Posts tonen met het label Essay. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Essay. Alle posts tonen

woensdag 14 juni 2023

Lev Tolstoj: Mijn biecht

Lev Tolstoj: Mijn biecht (Rusland, 1881): 127 blz: Vertaald door Arthur Langeveld (1998): Uitgeverij Bijleveld
 

 
Was ik al niet erg enthousiast over het laatste boek dat ik las "Wat is kunst?" van Tolstoi, over "Mijn biecht" ben ik nog minder enthousiast. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die dat niet met mij eens zijn, want het is tenslotte een boekje van een wereldberoemde schrijver, vertaald door een gerenommeerd vertaler en prachtig uitgegeven als een zeer verzorgde kleine hardcover met stofomslag.

Tolstoj begint in hoofdstuk 2 aldus:
- Ik kan niet zonder ontzetting, walging en hartzeer aan deze jaren terugdenken. Ik heb mensen in de oorlog gedood, ik heb mensen tot duels uitgedaagd met het oogmerk hen te doden, ik heb bij het kaarten geld verloren, ik heb de opbrengsten van mijn boeren erdoor gejaagd en ik heb hen getuchtigd, ik heb gehoereerd, ik heb bedrogen. Leugen, diefstal, wellust van allerlei aard, dronkenschap, verkrachting, moord ... Er is geen misdaad die ik niet heb begaan, en om dit alles werd ik geprezen, en hielden en houden mijn leeftijdgenoten mij voor een betrekkelijk zedelijk mens.
 Zo heb ik tien jaar geleefd.

Rond 1881 toen Tolstoj "Mijn biecht" schreef kwam hij tot de conclusie dat het leven dat hij al die jaren geleefd had niet het juiste was. Hij dacht sterk aan zelfmoord, maar uiteindelijk werd hij gelovig. Daarnaast predikte hij geweldloosheid, seksuele onthouding, afzien van alcohol, vegetarisch eten en zag hij af van de auteursrechten op zijn boeken. Zijn grote romans waren alleen maar geschreven om aanzien in de wereld te verwerven en van geen enkel belang.
 
Karel van het Reve schreef dat Tolstoj in zijn werken de lezer lastig viel met verhalen over de eigen slechtheid. 
 
Ik ben een groot fan van Tolstoj als schrijver, maar met dit boekje heb ik helemaal niets.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 13 juni 2023

Lev Tolstoi: Wat is kunst?

Lev Tolstoi: Wat is kunst? (Rusland, 1898): 216 blz: Vertaald door Hans Boland (2013): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
 

 
Zelfs een geniale schrijver als Tolstoi heeft maar weinig boeken geschreven die echt geniaal zijn ("Oorlog en vrede" en "Anna Karenina"), maar ook veel dat niet heel bijzonder is.
 
Op zich lijkt het interessant om de ideeën van Tolstoi te lezen over wat volgens hem kunst is en wat niet. Als je de hiernavolgende citaten leest, dan is het duidelijk dat Tolstoi ideeën had over kunst die duidelijk afweken van de gangbare ideeën. Volgens Tolstoi moest ieder kunstwerk voor iedereen begrijpelijk zijn, niet alleen voor de elite, maar ook voor de werkman of de ongeletterde boer. Hij gooit vervolgens veel erkende groten (inclusief zichzelf dat moet gezegd worden) op een grote hoop van nep-kunst.
 
"Wat is kunst?" is best een aardig boekje, maar u kunt het met een gerust hart ongelezen laten.
 
Citaten:
 
Uit het voorwoord van Arnon Grunberg:
- Wat Tolstoi betreft is de ellende begonnen toen religiositeit en kunst van elkaar werden gescheiden. Niet dat hij van de kunstenaar verwacht dat hij voortdurend lofliederen op God zingt, maar wel dient kunst uiteindelijk mensen tot elkaar te brengen, oftewel (mijn parafrase) het Aardse Koninkrijk van Broederschap van de Gehele Mensheid te stichten.
 
- Wat is kunst? Wat kunst is? Kunst, dat zijn mooie gebouwen, standbeelden, schilderijen, muziek, poëzie: zowel de gemiddelde burger, als de kunstliefhebber en de kunstenaar zelf zullen zo'n soort antwoord geven, ervan uitgaand dat de zaak waarover ze spreken volstrekt helder en eenduidig is.

- Kunst werkt net zoals het woord, dat ervaringen van mensen overdraagt en daardoor de mensen met elkaar verenigt. Het verschil is dat woorden gedachten overbrengen, terwijl kunst gevoelens communiceert.

