donderdag 21 maart 2024

Blogpauze

Ik wil weer eens een tijdje stoppen met bloggen. Mijn doelstelling van 2.024 stukjes heb ik inmiddels ruim gehaald. Ik heb de afgelopen maanden nog flink wat boeken herlezen, nu ben ik wel klaar met de belangrijkste boeken die ik nog wilde herlezen. Tijd voor een pauze dus. Ik heb geen idee hoe lang die gaat duren en of ik weer verder ga met bloggen. Voor nu, tot ziens, Erik

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 19 maart 2024

Jonathan Swift: De reizen van Gulliver

Jonathan Swift: De reizen van Gulliver (Ierland, 1726): 339 blz: Vertaald door Paul Syrier (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
 
Reizen Van Gulliver
 
"De reizen van Gulliver" heb ik al 2 keer eerder in het Engels gelezen, voor het eerst op de Middelbare school en in 1998 en later in 2014 in deze vertaling. Lemuel Gulliver beschrijft hierin 4 reizen die hij gemaakt heeft die hem in contact hebben gebracht met vreemde volkeren.
 
Tijdens zijn eerste reis lijdt Gulliver schipbreuk en zwemt naar land. Daar aangekomen loopt hij een stuk landinwaarts en valt in slaap. Als hij wakker wordt merkt hij dat hij is vastgebonden door dunne koorden. Hij is terechtgekomen in het land van de Lilliputters een volk van kleine mensen, een twaalfde van de hoogte, breedte en dikte van Gulliver. Hij beleeft daar allerlei avonturen waarbij in het voorbijgaan de spot wordt gedreven met de Engelse maatschappij uit die tijd.
 
Op zijn tweede reis komt Gulliver in Brobdingnag, het land van de reuzen, die nu precies 12 keer zo groot zijn als Gulliver. Hij wordt gehouden als een soort speeltje voor de koning, maar nadat hij een uitgebreide uiteenzetting heeft gehouden over hoe men in zijn geliefde Engeland oorlog voert komt de koning tot de volgende conclusie: "Wat jezelf betreft, die het grootste deel van je leven hebt gereisd, ben ik zeer geneigd te hopen dat je je tot nu toe aan een groot aantal van de zonden van je land hebt weten te onttrekken. Maar te oordelen naar wat ik uit je eigen verhaal heb begrepen en de antwoorden die ik je met veel moeite heb ontwrongen en ontfutseld, kan ik slechts concluderen dat de overgrote meerderheid van je landgenoten het schadelijkste ras van klein weerzinwekkend ongedierte is dat ooit van de Natuur op het oppervlak van de aarde heeft mogen rondkruipen."
 
Tijdens zijn derde reis komt Gulliver in het land Laputa, het vliegend eiland. In het eiland bevindt zich een grote magnetische steen waardoor het eiland in de lucht blijft als het zich beweegt boven het onderliggende vasteland. Door de steen te kantelen kan de hoogte en de richting waarin het eiland zich beweegt worden vastgesteld. Op het eiland houden de mensen zich bezig met allerlei vormen van wetenschap, bijvoorbeeld hoe men uit komkommers zonlicht kan destilleren of hoe men uit menselijke uitwerpselen de oorspronkelijke voedingsmiddelen weer kan maken. Voor het maken van een eenvoudig kledingstuk voor Gulliver wordt een kwadrant, passer en kompas gebruikt, zodat het gemaakte kledingstuk nogal vormeloos is. Later tijdens zijn reis komt Gulliver de Struldbruggs tegen, mensen die niet dood gaan. Hij benijdt ze in eerste instantie, maar komt er later achter dat ze in plaats daarvan nogal beklagenswaardig zijn.
 
Tijdens zijn vierde reis komt Gulliver terecht in het land van de Houyhnhnms, de paarden die een soort van ideale maatschappij hebben. Ook komen hier de Yahoos voor, mensen die als dieren leven en met afschuw bekeken worden door de Houyhnhnms. In de jaren dat Gulliver hier woont is hij volmaakt gelukkig en hij is zeer verdrietig als hij uit dit land weg moet, terug naar huis.
 
