Posts tonen met het label Non-fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Non-fictie. Alle posts tonen

zaterdag 20 mei 2023

Mark Schalken (initiatiefnemer): De vleesvrije stad in 10 jaar

Mark Schalken (initiatiefnemer): De vleesvrije stad in 10 jaar (Nederland, 2021): 93 blz: Uitgave: Stichting Het Huis van Betekenis i.s.m. Uitgeverij Nachtwind


 
"De vleesvrije stad" is een uiterst origineel boek, een ludieke combinatie van een politiek pamflet en een kunstwerk.
 
De kunstenaar Mark Schalken werd in het voorjaar van 2020 gevraagd om een lezing te houden over een maatschappelijk urgente kwestie. Hij koos voor vleesconsumptie en de dierenindustrie. Vanwege corona ging de lezing niet door. Daarom benaderde Mark Schalken verwante tekenaars en schrijvers. Ze organiseerden een tekenproject met "De vleesvrije stad" als resultaat. Een getekend stappenplan: tien jaren in tien beeldverhalen. Elk verhaal kreeg een eigen thema.
 
Een schrijver, tien kunstenaars, één boek. Van de tien kunstenaars die aan het boek gewerkt hebben had ik alleen van Typex wel eens gehoord. "De vleesvrije stad" bestaat uit tien totaal verschillende korte beeldverhalen van 8 bladzijden lengte met links op de eerste bladzijde informatie over de kunstenaar. Het boek oogt prachtig. De tekenstijlen van de verschillende kunstenaars zijn alle zeer divers. Het sterkst vind ik de tekeningen bij het jaar 2025 van Leyla Ali die afkomstig is uit Azerbeidzjan en het jaar 2028 van Bob Mollema.
 
Ik vind "De vleesvrije stad" een mooi boek over een belangrijk onderwerp, maar ik vrees dat het teveel een preek voor eigen parochie is, er zullen niet zo veel mensen zijn die na lezing van dit boek ineens geen dieren of dierlijke producten meer zullen eten. Wat dat betreft vind ik de boeken van zowel Peter Singer als van Jonathan Safran Foer aanmerkelijk meer overtuigend.
 
         
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 24 april 2023

Jonathan Safran Foer: Dieren eten

Jonathan Safran Foer: Dieren eten (Verenigde Staten, 2009): 279 blz: Vertaald door Otto Biersma & Onno Voorhoeve (2009): Uitgeverij Ambo/Manteau
 

 
Voordat Jonathan Safran Foer begon aan het schrijven van zijn boek over het eten van dieren wilde hij voor zichzelf en zijn gezin weten wat vlees is. Hij wilde het zo concreet en veelomvattend mogelijk weten. Waar komt het vandaan? Hoe wordt het geproduceerd? Hoe worden dieren behandeld, en in welke mate doet dat ertoe? Wat zijn de economische, maatschappelijke en milieueffecten van het eten van vlees?
 
Wat begon als een persoonlijke speurtocht leidde tot een onderzoek naar de bio-industrie. Foer kwam dingen te weten die hij als burger niet kon negeren en als schrijver niet voor zichzelf kon houden.
 
"Dieren eten" komt aan als een stomp in de maag. Het is een zeer overtuigend argument tegen het eten van vlees, maar vooral tegen de bio-industrie. Als zodanig vind ik "Dieren eten" een nog sterker boek dan het vorige boek dat ik las "Dierenbevrijding" van Peter Singer.
 
Citaten:
- Toen ik zeven was, treurde ik om de dood van mijn goudvis. Ik kwam erachter dat mijn vader hem door de wc had gespoeld. Ik maakte mijn vader in andere - minder beschaafde - bewoordingen duidelijk dat je dieren dieren niet door de wc mocht spoelen. Toen ik negen was, had ik een oppas die geen levende wezens pijn  wilde doen. Zo zei ze het letterlijk toen ik haar vroeg waarom ze geen kip at zoals mijn oudere broer Frank en ik: "Ik wil geen levende wezens pijn doen."
 "Pijn doen?" vroeg ik.
 "Je weet toch dat kip van een kip komt?"
 
- De bio-industrie is eerder een bepaalde manier van denken dan een  manier van doen: beperk de productiekosten tot het absolute minimum en negeer of "verplaats" systematisch de kosten van milieuvervuiling, menselijke ziektes en dierenleed.

- Kalkoenen leggen tegenwoordig honderdtwintig eieren per jaar en kippen meer dan driehonderd. Dat is twee tot drie keer zoveel als in de natuur. Na dat eerste jaar worden ze geslacht omdat ze daarna niet meer zoveel eieren leggen - de pluimvee-industrie heeft berekend dat slachten en opnieuw beginnen meer oplevert dan vogels die minder eieren leggen te huisvesten en te voeden. Dat is een van de redenen waarom pluimveevlees tegenwoordig zo goedkoop is, maar de vogels betalen de prijs.

- De machthebbers in de intensieve veehouderij weten dat ze hun werkwijze alleen in stand kunnen houden als de consument onwetend blijft over wat er gebeurt.

- Als ik een bedrijfslogo misbruik, kan ik in principe in de cel belanden; als een bedrijf een miljard vogels misbruikt, beschermt de wet niet die vogels, maar het recht van dat bedrijf om te doen en laten wat het wil. Dát gebeurt er als je dieren hun rechten onthoudt. Het is idioot dat iedereen dierenrechten als iets idioots beschouwt. We leven in een wereld waarin het normaal is om een dier als een blok hout te behandelen en extremistisch om een dier te behandelen als een dier.

- In de jaren '40 werd ook begonnen met het toevoegen van sulfa en antibiotica aan het voer, die de groei bevorderden en de ziektes in toom hielden die door de opeengepakte leefomstandigheden de kop opstaken. Het voedsel- en medicijnregime werd steeds meer afgestemd op de "kippen van de toekomst" en tegen de jaren '50 was er niet langer één kip, maar twee verschillende - een voor eieren en een voor vlees.
 
- Pak een A4'tje en stel je daar een volwassen vogel ter grootte van een rugbybal met poten op voor. Stel  je nu drieëndertigduizend van zulke rechthoeken op een traliewerk voor. (Vleeskippen zitten nooit in kooien, en worden nooit gestapeld.) Omsluit het traliewerk met muren zonder ramen en zet er een dak op. Plaats geautomatiseerde (van medicijnen vergeven) voeder-, water-, verwarmings-, en ventilatiesystemen. Dit is een fokkerij.
 
- Voor bijna alle voor menselijke consumptie bestemde dieren geldt, ongeacht de omstandigheden waarin ze leven- "scharrel", "vrije uitloop" of "biologisch" - dat hun lichaamsbouw ze voorbestemd voor pijn. De bio-industrie, die veehouders de mogelijkheid geeft om veel geld te verdienen aan ziekelijke dieren dankzij antibiotica, andere farmaceutische middelen en een strikt gecontroleerde leefomgeving, heeft nieuwe rassen van soms monsterlijke wezens gecreëerd.
 
- We hebben het machtige wapen van de genetica ingezet om dieren te scheppen die niet minder, maar meer lijden.
 
- ..., want de meeste producten die als "diervriendelijk" worden verkocht zijn niet meer dan pogingen van de bio-industrie om geld te slaan uit de groeiende betrokkenheid van de consument bij dierenwelzijn.
 
- Een boer moet niet alleen maar voorkomen dat zijn dieren onnodig lijden. Ik vind dat we de dieren maximaal geluk verschuldigd zijn. Omdat wij hun leven nemen om ervan te eten, vind ik dat ze recht hebben op de geneugten die het leven te bieden  heeft - dingen als in de zon liggen, paren en jongen grootbrengen. Ik vind dat ze recht hebben op plezier. En onze dieren hebben dat ook! Wat me tegenstaat aan de meeste voorschriften voor de productie van "diervriendelijk" vlees, is dat ze zich alleen maar richten op het voorkomen van dierenleed. Ik vind dat dat vanzelf spreekt. Onnodig lijden van de dieren mag op geen enkel bedrijf getolereerd worden.
 
- Hoewel de bevolking dus niet profiteert van de bio-industrie, is het ironische ook nog eens dat ze niet alleen van ons verwachten dat we hun producten kopen, maar ook nog eens betalen voor hun fouten. Alle vervuiling en alle kosten voor het opruimen van hun afval wentelen ze af op de gemeenschap. Hun prijzen zijn kunstmatig laag - voor alle verborgen kosten mag iedereen nog jarenlang betalen.
 
- Natuurlijk worden de meeste mensen nooit geconfronteerd met het onplezierige feit dat het produceren van dierlijk voedsel (ook zuivel en eieren) gepaard gaat met het doden van dieren. Ze kopen hun vlees, vis en kaas bij restaurants en supermarkten, al toebereid of verpakt in stukjes zodat de gedachte aan het dier zélf niet in ze opkomt.
 
- Het zou niet de verantwoordelijkheid van de consument moeten zijn om te bepalen wat wel of niet wreed is, en wat wel of niet duurzaam. Wrede en niet-duurzame voedingsmiddelen zouden verboden moeten zijn. We willen niet de mogelijkheid hebben om speelgoed met loodhoudende verf te kopen, of spuitbussen die de ozonlaag afbreken, of medicijnen met onvermelde bijwerkingen. Zo willen we ook niet de mogelijkheid hebben om vlees van mishandelde dieren te kopen.
 
