Anton Tsjechov: De dertig beste verhalen (Rusland, 1887-1903): 724 blz: Vertaald door Hans Boland (2021): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
Een
flink aantal van de meest vooraanstaande Nederlandse vertalers hebben
de Russische teksten van Anton Tsjechov omgezet in het Nederlands. In de
jaren 50 vertaalde Charles B. Timmer het grootste deel van de verhalen
van Tsjechov en hij vertaalde ook een deel van zijn toneelteksten en
brieven.
In 1993 verscheen een kleine selectie van de verhalen van Tsjechov in een vertaling van Marja Wiebes & Yolanda Bloemen.
Tussen
2005 en 2010 verscheen een nieuwe serie vertalingen van het grootste
deel van de verhalen van Tsjechov van de hand van Tom Eekman, Aai Prins
& Anne Stoffel. Deze vertaling zal voorlopig wel de
standaardvertaling blijven waartegen alle nieuwe vertalingen worden
afgezet.
In 2013 verscheen een zeer dikke bundel met het toneelwerk van Anton Tsjechov vertaald door Yolanda Bloemen & Marja Wiebes.
En nu is dan in 2021 een nieuwe selectie van verhalen vertaald door Hans Boland.
Hans Boland is een omstreden vertaler. Hij voert een éénmanskruistocht voor vertalingen in vloeiend literair Nederlands. Dat hij daarbij af en toe niet letterlijk vertaalt is voor hem een bijzaak. Hij vindt het juist een sport om typisch Nederlandse woorden te gebruiken die anders zijn dan de Russische, maar wel hetzelfde betekenen. Over deze methode valt te twisten, maar ik heb inmiddels meerdere boeken gelezen die door Hans Boland zijn vertaald en ik moet zeggen dat zijn Nederlands een genot is om te lezen.
Mijn favoriete schrijver (Anton Tsjechov) in het Nederlands van mijn favoriete vertaler (Hans Boland) dat moet haast wel een feest om te lezen zijn. En inderdaad denk ik dat deze bundel mijn favoriete boek ooit is.
Anton Tsjechov slaagt er met zijn verhalen in om een beeld te schetsen van de Russische maatschappij rond 1900. Op het eerste gezicht gebeurt er niet zo heel veel in zijn verhalen, maar ik word erin meegezogen zoals bij weinig andere schrijvers. De twee langste verhalen in deze bundel van Boland: "Steppe" en "Mijn leven" tellen beiden ongeveer 100 bladzijden. Het zijn ook 2 hoogtepunten in het boek. Maar eigenlijk zijn alle verhalen van Tsjechov de moeite meer dan waard.
Van
de vier vertalingen van de verhalen van Tsjechov die voorhanden zijn
zou ik deze van Boland of de meer uitgebreide vrijwel complete
vertaling in 5 delen van Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel kiezen om
te lezen. De vertaling door Charles B. Timmer is toch wel verouderd en
die van Wiebes en Bloemen bevat een te kleine selectie. Doe jezelf een
lol en ga eens wat van Tsjechov lezen, je zult er geen spijt van
krijgen.
- Oekleëvo lag in een door erosie ontstane groeve, zodat je vanaf de grote weg en vanuit het treinstation alleen de kerktoren en de fabriekspijpen van de textieldrukkerijen kon zien. Als iemand dan vroeg welk dorp dat was luidde het antwoord: "U weet wel, waar de koster bij een begrafenis alle kaviaar opat." Ooit had die namelijk, bij de uitvaartplechtigheid van fabrikant Kostjoekóv, tussen de hapjes de kaviaar ontdekt en was er meteen op aangevallen. Ze hadden geprobeerd hem bij de tafel weg te trekken maar dat merkte hij niet eens: hij zat zo te smikkelen dat er geen beweging in hem te krijgen was. Hij at de vierpondspot schoon leeg.
- Haar goede werken functioneerden tijdens die grauwe, loden dagen als een luchtklep in een stoommachine.
- "In dit leven hebt u het zwaar," zei Jeljenna. "Maar daar staat tegenover dat u in het volgende leven gelukkig zult zijn."
Rodion
snapte niet waar ze het over had en kuchte ten antwoord in zijn vuist.
Maar Stepanida antwoordde: "Mevrouw, duifje van me, de rijken hebben het
ook in het hiernamaals goed. Ze branden kaarsen in de kerk, ze houden
bidstonden, ze geven aalmoezen ... Maar een boer? Hij heeft nauwelijks
tijd om een kruisje te slaan en is zelf zo arm als een kerkrat, hoe kan
hij dan voor zijn zieleheil zorgen?"
