vrijdag 30 augustus 2024

Blogpauze

Nu mijn vriendenboek klaar is en ik zo een mooi resultaat in boekvorm heb van 10 jaar bloggen, lijkt mij dit een uitstekend moment om een pauze in te lassen. Bovendien heb ik bijna alles gezegd wat ik wilde zeggen. Het lijkt erop dat ik het schrijven niet kan laten. Waarschijnlijk ga ik binnenkort toch weer verder met bloggen.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Carolijn Visser: Buigend bamboe

Carolijn Visser: Buigend bamboe: Reizen in China (Nederland, 1990); 194 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
"Buigend bamboe" is het verslag van twee reizen die Carolijn Visser maakte in gezelschap van een Chinese gids in mei 1988 en in mei 1989. Tijdens de eerste reis, reisde Carolijn vooral over water in het voetspoor van de 17e-eeuwse schrijver en tekenaar Johan Nieuhof. Tijdens haar tweede reis werd Carolijn ingehaald door de loop der gebeurtenissen en moest ze voortijdig naar huis. Opnieuw een prachtig verslag!
 
Citaten:
- In de zomer van 1987 hoorde ik over een bijzondere tentoonstelling in het Zeeuws Museum te Middelburg. Het ging over China en de VOC werd me verteld. De expositie bleek te gaan over Johan Nieuhof, een Hollander die in 1655 met een VOC-gezelschap ... een lange reis door China maakte.

- Ik kon de voetsporen van Nieuhof door de binnenlanden van China echter niet in mijn eentje gaan volgen. Ik kende maar een paar woorden Chinees. Maar zelfs als ik de taal vloeiend zou spreken, had ik nog een Chinese begeleider nodig, een gids. Iemand die ik kon vertrouwen.

- Toen alle schalen leeg waren zei hij beleefd tegen mij: "Voordat we een boot gaan zoeken, wilde ik je nog iets voorstellen." "Ja?" "Je naam, je zou een Chinese naam moeten hebben want jouw naam is voor een Chinees niet uit te spreken." "Visser is vast wel te vertalen in het  Chinees," opperde ik. "Ja, maar dat is geen naam voor een vrouw, ik had zelf iets gedacht met een bloem." Hij tekende een paar grote karakters op zijn hand: "Kijk, dit is heel mooi. Ka Lolian, als je het zo schrijft betekent het "Prachtige Ochtenddauw op Lotusblad". Heel mooi," stemde ik in, "zo wil ik erg graag heten."

- Chinezen bouwen niet graag voor de eeuwigheid, had ik ergens gelezen. Wat heeft het voor zin, grote investeringen te doen wanneer de ene omwenteling de andere opvolgt? Met het minimum aan aardse goederen het werk toch gedaan krijgen, daar zijn Chinezen meesters in.

- Hij lachte en zelfs het matrozenechtpaar grinnikte met hem mee. "Waarom ben je dan hier in China? Wat is er zo belangrijk aan die ouwe man? Reizen en schrijven, dat heeft toch geen nut? Waarom help je je eigen man niet zodat jullie een heel grote zaak kunnen maken en heel rijk worden?" Iedereen knikte, ze waren het allemaal eens. "May we do you a suggestion?" vroeg Hongqi in hun naam, "help je man een grote zaak op te bouwen en neem een kind." "Wat moet ik daar nou op zeggen?" vroeg ik Hongqi verbaasd. "Dat je hun suggestie in serieuze overweging zult nemen," zei hij stellig. "Goed," zei ik, "zeg dat dan maar." Aan de tevreden gezichten zag ik dat het inderdaad het juiste antwoord was.

- Meneer Wei vond blijkbaar ook dat ik een goede gast was: als beloning legde hij een delicatesse in mijn kom, een kippeklauw. "Specialiteit van Nanxiong," zei hij, "die werden vroeger ook naar de keizer gebracht." Inwendig walgend nam ik het ding tussen mijn stokjes, alle ogen waren op mij gericht. Ik zette mijn tanden in een van de  tenen. Ik verwachtte dat zo'n klauw hard zou zijn, als een nagel, maar het proefde vettig op een smerige manier. Zo stelde ik me de smaak voor van gekookt eelt.

- Langs de kant van het pad hoorden we een vreselijk gepiep, het was een vogel die uit het nest was gevallen. De moeder cirkelde boven ons, haar gekrijs klonk hartverscheurend. Meneer Liu had het beestje al in zijn handen. "Die zal lekker smaken," vertaalde Hongqi. De vogel werd in een tas gestopt, bij de geneeskrachtige wortel.

- Daarna wilde meneer Cheng weten welke mineralen we in Nederland hebben. Ik vertelde over ons gas en over de Noordzee, die verdeeld is in stukken, en dat alleen onder het Britse en het Noorse deel olie zit. "Ai," zuchtten de drie mannen getroffen, "wat een pech." "Maar hoe hebben jullie de economie dan ontwikkeld?" Beroemde Nederlandse Exportartikelen moest ik noemen. "Landbouwprodukten," zei ik, "die exporteren we over de hele wereld." Daar waren ze niet van onder de indruk. "Dat is iets ouderwets," zei Hongqi, iets moderns wilden ze horen, iets industrieels. "Gloeilampen," zei ik, "Philips is een heel groot bedrijf en maakt er miljoenen." Dat ging de goede kant op, maar het was wel een heel klein produkt. "Jullie maken toch ook schepen," zei Hongqi, die radeloos begon te worden en onze eer wilde ophouden, "heel grote tankers heb ik gehoord." "Die tijden zijn voorbij," kon ik niet nalaten te zeggen, "alle werven gaan failliet en de schepen worden tegenwoordig in Azië gemaakt, onder andere hier in China." De drie mannen keken alsof ze een boemerang in hun gezicht kregen.

- ... De bemanning verwachtte een verklaring en ik overwoog iets te zeggen over onze levenswijze, over Nederland, over Europa, maar bedacht me. Het had geen zin. Ze wilden niet eens geloven dat wij eieren niet per kilo kopen, maar per stuk of in een doos. Er was geen beginnen aan. Nog nooit had ik me zo ver verwijderd gevoeld van de mensen om mij heen; niet in Australië, niet in Latijns-Amerika en ook niet in Afrika. In China, op deze boot, bevond ik me op een andere planeet.

- "Life in China sometimes very boring," zei hij met een zucht. Daarom wilde hij graag in de Verenigde Staten gaan werken. "Waarom juist daar?" vroeg ik. "Ik ben geïnteresseerd in moderne technologie," verklaarde hij, "en Amerika is op dat gebied nummer één." Ik vond het een vreemd argument, misschien omdat ik niet zoveel waarde hecht aan techniek. Het was net zoiets als met alle geweld in Schotland willen wonen omdat je daar zo lekker kunt vissen.

- Meneer Kung leerde haar ook de kern van de leer van Confucius: "Wie gelukkig wil zijn," hield hij haar voor, "moet zijn hoofd niet boven dat van zijn buurman verheffen, want hij die dat wel doet zal vroeg of laat worden onthoofd."

- In Nederland had ik veel gelezen over het Keizerlijke Kanaal, de grootste handgegraven waterweg ter wereld, maar ik was teleurgesteld. Het land om mij heen leek verschrikkelijk veel op Zeeland, waar ik ben opgegroeid, het Keizerlijke Kanaal was net het Kanaal door Walcheren.

- Starend over de stofweg schoot de ene sombere gedachte na de andere door mijn hoofd. De enige regels waar Chinezen zich aan houden zijn de regels die afgedwongen worden door strenge straffen. Verder houdt niemand rekening met elkaar, het is altijd: ieder voor zich.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 26 augustus 2024

Carolijn Visser: Verre reizen

Carolijn Visser: Verre reizen: Verhalen uit de werkelijkheid (Nederland, 1989): 175 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
In "Verre reizen" staan een aantal verhalen over mensen die Carolijn Visser heeft ontmoet in China, Japan, Malawi, Nicaragua en Armenië. Zoals altijd bij Carolijn Visser zijn de verhalen erg onderhoudend en lezen ze prettig.  
 
Citaten:
- Ik bezocht China voor de vijfde keer en weer waren de veranderingen die ik zag bijna te groot om te bevatten. Het land bevindt zich in zo'n enorm snelle omwenteling, als je na een paar maanden ergens terugkeert lijkt er wel een nieuw decor neergezet. Hele straten zijn in de tussentijd afgebroken, torenflats gebouwd, fabrieken geopend, wegen op palen omgelegd.

- Inmiddels was ons gezelschap behoorlijk aangezwollen, met z'n allen pasten we net in de woonkamer. "Nu krijgen we milk-tea," zei Lilly, "Mongolian style." In grote kroezen werd zwarte thee geschonken, daar werden vette boter en gierstkorrels bijgedaan, het drankje smaakte erg zout. "Dit is wat wij drinken op de graslanden," riepen de twee kunstenaars vrolijk.

- Ik was voor het eerst in Amsterdam, voor het eerst in een Chinese toko. Iets later at ik een kom noedels in een donker restaurant op de Zeedijk, vier Chinese mannen zaten aan een tafel bij een vuil raam iets te bekonkelen. Daarna heb ik er altijd van gedroomd naar China te gaan. Dat moest zoiets zijn, stelde ik mij voor, als een veelvoud van die prachtige winkel, van dat geheimzinnige restaurant.

- In Hongkong wordt er geen aandacht geschonken aan de buitenlandse bezoeker, je mag gaan en staan waar je wilt. Er zijn geen speciale hotels voor mensen met ronde ogen zoals in Kanton, Shanghai en Peking. De bezoeker die het kan betalen neemt een suite en laat zich rondrijden in een Rolls Royce. Wie weinig geld heeft kan een kamer krijgen in een gribus met uitzicht op een spelonk.

Carolijn krijgt een lift van een Japanner:
- "I  am salaryman," zei hij, alsof dat niet overduidelijk was. Hij deed de radio aan en er kwam een liedje van Dire Straits uit de luidsprekers. "You like?" vroeg Junji vriendelijk. Ik knikte enthousiast, want ik had al lang geen vertrouwde muziek gehoord. "Which country?" wilde hij toen weten. Zijn ogen lichtten op toen ik zei dat ik uit Nederland kwam. "Holland many Marianne," zei hij. Eerst begreep ik hem niet. Langzaam zei hij toen. "Mariuhana. You smoke?" Ik was verbaasd. Junji was geen doorsnee Japanner. "It is nice to be high," zei hij ...

Carolijn werkt als animeermeisje in een bar in Tokio:
- Tientallen keren hoor ik mezelf antwoord geven op de vragen wat het doel van mijn verblijf in Japan is, hoe lang ik er al ben, hoe lang ik nog denk te blijven, wat mijn indruk van het land is. "Very nice people, beautiful country," zeg ik steevast, want van een bezoeker wordt die mening verwacht. In ruil daarvoor sommen de mannen vervolgens de mooie kanten van Nederland op: de molens, de tulpen, de klompen en de jenever.

In Malawi:
- Het zoontje van de diplomaat en zijn vrouw is naast mij komen zitten, hij draagt een onberispelijk schooluniform. Als ik hem vraag wat voor kinderen bij hem in de klas zitten zegt hij: "Two blacks, de rest is blank." "Toe nou," zegt zijn moeder, "twee Malawianen moet je zeggen." "Toch zijn ze zwart," zegt het jongetje pesterig.

- De Zuidafrikaan rekent af en weigert mij mijn deel te laten betalen. "Je bent nu in Afrika," zegt hij, "zo zijn de regels hier." En dan volgt de voorspelbare vraag: "Wil je iets komen drinken op mijn kamer?"
 Ik denk aan alle waarschuwingen die ik kreeg voordat ik op reis ging. Van mijn huisarts, van vrienden, van de verpleegster bij de GGD die mij vaccinaties gaf. Wat je ook doet, kijk uit met de mannen daar. Vlak voor mijn vertrek had ik een artikel gelezen dat geheel gewijd was aan het feit dat vooral onder Afrikaanse zakenlieden, die veel reizen en veel verschillende vriendinnen hebben, het Aidsvirus wijdverspreid is. De Zuidafrikaan staat boven aan alle lijsten van risicogroepen. "Nee," zeg ik zo luchtig mogelijk, "ik ga maar eens vroeg naar bed."

- In Zuid-Afrika hebben ze zwarte vrienden, zeker. De meubelfabrikant gaat weleens een pilsje drinken met de manager van zijn fabriek, in een café waar het niet zo opvalt als er een zwarte en een blanke samen binnenkomen. "En weet je wat hij verdient, die zwarte manager? Zestienhonderd rand per maand! En wat dacht je dat deze barkeeper verdient, hier in dit land, met een zwarte president aan het roer?" "Geen idee," zeg ik. "Nog geen veertig kwacha per maand, dat is veertig keer zo weinig!" "Heel weinig," stem ik met hem in. Dat bedoelt hij nou! En de bediende in het huis waar ze hier logeren zeurt hen de hele dag aan het hoofd of ze hem alsjeblieft meenemen Down South.

- De Nederlandse arts praat verder op een fluistertoon. "Seks is verschrikkelijk belangrijk hier." Ze zoekt naar de juiste woorden, ze wil niet puriteins of ouderwets klinken. "Er komen weleens mannen naar mijn spreekuur die klagen over een "all over weakness", daarmee bedoelen ze dat ze impotent zijn. Maar wat blijkt als je even doorvraagt: ze gaan elke nacht met een vrouw naar bed! Maar dat is bij lange na niet genoeg. In gesprekken met onvruchtbare vrouwen komt dat ook steeds naar voren: gemiddeld doen ze het drie keer per nacht! Iedereen hier! Wie dat niet kan is ziek, ernstig ziek."
 
- "Eén keer heeft iemand mij hier uitgescholden," zegt ze, "een Malawiaanse hoofdverpleegster. Jij hebt hier alles te vertellen omdat je blank bent, zei ze." De Nederlandse had zich daarna diepbedroefd gevoeld, want het was waar.

In Nicaragua:
- "Wie de kans heeft, vertrekt," verzuchtte ze. Dagelijks kondigden professoren, artsen en ingenieurs in hun buurt en op hun werk aan dat ze naar het buitenland moesten voor een congres, een medische behandeling of familiebezoek. In het gezelschap van hun echtgenote of vaker nog hun minnares gingen ze met een enkele koffer naar het vliegveld. Veel geld namen ze niet mee want van alle dollars moest de herkomst aangetoond worden bij de douane. "Wel dragen de vrouwen al hun gouden sieraden," lachte Gloria somber. Het huis, in een villawijk, bleef achter onder de zorg van een bewaker die een paar maanden loon vooruit betaald had gekregen. Dat feit raakte bekend bij de buren en men ging vermoeden dat de reizigers wel nooit meer zouden terugkomen.

Armenië:
- Waar hij zich wel dagelijks over verwonderde, terwijl hij toch al vele malen eerder in Armenië was, is de corruptie. "Een voorbeeld?" vroeg hij verbaasd, "het leven hier is niets anders dan voorbeelden van corruptie." Hij wees naar een verwarmingsradiator vlak bij het raam. "Toen we hier kwamen wonen wilden we er een radiator bij, maar die zijn nergens te koop. Ritselen, alles moet je hier ritselen." In de gang liet hij zien hoe al hun elektrische apparaten direct op het net zijn aangesloten, buiten de meter om. "Komt er een inspecteur, die zegt: "Zo, u krijgt een boete." Zegt mijn vrouw: "Helemaal niet, als u een boete geeft krijgt u geen dertig roebel." Die man steekt dat bedrag in zijn zak, bij de bovenburen krijgt hij ook wat en over de elektriciteitsrekening wordt niet meer gesproken."

- "Je hebt geen idee hoe achterlijk de Sovjetunie is," zei Robert. "Satik en ik stonden pas in de rij op het postkantoor achter een jonge soldaat die een telegram dicteerde naar huis, ergens in Siberië. "Stuur geld, hier is alles te koop" luidde zijn tekst! Nou ja! Er is in Jerevan niets te krijgen wat ik wil kopen, maar die jongen dacht dat hij in het paradijs was beland. Moet je je voorstellen hoe het in zijn dorp is."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 24 augustus 2024

Carolijn Visser & Sasza Malko: "En nog steeds hebben wij twee vaderlanden"

Carolijn Visser & Sasza Malko: "En nog steeds hebben wij twee vaderlanden": Op avontuur in Nederlands-Indië (Nederland, 1988): 163 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Halverwege de jaren 80 woonden er in bejaardenhuizen en verzorgingstehuizen nog veel oudere mensen die voor de Tweede Wereldoorlog in het toenmalige Nederlands-Indië hadden gewoond en gewerkt. Carolijn Visser en Sasza Malko wilden hun verhalen over de "tempoe doeloe" optekenen voordat het te laat was. 
 
De losse verhalen in ""En nog steeds hebben wij twee vaderlanden"" maakten op mij niet heel veel indruk, maar met zijn allen geven ze een uitstekend tijdsbeeld van hoe het leven was in Nederlands-Indië voor de Tweede Wereldoorlog. In het boek staat niet vermeld hoe de taakverdeling was tussen Carolijn en Sasza. Omdat Carolijns naam als eerste vermeld staat, vermoed ik dat zij verantwoordelijk is voor de uitgeschreven teksten en dat ze samen de interviews hebben gedaan. Of mijn conclusie juist is kunnen alleen de twee auteurs vertellen.
 
Citaten:
- Tijdens onze gesprekken over Nederlands-Indië hebben we vooral gevraagd naar herinneringen aan het straatbeeld, de kleuren, de gerechten, de kleine voorvallen en grote gebeurtenissen die tezamen wat men noemt het "dagelijks leven" vormen.

Een rubberplanter:
- Iedere assistent was verantwoordelijk voor zo'n zevenhonderd hectaren rubberbomen. Daarop werkten de koelies, meestal gecontracteerde Javanen, die voor vijf, zes jaar naar Sumatra kwamen. Ze kregen vrije huisvesting, medische verzorging, twee keer per maand voldoende rijst en olie, bovendien verdienden ze geld. Dat werd twee keer per maand uitbetaald, op hari gadji, de dag van het salaris. Daarna was er een vrije dag, hari besar, de grote dag. De Europeanen kregen verder nog twee vrije zondagen, dus vier vrije dagen per maand.
 
- We  vervoerden ook koelies uit Shanghai, Hongkong en Singapore. Zij gingen op de cultuurondernemingen werken. Dat waren de werkkrachten op Sumatra omdat de bevolking daar er niets voor voelde om dat werk te doen. Ze lieten hun vrouwen een stukje grond bewerken en wat rijst planten. Die mensen zijn het gelukkigst af van de hele wereld. Het is er nooit koud, een huis bouwen ze van bamboe. Ze hadden het goede principe, het heerlijke principe: waarom zou je werken om geld te verdienen? Je werkt alleen als je niet voldoende hebt om in leven te blijven ... Die mensen waren zeer verstandig!
 
Een zoon van een goudbaggeraar:
- Een soort blokhutten waren het, de huizen waar we in woonden. Elk gezin had een vrij grote tuin, met afrastering rondom. We hadden papayabomen, bananen, honderden ananasplanten, pinda's in de grond die we zelf kweekten. Groenten werden wekelijks aangevoerd uit hogere, koudere gebieden, driehonderdvijftig kilometer ver weg. Andere dingen, zoals rijst, bonen, boter in blik en melk haalden we in de bedrijfstoko.
 
- Ik stond ook op de loonlijst van de maatschappij, ik werd wel een beetje betaald. Nou ja, de Nederlander werd in beloning natuurlijk altijd ver boven de Indonesiër gesteld. Als een Nederlandse boekhouder driehonderd gulden in de maand verdiende dan kreeg zijn eerste assistent misschien twintig gulden. Zo'n verschil. Laten we eerlijk zijn: het was zo dat een Nederlander in Indonesië zat om er financieel behoorlijk beter van te worden.
 
- Brood heb ik ook iedere dag zelf gebakken, dat deden alle Europeanen zelf. Je vond het een beetje eng om dat aan de bediende over te laten, ook omdat het zo nauw en precies met gist moest gebeuren. Dat was geen gewone gist maar een kweek, je moest het bijhouden. Bij een stukje deeg van de vorige dag deed je water van gekookte aardappelen en een eetlepel suiker. Als het helemaal mis ging, moest je wat deeg gaan halen bij een van de anderen, of je moest wachten tot de boot kwam.

De echtgenote van een resident:
- Op het eilandje Dammar was een missiefeest. Dat bij de binnenkomst van mijn man met de twee dames de plusminus vijfhonderd aanwezigen opstonden en het Wilhelmus - in het Maleis - begonnen te zingen, was waarlijk indrukwekkend. Zo ver van Nederland ons volkslied te horen.

- Die avond was er een groot feest. We zaten in een kring, ik zat naast de controleur. Toen kwam de vrouw van de radjah naar mij toe met een prachtig blad met alle benodigdheden voor het sirihpruimen. Ik had nog net genoeg tijd om aan de controleur te vragen: wat moet ik nu doen? Hij fluisterde snel: "Aannemen, buigen en teruggeven." Dat heb ik gedaan en toen begreep ze dat je als Nederlander niet pruimde.

De vrouw van een jong echtpaar:
- Ik was zeventien toen ik Kees leerde kennen en daarna werd het helemaal fantastisch. We zaten op dezelfde sportclub en hij was daar de grote voetballer, een echte sportheld. Maar zijn auto, een schitterende Chevrolet two-seater, vond ik in het begin nog leuker dan hemzelf. Stel je voor: ik was de enige in de klas die een vriendje had met een auto en wat voor een auto!