Op de achterflap van "Dieren eten" staat de volgende tekst van de Zuid-Afrikaanse schrijver John Coetzee: "Foer beschrijft de alledaagse gruwelen van de bio-industrie zeer levensecht, en zijn kritiek op de mensen die het systeem in stand houden is overtuigend. Wie na het lezen van Dieren eten deze producten nog consumeert is óf harteloos óf ongevoelig voor de rede, of allebei." Voor aanvang van het lezen leken mij dit nogal grote woorden, maar na dit boek gelezen te hebben ben ik het hier helemaal mee eens.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 20 april 2023

Peter Singer: Dierenbevrijding

Peter Singer: Dierenbevrijding (Australië, 1975): 327 blz: Vertaald door H. & R. Samsen & Martin Bremer & Linda Knopper (1994): Uitgeverij de Geus
 

 
Ik heb het verontrustende boek "Dierenbevrijding" van de Australische ethicus Peter Singer eerder gelezen in 1995. Destijds was ik net vegetariër af en deed ik niets met de informatie in het boek. "Dierenbevrijding" staat al een tijdje op mijn lijst met boeken die ik wil herlezen.

In "Dierenbevrijding" beschrijft Peter Singer de misdaden die begaan worden tegen niet-menselijke dieren in naam van de wetenschap en voor onze voedselvoorziening. Er wordt op uitgebreide schaal gebruik gemaakt van proefdieren voor allerlei zeer pijnlijke experimenten waarvan het maar zeer de vraag is of ze enige nuttige informatie opleveren. Naar schatting ging het in jaren 80 in de Verenigde Staten alleen al om tussen de 17 en 22 miljoen dieren per jaar. 

Er wordt nog veel meer dierenleed veroorzaakt door dieren te fokken zodat mensen vlees kunnen eten. Het gaat alleen al in de Verenigde Staten om 200 miljoen runderen, varkens en schapen per jaar en zo'n 5 miljard kippen. De citaten spreken voor zich waar het gaat om de behandeling van niet-menselijke dieren.
 
Citaten:
- Speciesisme (van "species" = soort) - het is geen aantrekkelijk woord, maar ik kan geen beter bedenken - is een vooroordeel of vooringenomen houding ten gunste van de belangen van de eigen soort, tégen die van leden van andere soorten. 

- Zelfs als we het toebrengen van leed aan dieren alleen maar zouden verhinderen als het behoorlijk zeker is dat de belangen van mensen daardoor niet in die mate zullen worden geschaad als waarin de dieren worden geschaad, zouden we gedwongen zijn radikale veranderingen aan te brengen in onze behandeling van dieren. Deze veranderingen zouden betrekking hebben op onze eetgewoonten, de methoden die worden toegepast in de veeteelt, de experimentele procedures op vele terreinen van de wetenschap, onze houding tegenover de fauna en de jacht, het vangen van dieren met strikken en vallen en het dragen van bont, en vormen van amusement als circussen, rodeo's en dierentuinen. Het resultaat zou zijn dat er een enorme hoeveelheid leed zou worden vermeden.

- Experimenten op niet-menselijke dieren, zoals die tegenwoordig over de gehele wereld worden uitgevoerd, laten zien wat de gevolgen zijn van speciesisme. Dieren worden onderworpen aan buitengewoon pijnlijke experimenten, zonder dat er maar het minste vooruitzicht bestaat op aanmerkelijke voordelen voor mensen of andere dieren. 

- Een Brits tijdschrift voor het boerenbedrijf vertelde zijn lezers:
 De moderne leghen is, uiteindelijk, niet meer dan een uitermate efficiënte conversiemachine, die de ruwe grondstoffen - voedsel - omzet in het eindprodukt - het ei - minus, uiteraard, onderhoudsbenodigdheden.

- "De fokzeug moet gezien en behandeld worden als een kostbare machine die baby-varkens uitperst zoals een worstmachine worst." Aldus een vooraanstaand bedrijfsleider van Wall's Meat Company.
 
- De woeste weidegrond is niet noodzakelijk het verblijfsgebied van de cowboy. 't is waarschijnlijker dat zijn thuis een weiland is en dat een rund het dichtst in de buurt komt van salie in een ketel gebraden rundvlees. Dit is 't moderne cowboyleven. Dit is Norris Frams, waar ze in plaats van zevenhonderd stuks te laten rennen op een met weinig gras begroeide prairie van twintigduizend hectare, zevenduizend stuks laten rennen op elf hectare beton.
 
- Niemand die gewend is een dier te eten, kan volkomen onbevooroordeeld oordelen of de omstandigheden waaronder dat dier wordt gefokt lijden veroorzaken.
 In de praktijk is het onmogelijk om op grote schaal dieren te fokken voor voedsel zonder ze aanzienlijk te laten lijden. Zelfs als er geen gebruik wordt gemaakt van intensieve methoden om de produktie op te voeren, dan blijft ook de traditionele boerderij toch de castratie, het scheiden van moeder en jong, het uit elkaar halen van sociale groepen, het brandmerken, het transport naar het slachthuis en, ten slotte, het slachten zelf met zich meebrengen.
 
- George Bernard Shaw heeft eens gezegd dat zijn begrafenisstoet zou bestaan uit talrijke schapen, runderen, varkens, kippen en een hele school vissen, die allemaal dankbaar waren dat zij ontkomen waren aan het slachthuis dankzij het feit dat hij vegetariër was.
 
- In 1974 schatte een hoge ambtenaar dat als de Amerikanen hun vleesconsumptie een jaar lang met slechts tien procent zouden verminderen, er minstens twaalf miljoen ton graan voor menselijke consumptie zou vrijkomen - genoeg om zestig miljoen mensen mee te voeden.
 
- Dat overigens aardige mensen het een plezierige tijdpassering vinden om aan de waterkant een haak in het water te laten bengelen terwijl naast hen eerder gevangen vissen langzaam dood liggen te gaan, is echt alleen omdat vissen niet kunnen janken of jammeren op een manier die wij kunnen horen.
 
Zoals gezegd is "Dierenbevrijding" een zeer verontrustend boek. Het is ook een belangrijk boek omdat het zeer overtuigende argumenten geeft voor een andere manier van leven. Je kunt dit boek natuurlijk ook ongelezen laten en gewoon minder vlees gaan eten. Mij heeft het in ieder geval overtuigd om minder vlees te gaan eten, hoe lekker ik vlees ook vind.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 20 februari 2022

Lidewijde Paris: Hoe lees ik?

Lidewijde Paris: Hoe lees ik? (Nederland, 2016): 275 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 
Hoe lees ik?
 
Op de sites van collega-bloggers heb ik al een aantal enthousiaste besprekingen over "Hoe lees ik?" van Lidewijde Paris gelezen. Kijk op de blogs van Alek, Barbara en Jannie voor een uitgebreidere bespreking. Omdat er dus al minstens drie goede besprekingen op het net staan, houd ik het hier kort. Wel geef ik zoals gebruikelijk een aantal citaten, hoewel ik hier meteen bij moet zeggen dat ik het aantal geschikte citaten in het boek naar verhouding erg klein vind.
 
De ik in de titel, slaat niet zoals je misschien zou denken op de lezer van het boek, maar op Lidewijde Paris, de schrijfster ervan. Lidewijde Paris is redacteur bij een literaire uitgeverij en haar manier van lezen zou je dus als een beroepsdeformatie kunnen beschouwen. Het lijkt mij niet meer dan logisch dat een redacteur veel gedetailleerder naar een tekst kijkt dan een gemiddelde lezer dat ooit zal doen.
 
Lidewijde Paris schrijft zeer onderhoudend en zeer leesbaar. Om haar betoog te ondersteunen legt ze een aantal begrippen uit de literatuurstudie uit, zoals "fabel en sujet" en "Raffung und Dehnung" waar ik nog nooit van had gehoord en dat ik zeer mooie termen vind. Aan de hand van een aantal tekstfragmenten die allen zeer de moeite van het lezen waard zijn, laat Lidewijde zien hoe een tekst is opgebouwd.
 
Zoals gezegd vind ik dat Lidewijde Paris zeer onderhoudend schrijft en ook mooie teksten heeft uitgezocht om haar betoog te ondersteunen. Haar manier van lezen echter verdient wat mij betreft geen navolging. Ik denk dat 98% van de lezers het met mij eens is, als ik zeg dat ik lees voor mijn plezier en niet om een literatuurbespreking te schrijven of te houden. Het doet mij veel te veel denken aan de methoden op de middelbare school toen mij voor langere tijd (ongeveer 10 jaar) het plezier in het lezen werd ontnomen door de manier waarop we op school met lezen waren omgegaan.
 
Na het succes van "Hoe lees ik?" heeft Lidewijde Paris zich speciaal gericht op het lezen van korte verhalen en "Hoe lees ik korte verhalen" geschreven. Dat boek heb ik meteen na "Hoe lees ik?" gelezen en is eigenlijk een herhaling van zetten. Wat mij betreft kunt u dat boek rustig overslaan, al is het wel leuk om de 14 korte verhalen te lezen die Lidewijde heeft uitgekozen voor dat boek. Ik vind over het algemeen de uitgekozen teksten in het nieuwe boek ook minder lezenswaardig dan in haar eersteling. 
 
Inmiddels is een derde boek van Lidewijde verschenen: "Een gedicht is ook maar een ding". Ik heb het bij mijn bibliotheek gereserveerd en zal het binnenkort ook wel lezen en (wie weet?) bespreken. 
 
Citaten:
- Begrippen helpen vooral bij het duidelijk maken van en het praten of schrijven over literatuur, ze zijn geen doel op zich, hoe bevredigend het vinden ook kan zijn; het is makkelijker om naar "een hamer" te vragen dan steeds te verwijzen naar "dat ding met een houten of metalen handvat en een ijzeren blok aan het uiteinde waarmee we stukjes metaal die we "spijkers" noemen in de muur of een stuk hout slaan zodat we iets kunnen ophangen of twee dingen met elkaar verbinden".
 
- Als ik lees, heb ik altijd een potlood bij de hand. Ik zet dus puntjes en strepen, smileys en m's. Ik maak stambomen, schrijf namen van personages bovenin, noteer voorin op welke bladzijden ik mooie citaten heb gevonden of een verklaring voor de titel. Alles wat mij opvalt tijdens het lezen is meestal wel ergens in die aantekeningen terug te vinden.
 
- In  The New Yorker van 24 juni 1996 geeft Bill Buford de volgende definitie van een verhaal: "Het is een stuk tekst dat de lezer aanzet om te willen weten wat er verder gebeurt."
 
- ... iemand kan alleen iets onbekends benoemen aan de hand van dingen die hij wel kent.
 
- Op namen ben ik hoe dan ook verdacht. En ik ben vertalers altijd grenzeloos dankbaar als ze laten weten dat namen van personages een extra, functionele betekenis dragen, zeker als ik laat vertalen uit een taal waarvan ik niet alle ins en outs ken.
 
Uit "De kraai" van Kader Abdolah:
-  Soms vertel ik dingen waarvan ik twijfel of ze waar zijn, maar tot mijn verbazing komen ze geloofwaardiger over dan de waarheid.

- De kunst van het praten over boeken ligt niet alleen in het ventileren van een mening, maar in de uitleg waarop je die mening baseert.

   
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 23 juni 2021

Jared Diamond: Zwaarden, paarden & ziektekiemen

Jared Diamond: Zwaarden, paarden & ziektekiemen: Waarom Europeanen en Aziaten de wereld domineren (Verenigde Staten, 1997): 420 blz: Vertaald door Conny Sykora (2000): Uitgeverij het Spectrum
 
Zwaarden Paarden En Ziektekiemen De Onge 
 
In "Zwaarden, paarden & ziektekiemen" probeert de Amerikaanse evolutiebioloog Jared Diamond een antwoord te geven op de vraag waarom bepaalde delen van de wereld meer succesvol zijn dan andere.

Hij kijkt hierbij naar de ligging van de verschillende continenten, de aanwezigheid van planten en dieren die gecultiveerd of gedomesticeerd kunnen worden en de aanwezigheid van ziektekiemen.

In het nabije Oosten (in het boek de "Vruchtbare Halvemaan" genoemd, hoewel dat gebied tegenwoordig helemaal niet zo vruchtbaar meer is) kwamen van nature de grassoorten voor met de grootste graankorrels, vandaar dat dit gebied een voorsprong had bij de eerste landbouw. Ook kwamen juist hier de dieren voor die het makkelijkst gedomesticeerd konden worden (paard, rund, varken, schaap en geit).

Omdat veel ziekten zich ontwikkelden in gebieden met veel kuddedieren ontwikkelden de Europeanen en de Aziaten resistentie voor veel ziekten. Dit speelde later een grote rol bij de Europese verovering van Amerika waarbij waarschijnlijk zo'n 90-95 % van de oorspronkelijke bevolking stierf door allerlei Europese ziekten. Bij de kolonisatie van Afrika stierven veel minder mensen door ziekten omdat ze er daar al aan gewend waren.

De verklaring die Jared Diamond geeft voor de loop van de geschiedenis van na de 15e eeuw is veel minder overtuigend. Toch is dit een heel inspirerend boek, dat uitnodigt tot nadenken. Maar dit boek is voor mij toch vooral belangrijk omdat het mijn kijk op de prehistorie heeft veranderd.
  
Citaten:
- Aan dat alles moet Yali hebben gedacht toen hij mij met weer zo'n doordringende blik van zijn flitsende ogen vroeg: "Waarom hebben jullie blanken zoveel spullen gemaakt en die naar Nieuw-Guinea gebracht en hadden wij zwarte mensen zo weinig spullen?"

- Journalisten vragen regelmatig aan auteurs om een dik boek in één zin samen te vatten. Voor dit boek bestaat er zo'n zin: "De geschiedenis heeft voor verschillende volkeren een verschillende loop genomen als gevolg van verschillen in het milieu van die volkeren, niet vanwege biologische verschillen tussen de volkeren zelf."

- Dus de kolonisatie van Australië/Nieuw-Guinea is in die zin van grote betekenis dat er boten voor nodig waren; de kolonisatie levert dus verreweg het vroegste bewijs voor het gebruik van schepen. Pas zo'n 30.000 jaar later (13.000 jaar geleden) is er een duidelijk bewijs van het gebruik van boten elders in de wereld, namelijk in het Middellandse-Zeegebied.

- Terwijl de meeste extincties in Australië vermoedelijk meer dan 30.000 jaar geleden plaatsvonden, was dat in Noord- en Zuid-Amerika 17.000 tot 12.000 jaar geleden het geval. Voor die uitgestorven Amerikaanse zoogdieren waarvan de beenderen in enorme aantallen voorkomen en bijzonder nauwkeurig gedateerd zijn, kan de extinctie precies worden gedateerd op omstreeks 11.000 v.Chr.

- Door het selecteren en kweken van de paar soorten planten en dieren die we wel kunnen eten, zodat zij 90% en niet 0,1% van de biomassa op een hectare land vormen, krijgen we veel meer eetbare calorieën per hectare. Bijgevolg kan een hectare gecultiveerd land veel meer herders en boeren voeden - in het algemeen 10 tot 100 maal zoveel - dan een wild stuk land jagers-verzamelaars kan voeden. ...
 In mensengemeenschappen met gedomesticeerde dieren voorzagen die huisdieren op vier verschillende manieren in het levensonderhoud van meer mensen: door vlees, melk en mest te leveren en door de ploeg te trekken.

- Het blijkt dat de eerste gewassen die zo'n 10.000 jaar geleden in de Vruchtbare Halvemaan werden gedomesticeerd, zoals tarwe, gerst en erwten, ontstaan zijn uit wilde stamvormen die al veel voordelen boden.

- Granen hebben het voordeel dat ze snel groeien, veel koolhydraten bevatten en per hectare tot een ton aan eetbaar voedsel kunnen opbrengen. Bijgevolg zijn granen tegenwoordig goed voor meer dan de helft van alle calorieën die mensen consumeren en vormen zij vijf van de twaalf belangrijkste gewassen van de moderne wereld (tarwe, maïs, rijst, gerst en sorghum). Veel granen hebben een laag eiwitgehalte, maar dat tekort wordt gecompenseerd door peulvruchten die dikwijls 25% eiwit bevatten (sojabonen zelfs 38%). Granen en peulvruchten samen leveren dus een groot deel van alles wat een evenwichtige voeding moet bevatten.

- Er leven op aarde maar ongeveer 148 soorten grote wilde landzoogdieren die herbivoor of omnivoor zijn, grote dieren die geschikte kandidaten voor domesticatie zouden kunnen zijn.

- Maar bedenk dan dat de grote meerderheid van wilde planten om voor de hand liggende redenen ongeschikt is: ze zijn houtig, ze produceren geen eetbare vruchten en ook hun bladeren en wortels zijn oneetbaar. Van de 200.000 wilde plantensoorten worden er maar een paar duizend door mensen gegeten, en maar een paar honderd daarvan zijn min of meer gedomesticeerd.

- Slechts een dozijn soorten is verantwoordelijk voor meer dan 80% van de huidige jaarlijkse opbrengst van alle gewassen. Dit dozijn "kassuccessen" zijn de granen tarwe, maïs, rijst, gerst en sorghum, de peulvrucht soja, de wortels of knollen aardappel, maniok, en zoete aardappel, de suikerleverende gewassen suikerriet en suikerbiet, en van de vruchten bananen.

- Ons onvermogen om in deze moderne tijd ook maar één belangrijk nieuw voedingsmiddel te domesticeren, lijkt erop te wijzen dat de volkeren in het verleden misschien werkelijk al praktisch alle bruikbare wilde planten hebben beproefd en degene die de moeite van het domesticeren waard waren inderdaad hebben gedomesticeerd.

- De landbouw kwam in de Vruchtbare Halvemaan op gang dankzij de vroege domesticatie van acht gewassen, de zogeheten founder crops (zo genoemd omdat zij de basis vormden voor de landbouw in dit gebied en mogelijk in de wereld). Die acht uitgangsgewassen waren de granen emerkoren, eenkoren en gerst, de peulvruchten linzen, erwten, kikkererwten en wikke, en het vezelgewas vlas. Van deze acht zijn slechts twee soorten, vlas en gerst, in het wild ver buiten de Vruchtbare Halvemaan en Anatolië verspreid.