Het verhaal eindigt ermee dat Gulliver terug in Engeland is bij zijn vrouw en kinderen, die hij weerzinwekkend vindt en dat hij 2 edele paarden aanschaft met wie hij het grootste deel van zijn tijd praat, hoewel ze veel minder ontwikkeld zijn dan zijn geliefde Houyhnhnms.
 
"De reizen van Gulliver" is een zeer onderhoudende roman, die je zowel als satire, als ideeënroman, als reisverhaal of als fantasie kunt lezen. Er is nogal wat kritiek op de destijdse samenleving in verwerkt, maar altijd op een zodanige manier dat het een genot is om te lezen. Ook wordt de spot gedreven met de wetenschap. De vertaling van Paul Syrier doet een beetje plechtstatig aan, maar is verder prima leesbaar. Warm aanbevolen voor wie eens iets anders wil lezen!    
Citaten:
 
De uitgever aan de lezer:
- Het geheel ademt een sfeer van waarheid, en de schrijver heeft zich inderdaad altijd zo onderscheiden door zijn waarheidslievendheid dat deze bijna spreekwoordelijk is geworden onder zijn buren in Redriff - iemand die een bewering deed zei altijd dat deze zo waar was als wanneer de heer Gulliver zelf het had gezegd.

Om een idee te geven van de grootte van Gulliver ten opzichte van de Lilliputters:
- Toen het donker begon te worden, kroop ik met enige moeite mijn huis in, waar ik op de grond ging liggen. Zo sliep ik daar ongeveer twee weken, gedurende welke periode de Keizer bevel gaf een bed voor me te maken. Zeshonderd matrassen van de gewone afmetingen werden op karren aangevoerd en mijn huis binnengebracht; honderd vijftig ervan waren, aan elkaar genaaid, samen voldoende voor de breedte en de lengte, en ze werden in vier lagen neergelegd, wat me echter maar heel weinig bescherming bood tegen de harde vloer, die van gladde steen was. Met behulp van dezelfde berekening voorzagen ze me van dekens, lakens en spreien, draaglijk genoeg voor iemand die al zo lang gewend was aan ontberingen als ik.

In Brobdingnag:
- Het weerzinwekkendste om te zien waren echter de luizen die op hun kleren rondkropen. Ik zag de poten van dit ongedierte duidelijk met het blote oog, veel beter dan die van een Europese luis door een microscoop, en hun snuiten, waarmee ze als zwijnen wroetten. Ze waren de eerste die ik ooit had gezien en ik zou nieuwsgierig genoeg zijn  geweest om er een van te ontleden als ik over het juiste instrumentarium had beschikt (dat ik helaas op het schip had achtergelaten), hoewel de aanblik zo afgrijselijk was dat mijn maag zich er bijna van omdraaide.

Over een terechtstelling:
- De boosdoener zat vastgebonden in een stoel op een schavot dat voor dit doel was opgericht en zijn hoofd werd met een zwaard van ongeveer veertig voet lengte met een enkele klap afgehouwen. Uit de aderen en slagaderen spoot een geweldige hoeveelheid bloed zo hoog de lucht in dat de grote jet d'eau in Versailles er, zolang het duurde, bij in het niet verzonk. Toen het hoofd op de vloer van het schavot viel gaf het zo'n bons dat ik ervan schrok, hoewel ik er minstens een Engelse mijl van verwijderd stond.

Over de flapper:
- Overal verspreid zag ik tal van mensen in de kledij van bedienden, die een opgeblazen blaas als een gesel aan het uiteinde van een korte stok in hun hand droegen. In elke blaas bevond zich een kleine hoeveelheid gedroogde erwten of kleine steentjes (zoals ik nadien te horen kreeg). Met deze blazen sloegen ze nu en dan tegen de mond en mond van degenen die bij hen in de buurt stonden, van welke praktijk ik op dat moment de betekenis niet kon doorgronden. Het schijnt dat de geesten van deze mensen zo door intense speculaties in beslag worden genomen dat ze niet kunnen spreken of naar de woorden van anderen kunnen luisteren zonder daartoe door een van buiten komende aanraking van de spraak- of gehoororganen te worden aangespoord. Om deze reden hebben de families van mensen die het zich kunnen veroorloven altijd een flapper in dienst, zonder wie ze nooit het huis verlaten of een bezoek afleggen. De taak van deze functionaris is om als er twee of meer mensen bij elkaar zijn met zijn blaas een zacht tikje te geven tegen de mond van degene die iets moet zeggen en tegen het rechteroor van degene of degenen tot wie de spreker zich richt. Deze flapper heeft eveneens de taak zijn meester toegewijd te volgen tijdens zijn wandelingen en hem nu en dan een zacht tikje op zijn ogen te geven omdat hij altijd zo in gepeins verzonken is dat hij duidelijk het gevaar loopt in iedere afgrond te vallen of tegen iedere paal zijn hoofd te stoten, op straat tegen anderen aan te botsen of zelf in de goot te worden geduwd.
 
