"De reizen van Gulliver"
heb ik al 2 keer eerder in het Engels gelezen, voor het eerst op de
Middelbare school en in 1998 en later in 2014 in deze vertaling. Lemuel Gulliver beschrijft hierin 4 reizen die hij
gemaakt heeft die hem in contact hebben gebracht met vreemde volkeren.
Tijdens zijn eerste reis lijdt Gulliver schipbreuk en zwemt naar land.
Daar aangekomen loopt hij een stuk landinwaarts en valt in slaap. Als
hij wakker wordt merkt hij dat hij is vastgebonden door dunne koorden.
Hij is terechtgekomen in het land van de Lilliputters een volk van
kleine mensen, een twaalfde van de hoogte, breedte en dikte van
Gulliver. Hij beleeft daar allerlei avonturen waarbij in het voorbijgaan
de spot wordt gedreven met de Engelse maatschappij uit die tijd.
Op
zijn tweede reis komt Gulliver in Brobdingnag, het land van de reuzen,
die nu precies 12 keer zo groot zijn als Gulliver. Hij wordt gehouden
als een soort speeltje voor de koning, maar nadat hij een uitgebreide
uiteenzetting heeft gehouden over hoe men in zijn geliefde Engeland
oorlog voert komt de koning tot de volgende conclusie: "Wat jezelf
betreft, die het grootste deel van je leven hebt gereisd, ben ik zeer
geneigd te hopen dat je je tot nu toe aan een groot aantal van de zonden
van je land hebt weten te onttrekken. Maar te oordelen naar wat ik uit
je eigen verhaal heb begrepen en de antwoorden die ik je met veel moeite
heb ontwrongen en ontfutseld, kan ik slechts concluderen dat de
overgrote meerderheid van je landgenoten het schadelijkste ras van klein
weerzinwekkend ongedierte is dat ooit van de Natuur op het oppervlak
van de aarde heeft mogen rondkruipen."
Tijdens zijn derde reis komt
Gulliver in het land Laputa, het vliegend eiland. In het eiland bevindt
zich een grote magnetische steen waardoor het eiland in de lucht blijft
als het zich beweegt boven het onderliggende vasteland. Door de steen te
kantelen kan de hoogte en de richting waarin het eiland zich beweegt
worden vastgesteld. Op het eiland houden de mensen zich bezig met
allerlei vormen van wetenschap, bijvoorbeeld hoe men uit komkommers
zonlicht kan destilleren of hoe men uit menselijke uitwerpselen de
oorspronkelijke voedingsmiddelen weer kan maken. Voor het maken van een
eenvoudig kledingstuk voor Gulliver wordt een kwadrant, passer en kompas
gebruikt, zodat het gemaakte kledingstuk nogal vormeloos is. Later
tijdens zijn reis komt Gulliver de Struldbruggs tegen, mensen die niet
dood gaan. Hij benijdt ze in eerste instantie, maar komt er later achter
dat ze in plaats daarvan nogal beklagenswaardig zijn.
Tijdens zijn
vierde reis komt Gulliver terecht in het land van de Houyhnhnms, de
paarden die een soort van ideale maatschappij hebben. Ook komen hier de
Yahoos voor, mensen die als dieren leven en met afschuw bekeken worden
door de Houyhnhnms. In de jaren dat Gulliver hier woont is hij volmaakt
gelukkig en hij is zeer verdrietig als hij uit dit land weg moet, terug
naar huis.
Het verhaal eindigt ermee dat Gulliver terug in Engeland
is bij zijn vrouw en kinderen, die hij weerzinwekkend vindt en dat hij 2
edele paarden aanschaft met wie hij het grootste deel van zijn tijd
praat, hoewel ze veel minder ontwikkeld zijn dan zijn geliefde
Houyhnhnms.
"De reizen van Gulliver" is een zeer onderhoudende roman,
die je zowel als satire, als ideeënroman, als reisverhaal of als fantasie kunt lezen. Er
is nogal wat kritiek op de destijdse samenleving in verwerkt, maar
altijd op een zodanige manier dat het een genot is om te lezen. Ook
wordt de spot gedreven met de wetenschap. De vertaling van Paul Syrier doet een beetje plechtstatig aan, maar is verder prima leesbaar. Warm aanbevolen voor wie eens iets anders wil lezen!
Citaten:
De uitgever aan de lezer:
- Het geheel ademt een sfeer van waarheid, en de schrijver heeft zich inderdaad altijd zo onderscheiden door zijn waarheidslievendheid dat deze bijna spreekwoordelijk is geworden onder zijn buren in Redriff - iemand die een bewering deed zei altijd dat deze zo waar was als wanneer de heer Gulliver zelf het had gezegd.
