Carolijn Visser: De koude heuvels van Mongolië (Nederland, 1991): 94 blz: Uitgeverij Meulenhoff
Mongolië
valt uiteen in twee gebieden. Je hebt het land Mongolië dat ingeklemd
ligt tussen Rusland en China, en je hebt Binnen-Mongolië, dat een grote
provincie in het noorden van China is en dat tegen Mongolië aanligt.
Carolijn
Visser had op een eerdere reis door China een aantal schilderijen van
een Mongoolse kunstenaar gekocht en namens hem weer verkocht. Zo kon de
kunstenaar een nieuwe flat kopen en hij hielp Carolijn toen zij
toestemming wilde krijgen om de uitgestrekte graslanden van
Binnen-Mongolië te bezoeken. Het eerste wat Carolijn te doen stond was
om te leren paardrijden.
In
Binnen-Mongolië reden Carolijn en haar vriend Wayne paard, terwijl de
begeleiders volgden op een tractor. Ze bezochten onder meer een
traditionele Mongoolse bruiloft en een groot feest. "De koude heuvels
van Mongolië" geeft een inkijkje in een snel uitstervende cultuur.
Citaten:
- Mongolië, besloot ik, kon alleen per paard bereisd worden. Ik nam lessen in een manege en verdiepte me in de geschiedenis van de Mongolen.
Djengis Khan was overleden aan de gevolgen van een val van zijn paard, las ik tot mijn schrik. Ik vond het verontrustend dat zelfs een Mongool op zo'n manier aan zijn einde kan komen.
- De kunstenaar begon meteen over de risico's van de reis. Die moest ik vooral niet onderschatten. Het kon verschrikkelijk koud zijn op de graslanden, ook al was het zomer. Er waren woeste honden die ons konden verslinden als we niet uitkeken. En dan de Mongolen! Die zijn "uncivilised" zei hij, nadat Liya het woord had opgezocht in een woordenboek. "Maar hij is toch zelf een Mongool?" vroeg ik verbaasd. "In de stad is alles anders," vertaalde Liya. De Mongolen op de graslanden drinken sterke drank als water. Hairhan deed voor hoe ze grote glazen alcohol in één teug achteroverslaan. En als ze dronken zijn, leggen ze hun armen rond elke vrouw die maar in de buurt is.
- In een restaurant bestelde de kunstenaar de specialiteiten van het dorp: runderhoef en runderstaart. De hoef was doorzichtig en in substantie vergelijkbaar met een bepaald soort inktvis of zeewier. "Heel bijzonder," maande de kunstenaar ons, "er gaan heel wat hoeven in zo'n schotel."
- Toen ik hem vroeg zijn leven op de graslanden te beschrijven, zei hij: "Een heel eenvoudig bestaan. We stonden vroeg op, gingen vroeg naar bed. We leefden van het land, we aten paddestoelen, muizen, alles wat we konden vinden." "En had je grootvader ook schapen?" vroeg ik. Een treurig lachje gleed over zijn gezicht. "De schapen waren van het collectief."
-
"Wat is dit witte spul?" vroeg ik Liya, die haar tranen gedroogd had en
aan tafel zat alsof er niets was voorgevallen. "Tofu," zei ze met
afgrijzen, "gemaakt van schapemelk: melk-tofu." "Oh," zei ik, "nu
begrijp ik het; kaas noemen wij dat." ze keek me ongelovig aan: "Eten
jullie dat ook?" Gruwend nam ze een hap.
-
In de aangrenzende keuken was de zuster aan het koken op twee
verschillende vuren. Ik vroeg haar waar de wc was en verlegen, zonder
mij aan te kijken, antwoordde ze: "Die is overal." Ik deed mijn laarzen
aan, trok een regencape over mijn hoofd en ging naar buiten. Op dat
moment hadden de twee honden blijkbaar zitten wachten, want onmiddellijk
sprongen ze tegen mij op. De zuster was mij geruisloos gevolgd, ze riep
de dieren gebiedend iets toe waardoor ze afdropen.
-
Tijdens eerdere reizen door China had ik altijd geprobeerd me te
verplaatsen in Chinezen, hun gedachten te volgen, maar hier wilde ik dat
niet, ik zag hen nu als indringers. Ze knaagden aan het land van de
Mongolen die voor mij onzichtbaar, tot achter de heuvels, waren
verdreven.
Na een opmerking over geboortebeperking:
-
We knikten allemaal, te veel mensen is een groot probleem in China. Wel
is het zo, overwoog ik, dat er in Binnen-Mongolië achttien miljoen
Chinezen wonen en slechts twee miljoen Mongolen. De Mongolen worden
overspoeld door Chinezen, dat is het probleem, maar die gedachte hield
ik wijselijk voor me.