- De mensen aan wie de Koning me had toevertrouwd zagen hoe slecht ik was gekleed en gaven een kleermaker opdracht de volgende ochtend langs te komen en me de maat te nemen voor een pak. Deze vakman kweet zich op een heel andere wijze van zijn taak dan zijn collega's in Europa. Hij mat eerst door middel van een kwadrant en vervolgens met een liniaal en een kompas mijn lengte, noteerde de afmetingen en contouren van mijn hele lichaam alle op papier en bracht me zes dagen later mijn kleren, die heel slecht zaten en totaal vormeloos waren omdat hij toevallig een rekenfout had gemaakt. Tot troost strekte me echter de gedachte dat dit heel vaak voorkwam en dat ik maar weinig aandacht trok.
 
- Ze drukken hun ideeën steeds in termen van lijnen en figuren uit. Als ze bijvoorbeeld de schoonheid van een vrouw of enig ander dier willen prijzen, beschrijven ze deze in termen van ruiten, cirkels, parallellogrammen, ellipsen en andere meetkundige figuren ...
 
Over de Yahoo:
- In het algemeen gesproken had ik op al mijn reizen nog nooit zo'n lelijk dier gezien en evenmin een waartegen ik geheel vanzelf een zo sterke antipathie opvatte.
 
- De Houyhnhnm redeneerde immers als volgt: het gebruik van taal was bedoeld om elkaar te begrijpen en van feiten op de hoogte te worden gesteld, als nu iemand het ding zei dat niet was, werd dit doel tenietgedaan omdat men immers in dat geval een ander niet goed begrijpt ...
 
- Want als je (zei hij) vijf Yahoos een hoeveelheid voedsel toewerpt die genoeg is voor vijftig, zullen ze in plaats van vreedzaam te eten elkaar te lijf gaan omdat ze stuk voor stuk alles voor zichzelf willen hebben, en daarom werd er als ze buiten aten gewoonlijk een bediende bij hen gezet en werden degene die binnen werden gehouden met enige onderlinge tussenruimte vastgebonden.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 17 maart 2024

I.E. Babel: Verhalen

I.E. Babel: Verhalen (Rusland, 1913-1938): 505 blz: Vertaald door Froukje Slofstra (2013): Uitgeverij van Oorschot, serie de Russische bibliotheek
 

 
Ik las de verzamelde verhalen van Isaak Babel eerder in zijn geheel in januari 2017. Toen was ik erg enthousiast, maar schreef ik een wel heel kort stukje. Ze stonden al een tijdje op mijn lijst met te herlezen boeken. Nu ben ik bij het herlezen gestopt bij bladzijde 285. Niet omdat de verhalen niet mooi zijn, maar wel omdat de vele gewelddaden die in de verhalen beschreven worden mij tegen begonnen te staan. 
 
Het verhaal "De sjabbes-nachmoe" vind ik het mooiste verhaal uit het boek. Het verhaal telt slechts 7 bladzijden. De verhalen van Babel zijn trouwens allemaal erg kort. De meeste verhalen zijn slechts 2 of 3 bladzijden en het langste verhaal dat ik nu heb gelezen beslaat slechts 10 bladzijden. Babel schreef geen woord teveel. Ik haal dit boek af van mijn lijst met mijn favoriete boeken, maar ik raad het andere lezers toch van harte aan, als ze tenminste tegen het geweld kunnen. De vertaling door Froukje Slofstra leest erg prettig.
 
Collegablogster Bettina heeft een mooi stuk geschreven over "De rode ruiterij" een serie verhalen die op blz 203 tot 332 van dit volledig werk staan.