Een HBS-leerlinge:
- In de klas waren we allemaal gelijk, onderwijs was het criterium. Wel hadden de Indonesische kinderen het moeilijk, die leefden in twee werelden. Ik had een vriendinnetje, Asmara, haar vader had in Nederland voor kinderarts gestudeerd. Op school verkeerde ze in een totaal Westerse wereld, thuis waren ze helemaal Indonesisch. Dan verkleedde ze zich in een kebaja en haar vader had alles voor het zeggen.
 
- Op een gegeven moment kwam onze Engelse grootvader logeren. Opa ging met ons naar het zwembad en kwam verslagen thuis. Hij gaf onze moeder een standje, nou! "Weet je dat je dochters daar gemengd zwemmen, en dat daar jongelui zijn met alleen maar een zwembroek aan?" Je moest die zwembroeken van toen zien: van hier tot hier, toch waren we decadent volgens opa. Het was dus een confrontatie tussen een Engelsman en een Pruisische en we moesten zeggen dat de Pruisische het won met haar gezond verstand.

Een vrouwelijke ambtenaar:
- 's Morgens ging mijn vader naar zijn werk toe met een oude tweezits Hillman van voor de Eerste Wereldoorlog. Nog met carbidlampen. De auto moest aangezwengeld worden en mijn moeder moest iets nippelen. Zo bracht vader ons naar school en waren daardoor overal bekend. Later hoorde ik van mensen die halverwege op de weg naar Batavia woonden dat hun moeder altijd riep: vooruit, je moet naar school, de kaaskoppen zijn al langs geweest. De kaaskoppen, dat waren wij. Ik was toen hoogblond en die haren wapperden altijd in de wind als ik achter in wat je noemt de kattebak zat.

- De mensen hier willen altijd weten over de Stille Kracht in Indië. Maar die stille kracht daar is niet anders dan de stille kracht hier, het komt hier precies zo voor. Overal wordt gedaan aan de beïnvloeding van de geest van anderen. Maar ja, op Java werkte de natuur mee. De ongerepte, prachtige, mysterieuze natuur, hier is alles van plastic. Daar was je tussen de bomen, bij de bomen. We hadden een schommel die ging echt hemelhoog. Je ging naar de sawa's om lotusbloemen te plukken op zondagmorgen, je ging naar de kampongs. Tot en met mijn twaalfde heb ik op blote voeten gelopen. Ik stond in contact met de aarde, nu nog loop ik het liefst zonder schoenen, zonder knellende dingen.

Een Chinees:
- Wij in onze familie hadden een andere levenswijze dan de doorsnee Chinezen die in onze wijk woonden. Mijn vader dronk bijvoorbeeld bier en brandy en serveerde allerlei sterke drankjes aan zijn Hollandse relaties, rode wijn aan meneer pastoor. Om succesvol zaken te doen met Europeanen moest je drank serveren en als je er tegen kon meedrinken.

Een vrouwelijke zendingsarts:
- Het waren volkomen gescheiden werelden; je kon heel vervelend zijn tegen je bedienden of je kon heel vriendelijk zijn, maar het waren mensen van wie je heel weinig wist. Om een voorbeeld te noemen: de kwestie van opleiding van Indonesische artsen, die speelde al vanaf het eind van de vorige eeuw. De tegenstand van Nederlandse artsen kunt u zich niet voorstellen. En weet u waarom? Je kunt toch geen Javaanse arts aan het ziekbed van je vrouw vertrouwen, dat was het motief. In 1912 werd dat nog in het artsenblad geschreven, die datum weet ik nog toevallig.

Een missionaris:
- Toch duurde het jaren voordat je leerde hoe je je moest gedragen. Laat ik een sprekend voorbeeld geven: Ik gaf zangles in de meisjesklas bij de zusters. Daarin zat een meisje dat de boel verstoorde en mij gruwelijk irriteerde. Ik ging op z'n Hollands te werk. Ik zei: "Hier!" En ik zette haar in de hoek. Ze zei niks. Veertien dagen later komt mijn was terug, het was gewassen bij de zusters waar dat meisje ook woonde. Alles zag er netjes uit, maar toen ik mijn habijt uitpakte was dat helemaal in repen gesneden. Ik wist meteen dat zij dat gedaan had en dat ik fout was geweest. Je mag nooit iemand publiekelijk laten afgaan.

- ... Aangezien ik in de kampong zou overnachten en ik alle tijd had, heb ik mijn geduld kunnen bewaren. Eerst moest er vergaderd worden. Ook heb ik meermalen hondevlees gegeten, al wist ik het dikwijls niet vanwege de vele kruiden en sterke peper. Maar toen een andere pastoor mijn werk overnam en men hem vroeg of hij graag hondevlees had, voor de Bataks een specialiteit, was zijn antwoord nee. "Maar uw voorganger was er gek op," zeiden zij.

- De Bataks vergeven ons Europeanen veel, indachtig hun spreekwoord: "Ander land, ander gras, ander volk, andere gebruiken".

- Dat Hollanderdom bevatte voor de Bataks toen al wat begeerlijk was: rijkdom, wetenschap, standing, kortom al wat vooruitgang brengt. Toen er op mijn erf een school/kerk werd gebouwd, had een viertal kinderen van nog geen tien jaar hun lijf met kalk vol gesmeerd. Zo kwamen ze bij mij op de pastorie. En wat zongen ze?! Na bontar do hami na mora do hami, nunga maju: "Wij zijn blank, wij zijn rijk, wij zijn welvarend geworden".

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 23 augustus 2024

Wat ik van mijn vriendenboek vind

Het eerste dat opvalt als ik mijn boek in handen houd, is dat het er zo prachtig uitziet. Het is een gebonden hardcover op A5-formaat met 340 bladzijden en een schitterende omslagillustratie van mijn zus Margot in samenwerking met Marco, een vriend van mij. De bladzijden zijn prachtig wit van stevig 140 grams papier. De bladspiegel oogt erg mooi met een schitterende opmaak door Kees, een andere vriend, met een mooi gedrukte tekst met witregels, de juiste marges, in Times New Roman met de grootte die ik ook voor dit stukje gebruik. Het boek bevat een prachtig voorwoord van Paul, weer een andere vriend en een mooie inleiding en nawoord van mijn hand. De inhoudsopgave van Kees ziet er ook keurig uit. Kortom, het uiterlijk van mijn boek is dik in orde.
 
Dan de inhoud. Het boek bestaat uit 138 stukjes die ik eerder op dit blog heb gepubliceerd. In deze stukjes vertel ik zo'n beetje alles wat ik over mijzelf en mijn interesses wil vertellen. Zelf vind ik de belangrijkste stukjes, de 20 stukjes die ik over mijn leven als psychiatrisch patiënt heb geschreven. Ik vermoed dat de meeste lezers dit ook de meest interessante stukjes zullen vinden. Dan komen 44 boekbesprekingen met groten uit de wereldliteratuur (zoals Homeros, Herodotos, Montaigne, Jane Austen, Tolstoj, Tsjechov en Paustovskij), maar ook lichtere kost zoals boeken van Goscinny en Sempé, Dr. Seuss, Jean Dulieu, Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp en Roald Dahl en Quentin Blake, Alle boekbesprekingen bevatten een korte inleiding van mij gevolgd door een uitgebreide set schitterende citaten. De boekbesprekingen vullen de helft van mijn boek.

Dan komen mijn besprekingen van favoriete regisseurs met hun voor mij favoriete film. De meeste van mijn vrienden zullen deze regisseurs en films niet kennen. Ik bespreek ook nog een aantal losse films en heb stukjes geschreven over mijn favoriete Amerikaanse en Nederlandse films en omdat iedereen die kent over de films van James Bond.

Vervolgens vijf stukjes over mijn favoriete muziek: opera, klassieke muziek, wereldmuziek, popmuziek en Nederlandstalige muziek.

Omdat ik nu eenmaal een lekkerbek ben ook 11 stukjes over lekker eten en nog 10 stukjes over van alles en nog wat.

Ik denk dat mijn boek voor vrijwel iedereen goed te lezen is en het is hopelijk ook een beetje onderhoudend. Er staan nog wel een aantal kleine foutjes in de tekst, maar ik vermoed dat niemand zich hieraan zal storen. Ik ben zeer tevreden over mijn eigen boek.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 21 augustus 2024

Drukkerij Bookadew te Roermond

Bij Bookadew kunnen zowel bedrijven als particulieren hun boeken laten drukken in een kleine oplage van 1 tot 500 stuks, precies zoveel als je wilt. Ze maken alleen gebonden boeken. Ik vind de website van Bookadew erg overzichtelijk. Je kunt makkelijk de prijs van je boeken berekenen als je de volgende gegevens invult: of je boek een hardcover of een paperback moet  zijn, het formaat van het boek, het aantal bladzijden, of je alleen zwart-wit tekst wilt hebben of afbeeldingen in kleur, de papiersoort, of je glanslaminaat of matlaminaat voor de omslag wilt hebben en natuurlijk hoeveel exemplaren je van je boek wilt hebben. Als je deze gegevens invult krijg je een totaalprijs, waarbij je dan nog 9% BTW moet optellen.
 
Ik kwam voor 109 boeken, hardcovers, A5, 340 bladzijden, 140 grams houtvrij papier, tweezijdig zwart bedrukt en met matlaminaat op 1.948,92 euro uit, omgerekend net geen 18 euro per boek. Ik vind mijn boeken er prachtig uitzien en ze zijn wat mij betreft de prijs meer dan waard.
 
Als je 50 of meer exemplaren van je boek bestelt krijg je een proefexemplaar als je dat wilt. Als je het proefexemplaar ontvangen hebt, kun je desgewenst nog een nieuw PDF bestand aanleveren. Ik kreeg half februari het idee om een vriendenboek samen te stellen met stukjes uit mijn blog, de teksten had ik dus al. Het heeft ongeveer een half jaar geduurd voor dat de complete oplage van mijn boek in huis lag. Ik ben zeer tevreden over de samenwerking met Bookadew. Ze zijn goed bereikbaar per mail en telefoon. Ze geven snel antwoord op eventuele vragen, en vooral: ze hebben een prachtig product afgeleverd. 
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 16 augustus 2024

Carolijn Visser: Aan het einde van de regenboog

Carolijn Visser: Aan het einde van de regenboog: Goudzoeken in Costa Rica (Nederland, 1986): 91 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Veel recensenten hebben de neiging om dikke boeken hoger te waarderen dan dunne boeken. Vroeger hield ik ook van dikke turven, maar tegenwoordig ben ik vaker gecharmeerd van dunnere boeken.
 
In "Aan het einde van de regenboog" schetst Carolijn Visser in slechts 68 tekstpagina's het leven van een gemeenschap van goudzoekers in Costa Rica op een dusdanig knappe manier dat voor mij heel die gemeenschap tot leven komt. Het is van omvang een bescheiden boekje, maar ik vind het één van de mooiste boeken uit de Nederlandstalige literatuur die ik ken!
 
