussen zó is gebruind dat ik al aardig op een aborigine ga lijken. Verder heb ik altijd een pet met een klep op en rijd ik vaak in een shirt met lange mouwen.

- Brood vormt een beetje een probleem. Gisterochtend heb ik een nogal sober ontbijt genoten van een paar uitgedroogde uit elkaar vallende stompen brood waar ik eerst groene, zwarte en roze schimmelplekken uit moest snijden. Verder zat er een licht witte dons over, wat mijns inziens ook iets met schimmel te maken had. 

- Camooweal heeft volgens mijn Queensland foldertje 360 inwoners dus veel zal daar niet te koop zijn. Daarom sla ik in Mount Isa voedsel in voor tien dagen: 3 broden, 2 potten pindakaas, 0,5 kg kaas, 3 doosjes smeerkaas, 1 kg wheat bix (een soort ontbijtvlokken), 1 kg melkpoeder, 0,5 kg suiker, 1 blik chocoladepoeder, 3x8 mueslibars, 1 kg losse muesli, 3 rollen koekjes, 1 kg dadels, 0,75 kg rozijnen, 1 kg pinda's, 7 sinaasappelen, 5 appelen, een bos peentjes, een bol knoflook, een ui, 1,5 kg macaroni, 0,5 kg spaghetti, 16 pakjes soep, 0,5 liter olijfolie, een zakje pepermunt en een paar zakjes thee.

- Een zware fiets vol voedsel voelt altijd nog lichter aan dan een lichte fiets als je kampt met een zwaar voedselgebrek.

- Mijn bidons en jerrycans met nog 10 liter groenbruin water zijn voorlopig mijn levensgarantie. "Goed te drinken" volgens Peter en dat geloof ik maar, want als ik dat niet geloof, heb ik niets te drinken en dat is slechter dan groenbruin water. Twee dagen zonder water in deze wildernis en bij deze temperatuur en je hebt het gehad, dat is de algemene mening die je hier hoort.

- Wat zou er gebeuren als ik een been brak? Een beklemmende gedachte. Als mij hier wat overkomt, zal het waarschijnlijk maanden duren voordat iemand mij vindt. Voorlopig ben ik echter zo gezond als een vogel in de lucht. Toch houdt deze gedachte mij bezig en een vergelijking met de rimboe in de Sudan, waar ik een jaar of 13 geleden doorheen zwoegde, dringt zich op. Als me daar wat was overkomen, zou ik waarschijnlijk na niet al te lange tijd gevonden en naar een dorpje gebracht zijn. Verdere hulp zou echter onmogelijk zijn geweest, aangezien daar geen dokters en hulpposten waren, geen auto's of treinen en geen telefoon, telex of radio. In deze rimboe van Australië, die sterk op die van de Sudan lijkt, zou ik niet gevonden en naar een dorpje gebracht worden indien mij wat overkwam. Zou ik daarentegen op eigen kracht een farm, cattle station of welke nederzetting dan ook kunnen bereiken, dan zou één telefoontje van een minuut voldoende zijn om binnen anderhalf uur een Flying Doctor naast mijn bed te hebben staan, met tassen vol medicijnen en verbandmiddelen, en als die niet toereikend zouden zijn, zou ik anderhalf  uur daarna in het hospitaal in Alice Springs liggen.

- "Hoe gaat dat fietsen in deze hitte?" vroeg de man in het Nederlands. Dat was Peter. Ik vroeg hem hoe hij wist dat ik Nederlander was, waarop hij antwoordde, dat als er iemand op een plek rondfietst, waar een normaal mens het niet in zijn hoofd zou halen te fietsen, het waarschijnlijk een Nederlander is. Dat was volgens hem 35 jaar geleden in de Alpen al een regel met weinig uitzonderingen.