Babel heeft niet heel veel gepubliceerd, dit ene deel van de Russische bibliotheek bevat alle verhalen die van hem bekend zijn. Waarschijnlijk is er door de Russische geheime dienst nog wel het een en ander aan verhalen vernietigd na zijn arrestatie.

Wat Bettina schrijft over "De rode ruiterij" geldt zonder meer voor heel deze bundel. De verhalen zijn geschreven door een soldaat in dienst van het Rode leger en in strijd met de Witten (= de niet bolsjewieken). Veel wordt verteld over het geweld dat een oorlog nu eenmaal met zich mee brengt, afgehakte ledematen, kogelwonden, dode paarden, maar ook prachtige natuurbeschrijvingen.
 
Citaten:
- Hoewel ons stadje niet groot is, de inwoners snel geteld zijn en Sjloime het stadje zestig jaar niet had verlaten, had haast niemand kunnen zeggen wie Sjloime was of wat voor man hij was. Gewoon omdat hij was vergeten, zoals je een nutteloos, onopvallend ding vergeet. Zo'n ding was de oude Sjloime. ...

- Er was koude gefilte fisj met mierikswortel (een gerecht waarvoor je het jodendom aan zou nemen) ...

- Mensen die in een bibliotheek werken staan in nauw contact met het boek en het weerspiegelde leven en zijn zelf als het ware een afspiegeling van levende, echte mensen geworden.

- De verslaggever luistert naar de bediende vol verschrikt onbegrip en vraagt zich af hoe je met zo iemand omgaat. Geef je hem een stuiver als je weggaat, dan beledig je hem misschien - het is een kunstenaar. Geef je hem niets, dan kan hij ook beledigd zijn, het is tenslotte een bediende.

- Onder de stoelen glimmen de zwarte laarzen. Het is algemeen bekend dat een werkeloze, die beschikt over vrije tijd en het restant van zijn ontslagvergoeding, 's ochtends vlijtig op zijn laarzen spuugt om zichzelf de illusie van een bezigheid te geven.

- Zijn neusgaten sperden zich open als de blaasbalg van de smid.

- Haar hoge borsten leken twee strakgespannen zakjes vol graan.

Uit het prachtige verhaal de sjabbes-nachmoe:
- Om te beginnen at Hersjele gehakte lever met gesnipperde uitjes, overgoten met geklaarde reuzel. Daarna dronk hij een glaasje uitgelezen wodka (in de wodka dreven sinaasappelschillen). Vervolgens at hij vis, waarbij hij de zachte aardappelen door de geurige bouillon prakte en een half potje rode mierikswortel op de rand van zijn bord goot - de soort mierikswortel die vijf Poolse edellieden met kuiven en kaftans aan het huilen zou brengen.
 Na de vis deed Hersjele de kip alle eer aan en slurpte hij van de hete soep, waar vetoogjes op dreven. De vareniki, zwemmend in gesmolten boter, sprongen in Hersjeles mond als hazen die wegspringen voor de jager. Wat er met de taart gebeurde behoeft geen toelichting - wat kon ermee gebeuren, in aanmerking genomen dat Hersjele soms een jaar lang geen taart onder ogen kreeg ...?

- Er was eens een vrouw, Ksenia heette ze. Dikke boezem, ronde schouders, blauwe ogen. Zo'n vrouw was het. Hadden u en ik er maar zo een!

- De voering van een zware beurs is van tranen genaaid.

- Een man die dorst naar een antwoord moet zich wapenen met geduld.

- Ondertussen zwalkte het ongeluk onder de ramen rond, als een bedelaar in de ochtendschemering.

- Ze droegen zwarte geklede jassen met zijden revers en nieuwe laarzen die piepten als biggetjes in een zak.

- De oude man dronk een wodka uit de emaillen theeketel en at zijn vleesrolletjes, die geurden als gelukkige kinderjaren.

- Naast haar zaten zwangere vrouwen; stapels linnengoed gleden over haar machtige gespreide knieën; de zwangere vrouwen zogen zich vol met kletspraatjes, zoals een koeie-uier zich in het weiland vult met de roze melk van de lente ...

- Zoals elke doorgewinterde en oververmoeide ambtenaar verstaat hij de kunst in de lege minuten van het bestaan zijn hersenactiviteit volledig stil te leggen.