Citaten:
- De zon is nog maar net op als de eerste passagiers zich al verzamelen bij de aanlegsteiger van Golfito. De mannen lijken regelrecht uit het café te komen. Hun sombrero's staan scheef, hun kleren zijn smoezelig, hun gezichten zien grauw. De vrouwen zien er veel frisser uit in gekleurde jurken; zij hebben inkopen gedaan of zijn met een kind naar het ziekenhuis geweest. Er is ook een groepje minder degelijke dames dat meewil met de boot. Strakke jeans spannen zich om hun dikke billen, t-shirts laten hun schouders bloot. Giechelend praten ze over de klanten die ze aan de andere kant van het water denken te vinden.
 De Arco Iris, een klein houten scheepje, wordt volgeladen met kratten bier, cola, zakken rijst en bonen, dozen met eieren, manden vol groenten en zelfs een paar biggetjes. De honger aan de overkant lijkt haast niet te stillen.

- Een aantal dozen en kratten wordt een winkel binnengedragen die langs de hoofdstraat ligt. De Chinees achter de toonbank heeft het geld keurig uitgeteld klaarliggen en betaalt de mannen van de Arco Iris. In de winkel is alles te koop wat een goudzoeker nodig kan hebben: touw, goudpannen, schoppen, lange kapmessen, gereedschap, sterke drank, sigaretten, rijst, bonen, zadels, rubberlaarzen; alles staat in het gelid uitgestald op een betonnen vloer. "Hay mucho oro", er is veel  goud, zegt de Chinees afwezig. Als ik een fles whisky en een paar rubberlaarzen afreken, zegt hij het nog een keer: "Hay mucho oro. Maar niet iedereen weet het te vinden. En of ze iets vinden of niet, eten moeten ze toch. Ik geloof persoonlijk meer in handel."

- Maar dat is niet het ergste, vervolgt ze. Het vervelendste bijverschijnsel van het goud is dat geen enkele knecht langer dan een week voor haar blijft werken. "Ik haal ze van het vasteland, uit de verste uithoeken, ik bied ze een loon en een huisje waar ze met hun familie kunnen wonen. Maar wat doen ze? Binnen de kortste tijd zitten ze in de bergen, te zoeken naar goud, in plaats van iets degelijks op te bouwen voor hun gezin."

- Tijdens het eten moppert ze weer over de goudzoekers op het schiereiland. "Goudzoeken is geen werk," zegt ze, "het is gokken, en ik heb geen respect voor gokkers."

- Op het schiereiland verspreiden nieuwtjes zich zo snel als een goudzoeker zich verplaatsen kan. Daarom is de romance van Juan Bravos binnen een week tot in de verste uithoeken bekend. 
 De ongekroonde koning heeft een Amerikaanse vriendin, een gringa. Alle mannen zijn stinkend jaloers, al maken ze de meest schunnige opmerkingen over Debby, de vrouw in kwestie. 

- Salvador lacht verlegen om zijn theorie. "Ach nee," zegt hij dan. "Het is allemaal toeval in het leven. Neem nou mijn twee kinderen, hoe ik daaraan ben gekomen. Jaren geleden kwam er een vrouw voorbij, heel arm, met een baby. Ze vroeg of wij daarop wilden passen, terwijl zij in de bergen naar goud zocht. We hebben haar nooit meer gezien. Onze jongste, Juan Carlos, hebben we gevonden in een kartonnen doos bij de landingsstrip. Iemand had hem vergeten. We hebben hem naar de koning van Spanje genoemd. Wij hebben zelf nooit kinderen kunnen krijgen, maar het toeval heeft er ons toch twee gebracht."

- Hij overhandigt een flesje waarin zich zijn vondsten van de afgelopen drie dagen bevinden. Alle goudzoekers bewaren hun goud in een flesje vol water, omdat het daarin op de bodem zinkt en niet gemakkelijk verloren kan raken.

- Patrick vertelt over zijn meest favoriete onderwerp: hoe hij grote hoeveelheden goud is kwijtgeraakt en weer heeft teruggevonden.
 "Ik loop over de Passéo Colon is San José, met op mijn schouder een nieuwe cassetterecorder en een zak vol nuggets. Word ik opeens op mijn schouder getikt door iemand: "Meneer, u verliest uw stenen." Heb ik alles terug kunnen vinden. ..."

- "Een andere keer had ik heel veel zitten drinken in een café en zeker tien kilo goud in een papieren zak op tafel laten staan. De volgende dag ben ik naar die kroeg teruggekropen en de barkeeper zei meteen: "O ja, u heeft hier die zak frigoles, bonen, laten staan.""

- Patrick windt zich steeds meer op over de naïviteit, het onverstand van zijn landgenoten. "Ze hebben de kosten onderschat, ze dachten dat alles wel goedkoop zou zijn in een Derde Wereldland, alleen de lonen zijn laag, onderdelen kosten soms wel drie keer zoveel als in de Verenigde Staten, dat soort dingen wordt immers geïmporteerd. ..."

- Carrano's kleine ogen knijpt hij dicht als hem gevraagd wordt hoeveel goud hij gevonden heeft. Hij lacht, waardoor zijn buik op en neer danst. "Juffrouw, er is een belangrijke regel waar elke goudzoeker zich aan moet houden: nooit vertellen hoeveel goud je gevonden hebt. Dat kan alleen maar gevaarlijk zijn. ..."

- "... Mensen willen erbij zijn als het goud verdeeld wordt, niet als het gezocht wordt."

- De Costaricaan voorspelt dat het wel een tijd zal duren voordat de chef arriveert, ondertussen kunnen we een pilsje drinken in het café vlakbij. Daar zijn we de enige bezoekers, het gebouwtje is gemaakt van bamboe, door de wanden zucht een warme bries. Verheugd haalt de cafébaas een kalender te voorschijn waarop hij beslag heeft weten te leggen; er staan naakte Japanse meisjes op. Met ieders volmondige goedkeuring wordt de kalender aan de muur gespijkerd. "Zo voelen de jongens zich een beetje thuis," zegt de cafébaas goedmoedig, "er zitten trouwens mooie meisjes tussen."

       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 15 augustus 2024

Carolijn Visser: Alle dagen vrij

Carolijn Visser: Alle dagen vrij: Jeugd in de jaren 70-80 (Nederland, 1984): 164 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
"Alle dagen vrij" is een bundeling van de reportages over de jeugdcultuur, in Nederland, maar ook in de Verenigde Staten en Japan, die Carolijn Visser tussen 1977 en 1984 schreef voor het NRC Handelsblad en de Haagse Post. Zoals altijd bij Carolijn zijn de stukken zeer helder geformuleerd en genuanceerd. Wat wel opvalt is dat Carolijn veel jongeren sprak die het leven niet zo zagen zitten en wegvluchtten in alcohol- en drugsgebruik, in lang uitslapen en hele dagen in de kroeg hangen. Als ik naar de paar jongeren kijk die ik nu ken, dan geloof ik dat de meeste jongeren tegenwoordig toch een stuk positiever in het leven staan.
 
Citaten:
- Professor Goudsblom deed in 1960 een onderzoek naar de denkwereld van jongeren. Ze waren niet alleen precies zo gekleed als hun ouders (de jongens in manchesterbroek, de meisjes in een degelijke jurk), ze dachten ook precies zo. Zelfs hun mening over de Koude Oorlog was gelijk aan die van de ouderen: het communisme was niet meer en niet minder dan het rode gevaar. De westerse manier van leven was, vonden ze zonder uitzondering, de enige juiste.
 Een paar jaar later zijn er opeens twee werelden: die van de volwassenen en die van de jeugd. Het kapitalisme wordt ter discussie gesteld, de oorlog in Vietnam afgekeurd. De jongeren hebben hun eigen kleding: spijkerbroeken en T-shirts. Geen rustig weekend in de natuur maar gigantische popconcerten waar druk geëxperimenteerd wordt met hasj en hallucinerende middelen.
 
- Overal in het land, in de stad en daarbuiten, in bruine cafés en in disco's, worden enorme hoeveelheden drank, vooral bier, aan de jongeren gesleten. Op iedere school die ik bezocht, spraken de leraren met verbazing over de grote alcoholconsumptie van hun leerlingen. "Ze noemen zichzelf weekendalcoholisten," zei een leraar van een streekschool in Middelburg.

- Aan honderden veertien- tot negentienjarige jongens en meisjes op verschillende scholen in Amsterdam, Brabant, Limburg en Zeeland stelde ik in een enquête de vraag: "Wat lijkt jou het aantrekkelijkste van volwassen zijn?" Tientallen keren was het antwoord: "Daar lijkt mij helemaal niets aan" en "als het aan mij lag dan werd ik het nooit." Over de toekomst willen de meesten helemaal niet praten.

- "Ik ben best gelukkig," zegt Henry, een zeventienjarige elektricien uit Vlissingen. "Altijd ga ik op stap met mijn brommer en thuis heb ik een prima installatie en een tv. Ik leef van dag tot dag en dat gaat uitstekend. Maar laat ik eerlijk zijn, het laat mij koud of ik vandaag of morgen de pijp uitga, want op dat bedrijf waar ik werk hebben ze me zo vervangen, en mijn vrienden gaan wel met een ander een pilsje drinken." Een paar jongens aan dezelfde cafétafel knikken,  zo zien zij hun leven ook wel.

- Degenen die van plan zijn om te studeren, verheugen zich meer op het wonen op kamers dan de studie. "Lekker je eigen eten koken, vrienden ontvangen, thuiskomen wanneer je wilt." [hoe herkenbaar]

- De jongeren weten precies wat hun vader en moeder van hen verwachten. Zonder veel enthousiasme sommen ze het op, het is duidelijk dat zij er niet zo gecharmeerd van zijn: "Dat ik later iets presteer en nu gehoorzaam"; "dat ik over een tijdje met een man trouw die een goede baan heeft"; "dat ik altijd doe wat ze zeggen"; "dat ik veel spaar en mijn mond hou" waren veel voorkomende reacties.

In Hongarije:
- Voor westerse boeken of tijdschriften hebben ze helemaal géén belangstelling. Niemand heeft mij daar ooit naar gevraagd tijdens mijn verblijf in Hongarije. Wel waren er steeds mensen in restaurants en winkels die een bod deden op mijn spijkerbroek, variërend tussen honderd en honderdvijftig gulden.

- In een stadsbus komen Erika en ik op een dag een stel Hongaarse lifters tegen. Zij zijn absoluut niet geïnteresseerd in studieresultaten of een gezin. Ze hebben rugzakken, grote wijde broeken aan, een fles coca-cola en een hoed in de hand. Ze liften heel het "oostblok" rond. Geld om in hotels of jeugdherbergen te slapen hebben ze niet.
 
De Verenigde Staten:
- "Het symbool van de jaren zeventig," zegt Eduard, "vind ik de "Pet Rock". Duizenden mensen kochten zo'n ding, voor een hoop geld. Gewoon een stukje steen waar je verder niets mee kunt doen. Het ligt in een doosje, je kunt er naar kijken. Er was zo'n vernuftige reclamecampagne omheen gebouwd dat het toch aansloeg. Als een volk vatbaar is voor zulk soort onzin dan weet ik het niet meer."

- Onlangs is onderzocht in hoeverre de Amerikaanse jeugd "gelukkig" is. Driekwart van de jongeren vond van wel: "everything in life is fine." Toch zijn er ieder jaar twee miljoen Amerikaanse minderjarigen onder de achttien jaar die weglopen van huis. Mishandeling, alcoholisme van de ouders en incest worden als oorzaak opgegeven. Een grote meerderheid van de runaways zijn meisjes.

Verslaafden in Zeeland:
- Susan: "Het zijn allemaal van die stomme rippers. V, bijvoorbeeld, die pikte een stapel platen. Met die handel stapte hij een café binnen om het te verkopen. De eerste figuur die hij aanspreekt is de eigenaar van de zaak waar hij het net weggehaald had. Meteen erbij. En C. had bij allerlei mensen gereedschap geleend. Toen er volgende dag iets in de krant stond over een kraak, wist half Middelburg al wie het gedaan had. Ik heb zelf één keer zoiets gehad. Bij een juwelier pikte ik een horloge. Die man ontdekte dat en gaf een beschrijving van de paar klanten die hij die ochtend gehad had. De politie wist direct dat ik het had gedaan. God, wat sla je dan een pleefiguur."
 
- "In deze tijd is geen plaats voor nieuw talent. Het Stedelijk staat vol met de vorige generatie," zegt ze.
 Achter haar staat een ladder waarop vanaf de onderste trede staat: lagere school-middelbare school-universiteit-werkloos-dood.

Amsterdamse krakers:
- Frank: "Jij zit veel te veel in het systeem." Pim: "En jij dan? Met je pilsje en je jointje zit je net zo goed in het systeem. En ze geven jou alleen maar een uitkering omdat ze willen dat je je koest houdt." Frank: "Ja, ik ben aangepast. Maar het zou me niks kunnen schelen als ik geen geld meer kreeg. Dan ging ik stelen."

Alle dagen vrij:
- "Mijn winterslaap heb ik nu wel weer achter de rug," zegt Appie in zijn Middelburgse stamcafé De Verkeerde Wereld. "Ja," lacht hij, "ik ben inderdaad een werkloosheidsexpert geworden." Sinds hij in 1977 de mts de rug toekeerde heeft hij van al die jaren het grootste gedeelte niet gewerkt. Nu is hij vijfentwintig en in de statistieken telt hij niet meer als een jeugdwerkloze.

- Appies grootste avontuur van de afgelopen jaren was zijn wereldreis. ... Sindsdien heeft hij het leven in Nederland saai en grijs gevonden. "Als je eenmaal gereisd hebt ben je verslaafd, lijkt het wel." De regels van de Sociale Dienst zijn inmiddels een stuk vereenvoudigd. "Ik hoef alleen nog maar een briefje in te vullen zo nu en dan, en eens op te bellen. Dat kan iemand anders ook voor je doen. Een vriend van mij zit nu met de Sociale Dienst in Afrika."

- Appie neemt een slokje van zijn Duvel. "Er zijn veel mensen die tegen mij zeggen dat ik een mooi leven heb. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Ik vind de Nederlandse samenleving soms net een Afrikaanse stam waarvan de meeste stamleden op jacht gaan en hutten bouwen. Apart zit dan een stelletje met een hek eromheen, die mogen niks doen. Zo nu en dan krijgen ze een bord eten voorgeschoteld. Dat zijn wij."
 
- Jan de Jonge gelooft niet in het medicijn tegen werkloosheid dat jongeren aanbevolen wordt door leraren, ouders, maatschappelijk werkers: verder leren. "Er is op het moment een soort wedren in het onderwijs ontstaan. Individueel kan iemand profiteren van meer opleiding, maar over het geheel lost het niets op. Er blijven bovendien veel banen bestaan die je in twee dagen kunt leren. Het enige wat je soms moet weten is dat je niet in slaap moet vallen. ..."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 13 augustus 2024

Carolijn Visser: Grijs China

Carolijn Visser: Grijs China (Nederland, 1982): 100 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
"Grijs China" is het debuut van Carolijn Visser en het is ook het eerste boek dat ik van haar las. Destijds, in 1996, was ik niet zo onder de indruk van haar boek. Inmiddels is Carolijn Visser uitgegroeid tot mijn favoriete Nederlandstalige schrijver. Ik ben van plan om de komende maanden op mijn gemak haar volledige oeuvre te (her)lezen. 

In 1982 was Carolijn Visser een van de eerste westerse toeristen die in haar eentje door China trok. Eerder waren er al wel georganiseerde rondreizen door gedeelten van China geweest, waarbij de Chinese overheid ervoor zorgde dat de toeristen een zo flatteus mogelijk beeld van hun land kregen. Veel van die toeristen riepen dat China een soort van paradijs op aarde was, niet gehinderd door enige werkelijke kennis van de situatie in het land. Tegenwoordig is het haast onvoorstelbaar, maar begin jaren 80 liepen nog veel westerlingen weg met voorzitter Mao en zijn gedachtegoed.

Carolijn kwam er op haar reis al snel achter dat de Chinese werkelijkheid niet zo rooskleurig  was. Er waren nauwelijks hotels, het eten was niet bijzonder, de mensen waren overal onvriendelijk en er heerste vooral een verschrikkelijke armoede. Niets te zien van dat zogenaamde paradijs.

Carolijn Visser schrijft al in dit eerste boek van haar, zeer helder proza, met geen woord teveel. Ze is ondernemend, ontmoet veel Chinezen met wie ze contact legt, stelt de juiste vragen en is zeer empathisch. Ik had het in 1996 niet goed gezien, "Grijs China" is een zeer geslaagd debuut!
 
Slechts één ding is storend aan mijn exemplaar van "Grijs China", het valt van ellende bijna uit elkaar.
 
Citaten:
- Een paar dagen later ontmoette ik in een café in Kowloon, het vasteland van Hongkong, een Fransman die net een maand in China was geweest, alleen. Hij gaf me het adres waar hij zijn visum gekregen had. Zijn verhalen over zijn reis klonken mij ongeloofwaardig in de oren. Soms had hij een dag lopen zoeken naar een hotel, voor het kopen van een treinkaartje was hij een paar keer twee dagen in de weer geweest. "Wie de weg kan vinden in China," zei hij, "zal nergens ter wereld ooit meer verdwalen."
 
- ... las ik in een reisgids dat het eens zo sobere China nu ook is ge-Coca-Colaniseerd. Nog even, voorspelde de schrijver, en de miljard Chinezen zitten dagelijks achter een Cola met een rietje. Dat vond ik een nogal lachwekkende voorspelling. Cola was alleen te koop, had ik vandaag gezien, in restaurants waar uitsluitend buitenlanders komen. Een flesje kostte bovendien vijf jiao, het dubbele van een flinke warme maaltijd, en het halve dagloon van de gemiddelde Chinees.

- "How are you," vraagt een jongen plotseling, wanneer ik 's avonds door de hoofdstraat loop.
 Honderden Chinezen flaneren over het trottoir; het geeft een schok door een van hen in het Engels te worden aangesproken. De jongen stelt zich voor als Yu en vraagt beleefd of ik al een treinkaartje heb voor mijn volgende bestemming. Nee? Dan kunnen we goede zaken doen samen.
 Hij zal een treinkaartje voor me kopen voor de Chinese prijs. Dat zal me een hoop geld besparen, omdat ik als "foreign friend", zoals niet-Chinese toeristen worden genoemd, twee keer zo veel moet betalen.

- Waarschijnlijk kun je alleen in China de Russische architectuur mooi vinden, omdat de rest nog veel lelijker is.

In een hotel:
- Alles is vuil. Onder een van de bedden staat een po, tot aan de rand gevuld met drollen. Ik ga de dame halen die in de gang toezicht houdt en steeds de kamers voor de gasten openmaakt, want die krijgen zelf geen sleutel. De vrouw kijkt naar de po, haalt haar schouders op en loopt weg. Daar gaat ze niet over.

- We gaan aanleggen. Wuhan verschilt nauwelijks van de buitenwijken van Chongqing. De flats en fabrieken rond de baai zien er vervallen en kaal uit. Als er geen wasgoed voor de ramen hing en geen rook uit de schoorstenen kwam, zou je denken dat het hier een spookstad betrof die op instorten stond.

- Maar het land bestaat uit niet veel meer dan grijze, vervuilde steden en een doodarm platteland. China is helemaal geen vakantieland.

- Het museum van Xian is gevestigd in een gerestaureerde confuciaanse tempel. Dat wil zeggen: de buitenkant is vernieuwd, het prachtige, golvende dak is hersteld. Binnen echter heb je niet het gevoel in een oude tempel te zijn, maar in een fabriekshal. De vloer is van beton, de muren zijn kaal en grijs.
 De collectie, die een van de belangrijkste van China genoemd wordt, is niet op zijn voordeligst geëtaleerd. De glazen vitrines zijn door de bezoekers beduimeld en sinds lang niet schoongemaakt, er is haast niet doorheen te kijken; bovendien zijn de beelden en de keramiek erin bedekt met een laag stof. Aan de wand hangen eeuwenoude Chinese prenten in plastic ingepakt, dat in de loop der tijden in plooien uitgezakt en vies geworden is, zodat er niet veel meer dan een vage voorstelling is te zien. Het complex is uitgestorven, terwijl het midden in het drukste deel van de stad ligt. De Chinezen mogen of willen hier niet naar binnen.

Een Amerikaanse:
- In de afgelopen twee jaar heeft ze vaak last gehad van wat ze zelf noemt, de "Peking-paranoia". Haar hotel wordt bewaakt: iedereen die er binnengaat wordt gecontroleerd, de post wordt opengemaakt, telefoongesprekken worden afgeluisterd. 

- Slechts een van de jongens werkt, op de administratie van een fabriek. De anderen "wachten op werk", zoals werkloos zijn genoemd wordt in China.

- De ouders van Zhang en van zijn vrienden staan allemaal hoog op de ladder in de hiërarchie van de Chinese Communistische Partij. "Zijn vader," zegt hij, wijzend op een van de dansende jongens, "zit in de allerhoogste top. Een paar maanden geleden waren we bij hem thuis omdat zijn ouders naar Shanghai waren. Ze hadden daar een video-recorder staan en toen iemand die aanzette, wist ik niet wat ik zag. Er kwam een seksfilm op het scherm, uit Taiwan. Ze hadden er een heleboel, allemaal verschillende, die heeft zijn vader meegenomen van reizen naar het buitenland. We hebben de hele avond gekeken, we hebben er veel van geleerd." Hij lacht verbitterd. "Daar zitten onze leiders dus naar te kijken, terwijl ze tegen het gewone volk zeggen dat het schande is om aan seks te denken. En als wij dansen, dan is dat decadent. Jaja."

- Inmiddels zijn een paar stelletjes, die verlegen aan de kant hadden gestaan, naar buiten geslopen. In de donkere omgeving van het huisje staan ze te vrijen en te giechelen. Zhang lacht als ik over iemands voeten struikel. "Sometimes," zegt hij dan weer somber, "young people in Peking are little happy, only sometimes."