- Het succes van gedomesticeerde zoogdieren berust op een verrassend klein aantal grote plantenetende landzoogdieren. (Alleen landzoogdieren zijn gedomesticeerd om de voor de hand liggende reden dat waterdieren moeilijk te houden en te fokken waren). Als je "groot" definieert als "zwaarder dan 100 pond" waren er tot de 20e eeuw slechts 14 van zulke soorten gedomesticeerd. Van die 14 werden er 9 in een beperkt gebied belangrijke huisdieren voor de mens: dromedaris, kameel, lama/alpaca, ezel, rendier, waterbuffel, yak, banteng en gaur. Slechts 5 soorten werden over de hele wereld verspreid en belangrijk. Die vijf belangrijkste gedomesticeerde zoogdieren zijn de koe, het schaap, de geit, het varken en het paard.

 
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 2 maart 2021

Euclides da Cunha: De binnenlanden

Euclides da Cunha: De binnenlanden (Brazilië, 1902): 460 blz: Vertaald door August Willemsen (2001): Uitgeverij Meulenhoff
 
De Binnenlanden
 
"De binnenlanden" van de Braziliaanse schrijver Euclides da Cunha laat zich lezen als een spannende roman, maar is in feite een superieur voorbeeld van literaire non-fictie.
 
In "De binnenlanden" wordt het verhaal verteld van een religieus leider, Antonio Conselheiro, die samen met zijn volgelingen een gemeenschap sticht en een plaatsje opricht, Canudos, gelegen diep in de binnenlanden en dat erg moeilijk toegankelijk is (en te veroveren) vanwege zijn afgelegen ligging tussen de bergen.
 
De regering van Brazilië is niet blij met de ketter en stuurt een aantal militairen op hem af om hem te vermoorden. Deze op het oog makkelijke klus mislukt doordat de Conseilheiro een aantal geslepen vechtjassen als volgelingen heeft. Nog drie keer, wordt er een steeds grotere expeditie uitgestuurd om de leider en zijn volgelingen uit te roeien.
 
Bij de vierde en laatste expeditie zijn het uiteindelijk meer dan 6.000 soldaten die Canudos innemen dat verdedigd wordt door een paar honderd vechtjassen.
 
Da Cunha leidt zijn boek in met 115 bladzijden waarin hij het land rondom Canudos en zijn inwoners beschrijft. Hij doet dit meesterlijk, hoewel ik af en toe wenste dat het eigenlijke verhaal zou beginnen.

Het eigenlijke verhaal is dat van de religieuze leider en de vier expedities die ondernomen worden om hem te verslaan. Het is één verhaal vol met slecht doordachte militaire acties waarbij nodeloos veel doden en gewonden vallen. Tevens is het een verhaal over een burgeroorlog in een voor mij totaal onbekend gebied, waarin het verloop van een oorlog zo realistisch en geloofwaardig beschreven is, zoals ik dat nooit eerder in een boek heb gelezen.

"De binnenlanden" stond hoog op mijn lijst van mijn favoriete romans. Het hoort niet thuis op mijn lijst met romans, maar op mijn lijst met boeken over geschiedenis. Hoewel het belang van de beschreven gebeurtenissen voor mij als Nederlander vrij gering is, komt dit boek op de bovenste plaats van mijn lijst met mijn favoriete geschiedenisboeken.

De vertaling, het nawoord en het notenapparaat door Augustus Willemsen zijn allen voortreffelijk. August Willemsen heeft ervoor gekozen om een aantal typisch Braziliaanse termen onvertaald te laten, wat de authenticiteit van het boek verhoogt. Petje af voor de vertaler!

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 3 februari 2021

Marc van Roosmalen: Darwin in een notendop

Marc van Roosmalen: Darwin in een notendop (Nederland, 2009): 115 blz: Uitgeverij Bert Bakker
 
Darwin in een notendop
 
Er is een tijd geweest dat boeken niet dik genoeg voor mij konden zijn, mits goed geschreven. Die tijd ligt inmiddels ver achter mij, tegenwoordig heb ik een sterke voorkeur voor wat dunnere boeken van schrijvers met minder alomvattende ambities. 

Marc van Roosmalen is een Nederlandse bioloog die onderzoek heeft gedaan naar apen in het Amazonegebied. In "Darwin in een notendop" probeert hij om in krap 100 bladzijden een overzicht te geven van leven en werk van Charles Darwin, de ideeën van Darwin in relatie tot de moderne natuurwetenschappen en een kort overzicht van zijn eigen onderzoek. 

Zoals te verwachten valt van een zo'n dun boekje over zo'n uitgebreid onderwerp faalt hij hierin. De eerste 45 bladzijden waarin van Roosmalen een overzicht geeft van het leven en werk van Darwin vind ik het meest geslaagde deel van het boek. Hoewel er natuurlijk veel meer over Darwin te vertellen valt, geeft dit toch wel een geslaagde en beknopte samenvatting van het belangrijkste.

In de overige hoofdstukken van het boek blijkt dat van Roosmalen te veel hooi op zijn vork heeft genomen. Het betoog is zeer schetsmatig, er worden veel begrippen niet uitgelegd, de tekst is moeilijk te volgen en er staat weinig in dat de moeite van het onthouden waard is.

Kort gezegd: ondanks mijn liefde voor dunne boeken is "Darwin in een notendop" voor mij niet geslaagd. U kunt dit boek rustig ongelezen laten!

    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 15 januari 2021

David Quammen: Zoönose

David Quammen: Zoönose: Hoe dodelijke ziekten van dier naar mens overspringen (Verenigde Staten, 2013): 500 blz: Vertaald door Peter Diderich (2013): Uitgeverij Atlas Contact
 
Zoönose
 
Bij het schrijven van deze bespreking doe ik iets wat ik nog nooit eerder heb gedaan, ik schrijf het uitsluitend op basis van mijn geheugen omdat ik dit boek sinds afgelopen dinsdag heb uitgeleend aan een vriend die het ook heel graag wilde lezen. Er kunnen dus foutjes in de tekst zitten.
 
"Zoönose", de nieuwe titel van een boek dat in 2013 is uitgegeven onder de titel "Van dier tot mens" gaat over de overdracht van ziekten van dieren naar mensen, zoönose is de wetenschappelijke term voor dat proces.

Wie van David Quammen zijn eerdere boek "Het lied van de Dodo" heeft gelezen weet dat Quammen een bevlogen bioloog en journalist is, die bovendien geweldig kan schrijven. Ook "Zoönose" is erg onderhoudend, maar door de aard van de materie is het een nogal pittig boek om te lezen. Quammen schrijft naar eigen zeggen voor de geïnteresseerde leek, maar ik denk dat het voor de gemiddelde lezer toch iets te hoog gegrepen is.

De opzet van "Zoönose" is gelijk aan "Het lied van de Dodo". In talloze korte stukjes vertelt Quammen zijn verhaal als een spannende roman. Hij begint steeds met de beschrijving van een ziekte (meestal een virusziekte) en vertelt vervolgens het verhaal daarvan. Quammen reist daarbij over de hele wereld, van Australië tot China, Kongo, Maleisië, de Verenigde Staten, Bangladesh tot aan ons eigen Noord Brabant toe.

Hij spreekt daarbij zowel met slachtoffers, hun behandelaars als ook met tal van deskundigen. Ook heeft hij stapels relevante literatuur doorgeploegd.

"Zoönose" begint met het verhaal van het Hendra-virus dat in 1995 in een klein plaatsje in Australië opdook en waardoor een aantal renpaarden stierven. Een paar mensen die die paarden behandelden stierven ook, een paar anderen overleefden het. Na onderzoek bleek dat het virus overgedragen werd door vleermuizen. Gelukkig bleef het bij een paar doden.

Vervolgens heeft  Quammen het over het Ebola-virus in West-Afrika, SARS in China, Hong Kong en Singapore, de Q-koorts in Noord Brabant, de ziekte van Lyme in de Verenigde Staten en het Nipah-virus in eerste instantie in Maleisië en later in Bangladesh. 

In al deze gevallen blijkt dat er een diersoort is waar het virus schuilging of dat nu gorilla's zijn bij Ebola, geiten bij de Q-koorts, de civetkat bij SARS of heel vaak vleermuizen. Vleermuizen blijken bijzonder vatbaar te zijn voor het herbergen  van allerlei enge ziektes, waarschijnlijk omdat vleermuizen vaak in enorme kolonies dicht op elkaar leven.

Het 8e en voorlaatste hoofdstuk van het boek, getiteld "De rivier en de chimpansee" gaat over de oorsprong en verspreiding van AIDS. Omdat ik dit het meest interessante hoofdstuk van het boek vind en waarschijnlijk ook het meest relevante (in 2013 had AIDS al 30 miljoen slachtoffers geëist) wil ik dit verhaal wat uitgebreider onder de aandacht brengen.

Rond 1980 werden bij een aantal patiënten in een ziekenhuis in Miami vreemde verschijnselen waargenomen die deden denken aan een nieuw soort ziekte die nog onbekend was en die later AIDS genoemd zou worden. Mensen die eenmaal die ziekte hadden stierven vroeg of laat.

Sinds die tijd is er een enorme hoeveelheid onderzoek verricht naar het HIV-virus dat AIDS veroorzaakt en ook naar de vraag waar het oorspronkelijk vandaan komt en hoe het zich heeft verspreid. Quammen heeft met tal van deskundigen gesproken en uit al die informatie een samenhangend verhaal gemaakt.