- De avond wikkelde me in de verfrissende vochtigheid van haar schemerige lakens, de avond legde haar moederlijke handpalmen tegen mijn gloeiende voorhoofd.

- "De waarheid kriebelt in ieders neusgaten," zei Soerovkov toen ik klaar was, "alleen: hoe sleep je haar tevoorschijn uit de hoop? Maar hij pikt haar er meteen uit, zoals een kip een maïskorrel."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 13 maart 2024

Voortgang vriendenboek 1

Afgelopen maandag heb ik de tekst van mijn vriendenboek uitgeprint bij de bibliotheek. Het zijn in totaal net geen 180 bladzijden op A4-formaat. Ik heb de teksten gisteren en vandaag nagelopen en er wat kleine foutjes uitgehaald. Ik ben zelf erg enthousiast over mijn tekst. Een eerste proeflezer is ook erg enthousiast, nu is het nog afwachten wat mijn vrienden en familie ervan vinden. Mijn broer en een vriend willen helpen met de opmaak, zorgen dat de kopjes van de hoofdstukken er netjes op staan en dat de inhoudsopgave klopt. Ook moet ik een lettertype kiezen en de grootte van dat lettertype en de grootte van de bladzijden en dus het boek. Voorlopig heb ik gekozen voor Garamond met een grootte van 11. Wordt vervolgd.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

maandag 4 maart 2024

I.S. Toergenjev: Verhalen

I.S. Toergenjev: Verhalen (Rusland, 1852-1882): 991 blz: Vertaald door Froukje Slofstra (2024): Uitgeverij Van Oorschot: serie de Russische bibliotheek
 

 
Ik wachtte al jaren op de aangekondigde nieuwe vertaling van de verhalen van Ivan Toergenjev. Afgelopen januari is die eindelijk verschenen in prachtig Nederlands van vertaalster Froukje Slofstra. Zelden heb ik zo uitgezien naar een boek.
 
Ik las in augustus en september 2004 de vijf delen Toergenjew die destijds verschenen waren in "De Russische bibliotheek" van uitgeverij Van Oorschot. Ik was het meest enthousiast over de verhalen en dan vooral over deel 2 "Jagersverhalen en andere verhalen". De romans van Toergenjev zeiden mij minder en die ga ik dan ook niet meer herlezen.
 
In de nieuwe vertaling staan een groot deel van de verhalen die vroeger in deel 2 en deel 3 stonden. In mijn herinnering vond ik de jagersverhalen het meest interessant. Misschien bedriegt mijn herinnering mij, of is mijn smaak veranderd, want nu bij herlezing vond ik die jagersverhalen niet meer zo interessant. Veel prachtige lyrische natuurbeschrijvingen, maar verder hadden die verhalen mij niet heel veel te bieden. Ze zijn overigens wel in prachtig Nederlands vertaald. 
 
Bij deze herlezing was ik het meeste te spreken over de langere verhalen in het tweede deel van het boek en dan met name over het langste verhaal uit het boek: "Lentebeken", dat voor mij het mooiste is wat Toergenjev heeft geschreven. In "Lentebeken" ontmoet een jonge Rus op doorreis in Wiesbaden een knappe Duitse jonge vrouw om wie hij een duel uitvecht en op wie hij verliefd wordt. Om nog wat zaken te regelen reist hij voor een paar dagen af en ontmoet een femme fatale. 
 
Citaten:
- Begin augustus hangt er vaak een ondraaglijke hitte. In die periode is de meest voortvarende en vastberaden man tussen twaalf en drie uur 's middags niet in staat tot jagen en begint de meest toegewijde hond "de sporen van de jager te likken", dat wil zeggen: hij sjokt met getergd toegeknepen ogen achter hem aan, laat zijn tong overdreven ver uit zijn bek hangen en reageert op de verwijten van zijn meester met nederig gekwispel en een bedremmelde blik, maar is niet vooruit te branden.
 
- ... soms zijn het kleine voorvallen, schijnbaar van geen belang, die je het pijnlijkst raken.
 
