Posts tonen met het label 18e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 18e eeuw. Alle posts tonen

dinsdag 19 maart 2024

Jonathan Swift: De reizen van Gulliver

Jonathan Swift: De reizen van Gulliver (Ierland, 1726): 339 blz: Vertaald door Paul Syrier (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
 
Reizen Van Gulliver
 
"De reizen van Gulliver" heb ik al 2 keer eerder in het Engels gelezen, voor het eerst op de Middelbare school en in 1998 en later in 2014 in deze vertaling. Lemuel Gulliver beschrijft hierin 4 reizen die hij gemaakt heeft die hem in contact hebben gebracht met vreemde volkeren.
 
Tijdens zijn eerste reis lijdt Gulliver schipbreuk en zwemt naar land. Daar aangekomen loopt hij een stuk landinwaarts en valt in slaap. Als hij wakker wordt merkt hij dat hij is vastgebonden door dunne koorden. Hij is terechtgekomen in het land van de Lilliputters een volk van kleine mensen, een twaalfde van de hoogte, breedte en dikte van Gulliver. Hij beleeft daar allerlei avonturen waarbij in het voorbijgaan de spot wordt gedreven met de Engelse maatschappij uit die tijd.
 
Op zijn tweede reis komt Gulliver in Brobdingnag, het land van de reuzen, die nu precies 12 keer zo groot zijn als Gulliver. Hij wordt gehouden als een soort speeltje voor de koning, maar nadat hij een uitgebreide uiteenzetting heeft gehouden over hoe men in zijn geliefde Engeland oorlog voert komt de koning tot de volgende conclusie: "Wat jezelf betreft, die het grootste deel van je leven hebt gereisd, ben ik zeer geneigd te hopen dat je je tot nu toe aan een groot aantal van de zonden van je land hebt weten te onttrekken. Maar te oordelen naar wat ik uit je eigen verhaal heb begrepen en de antwoorden die ik je met veel moeite heb ontwrongen en ontfutseld, kan ik slechts concluderen dat de overgrote meerderheid van je landgenoten het schadelijkste ras van klein weerzinwekkend ongedierte is dat ooit van de Natuur op het oppervlak van de aarde heeft mogen rondkruipen."
 
Tijdens zijn derde reis komt Gulliver in het land Laputa, het vliegend eiland. In het eiland bevindt zich een grote magnetische steen waardoor het eiland in de lucht blijft als het zich beweegt boven het onderliggende vasteland. Door de steen te kantelen kan de hoogte en de richting waarin het eiland zich beweegt worden vastgesteld. Op het eiland houden de mensen zich bezig met allerlei vormen van wetenschap, bijvoorbeeld hoe men uit komkommers zonlicht kan destilleren of hoe men uit menselijke uitwerpselen de oorspronkelijke voedingsmiddelen weer kan maken. Voor het maken van een eenvoudig kledingstuk voor Gulliver wordt een kwadrant, passer en kompas gebruikt, zodat het gemaakte kledingstuk nogal vormeloos is. Later tijdens zijn reis komt Gulliver de Struldbruggs tegen, mensen die niet dood gaan. Hij benijdt ze in eerste instantie, maar komt er later achter dat ze in plaats daarvan nogal beklagenswaardig zijn.
 
Tijdens zijn vierde reis komt Gulliver terecht in het land van de Houyhnhnms, de paarden die een soort van ideale maatschappij hebben. Ook komen hier de Yahoos voor, mensen die als dieren leven en met afschuw bekeken worden door de Houyhnhnms. In de jaren dat Gulliver hier woont is hij volmaakt gelukkig en hij is zeer verdrietig als hij uit dit land weg moet, terug naar huis.
 
Het verhaal eindigt ermee dat Gulliver terug in Engeland is bij zijn vrouw en kinderen, die hij weerzinwekkend vindt en dat hij 2 edele paarden aanschaft met wie hij het grootste deel van zijn tijd praat, hoewel ze veel minder ontwikkeld zijn dan zijn geliefde Houyhnhnms.
 
"De reizen van Gulliver" is een zeer onderhoudende roman, die je zowel als satire, als ideeënroman, als reisverhaal of als fantasie kunt lezen. Er is nogal wat kritiek op de destijdse samenleving in verwerkt, maar altijd op een zodanige manier dat het een genot is om te lezen. Ook wordt de spot gedreven met de wetenschap. De vertaling van Paul Syrier doet een beetje plechtstatig aan, maar is verder prima leesbaar. Warm aanbevolen voor wie eens iets anders wil lezen!    
Citaten:
 
De uitgever aan de lezer:
- Het geheel ademt een sfeer van waarheid, en de schrijver heeft zich inderdaad altijd zo onderscheiden door zijn waarheidslievendheid dat deze bijna spreekwoordelijk is geworden onder zijn buren in Redriff - iemand die een bewering deed zei altijd dat deze zo waar was als wanneer de heer Gulliver zelf het had gezegd.

Om een idee te geven van de grootte van Gulliver ten opzichte van de Lilliputters:
- Toen het donker begon te worden, kroop ik met enige moeite mijn huis in, waar ik op de grond ging liggen. Zo sliep ik daar ongeveer twee weken, gedurende welke periode de Keizer bevel gaf een bed voor me te maken. Zeshonderd matrassen van de gewone afmetingen werden op karren aangevoerd en mijn huis binnengebracht; honderd vijftig ervan waren, aan elkaar genaaid, samen voldoende voor de breedte en de lengte, en ze werden in vier lagen neergelegd, wat me echter maar heel weinig bescherming bood tegen de harde vloer, die van gladde steen was. Met behulp van dezelfde berekening voorzagen ze me van dekens, lakens en spreien, draaglijk genoeg voor iemand die al zo lang gewend was aan ontberingen als ik.

In Brobdingnag:
- Het weerzinwekkendste om te zien waren echter de luizen die op hun kleren rondkropen. Ik zag de poten van dit ongedierte duidelijk met het blote oog, veel beter dan die van een Europese luis door een microscoop, en hun snuiten, waarmee ze als zwijnen wroetten. Ze waren de eerste die ik ooit had gezien en ik zou nieuwsgierig genoeg zijn  geweest om er een van te ontleden als ik over het juiste instrumentarium had beschikt (dat ik helaas op het schip had achtergelaten), hoewel de aanblik zo afgrijselijk was dat mijn maag zich er bijna van omdraaide.

Over een terechtstelling:
- De boosdoener zat vastgebonden in een stoel op een schavot dat voor dit doel was opgericht en zijn hoofd werd met een zwaard van ongeveer veertig voet lengte met een enkele klap afgehouwen. Uit de aderen en slagaderen spoot een geweldige hoeveelheid bloed zo hoog de lucht in dat de grote jet d'eau in Versailles er, zolang het duurde, bij in het niet verzonk. Toen het hoofd op de vloer van het schavot viel gaf het zo'n bons dat ik ervan schrok, hoewel ik er minstens een Engelse mijl van verwijderd stond.

Over de flapper:
- Overal verspreid zag ik tal van mensen in de kledij van bedienden, die een opgeblazen blaas als een gesel aan het uiteinde van een korte stok in hun hand droegen. In elke blaas bevond zich een kleine hoeveelheid gedroogde erwten of kleine steentjes (zoals ik nadien te horen kreeg). Met deze blazen sloegen ze nu en dan tegen de mond en mond van degenen die bij hen in de buurt stonden, van welke praktijk ik op dat moment de betekenis niet kon doorgronden. Het schijnt dat de geesten van deze mensen zo door intense speculaties in beslag worden genomen dat ze niet kunnen spreken of naar de woorden van anderen kunnen luisteren zonder daartoe door een van buiten komende aanraking van de spraak- of gehoororganen te worden aangespoord. Om deze reden hebben de families van mensen die het zich kunnen veroorloven altijd een flapper in dienst, zonder wie ze nooit het huis verlaten of een bezoek afleggen. De taak van deze functionaris is om als er twee of meer mensen bij elkaar zijn met zijn blaas een zacht tikje te geven tegen de mond van degene die iets moet zeggen en tegen het rechteroor van degene of degenen tot wie de spreker zich richt. Deze flapper heeft eveneens de taak zijn meester toegewijd te volgen tijdens zijn wandelingen en hem nu en dan een zacht tikje op zijn ogen te geven omdat hij altijd zo in gepeins verzonken is dat hij duidelijk het gevaar loopt in iedere afgrond te vallen of tegen iedere paal zijn hoofd te stoten, op straat tegen anderen aan te botsen of zelf in de goot te worden geduwd.
 
- De mensen aan wie de Koning me had toevertrouwd zagen hoe slecht ik was gekleed en gaven een kleermaker opdracht de volgende ochtend langs te komen en me de maat te nemen voor een pak. Deze vakman kweet zich op een heel andere wijze van zijn taak dan zijn collega's in Europa. Hij mat eerst door middel van een kwadrant en vervolgens met een liniaal en een kompas mijn lengte, noteerde de afmetingen en contouren van mijn hele lichaam alle op papier en bracht me zes dagen later mijn kleren, die heel slecht zaten en totaal vormeloos waren omdat hij toevallig een rekenfout had gemaakt. Tot troost strekte me echter de gedachte dat dit heel vaak voorkwam en dat ik maar weinig aandacht trok.
 
- Ze drukken hun ideeën steeds in termen van lijnen en figuren uit. Als ze bijvoorbeeld de schoonheid van een vrouw of enig ander dier willen prijzen, beschrijven ze deze in termen van ruiten, cirkels, parallellogrammen, ellipsen en andere meetkundige figuren ...
 
Over de Yahoo:
- In het algemeen gesproken had ik op al mijn reizen nog nooit zo'n lelijk dier gezien en evenmin een waartegen ik geheel vanzelf een zo sterke antipathie opvatte.
 
- De Houyhnhnm redeneerde immers als volgt: het gebruik van taal was bedoeld om elkaar te begrijpen en van feiten op de hoogte te worden gesteld, als nu iemand het ding zei dat niet was, werd dit doel tenietgedaan omdat men immers in dat geval een ander niet goed begrijpt ...
 