- "Als die jonge mensen zo nodig alle luxe zaken willen hebben die in het Westen te krijgen zijn, dan zullen ze ook zo hard moeten werken als de Amerikanen, de Japanners of de Duitsers. Maar daar hebben ze geen zin in. Voor een slecht loon lever ik slechte arbeid, zo redeneert onderhand haast iedereen in China."

- "Meyo, meyo (uitverkocht)," verzucht de Zwitser. Dat is vrijwel het enige Chinese woord dat we allemaal geleerd hebben. Het is ons elke dag talloze malen toegevoegd door chagrijnig personeel.

- 's Ochtends vroeg varen we de haven van Hongkong binnen. Links en rechts van de zeearm steken witte nieuwe flats hoog in de lucht. Voordat ik naar China ging had ik het een drukke, akelige stad gevonden. Nu zien de nieuwbouwwijken eruit als een droom.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 12 augustus 2024

Het maken van mijn vriendenboek

Veel mensen denken dat om een boek te schrijven je alleen maar achter een computerscherm hoeft te gaan zitten, te beginnen met schrijven en dan doorgaan tot het boek klaar is. Zo kan het natuurlijk gaan, maar bij mij werkt het niet helemaal zo.
 
Ik ben nooit van plan geweest om een boek te schrijven. Afgelopen zomer, toen ik al ruim 9 jaar geblogd had, bedacht ik mij dat het leuk zo zijn om een vriendenboek samen te stellen met een selectie van de stukjes voor mijn blog. Dat zou ik dan mooi voor mijn 60e verjaardag kunnen doen. In februari heb ik het project naar voren geschoven, naar mijn 58e verjaardag, over 2 weken.

Om een boek te maken moet je het laten drukken. Het eerste wat ik moest doen was een geschikte drukker vinden. Een vriend keek op internet en kwam op de website van Bookadew uit Roermond. Bookadew is een drukkerij die boeken maakt in een kleine oplage van 1 tot 500 stuks. Hun website oogt zeer professioneel en je kunt eenvoudig berekenen wat het boek kost als je de volgende dingen invult: of je een hardcover of een paperback wilt hebben, het formaat van het boek, het aantal bladzijden, of je kleurenillustraties wilt of alleen zwart-wit teksten, de soort papier en het aantal exemplaren. Ik kwam voor 109 exemplaren hardcover op A5-formaat met 340 bladzijden 140 grams houtvrij papier, tweezijdig zwart bedrukt op 1.950 euro uit, ongeveer 18 euro per boek.

Daarna moest ik verder met de selectie van de stukjes die ik in mijn boek wilde hebben. Die selectie ging verrassend simpel. Van het begin af aan stond voor mij vast dat het boek zou beginnen met de 20 stukjes die ik heb geschreven over mijn leven als psychiatrisch patiënt. Vervolgens komen de boekbesprekingen. Bij de keuze van de boekbesprekingen wilde ik alleen die boeken uitkiezen die voor mij als lezer essentieel zijn, en waarover ik een mooi stukje had geschreven met interessante citaten. Ook zou het leuk zijn als de besproken schrijvers, althans de meeste ervan, mijn vrienden wat zeggen.

Bij de stukjes over filmregisseurs met hun voor mij favoriete film en de stukjes over losse films, ben ik geheel van mijn eigen smaak uitgegaan. Mijn vrienden zullen de meeste besproken regisseurs en films niet kennen. Wel heb ik stukjes toegevoegd over de films met James Bond en over mijn favoriete Amerikaanse en Nederlandse films.

De keuze van de overige stukjes, over muziek, lekker eten en van alles en nog wat, verliep ook simpel.

Het volgende probleem was om al die losse stukjes in een mooi bestand te krijgen. Ik kocht het programma Word van Microsoft en Kees, een vriend van mij, wilde mij helpen met de opmaak. Paul, een andere vriend, vroeg ik om een voorwoord te schrijven.

Kees deed de opmaak zeer professioneel. Hij mailde mij steeds een deel van de tekst waar hij mee klaar was en dan kon ik er de fouten uithalen. Uiteindelijk zette hij alles op PDF-formaat. Toen het binnenwerk klaar was vroeg ik Margot, mijn zus, om een omslagillustratie te ontwerpen.
 
Afgelopen dinsdag kreeg ik het proefexemplaar van mijn boek binnen en het ziet er geweldig uit. Als het goed is komt vrijdag de hele oplage van 109 stuks. Ik ben benieuwd!
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Ryszard Kapuściński: De draagbare Kapuściński

Ryszard Kapuściński: De draagbare Kapuściński: Zijn mooiste reportages, gekozen en ingeleid door Frank Westerman (Polen, 1976-1998): 381 blz: Inleiding door Frank Westerman (2015): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Ik ben geen groot fan van bloemlezingen. Bijna altijd vind ik dat er teksten ontbreken die ik zelf er wel in gezet zou hebben, en dat er teksten wel in staan die ik niet zo interessant vind. Wat wel een toegevoegde waarde van een bloemlezing kan zijn, is een degelijke inleiding. Ik vind de inleiding van "De draagbare Kapuściński" door Frank Westerman uitstekend.

Omdat ik de afgelopen weken alle 9 boeken die van Ryszard Kapuściński in het Nederlands zijn vertaald, heb gelezen, ben ik goed in staat om de kwaliteit van deze bloemlezing te beoordelen. Frank Westerman heeft ervoor gekozen om geen fragmenten uit "Reizen met Herodotos" en "De ander" op te nemen. Dat lijkt mij een terechte keuze. De stukken over Kapuściński's eigen reportages uit "Reizen met Herodotos" vind ik niet erg sterk en "De ander" is sowieso een zwak boekje.
 
Ook met de overige keuzes van Westerman ben ik het grotendeels eens. Westerman schrijft in zijn inleiding dat toen Kapuściński in 1993 "Imperium" publiceerde, zijn beste werk al achter zich lag. Dat ben ik dan weer niet met hem eens. Ik vind "Ebbenhout" uit 1998 Kapuściński's beste werk. Uit "Ebbenhout" vind ik de twee relatief korte stukken over Idi Amin van 9 bladzijden en over de burgeroorlog in Rwanda van 17 bladzijden, de twee absolute hoogtepunten. Ik heb zelden zulke inzichtgevende teksten gelezen van zo'n bescheiden omvang. Deze twee teksten hadden absoluut in de bloemlezing gemoeten.
 
Ik denk dat "De draagbare Kapuściński" een goed overzicht geeft van de thematiek en het schrijverschap van Kapuściński, maar ik zou toch één van zijn werken in het geheel lezen en dan kiezen voor het onderwerp dat je het meeste aanspreekt.

Ik ben nu klaar met het lezen van Kapuściński. Tijd voor een volgend project?

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 11 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: De ander

Ryszard Kapuściński: De ander (Polen, 1990-2004): 115 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Het is een slechte gewoonte dat bij belangrijke schrijvers uit het buitenland vrijwel alles vertaald en uitgegeven wordt, ook onbeduidende teksten die eigenlijk de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. Ik las laatst bijvoorbeeld het vrij onbenullige "De bibliotheek" van Umberto Eco dat de tekst van een lezing was. Ook bij "De ander" van Ryszard Kapuściński vroeg ik mij hardop af waarom de teksten van de lezingen waaruit dit boekje bestaat, vertaald en uitgegeven zijn. De ander is bij Kapuściński meestal iemand met een andere huidskleur, een andere nationaliteit en een ander geloof. Ik vond het boekje niet lezenswaardig. Dit soort boekjes worden alleen maar uitgegeven om geld binnen te halen. Je doet er de schrijver geen recht mee en de lezer geen plezier mee.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Ryszard Kapuściński: Reizen met Herodotos

Ryszard Kapuściński: Reizen met Herodotos (Polen, 2004): 263 blz: Vertaald door Ewa van den Bergen-Makala (2005): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Bij het aanvaarden van zijn eerste buitenlandse opdracht kreeg Ryszard Kapuściński de "Historiën" van Herodotos cadeau van zijn chef. Dit boek, door Hein van Dolen vertaald als "Het verslag van mijn onderzoek", werd zijn lijfboek, hij nam het mee op al zijn buitenlandse reizen.
 
"Reizen met Herodotos" bevat een aangename mengeling van eigen reportages van Ryszard Kapuściński, gecombineerd met teksten uit en beschouwingen over het boek van Herodotos. Het verslag over zijn eigen reizen valt mij iets tegen, maar de stukken over de "Historiën" zijn zonder uitzondering zeer onderhoudend. De ster van Herodotos straalt des te helderder door deze combinatie!
 
Citaten:
- ... vervolgens vatte ik moed en zei: "Ik zou heel graag een keer naar het buitenland willen." "Naar het buitenland?" zei ze verbaasd en een beetje geschrokken, want het was toen niet gebruikelijk dat iemand naar het buitenland ging. "Waarheen? Waarom?" vroeg ze. "Ik dacht aan Tsjecho-Slowakije," antwoordde ik. Want het ging mij helemaal niet om Parijs of Londen, nee, die dingen probeerde ik me niet voor te stellen en ze interesseerden me niet eens, mij ging het er alleen om ergens een grens te overschrijden, maakte niet uit welke, want voor mij was niet het doel belangrijk, niet de eindbestemming, maar de bijna mystieke en transcendentale daad van het overschrijden van een grens zelf.
 
- Aan het einde van het gesprek waarin ik vernam dat ik de wereld in trok, liep Tarlowska naar de kast, pakte er een boek uit en zei, terwijl ze het mij overhandigde: "Dit is van mij, voor onderweg." Het was een dik boek in een stijve, met geel linnen overtrokken kaft. Voorop stonden in gouden letters de naam van de auteur en de titel gedrukt: Herodotos. Historiën.
 
- Ik begon me af te vragen hoe Herodotos het bij zijn reizen over de wereld met de talen had klaargespeeld. Hammer [de Poolse vertaler van Herodotos] schreef dat hij buiten het Grieks geen talen kende, maar omdat de Grieken toen over de hele wereld waren verspreid, overal hun koloniën, hun havens en factorijen hadden, kon de auteur van de Historiën gebruikmaken van landgenoten die hij ontmoet had en die hem als vertalers en als gidsen konden dienen. Bovendien was het Grieks de lingua franca van de toenmalige wereld ...
 
In India:
- De receptionisten in mijn hotel gaven me de raad naar Benares te gaan. "Sacred town!" legden ze uit. (Het was me al eerder opgevallen hoeveel dingen in India heilig waren: een heilige stad, heilige rivier, miljoenen heilige koeien. Het was opvallend hoezeer de mystiek het leven hier doordrong, hoeveel tempels, kapellen er waren, hoeveel altaartjes je bij elke stap tegenkwam, hoeveel mensen rituele tekens op het voorhoofd hadden, hoeveel er onbeweeglijk naar een of ander mystiek punt zaten te staren.)
 