- In de herfst zitten de houtsnippen vaak in oude lindeboomgaarden. Daar hebben we er nogal veel van in het gouvernement Orjol. Toen onze voorvaderen een plek uitkozen om te gaan wonen, bestemden ze altijd een paar desjatienen goede grond voor een boomgaard met lindelanen. Vijftig, hooguit zeventig jaar later zijn die landgoederen, die "adelsnesten", geleidelijk van de aardbodem verdwenen, de houten huizen zijn vergaan of verkocht om afgebroken te worden, van de stenen dienstvertrekken resten alleen nog hopen puin, de appelbomen zijn doodgegaan of gekapt voor brandhout, de schuttingen en omheiningen zijn neergehaald. Alleen de lindebomen zijn net als vroeger glorieus opgeschoten en nu, omringd door geploegde akkers, herinneren ze onze lichtzinnige generatie aan onze "in God ontslapen vaderen en broeders".
 
- Rond het herenhuis, dat met de achterkant naar de straat lag, speelde zich af wat je rond alle herenhuizen ziet: dienstmeisjes in verschoten sitsen jurkjes vlogen heen en weer, huisbedienden ploeterden door de modder, bleven af en toe staan en krabden peinzend hun rug; het vastgebonden paard van de veldwachter zwaaide lui met zijn staart en knauwde met hoog opgeheven snuit aan het hek; kippen kakelden, teringachtige kalkoenen schreeuwden onophoudelijk over en weer. ...
 
- Want zo is het gesteld bij ons in Rusland: een mens kan zich niet aan één kunstvorm wijden, hij wil ze allemaal omarmen.
 
Een van de lyrische natuurbeschrijvingen uit "Notities van een jager":
- Het hele bos bestond uit zo'n twee-, driehonderd reusachtige eiken en essen. Hun statige, machtige stammen staken prachtig zwart af tegen het gouddoorschenen groen van de hazelaars en de lijsterbessen; hoog en welgevormd reikten ze naar het heldere blauw van de hemel en spreidden daar hun brede, knoestige takken uit als een tentdak. Haviken, roodpootvalken en torenvalken vlogen fluitend over de onbeweeglijke toppen, bonte spechten hamerden krachtig op de dikke schors; plotseling klonk uit het dichte gebladerte eerst de kwinkelerende roep van een wielewaal en daarna het welluidende lied van een merel op; beneden, in het kreupelhout, zongen en kwetterden roodborstjes, sijsjes en boszangers. Vinken hopten vlug over de paadjes; een sneeuwhaas schoot behoedzaam zwenkend langs de bosrand; een roodbruine eekhoorn sprong dartel van boom naar boom en bevroor toen ineens, met zijn staart hoog boven zijn kopje. In het gras, rond de hoge mierenhopen, bloeiden in de zachte schaduw van de mooi uitgekerfde varenbladen viooltjes en lelietjes-van-dalen en er groeiden russula's, sparrenkegelzwammen, melkzwammen, heksenboleten en rode vliegenzwammen, en op de weitjes tussen de breed uitwaaierende struiken lichtten bosaardbeitjes rood op ...
 
- Het luidruchtige gesprek veranderde in een gedempte, aangename conversatie, als het voorjaarszoemen van bijen in hun korven.

- Hij kwam uit een rijk geslacht. Zijn voorvaderen hadden op grote voet geleefd zoals landheren in de steppe doen, dat wil zeggen: ze ontvingen alle gasten zonder onderscheid, genode en ongenode, gaven ze overdadig te eten, deelden met gulle hand haver voor de paarden uit aan hun koetsiers, hielden muzikanten, zangers, narren en honden, schonken op feestdagen wijn en bier aan het volk, reisden 's winters met hun eigen paarden, in zware reiskoetsen naar Moskou, maar zaten soms ook maandenlang op zwart zaad en leefden dan van hun eigen vee en land.

- "Het is een mooie stad," merkte Veretjev op, "maar volgens mij is het overal goed. Ja, ik meen het. Zolang er een paar vrouwen zijn en, neem me mijn openhartigheid niet kwalijk, een fles wijn, blijft een mens toch niets te wensen over."

- Doorstane gevaren vervullen het menselijk hart met een zoete mildheid.

- "... Ik heb niet naar behoren gestudeerd, en het vervloekte Slavische gebrek aan discipline doet me de das om. Zolang je droomt over het werk dat je wil doen zweef je er in adelaarsvlucht boven en denk je bergen te kunnen verzetten, maar zodra je eraan begint verlies je de moed en de energie."
 