- Want als je (zei hij) vijf Yahoos een hoeveelheid voedsel toewerpt die genoeg is voor vijftig, zullen ze in plaats van vreedzaam te eten elkaar te lijf gaan omdat ze stuk voor stuk alles voor zichzelf willen hebben, en daarom werd er als ze buiten aten gewoonlijk een bediende bij hen gezet en werden degene die binnen werden gehouden met enige onderlinge tussenruimte vastgebonden.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 3 februari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 12: Geheim agent

Giacomo Casanova: Geheim agent (Italië, 1790-1798): 270 blz: Vertaald door Theo Kars (1998): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
"Geheim agent" is het twaalfde en laatste deel van de memoires van Casanova. Het tempo van zijn leven wordt rustiger en hij beseft dat hij een man op zijn retour is. Vrouwen vallen niet meer vanzelfsprekend voor hem.
 
Zijn geld is bijna op, hij heeft geen bron van inkomsten en gaat doen waar hij goed in is: schrijven en vertalen. Hij vertaalt onder meer de "Ilias" van Homerus in het Italiaans. Dan is daar ineens op bladzijde 270 de laatste zin uit zijn memoires waarin hij vooruit wijst naar een gebeurtenis van 3 jaar later. Zo ver is hij niet meer gekomen met zijn verhaal.
 
Citaten: 
- Ik besefte dat deze jonge vrouw een stukje speelgoed was waarmee een zinnelijk ingesteld discreet man die zich met belangrijke zaken bezighield en behoefte aan verstrooiing had, zijn gemoed en geest kon vermaken.
 
- Ik had er toen spijt van dat ik in het begin had gezegd dat ik getrouwd was. Als gevolg van de geëmotioneerde toestand waarin ik verkeerde, zou ik haar namelijk op dat moment hebben beloofd met haar te trouwen, zonder van plan te zijn die belofte niet na te komen.

- Ik had alleen om haar gevraagd, en zij kwam daarom alleen naar beneden. Het was tien uur 's morgens. Haar eerste vraag was waarom ik zo abrupt mijn bezoeken had gestaakt.
 "Omdat ik verliefd ben op Armellina."
 "Die gevoelens brachten u ertoe om ons elke dag met een bezoek te vereren. Het is daarom moeilijk te begrijpen hoe diezelfde gevoelens nu tot een volkomen tegengestelde reactie leiden."
 "Die reactie is logisch, mevrouw. Wie verliefd is, verlangt namelijk naar iets. Als men tevergeefs naar iets verlangt, lijdt men daaronder, en van aanhoudend lijden wordt een mens ongelukkig. U begrijpt dat ik daarom alles moet doen wat in mijn macht ligt om te zorgen dat aan die toestand een eind komt."

- Armellina vertelde mij lachend dat haar biechtvader de draak met haar had gestoken toen zij had gezegd dat zij oesters had gegeten die zij met haar mond van de lippen van een man had gepakt. Hij had haar gezegd dat het onsmakelijk was.

- Een man die nadenkt over een middel om de liefde van een vrouw te winnen, komt door een instinctieve, zeer logische gedachtegang tot de conclusie dat hij ervoor moet zorgen dat zij een nieuw genoegen leert kennen.

- Bij het spelletje van het met de mond doorgeven van oesters, verweet ik Armellina dat zij het vocht inslikte voordat ik een oester van haar pakte. Ik gaf toe dat het moeilijk te voorkomen was, maar zei dat ik hun zou leren hoe zij zowel de oester als het vocht in hun mond konden houden. Zij moesten met hun tong een dijk maken om te beletten dat de oester en het vocht in de slokdarm zouden glijden. Ik was verplicht hun dit voor te doen en leerde hun aan de hand van mijn voorbeeld hoe zij de oester en het vocht in elkaars mond moesten stoppen en tegelijkertijd er hun hele tong in moesten steken. Het was mij niet onwelkom dat zij er geen aanstoot aan namen dat ik mijn tong in hun mond stak, en het was Armellina niet onwelkom dat ik uitgebreid aan haar tong zoog, die zij mij zeer bereidwillig afstond. Na afloop lachten zij hartelijk om het plezier dat het spelletje opleverde. Zij waren het met mij eens dat het volmaakt onschuldig was.

- Ik had de indruk dat ik nu oud was. Zesenveertig leek mij een hoge leeftijd. Er waren ogenblikken waarop ik het liefdesgenot minder intens beleefde, minder prikkelend vond dan ik mij vooraf had voorgesteld, en sinds acht jaar nam mijn potentie heel geleidelijk af. Ik merkte dat ik na een lang liefdesspel niet meer wegzonk in een zeer diepe slaap, en dat aan tafel mijn eetlust, die de liefde voordien had aangewakkerd, afnam als ik verliefd was; hetzelfde verschijnsel deed zich voor na de liefdesdaad. Bovendien merkte ik dat het schone geslacht niet meer op het eerste gezicht belang in mij stelde.

- Een eunuch die verliefd is op een vrouw die hem verfoeit, wordt een tijger.

- Toen ik iets tegen hem zei over een bepaald onderwerp, gaf hij mij een zeer zinnig antwoord, maar op de weifelende toon die altijd een plezierige indruk maakt.

- Vijftig jaar geleden zei een wijs man tegen mij: "Binnen elke familie bestaat er wel een of ander lachwekkend conflict dat de huiselijke vrede verstoort. Degenen die aan het hoofd van het gezin staan dienen zo verstandig te zijn te voorkomen dat het lachwekkend geschil openbaar wordt, want men mag de buitenwereld, die altijd boosaardig en dom is, geen stof tot spot en onwelwillende commentaren leveren."

- Ik schrijf om mij niet te vervelen. Ik schep daar genoegen in en ik prijs mij daarom gelukkig; als ik onzin schrijf, kan mij dat niet schelen, het is voor mij genoeg te weten dat ik mij vermaak

 Malo scriptor delirus inersque videri
 Dum mea delectent mala me vel denique fallant,
 Quam sapere et ringi.

Zolang mijn fouten mij genoegen verschaffen of mij ontgaan, ga ik liever door voor een slechte schrijver die onzin uitkraamt, dan voor een wijs, maar ongelukkig man.

- Ik wakkerde haar vrolijkheid aan en nam na de koffie haar hand om deze te kussen. Zij wilde dit niet, maar haar weigering was van dien aard dat ik er niet ontevreden over kon zijn. Zij zei gevat dat het als beleefdheidsgebaar te ver ging en als uiting van liefde te schamel was.

- Waar ik aanstoot aan nam, was dat de graaf, die erg snel at, het waagde tegen mij te zeggen, zij het glimlachend, dat ik te langzaam at.

   

Ik heb de memoires met zeer veel plezier voor een tweede keer gelezen. Ik hoop dat jullie een beetje hebben kunnen meegenieten.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 31 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 11: Heimwee naar Venetië

Giacomo Casanova: Heimwee naar Venetië (Italië, 1790-1798): 375 blz: Vertaald door Theo Kars (1998): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
In "Heimwee naar Venetië" is het reistempo van Casanova afgenomen en beleeft hij ook niet meer zo veel liefdesavonturen. Hij is een man op zijn retour.
 
In Madrid krijgt hij een relatie met doña Ignacia. Nadat hij Madrid moet verlaten reist hij door naar Valencia waar hij een relatie krijgt met de losbandige Nina. Hij belandt in de gevangenis.

In Frankrijk wordt hij ziek en ontmoet hij Henriëtte, zijn vroegere grote geliefde. Vervolgens reist hij door naar Napels waar hij zijn dochter donna Leonilda zwanger maakt.
 
Citaten:
- Ik heb dit altijd en overal waargenomen. De zoon van een gierig man is kwistig met zijn geld, en iemand die onbekommerd geld uitgeeft heeft een zoon die gierig is.

- Ik ging op een bed zitten, dat ik drie uur later verliet toen ik merkte dat ik vol luizen zat. Een Italiaan of een Fransman wordt onpasselijk bij de aanblik ervan, maar een Spanjaard niet - die lacht om dergelijke kleine kwellingen. Vlooien en wand- en lichaamsluizen zijn drie insecten die zo algemeen verbreid zijn in Spanje dat ze niemand meer storen. Men beschouwt ze, denk ik, als een soort buren.

- Ik ging er op een morgen naartoe en trof een dertigjarige priester aan, een zeer levendige, voorkomende man die mij, hoewel hij mij niet kende, meteen een kopje chocolade aanbood, dat ik weigerde, wat iedere buitenlander in Spanje dient te doen, want de chocolade is in de regel niet alleen slecht, maar wordt hem op elk uur van de dag aangeboden en met zoveel aandrang dat wie dit allemaal zou aannemen er volgens mij aan zou bezwijken.

- Ik schoot echter bijna in de lach toen de goede don Diego mij bij zijn vertrek zei dat buitensporige vroomheid en hevige verliefdheid twee dingen zijn die een verstandige vader zijn dochter dient te vergeven.

- Eén ding staat echter onomstotelijk vast: een vroom meisje ondervindt veel meer genot dan een meisje zonder vooroordelen als zij met haar geliefde de liefdesdaad bedrijft. Dit feit is zo vanzelfsprekend dat ik niet denk dat ik het mijn lezer hoef te bewijzen.

- Niets is heerlijker dan het leven dat een verliefd man leidt met een vrouw die van hem houdt zoals hij van haar en aan al zijn wensen toegeeft, maar niets is zo bitter als een scheiding op een tijdstip dat de liefde nog niets aan kracht heeft ingeboet.

- Weer iets wat verbazingwekkend was: de regering die zich zonder omhaal meester maakt van een man en al zijn papieren, veroorlooft zich niet de vrijheid bij het postkantoor de aan hem gerichte brieven op te halen.