Om een idee te geven van de grootte van Gulliver ten opzichte van de Lilliputters:
-
Toen het donker begon te worden, kroop ik met enige moeite mijn huis
in, waar ik op de grond ging liggen. Zo sliep ik daar ongeveer twee
weken, gedurende welke periode de Keizer bevel gaf een bed voor me te
maken. Zeshonderd matrassen van de gewone afmetingen werden op karren
aangevoerd en mijn huis binnengebracht; honderd vijftig ervan waren, aan
elkaar genaaid, samen voldoende voor de breedte en de lengte, en ze
werden in vier lagen neergelegd, wat me echter maar heel weinig
bescherming bood tegen de harde vloer, die van gladde steen was. Met
behulp van dezelfde berekening voorzagen ze me van dekens, lakens en
spreien, draaglijk genoeg voor iemand die al zo lang gewend was aan
ontberingen als ik.
In Brobdingnag:
-
Het weerzinwekkendste om te zien waren echter de luizen die op hun
kleren rondkropen. Ik zag de poten van dit ongedierte duidelijk met het
blote oog, veel beter dan die van een Europese luis door een microscoop,
en hun snuiten, waarmee ze als zwijnen wroetten. Ze waren de eerste die
ik ooit had gezien en ik zou nieuwsgierig genoeg zijn geweest om er
een van te ontleden als ik over het juiste instrumentarium had beschikt
(dat ik helaas op het schip had achtergelaten), hoewel de aanblik zo
afgrijselijk was dat mijn maag zich er bijna van omdraaide.
Over een terechtstelling:
- De boosdoener zat vastgebonden in een stoel op een schavot dat voor dit doel was opgericht en zijn hoofd werd met een zwaard van ongeveer veertig voet lengte met een enkele klap afgehouwen. Uit de aderen en slagaderen spoot een geweldige hoeveelheid bloed zo hoog de lucht in dat de grote jet d'eau in Versailles er, zolang het duurde, bij in het niet verzonk. Toen het hoofd op de vloer van het schavot viel gaf het zo'n bons dat ik ervan schrok, hoewel ik er minstens een Engelse mijl van verwijderd stond.
Over de flapper:
-
Overal verspreid zag ik tal van mensen in de kledij van bedienden, die
een opgeblazen blaas als een gesel aan het uiteinde van een korte stok
in hun hand droegen. In elke blaas bevond zich een kleine hoeveelheid
gedroogde erwten of kleine steentjes (zoals ik nadien te horen kreeg).
Met deze blazen sloegen ze nu en dan tegen de mond en mond van degenen
die bij hen in de buurt stonden, van welke praktijk ik op dat moment de
betekenis niet kon doorgronden. Het schijnt dat de geesten van deze
mensen zo door intense speculaties in beslag worden genomen dat ze niet
kunnen spreken of naar de woorden van anderen kunnen luisteren zonder
daartoe door een van buiten komende aanraking van de spraak- of
gehoororganen te worden aangespoord. Om deze reden hebben de families
van mensen die het zich kunnen veroorloven altijd een flapper in
dienst, zonder wie ze nooit het huis verlaten of een bezoek afleggen. De
taak van deze functionaris is om als er twee of meer mensen bij elkaar
zijn met zijn blaas een zacht tikje te geven tegen de mond van degene
die iets moet zeggen en tegen het rechteroor van degene of degenen tot
wie de spreker zich richt. Deze flapper heeft eveneens de taak
zijn meester toegewijd te volgen tijdens zijn wandelingen en hem nu en
dan een zacht tikje op zijn ogen te geven omdat hij altijd zo in gepeins
verzonken is dat hij duidelijk het gevaar loopt in iedere afgrond te
vallen of tegen iedere paal zijn hoofd te stoten, op straat tegen
anderen aan te botsen of zelf in de goot te worden geduwd.
- Ze drukken hun ideeën steeds in termen van lijnen en figuren uit. Als ze bijvoorbeeld de schoonheid van een vrouw of enig ander dier willen prijzen, beschrijven ze deze in termen van ruiten, cirkels, parallellogrammen, ellipsen en andere meetkundige figuren ...
Over de Yahoo:
-
In het algemeen gesproken had ik op al mijn reizen nog nooit zo'n
lelijk dier gezien en evenmin een waartegen ik geheel vanzelf een zo
sterke antipathie opvatte.
-
De Houyhnhnm redeneerde immers als volgt: het gebruik van taal was
bedoeld om elkaar te begrijpen en van feiten op de hoogte te worden
gesteld, als nu iemand het ding zei dat niet was, werd dit doel tenietgedaan omdat men immers in dat geval een ander niet goed begrijpt ...
-
Want als je (zei hij) vijf Yahoos een hoeveelheid voedsel toewerpt die
genoeg is voor vijftig, zullen ze in plaats van vreedzaam te eten elkaar
te lijf gaan omdat ze stuk voor stuk alles voor zichzelf willen hebben,
en daarom werd er als ze buiten aten gewoonlijk een bediende bij hen
gezet en werden degene die binnen werden gehouden met enige onderlinge
tussenruimte vastgebonden.