Eind jaren 50 en begin jaren 60 waren er in Leopoldville (toen in Belgisch Kongo, tegenwoordig Kinshasa in Kongo) een aantal gevallen van een vreemde toen onbekende ziekte. Men heeft destijds bloedmonsters genomen die lange tijd lagen te verstoffen maar nu jaren later blijken 2 van die monsters het HIV-virus te bevatten. Het ene monster was uit 1959 en het andere monster uit 1960. Omdat de snelheid waarin het HIV-virus muteert bekend is kon berekend worden dat de virussen uit beide monsters een gemeenschappelijke voorouder hadden uit ongeveer 1908.

Waar zou het HIV-virus vandaan komen? Er is onderzocht of het virus onder wilde zoogdieren in Afrika in de natuur voorkomt. Na lang zoeken bleek een groot aantal chimpansees in het uiterste zuidoosten van Kameroen besmet te zijn met een virus dat heel erg op het HIV-virus bij mensen lijkt. Nu had men dus een tijd en een plaats.

Quammen komt met de hypothese van "De Gewonde Jager", dat rond 1908 een jager zich verwondde bij de jacht op een chimpansee en dat hij door bloed op bloed contact besmet raakte met het virus. Eerst deed het virus niet veel, maar door toeval kwam het terecht bij "De Trekker" die het virus naar Leopoldville bracht.

Tussen ongeveer 1920 en 1960 sluimerde het virus een beetje in Leopoldville. Er waren vanaf de jaren 30 grootschalige inentingscampagnes tegen allerlei tropische ziekten in Leopoldville. Er werd daarbij gewerkt met glazen injectiespuiten die duur waren en na gebruik niet gesteriliseerd werden. Vermoedelijk zijn er op die manier via de paar mensen die al besmet waren een flink aantal andere mensen besmet via de vieze spuiten.

In 1960 werd Kongo onafhankelijk en vertrokken alle Belgen uit het land. Omdat er een groot tekort aan hoger opgeleid personeel was in het nieuwe land kwamen enkele duizenden Haïtianen naar Kongo. Een van hen raakte besmet met het virus en keerde terug naar Haïti.

Haïti was een erg arm land en er was een levendige handel in bloedplasma. Waarschijnlijk heeft het virus zich door besmet bloedplasma weer flink kunnen verbreiden. Toen in 1980 de eerste slachtoffers van AIDS werden ontdekt zaten daar een flink aantal mensen uit Haïti tussen. Het vervolg is min of meer bekend.

"Zoönose" is denk ik wel het standaardwerk over dit onderwerp en zal dat nog lange tijd blijven. Het is een zeer interessant boek, maar zoals gezegd nogal pittig om te lezen. Jammer is dat er geen illustraties staan in het boek, geen landkaartjes, geen tabellen en ook geen foto's. Inhoudelijk krijgt het boek van mij zeker de volle 5 sterren, maar vanwege de flinke inspanning die het mij heeft gekost om het boek door te nemen trek ik daar 1 ster van af.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 14 september 2020

Elsbeth Etty: ABC van de literaire kritiek

Elsbeth Etty: ABC van de literaire kritiek (Nederland, 2011): 93 blz: Uitgeverij Balans

ABC van de literaire kritiekIn dit kleine handzaam uitgegeven boekje geeft Elsbeth Etty een aantal voorschriften waaraan volgens haar een goede boekrecensie moet voldoen. "ABC van de literatuurkritiek" is niet heel erg origineel, maar het is onderhoudend geschreven en het leest lekker weg.

"ABC van de literatuurkritiek" is geschreven in de vorm van een ABCdarium, waarin bij iedere letter een term uit de literatuurkritiek centraal staat. We zien termen voorbij komen als Aasgieren, Critici, Ethiek, Lezen en Zelfreflectie.

Elsbeth Etty schrijft boekrecensies voor het NRC Handelsblad. Volgens haar zijn die recensies maatgevend, recensies in andere dag- en weekbladen zijn duidelijk van mindere kwaliteit. Wat ik niet erg sympathiek vind van Etty is dat ze een aantal collega's bij naam en functie noemt die volgens haar gezondigd hebben tegen "haar" regels. Daarmee lijkt Etty te ontkennen dat iedereen op zijn eigen manier recensies schrijft en dat er eigenlijk geen algemeen geldende regels zijn voor het schrijven van een goede recensie.

Uiteraard komt deze korte bespreking weer met een stel citaten:
 
Renate Dorrestein:
- Recensenten kunnen niet denken, niet lezen en niet schrijven.

- Kluun bijvoorbeeld is zich er terdege van bewust te schrijven voor een publiek dat niet maalt om kunst. Literaire goudzoekers verwijst hij met liefde naar zijn buurman in Amsterdam-Zuid, A.F.Th. van der Heijden, wiens boeken hij tot de literatuur rekent omdat ze, in tegenstelling tot de zijne, ontoegankelijk zijn.

- Maarten 't Hart, die er tegenwoordig een gewoonte van maakt jury's te verwijten dat zij Grunberg te veel lof toezwaaien en heeft voorgesteld voortaan alle prijzen ongezien aan Grunberg te geven ...

- Kees Fens had een mannelijke student aan het huilen gemaakt met de opmerking dat zijn recensie een prul was en of hij in vredesnaam een ander vak wilde kiezen waarbij hij nooit meer een letter op papier hoefde te zetten.

Hafid Bouazza:
- Een Franse schrijver is iemand die in het Frans schrijft, een allochtone schrijver is iemand die in het Allochtoons schrijft en een Nederlandse schrijver schrijft in het Nederlands.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 22 januari 2020

Paul Duncan & Bengt Wanselius (red): The Ingmar Bergman Archives

Paul Duncan & Bengt Wanselius (red): The Ingmar Bergman Archives (Duitsland, 2008): 583 blz: Uitgeverij Taschen

The Ingmar Bergman ArchivesIk ben tegelijk met het bekijken van de films van Ingmar Bergman dit enorme boek aan het lezen dat het leven en werk van Ingmar Bergman behandelt. Taschen heeft in deze serie 7 enorme boeken uitgegeven over beroemde regisseurs en filmseries. Het zijn verder boeken over Charlie Chaplin, de Disney films, Stanley Kubrick, Pedro Almodovar, de films met James Bond en de films van Star Wars.  De boeken over Charlie Chaplin en de Disney films heb ik ook in mijn bezit. In al deze boeken hebben ze alles uit de kast getrokken om een zo compleet mogelijk overzicht te geven.

"The Ingmar Bergman Archives" is een prachtig uitgegeven boek. Zijn gehele werk, zowel theaterproducties, films, opera's, boeken als werk voor de radio en de televisie wordt besproken. Uiteraard wordt de meeste plaats ingeruimd voor zijn films, vooral daarmee is Ingmar Bergman buiten Zweden beroemd geworden. De meeste films krijgen meerdere pagina's tekst, sommige die wat minder belangrijk zijn worden in het kort besproken.

Ik probeer om van dit boek de gehele tekst te lezen. Ik ben inmiddels gevorderd tot blz 131 en moet zeggen dat de teksten uitstekend geschreven en vertaald zijn en zeer informatief. Ik denk dat dit boek een zo compleet mogelijk beeld geeft van Ingmar Bergman. Veel van de teksten zijn geschreven door Ingmar Bergman of zijn naaste medewerkers, maar ook een aantal door andere vooraanstaande regisseurs of critici.

Toch denk ik dat er maar weinig mensen zijn die dit boek in huis hebben die de complete teksten zullen lezen. De illustraties zijn zeker ook een zeer belangrijk onderdeel van dit boek en die zijn ronduit geweldig. Veel stills uit zijn films, afbeeldingen van filmposters, van Bergman aan het werk, enz.

Al met al vind ik het tot dusver een uitzonderlijk interessant boek. Van alle boeken die ik ooit over een kunstenaar of schrijver heb gelezen, is dit voor mij het meest interessante boek.

Om dit boek optimaal te kunnen waarderen moet je wel aan 3 voorwaarden voldoen:
- Je moet een fan zijn van de films van Bergman
- Je moet een groot deel van de films van Bergman hebben gezien
- Je Engels moet behoorlijk goed zijn om de teksten te kunnen lezen.

Ik heb voor dit boek zo'n 135 euro betaald. Dat is behoorlijk veel geld voor een boek, maar gezien het plezier dat ik er van heb beschouw ik dat als een koopje.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.


Nawoord 16-02-2020: Ik heb het boek inmiddels van kaft tot kaft gelezen en ben zeer onder de indruk. Hulde aan de samenstellers van dit prachtige boek!

maandag 13 januari 2020

Arnon Grunberg: Alle voetnoten

Arnon Grunberg: Alle voetnoten (Nederland, 2018): 881 blz: Uitgeverij Nijgh & van Ditmar

Een tijdje terug zag ik de dikke pil "Alle voetnoten" van Arnon Grunberg bij Broese liggen. Ik bladerde het boek even door, besloot om te wachten met de aanschaf ervan en reserveerde het bij de bibliotheek.

Sinds vrijdag heb ik het boek in huis en heb ik een bescheiden aantal van de voetnoten gelezen, ik denk ruim 100 stuks. Vanaf 29 maart 2010 tot en met 16 mei 2018 heeft Arnon Grunberg 6 keer per week een voetnoot geschreven voor de voorpagina van de Volkskrant. De voetnoten zijn korte stukjes van zo'n 160 woorden waarin Grunberg iets schrijft over wat hem opvalt. Dat kan te maken hebben met de dagelijkse actualiteit, maar dat hoeft niet perse.