- Markies d'Argens gaf mij al zijn werken ten geschenke. Toen ik hem vroeg of ik mij er werkelijk op kon beroemen ze alle te bezitten, zei hij dat dit zo was, met uitzondering van het verslag van een deel van zijn leven. Hij had dit in zijn jeugd geschreven en toen laten drukken, en had er nu spijt van dat hij het had geschreven.
 "Waarom?"
 "Omdat ik mijzelf onsterfelijk belachelijk heb gemaakt door mijn manie de waarheid te willen schrijven. Als u ooit de aandrang tot het schrijven van memoires krijgt, verzet u zich daar dan tegen als tegen een zondige verleiding, want ik kan u verzekeren dat u er spijt van zult krijgen. Als man van eer kunt u namelijk alleen de waarheid schrijven, en als gewetensvol schrijver bent u niet alleen verplicht niets te verzwijgen van wat u hebt meegemaakt, maar ook uzelf niet te ontzien bij de fouten die u hebt gemaakt, terwijl u als goed filosoof dient in te gaan op al uw goede daden. U moet beurtelings uzelf laken en prijzen. Men zal al de zonden die u opbiecht voor goede munt aannemen en u niet geloven als u waarheden vertelt die vleiend voor u zijn. Bovendien zult u vijanden maken wanneer u verplicht bent geheimen te onthullen die niet tot eer strekken van de mensen die met u te maken hebben gehad. Als u hun namen niet noemt, zal men vermoeden wie het zijn, wat op hetzelfde neerkomt. Gelooft u mij, mijn vriend, als we stellen dat een mens niet over zichzelf mag spreken, dan mag hij zeker niet over zichzelf schrijven. Het is alleen toegestaan aan iemand die door laster gedwongen is zichzelf te rechtvaardigen. Gelooft u mij: zet nooit uw leven op papier."
 
Casanova zegt over het schrijven van zijn memoires:
- Door mij tien tot twaalf uur per dag bezig te houden met schrijven, heb ik voorkomen dat doffe zwartgalligheid mij het leven of verstand benam.
 
- Dit waren de mooiste ogenblikken in mijn leven, deze plezierige, onvoorziene, onverwachte, volkomen toevallige, uitsluitend door een samenloop van omstandigheden bewerkte ontmoetingen, die men door dit alles des te meer op prijs stelt.
 
- Het goede van iets wat men begeert, beperkt zich vaak tot het genoegen van het begeren.
 
- Hoe ouder ik werd, hoe meer intelligentie en intellect mij aantrokken in vrouwen.
 
- "Was zij nog steeds mooi?"
 "Een volmaakte schoonheid, maar schoonheid is vaak uitsluitend een rampzalig geschenk van de natuur dat mannen er alleen toe aanzet de onfortuinlijke bezitster ervan ongelukkig te maken. ..."

- Mijn beurs snelde naar het ogenblik van algehele leegte toe, en mij restte misschien alleen nog deze hulpbron om het leven te blijven leiden waaraan ik was gewend. Nadat ik hiertoe had besloten, zag ik ervan af met Betty terug te reizen. Sir B.M. wilde mij alles terugbetalen wat ik voor haar had uitgegeven, en mijn situatie was niet van dien aard dat ik mij kon veroorloven op te bieden tegen zijn edelmoedigheid.

- Alleen iemand die nooit armoede heeft meegemaakt kan de treurige moed opbrengen voor een leven in armoede te kiezen.

   

Lees verder in mijn bespreking van het twaalfde en laatste deel van de memoires: "Geheim agent".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 28 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 10: Het duel

Giacomo Casanova: Het duel (Italië, 1790-1798): 382 blz: Vertaald door Theo Kars (1997): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep

 
 
In "Het duel" volgen we Casanova op zijn verdere reizen door Europa. Hij reist van Londen naar Berlijn, Sint-Petersburg en Moskou, Warschau, Parijs en Madrid. Hij ontmoet Frederik de Grote, Catharina de Grote en spreekt met de Poolse koning Stanislaus Augustus.
 
Verder koopt hij in Rusland een knap 13-jarig boerenmeisje, Zaïre geheten, voor 100 roebel van haar ouders, om met haar samen te leven. Hij prijst het concubinaat. Na een paar maanden geeft hij Zaïre terug aan haar ouders.
 
Heethoofd als Casanova is, gaat hij een duel aan met een Poolse edelman. Gelukkig voor de literatuur overleeft hij dat duel.

Aangekomen in Madrid zoekt hij een vrouw om met hem de fandango te dansen.
 
Citaten:
- Gabriëlle sliep tot de volgende dag. Toen zij bij haar ontwaken in mijn armen bleek te liggen, begon zij te filosoferen.
 "Wat is het makkelijk gelukkig te worden op deze wereld als men rijk is! En wat is het hard als men het niet kan worden, terwijl men het geluk om zich heen ziet en beseft dat het door gebrek aan geld onbereikbaar is. Ik was gisteren het gelukkigste meisje op aarde. Kon ik dat maar elke dag zijn!"
 
- Men moet mensen die bedroefd zijn door een noodlottige tijding nooit op onjuistheden wijzen, want als zij hun gevoelens hebben gelucht, geven zij zich er rekenschap van en zijn de persoon die hen niet heeft tegengesproken daarvoor dankbaar.
 
- Ik lachte bij mijzelf om het feit dat ik overal in Europa kinderen van mij aantrof.
 
- Om een mens te beoordelen dient men uit te gaan van zijn gedrag als hij gezond en vrij is, tijdens ziekte of gevangenschap is hij niet meer dezelfde.
 
- Hij bleek ingenomen met mijn lof over de bibliotheek in Wolfenbüttel, en lachte hartelijk toen ik hem zei dat zonder de voeding die de goede boeken mij hadden geleverd, het slechte eten dat ik er had gekregen mijn dood zou zijn geworden.

- Men zegt dat een atheïst die zich bezighoudt met zijn filosofie en nadenkt over God, als zodanig meer waarde heeft dan een gelovige die nooit over Gods bestaan nadenkt.

- Ik zag met Melissino een gebeurtenis die indruk op mij maakte: de zegening door het water op Driekoningen, een ceremonie die op de met een vijf voet dikke ijslaag bedekte Neva plaatsvond. Men doopt dan de kinderen door hen onder te dompelen en duwt hen door een gat dat in het ijs is gemaakt onder water. Het toeval wil dat op die dag de pope die de onderdompeling verrichte het kind dat hij onder water duwde uit zijn handen liet glippen.
 "Dragoi," zei hij.
 Dat betekent "Geef mij er nog een". Wat mij echter trof was de blijdschap van de vader en de moeder van het kind dat ongetwijfeld alleen maar naar het paradijs kon zijn gegaan nu het op dat gezegende ogenblik was gestorven.
 
- Russische bedienden zijn de beste ter wereld, onvermoeibare werkers, die op een drempel slapen van de kamer waar hun meester slaapt, zodat zij meteen als hij roept naar hem toe kunnen snellen. Een Russische bediende betoont zich altijd gedwee, zegt niets terug ook al heeft zijn heer duidelijk ongelijk, en is niet in staat hem te bestelen. Hij wordt evenwel een monster of imbeciel na het drinken van een glas sterke drank, de algemene ondeugd van de gewone man daar.

- Toen de prins bij mij langskwam, mijn Zaïre zag en zich er rekenschap van gaf hoe weinig mijn geluk, en het hare, mij had gekost, werd hem duidelijk hoe iedere verstandige man die liefde zoekt er een concubine op na moest houden.
 
- Deze actrice bleek de mentaliteit en de eigenschappen te hebben die men bij alle Franse meisjes van een bepaald type aantreft. Zij zijn aantrekkelijk, beschikken over een zekere ontwikkeling en menen genoeg klasse te hebben om uitsluitend één man toe te behoren. Zij willen onderhouden worden en vinden de benaming "maîtresse" veel vleiender dan de kwalificatie "echtgenote".
 
- Een man in geldnood die een beroep doet op een rijk man om hem te helpen, verliest diens achting als de hulp hem wordt gegeven, terwijl een weigering hem diens minachting oplevert.
 
- Ik had nog geen vier passen buiten de loge gezet toen ik hoorde dat ik werd vereerd met de kwalificatie "Venetiaanse lafbek". Ik draaide mij om en zei hem dat buiten de schouwburg een lafbek uit Venetië een heldhaftige Pool kon doden ...
 
- Zo redenerend gaf ik mij over aan wat mijn aard mij voorhield, zonder mij voor te willen houden dat het einde van mijn jeugd was aangebroken en dat het voordeel van mijn uiterlijk, iets wat mij zozeer had geholpen, mij begon te ontvallen.
 
- Vrouwen hebben altijd de macht gehad mijn levendigheid te stimuleren of er juist een domper op te zetten.
 
- Ik was verder al mijn hulpbronnen kwijt, de dood had mij in een isolement gebracht en ik begon mijzelf als een man van "middelbare" leeftijd te zien - een leeftijd waar Fortuna op neerkijkt en vrouwen weinig mee op hebben.
 
- Wat de mensen overal aantrekt is het verbodene. Een middel om te bewerken dat bepaalde mensen hun plicht doen zou zijn hun dit te verbieden, maar nergens ter wereld is wetgeving op filosofische overwegingen gebaseerd.
 
- ... want afgezien van het feit dat de wond die Charlotte mijn hart had toegebracht nog niet volkomen was geheeld, begon ik ontmoedigd te raken doordat ik merkte dat vrouwen mij niet meer verwelkomden zoals zij dit in het verleden hadden gedaan.
 
 
   

Lees verder in mijn bespreking van deel 11 van de memoires: "Heimwee naar Venetië".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 22 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 9: Het keerpunt

Giacomo Casanova: Het keerpunt (Italië, 1790-1798): 422 blz: Vertaald door Theo Kars (1997): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
In het begin van "Het keerpunt" wint Casanova een flinke som geld aan een roulettetafel. Een jongere broer die geestelijke is, wendt zich tot Giacomo voor hulp. Giacomo kan zijn broer niet uitstaan, troggelt hem zijn vriendin af en is een tijd gelukkig met haar.

Hij ontvangt ook een grote som geld van mevrouw d'Urfé met wie hij allerlei onbegrijpelijke rituelen uitvoert. Casanova reist vervolgens naar Parijs en van daar naar Londen.