- Pas in India kreeg ik door - iets waarvan ik daarvoor geen besef had gehad - dat mijn gebrek aan kennis van het Engels in die zin niets betekende, dat alleen de elite die taal sprak. Minder dan twee procent van de bevolking! De anderen spraken uitsluitend een van de tientallen talen van hun land. Op de een of andere manier had mijn niet-kennen van het Engels tot gevolg dat ik me meer verwant voelde, meer een broeder van de gewone voorbijgangers in de steden of van de boeren in de dorpjes waar ik kwam. We zaten in hetzelfde schuitje, ik en het halve miljard inwoners van India dat geen woord Engels sprak.

- De manier waarop Herodotos schreef wekte de indruk dat hij iemand was die het goed met de mensen voor had en die nieuwsgierig was naar de wereld, iemand die altijd veel vragen had en bereid was om duizenden kilometers te reizen om het antwoord op een van die vragen te vinden.

- Met elk boek maakte ik als het ware een nieuwe reis naar India, doordat ik me de plaatsen herinnerde waar ik was geweest en steeds weer nieuwe diepten en aspecten ontdekte, steeds weer nieuwe betekenissen van de dingen waarvan ik eerder dacht dat ik ze al kende. Dit keer waren het reizen met veel meer dimensies dan de eerste. Maar tegelijkertijd ontdekte ik dat je zulke tochten kunt verlengen, herhalen en vermenigvuldigen door het lezen van boeken, bestuderen van kaarten, bekijken van schilderijen en foto's. Meer nog, ze wegen in zekere zin zwaarder dan de werkelijk gereisde reële reis, en wel omdat je op zo'n iconografische reis op een bepaald punt kunt stoppen, rustig kijken, kunt terugkeren naar de vorige afbeelding enzovoort, waarvoor op een werkelijke reis vaak de tijd noch de mogelijkheid bestaat.

- De moderne mens bekommert zich niet om zijn eigen geheugen, aangezien hij omringd wordt door een opgeslagen geheugen. Alles heeft hij binnen handbereik: encyclopedieën, handboeken, woordenboeken, compendia. Bibliotheken, musea, antiquariaten en archieven. Geluidsbanden, filmbanden. Internet. Eindeloze voorraden bewaarde woorden, klanken, beelden, in woningen, in magazijnen, in kelders en op zolders. Als hij een kind is, zal de juffrouw op school hem alles zeggen; als hij student is, hoort hij het van de professor.
 
- In de wereld van Herodotos is de mens vrijwel de enige beheerder van het geheugen. Om door te dringen tot hetgeen onthouden is, moet je doordringen tot de mens, en als hij ver weg van ons leeft, dan moeten we naar hem toe gaan, ons op weg begeven, en als we dan eindelijk bij elkaar zijn, dan moeten we gaan zitten en luisteren naar wat hij ons te zeggen heeft, het onthouden, misschien opschrijven. Zo begint de reportage, in zo'n situatie wordt die geboren.
 
- Waarom begint Herodotos zijn grote beschrijving van de wereld met de volgens de Perzische wijze onbetekenende kwestie van het onderling schaken van meisjes? Omdat hij de wetten van de media respecteert: om goed te verkopen moet de geschiedenis interessant, een beetje gekruid zijn, iets sensationeels, opwindends hebben. Aan die voorwaarden voldoen de verhalen over de vrouwenontvoeringen.
 
- Het doel van de reis: nieuwe informatie verzamelen over het land, zijn mensen en gewoonten, of de betrouwbaarheid van de reeds verzamelde gegevens verifiëren. Want Herodotos neemt geen genoegen met wat iemand hem heeft gezegd - hij probeert het te controleren, gehoorde versies te vergelijken, een eigen mening te formuleren.
 
De opstand van Babylon tegen het Perzische rijk:
- Nu staat er bij Herodotos de volgende tekst: "Maar nu was het moment gekomen voor een openlijke rebellie. Moet je horen wat ze toen deden! Elke man koos uit zijn gezin een in zijn ogen geschikte vrouw uit - de moeders niet meegeteld. Die vrouw moest voor het eten zorgen. Alle anderen werden samengedreven en gewurgd, dat scheelde in het verbruik van de voedselvoorraad."
 Ik weet niet of Herodotos besefte wat hij schreef. Heeft hij stilgestaan bij deze woorden? Want in die tijd, in de zesde eeuw, telde Babylon minstens twee-, driehonderdduizend inwoners. Een simpele rekensom leert ons dat tienduizenden vrouwen tot de dood door wurging werden veroordeeld: echtgenotes, dochters, zusters, oma's, nichten geliefden.
 Onze Griek vertelt ons niets meer over deze terechtstelling. Wie had het zo beslist? De volksvergadering? Het stadsbestuur? Het comité ter verdediging van Babylon? Vond er een discussie dienaangaande plaats? Protesteerde iemand? Wie besloot hoe de vrouwen zouden worden afgemaakt? Dat ze juist gewurgd zouden worden? Waren er geen andere voorstellen? Om ze met speren te doorboren? Met zwaarden in stukken te hakken? Op de brandstapel te verbranden? In de door de stad stromende Eufraat te gooien?
 
- In deze periode echter stopte ik even met het volgen van het door Herodotos beschreven lot van mensen en oorlogen en hield ik me met zijn vakmanschap bezig. Hoe werkte hij, wat vond hij interessant, hoe wendde hij zich tot anderen, welke vragen stelde hij, hoe luisterde hij naar wat men tegen hem zei? Dat vond ik belangrijk omdat ik in die tijd de kunst van het reportageschrijven trachtte te doorgronden en Herodotos kwam op me over als een behulpzame en waardevolle meester. Herodotos en de mensen die hij ontmoette: dat intrigeerde mij, omdat wat wij in reportages beschreven van mensen afkomstig is; hoe je die informatie krijgt hangt af van onze relatie met onze gesprekspartners. We zijn van mensen afhankelijk  en de reportage is het literaire genre dat misschien wel in de sterkste mate op collectieve wijze tot stand komt.

- De techniek, die het intermenselijk contact tot een elektronisch signaal reduceert, verarmt en dempt de gedifferentieerde, buitenwoordelijke taal waarmee we in elkaars directe nabijheid, samen naast elkaar, zonder het te beseffen, communiceren. Daarnaast is deze woordeloze taal, de taal van gezichtsuitdrukking en kleine gebaren, veel eerlijker en echter dan de gesproken of geschreven taal, want het is moeilijker er leugens mee te verkopen, valsheid en bedrog te verbergen.

- Ik voegde er meteen aan toe dat, volgens mij, de titel Historiën niet strookte met  de aard van het boek. Indertijd betekende het Griekse woord historia veeleer "het onderzoek" of "de onderzoekingen", en deze formulering zou inderdaad beter bij de voornemens en ambities van de auteur passen. Hij zat immers niet tussen de archieven en schreef geen academisch oeuvre, zoals de wetenschappers het later eeuwenlang deden, maar hij wilde achterhalen hoe dagelijkse geschiedenis ontstond ...

- Daarbij ontdekt Herodotos, al vele eeuwen voor onze tijd, een belangrijk doch verraderlijk kenmerk van het geheugen: mensen onthouden dat wat ze willen onthouden en niet wat werkelijk gebeurd is.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 8 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: Lapidarium

Ryszard Kapuściński: Lapidarium: Observaties van een wereldreiziger 1980-2000 (Polen, 1980-2000): 196 blz: Vertaald door Gerard Rasch (2003): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein, nr 252
 

 
In "Lapidarium" staan losse aantekeningen die Ryszard Kapuściński tussen 1980 en 2000 heeft gemaakt. Het boek gaat over onder meer: de verschillen tussen rijke en arme landen, wat armoede inhoudt, over de kunst van het schrijven van een reportage, over de invloed van de massamedia. 
 
In het Pools en ook in de Engelse vertaling verschenen 6 delen van "Lapidarium". Gerard Rasch heeft een selectie van het materiaal gemaakt. Eerlijk gezegd ben ik blij dat hij niet alle 6 delen integraal heeft vertaald. Ik vind veel van de opmerkingen in het boek erg theoretisch, ze missen het concrete en het anekdotische dat het overige werk van Ryszard Kapuściński zo aantrekkelijk maakt om te lezen en ze zijn ook erg fragmentarisch. Van de 7 boeken van Ryszard Kapuściński die ik de afgelopen weken heb gelezen vind ik "Lapidarium" duidelijk het minste, maar ook uit dit mindere werk vallen nog genoeg mooie citaten te halen.
 
Citaten:
- Er bestaat geen gevaarlijker combinatie dan wapens, domheid en angst. Dan kun je het ergste verwachten.
 
- Consumptiepatronen verbreiden zich makkelijker dan arbeidspatronen. De voorbeelden van een rijk, verzadigd bestaan worden vandaag de dag door televisie, radio en pers tot in de verste uithoeken bekend. Maar op de tv-schermen en op foto's zien we in de eerste plaats de wereld van de consumptie, niet die van de productie, we zien de resultaten van goed werken, niet het werken zelf. Van daar is het slechts één stap naar de naïeve overtuiging dat je een hoog consumptieniveau kunt bereiken zonder doelmatig te werken en zonder goede organisatie.
 
- Een belangrijk ding voor een politicus: de kaart. Elke president heeft in zijn kamer een kaart hangen. Ik heb dat vele malen gezien. Die kaarten hebben één ding gemeen: ze zijn allemaal enorm groot, ze vullen de hele wand. Het is logisch dat als een president lang genoeg naar zo'n kaart kijkt, hij tenslotte begint te denken dat hij aan het hoofd van een groot rijk staat. Hij ziet hoe imposant zijn afmetingen zijn, hoe oneindig veel steden, dorpen, bergen en rivieren het heeft. En vanuit de positie van zo'n grote mogendheid spreekt hij anderen, de wereld toe. De mensen verbazen zich: waarom klinkt zijn stem zo luid, waar komt die eigendunk vandaan? Maar als ze een blik op de kaart in zijn kamer konden werpen, zouden ze het meteen begrijpen.

- Hoe hoger het doel dat je jezelf stelt, des te eenzamer je wordt.

- Ik wens je toe dat je je altijd blijft verbazen. Op  de dag waarop je ophoudt je te verbazen - houd je op te denken, en vooral: te voelen.
 
- Ik houd er niet van een taperecorder te gebruiken. Voor mij is noteren tegelijk tekenen, een esthetische ervaring, het geeft mij het gevoel dat ik iets maak: het notitieboek is tegelijkertijd een schetsboek, een beschreven bladzijde een tekening, schilderij.

- Kennis kun je overdragen, ervaringen niet. Elke ervaring bezit een bijkomende existentiële dimensie, waarvoor het woord te arm is, waartegenover het machteloos staat.

- Het is belangrijk dat je het vermogen tot beleven bewaart, dat er dingen zijn die je kunnen verbazen, kunnen schokken. Het is belangrijk dat je niet door die vreselijke ziekte getroffen wordt, de onverschilligheid.

