Posts tonen met het label Vertalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vertalen. Alle posts tonen

vrijdag 29 juli 2022

August Willemsen: De taal als bril

August Willemsen: De taal als bril (Nederland, 1987): 343 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
August Willemsen (1936-2007) is een van mijn favoriete vertalers in het Nederlands en ook een van mijn favoriete Nederlandstalige schrijvers. Ik ben zeer onder de indruk van zijn vertaling van "De binnenlanden" van Euclides da Cunha, ongetwijfeld het boek dat ik heb gelezen dat het beste weergeeft hoe ongestructureerd een oorlog verloopt. En "De val", zijn verslag over zijn alcoholverslaving, beschouw ik als een van de meesterwerken uit de Nederlandstalige literatuur.
 
"De taal als bril" is een bundel met essays over kwesties die met het vertalen te maken hebben en met stukken over Portugeestalige (uit Portugal en Brazilië) schrijvers. Willemsen vertelt hoe hij te werk gaat bij het vertalen van een gedicht. Hij heeft het over een Nederlandse dichter die uitgebreid plagiaat heeft gepleegd. Hij vertelt over zijn liefde voor het werk van Fernando Pessoa, en hoe een Amerikaanse vertaler een potje maakt van zijn vertalingen van Pessoa. Hij heeft het over "midden op de weg lag een steen", een gedicht van de Braziliaan Carlos Drummond de Andrade, dat tot veel hoon leidde. En het laatste stukje gaat over de voetballer Garrincha.
 
Citaten:
- Het beeld van de vertaler als mislukt, of gefrusteerd, schrijver is niet nieuw. Maar de gedachte blijft nieuw voedsel krijgen, hetzij door vertalers die geen weerstand kunnen bieden aan de verleiding zelf aan het schrijven te slaan, hetzij door vertalers die zich het werk van hun auteurs toeëigenen door het te vertalen, niet in wat zijn woorden zouden zijn, maar in hun eigen woorden ("op de stoel van de schrijver gaan zitten", heet dat wel).
 
- Het eist van de vertaler inventiviteit, vakmanschap, eruditie, wetenschappelijke bagage, levenservaring, maar ook zelfverloochening, iets dat verwant is met acteertalent, en geduld, om voor dit werk de woorden in zijn eigen taal te vinden, echter niet zijn eigen woorden, maar de woorden die de schrijver zou gebruiken indien deze, met behoud van zijn nationaliteit, zich zou uitdrukken in de taal van de vertaler.
 
- Vooral in verwante talen bestaat het beruchte verschijnsel van "false friends": woorden die geheel of grotendeels hetzelfde zijn en iets anders betekenen. Een "roman" is in het Spaans een novela, in het Portugees een romance; een Portugese novela is een "novelle".
 
- Het hebben van een mening, ongeacht over wat, dus ook over een boek, is voor mij een van de moeilijkste dingen in dit leven. Vind ik het mooi, dan ben ik op mijn hoede: word ik er ingeluisd? Heb ik bezwaren, dan schuif ik die op eigen onbegrip.
 
Al met al al is "De taal als bril" een redelijk onderhoudende bundel, maar je moet wel wat affiniteit met het onderwerp hebben. Ik raad eerder aan om het al genoemde "De binnenlanden" van Euclides da Cunha of "De val" van August Willemsen zelf, te lezen. In 1994 verscheen "Het hoge woord", een nieuwe bundel met stukken van August Willemsen, met onder andere een prachtig stuk over stotteren van 15 bladzijden.
 
    

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 15 juni 2022

Hans Boland: Het Nederlands van Tsjechov

Hans Boland: Het Nederlands van Tsjechov: Pleidooi voor een emancipatie van de vertaalkunst (Nederland, 2021): 160 blz: Uitgeverij Pegasus
 
Het Nederlands van Tsjechov
 
Hans Boland is een van Nederlands bekendste vertalers van Russische literatuur. Hij is ook omstreden omdat hij nogal uitgesproken opvattingen heeft over de kunst van het vertalen. Boland is een groot voorstander van een vrije vertaling in tegenstelling tot een woordelijke. 
 
In "Het Nederlands van Tsjechov" geeft hij een aantal voorbeelden uit zijn vertaling van Tsjechov, waarbij hij aangeeft hoe hij te werk is gegaan. Vaak geeft hij dan eerst een letterlijke vertaling van een Russische tekst en laat hij vervolgens zien wat hij ervan gemaakt heeft.
 
"Het Nederlands van Tsjechov" is een onderhoudend boekje waarin Boland een leuk inkijkje geeft in de keuken van een vertaler. De opvattingen van Boland worden mooi onder woorden gebracht in de citaten: 

- Gerrit Komrij heeft ooit een poging gewaagd de vertaling van één en hetzelfde gedicht door een heel peloton vertalers - leken, professionals en schrijvers - objectief te beoordelen op kwaliteit. Hij komt tot de conclusie dat de vertaling van een gedicht in de eerste plaats een nieuw gedicht hoort op te leveren; dat is ook mijn standpunt. Vanuit datzelfde perspectief behoort de vertaling van literair proza in de eerste plaats literair proza op te leveren.
 