In Londen verhuurt hij een deel van zijn woning en krijgt een relatie met Pauline, een adellijke Portugese vrouw. Nadat zij terugkeert naar haar vroegere geliefde is hij een tijdje wanhopig.

Vervolgens ontmoet Casanova de Zwitserse courtisane La Carpillon en raakt door haar toedoen bijna zijn verstand kwijt. Hij dreigt zelfmoord te plegen maar wordt daar door een vriend van weerhouden. Opnieuw een deel vol prachtige avonturen.
 
Citaten:
- De tranen van een leuk meisje in de armen van een minnaar op een ogenblik dat hij zich wil vermaken brengen hem van slag.

- Mijn reputatie was die van een intelligent man, die het leven kende - een kwalificatie die in Genua nog meer dan overal elders een zodanige gevoelswaarde had dat zij iemand tot eer strekte en het begrip "door de wol geverfd" niet de ongunstige klank kreeg die jansenisten eraan geven.

- Omdat er niemand was die mij voorstelde, zei ik haar mijn naam. Niets schept zo'n onbehaaglijke situatie als een man van mijn soort die zichzelf aandient.

- De mogelijkheid bestond dat ik tot niets in staat zou blijken. Op achtendertigjarige leeftijd begon ik te merken dat dit rampzalige falen mij vaak overkwam.
 
- Ik ben van nature altijd jaloers geweest als ik een maîtresse had, maar wanneer ik vermoedde dat haar een fortuinlijke toekomst te wachten stond bij de rivaal wiens opkomst ik met eigen ogen meemaakte, verdween mijn jaloezie.
 
- ..., maar wijs mij de man die niet tot gewelddadig optreden wordt geprikkeld als hij ten prooi is aan woede, of die nu gerechtvaardigd is of niet.
 
- Wij gingen aan tafel. Mijnheer Morosini, die van mij had gehoord dat de mogelijkheid bestond dat Marcolina zou overwegen terug te keren naar haar vaderstad, meende tijdens de tweede gang de vrijheid te hebben haar te zeggen dat zij, omdat haar hart vrij was, kon hopen in Venetië, haar geboortestad, een echtgenoot te vinden die bij haar paste.
 "Ik moet degene zijn die beoordeelt of hij bij mij past."
 "Het is ook mogelijk af te gaan op wijze mensen, wie het geluk van beide partijen ter harte gaat."
 "Neemt u mij niet kwalijk. Dat nooit. De man met wie ik trouw moet mij bevallen, en niet na, maar vóór het huwelijk."
 "Wie heeft u die stelregel wijsgemaakt?" vroeg mijnheer Querini.
 "Mijn oom hier," antwoordde zij, terwijl zij naar mij wees. "In de twee maanden dat ik bij hem ben heeft hij mij alle noodzakelijke levenswijsheid bijgebracht, en ik geloof in de waarde van zijn lessen."
 
- Maar Marcolina huilde terwijl zij lachte, en lachte terwijl zij huilde. Mijn enige troost was de wetenschap dat zij door mij in goede doen was gekomen, net als een aantal andere meisjes die met mij hadden omgegaan. Ik vond dat ik haar moest laten gaan om ruimte te maken voor de anderen die de hemel voor mij had voorbestemd.
 
- In deze week vervulde ik ook mijn wens de exclusieve bagnios te leren kennen, waar een welgesteld man kan baden, souperen en slapen met een prostituee van klasse. Het is een luisterrijk gebeuren dat in totaal zes guinea kost; met enige zuinigheid kan men dit bedrag tot vier terugbrengen, maar zuinigheid bederft een genoegen.

Een goede gewoonte in Engeland:
- " ... Wij Engelsen, die weten dat dit gespuis in ons land bestaat, reizen met twee beurzen, een kleine om aan de rovers te geven die wij eventueel tegenkomen en de tweede met het geld dat wij nodig hebben."
 
- Mijn ontluikende liefde nam toe in kracht als ik vermoedde dat de verovering mij moeite zou kosten. De kans op een echec rekende ik niet tot de mogelijkheden. Ik wist dat geen vrouw ter wereld de voortdurende zorgen en attenties kan weerstaan van een man die haar liefde wil winnen.

Casanova redeneert met Pauline:
- "Van wat voor aard is de liefde die Fortuna mij vergunt bij u op te roepen?"
 "Mijn liefde is van dien aard dat de feitelijke liefdesdaad mij alleen van ondergeschikt belang lijkt."
 "Wat komt dan op de eerste plaats?"
 "In volkomen harmonie met elkaar leven."
 "Dat geluk bezit ik, en u eveneens. Het schenkt ons beiden vreugde van de vroege morgen tot de late avond. Waarom kunnen wij ook niet toegeven aan wat de bijzaak ons biedt? Deze zal maar enkele ogenblikken van onze tijd in beslag nemen, en onze verliefde zielen een vrede en kalmte schenken die wij nodig hebben. U moet verder bekennen dat deze bijzaak als voeding fungeert voor de hoofdzaak en zorgt dat deze floreert."
 
- Het is erg vervelend voor een aantrekkelijke vrouw als lachen haar lelijk maakt - iets waardoor een lelijke vrouw juist vaak mooier wordt.
 
- "liefhebben en verstandig zijn is zelfs goden nauwelijks gegeven."
 
- Een verliefd man is echter pas in staat zijn fouten in te zien als zijn verliefdheid voorbij is.
 
- ... een man mag zichzelf nooit doden, want het is mogelijk dat de oorzaak van zijn verdriet ophoudt te bestaan voor de waanzin begint.
 
- Ik besefte toen dat de genoegens van de liefde het gevolg zijn, en niet de oorzaak, van vrolijkheid.

   

Lees verder in mijn bespreking van deel 10 van de memoires: "Het duel".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 17 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 8: Leven en laten leven

Giacomo Casanova: Leven en laten leven (Italië, 1790-1798): 323 blz: Vertaald door Theo Kars (1996): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
In "Leven en laten leven" reist Casanova opnieuw veel en beleeft hij weer talloze liefdesavonturen. Ook speelt hij weer veel kaart. Hij speelt voor zijn genoegen, niet om er rijk van te worden, hoewel hij het geld dat hij soms wint gebruikt voor het najagen van andere genoegens.
 
Casanova speelt op een gegeven moment tegen iemand die wel speelt om te winnen en met wie hij een absurde weddenschap aangaat, beide heren spelen tegen elkaar net zolang tot een van beiden uitgeput is en niet meer verder kan gaan. 
 
Ik dacht even om na het lezen van deel 7 te stoppen, maar ik ben toch nieuwsgierig naar de overige delen, ook al heb ik de hele serie al eens gelezen. Ik zeg het maar opnieuw: de memoires van Casanova behoren tot de meest onderhoudende boeken die ik ooit heb gelezen.
 
Citaten:
- Ik was benieuwd naar zijn wederwaardigheden. Gedreven door de welwillende gevoelens die een jeugdvriend, en in het bijzonder een schoolvriend, bij ons oproepen, ...
 
- Haar naam was Raton. Zij was pas vijftien volgens de onder actrices gebruikelijke telmethode, waarbij altijd twee of drie jaar, en zo mogelijk meer worden verduisterd - een zwakheid die alle vrouwen overigens gemeen hebben, en die men hun beslist dient te vergeven, aangezien jeugd hun sterkste troef is.
 
- Ik ben er nooit voor teruggeschrokken de degens te kruisen met wie zich daarvoor aandiende, al ben ik ook nooit uit geweest op het barbaarse genoegen het bloed van een man te vergieten.
 
- Als ik was getrouwd met een vrouw die het talent had bezeten mij te sturen, mij te beteugelen zonder dat ik mij bewust was geweest van die teugels, zou ik met beleid met mijn geld zijn omgegaan, kinderen gehad hebben, en niet zijn wat ik nu ben: geheel alleen en onvermogend.
 
- Het diner van de bankier was bewonderenswaardig. Hij had er veel eer in gesteld mij te tonen dat de maaltijd van een hotelhouder nooit kan wedijveren met het voedsel dat een rijke huisheer biedt die over een goede kok, een uitgelezen wijnkelder, zilveren vaatwerk en eersteklas porselein bezit.

- Tijdens mijn lange loopbaan als libertijn, waarin mijn onoverwinnelijke voorliefde voor het schone geslacht mij ertoe heeft gedreven alle verleidingsmethoden te gebruiken, heb ik enkele honderden vrouwen het hoofd op hol gebracht wier bekoorlijkheden mijn verstand hadden bedwelmd. Wat mij evenwel altijd het meest van nut is geweest, is dat ik mij erop heb toegelegd bij onervaren meisjes, wier zedelijke principes of vooroordelen het succes van mijn onderneming in de weg stonden, alleen tot de aanval over te gaan als zij in gezelschap van een andere vrouw waren.

- Bovendien is het zo dat naarmate de onschuld van een meisje groter is, zij minder weet heeft van de methoden en de bedoeling van een verleider.

- Mijn leven lang heb ik mij overgegeven aan de ondeugd, terwijl ik tegelijkertijd een bewonderaar van de deugd was.

- "Als hij haar verlaat, neem ik zijn plaats in."
 "Het is verstandig van u dat u voor uw vermaak vrouwen zoekt die weten hoe zij uw geschenken kunnen verdienen. Ik heb gehoord dat u hun deze pas geeft nadat u duidelijke blijken van hun liefde hebt ontvangen."
 "Dat is mijn stelregel."

- De bekoorlijke Zenobia viel in mijn armen met een vurigheid die volkomen spontaan was. Tijdens de roes van het genot zei ik wel tienmaal tegen haar dat zij voor mij geschapen was, en niet voor haar aanstaande echtgenoot, die niet in staat was haar bekoorlijkheden naar hun waarde te beoordelen. Ik zei haar zonder omhaal dat zij hem naar de duivel moest laten lopen en mij in zijn plaats moest nemen, maar - gelukkig voor mij - geloofde zij mij niet.

- "... Wij gaan nu naar bed. Komt u vanavond bij ons langs?"
 "Als ik een oppassend man was, zou ik uw gezelschap moeten mijden."
 "En als ik een oppassend meisje was, zou ik u niet moeten vragen te komen."