- Zo is het ook de bizarre theorie van Baumgarten vergaan, met zijn dwaze triniteitsbeginsel van het Goede, het Schone en het Ware, waarmee te verstaan werd gegeven dat de kunst van volken die zich al achttien eeuwen hebben gekoesterd in het christelijk geloof zich voortaan diende te richten op een meer dan twee millennia geleden aangehangen levensideaal van een halfwild slavendrijversvolkje met een speciale gave om de naaktheid van het menselijk lichaam uit te beelden en prettig vormgegeven bouwwerken op te richten.

- In onze voorstelling leidt de hogere klasse een zinvol bestaan met een rijkgeschakeerd gevoelsleven, maar in werkelijkheid kan alles wat in de harten van de rijken leeft worden gereduceerd tot drie soorten van armetierig, simpel sentiment: hoogmoed, geslachtsdrift en algehele lusteloosheid. Die drie emoties en wat daarop voortborduurt, vormen vrijwel de enige inhoud van de kunst van de bevoorrechte klasse.

- Critici zijn sukkels die rechtertje spelen over knapperds, vindt een kennis van me. Die definitie mag ongenuanceerd, weinig exact en niet helemaal serieus bedoeld zijn, maar bevat wel degelijk een kern van waarheid en zit er in elk geval aanzienlijk minder ver naast dan de opvatting dat critici zich bezig houden met de uitleg van kunst.

- De critici, die tot in onze tijd de loftrompet steken over de grove, primitieve en dikwijls idiote schrijfsels van de oude Grieken - Sophocles, Euripides, Aeschylus en bovenal Aristophanes - en van hun vroege Europese collega's Dante, Tasso, Milton en Shakespeare, en van de onbenullige schilderkunst van Rafael en Michelangelo - inclusief diens bizarre Laatste oordeel - of de totaal overschatte muziekcomposities van Bach en Beethoven: die critici hebben het bestaan mogelijk gemaakt van alle Ibsens, Maeterlincks, Verlaines en Mallarmés, van alle Puvis de Chavannesen, Klingers, Böcklins, Sztuka's, Schneiders, en van alle Wagners, Liszten, Berliozen, Brahmsen, Richard Straussen en noem ze maar op, het voltallige, immense leger na-apers van na-apers die geen enkel nut of doel hebben.

- Daarbij zij aangetekend dat ik al mijn eigen literaire werk reken tot de slechte kunst, met uitzondering van het korte verhaal "God ziet de waarheid" ... en "De krijgsgevangene van de Kaukasus", ...

Over Poesjkin:
- Hoe groot moet zijn verontwaardiging wel niet zijn wanneer hij begrijpt dat Poesjkin op zijn zachts gezegd een man was die het met de zeden niet zo nauw nam, dat hij is omgekomen bij een duel - dat wil zeggen een moordaanslag pleegde - en dat zijn hele verdienste bestond uit het maken van gedichtjes over de liefde, die dikwijls zeer onfatsoenlijk waren.

   
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

woensdag 15 juni 2022

Hans Boland: Het Nederlands van Tsjechov

Hans Boland: Het Nederlands van Tsjechov: Pleidooi voor een emancipatie van de vertaalkunst (Nederland, 2021): 160 blz: Uitgeverij Pegasus
 
Het Nederlands van Tsjechov
 
Hans Boland is een van Nederlands bekendste vertalers van Russische literatuur. Hij is ook omstreden omdat hij nogal uitgesproken opvattingen heeft over de kunst van het vertalen. Boland is een groot voorstander van een vrije vertaling in tegenstelling tot een woordelijke. 
 
In "Het Nederlands van Tsjechov" geeft hij een aantal voorbeelden uit zijn vertaling van Tsjechov, waarbij hij aangeeft hoe hij te werk is gegaan. Vaak geeft hij dan eerst een letterlijke vertaling van een Russische tekst en laat hij vervolgens zien wat hij ervan gemaakt heeft.
 
"Het Nederlands van Tsjechov" is een onderhoudend boekje waarin Boland een leuk inkijkje geeft in de keuken van een vertaler. De opvattingen van Boland worden mooi onder woorden gebracht in de citaten: 

- Gerrit Komrij heeft ooit een poging gewaagd de vertaling van één en hetzelfde gedicht door een heel peloton vertalers - leken, professionals en schrijvers - objectief te beoordelen op kwaliteit. Hij komt tot de conclusie dat de vertaling van een gedicht in de eerste plaats een nieuw gedicht hoort op te leveren; dat is ook mijn standpunt. Vanuit datzelfde perspectief behoort de vertaling van literair proza in de eerste plaats literair proza op te leveren.
 