- Ze was een rustig meisje met een goed hart boordevol compassie. Haar appelwangen, haar zachte, blanke, door een moedervlek gesierde hals, haar kinderlijke, innemende glimlach die zelden van haar gezicht week wanneer iemand iets aardigs zei: dat alles maakte dat de mannen die haar zagen bij zichzelf tjeminee! dachten en prompt óók begonnen te glimlachen. Wanneer er dames op visite waren konden die zich er dikwijls niet van weerhouden midden in het gesprek haar hand te grijpen en in een opwelling van genot te verzuchten: "Mijn hartje!"
- De kap werd gehesen. "Hij koopt komkommers, hij kocht kwamkammers," grapte Toerkin terwijl hij zijn dochter in de koets hielp. "Hij eet sla, hij at sloeg. Vort maar! Tot ziens alsjeblieft!"
-
Startsev kwam bij veel mensen aan huis en kende langzamerhand de halve
stad, maar vrienden had hij niet. Hij ergerde zich aan de conversatie en
de ideeën en zelfs aan het uiterlijk van zijn stadsgenoten. Met de
jaren had de ervaring hem geleerd dat die kleinburgers zolang je met ze
aan de kaart- of de eettafel zat heel aardig en welwillend konden zijn
en niet eens dom waren, maar zodra je over iets anders dan eten begon,
bijvoorbeeld politiek of wetenschap, zaten ze ofwel met hun mond vol
tanden ofwel bleken ze er zo'n botte, boosaardige filosofie op na te
houden dat hem niets anders restte dan er de brui aan te geven en zijn
biezen te pakken.
- Vanwege het bezoek werd de samowaar tevoorschijn gehaald. De thee stonk naar vis, de suiker was aangevreten en grauw, over het brood en het servies krabbelden kakkerlakken. Van de gesprekken, die over niks anders gingen dan gebrek en ziekte, werd een mens al net zo misselijk.
-
"Toen de heren nog de baas waren hadden we het beter," zei de ouwe,
terwijl hij een draad om een haspel wond. "Je werkte, kreeg eten, sliep,
alles op zijn tijd. 's Middags koolsoep en pap en 's avonds weer
koolsoep en pap. Augurken en witte kool bij de vleet. Je at zonder dat
iemand je op je nek zat, zoveel je hartje begeerde. Er was ook meer
orde. Iedereen kende zijn plek."
-
Marja en Fjokla hielden zich aan de vasten en deden elk jaar communie
maar hadden geen benul van wat het allemaal betekende. De kinderen werd
niet geleerd hoe ze moesten bidden, ze kregen niets over God te horen en
werden niet lastiggevallen met ethische kwesties, behalve dat de
consumptie van vlees- en melkproducten hun gedurende de vasten werd
verboden. Dit was bij alle dorpsbewoners de gangbare houding tegenover
religie: er iets van snappen of in God geloven deed feitelijk niemand.
- Alleen de meer welvarende boeren waren bang voor de dood. Hoe rijker ze werden hoe minder ze in God en de redding van de ziel geloofden, zodat ze hoogstens nog gingen bidden en kaarsjes branden omdat ze vreesden voor het einde van hun leven hier op aarde. Het armere deel van de bevolking kende die angst niet. De ouwe en opoetje werd te verstaan gegeven, zonder er doekjes om te winden en zonder dat ze er zelf aanstoot aan namen, dat ze lang genoeg hadden geleefd en dat het tijd werd om dood te gaan.
-
Hij zei dat hij van Toergenjev hield omdat die de maagdelijke liefde,
de pure jeugd en de melancholische Russische natuur bezong, maar dat hij
zelf dat soort maagdelijke liefde alleen verdroeg van een afstandje,
van horen zeggen, als iets abstracts dat niet in het werkelijke leven
kon bestaan.
-
Op weg naar huis evenwel viel hij ten prooi aan een diepe
mistroostigheid. Hij kreeg het te kwaad, zijn ademhaling was koortsig en
onregelmatig, zijn benen voelden slap en hij had de hele tijd dorst.