- Te grote verlegenheid is vaak alleen domheid.

- Ik kon de situatie niet meer verdragen, stond op en ging voor een raam staan. Een raam stelt een geërgerd man in staat iemand die hem irriteert de rug toe te draaien zonder dat men hem regelrecht van onbeleefdheid kan beschuldigen, maar men begrijpt wel wat er in hem omgaat.

- Het is niet mogelijk geen jaloezie te voelen als men het voorwerp van zijn liefde nog niet heeft bemachtigd. Men dient er namelijk altijd beducht voor te zijn dat iemand anders zich er meester van maakt.

- De onderscheidingenmanie neemt met de dag toe, en niemand kan nog beweren dat hij weet om welke orde het gaat als hij een lintje ziet, want behalve de versierselen horend bij een aantal obscure onderscheidingen, zijn er de fantasie-emblemen van niet-officiële genootschappen van jagers, academici, musici, gelovigen, geliefden, waarnaar het zelfs gevaarlijk zou zijn te informeren, omdat het om een genootschap van samenzweerders kan gaan.

- In gegoede kringen is het nu zover dat men, als men beleefd wil zijn, iemand niet meer kan vragen uit welk land hij komt, want als hij een Normandiër of Calabrees is, dient hij u vergeving te vragen als hij dit zegt, of als hij uit Waadtland komt, is hij verplicht u te zeggen dat hij Zwitser is. U mag evenmin nog een edelman vragen wat zijn familiewapen is, want als hij de heraldieke termen niet kent, brengt u hem in verlegenheid. Men dient een man geen compliment te maken over zijn mooie haar, want als het een pruik is, zou hij kunnen denken dat u hem voor de gek houdt, en men mag de mooie tanden van een man of vrouw niet loven, want ze zouden vals kunnen zijn.

   

Lees verder in mijn bespreking van deel 9 "Het keerpunt".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 13 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 7: Rust noch duur

Giacomo Casanova: Rust noch duur (Italië, 1790-1798): 344 blz: Vertaald door Theo Kars (1995): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
In "Rust nog duur" reist Casanova rusteloos door Frankrijk en Italië. Opnieuw beleeft hij talloze liefdesavonturen. In Florence ziet hij na zestien jaar Teresa terug die een zoon van hem blijkt te hebben.
 
Hij heeft een ontmoeting met de paus aan wie hij een vrijbrief vraagt om weer naar Venetië te kunnen gaan. 
 
In Napels ontmoet hij de mooie 17-jarige Leonilda met wie hij wil trouwen. Hij wil haar moeder om toestemming vragen voor het huwelijk. Haar moeder blijkt Donna Lucrezia te zijn met wie Casanova achttien jaar eerder een relatie had, en haar vader is Casanova zelf.
 
Citaten:
- Ik kon mij er niet van weerhouden mijzelf onder de loep te nemen, en stelde vast dat ik een gelukkig mens was. Ik verkeerde in volmaakte gezondheid, bevond mij in de bloei van mijn leven, hoefde niet vooruit te zien, beschikte over veel geld, was van niemand afhankelijk, gelukkig in het spel, vond een gunstige ontvangst bij de vrouwen die mijn belangstelling wekten, en had alle reden tegen mijzelf te zeggen "saute, marquis" ("je boft, markies").
 
- Elke man die vol is van een vrouw meent trouwens dat iedereen in verrukking zal raken over het voorwerp van zijn liefde.
 
Over Costa, die door Casanova werd aangenomen als bediende:
- Hij amuseerde mij. Hij zei mij dat correct spellen niet vereist was, omdat iemand die leest en een taal kent geen goede spelling nodig heeft om een tekst te begrijpen, en dat iemand die de taal niet kent de fouten er niet in kan zien.
 
- Ik nam het besluit haar nooit in de steek te laten - daartoe besluit men altijd als men verliefd is.
 
- Aangezien er in het leven niets echt is behalve de werkelijkheid, genoot ik ervan. Ik  sloot mij af voor de beelden uit het verleden, en verfoeide de duisternis van de toekomst die altijd afschuwelijk is, aangezien de enige zekerheid die zij biedt de dood is ...
 
- Een vrouw in de beste kringen kan alleen verwachten succes te behalen en bijval te oogsten als zij flirt.
 
- Al het onaangenaams dat mij in mijn leven is overkomen, heb ik uitsluitend aan mijzelf te wijten, en bijna al het goede dat ik heb genoten, schrijf ik toe aan een gelukkige samenloop van omstandigheden.
 
- Ik weet dat ik niet dom ben. Domheid treft men wel aan bij een idiote buurman van mij die er behagen in schept mij te verkondigen dat dieren beter redeneren dan wij. "Ik ben het met u eens dat ze beter redeneren dan u," zei ik tegen hem, "maar niet beter dan ik." Door dit antwoord is hij mijn vijand geworden, hoewel het voor de helft zijn stelling ondersteunde.
 
- Hoe intelligent iemand ook mag zijn, hoe goed men het type mensen ook kent dat uitsluitend complimenten maakt, het is een aangename sensatie als iemand uw oren streelt.
 
- Wee de oude man die niet in staat is zichzelf te zien zoals hij is, en niet beseft dat de sekse die hij heeft verleid toen hij jong was, alleen maar minachting voor hem kan voelen als hij laat blijken dat hij nog bepaalde rechten meent te kunnen laten gelden in weerwil van het feit dat zijn leeftijd hem alle hoedanigheden heeft ontnomen om haar te bekoren.

- "Dwaze daden hebben soms een fortuinlijke afloop, maar ze zijn daarom niet minder dwaas."

- Ik besef steeds duidelijker dat echte vrolijkheid voortkomt uit een zorgeloze instelling.

- Haar toon was vrolijk, en de weg van vrolijkheid naar vriendschap en openheid is maar kort.

- "Trouwen is bij uitstek de aangelegenheid waar men het meest over na dient te denken alvorens ertoe over te gaan."

- Datgene wat, naar het zich laat aanzien, het meest bevorderlijk is voor wederkerigheid in de liefde, is gelijkheid in alles: in leeftijd, maatschappelijke positie, karakter ...

- Deze lichte vermaning bracht mij tot rede. Het vergeten van mijn huwelijksplannen was ongetwijfeld de beste houding die ik kon aannemen, maar ik was verliefd, en een geliefde is niet een stuk koopwaar, dat men gemakkelijk door een ander kan vervangen als men het niet kan krijgen.
 
- Ik zou een gelukkig leven hebben geleid met deze innemende vrouw, maar ik verafschuwde de gedachte mij ergens te vestigen. Ik zou in Napels een landgoed hebben kunnen kopen dat een rijk man van mij zou hebben gemaakt. Ik had daarvoor echter een oppassende levensstijl moeten aannemen die volkomen tegen mijn aard inging.
 
- Ik zei haar meteen dat zij er erg leuk uitzag en dat zij geschapen was om de man gelukkig te maken die God voor haar als echtgenoot had bestemd. Ik wist dat zij door dit compliment zou blozen. Het is wreed, maar zo begint de taal der verleiding. Een meisje van die leeftijd dat niet zou hebben gebloosd, zou óf achterlijk zijn geweest óf bedreven en doorkneed in alle vormen van bandeloosheid.
 
   

Lees verder in mijn bespreking van deel 8: "Leven en laten leven".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 9 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 6: Een man van aanzien

Giacomo Casanova: Een man van aanzien (Italië, 1790-1798): 334 blz: Vertaald door Theo Kars (1994): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
In "Een man van aanzien" verblijft Casanova in Nederland, Duitsland en Zwitserland. Hij wordt in Duitsland door 3 officieren meegelokt naar een speelhol waar hij gedrogeerd wordt en hij veel geld verliest. Hij weet gelukkig te ontsnappen met het grootste deel van zijn bezittingen intact.
 
In Zwitserland krijgt hij het idee om monnik te worden in een klooster. Na 2 weken verdwijnt dit idee net zo snel als het bij hem is opgekomen als hij een knappe vrouw ziet. Hij wil deze vrouw natuurlijk veroveren, huurt een landhuis met een huishoudster, mevrouw Dubois geheten. Zoals wel vaker bij Casanova laat hij de vrouw op wie hij het eerst zijn zinnen had gezet, schieten, om het met een ander te proberen. Na zijn affaire met mevrouw Dubois weet hij haar goed uit te huwelijken.
 
De beroemdste passage uit "Een man van aanzien" is die waarin hij zijn ontmoeting en gesprekken met Voltaire beschrijft.
 
Citaten:
- Ik bracht met haar een van die dagen door die men gelukkig kan noemen, als wij geluk definiëren als wederkerige, kalme voldoening zonder een zweem van de heftigheid waarmee een onstuimige hartstocht gepaard gaat.
 
- "Wat u wilt, is heel makkelijk uitvoerbaar," zei hij. "De enige moeite die ik daarvoor hoef te doen is een briefje te schrijven aan de hofmeester die daar de leiding heeft, en het hem direct toe te sturen. Zegt u mij alleen hoeveel u wilt uitgeven."
 "Zoveel mogelijk," zei ik.
 "U bedoelt zo min mogelijk."
 "Nee, zoveel mogelijk, want ik wil het gezelschap groots onthalen."
 
- Een kwartier later ging ik naar de deur en duwde ertegen, waarop die openging. Ik sloot de deur, en ging op de tast op de onderste trede zitten. Ik bracht daar vijf uur door, die mij door het besef dat mijn geluk op handen was licht zouden zijn gevallen, als de ratten die steeds heen en weer liepen niet voortdurend mijn zenuwen zouden hebben gekweld. Ik heb het nooit kunnen opbrengen geen acht te slaan op deze ellendige dieren, en evenmin de afkeer kunnen overwinnen die zij mij inboezemen. Toch kan men alleen op ze tegen hebben dat ze stinken en lelijk zijn.
 
- Een vredig gemoed is het grootste goed dat er bestaat.
 