- Een schrijver, dus ook een vertaler, kan alleen een authentieke toon creëren door de taal van zijn eigen tijd te hanteren. Dat in Tsjechovs verhalen geen hypermodern rappersjargon of Silicon Valley Amerikaans past spreekt misschien vanzelf, maar dat er geen verouderde uitdrukkingen in thuishoren als "loop naar de duivel" of "schik hebben in" is al minder vanzelfsprekend: ik vind het van een oubolligheid die je niet verwacht uit de mond van Tsjechov, een collega-vertaler heeft er misschien minder moeite mee.
 
- Met mijn vertaling van de beste verhalen van Tsjechov heb ik geprobeerd een Tsjechov te scheppen die in Rusland is geboren en vertelt over Russische zaken, maar in het Nederlands denkt en schrijft - anno 2021.
 
- In vertalersland hechten velen nog altijd aan het dogma dat een roman of kort verhaal in een vertaling exact evenveel zinnen dient te bevatten als in het origineel. Die opvatting mag wat mij betreft naar de prullenbak worden verwezen - dogma's zijn het terrein van de godsdienst, niet van de kunst.
 
- Zelfs de grootste schrijvers zijn dankbaar dat hun teksten worden geredigeerd en gecorrigeerd door redacteuren en correctoren. Niet dat ik de behoefte heb om het Russisch van Tsjechov te redigeren, maar zijn Nederlands, inclusief de alineaverdeling daarvan, is mijn zaak.
 
- In vertalingen van filosofische werken, van juridische haarkloverijen en van handleidingen voor wasmachines en auto's is het van groot belang een en hetzelfde begrip steeds met een en hetzelfde woord te vertalen. Goede literatuur daarentegen vermijdt lexicale herhalingen waar mogelijk; voor de literair vertaler moet dat zo mogelijk een nog dwingender stelregel zijn.
 
- ... leent Nederlands zich in tegenstelling tot Russisch heel gemakkelijk voor de vorming van nieuwe woorden door middel van samenstellingen ("coronadepressie", "verkeershufter"); ook dat zorgt voor lexicale variatie.
 
- Het is een absurd idee dat je in een Nederlandse vertaling geen lexicon zou mogen gebruiken dat in de brontaal niet als zodanig bestaat.
 
- Als schrijver leg je bij wijze van spreken met elk woord dingen uit aan de lezer - daar ben je schrijver voor. Objecten, begrippen of omstandigheden waarvan hij weet of moet aannemen dat de lezer er niet mee bekend is verklaart hij nader door ze te omschrijven of ze vanuit de context voor zichzelf te laten spreken, en als ook dat niet werkt voegt hij een voetnoot toe.
 
- Typisch Nederlandse woorden vormen de bloedsomloop van een vertaling die - in tegenstelling tot een zogenaamd "letterlijke", "woordelijke", dan wel "tekstgetrouwe" vertaling - een literaire tekst verdient.
 
- Een van mijn recensenten gaf me het compliment dat ik met woorden kan "goochelen". Hij bedoelde natuurlijk "toveren", want advocaten en politici goochelen met woorden maar schrijvers - en bijgevolg ook literair vertalers - toveren ermee als ze op dreef zijn.
 
- Tsjechov in het Russisch voert geregeld personages op die met een accent spreken of woorden gebruiken waaruit hun Oekraïense of (semi-)buitenlandse achtergrond blijkt. Als vertaler heb je dan de neiging dit niet-algemeen beschaafde taalgebruik in de brontaal te vervangen door niet-algemeen beschaafd Nederlands. Dat is riskant, omdat het al heel snel lachwekkend wordt; zo heb ik weleens een vertaling van Gogols met oekraïenismen doorspekte Taras Boelba gelezen vol (pseudo-)Vlaams, alsof dat de Nederlandse lezer zou helpen zich te laten meenemen naar de plaats van handeling, de Oekraïene.
 
- Het is een volstrekt irrealistisch streven - een fake streven - om vertaalde literatuur te presenteren in de taal van haar ontstaanstijd: men vergeet dat een literaire tekst wordt bewaard en zo goed mogelijk behoed in zijn gebalsemde stoffelijk overschot - de woorden en zinnen waaruit de tekst is geconstrueerd en waarvan we niet alleen de semantiek maar zelfs de klanken niet met zekerheid kunnen achterhalen - maar dat de geest of voor mijn part de ziel ervan voortleeft in levende, zich van eeuw tot eeuw en van minuut tot minuut ontwikkelende taal.
 