- Een schrijver, dus ook een vertaler, kan alleen een authentieke toon creëren door de taal van zijn eigen tijd te hanteren. Dat in Tsjechovs verhalen geen hypermodern rappersjargon of Silicon Valley Amerikaans past spreekt misschien vanzelf, maar dat er geen verouderde uitdrukkingen in thuishoren als "loop naar de duivel" of "schik hebben in" is al minder vanzelfsprekend: ik vind het van een oubolligheid die je niet verwacht uit de mond van Tsjechov, een collega-vertaler heeft er misschien minder moeite mee.
 
- Met mijn vertaling van de beste verhalen van Tsjechov heb ik geprobeerd een Tsjechov te scheppen die in Rusland is geboren en vertelt over Russische zaken, maar in het Nederlands denkt en schrijft - anno 2021.
 
- In vertalersland hechten velen nog altijd aan het dogma dat een roman of kort verhaal in een vertaling exact evenveel zinnen dient te bevatten als in het origineel. Die opvatting mag wat mij betreft naar de prullenbak worden verwezen - dogma's zijn het terrein van de godsdienst, niet van de kunst.
 
- Zelfs de grootste schrijvers zijn dankbaar dat hun teksten worden geredigeerd en gecorrigeerd door redacteuren en correctoren. Niet dat ik de behoefte heb om het Russisch van Tsjechov te redigeren, maar zijn Nederlands, inclusief de alineaverdeling daarvan, is mijn zaak.
 
- In vertalingen van filosofische werken, van juridische haarkloverijen en van handleidingen voor wasmachines en auto's is het van groot belang een en hetzelfde begrip steeds met een en hetzelfde woord te vertalen. Goede literatuur daarentegen vermijdt lexicale herhalingen waar mogelijk; voor de literair vertaler moet dat zo mogelijk een nog dwingender stelregel zijn.
 
- ... leent Nederlands zich in tegenstelling tot Russisch heel gemakkelijk voor de vorming van nieuwe woorden door middel van samenstellingen ("coronadepressie", "verkeershufter"); ook dat zorgt voor lexicale variatie.
 
- Het is een absurd idee dat je in een Nederlandse vertaling geen lexicon zou mogen gebruiken dat in de brontaal niet als zodanig bestaat.
 
- Als schrijver leg je bij wijze van spreken met elk woord dingen uit aan de lezer - daar ben je schrijver voor. Objecten, begrippen of omstandigheden waarvan hij weet of moet aannemen dat de lezer er niet mee bekend is verklaart hij nader door ze te omschrijven of ze vanuit de context voor zichzelf te laten spreken, en als ook dat niet werkt voegt hij een voetnoot toe.
 
- Typisch Nederlandse woorden vormen de bloedsomloop van een vertaling die - in tegenstelling tot een zogenaamd "letterlijke", "woordelijke", dan wel "tekstgetrouwe" vertaling - een literaire tekst verdient.
 
- Een van mijn recensenten gaf me het compliment dat ik met woorden kan "goochelen". Hij bedoelde natuurlijk "toveren", want advocaten en politici goochelen met woorden maar schrijvers - en bijgevolg ook literair vertalers - toveren ermee als ze op dreef zijn.
 
- Tsjechov in het Russisch voert geregeld personages op die met een accent spreken of woorden gebruiken waaruit hun Oekraïense of (semi-)buitenlandse achtergrond blijkt. Als vertaler heb je dan de neiging dit niet-algemeen beschaafde taalgebruik in de brontaal te vervangen door niet-algemeen beschaafd Nederlands. Dat is riskant, omdat het al heel snel lachwekkend wordt; zo heb ik weleens een vertaling van Gogols met oekraïenismen doorspekte Taras Boelba gelezen vol (pseudo-)Vlaams, alsof dat de Nederlandse lezer zou helpen zich te laten meenemen naar de plaats van handeling, de Oekraïene.
 
- Het is een volstrekt irrealistisch streven - een fake streven - om vertaalde literatuur te presenteren in de taal van haar ontstaanstijd: men vergeet dat een literaire tekst wordt bewaard en zo goed mogelijk behoed in zijn gebalsemde stoffelijk overschot - de woorden en zinnen waaruit de tekst is geconstrueerd en waarvan we niet alleen de semantiek maar zelfs de klanken niet met zekerheid kunnen achterhalen - maar dat de geest of voor mijn part de ziel ervan voortleeft in levende, zich van eeuw tot eeuw en van minuut tot minuut ontwikkelende taal.
 
        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.