Bovendien werd hij belaagd door hinderlijke gedachten. Wederom
realiseerde hij zich dat hij zijn hele leven nooit rekening had gehouden
met Marfa en nooit eens lief tegen haar was geweest. In de
tweeënvijftig jaren die ze samen onder één dak hadden geleefd was dat
toch best eens mogelijk geweest - op de een of andere manier was het er
niet van gekomen. Hij had doodgewoon nooit aan haar gedacht, laat staan aandacht aan haar geschonken, alsof ze een kat of een hond was. Toch had ze elke dag de kachel aangemaakt, gekookt en gebakken, water gehaald, brandhout gehakt, met hem in éénzelfde bed geslapen, en als hij dronken terugkwam van een bruiloftspartij had ze zijn viool vol devotie aan de muur gehangen en hemzelf in bed gestopt, zwijgend, nederig, zorgzaam.
-
Uit zijn verwarde brein maakte zich één denkbeeld los: waarom bestonden
er dokters, hulpartsen, kooplui, klerken, boeren, en niet gewoon alleen
maar vrije mensen? Vogels leefden vrij, en dieren, en Merik. Ze
vreesden niemand en hadden niemand nodig. Wie had bedacht en verordend
dat je 's morgens vroeg moest opstaan, 's middags moest eten, 's avonds
naar bed moest, en dat een dokter hoger was dan een hulparts, en dat je
in een kamer moest wonen, en dat je alleen van je eigen vrouw mocht
houden? Waarom niet andersom: bijvoorbeeld 's nachts eten en overdag
slapen? En ach, kon je maar op een paard springen zonder te vragen wie
de eigenaar was en dan als een duivel de wind achternajagen door veld en
woud, en meisjes versieren, en schijt hebben aan iedereen!
Hans Boland heeft als toegift bij deze vertaling het boekje "Het Nederlands van Tsjechov" geschreven waarin hij vertelt wat zijn vertaalprincipes zijn en deze uitvoerig toelicht met voorbeelden uit zijn vertaling. Dit boekje geeft een mooi inzicht in het vertaalproces en is ook een aanrader.
Er zullen altijd wel van die puristen blijven die vinden dat je niet te veel mag afwijken van het origineel, maar als je vertaalt, doe je dat toch wel. Ik ben ook fan van Hans Boland, zoals je weet. Hij zorgt ervoor dat klassieke werken leesbaar zijn voor de moderne mens. Momenteel ben ik een Nederlandse hervertelling van Pride & prejudice aan het lezen. Het origineel vond ik niet om door te komen en deze versie van Lisette Jonkman is precies goed, naar mijn mening.
BeantwoordenVerwijderenTsjechov komt op m'n lijstje! Maar deze zomer ga ik eerst Dr Zjivago lezen, in de nieuwe vertaling van Aai Prins :-)
Hoi Barbara, "Pride and Prejudice" heb ik met veel plezier zowel in het Engels als in het Nederlands gelezen. Momenteel ben ik niet zo van de romans, maar "Dr. Zjivago" in de vertaling van Aai Prins staat ook op mijn lijstje. En ik vind de kwaliteit van een vertaling van zeer groot belang voor het leesplezier, ik kies vrijwel altijd voor de meest recente vertaling die voorhanden is. Groetjes, Erik
Verwijderen'Mijn favoriete boek ooit'; ik houd wel van dat enthousiasme :) maar het klinkt goed. Ik vind het fijn als er redelijk dicht bij het origineel gebleven wordt maar het is nog fijner als een goede vertaling een verhaal tot leven brengt (zolang een steppe maar een steppe blijft en geen Hollandse weide wordt natuurlijk)
BeantwoordenVerwijderenHoi Koen, ja "Mijn favoriete boek ooit", dat zegt wel wat (ik heb zo'n 3.000 boeken gelezen), maar er zijn natuurlijk ook nog wel wat andere boeken die voor die titel in aanmerking komen. In ieder geval ben ik razend enthousiast. En Hans Boland heb ik hoog zitten als vertaler. Groetjes, Erik
VerwijderenDeze staat nog op mijn lijstje, evenals het boek van Boland over de vertaling van de verhalen. Ik heb meer vertalingen van Boland gelezen en ben fan. Nog erger, ik ben door hem boeken van Russische schrijvers gaan lezen :)
BeantwoordenVerwijderenHoi Ali, ik ben ook een groot fan van de vertalingen van Hans Boland. Tot nu toe vind ik deze vertaling van Tsjechov en zijn vertaling van "Anna Karenina" het mooiste. De vertaling van de verhalen van Vsevolod Garsjin vind ik ook erg mooi. Verder heb ik een gedeelte van de 10 delen van Poesjkin gelezen. Ik moet zeggen dat ik de vertalingen die ik van de gedichten van Poesjkin heb gelezen, een beetje rijmelarij vind, maar ik ben dan ook geen fan van poëzie. Groetjes, Erik
Verwijderen