        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 31 mei 2015

Lof aan de vertalers

Niet iedereen zal er bij stil staan, maar de meeste boeken die in het Nederlands gepubliceerd worden zijn vertaald uit een andere taal, waarschijnlijk voor meer dan de helft uit het Engels. Ik wil vandaag even stil staan bij een aantal voortreffelijke vertalers die Nederland kent. Wie alle genoemde vertalers en boeken leest die ik ga noemen heeft daarmee meteen een aardige selectie te pakken van de wereldliteratuur. Ik noem de vertalers per taalgebied en op alfabetische volgorde:

Arabisch:
Richard van Leeuwen heeft de verhalen van Duizend-en-een-nacht en de Caïrotrilogie "Tussen twee paleizen", "Paleis van verlangen" en "De suikersteeg" van Naghieb Mahfouz vertaald.

Duits:
Zowel Godfried Bomans als Jeroen Brouwers hebben "De avonturen van Baron von Münchhausen" vertaald.
W. Hansen heeft een uitgebreide selectie uit de dagboeken van Viktor Klemperer "Tot het bittere einde" en "Tussen de wal en het schip" vertaald.

Engels:
Peter Bergsma heeft de autobiografische trilogie "Jongensjaren", "Portret van een jongeman" en "Zomertijd" van J.M. Coetzee vertaald.
Gerard van Buuren heeft de manga "Boeddha" van de Japanner Osamu Tezuka uit het Engels vertaald.
Tinke Davids heeft "Woestijnen van Arabië" van Wilfred Thesiger vertaald.
Jessica Durlacher heeft Maus van Art Spiegelman vertaald
Christien Jonkheer en Babet Mossel hebben "De geschikte jongen" van Vikram Seth vertaald.
Gerrit Komrij heeft een aantal werken van Shakespeare vertaald. Jan Jonk is bezig met alles van Shakespeare te vertalen, is hiermee naar het schijnt klaar, maar publikatie laat nog even op zich wachten.
Nicolaas Matsier heeft "Alice in Wonderland" en "Achter de spiegel" van Lewis Carroll vertaald.
Ruud Rook heeft "Het Maleise eilandenrijk" van Alfred Russell Wallace vertaald.
Paul Syriër heeft een selectie van "Herfsttij en verval van het Romeinse Rijk" van Edward Gibbon vertaald.

Frans:
Thérèse Cornips heeft de gehele "Op zoek naar de verloren tijd" van Marcel Proust vertaald. Jelle Noorman heeft Proust vertaald voor de strip van Stéphane Heuet.
Toon Dohmen heeft "Persepolis" van Marjane Satrapi vertaald.
Frank de Graaf en Hans van Pinxteren hebben onafhankelijk van elkaar allebei de complete "Essays" van Michel de Montaigne vertaald.
Frits van der Heijde heeft alle avonturen van Asterix de Galliër van Goscinny en Uderzo vertaald.
Theo Kars heeft de complete "Memoires" van Giacomo Casanova vertaald.
Marijke Koekoek heeft 5 delen met de avonturen van "De kleine Nicolaas" vertaald.
E.Y. Kummer heeft "Reis naar het einde van de nacht" van Louis Ferdinand Celine vertaald.
Arend Jan van Oudheusden heeft "Jeruzalem" van Guy Delisle vertaald

Grieks:
Hein van Dolen heeft "Het verslag van mijn onderzoek" van Herodotus vertaald.
Imme Dros heeft "De Odysseia" van Homerus vertaald.
Hans Warren en Mario Molegraaf hebben samen het complete werk van Plato vertaald.

Italiaans:
Anthonie Kee heeft "De tijgerkat" van Guiseppe Tomasi di Lampedusa vertaald.

Japans:
Jos Vos heeft "Het verhaal van Genji" van Murasaki Shikibu vertaald.
Jacques Westerhoven heeft "Stille sneeuwval" van Junichori Tanazaki vertaald.

Noors:
Marianne Molenaar heeft de eerste 5 delen van "Mijn strijd" van Karl Ove Knausgard vertaald en is van plan om ook het 6e en laatste deel te vertalen.

Portugees:
August Willemsen heeft "De binnenlanden" van Euclides da Cunha vertaald

Russisch:
Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel hebben met zijn drieën de complete verhalen van Anton Tsjechow vertaald.
Wim Hartog heeft de memoires van Paustovski vertaald.
Arthur Langeveld heeft "De broers Karamazov" van Fjodor Dostojewski vertaald.
Marja Wiebes en Yolanda Bloemen hebben gezamenlijk "Oorlog en vrede" van Leo Tolstoj en ook "Berichten uit Kolyma" van Varlam Sjalamov vertaald.
Marja Wiebes heeft met Margriet Berg de verhalen van Ivan Boenin vertaald.

Spaans:
Adri Boon heeft "Fortunata en Jacintha" van Benito Pérez Galdos vertaald.
Barber van der Pol heeft de "Don Quichote" van Miguel Saavedra de Cervantes vertaald.

Al de genoemde boeken hebben 2 dingen gemeen: het zijn prachtige boeken en ze zijn prachtig vertaald. Als alle vertalingen zo goed zouden zijn als deze genoemde dan zou er haast geen enkele reden meer zijn om de boeken nog in de originele taal te lezen, behalve natuurlijk voor taalpuristen.