- Een paar honderd meter bij de weg vandaan bevindt zich naast de Hull River, waar een beetje water door vloeit, een hol in de rotsen. Hier heeft, zoals op een bord dat erbij geplaatst is, staat aangegeven de ontdekkingsreiziger Harold Lasseter in 1931 25 dagen gebivakkeerd toen zijn kamelen waarmee hij reisde, op hol geslagen en er met al zijn voorraden vandoor waren gegaan. De reddingsexpeditie waar hij op hoopte kwam niet en na die 25 dagen ging hij, ziek en half verhongerd en met slechts 1,7 liter water van start in een poging om te voet de 140 km ver gelegen Olga's te bereiken. Hij legde nog 55 km af maar stierf bij Irving Creek op 28 januari 1931. Uit deze trieste en dramatische geschiedenis valt dus te leren dat, hoewel je met kamelen beter door het zand kunt trekken dan met een fiets, een fiets ook voordelen heeft, want die kan niet op hol slaan en zeker niet met 60 kg bagage erop.

De boeken van Frank van Rijn zijn vrij constant van kwaliteit, maar ik vind "De rode kangoeroe" duidelijk tot zijn betere boeken behoren.

         
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 3 augustus 2022

Steve McCurry: Monsoon

Steve McCurry: Monsoon (Verenigde Staten, 1988): ongeveer 110 blz: Uitgeverij Timeless Books
 

 
Na een verblijf van 2 jaar in India, kreeg Steve McCurry van The National Geographical Society, de opdracht om een reportage te maken over de jaarlijks terugkerende moesson in Zuid- en Zuidoost-Azië. Steve McCurry reisde de moesson een half jaar achterna. 
 
Vergeleken met zijn eerste boek "The Imperial Way" vind ik de gemiddelde kwaliteit van zijn foto's in "Monsoon" hoger liggen. Ook nu vooral foto's van mensen, zowel portretten als mensen in het landschap. De beroemdste foto uit dit boek is ongetwijfeld die van een bebaarde man die tot aan zijn nek in het water staat in het overstroomde stadje Porbandar in Gujarat, in het westen van India, en die zijn oude naaimachine boven het water houdt.  

"Monsoon" heeft een inleidende tekst van 24 bladzijden en bevat 84 foto's.
 
Citaten:
- Monsoons occur in the sub-tropics, especially where land masses form roughly east-west coastlines. They are not single, aberrant storms, like hurricanes, but cyclical wave-like air masses that move into the Asian continent from the sea during the northern-hemisphere summer, and flow back to the sea in winter.
 
- And yet I, too, was changed. Covering the monsoons meant total immersion, a concentration that bordered on masochism. Day after day in grit-filled heat not even meant for mad dogs or Englishmen. Day after day wallowing in filthy water up to my chest, or standing in a torrential downpour, my shoulder aching from the umbrella propped in my armpit, and an incredulous assistant wishing he were somewhere else. I began to learn the art of patience.
 For months there is no rain, then there is too much. Half the world's people survive at the whim of the monsoon winds. This is the reality, and it will stay with me forever.
 
        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 9 oktober 2021

Dvd: Tracks

Tracks (Australië, 2013): 107 min: Regisseur John Curran
 
Tracks [2013]
 
"Tracks" is de verfilming van een waargebeurd verhaal.
 
In 1977 maakte de Australische Robyn Davidson samen met 3 volwassen kamelen, een jonge kameel en haar hond Diggity een trektocht van 2.700 kilometer dwars door de woestijnen van West-Australië vanaf Alice Springs tot aan de Indische Oceaan.
 
Voordat Robyn Davidson aan haar tocht begon moest er nogal wat gebeuren. Ze moest leren omgaan met kamelen en ze moest ook aan geld zien te komen. Bij dat laatste werd ze geholpen door de Amerikaanse fotograaf Rick Smolan, die voor National Geographic werkte, het tijdschrift dat haar reis wilde sponsoren op voorwaarde dat Smolan foto's mocht maken van Davidson tijdens haar tocht. Tijdens haar tocht en de drie bezoeken van Rick aan Robyn en haar gezelschap hadden Robyn en Rick iets wat op een losse romantische relatie leek.
 
Ik vind "Tracks" een erg onderhoudende film met in de eerste plaats prachtige beelden van het Australische landschap. Hoewel Robyn Davidson (gespeeld door Mia Wasikowska) een eigenzinnige vrouw is die bovendien een beetje mensenschuw is, voel ik toch direct sympathie voor haar en haar onderneming. Er gebeurt genoeg tijdens de tocht om de film in ieder geval voor mij boeiend te houden.
 
Op IMDB krijgt "Tracks" van  bijna 29.000 mensen een waardering van 7,2 en een metascore van 7,8.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 15 augustus 2021

A Day in the Life of Australia

A Day in the Life of Australia (Verenigde Staten, 1981): 286 blz: Uitgeverij Harry N. Abrams
 
A Day in the Life of Australia
 
De Amerikaanse fotojournalist Rick Smolan had een mooi idee. Hij wilde 100 beroemde fotografen van over de hele wereld uitnodigen om gedurende één dag het dagelijks leven in Australië vast te leggen. Het was de bedoeling dat van al die foto's die op die ene dag gemaakt werden een boek en een televisie documentaire zouden worden gemaakt. De dag die werd uitgekozen was 6 maart 1981.
 
Na twee jaar van voorbereidend werk was het zo ver. Een paar dagen voor 6 maart werden de meeste fotografen ingevlogen die een paar dagen de tijd kregen om te acclimatiseren en zich voor te bereiden op hun opdracht en die ook de gelegenheid kregen om elkaar te  ontmoeten. Er zaten wereldberoemde fotografen tussen. Wat te denken van namen als: Abbas, Eddie Adams, Rene Burri, Jodi Cobb, Susan Mieselas en Sebastiao Salgado? 
 
"A Day in the Life of Australië" is een mooi uitgevoerde hardcover met stofomslag van groot formaat. Zoals de bedoeling was staan er vooral foto's in van mensen met hun dagelijkse bezigheden. De meeste foto's die in dit boek staan zijn niet uitzonderlijk, wel geven ze allen een goed beeld van het dagelijks leven en de verscheidenheid van Australië. Leuk is dat bij iedere foto een kaartje staat waar de foto is gemaakt en wat het tijdstip van de opname is. De foto's zijn chronologisch naar het verloop van de dag geplaatst.
 
Ik vind "A Day in the Life of Australië" een mooi boek, dat een ongedwongen beeld van het land geeft. Later zijn er nog soortgelijke boeken verschenen over onder andere: Afrika, Californië, China, Hawaï, Japan, Spanje, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten die ik ook alle 8 in huis heb.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 4 april 2021

Alan Moorehead: Cooper Creek

Alan Moorehead: Cooper Creek: Het verhaal van de noodlottige expeditie van Burke en Wills naar het gloeiend hete binnenland van Midden-Australië (Australië, 1963): 211 blz: Vertaald door Anneke Meijer-Verkouter (1990): Uitgeverij Hollandia
 

 
Het verhaal van de mislukte expeditie van Robert O' Hara Burke en William John Wills heeft zich in het collectieve geheugen van Australië vastgezet. Zoals dat gaat is het grote publiek meestal veel meer geïnteresseerd in expedities waar tenminste een aantal mensen komen te overlijden dan in die expedities die vlekkeloos verlopen. 
 
Alan Moorehead vertelt in "Cooper Creek" het verhaal van deze expeditie op een zeer onderhoudende manier. Ik vind het in dit geval niet zo heel veel uitmaken, maar de Nederlandse vertaling loopt niet altijd even soepel.
 
In de winter van 1860 gingen Burke en Wills met een  groot en goed uitgerust gezelschap vanuit hun thuisbasis Melbourne op weg naar het noorden. De bedoeling was dat ze Australië van zuid naar noord zouden doorsteken en het onbekende land daartussen verkennen en in kaart brengen.

Voor deze expeditie waren kosten noch moeite gespaard, maar uiteindelijk werd een aantal fatale beslissingen noodlottig voor een aantal deelnemers van de expeditie, waaronder de expeditieleider Burke en zijn tweede man Wills.

"Cooper Creek" is een waardige toevoeging aan de boeken over mislukte expedities.