Ik heb een paar romans van Arnon Grunberg gelezen en moet zeggen dat ik daar geen fan van ben. Zijn voetnoten daarentegen vind ik onderhoudend en zeer scherp geformuleerd. Een voetnoot is eigenlijk te vergelijken met een kort stukje op iemands blog. In deze eerste ruim 100 voetnoten zaten een aantal schitterende aforismen. Ik ben er zo enthousiast over, dat ik deze bundel snel ga aanschaffen en jullie zullen mij er nog vaker over horen.

  

Dit is een voorlopige waardering gebaseerd op lezing van de eerste ruim 100 stukjes.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 11 september 2019

Maarten van Rossem: Heeft geschiedenis nut?

Maarten van Rossem: Heeft geschiedenis nut? (Nederland,, 2003): 333 blz: Uitgeverij Het Spectrum

Heeft Geschiedenis Nut?Het is een vraag die iedere blogger zichzelf wel eens zal stellen: "Moet ik ieder boek dat ik lees bespreken, of alleen diegenen waar ik ook werkelijk enthousiast over ben?". De afgelopen jaren heb ik vrijwel alle boeken besproken die ik heb gelezen, soms ook wel boeken waarvan ik slechts een gedeelte heb gelezen of die ik niet heb uitgelezen.

Maarten van Rossem is een van de bekendste Nederlandse historici. Hij is natuurlijk vooral bekend als mediapersoonlijkheid en Amerikadeskundige. De keren dat ik hem op televisie zag, nam hij mij voor zich in door zijn laconieke houding en zijn relativeringsvermogen. Ik herinner me nog dat ik hem na de aanslag op het World Trade Centrum, hoorde vertellen dat deze gebeurtenis waarschijnlijk niet zo veel zou veranderen aan de toestand in de wereld terwijl bijna alle andere commentatoren moord en brand schreeuwden.

"Heeft geschiedenis nut?" valt globaal gesproken uiteen in 2 ongelijkwaardige delen. Het eerste stuk omvat ruim 150 bladzijden en beschrijft de oorlogen in de 20e eeuw, meer specifiek de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, met als toegift een stuk over Adolf Eichmann en een over Daniel Goldhagen. Het stuk over de oorlog is een gedegen samenvatting, maar voor wie al redelijk wat over de Eerste en de Tweede Wereldoorlog heeft gelezen bevat het weinig nieuws. Voor wie dat niet heeft, gaat van Rossum er met te grote stappen doorheen.

In mijn ogen is het hoogtepunt van het boek het stuk over Adolf Eichmann van 13 bladzijden, waarin stil gestaan wordt bij de boeken die Hannah Arendt, Harry Mulisch en Abel Herzberg over die man schreven. Een briljant stukje synthese.

De rest van het boek gaat over kunst, cultuur en hedendaagse geschiedenis en bestaat uit stukjes van zo'n 3 bladzijden. Op zich zijn die stukjes aardig geschreven, maar ze zullen mij niet bijblijven.

Hieronder een paar citaten uit het boek:

- Dat er van de geschiedenis geen lessen te leren zijn die onmiddellijk bruikbaar zijn voor de beleidspraktijk, is buiten de kring van beroepshistorici geen populaire opvatting. Journalisten en politici gebruiken met regelmaat historische voorbeelden en analogieën teneinde bepaalde beslissingen te legitimeren. Hoe minder de betrokkenen van de geschiedenis weten, hoe groter hun zelfverzekerdheid bij het opportunistische misbruik van de geschiedenis.

- Door de paniekzaaierij van de media heeft de burger geen idee hoe de verschillende risico's die hij in zijn leven loopt, zich tot elkaar verhouden. Weet hij veel dat zijn eigen keukentrapje, bromfiets, auto en barbecue veel en veel gevaarlijker zijn dan vuurwerkbedrijven en terroristische aanslagen. De deskundige die op 11 of 12 september zou hebben opgemerkt dat er in de Verenigde Staten jaarlijks ruim 42.000 mensen in het verkeer omkomen zonder dat er een haan naar kraait, laat staan dat er een "war on traffic accidents" wordt afgekondigd, zou waarschijnlijk onmiddellijk de deur van de studio zijn gewezen.

Ik heb van Maarten van Rossem eerder zijn boek over de Verenigde Staten gelezen. Ook over dat boek was ik niet zo enthousiast. Ik denk dat ik Maarten van Rossem meer waardeer als mediapersoonlijkheid dan als schrijver. Datzelfde geldt bij mij ook voor die andere troetelhistoricus Geert Mak. Ik denk niet dat ik nog eens een boek van Maarten van Rossem ga lezen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom

vrijdag 16 augustus 2019

Edward Buscombe: Cinema today

Edward Buscombe: Cinema today (Groot Brittannië, 2003): 489 blz: Uitgeverij Phaidon

Cinema Today"Cinema today" is een prachtig uitgegeven groot formaat boek met heel veel schitterende illustraties over de film tussen ongeveer 1970 en 2003. Er zijn in het boek veel paginagrote illustraties of zelfs over de volle twee pagina's met fragmenten uit bekende films. Het doorbladeren van het boek zorgt voor een feest der herkenning.

Helaas vind ik de teksten aanzienlijk minder interessant. Het boek is opgedeeld in 20 hoofdstukken. De eerste 11 hoofdstukken zijn thematisch onderverdeeld en gaan over de Amerikaanse films. Hoofdstuk 12 tot en met 19 gaan steeds over een grote regio elders in de wereld en hoofdstuk 20 is een zeer kort hoofdstuk over de toekomst van de film.

In zijn tekst noemt Buscombe zeer veel films, ik denk dat hij ruim 2.000 films bij naam noemt. Ik vermoed dat dat bijna alle films zijn die in Engeland enige indruk in de bioscoop hebben gemaakt. De meeste van die films worden in een enkele zin beschreven, en Buscombe geeft vrijwel nooit zijn eigen mening over de besproken films. Hierdoor heb ik geen enkel houvast over welke films die besproken zijn de moeite van het bekijken waard zijn.

Wat ik ook jammer vind is dat er geen enkele film of serie wordt besproken die voor de televisie is gemaakt. Series als: "Monthy Python's Flying Circus", "Fawlty Towers", de "7-Up series", de "Reisprogramma's van Michael Palin", de "Natuurdocumentaires van de BBC" en het Tsjechische "Buurman en Buurman" zijn veel interessanter dan 99% van de bioscoopfilms die zijn gemaakt.

Kortom, dit boek koop je vanwege de plaatjes en niet om de bijbehorende teksten te lezen. Een gemiste kans!

Illustraties *****
Tekst ***

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 25 juli 2019

Jeroen Thijssen: Johannes van Dam

Jeroen Thijssen: Johannes van Dam (Nederland, 2018): 299 blz: Uitgeverij Nieuw Amsterdam

Johannes van DamToen ik bij Koen, zijn bespreking over dit boek las, wist ik meteen dat ik deze biografie ook wilde lezen.

Johannes van Dam was Nederlands beroemdste culinair journalist. Voor het Parool schreef Johannes sinds 1990 wekelijks een recensie over een restaurant in Amsterdam. Een van zijn eerste recensies was over het restaurant dat bij hotel Krasnapolsky hoorde. Volgens Johannes ontbrak het de kok aan warenkennis en kon zelfs een gedresseerde aap beter koken. De toon was gezet.

Johannes van Dam heeft ook een aantal boeken geschreven, waarvan DeDikkeVanDam  zonder enige twijfel zijn bekendste is. Ik heb het boek ook in huis, maar er nog maar weinig in gelezen.

De biografie van Jeroen Thijssen leest lekker vlot weg, ik heb hem in ruim 2 dagen tijd gelezen. Hij bevat ook geen noten. Dat is op zich al een verademing. Veel biografen schrijven dikke pillen, van soms meer dan 1.000 bladzijden, met ook nog eens een notenapparaat van 100 bladzijden, waarin alles wat iemand zei en deed, wordt besproken. Jeroen Thijssen heeft het soort boek geschreven, dat ik zelf ook zou willen schrijven als ik een biografie over iemand moest schrijven. Aanbevolen!

Citaten:
- Johannes van Dam heeft een paar maanden medicijnen gestudeerd. Voor die studie moet je alle botjes van het menselijk lichaam kennen. Johannes zegt hierover tegen Ischa Meijer: "Ik had er ook absoluut geen belangstelling meer voor. Botjes zijn om op te kluiven, niet om te bestuderen."

- Het is niet bekend of Johannes principieel tegen dienstplicht is, hij is in elk geval tegen de dienstplicht voor hemzelf en hij is vastbesloten niet in dienst te gaan of er in elk geval niet lang in te blijven.

- Johannes heeft geen belangstelling voor de natuur, tenzij die eetbaar is.