Casanova heeft het besluit genomen om monnik te worden, maar hij bedenkt zich nadat hij uit een raam een prachtige vrouw heeft gezien:
- Is er een man op aarde die de kracht bezit een dergelijke ontmoeting te weerstaan? Zouden er fanatici bestaan die in het dwaze voornemen zouden kunnen volharden zich in een klooster te begraven, nadat zij hadden gezien wat ik toen op de drieëntwintigste april in Zürich had gezien?
 
- Hij [de abt van een klooster] verzekerde mij in vertrouwen dat het makkelijker was de hemel te verdienen door in de wereld te blijven dan door zich in een klooster terug te trekken. Deze uitspraak leek mij niet die van een hypocriet, maar van een fatsoenlijk en nuchter man.

Over mevrouw Dubois, die Casanova als huishoudster had aangenomen en op wie hij verliefd werd:
- "Ik stond van tafel op, ten zeerste verbaasd over deze jonge vrouw, die erin leek te slagen mij op mijn zwakke plek te raken. Zij kon een logisch betoog voeren, en had al in dit eerste tweegesprek mijn reserves uitgeput. Jong, mooi, elegant gekleed, en intelligent - ik had geen idee waartoe zij mij nog zou brengen."

- "Ik denk," zei ik tegen haar, "dat u juist redeneert als u zich laat overreden met mij naar bed te gaan, terwijl u denkt dat u zeer juist redeneert door daar niet mee in te stemmen."

- Ik vergat dat het niet mogelijk is alleen eenvoudige vriendschap te voelen voor een vrouw die men aantrekkelijk vindt, met wie men dagelijks omgaat, en van wie men kan vermoeden dat zij verliefd is.

Casanova schrijft een paar regels verder hetzelfde in iets andere woorden:
- Een aanhanger van het platonisch denken die beweert dat het mogelijk is niet meer dan zuivere vriendschap te voelen voor een aantrekkelijke vrouw met wie men dagelijks omgaat, staat buiten de werkelijkheid. Mijn huishoudster was te aantrekkelijk en te intelligent. Het was onbestaanbaar dat ik niet verliefd op haar zou worden.

- Het is trouwens een onbetwistbaar feit dat ontrouw in de liefde alleen bestaat vanwege de verscheidenheid van gezichten. Als men deze niet zou zien, zou een man altijd de trouwe minnaar zijn van de eerste vrouw die hem had bekoord.

- Liefde is een speels kind, dat als voedsel vrolijkheid en vermaak verlangt. Met ander voedsel teert het weg.

Een beroemde passage uit dit 6e deel is die waarin Casanova zijn ontmoeting met Voltaire beschrijft:
- Op dat ogenblik wekte Voltaire mijn verbazing: hij declameerde uit zijn hoofd twee lange passages uit de vierendertigste en vijfendertigste canto van de gezegende dichter ["Orlando Furioso" van Ariosto], waarin hij Astolpho's gesprek met de apostel Johannes beschrijft. Hij sloeg geen regel over, en sprak elk woord precies zo uit als de prosodie vereiste. Hij toonde mij de schoonheid ervan met bespiegelingen waartoe alleen een werkelijk groot man in staat is. Van de voortreffelijkste Italiaanse commentatoren zou men niets beters hebben verwacht. Ik luisterde ademloos toe, zonder eenmaal met mijn ogen te knipperen, vergeefs hopende hem op een fout te betrappen. Ik draaide mij om naar het gezelschap en zei dat ik volkomen overdonderd was en heel Italië op de hoogte zou stellen van mijn gerechtvaardigde verwondering.

- "Clemens van Alexandrië," zo zei hij, "een geleerde en filosoof, zegt dat de ogenschijnlijk zo diep in een vrouw gewortelde kuisheid zich in feite tot hun hemd beperkte, aangezien men er geen spoor meer van bemerkte als men erin slaagde hen dit te laten uittrekken."

- De syndic begon met uit zijn zak een pakje fijne Engelse overjassen te halen, en roemde dit bewonderenswaardige voorbehoedsmiddel tegen een ongeluk dat reden zou kunnen geven tot gruwelijke wroeging. Zij kenden het, leken ermee ingenomen en lachten om de vorm die het opgeblazen werktuig voor hun ogen aannam. Ik zei hun toen dat hun eer mij beslist dierbaarder was dan hun schoonheid, maar dat ik er nooit toe zou kunnen besluiten mijn geluk bij hen te vinden door mijzelf in een stuk dode huid te hullen.

- Alleen die overweging had mij al het zwijgen dienen op te leggen, maar iemand die boos is, denkt altijd dat hij gelijk heeft.

Lees verder in mijn bespreking van deel 7 van de memoires: "Rust nog duur".

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 5 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 5: De jacht op geld

Giacomo Casanova: De jacht op geld (Italië, 1790-1798): 305 blz: Vertaald door Theo Kars (1994): Uitgeverij Athenaeuk-Polak & van Gennep


 
Nadat Casanova ontsnapt is uit de Venetiaanse gevangenis, reist hij opnieuw naar Parijs. Deze keer heeft hij als doel veel geld te verdienen, zo veel mogelijk. Hij zet een staatsloterij op, reist naar Nederland en probeert nog rijker te worden door een zijdeweverij op te zetten. Tussen de bedrijven door spelen nog enkele liefdesgeschiedenissen.

Citaten:
- Nadat hij zijn brief had voltooid, zei hij mij in het Italiaans dat mijnheer abbé de Bernis hem een gedeelte had verteld van de geschiedenis van mijn ontsnapping.
 "Vertelt u mij hoe u dit is gelukt"
 "Het verhaal duurt twee uur, monseigneur, en ik heb de indruk dat Uwe Excellentie haast heeft."
 "Vertelt u het in het kort."
 "De kortste versie neemt twee uur in beslag."
 "U kunt mij de bijzonderheden een andere keer vertellen."
 "Zonder de bijzonderheden is het verhaal niet interessant."
 "Dat is zo. Maar men kan alles net zoveel inkorten als men wil."
 "Goed. Dan krijgt Uwe Excellentie van mij te horen dat de Staatsinquisiteurs mij onder de Piombi hebben laten opsluiten. Na vijftien maanden en vijf dagen heb ik een gat in het dak gemaakt. Ik ben door een dakvenster in de kanselarij gekomen, heb de deur geforceerd, ben de trap afgelopen naar de Piazza en heb een gondel genomen. Deze zette mij buiten de stad aan wal. Vandaar ben ik naar München gegaan. Daarvandaan ben ik naar Parijs gereisd, waar ik de eer heb bij u mijn opwachting te maken."
 "Maar-wat zijn de Piombi?"
 "Dat kost een kwartier, monseigneur."
 "Hoe kon u een gat in het dak maken?"
 "Dat kost een halfuur."
 "Wat was de reden van uw opsluiting boven in de gevangenis?"
 "Nog eens een halfuur."
 "Ik geloof dat u gelijk hebt. Het belangwekkende van de geschiedenis schuilt in de bijzonderheden ..."

- Ten slotte geraakte zij evenzeer in vuur en vlam als ik, en opende haar armen voor mij, terwijl zij mij liet beloven dat ik haar het meest elementaire deel zou besparen. Wat belooft een man niet op dergelijke ogenblikken? Maar ook: welke vrouw, die echt van haar geliefde houdt, peinst erover hem te sommeren zich aan zijn belofte te houden, als de liefde de plaats heeft ingenomen van de rede?

- Een man die een vrouw op een andere wijze dan met gebaren zijn liefde betuigt, heeft enige bijscholing nodig.

- Ik had haar de waarheid kunnen zeggen: dat ik volgens dezelfde methode waarmee ik het manuscript had ontcijferd ook te weten was gekomen hoe het woord luidde, maar ik gaf toe aan de opwelling haar te zeggen dat een genius het mij had onthuld. Door deze valse bekentenis kreeg ik mevrouw d'Urfé in mijn macht. Zij leverde op die dag haar ziel aan mij uit, en ik heb misbruik gemaakt van mijn macht over haar. Iedere keer als ik eraan terugdenk, stemt het mij treurig en schaam ik mij ervoor, en ik doe er nu boete voor door mijzelf tot taak te stellen de waarheid te vertellen bij het schrijven van mijn memoires.

- Was ik eigenlijk rijk genoeg om zulke kostbare geschenken te geven? Nee, en dat wist ik. Ik gaf ze alleen omdat ik vreesde dat ik daarvoor nooit rijk genoeg zou worden. Als ik daar zeker van was geweest, zou ik ermee hebben gewacht.

- De meest ingrijpende daden in ons leven vloeien voort uit onbelangrijke aanleidingen.

- Haar toekomst verontrustte mij. Zij was intelligent, maar wanneer het ontbreekt aan levenservaring richt intelligentie vaak meer kwaads dan goeds aan.

- Ik gaf weliswaar veel geld uit thuis in La Petite Pologne, maar er was een veel grotere post waarvan niemand op de hoogte was, en die mijn bestaan ondermijnde. Ik werd nieuwsgierig naar alle meisjes van enig kaliber die voor mij werkten. Omdat ik niet het geduld had hen op goedkope wijze te veroveren, hadden zij de macht mij duur te laten betalen voor het bevredigen van mijn nieuwsgierigheid. Het voorbeeld van de eerste was voor al haar opvolgsters genoeg om mij om een huis met meubels te vragen zodra zij merkten dat zij mijn begeerte hadden gewekt. Mijn gril duurde vaak maar drie dagen, en degene die de plaats van de vorige had ingenomen, leek mij altijd beter bij mij passen dan haar voorgangster. Die zag ik dan niet meer, maar ik bleef haar onderhouden.

Ik ben bij met het bespreken van deze prachtige serie memoires. Ik ga rustig verder lezen in deel 6 en de overige delen van de memoires en zal jullie daar te zijner tijd  over berichten.
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 6 van de memoires: "Een man van aanzien".

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 4: De ontsnapping

Giacomo Casanova: De ontsnapping (Italië, 1790-1798): 335 blz: Vertaald door Theo Kars (1971): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
Het laatste stuk van "De ontsnapping" vertelt het verhaal van de gevangenschap van Casanova in de Piombi, de staatsgevangenis van Venetië, en zijn ontsnapping daaruit. Het is het beroemdste deel van zijn memoires en ook het eerst in het Nederlands vertaald. Theo Kars vertaalde dit vierde deel al in 1971 onder de titel "Venetiaanse jaren" in de serie Privé-domein.
 
"De ontsnapping" begint aangenamer met de liefdesgeschiedenis met de nonnen C.C. en M.M., een van de beroemdste liefdesverhalen uit de memoires. Laura, de vrouw die zorgt voor de kennismaking van M.M. met Casanova, heeft ook twee aantrekkelijke jonge dochters: Tonina en Barberina en natuurlijk krijgt Casanova ook wat met hen.
 
Citaten:
- Als op die ogenblikken mijn verstand niet vertroebeld was geweest, had ik heel goed beseft dat deze non niet anders gebouwd kon zijn dan alle andere aantrekkelijke vrouwen die ik had liefgehad in de dertien jaar dat ik op het slagveld van de liefde had gestreden. Maar welke in hartstocht ontvlamde man staat hierbij nu stil? Als deze gedachte in hem opkomt, verwerpt hij haar hooghartig. M.M. moest beslist totaal anders en veel mooier zijn dan alle vrouwen ter wereld.
 
- De gelukkigste sterveling is de mens die het best de kunst verstaat gelukkig te worden zonder zijn verplichtingen te verwaarlozen. De meest ongelukkige mens is hij, die een leven heeft gekozen waarin hij zich iedere dag van 's morgens vroeg tot 's avonds laat van de trieste plicht moet kwijten om voor de toekomst te zorgen.
 
- Het is niet mogelijk om twee vrouwen tegelijk lief te hebben, en het is ook niet mogelijk een liefde in stand te houden als deze geen, of te veel, voedsel krijgt. De reden waarom mijn liefde voor M.M. even groot bleef, was dat ik iedere keer als zij bij mij kwam, het risico liep haar kwijt te raken.
 
- "Wat doe je?"
 "Ik doe je jas uit. Geef me ook je broek."
 "Dat zal nu moeilijk gaan, want hij zit vastgenageld."
 "Hoezo vastgenageld?"
 "Steek je hand hierin. Voel dan."
 "Ach, die schurk. Komt het door het eiwit dat je zo'n spijker hebt?"
 "Nee, lieveling, het komt door jouw bekoorlijkheden."

- Ik genoot van het heden, en lachte om de toekomst en de mensen die hun verstand vermoeien met de weinig opwekkende bezigheid zich daarom te bekommeren.

- Ik was bang dat ik in bed geen goed figuur zou slaan, en om een slecht figuur te slaan hoef je er alleen maar bang voor te zijn. Een hunkerende man twijfelt nooit aan de toereikendheid van zijn begeerte. Doet hij dat wel, dan wreekt zich dat, en laat zijn begeerte hem in de steek.
 
- Ik zei haar dat ik haar alleen nodig had om mijn haar te drogen dat aan één kant nat was en zij ging snel poeder en een kwastje pakken. Omdat haar hemd echter erg kort was, en van boven wijd van de ene schouder tot de andere, kreeg ik daar te laat spijt van. Ik begreep dat ik verloren was. Hier kwam nog bij dat zij erg moest lachen, omdat het kwastje en de poederdoos die zij in haar handen hield, haar beletten haar hemd zo vast te houden dat mij een vroegrijpe boezem aan het oog onttrokken werd, die alleen een dode onberoerd had gelaten. Hoe kon ik mijn ogen afwenden! Ik richtte ze er zo duidelijk op dat de arme Tonina bloosde.
 
- Dit meisje was even aantrekkelijk als haar zuster, zij het op een andere manier. Ik werd nieuwsgierig naar haar. Nieuwsgierigheid is de drijfveer van de ontrouw van een man die een losbandig leven leidt.
 
- Ik lach als ik hoor hoe sommige vrouwen mannen onbetrouwbaar noemen die zich aan ontrouw schuldig maken. Zij zouden gelijk hebben als zij konden bewijzen dat wij, als wij hun trouw zweren, van plan zijn ons daaraan niet te houden. Wij worden helaas verliefd zonder ons verstand te raadplegen, en ons verstand komt er evenmin aan te pas als onze liefde ophoudt.
 
- Ik was dan wel een hartstochtelijk libertijn, ik sprak gedurfde taal en het enige waar ik mij om bekommerde was van het leven genieten, maar dat leek mij niet misdadig. ... Toch beletten mijn grimmigheid, het verdriet dat aan mij vrat, en de harde plank waarop ik lag, mij niet in slaap te vallen. Mijn gestel had behoefte aan slaap. Wanneer iemand jong en gezond is verschaft de natuur zich wat hij nodig heeft zonder dat hij eraan hoeft te denken.

- Het enige waar ik nog aan dacht was ontvluchten. ... Ik dacht voortdurend na over een ontvluchtingsmogelijkheid, omdat ik ervan overtuigd was dat ik die alleen zou vinden door veel nadenken. Ik ben altijd van mening geweest dat een man die zich voorneemt om een bepaald doel te bereiken en zich daar geheel voor inzet, zal slagen, ondanks alle moeilijkheden. Deze man kan grootvizier worden, hij kan paus worden, hij kan een dynastie ten val brengen, mits hij vroeg begint. Een man namelijk die de leeftijd heeft bereikt die Fortuna versmaadt, bereikt niets meer.

- Zo voorzag God mij van de benodigdheden voor een ontsnapping die, zo men haar geen wonder wil noemen, dan toch bewonderingswaardig was. Ik beken dat ik er trots op ben. Mijn trots berust echter niet op het feit dat mijn ontsnapping slaagde, want er is veel geluk bij te pas gekomen; hij is gegrond op de omstandigheid dat ik de onderneming mogelijk heb geacht, en de moed heb bezeten mij eraan te wagen.

- Liefde voor het vaderland vervaagt tot een schim voor iemand die door zijn land wordt verdrukt.

- Ik had de pinknagel van mijn rechterhand laten groeien om mijn oren schoon te kunnen maken. Ik sneed er een punt aan en maakte er een pen van. Als inkt gebruikte ik sap van zwarte bramen.

- De grootste troost voor een man die in moeilijkheden verkeert, is de verwachting dat ze niet lang zullen duren.

- Bij belangrijke ondernemingen zijn er bijzonderheden waar alles van afhangt. Een leider die aanspraak wil maken op succes, laat ze niet over aan ondergeschikten.

Lees verder in mijn bespreking van deel 5 van de memoires: "De jacht op geld".
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 4 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 3: Henriëtte

Giacomo Casanova: Henriëtte (Italië, 1790-1798): 340 blz: Vertaald door Theo Kars (1993): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep


 
Aan het begin van dit derde deel ontmoet Casanova de  Française Henriëtte, misschien wel de grootste liefde uit zijn leven. Ze zijn enkele maanden gelukkig met elkaar en dan moet Henriëtte weer terug naar haar man. Casanova reist vervolgens naar Parijs en later naar Dresden en Wenen.
 
Aan het einde van het boek ontmoet hij de 14-jarige C.C. met wij hij een verhouding krijgt en die door haar vader in een klooster wordt gestopt als hij voorstelt met haar te trouwen.
 
Citaten:
- Iedere keer als Henriëtte tegen mij sprak, bekoorde zij mij meer, en haar intelligentie knechtte mij nog meer dan haar schoonheid. Volgens mij deed het de officier genoegen dat ik op haar verliefd werd, en ik meende heel duidelijk te bespeuren dat het meisje niets liever wilde dan van minnaar te veranderen. Ik kon dit zonder verwaandheid aannemen, want los van het feit dat ik fysiek over alles beschikte wat een minnaar die die naam verdient, kon bezitten om aspiraties op succes te kunnen koesteren, maakte ik de indruk erg rijk te zijn, ook al had ik geen bediende. Ik zei haar dat ik tweemaal zoveel uitgaf om het genoegen te hebben er geen bediende op na te houden, en dat ik doordat ik als mijn eigen bediende optrad altijd zeker was van een goede bediening.

- "Vergeet mij" is snel gezegd. U dient te weten, mevrouw, dat een Fransman misschien in staat is te vergeten, maar dat een Italiaan, als ik op mijzelf afga, niet over dit merkwaardige vermogen beschikt.

Als Casanova kleren wil kopen voor Henriëtte:
- "Ik wijs u er vooraf op dat ik niet wil loven en bieden, past u dus op. Als u mij teveel berekent, kom ik niet meer in uw winkel terug. Ik heb fijn linnen nodig om vierentwintig hemden voor een vrouw te maken, bombazijn voor onderrokken en korsetten, mousseline, zakdoeken, en nog een aantal andere artikelen, die ik naar ik hoop, bij u kan krijgen, want God weet in wiens handen ik anders nog zal vallen als vreemdeling."
 "U bent in goede handen als u zich op mijn verlaat."
 "Ik heb de indruk dat ik u kan geloven. Ik verzoek u daarom mij te helpen. Ik moet ook naaisters vinden die in de kamer van de dame zullen werken, want haar omstandigheden vereisen dat zij snel een volledige garderobe laat maken."
 "Ook japonnen?"
 "Japonnen, hoeden, jasjes, kortom alles, denkt u maar dat u een geheel naakte vrouw voor u hebt."

- De kok van Andrémont was uitstekend. Ik ontdekte dat Henriëtte van lekker en de Hongaar van veel eten hield. Zelf was ik een groot liefhebber van beide.

- Vraag een mooie vrouw die niet erg intelligent is of zij een klein deel van haar schoonheid zou willen ruilen voor iets meer verstand. Als zij oprecht is, zal zij zeggen dat zij tevreden is  met wat zij heeft. Waarom is zij tevreden? Omdat zij als gevolg van de beperktheid van haar intelligentie, geen besef kan hebben van wat haar ontbreekt. Vraag aan een lelijke intelligente vrouw of zij met de ander zou willen ruilen. Haar antwoord zal nee luiden. Waarom? Omdat zij over veel verstand beschikt, waardoor zij inziet dat dit alles goedmaakt.

