woensdag 15 juni 2022

Hans Boland: Het Nederlands van Tsjechov

Hans Boland: Het Nederlands van Tsjechov: Pleidooi voor een emancipatie van de vertaalkunst (Nederland, 2021): 160 blz: Uitgeverij Pegasus
 
Het Nederlands van Tsjechov
 
Hans Boland is een van Nederlands bekendste vertalers van Russische literatuur. Hij is ook omstreden omdat hij nogal uitgesproken opvattingen heeft over de kunst van het vertalen. Boland is een groot voorstander van een vrije vertaling in tegenstelling tot een woordelijke. 
 
In "Het Nederlands van Tsjechov" geeft hij een aantal voorbeelden uit zijn vertaling van Tsjechov, waarbij hij aangeeft hoe hij te werk is gegaan. Vaak geeft hij dan eerst een letterlijke vertaling van een Russische tekst en laat hij vervolgens zien wat hij ervan gemaakt heeft.
 
"Het Nederlands van Tsjechov" is een onderhoudend boekje waarin Boland een leuk inkijkje geeft in de keuken van een vertaler. De opvattingen van Boland worden mooi onder woorden gebracht in de citaten: 

- Gerrit Komrij heeft ooit een poging gewaagd de vertaling van één en hetzelfde gedicht door een heel peloton vertalers - leken, professionals en schrijvers - objectief te beoordelen op kwaliteit. Hij komt tot de conclusie dat de vertaling van een gedicht in de eerste plaats een nieuw gedicht hoort op te leveren; dat is ook mijn standpunt. Vanuit datzelfde perspectief behoort de vertaling van literair proza in de eerste plaats literair proza op te leveren.
 
- Een schrijver, dus ook een vertaler, kan alleen een authentieke toon creëren door de taal van zijn eigen tijd te hanteren. Dat in Tsjechovs verhalen geen hypermodern rappersjargon of Silicon Valley Amerikaans past spreekt misschien vanzelf, maar dat er geen verouderde uitdrukkingen in thuishoren als "loop naar de duivel" of "schik hebben in" is al minder vanzelfsprekend: ik vind het van een oubolligheid die je niet verwacht uit de mond van Tsjechov, een collega-vertaler heeft er misschien minder moeite mee.
 
- Met mijn vertaling van de beste verhalen van Tsjechov heb ik geprobeerd een Tsjechov te scheppen die in Rusland is geboren en vertelt over Russische zaken, maar in het Nederlands denkt en schrijft - anno 2021.
 
- In vertalersland hechten velen nog altijd aan het dogma dat een roman of kort verhaal in een vertaling exact evenveel zinnen dient te bevatten als in het origineel. Die opvatting mag wat mij betreft naar de prullenbak worden verwezen - dogma's zijn het terrein van de godsdienst, niet van de kunst.
 
- Zelfs de grootste schrijvers zijn dankbaar dat hun teksten worden geredigeerd en gecorrigeerd door redacteuren en correctoren. Niet dat ik de behoefte heb om het Russisch van Tsjechov te redigeren, maar zijn Nederlands, inclusief de alineaverdeling daarvan, is mijn zaak.
 
- In vertalingen van filosofische werken, van juridische haarkloverijen en van handleidingen voor wasmachines en auto's is het van groot belang een en hetzelfde begrip steeds met een en hetzelfde woord te vertalen. Goede literatuur daarentegen vermijdt lexicale herhalingen waar mogelijk; voor de literair vertaler moet dat zo mogelijk een nog dwingender stelregel zijn.
 
- ... leent Nederlands zich in tegenstelling tot Russisch heel gemakkelijk voor de vorming van nieuwe woorden door middel van samenstellingen ("coronadepressie", "verkeershufter"); ook dat zorgt voor lexicale variatie.
 
- Het is een absurd idee dat je in een Nederlandse vertaling geen lexicon zou mogen gebruiken dat in de brontaal niet als zodanig bestaat.
 
- Als schrijver leg je bij wijze van spreken met elk woord dingen uit aan de lezer - daar ben je schrijver voor. Objecten, begrippen of omstandigheden waarvan hij weet of moet aannemen dat de lezer er niet mee bekend is verklaart hij nader door ze te omschrijven of ze vanuit de context voor zichzelf te laten spreken, en als ook dat niet werkt voegt hij een voetnoot toe.
 
- Typisch Nederlandse woorden vormen de bloedsomloop van een vertaling die - in tegenstelling tot een zogenaamd "letterlijke", "woordelijke", dan wel "tekstgetrouwe" vertaling - een literaire tekst verdient.
 
- Een van mijn recensenten gaf me het compliment dat ik met woorden kan "goochelen". Hij bedoelde natuurlijk "toveren", want advocaten en politici goochelen met woorden maar schrijvers - en bijgevolg ook literair vertalers - toveren ermee als ze op dreef zijn.
 
- Tsjechov in het Russisch voert geregeld personages op die met een accent spreken of woorden gebruiken waaruit hun Oekraïense of (semi-)buitenlandse achtergrond blijkt. Als vertaler heb je dan de neiging dit niet-algemeen beschaafde taalgebruik in de brontaal te vervangen door niet-algemeen beschaafd Nederlands. Dat is riskant, omdat het al heel snel lachwekkend wordt; zo heb ik weleens een vertaling van Gogols met oekraïenismen doorspekte Taras Boelba gelezen vol (pseudo-)Vlaams, alsof dat de Nederlandse lezer zou helpen zich te laten meenemen naar de plaats van handeling, de Oekraïene.
 
- Het is een volstrekt irrealistisch streven - een fake streven - om vertaalde literatuur te presenteren in de taal van haar ontstaanstijd: men vergeet dat een literaire tekst wordt bewaard en zo goed mogelijk behoed in zijn gebalsemde stoffelijk overschot - de woorden en zinnen waaruit de tekst is geconstrueerd en waarvan we niet alleen de semantiek maar zelfs de klanken niet met zekerheid kunnen achterhalen - maar dat de geest of voor mijn part de ziel ervan voortleeft in levende, zich van eeuw tot eeuw en van minuut tot minuut ontwikkelende taal.
 
        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten