Lev Tolstoi: Wat is kunst? (Rusland, 1898): 216 blz: Vertaald door Hans Boland (2013): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
Zelfs
een geniale schrijver als Tolstoi heeft maar weinig boeken geschreven
die echt geniaal zijn ("Oorlog en vrede" en "Anna Karenina"), maar ook veel
dat niet heel bijzonder is.
Op
zich lijkt het interessant om de ideeën van Tolstoi te lezen over wat
volgens hem kunst is en wat niet. Als je de hiernavolgende citaten
leest, dan is het duidelijk dat Tolstoi ideeën had over kunst die
duidelijk afweken van de gangbare ideeën. Volgens Tolstoi moest ieder
kunstwerk voor iedereen begrijpelijk zijn, niet alleen voor de elite,
maar ook voor de werkman of de ongeletterde boer. Hij gooit vervolgens
veel erkende groten (inclusief zichzelf dat moet gezegd worden) op een
grote hoop van nep-kunst.
"Wat is kunst?" is best een aardig boekje, maar u kunt het met een gerust hart ongelezen laten.
Citaten:
Uit het voorwoord van Arnon Grunberg:
- Wat Tolstoi betreft is de ellende begonnen toen religiositeit en kunst van elkaar werden gescheiden. Niet dat hij van de kunstenaar verwacht dat hij voortdurend lofliederen op God zingt, maar wel dient kunst uiteindelijk mensen tot elkaar te brengen, oftewel (mijn parafrase) het Aardse Koninkrijk van Broederschap van de Gehele Mensheid te stichten.
-
Wat is kunst? Wat kunst is? Kunst, dat zijn mooie gebouwen,
standbeelden, schilderijen, muziek, poëzie: zowel de gemiddelde burger,
als de kunstliefhebber en de kunstenaar zelf zullen zo'n soort antwoord
geven, ervan uitgaand dat de zaak waarover ze spreken volstrekt helder
en eenduidig is.
-
Kunst werkt net zoals het woord, dat ervaringen van mensen overdraagt
en daardoor de mensen met elkaar verenigt. Het verschil is dat woorden
gedachten overbrengen, terwijl kunst gevoelens communiceert.
-
Zo is het ook de bizarre theorie van Baumgarten vergaan, met zijn dwaze
triniteitsbeginsel van het Goede, het Schone en het Ware, waarmee te
verstaan werd gegeven dat de kunst van volken die zich al achttien
eeuwen hebben gekoesterd in het christelijk geloof zich voortaan diende
te richten op een meer dan twee millennia geleden aangehangen
levensideaal van een halfwild slavendrijversvolkje met een speciale gave
om de naaktheid van het menselijk lichaam uit te beelden en prettig
vormgegeven bouwwerken op te richten.
- In onze voorstelling leidt de hogere klasse een zinvol bestaan met een rijkgeschakeerd gevoelsleven, maar in werkelijkheid kan alles wat in de harten van de rijken leeft worden gereduceerd tot drie soorten van armetierig, simpel sentiment: hoogmoed, geslachtsdrift en algehele lusteloosheid. Die drie emoties en wat daarop voortborduurt, vormen vrijwel de enige inhoud van de kunst van de bevoorrechte klasse.
- Critici zijn sukkels die rechtertje spelen over knapperds, vindt een kennis van me. Die definitie mag ongenuanceerd, weinig exact en niet helemaal serieus bedoeld zijn, maar bevat wel degelijk een kern van waarheid en zit er in elk geval aanzienlijk minder ver naast dan de opvatting dat critici zich bezig houden met de uitleg van kunst.
-
De critici, die tot in onze tijd de loftrompet steken over de grove,
primitieve en dikwijls idiote schrijfsels van de oude Grieken -
Sophocles, Euripides, Aeschylus en bovenal Aristophanes - en van hun
vroege Europese collega's Dante, Tasso, Milton en Shakespeare, en van de
onbenullige schilderkunst van Rafael en Michelangelo - inclusief diens
bizarre
Laatste oordeel - of de totaal overschatte
muziekcomposities van Bach en Beethoven: die critici hebben het bestaan
mogelijk gemaakt van alle Ibsens, Maeterlincks, Verlaines en Mallarmés,
van alle Puvis de Chavannesen, Klingers, Böcklins, Sztuka's, Schneiders,
en van alle Wagners, Liszten, Berliozen, Brahmsen, Richard Straussen en
noem ze maar op, het voltallige, immense leger na-apers van na-apers
die geen enkel nut of doel hebben.
- Daarbij zij aangetekend dat ik al mijn eigen literaire werk reken tot de slechte kunst, met uitzondering van het korte verhaal "God ziet de waarheid" ... en "De krijgsgevangene van de Kaukasus", ...
Over Poesjkin:
- Hoe groot moet zijn verontwaardiging wel niet zijn wanneer hij begrijpt dat Poesjkin op zijn zachts gezegd een man was die het met de zeden niet zo nauw nam, dat hij is omgekomen bij een duel - dat wil zeggen een moordaanslag pleegde - en dat zijn hele verdienste bestond uit het maken van gedichtjes over de liefde, die dikwijls zeer onfatsoenlijk waren.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.