- Een man die geen uitgesproken voorliefde voor muziek heeft, wordt onvermijdelijk een hartstochtelijk liefhebber van muziek als degene die deze kunst perfect beoefent het voorwerp van zijn liefde is.

- Omdat jaloerse mannen mij antipathiek zijn, en mijn erotische pleziertjes mij sympathiek ...

- Geen mens ter wereld kan erin slagen alles te weten, maar ieder mens dient daar wel naar te streven.

Bij het theater maakt Casanova een blunder:
- Terwijl ik zo oplettend toekeek, kwam een rijk geklede man van driemaal mijn omvang op mij af en vroeg mij beleefd of ik een buitenlander was. Ik zei ja en hij vroeg mij meteen of Parijs mij beviel. Mijn antwoord was een lofrede op de stad. Op hetzelfde ogenblik zag ik hoe een met edelstenen bedekte vrouw, maar van enorme omvang, de loge links van mij binnenkwam.
 "Wie is in hemelsnaam die vette zeug?" zei ik tegen mijn dikke buurman.
 "Zij is de vrouw van dit vette varken."

- Bij groot verdriet is de opluchting die tranen schenken een onfeilbaar hulpmiddel.

- Liefde wordt pas onvoorzichtig als zij popelt om te genieten, maar als het erom gaat de terugkeer te bewerken van een geluk dat door een samenstel van noodlottige omstandigheden is afgesneden, ziet en voorziet de liefde met weergaloze scherpte.

Lees verder in mijn bespreking van deel 4 van de memoires: "De ontsnapping".

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 3 januari 2023

Giacomo Casanova: Memoires: Deel 2: Eigen heer en meester

Giacomo Casanova: Eigen heer en meester (Italië, 1790-1798): 333 blz: Vertaald door Theo Kars (1992): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 

 
In "Eigen heer en meester" vertelt Casanova over zijn avonturen van zijn 19e tot 24e jaar. Hij ontmoet Bellino, de als man verklede Teresa. Casanova heeft de vermomming onmiddellijk door, bedrijft met haar de liefde en wil met haar trouwen, waar natuurlijk niets van terecht komt. 
 
Een chirurgijn op een afgelegen plaats bedankt Casanova uitbundig omdat hij een ernstige geslachtsziekte in omloop heeft gebracht, waardoor de chirurgijn een rijk man is geworden. 
 
Casanova slaagt er door een zeer merkwaardige manier van oplichting de aangenomen zoon en erfgenaam van drie rijke Venetiaanse patriciërs te worden. Aan het einde van het boek is hij bezig om via een occulte procedure een schat op te graven bij een goedgelovige rijke man.
 
Citaten:
 
Nadat Casanova de liefde heeft bedreven:
- Toen ik wakker werd, gaf ik haar de ochtendgroet van de liefde, en schonk haar daarna drie doblones die haar waarschijnlijk meer welkom waren dan betuigingen van eeuwige trouw. Absurde verklaringen die geen man kan afleggen, zelfs niet voor de mooiste vrouw ter wereld.
 
- De mensen die zeggen dat het leven alleen een samenstel van ongelukkige gebeurtenissen is, willen daarmee zeggen dat het leven een vloek is. Deze mensen schreven dit niet in goede gezondheid, met hun beurs vol geld, vanuit een gemoedstoestand van voldoening als gevolg van het feit dat zij Cecilia's en Marina's in hun armen hadden gehad, en in de zekerheid dat er nog meer van hen zouden volgen. ... Als genot bestaat, en wanneer wij alleen kunnen genieten als wij in leven zijn, dan betekent leven geluk.
 
- ... want het zien van het genot dat ik gaf, vormde altijd viervijfde van het mijne.
 
Als Teresa, Casanova's vriendin van dat moment, hem vraagt om de waarheid over zichzelf te vertellen:
- "De waarheid is deze: je neemt aan dat ik rijk ben, dat is niet het geval. Als ik mijn beurs heb geleegd, bezit ik niets meer. Je neemt misschien aan dat ik van hoge geboorte ben, maar ik behoor tot een klasse die óf lager is dan de jouwe óf gelijk daaraan. Ik heb geen enkel talent dat geld oplevert, geen beroep, geen reden aan te nemen dat ik over enkele maanden iets te eten zal hebben. Ik heb geen ouders, geen vrienden, geen recht dat ik kan laten gelden, en beschik over geen enkel vast plan. Kortom, alles wat ik bezit is jeugd, gezondheid, moed, een zekere mate van intelligentie, gevoel voor eer en fatsoen en het allereerste begin van een literaire carrière. Mijn grote rijkdom is dat ik mijn eigen meester ben, van niemand afhankelijk, en niet bang voor tegenslagen. Het ligt in mijn aard gemakkelijk geld uit te geven. Hiermee heb je mijn portret. Mooie Teresa, geef mij nu antwoord."
 
- Als wij lijden, putten wij genoegen uit de hoop op het einde van ons lijden, en wij doen daaraan nooit verkeerd, want wij hebben als laatste toevlucht de slaap, waarin aangename dromen ons troosten en kalmeren, en als wij genieten, worden wij nooit gehinderd door de gedachte dat op ons genot lijden zal volgen. Plezier is altijd puur als wij het meemaken, lijden wordt altijd verzacht.
 
- Toen de volgende dag de wacht wisselde, werd ik overgedragen aan een sympathiek uitziende officier. Hij was een Fransman. Ik heb Fransen altijd aardig gevonden; Spanjaarden daarentegen in het geheel niet. Toch ben ik vaak door Fransen beetgenomen, nooit door Spanjaarden. Wij dienen onze voorkeuren te wantrouwen.
 
Het weerzien met de zussen Nanetta en Marta:
- In de eerste nacht sliepen zij allebei met mij, en in de volgende nachten wisselden zij elkaar af. Zij verwijderden daarvoor een plank uit de tussenwand; de minnares van dat ogenblik kwam via dat gat bij mij en ging op dezelfde wijze weg. Wij gingen heel voorzichtig te werk en hoefden niet bang te zijn te worden verrast. Omdat onze deuren waren afgesloten, zou bij een bezoek van de tante aan de nichtjes, degene die afwezig was tijd hebben weer naar haar kamer te gaan en de plank terug te zetten. Dit bezoek vond echter nooit plaats. Mevrouw Orio rekende op ons goede gedrag.
 
- Een aristocratisch bewind kan niet op rust hopen als het niet is gebaseerd op het fundamentele principe van gelijkheid onder aristocraten. Wel, gelijkheid hetzij fysiek, hetzij geestelijk, kan alleen worden afgelezen van uiterlijkheden, waaruit voortvloeit dat een burger die niet vervolgd wil worden als hij niet als de anderen is, of erger, zich er geheel op moet toeleggen de indruk te wekken dat hij wel als de anderen is. Als hij veel talent heeft, moet hij dit verbergen; als hij  ambitieus is, moet hij voorwenden dat eer hem onverschillig laat; als hij iets wil verwerven, dient hij niets te vragen; als hij knap is, dient hij geen aandacht aan zijn uiterlijk te besteden. Hij moet er slordig uitzien, zich slecht kleden, en alleen de allereenvoudigste sieraden en attributen dragen; hij moet alles belachelijk maken wat buitenlands is, niet sierlijk buigen, zich niet laten voorstaan op welgemanierdheid, niet veel ophebben met de schone kunsten, zijn goede smaak verbergen als hij deze bezit, er geen buitenlandse kok op na houden, een slecht gekamde pruik dragen en er een beetje onfris uitzien.
 
- De avond voor mijn vertrek bleef ik thuis bij mevrouw Orio. Zij vergoot evenveel tranen als haar nichten, en ik niet minder. In deze laatste nacht zeiden zij talloze malen tijdens de liefdesextase in mijn armen dat zij mij nooit zouden terugzien, en zij hadden het bij het rechte eind. Als zij mij wel zouden hebben teruggezien, zouden zij het bij het verkeerde eind hebben gehad. Dat is nu de waarde van voorspellingen.
 
- Vrome Turken beklagen libertijnen, maar vervolgen hen niet. Hier is geen Inquisitie. Degenen die de voorschriften van de godsdienst niet in acht nemen zullen, zeggen zij, in het volgende leven al ongelukkig genoeg zijn zonder dat ze in deze wereld ook worden gestraft.
 
- "De tijd aan een vermaak besteed, kan men niet verspild noemen. Wél verloren is de tijd die men in verveling doorbrengt. ..."
 
- Intussen nam ik met veel genoegen waar dat geld en goed gedrag mij een aanzien verschaften dat ik niet mocht verwachten van mijn positie, leeftijd of enig talent samenhangend met het beroep waaraan ik mij had gewijd.
 
- Door mijn vrijgevigheid was ik bij het hele eiland geliefd geworden. De vrouw die voor mij kookte, dezelfde die de naaistertjes voor mij had gevonden om hemden te maken, verwachtte dat ik op een van hen verliefd zou worden, niet op allen. Ik overtrof haar verwachtingen. Zij bezorgde mij de gunsten van al de meisjes die ik leuk vond, en ontving bewijzen van mijn erkentelijkheid. Ik leidde een paradijselijk leven, want ook mijn tafel was verfijnd. Ik at alleen sappig schapevlees, en houtsnip van een kwaliteit die ik alleen tweeëntwintig jaar later in Petersburg heb geproefd. 

- In het maatschappelijk verkeer dient men de kunst te verstaan zijn ontboezemingen binnen de grenzen te houden. Het aantal waarheden dat onuitgesproken dient te blijven, is veel groter dan dat van de schoonschijnende feiten die geschikt zijn voor openbaring.
 
- Terughoudendheid wordt dwaasheid als een man ontdekt dat het voorwerp van zijn liefde zijn gevoelens deelt.
 
- Wat mij tot spelen dreef was een soort gierigheid. Ik hield ervan op grote voet te leven, en ik vond het onaangenaam als het geld voor mijn uitgaven niet van het spel afkomstig was. Ik had het gevoel dat geld dat ik bij het spelen had gewonnen mij niets had gekost.
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 3 van de memoires: "Henriëtte".
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.