- Nijdig bedacht ik me dat het onmogelijk is om in een discussie of een onderhandeling van een Chinees te winnen. Hairhan had al voor ons vertrek besloten dat er niet per paard gereisd ging worden, dat had ik moeten aanvoelen. Ik was nu voor de zoveelste keer in China en nog kon ik niets voor elkaar krijgen, nog steeds ging ik ervan uit dat een confrontatie een oplossing zou brengen, terwijl ik beter moest weten. Openlijke verwijten leiden in China nergens toe. Degene die de dingen duidelijk bij naam noemt, is onfatsoenlijk en gaat in ieders ogen af.
- Toch kreeg ik de indruk dat de Li's veel van hun hond hielden. Het was hier niet als in de rest van China waar ze honden alleen maar als een lekker hapje zien. Hier waren honden vrienden, waar je in barre tijden op moest bouwen.
- "Daar is iemand," zei Wayne en toen ik opkeek zag ik een man met een pet diep over zijn ogen vanaf zijn paard naar ons kijken. Hij had een grote stok in zijn hand en in zijn ogen zag ik de paniek langzaam aanzwellen. Zijn mond viel open. "Women shi waiguorem, wij zijn buitenlanders," riep ik, omdat ik zo gauw niets anders kon bedenken in mijn beperkte Chinees. Er gleed een grijns over het gezicht van de man. "Ja, jullie zien eruit alsof je hier niet vandaankomt," antwoordde hij.
- Het gezicht van de man lichtte op. "In Australië heb je goede schapen," zei hij. "En groot ook," voegde hij eraan toe, en hij gaf het formaat aan van een uit de kluiten gewassen paard.
- De verweerde reiziger voegde zich nu ook bij ons, hij was binnen gebleven en had geen idee van wat er was voorgevallen. Hij moest verder, verontschuldigde hij zich; hij was op weg naar een bruiloft. "Ooh," zei Hairhan enthousiast, "een Mongoolse bruiloft?" De man knikte. "Dat is net iets voor deze buitenlanders," vond Hairhan. De man trok nog meer rimpels in zijn voorhoofd. "Die kunnen met mij meerijden," zei hij vriendelijk. "De zoon van Li weet zelf wel waar het is." Guoguo, de verlegen broer van Lizhanguo, knikte, hij had al van de bruiloft gehoord. We stegen op onze paarden en meteen zette onze nieuwe vriend er een flinke draf in.
- Een ceremoniemeester stookte het vuur op, wees de plaatsen enm bracht een grote schaal binnen met geroosterd schapevlees, die ze op een laag tafeltje voor de vader van de bruidegom neerzette. Plotseling haalde hij een grote dolk te voorschijn en sneed langzaam van een grote bout twee stukken vet af. Op het lemmet presenteerde hij die, eerst een aan Wayne, daarna een kleiner stukje aan mij. Ik walgde van de aanblik, wit en glibberig was het. Liya porde in mijn zij en voordat ze iets kon zeggen stak ik mijn hand uit. Het vet smaakte niet slecht, alleen aan de substantie moest ik wennen.
- Het was me al vaker opgevallen dat Chinezen elkaar geen enkele fout vergeven. Een meisje dat één keer in haar leven een scheve schaats rijdt bijvoorbeeld, vindt nooit meer een echtgenoot.
-
"Wie zijn dat?" vroeg ik Ho nieuwsgierig. "Model-arbeiders," antwoordde
hij. Daarna traden de sportlieden aan: worstelaars in leren jacks en
wijde pofbroeken in felle kleuren. Achter hen kwamen de jonge ruiters;
meisjes en jongens van een jaar of tien met gekleurde doeken om hun
hoofd geknoopt en in fladderende rode blouses. De stoet werd gesloten
door praalwagens waarop, legde Ho mij uit, stokpaardjes van de Chinese
regering waren uitgebeeld: "industrialisatie", "wetenschap en techniek",
en het "één-kind-gezin". Voor mij was het een verwarrende culturele
hutspot, maar Ho vond er niets vreemds aan dat de Chinese regering een
traditioneel Mongools feest aangreep om propaganda te verspreiden.
Een Duitse professor zegt:
-
In Ulan Bator is geen melk te krijgen, moet u zich voorstellen, in een
land van veehouders. Als u uw spaarpot omkeert, kunt u Mongolië kopen,
zo droevig is het gesteld.
-
Veel bezoekers deden vandaag hun inkopen. Mensen liepen te slepen met
grote tassen. Er was van alles te krijgen: cassetterecorders,
televisies, horloges, zonnebrillen, maar ook nuttige spullen voor het
Mongoolse herdersleven. In een kraam kon je spanten krijgen voor een
joert en handgeschilderde deuren. Ik keerde steeds terug naar dezelfde
kraam waar geborduurde Mongoolse gewaden en mutsen hingen uitgestald. Ik
kocht een hoofddeksel zoals de kleine ruitertjes droegen en een gouden
punthoed met een grote knoop erboven op. Ook liet ik me een geborduurde
herenmuts aanpraten die gevoerd was met bont. Het werd een hele stapel.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.