- Trots laat hij Joosje in een tekening zien hoe de voren lopen over de bergweide: met de hoogtelijnen mee. Het mooist, schrijft hij, is het oogsten van eigen teelt. "Geen ingewikkelde omwegen zoals lettertjes op papier zetten, die lettertjes verkopen, daar geld voor krijgen en met dat geld naar iemand toestappen die eten verkoopt, dat hij ook niet zelf verbouwd heeft, maar met centjes op een markt gekocht heeft van een groothandel die het misschien van een boer koopt die vindt dat we allemaal de pest kunnen krijgen en daar ook z'n best voor doet door allerlei troep over z'n groenten te gooien zodat hij meer geld kan vangen om daar betere machines mee te kopen omdat z'n knecht toch liever als monteur in de grote stad werkt, enz. enz."

- De Laguiole is een zakmes, een klapmes. (...) Een Laguiole heeft een elegant gebogen heft van hoorn, met messing afgezet, soms met een klein kurketrekkertje in de rug. Daar eet een boer zijn middagmaal mee. En hij vilt een konijn. En snijdt hij een dooie tak van zijn kwee. Haalt een braamstruik weg. Haalt de aarde onder zijn nagels vandaan. Maakt een fles wijn open. Ent een perzikboom. Wipt een slak uit zijn huisje. Maakt een fles wijn open ...

- In die intieme uren aan de Oudezijds, waar Woods boven zijn winkel woont, vertelt Johannes dat prostitutie zijn speciale belangstelling heeft. "Dat was niet raar" zegt Woods. "Ieder onderwerp had zijn speciale belangstelling."

- "Ik wil niet beweren dat puree je uit een depressie haalt", schrijft Johannes in DeDikkeVanDam, "In de puree is in de puree - maar slechte puree, en zeker puree uit een pak, is in staat een depressie te veroorzaken."

- "Hij had een wat afstandelijke manier van klantbehandeling," zegt van der Does.
 Het is een opstelling die Johannes vaker zal vertonen: hij verkoopt graag boeken, maar alleen aan mensen die er verstand van hebben. En eigenlijk houdt hij ze liever zelf.

- "Johannes, waarom ben je toch zo dik," vraagt iemand in De Zwart. "Jouw vrouw geeft me een koekje," antwoordt de dikke, "Ieder keer als ik haar heb geneukt." "Maar je bent toch homo?" vraagt de ander. Johannes schudt zijn stevige hoofd. "Ik doe het voor het koekje."

- "Hoe vond u de biefstuk?" vraagt de ober. "Ik vond hem onder de doperwten," antwoordt de scribent.

- Het eerste boek van Johannes van Dam heet alles warm en verschijnt in 1989 bij Bzztôh. Recepten ontbreken in dit boek, op twee na: een Chinees recept voor het bereiden van hond: "Haal een puppie leeg en maak hem schoon: schroei de haren eraf in een vuur van rijststro en rooster hem boven het vuur tot het vel goudbruin is."
Een ander is voor kat en komt uit Spanje: "Snij een schoongemaakte kat in porties, zout die licht en bak ze goed in olijfolie. Doe er wat witte wijn, laurier en tijm bij en laat in een afgesloten pan een half uur smoren."

Voor een uitgebreide bespreking van de inhoud, zie de recensie van Koen. Ik vond het niet nodig om dat hier nog eens over te doen.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 21 juli 2019

Patrick Duynslaegher: Blik op zeven

Patrick Duynslaegher: Blik op zeven: flashback op 100 jaar film (België, 1995): 477 blz: Uitgever: Roularta Books
 

Blik op zeven

Er zijn een aantal gidsen in de handel waarin een groot aantal films worden besproken. De meeste van deze gidsen zijn in het Engels. Een Nederlandstalige gids is "Blik op zeven" van de Vlaamse filmrecensent Patrick Duynslaegher.

Meestal geven dit soort gidsen een soort van encyclopedisch overzicht van films op alfabetische volgorde, waarin van veel te veel films, steeds een korte bespreking van de inhoud en een sterrenwaardering wordt gegeven.

Wat handig is in deze gids, behalve dat hij in het Nederlands is, is dat de films per jaar worden besproken. Binnen ieder jaar worden eerst de 5 sterren films, vervolgens de 4,3,2 en 1 ster films en als laatste de films zonder sterrenwaardering besproken. De waardering met sterren loopt hier anders dan gebruikelijk is. Vijf sterren reserveert Duynslaegher voor films die gebeurtenissen waren in de filmgeschiedenis en die films die tot zijn absoluut favoriete films behoren. Vier sterren zijn meesterwerken, drie sterren zeer goede films, twee sterren zijn goede films en 1 ster films zijn matige films. Over de films zonder sterrenwaardering is hij niet te spreken.
Behalve bij de vijf sterren films, moet je eigenlijk steeds 1 ster optellen bij de waardering van Duynslaegher.

Omdat het boek zo is ingedeeld, per jaar en per waardering is in een oogopslag te zien wat volgens de samensteller de belangrijkste films van een jaar waren. Dit werkt erg prettig, zo kan ik snel ideeën opdoen voor films die ik wil zien.

De kwaliteit van de recensies is wisselend. De 5 en 4 sterren films en de meeste 3 sterren films krijgen meestal een grondige bespreking, die over het algemeen prettig leest. Er zijn daarentegen films die Duynslaegher wel heel erg kort afdoet, zoals het werk van regisseurs zoals Ingmar Bergman, Andrej Tarkovsky en Woody Allen, die ik toch alle drie bijzondere regisseurs vind.

Ik heb de gids in zijn geheel gelezen, de films aangestreept die ik al gezien heb en die ik nog wil gaan zien, en deze vervolgens ook aangestreept in de index. Zo heb ik er gauw 50 films bij, die ik ooit nog wil gaan zien.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 2 mei 2019

Wam de Moor: De kunst van het recenseren van kunst

Wam de Moor: De kunst van het recenseren van kunst (Nederland, 1993): 240 blz: Uitgeverij Coutinho

De kunst van het recenseren van kunst by Wam…Ik heb me door "De kunst van het recenseren van kunst" heen geworsteld. Ik zeg welbewust geworsteld want het boek blinkt niet bepaald uit in leesbaarheid.

Volgens de schrijver is het doel van het boek om een beginnende recensent houvast te bieden bij het beoordelen en zelf schrijven van recensies. Om het boek in je eentje tot je te nemen is het volstrekt ongeschikt. Ik heb medelijden met studenten die dit boek voor hun studie moeten lezen of erger nog bespreken of bestuderen. Wat wel kan is onder begeleiding van een goede docent dit boek in een rustig tempo door te nemen en de opdrachten te doen. De schrijver heeft gedacht, al doende leert men en zo is het natuurlijk ook.

Ik zal dit boek aan niemand aanraden. Het is nodeloos ingewikkeld geschreven met veel jargon. In plaats daarvan zou ik iemand die besprekingen van boeken, films, muziek of andere kunstuitingen wil gaan schrijven het advies willen geven, bespreek dingen die je interessant vindt, en probeer om een beetje leesbaar op te schrijven waar het over gaat en wat je er van vindt. Vergeet alle overbodige theorie!

Wam de Moor schrijft in dit boek regelmatig dat hij zijn cursisten adviseert om vooral leesbaar te schrijven. Zelf schrijft hij helaas ook niet echt boeiend.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 29 april 2019

Frans Lanting: Into Africa

Frans Lanting: Into Africa: Oog in oog met een groots continent (Nederland, 2017): 217 blz: Vertaald door Catherine Smit: Uitgeverij National Geographic Partners

Into AfricaDe Nederlandse fotograaf Frans Lanting wordt vrij algemeen als een van de beste natuurfotografen ooit beschouwd. Liefhebbers van zijn werk kunnen hun hart ophalen aan de prachtige fotoboeken die hij heeft gemaakt. Om echt van de foto's te genieten kun je ze het best op groot formaat zien op een tentoonstelling. Er zijn regelmatig tentoonstellingen van het werk van Frans Lanting in Nederland te zien, zelf heb ik een keer een aantal van zijn foto's gezien in Naturalis in Leiden.

"Into Africa" is weer zo'n prachtig fotoboek van Frans Lanting dat een overzicht geeft van de foto's die hij gedurende ruim 30 jaar in Afrika heeft gemaakt. Zoals bij de meeste fotoboeken stellen ook hier de teksten niet veel voor. Dat geeft niet, want de foto's maken dat gemis meer dan goed. Er is echter een serieus minpunt aan "Into Africa". Een groot deel van de mooiste foto's in het boek zijn al eerder gepubliceerd, met name in zijn boeken over Madagaskar en de Okavango.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 6 oktober 2018

Hans Rosling: Feitenkennis

Hans Rosling: Feitenkennis (Zweden, 2018): 267 blz: Vertaald door Annemie de Vries (2018): Uitgeverij het Spectrum

FeitenkennisDe juiste antwoorden op de vragen van gisteren zijn:
1 C, 2 B, 3 C, 4 C, 5 C, 6 B, 7 C, 8 A, 9 C, 10 A, 11 C, 12 C, 13 A
Reken voor ieder juist antwoord 1 punt en tel je totale score. Hoeveel goede antwoorden had jij? Als je slecht gescoord hebt, dan bevind je je in goed gezelschap. Tot 2017 heeft Hans Rosling deze vragen aan bijna 12.000 personen in 14 landen voorgelegd. Van de eerste 12 vragen had men gemiddeld maar 2 vragen goed, er was niemand die alle 12 vragen goed beantwoordde en slechts 1 persoon (een Zweed) die 11 van de 12 vragen goed had. Vraag 13 had daarentegen bijna 85 procent van de ondervraagden goed beantwoord.
Aangezien een Chimpansee 33 procent kans heeft op een goed antwoord, blijkt daaruit dat Chimpansees een beter beeld hebben van hoe de wereld in elkaar zit dan mensen ;>)

Elke groep mensen die Hans Rosling ondervraagd heeft, denkt dat de wereld angstaanjagender, gewelddadiger en hopelozer - kortom dramatischer - is dan ze werkelijk is.