Citaten:
- Het was nu erg heet - tot 43 graden in de schaduw - maar deze hitte, schreef Wills, was door de droogte van de lucht niet erger dan wat ze in Melbourne te verduren hadden gehad. In een brief aan zijn zuster in Engeland bagatelliseerde hij zijn ervaringen: "Tot nu toe is de reis een makkie geweest." En dat ondanks het feit dat "wij voor water dat jij nooit zou willen proeven, onze lippen aflikken alsof het een glas sherry of champagne betrof".

- Het recept voor het bereiden van de prachtige rosékaketoe luidt blijkbaar als volgt: je kookt hem met een oude schoen en als de schoen mals is, gooi je de kaketoe weg en eet je de schoen op.

- Bij toeval kwamen ze op een inboorlingenpad terecht dat veelbetreden en hard was en dat voerde hen een bos in waar een groep zwarten kortgeleden rond hun kampvuren bataat had opgegraven. Deze bataat, zegt Wills, was zo overvloedig aanwezig dat zij (de zwarten) het zich konden permitteren er een heleboel van achter te laten nadat ze er waarschijnlijk de allerbeste uitgezocht hadden. Wij waren niet zo kieskeurig, maar aten een heleboel bataten die zij niet goed genoeg gevonden hadden op. We vonden ze erg lekker.

- "Toen ik merkte dat de kreek ver naar het noorden afboog, keerde ik terug naar het kamp van de zwarten en toen ik daar voorbij wilde lopen, nodigden ze me uit om te blijven. Dat deed ik dus en ik werd nog gastvrijer ontvangen dan te voren en mocht plaats nemen in een gunyah waar ze me volop vis en nardus gaven en ook een paar lekkere vette ratten. Die waren heerlijk. Ze werden met het vel er nog om gebakken. ..."

- Wills had nu zijn eerdere mening over de zwarten van de Cooper Creek volledig herzien. Hij betitelt die gemene en verachtelijke inboorlingen van een half jaar geleden nu als "mijn vrienden" en begint in zijn dagboek een lijstje aan te leggen van woorden die zij gebruiken.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 2 januari 2015

Thomas Keneally: Schindlers lijst


Small Cover ImageSpielberg's film heeft destijds veel indruk op mij gemaakt.
Nadat het Duitse leger in 1939 Polen heeft veroverd komt de Duitse zakenman Oskar Schindler naar Krakau om daar een emailfabriek te vestigen vlakbij het Joodse getto. Hij komt in aanraking met een aantal Joden en besluit om hen te helpen.

De officiële Nazi-politiek is om de Joden zoveel mogelijk te hinderen en hen uiteindelijk als volk te vernietigen. Schindler is het hier niet mee eens en hoewel hij tal van contacten heeft met hoge Nazi's, die hij door middel van drank, sigaretten en andere dure cadeus te vriend houdt, helpt hij de Joden zoveel hij kan.

In 1943 besluiten de Nazi's om de kampen in Krakau en ook Schindler's fabriek op te heffen. Schindler weet ze zover te krijgen dat hij een eigen kamp mag houden in Hongarije waar hij zogenaamd granaathulzen produceert voor een ultrageheim wapen. Hij stelt een lijst op van 1200 mensen die hij mee wil nemen naar het nieuwe kamp. In het kamp wordt niets geproduceerd en Schindler besteedt een groot deel van zijn geld om voedsel te kopen voor de Joden. Uiteindelijk behoren de Joden in Schindler's kamp tot de weinige Joden die in Duitsland de oorlog overleven.

Het verdere leven van Schindler na de oorlog is weinig opzienbarend. In "Schindler's lijst" worden talloze wreedheden van de Nazi's beschreven. Het geeft een aangrijpend beeld van een verwerpelijk regime en de strijd daartegen van enkele rechtvaardigen. Het boek leest ondanks zijn inhoud vlot weg en verdient het om gelezen te worden door hen die benieuwd zijn naar het leven van Oskar Schindler na het zien van Spielberg's film.