- "... U kijkt als een konijn wiens halve brein verwijderd is."
 
- Het is pas heel laat in het leven - en alleen na uitgebreide ervaring - dat een mens leert om, geconfronteerd met de nederlaag of de zwakte van een medemens, met hem mee te leven en hem te helpen zonder zich heimelijk te verlustigen in de eigen deugd en kracht, maar, integendeel, met diepe deemoed en begrip voor het natuurlijke, haast onvermijdelijke van de menselijke schuld.
 
De laatste 7 citaten zijn uit "Lentebeken".
- Als elke ware Rus greep hij verheugd het eerste het beste voorwendsel aan om zelf maar niet gedwongen te zijn iets te doen.

- De laatste tijd worden er in de Russische literatuur, na een vergeefse zoektocht naar "nieuwe mensen", vaak jongelieden opgevoerd die vastberaden zijn tegen elke prijs fris te blijven, fris als de Flensburgse oesters die worden geïmporteerd in Sint-Petersburg.

Over het hondje tijdens een uitje:
- Alleen Tartaglia hield de stemming erin. Uitzinnig blaffend stoof hij achter elke lijster aan die hij in het oog kreeg, sprong over greppels, boomstronken en plassen, wierp zich met een plons in het water, slobberde het gulzig op, schudde zich uit, kefte snerpend en vloog er dan weer als een pijl uit een boog vandoor, met zijn rode tong ver uit zijn bek hangend.

- Sanin en Gemma waren voor het eerst verliefd; alle wonderen van de eerste liefde voltrokken zich voor hen. De eerste liefde is een revolutie: de eentonige, reguliere orde van het leven wordt in een oogwenk stukgeslagen en verwoest en de jeugd staat op de barricades, laat het felle vaandel hoog wapperen en zendt een uitbundige groet aan wat haar ook te wachten staat, de dood of een nieuw leven.
 
- Er was nog één dat hem onrustig maakte en hem stoorde: hij dacht met liefde, vertedering en dankbare vervoering aan Gemma, aan een leven met haar, aan het geluk dat hem wachtte in de toekomst, en ondertussen zweefde hem voortdurend die vreemde vrouw, die dame Polozova voor ogen ... Nee, ze zeefde niet, zo formuleerde Sanin het in gedachten hatelijk, ze had zich pal in zijn blikveld geplant, en hij kon zich niet van haar beeld ontdoen, hij kon haar stem niet uit zijn oren krijgen, niet vergeten wat ze had gezegd. Zelfs de speciale geur die haar kleren uitwasemden, een frisse, verfijnde en doordringende geur als die van gele lelies, kreeg hij maar niet uit zijn neus. Die vrouw hield hem duidelijk aan het lijntje en maakte op alle mogelijke manieren avances. Waarom?
 
- Zwakke mensen maken nooit zelf ergens een eind aan - ze blijven afwachten.
 
- Mensen die Marja Nikolajevna goed kenden beweerden dat wanneer haar krachtige, solide wezen opeens iets teders en bescheidens kreeg, een haast meisjesachtige schuchterheid - waar haalde ze het vandaan? vroeg je je af - dat de dingen dan, ja, op dat moment, een gevaarlijke wending namen.
 
Het verhaal "Lentebeken" krijgt van mij 5 sterren.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 1 maart 2024

Films gezien in februari

De Nooijer: Dutch Masters: Een dvd-uitgave met 15, meestal experimentele, filmpjes uit de jaren 1975-2010 van vader Paul en zoon Menno de Nooijer plus een interview van 1 uur en 25 minuten met Paul de Nooijer uit 2001. Het interview heb ik overgeslagen. De filmpjes heb ik allemaal bekeken, maar eigenlijk vind ik alleen het filmpje "Stripshow 1850" echt de moeite waard. In "Stripshow 1850" zien we een striptease van een jongeman en een jonge vrouw, beiden in klederdracht, die in 11 minuten tijd langzaam uit de kleren gaan, zeer zedig gefilmd. Dit ene filmpje krijgt van mij 4 sterren, de rest 2.

Choses Secretes: Franse erotische film uit 2002. Erotische films blinken zelden uit door een boeiend verhaal. Hier is het verhaal nog enigszins acceptabel, en verder vooral heel veel bloot. ***

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.