Hoe komt het dat de mensen zo onwetend zijn? Bijna iedereen denkt dat de wereld steeds verder achteruit gaat en dat de rijken steeds rijker en de armen steeds armer worden. Dit beeld wordt gevoed door de media die alleen aandacht hebben voor alle rampen. Zo komen geleidelijke verbeteringen zoals afname van de armoede, de verbetering van de gezondheidszorg en het onderwijs, de toename van de beschikbaarheid van veilig drinkwater en elektriciteit en de afnemende gezinsgrootte in vrijwel alle landen nauwelijks in het nieuws.

Rosling geeft een verdere verklaring voor deze onwetendheid aan de hand van 10 instinctieve reacties. Daarbij is de eerste reactie, het zogenaamde kloofinstinct, het sterkst. We zijn gewend te denken in termen van rijk (de Westerse wereld) en arm (de rest) waartussen een enorme kloof bestaat. In 1960 bestond die kloof inderdaad, maar tegenwoordig gaat dit niet meer op. Voor de duidelijkheid verdeelt Rosling de mensen in 4 groepen:

- Op niveau 1, met een inkomen van 1 tot 2 dollar per dag per persoon leeft men in extreme armoede. Men komt net niet om van de honger, maar daarmee is alles gezegd.

- Op niveau 2, met een inkomen tussen 2 en 8 dollar per dag heeft men toegang tot de meeste basisvoorzieningen, maar verder niet veel.

- Op niveau 3, met een inkomen tussen 8 en 32 dollar per dag kan men wat sparen en de kinderen naar school laten gaan en verder laten studeren zodat zij het later beter hebben dan hun ouders.

- Op niveau 4, met een inkomen van meer dan 32 dollar per dag, zitten vrijwel alle mensen in het rijke Westen, die veel luxe hebben, een eigen auto bezitten en regelmatig op vakantie gaan.

Op niveau 1 zitten 1 miljard mensen, op niveau 2 zitten 3 miljard mensen, op niveau 3 zitten 2 miljard mensen en op niveau 4 zitten nog eens 1 miljard mensen.
De grote meerderheid van de wereldbevolking leeft dus op niveau 2 of 3.

In de rest van het boek geeft Rosling verdere verklaringen. "Feitenkennis" is een geweldige eyeopener, zeer goed geschreven en zeer onderhoudend.

Hans Rosling was dokter en statisticus (en degenslikker!) en heeft veel lezingen over de hele wereld gegeven met statistieken die door hem samen met zijn zoon Ola en zijn schoondochter Anna zijn ontwikkeld. Hans Rosling stierf in 2017 aan kanker van de alvleesklier. Ik heb nooit geweten dat statistiek zo boeiend kon zijn!

"Feitenkennis" is een van de interessantste non-fictie boeken die ik ooit heb gelezen!

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 6 april 2018

Gijs van Tuijl & Ernst Veen (tekst) & Paul Kramer (foto's): Wondertuinen

Gijs van Tuijl & Ernst Veen (tekst) & Paul Kramer (foto's): Wondertuinen: De mooiste beeldentuinen van de wereld (Nederland, 2016): 176 blz: Uitgeverij Waanders

WondertuinenEergisteren heb ik geblogd over de dvd-serie waarop dit boek gebaseerd is.

Als er ooit een boek verfilmd wordt, dan wordt de verfilming vaak met het boek vergeleken. Het is dan vaak bon ton om te zeggen dat men het boek beter vindt. Hier ben ik het lang niet altijd mee eens, er zijn in mijn ogen toch wel vrij veel films die ik beter vind dan de boeken waarop ze gebaseerd zijn.

In het geval van "Wondertuinen" is het al net zo. De dvd-serie vind ik briljant. Voor veel kunstboeken geldt dat de kwaliteit van de teksten lang niet de kwaliteit van de kunstwerken haalt. Dat is ook hier het geval.

Hoewel ik vind dat de teksten op zich niet eens zo slecht geschreven zijn, voegen ze in mijn ogen toch erg weinig toe. Nee, geef mij maar de dvd-serie!

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

zondag 1 april 2018

Rodaan Al Galidi: Hoe ik talent voor het leven kreeg

Rodaan Al Galidi: Hoe ik talent voor het leven kreeg (Irak, 2016): 472 blz: Uitgeverij Jurgen Maas

Hoe ik talent voor het leven kreeg"Hoe ik talent voor het leven kreeg" wordt aangeprezen als zijnde een roman, maar eigenlijk is het een non-fictie boek waarin het leven van een vluchteling in een AZC (= asielzoekerscentrum) wordt beschreven.

Rodaan Al Galidi is in 1991 uit het Irak van Saddam Hoessein gevlucht. 7 jaar lang reisde hij rond de wereld, op de vlucht. In 1998 kwam hij in Nederland aan, waar hij in een AZC verbleef, totdat hij 9 jaar later een verblijfsvergunning kreeg.

Galidi beschrijft het leven in het AZC vol mededogen en met de nodige humor. Hij beschrijft de levens van talloze van zijn collega's, hoe die proberen te overleven, en ook hoe ze het personeel proberen voor de gek te houden.

Wat opvalt in het AZC, zijn de talloze regeltjes waaraan de vluchtelingen moeten voldoen. Een gewoon mens zou er gek van worden, maar de asielzoekers accepteren het als het onvermijdelijke.

Ik heb het boek van Al Galidi met heel veel plezier gelezen. Ik kwam aan deze titel dankzij de lovende bespreking van Hella. Met dank aan Hella!

Hieronder een aantal citaten:

- Mijn moeder is analfabeet, maar ze wist van Nederland dat de koeien er veel melk hebben. Hollandse koeien hebben in Irak een betere naam dan Rembrandt.

- Zeven jaar van honger, verdwalen en angst. Vreemdelingenpolities bij vele grenzen hadden mij gebeten, alleen omdat ik dat kleine, dunne boekje, zonder gedichten of poëtische zinnetjes, niet had; een paspoort.

- Al snel verdwenen de andere vogels een voor een. In het begin wist ik ook niet hoe dat kwam. Ik dacht dat ze naar andere wateren vlogen, maar toen meneer en mevrouw Bouma zich afvroegen waar de vogels gebleven waren, snapte ik ineens waar die veertjes in de keuken vandaan kwamen. Zo ontdekte ik dat de vogels in de pannen van de asielzoekers en daarna in hun magen verdwenen.

- Ik ontdekte dat de Nederlanders hun taal graag aan anderen willen leren, maar dat ze geen geduld hebben om te luisteren als iemand het niet goed spreekt.

- Pas later ontdekte ik dat Nederlanders respect hebben voor regels. Een criminele Nederlander volgt meer regels dan een advocaat in Irak.

- Ook tijdens de les was er soms sprake van grappige spraakverwarring... Maar het leukste misverstand was bij de uitleg van het woord "gastvrij". "Ik ben gastvrij," zei Albertina en wees naar zichzelf. Niemand begreep precies wat ze bedoelde. Albertina bleef op zichzelf wijzen en streelde over haar dikke buik, alsof ze net lekker gegeten had. "Gas?" vroeg een van de asielzoekers, kauwend op de chocola. "Vrij," riep een ander. "Albertina gasvrij?" zei Esmat, een van de leerlingen, in het Arabisch. "Ze heeft scheten genoeg in haar buik om een fietsband mee op te pompen."

- Mensen die geboren worden met goede paspoorten zullen nooit weten hoe scherp de tanden van deze wereld zijn en hoe hard als ze bijten. De tanden van deze wereld: politieagenten, de vreemdelingenpolitie, douanebeambten, receptionisten van goedkope hostels.

- Bij elk probleem buiten het AZC waar de asielzoeker bij betrokken is, is hij de schuldige. Altijd. Ongeacht het soort probleem of wie het begon. Altijd moet de asielzoeker zich aanpassen aan de buitenwereld, gehoorzaam zijn en onderdanig, of nog liever, onzichtbaar.

- Bij hem konden we niet onze drie wapens gebruiken; zielig doen, overdrijven en liegen.

- Daarom leren de asielzoekers de Nederlanders hun eigen taal: "het Asielzoekers". Wat voor taal dat is? Het klinkt als een paar woorden Nederlands met een paar woorden Engels, die worden samengeraapt en door de grammatica van de moedertaal van de asielzoeker gehusseld.

- Stel je een gebouw voor vol wachtende mensen, tussen wie jij moet leven. Op een station of bij een bushalte met een paar mensen zal je je binnen een kwartiertje al onrustig voelen en om je heen kijken naar die mensen, die ook onrustig om zich heen of naar hun horloge kijken. Die situatie, maar dan met een paar honderd mensen en jarenlang. Niet wachtend op een bus of een trein, maar om je leven te beginnen.

- Ik stond een keer voor hem in de rij voor het melden. De rij stond stil. Mijn excuses voor al die stilstaande rijen in mijn verhaal. Maar in het AZC gebeurt er weinig, behalve wachten, in de rij staan en melden.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.