- Ik word nog steeds gefascineerd door nieuwe ontdekkingen. Ik ben een nieuwsgierig mens. Telkens wanneer ik iets nieuws ontdek, probeer ik te begrijpen waaruit het bestaat en hoe het functioneert. Wanneer je getuige bent van een gebeurtenis, denk je: "Dat is enorm belangrijk!" En je noteert alle details. Drie maanden later wordt duidelijk dat de meeste dingen niet zo wezenlijk waren. Alleen de kwaliteit van de waarneming en nog meer de kwaliteit van de beschouwing blijven over. Een keuze is nodig, een beslissing wat werkelijk belangrijk is en wat niet. Het gaat erom zo weinig mogelijk te schrijven, zorgvuldig te kiezen, je moet uitsluiten, snijden, reduceren, weggooien, één op de honderd observaties bewaren. Voor dat proces heb ik geen recept, intuïtie en kennis zijn mijn enige criteria.

- Definities van het vaderland:
 Genet: "Mijn vaderland, dat zijn twee, drie kennissen."
 Camus: "Ja, ik heb een vaderland: de Franse taal."
 Een Toeareg: "Mijn vaderland is daar waar de regen is."

- ... onder extreme omstandigheden zullen de meeste mensen altijd proberen te doen wat normaal is.

- Een week in Londen ter gelegenheid van de uitgave van De voetbaloorlog door Granta-Penguin. Elke reis naar het Westen is nu, in de tijd van de revolutie van de vrijheid in Polen, voor mij een emmer koud water. Wat zijn we ver weg, lichtjaren verwijderd! Voor mij het belangrijkste, het opvallendste verschil: het Westen is vriendelijkheid, het Oosten afsnauwen, altijd wil men de ander met de rug op de grond krijgen, op de knieën.
 Enige uren in Oxford. De beleefdheid, wellevendheid als voornaamste bestanddeel van het klimaat van deze stad, van haar rustige, geconcentreerde bestaan.

- Alles bekijken (passief) - dat is de houding van de moderne mens. Vandaar dat het symbool van onze tijd het toerisme is. Dingen bekijken waarvan je in feite bijna niets weet. Het bekijken vervangt de kennis en het begrip, wordt zelfs hun synoniem. Cultuur is geen vorm van leven meer, ze is gereduceerd tot een gebied dat door de specialisten wordt beheerd, is het domein van professionals geworden, een reservaat.

- In de werkelijkheid waarin we leven en die we denken te kennen, groeit de hele tijd een toekomst die we niet kennen.

- ... in een reportage heb ik beschreven dat het onderwijs in de derde wereld verdwijnt, omdat de kinderen geen geld voor een balpen hebben die vijf cent kost. In Afrika kwam ik voortdurend kinderen tegen die mij niet om brood, water, chocolade of speelgoed smeekten, maar om een balpen, want ze gingen naar school en hadden niets om mee te schrijven.

- De waarde van het vermogen van de driehonderdachtenvijftig rijkste mensen ter wereld is op dit ogenblik gelijk aan de som van de jaarinkomens van de armste vijfenveertig procent van de bewoners van de wereld, dat wil zeggen twee miljard driehonderd miljoen mensen.

- Een balpen, een lamp, een hemd, een paar plastic sandalen voor vijftig cent - dat is alles wat die mensen zich kunnen veroorloven. Arme mensen in Afrika hebben praktisch gezien helemaal geen geld. Ze hebben een lapje grond, waar ze een beetje maïs verbouwen, een beetje maniok. Ze brengen het naar de markt en verkopen het voor vijftig cent. En voor die vijftig cent kunnen ze vervolgens een of ander onmisbaar dingetje kopen dat in China is gemaakt.

- De wereld na de Koude Oorlog is een wereld van diffuse gevaren. Er is geen angst meer voor de atoombom, maar wel angst voor iemand die ons in een donkere straat tegemoetkomt.

- Iemand van de Padvindersradio belde met het verzoek om een interview.
 "Gelooft u in vriendschap?"
 "Ja."
 "Hebt u vrienden?"
 "Ja, veel. Zonder hen zou ik niet kunnen leven, kan ik me het leven niet voorstellen."
 "Wat is het belangrijkste van vriendschap?"
 "Dat je aan vriendschap moet werken. Vriendschap kan vanzelf ontstaan, maar voor het behouden van een vriendschap is een inspanning van twee kanten nodig, cultivering, zorg, moeite. Je hoort iemand wel eens klagen: ik heb geen vrienden. Maar laat hij dan vertellen hoeveel moeite hij zich heeft gegeven om vriendschap op te wekken en vervolgens te onderhouden, koesteren, versterken."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 7 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: Ebbenhout

Ryszard Kapuściński: Ebbenhout (Polen, 1998): 306 blz: Vertaald door Gerard Rasch (2000): Uitgeverij de Arbeiderspers 
 

 
Ryszard Kapuściński was een Poolse journalist die gedurende lange tijd in de Derde Wereld verbleef. Hij heeft met name lang rondgereisd door Afrika waar "Ebbenhout" over gaat.
In zijn eigen woorden meed hij de officiële routes, paleizen, prominenten en de grote politiek en gaf er de voorkeur aan met vrachtwagens mee te rijden, met nomaden door de woestijn te trekken en te logeren bij de boeren in de tropische savanne. Hij overleefde een ontmoeting met een cobra, een aanval van malaria en materiaalpech in een vrachtwagen in de zinderende woestijn. Hij schrijft onder meer over de onafhankelijkheid van Ghana, de opkomst van Idi Amin, de burgeroorlog in Rwanda en de hongersnood in Soedan. De twee stukken over Idi Amin en dat over de burgeroorlog in Rwanda zijn allebei vrij kort en van zeer hoge kwaliteit.

Zoals op de achterflap van het boek staat schrijft Ryszard Kapuściński met het inzicht van een historicus, met de stijl van een dichter en met het overwicht van iemand die het zelf allemaal heeft meegemaakt. Er valt volop te citeren uit dit prachtige boek, hieronder een aantal citaten:

- Al op de trap van het vliegtuig wacht ons nog iets dat nieuw is: de geur van de tropen. Door die lucht realiseren we ons onmiddellijk dat we daar op aarde zijn, waar een overdadige, onvermoeibare biologie aan het werk is, die baart, gedijt en bloeit, en tegelijkertijd ziek is, vervalt, vergaat, verrot. Het is de lucht van verhitte lichamen en drogende vis, rottend vlees en gebakken cassave, verse bloemen en zure waterplanten, kortom alles wat zowel aangenaam als irritant is, wat aantrekt en afstoot, lokt en afkeer wekt.

- Een Afrikaan die in de bus stapt, vraagt dan ook nooit wanneer de bus vertrekt. Hij stapt in, gaat op een vrije plaats zitten en hij verzinkt in een toestand waarin hij een groot deel van leven doorbrengt: de toestand van doods wachten.

- Om hun ambtenaren aan te moedigen in de koloniën te gaan werken hadden Londen en Parijs voor de liefhebbers schitterende levensomstandigheden geschapen. Een bescheiden postambtenaartje uit Manchester kreeg na aankomst in Tanzania een villa met tuin en zwembad, auto's, personeel, vakanties in Europa enzovoort. De koloniale bureaucratie kon het er werkelijk van nemen. En nu kregen de bewoners van die koloniën van de ene op de andere dag hun onafhankelijkheid. Gisteren nog arm en vernederd, vandaag uitverkorenen, met een hoge positie en een volle beurs. Door deze koloniale genese van de Afrikaanse staat, waar de Europese ambtenaar boven zijn stand en buiten alle proporties werd betaald en waar het systeem zonder enige vernieuwing door de locals werd overgenomen, werd de strijd om de macht in Afrika direct ongewoon fel en meedogenloos.

- Als je oude kaarten van Afrika bekijkt, dan valt één ding je op: er staan tientallen, honderden namen van havens, steden en nederzettingen aangegeven langs de kustlijnen, terwijl de rest, dat hele onmetelijke gebied, dus negenennegentig procent van het oppervlak van het werelddeel, bijna overal smetteloos wit is, slechts hier en daar door een teken onderbroken.

- De Europeaanse havens waren alleen zuignappen op het organisme van Afrika, de plaatsen waar slaven, goud en ivoor werden uitgevoerd. Alles uitvoeren en wel zo goedkoop mogelijk. Veel van die bruggenhoofden van Europa deden dan ook denken aan de armste buurten van Liverpool of Lissabon. In Luanda, dat Portugees was, hadden de Portugezen in al die vierhonderd jaar nergens een pomp voor drinkwater neergezet of straatverlichting aangebracht.

- Veel mensen in mijn straatje hadden maar één ding. Iemand had een overhemd, iemand een kapmes, iemand, onbekend waarvandaan, een schop. Wie een overhemd heeft kan werk krijgen als nachtwacht (niemand wil een halfnaakte bewaker), wie een kapmes heeft, kan in dienst worden genomen om onkruid te wieden, de man met de schop kan greppels graven.

- Als de soldaten en politiemannen direct, voor we goed en wel zijn gestopt, zonder iets te vragen beginnen te schreeuwen en te slaan, dan betekent dat dat het land zich in de greep van de dictatuur bevindt of er een oorlog woedt; als ze daarentegen met een glimlach op ons toe lopen, ons een hand geven en beleefd zeggen: "U weet vast wel dat we erg weinig verdienen," dan betekent dat dat we door een stabiel en democratisch land rijden, waar vrije verkiezingen worden gehouden en de rechten van de mens worden geëerbiedigd.

- Als iemand naar de wapens grijpt, naar een machete of een automatisch geweer, dan in de eerste plaats om voedsel te roven, om zich vol te eten. Het is een oorlog om een handvol maïs, een kommetje rijst.

- ... de paradox van onze wereld: als we de kosten van transport, personeel, opslag en bewaren van levensmiddelen bij elkaar optellen, dan is de prijs van één maaltijd, gewoonlijk een handvol maïs, voor een vluchteling in een of ander kamp, bijvoorbeeld in Sudan, hoger dan de prijs van een souper in het duurste restaurant van Parijs.

- En nu was daar opeens de plastic kan. Een wonder! Revolutie! Ten eerste is hij betrekkelijk goedkoop (hoewel hij in vele huizen het enige voorwerp van waarde is); hij kost rond de twee dollar. Maar het belangrijkste is zijn geringe gewicht. En ook dat hij er in verschillende groottes is, zodat zelfs een klein kind al een paar liter kan dragen.

- Telkens wanneer er een dictator in Afrika valt, draait het hele onderzoek, al het slaan, martelen om één ding: het nummer van zijn privé-rekening. In de publieke opinie hier is het woord politicus synoniem met chef van een criminele bende die handelt in verdovende middelen en wapens en geld spaart op buitenlandse rekeningen.

- De Afrikaanse markt is één grote hoop van goedkope rommel. Een mijn van prullen en vodden. Bergen afval en kitsch. Er is hier niets van waarde, niets trekt de aandacht, niets wekt bewondering, niets waarvan je denkt: dat wil ik hebben.

       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.