zondag 17 maart 2024

I.E. Babel: Verhalen

I.E. Babel: Verhalen (Rusland, 1913-1938): 505 blz: Vertaald door Froukje Slofstra (2013): Uitgeverij van Oorschot, serie de Russische bibliotheek
 

 
Ik las de verzamelde verhalen van Isaak Babel eerder in zijn geheel in januari 2017. Toen was ik erg enthousiast, maar schreef ik een wel heel kort stukje. Ze stonden al een tijdje op mijn lijst met te herlezen boeken. Nu ben ik bij het herlezen gestopt bij bladzijde 285. Niet omdat de verhalen niet mooi zijn, maar wel omdat de vele gewelddaden die in de verhalen beschreven worden mij tegen begonnen te staan. 
 
Het verhaal "De sjabbes-nachmoe" vind ik het mooiste verhaal uit het boek. Het verhaal telt slechts 7 bladzijden. De verhalen van Babel zijn trouwens allemaal erg kort. De meeste verhalen zijn slechts 2 of 3 bladzijden en het langste verhaal dat ik nu heb gelezen beslaat slechts 10 bladzijden. Babel schreef geen woord teveel. Ik haal dit boek af van mijn lijst met mijn favoriete boeken, maar ik raad het andere lezers toch van harte aan, als ze tenminste tegen het geweld kunnen. De vertaling door Froukje Slofstra leest erg prettig.
 
Collegablogster Bettina heeft een mooi stuk geschreven over "De rode ruiterij" een serie verhalen die op blz 203 tot 332 van dit volledig werk staan.

Babel heeft niet heel veel gepubliceerd, dit ene deel van de Russische bibliotheek bevat alle verhalen die van hem bekend zijn. Waarschijnlijk is er door de Russische geheime dienst nog wel het een en ander aan verhalen vernietigd na zijn arrestatie.

Wat Bettina schrijft over "De rode ruiterij" geldt zonder meer voor heel deze bundel. De verhalen zijn geschreven door een soldaat in dienst van het Rode leger en in strijd met de Witten (= de niet bolsjewieken). Veel wordt verteld over het geweld dat een oorlog nu eenmaal met zich mee brengt, afgehakte ledematen, kogelwonden, dode paarden, maar ook prachtige natuurbeschrijvingen.
 
Citaten:
- Hoewel ons stadje niet groot is, de inwoners snel geteld zijn en Sjloime het stadje zestig jaar niet had verlaten, had haast niemand kunnen zeggen wie Sjloime was of wat voor man hij was. Gewoon omdat hij was vergeten, zoals je een nutteloos, onopvallend ding vergeet. Zo'n ding was de oude Sjloime. ...

- Er was koude gefilte fisj met mierikswortel (een gerecht waarvoor je het jodendom aan zou nemen) ...

- Mensen die in een bibliotheek werken staan in nauw contact met het boek en het weerspiegelde leven en zijn zelf als het ware een afspiegeling van levende, echte mensen geworden.

- De verslaggever luistert naar de bediende vol verschrikt onbegrip en vraagt zich af hoe je met zo iemand omgaat. Geef je hem een stuiver als je weggaat, dan beledig je hem misschien - het is een kunstenaar. Geef je hem niets, dan kan hij ook beledigd zijn, het is tenslotte een bediende.

- Onder de stoelen glimmen de zwarte laarzen. Het is algemeen bekend dat een werkeloze, die beschikt over vrije tijd en het restant van zijn ontslagvergoeding, 's ochtends vlijtig op zijn laarzen spuugt om zichzelf de illusie van een bezigheid te geven.

- Zijn neusgaten sperden zich open als de blaasbalg van de smid.

- Haar hoge borsten leken twee strakgespannen zakjes vol graan.

Uit het prachtige verhaal de sjabbes-nachmoe:
- Om te beginnen at Hersjele gehakte lever met gesnipperde uitjes, overgoten met geklaarde reuzel. Daarna dronk hij een glaasje uitgelezen wodka (in de wodka dreven sinaasappelschillen). Vervolgens at hij vis, waarbij hij de zachte aardappelen door de geurige bouillon prakte en een half potje rode mierikswortel op de rand van zijn bord goot - de soort mierikswortel die vijf Poolse edellieden met kuiven en kaftans aan het huilen zou brengen.
 Na de vis deed Hersjele de kip alle eer aan en slurpte hij van de hete soep, waar vetoogjes op dreven. De vareniki, zwemmend in gesmolten boter, sprongen in Hersjeles mond als hazen die wegspringen voor de jager. Wat er met de taart gebeurde behoeft geen toelichting - wat kon ermee gebeuren, in aanmerking genomen dat Hersjele soms een jaar lang geen taart onder ogen kreeg ...?

- Er was eens een vrouw, Ksenia heette ze. Dikke boezem, ronde schouders, blauwe ogen. Zo'n vrouw was het. Hadden u en ik er maar zo een!

- De voering van een zware beurs is van tranen genaaid.

- Een man die dorst naar een antwoord moet zich wapenen met geduld.

- Ondertussen zwalkte het ongeluk onder de ramen rond, als een bedelaar in de ochtendschemering.

- Ze droegen zwarte geklede jassen met zijden revers en nieuwe laarzen die piepten als biggetjes in een zak.

- De oude man dronk een wodka uit de emaillen theeketel en at zijn vleesrolletjes, die geurden als gelukkige kinderjaren.

- Naast haar zaten zwangere vrouwen; stapels linnengoed gleden over haar machtige gespreide knieën; de zwangere vrouwen zogen zich vol met kletspraatjes, zoals een koeie-uier zich in het weiland vult met de roze melk van de lente ...

- Zoals elke doorgewinterde en oververmoeide ambtenaar verstaat hij de kunst in de lege minuten van het bestaan zijn hersenactiviteit volledig stil te leggen.

- De avond wikkelde me in de verfrissende vochtigheid van haar schemerige lakens, de avond legde haar moederlijke handpalmen tegen mijn gloeiende voorhoofd.

- "De waarheid kriebelt in ieders neusgaten," zei Soerovkov toen ik klaar was, "alleen: hoe sleep je haar tevoorschijn uit de hoop? Maar hij pikt haar er meteen uit, zoals een kip een maïskorrel."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten