Posts tonen met het label Pools. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pools. Alle posts tonen

dinsdag 11 november 2025

Dvd: Ida

Ida (Polen, 2013): 80 min: Zwart-wit: Regisseur Pawel Pawlikowski
 
 
 
In 1962 staat de 18-jarige Anna op het punt in het nonnenklooster in te treden waar ze is opgegroeid. De moeder-overste heeft besloten dat ze haar tante moet bezoeken om achter de waarheid van haar verleden te komen. Wanda, haar tante, is drankzuchtig en ontvangt haar. Het blijkt dat Anna's echte naam Ida is, en dat ze van joodse komaf is en dat haar ouders zijn vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog. 
 
"Ida" is een zeer sobere film, met een beperkte muzikale achtergrond en geschoten in prachtig zwart-wit. Wat mij betreft een zeer indrukwekkende film met precies de juiste lengte.
 
Op IMDB krijgt "Ida" van 63.000 mensen een waardering van 7,4, met een metascore van 9,1.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 21 maart 2025

Ryszard Kapuściński: De dood van de ambassadeur

Ryszard Kapuściński: De dood van de ambassadeur (Polen, 1975): 93 blz: Vertaald door Ewa van den Bergen-Makala (2015): Uitgeverij Querido
 

 
Ik dacht dat ik de afgelopen zomer alle boeken had besproken van de Poolse wereldreiziger en journalist Ryszard Kapuściński, die in het Nederlands zijn vertaald. Afgelopen week kreeg ik van een vriend het dunne boekje "De dood van de ambassadeur" dat in het kort vertelt over de politieke geschiedenis van Guatemala van 1858 tot 1970.
 
Die politieke geschiedenis is niet iets waar het land trots op kan zijn. De ene dictatuur volgde de andere op, een groot deel van het meest vruchtbare land werd afgestaan aan the United Fruit Company, een groot Amerikaans bedrijf en met de mensenrechten was het zeer slecht gesteld.
 
Ryszard Kapuściński vertelt deze geschiedenis beknopt en zeer inzichtgevend. "De dood van een ambassadeur" is daarbij een kleine toegift bij een prachtig oeuvre!
 
Citaten:
- Degenen die over geschiedenis schrijven besteden te veel aandacht aan opzienbarende momenten en onderzoeken in onvoldoende mate de perioden van stilte. Zij missen de feilloze intuïtie van de moeder wanneer ze hoort dat het in de kamer van haar kind plotseling stil is geworden.
 
- De stilte stelt haar regels en eisen. De stilte vereist dat concentratiekampen op afgelegen locaties worden gebouwd. De stilte vereist een enorm politieapparaat en een leger verklikkers. De stilte vereist dat de vijanden van de stilte plotseling en spoorloos verdwijnen. De stilte zou graag willen dat haar rust door geen enkele stem werd verstoord: noch geklaag, noch protest, noch verontwaardiging. Daar waar zo'n stem te horen is, slaat de stilte met alle macht toe en herstelt de oorspronkelijke toestand, dat wil zeggen de toestand van stilte.
 
- Vandaag de dag heeft men het vaak over de strijd tegen lawaai, de strijd tegen de stilte is echter belangrijker. Bij de strijd tegen lawaai is rust voor de zenuwen in het geding, bij de strijd tegen de stilte het menselijk leven. Iemand die veel lawaai maakt wordt door niemand vrijgepleit of verdedigd, daarentegen wordt degene die in zijn land de stilte oplegt, beschermd door een apparaat van repressie. Dat maakt de strijd tegen de stilte zo moeilijk.
 
- Ubico ging er prat op dat hij op Napoleon Bonaparte leek. De generaal bezigde graag allerhande wijze spreuken. "Het volk moet worden uitgehongerd. Een hongerige natie strijdt tegen de honger en heeft geen tijd om tegen de regering te strijden," placht hij te zeggen.
 
- ...: volgens de agrarische gegevens over 1950 lag 71,5 procent van het land van de grootgrondbezitters altijd braak, bij United Fruit was dat 92 procent. Tegelijkertijd was in datzelfde jaar 57 procent van de boeren landloos en de rest had "amper genoeg grond om een graf te graven", zoals Eduardo Galeano het verwoordt.
 
- Alle macht is in handen van het leger. Guatemala wordt geregeerd door een kolonelskliek, de generaalsrang werd tijdens de revolutie opgeheven. Een op de dertig soldaten is kolonel. De hoogste macht in Guatemala ligt bij de ambassade van de Verenigde Staten, vervolgens bij de kolonelsraad. De regering komt op de derde plaats.
 
- "De militairen beschouwen als communist eenieder die anders denkt dan zij en zelfs degene die überhaupt denkt."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 12 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: De draagbare Kapuściński

Ryszard Kapuściński: De draagbare Kapuściński: Zijn mooiste reportages, gekozen en ingeleid door Frank Westerman (Polen, 1976-1998): 381 blz: Inleiding door Frank Westerman (2015): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Ik ben geen groot fan van bloemlezingen. Bijna altijd vind ik dat er teksten ontbreken die ik zelf er wel in gezet zou hebben, en dat er teksten wel in staan die ik niet zo interessant vind. Wat wel een toegevoegde waarde van een bloemlezing kan zijn, is een degelijke inleiding. Ik vind de inleiding van "De draagbare Kapuściński" door Frank Westerman uitstekend.

Omdat ik de afgelopen weken alle 9 boeken die van Ryszard Kapuściński in het Nederlands zijn vertaald, heb gelezen, ben ik goed in staat om de kwaliteit van deze bloemlezing te beoordelen. Frank Westerman heeft ervoor gekozen om geen fragmenten uit "Reizen met Herodotos" en "De ander" op te nemen. Dat lijkt mij een terechte keuze. De stukken over Kapuściński's eigen reportages uit "Reizen met Herodotos" vind ik niet erg sterk en "De ander" is sowieso een zwak boekje.
 
Ook met de overige keuzes van Westerman ben ik het grotendeels eens. Westerman schrijft in zijn inleiding dat toen Kapuściński in 1993 "Imperium" publiceerde, zijn beste werk al achter zich lag. Dat ben ik dan weer niet met hem eens. Ik vind "Ebbenhout" uit 1998 Kapuściński's beste werk. Uit "Ebbenhout" vind ik de twee relatief korte stukken over Idi Amin van 9 bladzijden en over de burgeroorlog in Rwanda van 17 bladzijden, de twee absolute hoogtepunten. Ik heb zelden zulke inzichtgevende teksten gelezen van zo'n bescheiden omvang. Deze twee teksten hadden absoluut in de bloemlezing gemoeten.
 
Ik denk dat "De draagbare Kapuściński" een goed overzicht geeft van de thematiek en het schrijverschap van Kapuściński, maar ik zou toch één van zijn werken in het geheel lezen en dan kiezen voor het onderwerp dat je het meeste aanspreekt.

Ik ben nu klaar met het lezen van Kapuściński. Tijd voor een volgend project?

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 11 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: De ander

Ryszard Kapuściński: De ander (Polen, 1990-2004): 115 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Het is een slechte gewoonte dat bij belangrijke schrijvers uit het buitenland vrijwel alles vertaald en uitgegeven wordt, ook onbeduidende teksten die eigenlijk de toets der kritiek niet kunnen doorstaan. Ik las laatst bijvoorbeeld het vrij onbenullige "De bibliotheek" van Umberto Eco dat de tekst van een lezing was. Ook bij "De ander" van Ryszard Kapuściński vroeg ik mij hardop af waarom de teksten van de lezingen waaruit dit boekje bestaat, vertaald en uitgegeven zijn. De ander is bij Kapuściński meestal iemand met een andere huidskleur, een andere nationaliteit en een ander geloof. Ik vond het boekje niet lezenswaardig. Dit soort boekjes worden alleen maar uitgegeven om geld binnen te halen. Je doet er de schrijver geen recht mee en de lezer geen plezier mee.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Ryszard Kapuściński: Reizen met Herodotos

Ryszard Kapuściński: Reizen met Herodotos (Polen, 2004): 263 blz: Vertaald door Ewa van den Bergen-Makala (2005): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Bij het aanvaarden van zijn eerste buitenlandse opdracht kreeg Ryszard Kapuściński de "Historiën" van Herodotos cadeau van zijn chef. Dit boek, door Hein van Dolen vertaald als "Het verslag van mijn onderzoek", werd zijn lijfboek, hij nam het mee op al zijn buitenlandse reizen.
 
"Reizen met Herodotos" bevat een aangename mengeling van eigen reportages van Ryszard Kapuściński, gecombineerd met teksten uit en beschouwingen over het boek van Herodotos. Het verslag over zijn eigen reizen valt mij iets tegen, maar de stukken over de "Historiën" zijn zonder uitzondering zeer onderhoudend. De ster van Herodotos straalt des te helderder door deze combinatie!
 
Citaten:
- ... vervolgens vatte ik moed en zei: "Ik zou heel graag een keer naar het buitenland willen." "Naar het buitenland?" zei ze verbaasd en een beetje geschrokken, want het was toen niet gebruikelijk dat iemand naar het buitenland ging. "Waarheen? Waarom?" vroeg ze. "Ik dacht aan Tsjecho-Slowakije," antwoordde ik. Want het ging mij helemaal niet om Parijs of Londen, nee, die dingen probeerde ik me niet voor te stellen en ze interesseerden me niet eens, mij ging het er alleen om ergens een grens te overschrijden, maakte niet uit welke, want voor mij was niet het doel belangrijk, niet de eindbestemming, maar de bijna mystieke en transcendentale daad van het overschrijden van een grens zelf.
 
- Aan het einde van het gesprek waarin ik vernam dat ik de wereld in trok, liep Tarlowska naar de kast, pakte er een boek uit en zei, terwijl ze het mij overhandigde: "Dit is van mij, voor onderweg." Het was een dik boek in een stijve, met geel linnen overtrokken kaft. Voorop stonden in gouden letters de naam van de auteur en de titel gedrukt: Herodotos. Historiën.
 
- Ik begon me af te vragen hoe Herodotos het bij zijn reizen over de wereld met de talen had klaargespeeld. Hammer [de Poolse vertaler van Herodotos] schreef dat hij buiten het Grieks geen talen kende, maar omdat de Grieken toen over de hele wereld waren verspreid, overal hun koloniën, hun havens en factorijen hadden, kon de auteur van de Historiën gebruikmaken van landgenoten die hij ontmoet had en die hem als vertalers en als gidsen konden dienen. Bovendien was het Grieks de lingua franca van de toenmalige wereld ...
 
In India:
- De receptionisten in mijn hotel gaven me de raad naar Benares te gaan. "Sacred town!" legden ze uit. (Het was me al eerder opgevallen hoeveel dingen in India heilig waren: een heilige stad, heilige rivier, miljoenen heilige koeien. Het was opvallend hoezeer de mystiek het leven hier doordrong, hoeveel tempels, kapellen er waren, hoeveel altaartjes je bij elke stap tegenkwam, hoeveel mensen rituele tekens op het voorhoofd hadden, hoeveel er onbeweeglijk naar een of ander mystiek punt zaten te staren.)
 
- Pas in India kreeg ik door - iets waarvan ik daarvoor geen besef had gehad - dat mijn gebrek aan kennis van het Engels in die zin niets betekende, dat alleen de elite die taal sprak. Minder dan twee procent van de bevolking! De anderen spraken uitsluitend een van de tientallen talen van hun land. Op de een of andere manier had mijn niet-kennen van het Engels tot gevolg dat ik me meer verwant voelde, meer een broeder van de gewone voorbijgangers in de steden of van de boeren in de dorpjes waar ik kwam. We zaten in hetzelfde schuitje, ik en het halve miljard inwoners van India dat geen woord Engels sprak.

- De manier waarop Herodotos schreef wekte de indruk dat hij iemand was die het goed met de mensen voor had en die nieuwsgierig was naar de wereld, iemand die altijd veel vragen had en bereid was om duizenden kilometers te reizen om het antwoord op een van die vragen te vinden.

- Met elk boek maakte ik als het ware een nieuwe reis naar India, doordat ik me de plaatsen herinnerde waar ik was geweest en steeds weer nieuwe diepten en aspecten ontdekte, steeds weer nieuwe betekenissen van de dingen waarvan ik eerder dacht dat ik ze al kende. Dit keer waren het reizen met veel meer dimensies dan de eerste. Maar tegelijkertijd ontdekte ik dat je zulke tochten kunt verlengen, herhalen en vermenigvuldigen door het lezen van boeken, bestuderen van kaarten, bekijken van schilderijen en foto's. Meer nog, ze wegen in zekere zin zwaarder dan de werkelijk gereisde reële reis, en wel omdat je op zo'n iconografische reis op een bepaald punt kunt stoppen, rustig kijken, kunt terugkeren naar de vorige afbeelding enzovoort, waarvoor op een werkelijke reis vaak de tijd noch de mogelijkheid bestaat.

- De moderne mens bekommert zich niet om zijn eigen geheugen, aangezien hij omringd wordt door een opgeslagen geheugen. Alles heeft hij binnen handbereik: encyclopedieën, handboeken, woordenboeken, compendia. Bibliotheken, musea, antiquariaten en archieven. Geluidsbanden, filmbanden. Internet. Eindeloze voorraden bewaarde woorden, klanken, beelden, in woningen, in magazijnen, in kelders en op zolders. Als hij een kind is, zal de juffrouw op school hem alles zeggen; als hij student is, hoort hij het van de professor.
 
- In de wereld van Herodotos is de mens vrijwel de enige beheerder van het geheugen. Om door te dringen tot hetgeen onthouden is, moet je doordringen tot de mens, en als hij ver weg van ons leeft, dan moeten we naar hem toe gaan, ons op weg begeven, en als we dan eindelijk bij elkaar zijn, dan moeten we gaan zitten en luisteren naar wat hij ons te zeggen heeft, het onthouden, misschien opschrijven. Zo begint de reportage, in zo'n situatie wordt die geboren.
 
- Waarom begint Herodotos zijn grote beschrijving van de wereld met de volgens de Perzische wijze onbetekenende kwestie van het onderling schaken van meisjes? Omdat hij de wetten van de media respecteert: om goed te verkopen moet de geschiedenis interessant, een beetje gekruid zijn, iets sensationeels, opwindends hebben. Aan die voorwaarden voldoen de verhalen over de vrouwenontvoeringen.
 
- Het doel van de reis: nieuwe informatie verzamelen over het land, zijn mensen en gewoonten, of de betrouwbaarheid van de reeds verzamelde gegevens verifiëren. Want Herodotos neemt geen genoegen met wat iemand hem heeft gezegd - hij probeert het te controleren, gehoorde versies te vergelijken, een eigen mening te formuleren.
 
De opstand van Babylon tegen het Perzische rijk:
- Nu staat er bij Herodotos de volgende tekst: "Maar nu was het moment gekomen voor een openlijke rebellie. Moet je horen wat ze toen deden! Elke man koos uit zijn gezin een in zijn ogen geschikte vrouw uit - de moeders niet meegeteld. Die vrouw moest voor het eten zorgen. Alle anderen werden samengedreven en gewurgd, dat scheelde in het verbruik van de voedselvoorraad."
 Ik weet niet of Herodotos besefte wat hij schreef. Heeft hij stilgestaan bij deze woorden? Want in die tijd, in de zesde eeuw, telde Babylon minstens twee-, driehonderdduizend inwoners. Een simpele rekensom leert ons dat tienduizenden vrouwen tot de dood door wurging werden veroordeeld: echtgenotes, dochters, zusters, oma's, nichten geliefden.
 Onze Griek vertelt ons niets meer over deze terechtstelling. Wie had het zo beslist? De volksvergadering? Het stadsbestuur? Het comité ter verdediging van Babylon? Vond er een discussie dienaangaande plaats? Protesteerde iemand? Wie besloot hoe de vrouwen zouden worden afgemaakt? Dat ze juist gewurgd zouden worden? Waren er geen andere voorstellen? Om ze met speren te doorboren? Met zwaarden in stukken te hakken? Op de brandstapel te verbranden? In de door de stad stromende Eufraat te gooien?
 
- In deze periode echter stopte ik even met het volgen van het door Herodotos beschreven lot van mensen en oorlogen en hield ik me met zijn vakmanschap bezig. Hoe werkte hij, wat vond hij interessant, hoe wendde hij zich tot anderen, welke vragen stelde hij, hoe luisterde hij naar wat men tegen hem zei? Dat vond ik belangrijk omdat ik in die tijd de kunst van het reportageschrijven trachtte te doorgronden en Herodotos kwam op me over als een behulpzame en waardevolle meester. Herodotos en de mensen die hij ontmoette: dat intrigeerde mij, omdat wat wij in reportages beschreven van mensen afkomstig is; hoe je die informatie krijgt hangt af van onze relatie met onze gesprekspartners. We zijn van mensen afhankelijk  en de reportage is het literaire genre dat misschien wel in de sterkste mate op collectieve wijze tot stand komt.

- De techniek, die het intermenselijk contact tot een elektronisch signaal reduceert, verarmt en dempt de gedifferentieerde, buitenwoordelijke taal waarmee we in elkaars directe nabijheid, samen naast elkaar, zonder het te beseffen, communiceren. Daarnaast is deze woordeloze taal, de taal van gezichtsuitdrukking en kleine gebaren, veel eerlijker en echter dan de gesproken of geschreven taal, want het is moeilijker er leugens mee te verkopen, valsheid en bedrog te verbergen.

- Ik voegde er meteen aan toe dat, volgens mij, de titel Historiën niet strookte met  de aard van het boek. Indertijd betekende het Griekse woord historia veeleer "het onderzoek" of "de onderzoekingen", en deze formulering zou inderdaad beter bij de voornemens en ambities van de auteur passen. Hij zat immers niet tussen de archieven en schreef geen academisch oeuvre, zoals de wetenschappers het later eeuwenlang deden, maar hij wilde achterhalen hoe dagelijkse geschiedenis ontstond ...

- Daarbij ontdekt Herodotos, al vele eeuwen voor onze tijd, een belangrijk doch verraderlijk kenmerk van het geheugen: mensen onthouden dat wat ze willen onthouden en niet wat werkelijk gebeurd is.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 8 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: Lapidarium

Ryszard Kapuściński: Lapidarium: Observaties van een wereldreiziger 1980-2000 (Polen, 1980-2000): 196 blz: Vertaald door Gerard Rasch (2003): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein, nr 252
 

 
In "Lapidarium" staan losse aantekeningen die Ryszard Kapuściński tussen 1980 en 2000 heeft gemaakt. Het boek gaat over onder meer: de verschillen tussen rijke en arme landen, wat armoede inhoudt, over de kunst van het schrijven van een reportage, over de invloed van de massamedia. 
 
In het Pools en ook in de Engelse vertaling verschenen 6 delen van "Lapidarium". Gerard Rasch heeft een selectie van het materiaal gemaakt. Eerlijk gezegd ben ik blij dat hij niet alle 6 delen integraal heeft vertaald. Ik vind veel van de opmerkingen in het boek erg theoretisch, ze missen het concrete en het anekdotische dat het overige werk van Ryszard Kapuściński zo aantrekkelijk maakt om te lezen en ze zijn ook erg fragmentarisch. Van de 7 boeken van Ryszard Kapuściński die ik de afgelopen weken heb gelezen vind ik "Lapidarium" duidelijk het minste, maar ook uit dit mindere werk vallen nog genoeg mooie citaten te halen.
 
Citaten:
- Er bestaat geen gevaarlijker combinatie dan wapens, domheid en angst. Dan kun je het ergste verwachten.
 
- Consumptiepatronen verbreiden zich makkelijker dan arbeidspatronen. De voorbeelden van een rijk, verzadigd bestaan worden vandaag de dag door televisie, radio en pers tot in de verste uithoeken bekend. Maar op de tv-schermen en op foto's zien we in de eerste plaats de wereld van de consumptie, niet die van de productie, we zien de resultaten van goed werken, niet het werken zelf. Van daar is het slechts één stap naar de naïeve overtuiging dat je een hoog consumptieniveau kunt bereiken zonder doelmatig te werken en zonder goede organisatie.
 
- Een belangrijk ding voor een politicus: de kaart. Elke president heeft in zijn kamer een kaart hangen. Ik heb dat vele malen gezien. Die kaarten hebben één ding gemeen: ze zijn allemaal enorm groot, ze vullen de hele wand. Het is logisch dat als een president lang genoeg naar zo'n kaart kijkt, hij tenslotte begint te denken dat hij aan het hoofd van een groot rijk staat. Hij ziet hoe imposant zijn afmetingen zijn, hoe oneindig veel steden, dorpen, bergen en rivieren het heeft. En vanuit de positie van zo'n grote mogendheid spreekt hij anderen, de wereld toe. De mensen verbazen zich: waarom klinkt zijn stem zo luid, waar komt die eigendunk vandaan? Maar als ze een blik op de kaart in zijn kamer konden werpen, zouden ze het meteen begrijpen.

- Hoe hoger het doel dat je jezelf stelt, des te eenzamer je wordt.

- Ik wens je toe dat je je altijd blijft verbazen. Op  de dag waarop je ophoudt je te verbazen - houd je op te denken, en vooral: te voelen.
 
- Ik houd er niet van een taperecorder te gebruiken. Voor mij is noteren tegelijk tekenen, een esthetische ervaring, het geeft mij het gevoel dat ik iets maak: het notitieboek is tegelijkertijd een schetsboek, een beschreven bladzijde een tekening, schilderij.

- Kennis kun je overdragen, ervaringen niet. Elke ervaring bezit een bijkomende existentiële dimensie, waarvoor het woord te arm is, waartegenover het machteloos staat.

- Het is belangrijk dat je het vermogen tot beleven bewaart, dat er dingen zijn die je kunnen verbazen, kunnen schokken. Het is belangrijk dat je niet door die vreselijke ziekte getroffen wordt, de onverschilligheid.

- Ik word nog steeds gefascineerd door nieuwe ontdekkingen. Ik ben een nieuwsgierig mens. Telkens wanneer ik iets nieuws ontdek, probeer ik te begrijpen waaruit het bestaat en hoe het functioneert. Wanneer je getuige bent van een gebeurtenis, denk je: "Dat is enorm belangrijk!" En je noteert alle details. Drie maanden later wordt duidelijk dat de meeste dingen niet zo wezenlijk waren. Alleen de kwaliteit van de waarneming en nog meer de kwaliteit van de beschouwing blijven over. Een keuze is nodig, een beslissing wat werkelijk belangrijk is en wat niet. Het gaat erom zo weinig mogelijk te schrijven, zorgvuldig te kiezen, je moet uitsluiten, snijden, reduceren, weggooien, één op de honderd observaties bewaren. Voor dat proces heb ik geen recept, intuïtie en kennis zijn mijn enige criteria.

- Definities van het vaderland:
 Genet: "Mijn vaderland, dat zijn twee, drie kennissen."
 Camus: "Ja, ik heb een vaderland: de Franse taal."
 Een Toeareg: "Mijn vaderland is daar waar de regen is."

- ... onder extreme omstandigheden zullen de meeste mensen altijd proberen te doen wat normaal is.

- Een week in Londen ter gelegenheid van de uitgave van De voetbaloorlog door Granta-Penguin. Elke reis naar het Westen is nu, in de tijd van de revolutie van de vrijheid in Polen, voor mij een emmer koud water. Wat zijn we ver weg, lichtjaren verwijderd! Voor mij het belangrijkste, het opvallendste verschil: het Westen is vriendelijkheid, het Oosten afsnauwen, altijd wil men de ander met de rug op de grond krijgen, op de knieën.
 Enige uren in Oxford. De beleefdheid, wellevendheid als voornaamste bestanddeel van het klimaat van deze stad, van haar rustige, geconcentreerde bestaan.

- Alles bekijken (passief) - dat is de houding van de moderne mens. Vandaar dat het symbool van onze tijd het toerisme is. Dingen bekijken waarvan je in feite bijna niets weet. Het bekijken vervangt de kennis en het begrip, wordt zelfs hun synoniem. Cultuur is geen vorm van leven meer, ze is gereduceerd tot een gebied dat door de specialisten wordt beheerd, is het domein van professionals geworden, een reservaat.

- In de werkelijkheid waarin we leven en die we denken te kennen, groeit de hele tijd een toekomst die we niet kennen.

- ... in een reportage heb ik beschreven dat het onderwijs in de derde wereld verdwijnt, omdat de kinderen geen geld voor een balpen hebben die vijf cent kost. In Afrika kwam ik voortdurend kinderen tegen die mij niet om brood, water, chocolade of speelgoed smeekten, maar om een balpen, want ze gingen naar school en hadden niets om mee te schrijven.

- De waarde van het vermogen van de driehonderdachtenvijftig rijkste mensen ter wereld is op dit ogenblik gelijk aan de som van de jaarinkomens van de armste vijfenveertig procent van de bewoners van de wereld, dat wil zeggen twee miljard driehonderd miljoen mensen.

- Een balpen, een lamp, een hemd, een paar plastic sandalen voor vijftig cent - dat is alles wat die mensen zich kunnen veroorloven. Arme mensen in Afrika hebben praktisch gezien helemaal geen geld. Ze hebben een lapje grond, waar ze een beetje maïs verbouwen, een beetje maniok. Ze brengen het naar de markt en verkopen het voor vijftig cent. En voor die vijftig cent kunnen ze vervolgens een of ander onmisbaar dingetje kopen dat in China is gemaakt.

- De wereld na de Koude Oorlog is een wereld van diffuse gevaren. Er is geen angst meer voor de atoombom, maar wel angst voor iemand die ons in een donkere straat tegemoetkomt.

- Iemand van de Padvindersradio belde met het verzoek om een interview.
 "Gelooft u in vriendschap?"
 "Ja."
 "Hebt u vrienden?"
 "Ja, veel. Zonder hen zou ik niet kunnen leven, kan ik me het leven niet voorstellen."
 "Wat is het belangrijkste van vriendschap?"
 "Dat je aan vriendschap moet werken. Vriendschap kan vanzelf ontstaan, maar voor het behouden van een vriendschap is een inspanning van twee kanten nodig, cultivering, zorg, moeite. Je hoort iemand wel eens klagen: ik heb geen vrienden. Maar laat hij dan vertellen hoeveel moeite hij zich heeft gegeven om vriendschap op te wekken en vervolgens te onderhouden, koesteren, versterken."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 7 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: Ebbenhout

Ryszard Kapuściński: Ebbenhout (Polen, 1998): 306 blz: Vertaald door Gerard Rasch (2000): Uitgeverij de Arbeiderspers 
 

 
Ryszard Kapuściński was een Poolse journalist die gedurende lange tijd in de Derde Wereld verbleef. Hij heeft met name lang rondgereisd door Afrika waar "Ebbenhout" over gaat.
In zijn eigen woorden meed hij de officiële routes, paleizen, prominenten en de grote politiek en gaf er de voorkeur aan met vrachtwagens mee te rijden, met nomaden door de woestijn te trekken en te logeren bij de boeren in de tropische savanne. Hij overleefde een ontmoeting met een cobra, een aanval van malaria en materiaalpech in een vrachtwagen in de zinderende woestijn. Hij schrijft onder meer over de onafhankelijkheid van Ghana, de opkomst van Idi Amin, de burgeroorlog in Rwanda en de hongersnood in Soedan. De twee stukken over Idi Amin en dat over de burgeroorlog in Rwanda zijn allebei vrij kort en van zeer hoge kwaliteit.

Zoals op de achterflap van het boek staat schrijft Ryszard Kapuściński met het inzicht van een historicus, met de stijl van een dichter en met het overwicht van iemand die het zelf allemaal heeft meegemaakt. Er valt volop te citeren uit dit prachtige boek, hieronder een aantal citaten:

- Al op de trap van het vliegtuig wacht ons nog iets dat nieuw is: de geur van de tropen. Door die lucht realiseren we ons onmiddellijk dat we daar op aarde zijn, waar een overdadige, onvermoeibare biologie aan het werk is, die baart, gedijt en bloeit, en tegelijkertijd ziek is, vervalt, vergaat, verrot. Het is de lucht van verhitte lichamen en drogende vis, rottend vlees en gebakken cassave, verse bloemen en zure waterplanten, kortom alles wat zowel aangenaam als irritant is, wat aantrekt en afstoot, lokt en afkeer wekt.

- Een Afrikaan die in de bus stapt, vraagt dan ook nooit wanneer de bus vertrekt. Hij stapt in, gaat op een vrije plaats zitten en hij verzinkt in een toestand waarin hij een groot deel van leven doorbrengt: de toestand van doods wachten.

- Om hun ambtenaren aan te moedigen in de koloniën te gaan werken hadden Londen en Parijs voor de liefhebbers schitterende levensomstandigheden geschapen. Een bescheiden postambtenaartje uit Manchester kreeg na aankomst in Tanzania een villa met tuin en zwembad, auto's, personeel, vakanties in Europa enzovoort. De koloniale bureaucratie kon het er werkelijk van nemen. En nu kregen de bewoners van die koloniën van de ene op de andere dag hun onafhankelijkheid. Gisteren nog arm en vernederd, vandaag uitverkorenen, met een hoge positie en een volle beurs. Door deze koloniale genese van de Afrikaanse staat, waar de Europese ambtenaar boven zijn stand en buiten alle proporties werd betaald en waar het systeem zonder enige vernieuwing door de locals werd overgenomen, werd de strijd om de macht in Afrika direct ongewoon fel en meedogenloos.

- Als je oude kaarten van Afrika bekijkt, dan valt één ding je op: er staan tientallen, honderden namen van havens, steden en nederzettingen aangegeven langs de kustlijnen, terwijl de rest, dat hele onmetelijke gebied, dus negenennegentig procent van het oppervlak van het werelddeel, bijna overal smetteloos wit is, slechts hier en daar door een teken onderbroken.

- De Europeaanse havens waren alleen zuignappen op het organisme van Afrika, de plaatsen waar slaven, goud en ivoor werden uitgevoerd. Alles uitvoeren en wel zo goedkoop mogelijk. Veel van die bruggenhoofden van Europa deden dan ook denken aan de armste buurten van Liverpool of Lissabon. In Luanda, dat Portugees was, hadden de Portugezen in al die vierhonderd jaar nergens een pomp voor drinkwater neergezet of straatverlichting aangebracht.

- Veel mensen in mijn straatje hadden maar één ding. Iemand had een overhemd, iemand een kapmes, iemand, onbekend waarvandaan, een schop. Wie een overhemd heeft kan werk krijgen als nachtwacht (niemand wil een halfnaakte bewaker), wie een kapmes heeft, kan in dienst worden genomen om onkruid te wieden, de man met de schop kan greppels graven.

- Als de soldaten en politiemannen direct, voor we goed en wel zijn gestopt, zonder iets te vragen beginnen te schreeuwen en te slaan, dan betekent dat dat het land zich in de greep van de dictatuur bevindt of er een oorlog woedt; als ze daarentegen met een glimlach op ons toe lopen, ons een hand geven en beleefd zeggen: "U weet vast wel dat we erg weinig verdienen," dan betekent dat dat we door een stabiel en democratisch land rijden, waar vrije verkiezingen worden gehouden en de rechten van de mens worden geëerbiedigd.

- Als iemand naar de wapens grijpt, naar een machete of een automatisch geweer, dan in de eerste plaats om voedsel te roven, om zich vol te eten. Het is een oorlog om een handvol maïs, een kommetje rijst.

- ... de paradox van onze wereld: als we de kosten van transport, personeel, opslag en bewaren van levensmiddelen bij elkaar optellen, dan is de prijs van één maaltijd, gewoonlijk een handvol maïs, voor een vluchteling in een of ander kamp, bijvoorbeeld in Sudan, hoger dan de prijs van een souper in het duurste restaurant van Parijs.

- En nu was daar opeens de plastic kan. Een wonder! Revolutie! Ten eerste is hij betrekkelijk goedkoop (hoewel hij in vele huizen het enige voorwerp van waarde is); hij kost rond de twee dollar. Maar het belangrijkste is zijn geringe gewicht. En ook dat hij er in verschillende groottes is, zodat zelfs een klein kind al een paar liter kan dragen.

- Telkens wanneer er een dictator in Afrika valt, draait het hele onderzoek, al het slaan, martelen om één ding: het nummer van zijn privé-rekening. In de publieke opinie hier is het woord politicus synoniem met chef van een criminele bende die handelt in verdovende middelen en wapens en geld spaart op buitenlandse rekeningen.

- De Afrikaanse markt is één grote hoop van goedkope rommel. Een mijn van prullen en vodden. Bergen afval en kitsch. Er is hier niets van waarde, niets trekt de aandacht, niets wekt bewondering, niets waarvan je denkt: dat wil ik hebben.

       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 4 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: Imperium

Ryszard Kapuściński: Imperium: Ondergang van een wereldrijk (Polen, 1993): 309 blz: Vertaald door Gerard Rasch (1993): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Ryszard Kapuściński beschrijft in "Imperium" zijn reizen door de Sovjet-Unie. In 1958 een reis met de Transsiberië-expres, in 1967 een reis door de zuidelijke gebieden van de Sovjet-Unie en vooral meerdere langere reizen in 1989-1991 door de gehele Sovjet-Unie. Het is het verslag van zijn ontmoetingen met vele gewone mensen die veelal onder zeer moeilijke omstandigheden leven.
 
Na "De keizer" en "De Sjah aller Sjahs" opnieuw een zeer onderhoudend en inzichtgevend boek.
 
Citaten:
- Kijkend door het raam van de voortjagende trein denk ik: Siberië, dus zo ziet het eruit! De naam hoorde ik voor het eerst toen ik zeven was. De strenge moeders in onze straat waarschuwden: "Kinderen, zoet zijn, anders nemen ze jullie mee naar Sibír!" Ze zeiden het op zijn Russisch, Sibír, want dat klonk dreigend, maar apocalyptisch. De aardige moeders zeiden verontwaardigd: "Hoe durft u, de kinderen zo bang te maken!"
 
- Vele staten hebben koude gebieden, streken die het grootste deel van het jaar steenhard bevroren zijn, doods. Denk maar aan grote stukken van Canada. Of aan het Deense Groenland, het Amerikaanse Alaska. Toch komt niemand op het idee de kinderen zo bang te maken: "Was je handjes, anders ga je naar Canada!" Of: "Als je niet braaf met dat meisje speelt, word je naar Noord-Amerika gedeporteerd!" In die landen bestaat geen dictatuur, niemand slaat daar mensen in de boeien, houdt ze in kampen gevangen en zet ze aan het werk in een helse kou waar de dood hem wacht. Daar heeft de mens maar één tegenstander: de kou. Hier, in Siberië, heeft hij er drie: de kou, de honger en het geweld van de onderdrukkers.
 
- Ik weet niet eens hoe de Azerbeidzjaanse heet. Alle meisjesnamen beteken hier iets, de ouders hechten waarde aan de keuze van de naam. Goelnara betekent bloem, Nargis narcis, Babar lente, Ajdyn helder. Een meisje op wie iemand verliefd is krijgt de naam Sevil. Na de revolutie, vertelde Valeri me, kregen pasgeboren meisjes namen van de dingen van de nieuwe tijd die tot het platteland doordrongen. Er zijn dus meisjes die Tractor, Limonade of Chauffeur heten. Een vader, die blijkbaar op belastingvermindering rekende, gaf zijn dochter de naam Finotdel, wat de afkorting is van Finansovy Ordel (departement van financiën).

- Zo'n Toerkmeen, die zijn baard grijs heeft zien worden, weet alles. Zijn hoofd is vol wijsheid, zijn ogen hebben het levensboek gelezen. Toen hij zijn eerste kameel kreeg, leerde hij de smaak van de rijkdom kennen. Toen zijn kudde schapen doodging, leerde hij de ontberingen van de armoede kennen. Hij heeft opgedroogde bronnen gezien en weet dus wat wanhoop is, hij heeft bronnen met water gezien en weet dus wat vreugde is. Hij weet dat de zon leven brengt, maar weet eveneens dat de zon de dood brengt, wat geen enkele Europeaan zich realiseert.

- Alle dictatoren, ongeacht tijd en land, hebben één trek gemeen: ze weten alles, hebben overal verstand van. De gedachten van Juan Peron, Het denken van voorzitter Mao, de ideeën van Kaddafi en Ceaușescu, Idi Amin en Alfredo Stroessner, er komt geen einde aan al hun diepzinnigheden en wijze woorden. Stalin was deskundig op het gebied van de geschiedenis, economie, poëzie en taalwetenschap. Hij bleek ook verstand van architectuur te hebben. In 1934, dus tussen de ene monsterlijke zuivering en de andere, die nog erger was, beval hij een plan tot herschepping van Moskou te maken. Men schrijft eerbiedig dat hij er veel tijd en aandacht aan besteedde. Het nieuwe Moskou moest met zijn aanzien de kenmerken van de epoche demonstreren: triomf, macht, monumentaliteit, fysieke kracht, autoriteit, massiefheid, onoverwinnelijkheid.

- Stalin geeft het bevel het grootste sacrale bouwwerk in Moskou af te breken. Laten we onze verbeelding even de vrije teugel geven. Het is 1931. Laten we ons voorstellen dat Mussolini, die op dat ogenblik in Italië regeert, besluit om de Sint-Pieterskerk in Rome te slopen. Laten we ons voorstellen dat Paul Doumer, die op dat ogenblik president van Frankrijk is, het bevel geeft om de Notre Dame af te breken. Laten we ons voorstellen dat maarschalk Pilsudski het bevel geeft het klooster Jasna Góra in Częstochowa af te breken.
 Is zoiets voorstelbaar?
 Nee.

- De westerse en de Moskouse democraat vertegenwoordigen twee verschillende mentale systemen. De geest van de westerse democraat beweegt zich vrijelijk te midden van de problemen van de huidige wereld, hij vraagt zich af hoe hij goed en gelukkig kan leven, hoe hij ervoor kan zorgen dat de moderne techniek de mens steeds beter dient en hoe ieder van ons steeds meer materiële goederen en immateriële waarden kan voortbrengen. Dat zijn allemaal kwesties die zich buiten het gezichtsveld van de Moskouse democraat bevinden. Hem interesseert maar één ding: hoe bestrijd ik het communisme.

- Garni is een tempel die meer dan tweeduizend jaar geleden ter ere van de zonnegod Helios werd gebouwd. ... Ziehier wat de kolonisatie in de tijd van Garni betekende: er werden wegen aangelegd die nog altijd worden gebruikt, handelsposten opgericht, prachtige Ionische tempels gebouwd. En wat betekent het vandaag? Vandaag betekent het dat aan hongerige mensen die niets hebben en gek zijn van haat, kalasjnikovs worden uitgereikt!

- Niet iedereen weet dat het Turks (of de Turkse talen) de tweede taal van het Imperium is, na het Russisch. Ongeveer zestig miljoen mensen spreken hier Turks. Een Azeri kan zich niet alleen in Ankara verstaanbaar maken, maar ook in Tasjkent en in Jakoetsk. Overal wonen zijn Turkstalige broeders. In zekere zin was de Sovjetunie een  Slavisch-Turkse wereldmacht.

- De wijze zin uit Prediker: "als iemand kennis vermeerdert, vermeerdert hij smart."
 Die bittere gedachte verder ontwikkelend schreef Karl Popper ooit (ik citeer uit mijn hoofd) dat onwetendheid niet gewoon passief gebrek aan kennis, maar een actieve houding, men weigert kennis te ontvangen, wil haar niet bezitten, wijst haar af. Onwetendheid is kortom eerder anti-kennis. 

- Geen Louvre, geen slot aan de Loire kan zoveel aangename en onvergetelijke sensaties opwekken als het trieste en armoedige hotel Vorkoeta. Hier regeert de eeuwige wet van de betrekkelijkheid. In Parijs het Louvre binnengaan is niet het betreden van de hemel na de hel, maar in Vorkoeta van de straat in de hal van hotel Vorkoeta komen is dat wel. De hal redt ons het leven, want het is er warm, en in deze stad is warmte het kostbaarste goed.

- Op de wereld worden twee soorten kaarten van de aardbol gedrukt.
 De ene wordt verspreid door de National Geographic Society in Amerika. Op die kaart staat in het midden, op de centrale plaats, het Amerikaanse continent, omgeven door twee oceanen, de Atlantische en de Stille. De vroegere Sovjetunie is in tweeën geknipt en discreet aan beide randen van de kaart geplaatst, zodat ze de Amerikaanse kinderen niet bang kan maken met haar enorme omvang. Het Geografisch Instituut in Moskou maakt een heel andere kaart. Op deze kaart ligt in het midden, op de centrale plaats, de oude Sovjetunie, die zo groot is dat haar omvang ons verplettert, terwijl Amerika in tweeën is geknipt en discreet aan de beide randen van de kaart is geplaatst, zodat een Russisch kind niet bij zichzelf gaat denken: God, wat is dat Amerika toch groot!

In de Armeense enclave Nagorny Karabach:
- Daarna liet hij mij in een Moskvitsj stappen waaraan alles loszat en waarvan alleen de motor en, hoopte ik, de remmen het nog deden, en gingen we op weg door de stad. Meteen waande ik me in mijn derde wereld, alsof ik op straat was in Teheran, Calcutta of Lagos, waar niemand zich iets van de verkeersregels, stoplichten en borden aantrekt, terwijl heel dat krankzinnige, chaotische en losgebroken verkeer toch een of andere inwendige logica en zin bezit die voor het oog van de Europeaan verborgen blijven en waardoor de mensen weliswaar rijden zoals het hun belieft, op een willekeurig gekozen manier, overdwars, achteruit, zigzaggend of in het rond, maar toch, in elk geval de meesten, vraag me alleen niet hoe, hun doel bereiken.

- Ik noem deze ergernissen en nachtmerries van het dagelijks bestaan, omdat het in de stroom van informatie over de gebeurtenissen in de vroegere Sovjetunie die de wereld binnenstromen, volledig ontbreekt aan beelden uit het leven van gewone mensen, die miljoenen en miljoenen rondgesolde, kapotgemaakte en arme bewoners die op zoek zijn naar eten, kleren en vaak gewoon naar een dak boven hun hoofd. Er zijn nog maar weinig dingen waaraan ze plezier beleven, waarvoor ze warm kunnen lopen.

- Maar er zijn duizenden, misschien wel miljoenen die geen illusies hebben. Zij belegeren dag en nacht massaal de consulaten van andere staten (in Moskou zag ik zelfs een groep mensen voor de ambassade van de republiek Kongo. Naar Kongo? Voor mijn part ... Als het maar zo ver mogelijk is van dit ... en dan volgt er een zeer onnet, onpatriottisch woord.) Sovjetburgers herinneren zich nu dat ze helemaal geen burgers van de Sovjetunie zijn, maar gewoon Grieken, Duitsers, joden, Hindoes, Spanjaarden, Engelsen, Fransen enzovoort en dat ze, de gewoonste zaak van de wereld, terug willen naar hun land, naar hun symbolische huis, naar de geboortegrond van hun voorvaderen. Willen ze vertrekken en alles wat ze bereikt hebben opgeven? Wat we bereikt hebben? antwoorden ze verbluft. In dit land heeft niemand ooit iets bereikt! Nou ja, misschien een paar jaar verbanning, misschien een donker hoekje in een communale woning, misschien een pensioentje van drie dollar per maand.
 
- Het derde proces zal de ontwikkeling zelf zijn. Deze ontwikkeling wil ik omschrijven met de plompe term "enclave-ontwikkeling". Wanneer we in een hoogontwikkeld land als Nederland of Zwitserland zijn, dan valt het op dat de gehele materiële werkelijkheid om ons heen hoog ontwikkeld is: de huizen zijn keurig geschilderd, de ramen zijn overal heel, het asfalt op de wegen is gelijk, de rijstroken staan aangegeven, de winkels zijn overal goed voorzien, in de restaurants is het warm en proper, de lantaarns op straat schijnen, het gras op de gazons is netjes gemaaid. In een land met een enclave-ontwikkeling ziet het landschap er anders uit. Daar staat een luxueus bankgebouw tussen verveloze huizen, een deftig hotel wordt omringd door vuile straten met krotten, van het helder verlichte vliegveld rijd je het donker in van een sombere, ongezellige stad, naast een fonkelende etalage van een winkel van Dior staan de vuile, lege en uitgedoofde etalages van inheemse winkels, naast grote sleeën rijden oude, stinkende, overvolle stadsbussen. Het grotendeels buitenlandse kapitaal heeft zijn geurende en  schitterende vluchthavens gebouwd, die volmaakte enclaves, maar de rest van het land kan noch denkt het te ontwikkelen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 1 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: De Keizer

Ryszard Kapuściński: De Keizer: Macht en ondergang van Ras Tafari Haile Selassie I (Polen, 1978): 256 blz: Vertaald door Pszisko Jacobs (1984): Uitgeverij In de knipscheer
 

 
Ryszard Kapuściński sprak voor zijn boek "De Keizer" met talloze mensen die aan het hof, van de Keizer Haile Selassie van Ethiopië, verbonden waren of die de Keizer regelmatig spraken. Zo schetst hij een onthutsend beeld van hoe de Keizer, die niet kon lezen en schrijven, zijn land op een middeleeuwse manier regeerde. De Keizer zorgde ervoor dat alles en iedereen van hem, en van hem alléén, afhankelijk was en wist zo 53 jaar lang aan de macht te blijven, totdat de situatie in het land zo uit de hand liep dat er een revolutie uitbrak.
 
Citaten:
- Avonden lang heb ik geluisterd naar mensen die bekend waren geweest met het hof van de Keizer. Eens hadden zij behoord tot de paleisbevolking of hadden zij daar het recht van toegang. Slechts weinigen zijn overgebleven.

- Ik heb hen bezocht wanneer het donker was. Ik moest van auto's verwisselen en ook van vermomming. De Ethiopiërs zijn erg achterdochtig en ze wensten geen geloof te hechten aan de oprechtheid van mijn bedoelingen. Het was namelijk mijn opzet de wereld te hervinden die was weggevaagd door de machinegeweren van de vierde divisie.

- ... Hier zou ik graag één ding duidelijk willen maken. Zijne Hoogvereerde Majesteit had niet de gewoonte om te lezen. Voor hem bestond het geschreven of gedrukte woord niet. Alles moest hem mondeling overgebracht worden. 

- Het was toch een bekend feit dat zijne Majesteit dank zij de omstandigheid dat hij niet de vaardigheid van het lezen en schrijven had verworven over een fenomenaal visueel geheugen beschikte.

- Daar op mijn kamer vertelde ik Teferra dat ik graag het volk van de Keizer wilde ontmoeten. Teferra toonde zich verbaasd, maar ging ermee akkoord dat voor mij te regelen. Onze obscure uitstapjes begonnen. Wij waren als een paar verzamelaars die erop uit waren beelden die tot vernietiging waren veroordeeld, bijeen te brengen. Van die beelden zou dan een tentoonstelling over de vroegere kunst van het regeren worden samengesteld.

- Vergeet niet, mijnheer de journalist, dat de Keizer niet alleen zelf besliste over iedere benoeming, maar dat hij ook vóór die tijd persoonlijk met iedereen in contact kwam. Hij en hij alleen! Hij bepaalde de bezetting van de toppen der hiërarchie, maar ook van de middelbare en lage niveaus. Hij benoemde de postdirecteuren, de schoolhoofden, de hoofdagenten van politie, alle doodgewone ambtenaren, de rentmeesters van de landgoederen, de directeuren van de brouwerijen, ziekenhuizen, hotels. En zoals ik al zei: hij benoemde iedereen persoonlijk. ... Zelfs de onbelangrijkste benoeming behoefde het fiat van de Keizer. Dit deed hij om te doen uitkomen dat de bron van de macht niet de staat noch een andere instelling was, maar alleen en uitsluitend Zijne Eerbiedwaardige Majesteit.

- Omdat de graad van macht in het paleis niet door hiërarchie van de functies werd bepaald maar door het aantal keren dat men toegang had tot Zijne Verheven Majesteit. Zo lag de situatie binnen het paleis nu eenmaal. Men oordeelde: het belangrijkst is hij die het meest over het oor van de Keizer mag beschikken. Het meest en het langst.

- ... Regeren betekent afspraken nakomen, afspraken die berusten op gevestigde regels. Stel je eens voor, beste vriend, dat Zijne Uitzonderlijke Majesteit de gewoonte had opeens te verschijnen. Stel je voor dat de monarch naar het noorden vliegt, waar alles in gereedheid is gebracht, het protocol opgepoetst, het ceremonieel gerepeteerd, de provincie glanst als een spiegel, en opeens, in dat vliegtuig, wenkt Zijne Majesteit naar de piloot en zegt hem: "Beste jongen, keer de machine, wij vliegen naar het zuiden." En in het zuiden is niets! Daar is niets in gereedheid gebracht! Het zuiden lummelt maar wat, alles ligt overhoop, iedereen loopt in vodden, het ziet er zwart van de vliegen. De gouverneur is naar de hoofdstad, de notabelen slapen, de politie is naar het platteland getrokken om daar de bewoners te plukken. Hoe onaangenaam zou Zijne Goedhartige Majesteit zijn getroffen!

- Tegenwoordig verwijten de opstandelingen tegen het keizerlijk gezag hem, Zijne Allereerbiedwaardigste Majesteit, dat hij in elke provincie tenminste één paleis had dat altijd gereedstond om de monarch te ontvangen. Het is waar dat hierin soms iets overdrevens stak, want - het moet hier gezegd - het prachtige midden in de Ogadenwoestijn gebouwde paleis werd jarenlang aangehouden. En al die tijd waren er bedienden en had men er voorraden voedsel, terwijl Onze Onvermoeibare Meester daar maar één keer heeft vertoefd, één dag. 

- Ik herinner mij niet één keer dat Zijne Allergenadigste Majesteit iemands benoeming introk en hem met het hoofd tegen de keien drukte omdat-ie corrupt was. Hij dacht altijd: laat hem toch corrupt zijn, zolang hij zich maar loyaal toont!

- Er bestaat een omgekeerde evenredige verhouding tussen de dikte van de dossiers en die van de mensen waarover ze gaan. Hij die strijdt tegen het paleis wordt dunner, vermagert en verkommert, maar hij heeft altijd het dikste dossier. Hij die zich loyaal opstelt aan de zijde van Zijne Majesteit wordt gemakkelijk vet, doordat hij bevoordeeld wordt. En zijn dossier is zo plat als een leeggelopen blaas.

- Zijne Onvermoeibare Majesteit ging op pad om hier een nieuwe brug te openen, daar een gebouw, weer ergens anders een vliegveld. Hij schonk al die objecten zijn naam: de Haile Selassie-brug in Ogaden, het Haile Selassie-hospitaal in Harara, de Haile Selassie-hal in de hoofdstad. Alles wat er gebouwd werd, kreeg de naam van de Keizer. Ook plaatste hij eerste stenen, bezocht hij werken in uitvoering, knipte linten door, nam deel aan het feestelijk starten van een tractor. En, zoals ik al zei, overal sprak hij.

- In ons keizerrijk, waar zo'n dertig miljoen boeren leefden en nauwelijks honderdduizend soldaten en politieagenten, kreeg de landbouw één procent van het staatsbudget toegewezen, en het leger en de politie samen veertig procent.

- Zijne Verheven Majesteit was gek op zijn leger. Hij nam graag parades af en hield ervan zijn uniform van keizerlijk maarschalk aan te trekken, een uniform dat verfraaid werd door rijen kleurrijke ordetekens en medailles.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 31 juli 2024

Ryszard Kapuściński: De voetbaloorlog

Ryszard Kapuściński: De voetbaloorlog (Polen, 1988): 253 blz: Vertaald door Gerard Rasch (1991): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
"De voetbaloorlog" bevat een keuze uit de artikelen die Ryszard Kapuściński tussen 1960 en 1981 heeft geschreven. Personen en onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer: Kwami Nkrumah en Ghana, Lumumba en Kongo, Zuid-Afrika en de apartheid, Ben Bella en Algerije, de voetbaloorlog tussen El Salvador en Honduras, Nigeria, Cyprus en Ethiopië, dit samen met een concept voor een nooit geschreven boek.
 
Citaten:
- Ik woon op een vlot, in een zijstraatje van de handelsbuurt van Accra. Het vlot is op palen getild, één verdieping hoog, en heet Hotel Metropol. In de regentijd tasten rotting en schimmel deze architectonische rariteit aan, in de droogteperiode wordt hij kurkdroog en begint te kraken. Maar het vlot houdt! In het midden zijn acht hokjes gebouwd die door tussenschotten van elkaar worden gescheiden. Dat zijn onze kamers. Om de overblijvende ruimte heen loopt een balustrade met houtsnijwerk, die de veranda wordt genoemd. Daar staat één grote tafel, waaraan we eten, en een paar kleine, waar we whisky en bier drinken.
 
- De tropennacht is de onafscheidelijke bondgenoot van alle whisky-, likeur-, cognac- en jeneverstokers en bierbrouwers ter wereld en tegen hen die de stokers en brouwers hun geld niet gunnen, hanteert de nacht zijn beste wapen: slapeloosheid. Slapeloosheid is altijd een kwelling, maar in de tropen is het moordend. Gedurende de dag beult de zon je af, je raakt uitgeteerd door een nooit te lessen dorst, geradbraakt en verzwakt moet je slapen.
 Je moet. Maar je kunt niet!
 Het is benauwd. De lucht in je kamer is vochtig en kleverig, het is trouwens geen lucht, het zijn natte watten. Ademhalen staat hier gelijk aan het doorslikken van een in warm water gedrenkt watje. Het is ondraaglijk. Het maakt je misselijk, lamlendig, onrustig. De muskieten steken, de apen krijsen. Je lichaam plakt van het zweet, is te vies om aan te raken. De tijd staat stil, de slaap komt niet. Om zes uur 's morgens, het hele jaar door onveranderlijk om zes uur ' s morgens, gaat de zon op. Aan de dode zwoelheid van dit badhuis voegt hij nog de hitte van zijn stralen toe. Je moet opstaan. Maar je bent te zwak. Napoleon strikt 's morgens nooit zijn veters, want - zegt hij - een inspanning als het bukken naar een schoen is hem te veel. Zo'n nacht brengt een mens psychisch in een vreselijke toestand. Hij voelt zich als een afgetrapte schoen. Uitgeblust, tandeloos, als een zak. Onbepaalde verlangens, onuitsprekelijke nostalgie, donker pessimisme putten hem uit. Hij wacht, was de dag, was de nacht maar voorbij, was het verdomme allemaal eindelijk eens voorbij!

- In Aba huurden we ook een auto met een plaatselijke chauffeur. Die auto was een enorme, oude, volledig afgereden Ford. Maar enorme, oude, volledig afgereden Fords hebben de eigenschap dat ze je nooit in de steek laten, en je kunt er het hele Afrikaanse continent mee doorkruisen en nog wat meer.

- Ze smeten al onze bagage op de grond, de treurige inhoud van onze koffers, want wat sleept een verslaggever mee op zijn reizen over de wereld? Een paar vuile overhemden en een paar kranteknipsels, een tandenborstel en een typemachine.

- ... We begonnen ze te roepen en naar ze te zwaaien. We konden dit doen omdat de fatsoenlijke para met de nijlpaardtanden de nachtwacht had, onze man, die gewoon wilde verdienen en leven, die dus een mens was (toen heb ik ervaren dat diegenen die je met een paar centen kunt vermurwen vaak menselijker zijn dan onomkoopbare formalisten) ...

- Wie Afrika wil begrijpen, moet Shakespeare lezen. In de politieke drama's van Shakespeare komen alle helden om het leven, de tronen druipen van bloed - en het volk beziet deze grote voorstelling van de dood in ontzetting en stilzwijgen.

- De militaire staatsgreep als methode om regeringen af te zetten is in Afrika in zwang geraakt en een onafscheidelijk bestanddeel van het politieke leven geworden.

- Een volk dat met een onbehouwen, meedogenloze en tegelijk incompetente regering te maken heeft, die tegelijkertijd doof is voor klachten uit de samenleving en niet tot hervormingen in staat, een regering die een systeem heeft geschapen dat elke legale vervanging van de regerende ploeg bij voorbaat compleet onmogelijk maakt, moet wel zijn toevlucht nemen tot de enige manier om zich van zijn eigengereide machthebbers te ontdoen: de staatsgreep.

- En iemand kan ook geen correspondent zijn, als hij bang is voor de tseetseevlieg, de zwarte cobra, de olifant, de kannibalen, het drinken van water uit rivieren en beekjes, het eten van taart van gebakken miertjes, als hij beeft bij de gedachte aan het slijmdiertje en geslachtsziekten, bij de gedachte dat hij beroofd en geslagen zal worden, als hij geld opzijlegt om thuis een huisje te bouwen, als hij niet in een Afrikaanse lemen hut kan slapen en als hij de mensen over wie hij schrijft veracht.

- In heel Latijns Amerika vervullen stadions een dubbele rol: in rustige tijden worden er wedstrijden gespeeld, bij crises veranderen ze in concentratiekampen.

- We begonnen door het bos te kruipen.
 Het schieten bedaarde voor een ogenblik en de soldaat hield stil, hij was moe. Met hijgende stem zei hij dat ik moest wachten en dat hij terug zou gaan naar de plaats waar zijn compagnie had gevochten. De levenden waren zeker opgerukt, zei hij, want ze hadden het bevel de vijand tot de grens te achtervolgen; op het slagveld waren de gevallenen achtergebleven en zij hadden immers geen schoenen meer nodig. Hij zou gaan kijken, een paar van de doden van hun schoenen ontdoen, hij zou ze in de struiken verstoppen en de plaats markeren. Zodra de oorlog afgelopen was en hij naar huis mocht, zou hij hier terugkomen om zijn familie van schoenen te voorzien. Hij had al uitgerekend dat je één paar soldatenschoenen voor drie paar kinderschoenen kon gebruiken en hij had negen stuks klein grut thuis rondkruipen.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 30 juli 2024

Ryszard Kapuściński: De Sjah aller Sjahs

Ryszard Kapuściński: De Sjah aller Sjahs (Polen, 1982): 210 blz: Vertaald door Pszisko Jacobs (1986): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Open Domein
 

 
Toen in 1979 de Iraanse revolutie uitbrak was de gehele westerse wereld geschokt. De sjah van Iran werd beschouwd als een verlicht despoot die bevriend was met alle westerse regeringsleiders en die alom gezien werd als iemand die de moderne wereld naar Iran had gebracht. Kortom, hij was populair.
 
In Iran zelf was de sjah echter verre van populair, hij werd door vrijwel de gehele bevolking enorm gehaat. Met behulp van een enorm leger en de beruchte Savak, de geheime dienst, hield hij de bevolking onder de duim. Het geld dat Iran met miljarden dollars tegelijk binnenstroomde werd vooral gebruikt voor het leger en veel onzinnige luxe projecten. Het gewone volk had er niets aan, er werden geen waterputten aangelegd voor de armen.
 
Het is de kracht van "De Sjah aller Sjahs" dat Ryszard Kapuściński laat zien hoe het westen geheel onwetend van het werkelijke gezicht van het bewind van de sjah was, hoe dat bewind er werkelijk uitzag en hoe het ten val kwam. Een erg sterk staaltje politieke analyse.
 
Citaten:
- De sjah was dol op het lezen van de over hem geschreven boeken en op het bekijken van de albums te zijner ere. Hij was ook dol op het onthullen van zijn monumenten en portretten.

Een man vertelt:
- "... Het enige speeltuig dat ik in mijn kindertijd bezat, bestond uit stenen. Ik trok een steen voort aan een touwtje, ik was het paard en de steen was de gouden koets van de sjah."

- We leverden kritiek op de sjah, zeiden dat het slecht ging, eisten veranderingen en hervormingen, een grotere democratie en gerechtigheid. Niemand kreeg het in zijn hoofd zich te gedragen als Khomeini, dat wil zeggen al dat geschrijf te verwerpen, al die petities, resoluties en eisen. Verwerpen, om dan voor de mensen te gaan staan en te roepen: "De sjah moet weg!"
 Dat was eigenlijk alles wat Khomeini te zeggen had en wat hij vijftien jaar achtereen heeft herhaald. Het was de simpelste zaak van de wereld die iedereen kon onthouden, maar het duurde vijftien jaar voor iedereen het ook begréép.

December 1973:
- In nog geen twee maanden is de prijs van de olie verviervoudigd en Iran, dat tot dan toe wegens de export van deze grondstof vijf miljard dollar per jaar incasseerde, zal nu twintig miljard gaan ontvangen. Wij moeten hier nog aan toevoegen dat de enige die over die reusachtige massa geld gaat beschikken de sjah zelf zal zijn. In dit land met zijn absolute koningschap kan hij met dat geld doen wat hij wil. Hij kan het in zee gooien, uitgeven aan ijsjes of opbergen in een gouden kluis.

- Heel begrijpelijk dus dat de sjah deed zoals hij deed, dat wil zeggen dat hij het hoofd verloor. In plaats van zijn familie en zijn getrouwe generaals en zijn betrouwbare adviseurs bijeen te roepen, ten einde gezamenlijk te overwegen hoe een dergelijk fortuin op een verstandige manier te besteden, maakte de sjah - aan wie naar zijn zeggen opeens een stralend visioen was verschenen - aan iedereen bekend dat hij Iran binnen één generatie tot de vijfde wereldmacht zou maken. En Iran is op dat ogenblik een achterlijk, ongeorganiseerd land, waarvan de bevolking voor de helft analfabeet is en op blote voeten rondloopt.

- Vooreerst verrichtte de sjah miljardenaankopen in de wereld en overal vandaan kwamen schepen vol goederen richting Iran gevaren. Maar toen ze de Perzische Golf bereikt hadden, bleek dat Iran geen havens bezat, iets waar de sjah geen weet van had. ... Langzamerhand werden zo goed en zo kwaad als dat ging de schepen gelost. Maar toen bleek dat Iran geen magazijnen bezat, iets waar de sjah geen weet van had. ... De rest van de aangevoerde waren moesten nu dieper het land in gebracht worden. Maar toen bleek dat Iran geen transportmiddelen bezat, iets waar de sjah geen weet van had. ... Dus liet men vanuit Europa tweeduizend vrachtauto's komen. Maar toen bleek dat Iran niet over chauffeurs beschikte, iets waar de sjah geen weet van had. ... Maar in de loop van de tijd werden met behulp van buitenlandse transportfirma's de overal in de wereld aangeschafte fabrieken en machines naar de plaatsen van bestemming gebracht. En toen brak dus het moment aan om alles in elkaar te gaan zetten. Maar toen bleek dat Iran geen ingenieurs en technici bezat, iets waar de sjah geen weet van had.

- Meer dan honderdduizend jonge mensen studeerden in Europa en Amerika. ... De meesten van die jonge mensen keerden nooit meer terug. Vandaag de dag zijn er in San Fransisco en in Hamburg meer Iraanse artsen dan in Tebriz en Mesjhed. Ze kwamen niet terug, ondanks de hoge salarissen die de sjah hun aanbood: ze vreesden de Savak en wilden niet langer iemands schoenen kussen.

- En vanuit Teheran vloeide een stroom van de meest fantastische bestellingen over de wereld. Hoeveel tanks heeft Groot Brittannië? Anderhalf duizend. "Goed," zegt de sjah dan, "ik bestel er tweeduizend." Hoeveel stuks geschut heeft de Bundeswehr? Duizend. "Goed, dan bestellen wij er anderhalf duizend." Maar waarom toch altijd meer dan het Britse leger en de Bundeswehr? "Omdat wij naar omvang het derde leger ter wereld moeten hebben. Het is helaas zo dat wij niet het eerste of het tweede kunnen bezitten, maar het derde, ja, het derde leger kunnen en moeten wij hebben."

- Binnen afzienbare tijd zou Iran, ook al waren er problemen bij de bouw van de fabrieken - met de levering van de tanks gaat alles prima - worden tot één groot tentoonstellingsterrein van alle typen wapens en oorlogstuig. Tentoonstellingsterrein, dat is het juiste woord, want er zijn in dat land geen magazijnen, opslagplaatsen en hangars om alles in op te bergen en te beveiligen. Het is werkelijk een ongewoon schouwspel. Wanneer men vandaag de dag van Sjiraz naar Isfahan rijdt, staan daar op een bepaalde plek langs de weg, aan de rechterkant, zomaar in de woestijn, honderden helikopters. De ongebruikte machines raken langzamerhand onder het zand. Niemand bewaakt het terrein, maar dat is ook niet nodig, want er is niemand die de helikopters in beweging zou kunnen brengen. Een heel veld met neergesmeten kanonnen bevindt zich nabij Qom, een heel veld met in de steek gelaten tanks kan men zien in de buurt van Ahvaz.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 21 juli 2024

Ryszard Kapuściński: Nog een dag

Ryszard Kapuściński: Nog een dag (Polen, 1976): 190 blz: Vertaald door Gerard Rasch (1988): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Ryszard Kapuściński (1932-2007) was een Poolse journalist die ruim dertig jaar in Afrika, Azië en Latijs-Amerika heeft doorgebracht om van daaruit de ontwikkelingen in die landen te beschrijven. Hij heeft zijn ervaringen beschreven in een groot aantal boeken, waarvan de belangrijkste in het Nederlands zijn vertaald. Ik wil de komende tijd zijn boeken (her)lezen die in het Nederlands zijn vertaald.

In "Nog een dag" beschrijft Kapuściński het leven in Angola vlak voor de onafhankelijkheid van Portugal. Hij verblijft vooral in Luanda, de hoofdstad van het land. Bijna iedereen wil weg uit het land, per schip naar Lissabon, Rio de Janeiro of Kaapstad. Kapuściński beschrijft prachtig hoe in de lege stad van steen een stad van houten kisten wordt opgebouwd waarin de spullen van de stenen stad verdwijnen om meegenomen te worden na de uitreis. 
 
Ik had "Nog een dag" nog niet gelezen. Angola is een land dat weinig mensen wat zal zeggen, maar "Nog een dag" is zonder meer een boeiend boek.
 
Citaten:
- Niemand weet wanneer hij hier weg zal komen en waarheen hij zal vliegen. Er heerst een kosmische chaos. Portugezen organiseren is moeilijk omdat het uitgesproken individualisten zijn, door hun karakter niet in staat opeengedrongen en saamhorig te leven. Zwangere vrouwen hebben voorrang. Waarom zij? Ben ik soms slechter omdat ik een half jaar geleden ben  bevallen? Goed, zwangere vrouwen en vrouwen met baby's krijgen voorrang. Waarom zij? Ben ik soms slechter nu mijn zoon drie is geworden? Goed, vrouwen met kinderen krijgen voorrang. O ja? Moet ik dan hier omkomen omdat ik een man ben? En dus klauteren de sterkste mannen het vliegtuig in, maar de vrouwen met de kinderen zijn op het beton gaan liggen, voor de wielen, zodat de piloot niet kan taxiën. De soldaten komen eraan, gooien de mannen eruit, bevelen de vrouwen in te stappen, en de vrouwen gaan triomfantelijk over de trap naar boven, als een detachement overwinnaars dat een pas veroverde stad binnenrukt.
 
- Een onervaren soldaat denkt dan dat veel lawaai maken het allerbelangrijkste is. Hij schiet als een bezetene, in den blinde, want het gaat alleen om het kabaal, hij wil de vijand duidelijk maken dat er een hele sterke legermacht aanrukt. Dit is een vorm van waarschuwen, een manier om in de tegenstander een angst op te roepen die groter is dan onze eigen angst.

- Aan de andere kant, als ik alles nog beter had overwogen, had ik er waarschijnlijk toch heen gewild, want ik vind dat ik niet over mensen moet schrijven als ik niets iets, hoe weinig ook, heb meegemaakt van hetgeen zij dagelijks meemaken.

- Op een gegeven moment vroeg Diogenes, die ononderbroken naar de muur van de rimboe aan zijn kant tuurde: "Ik weet niet, camarada, of je wel weet waar we heen gaan?"
 Ik antwoordde dat ik het niet wist.
 "En ik weet ook niet, camarada," ging Diogenes verder zonder me aan te kijken, "of je wel weet wat het wil zeggen over de weg te rijden waarover we nu rijden?"
 Weer antwoordde ik dat ik het niet wist.
 Diogenes zweeg even want we reden een heuvel op en de motor loeide oorverdovend. Toen zei hij: "Camerada, dit is de weg naar Zuid-Afrika. Vierhonderdvijftig kilometer hiervandaan is de grens. Veertig kilometer voor de grens ligt Pereira d'Eça. Daar is ons detachement gelegerd en daar gaan we naartoe. De steden, Lubango en Pereira d'Eça, zijn in onze handen. Maar het land is in handen van de vijand. De vijand zit in de rimboe waardoor we rijden en de weg is van hem. De afgelopen maand heeft niet één konvooi ons detachement in Pereira d'Eça bereikt. Alle auto's zijn in hinderlagen gelopen en verloren gegaan. En nu proberen wij er te komen. We hebben vierhonderd kilometer voor ons en op elke meter kunnen we in de val lopen. Weetje het nu, camarada?"
 
- Ik sloot me op in mijn kamer en begon te telefoneren. De telefoon werkte. Het begrip van de totaliteit bestaat in theorie, maar niet in het leven. Zelfs in de meest hermetische muur is nog een spleet (of we hopen dat er een is en dat betekent iets). Zelfs wanneer het ons toeschijnt dat er niets meer werkt, werkt er nog iets wat ons een minimaal bestaan mogelijk maakt. Ook al worden we omringd door een oceaan van kwaad, dan nog zullen er groene en vruchtbare eilandjes uit opsteken. Ze zijn te zien, aan de horizon. Zelfs als je je in de slechts denkbare situatie bevindt, is deze nog in ondeelbare elementen te ontleden, en er zullen er altijd zijn die je kunt vastgrijpen zoals je je aan een struik kunt vastgrijpen die aan de oever groeit, om je tegen de maalstroom te verzetten die je naar de bodem wil sleuren. Die spleet, dat eiland, die tak houden ons aan de oppervlakte.

- De wereld kijkt toe bij dit grote schouwspel op leven en dood, dat je je trouwens moeilijk kunt voorstellen, want het beeld van een oorlog kun je niet overbrengen. Noch met de pen, noch met de stem, noch met de camera. De oorlog is alleen werkelijk voor hen die vastzitten in zijn bloederige, weerzinwekkende en vuile ingewanden. Voor anderen is het een bladzijde in een boek, een beeld op het scherm, niets meer.

- Maar tegelijk had ik begrip voor de situatie van mijn collega's. Een redactie stuurt haar correspondent naar het land dat op dit ogenblik de hele wereld fascineert. Zo'n reis kost veel geld. De krant wacht op een groots verhaal, op een voltreffer van wereldformaat, op een sensationele story geschreven terwijl de kogels in het rond vliegen. Onze special correspondent komt per vliegtuig aan in Luanda. Hij wordt naar het hotel gebracht, krijgt een kamer, scheert zich en trekt een schoon overhemd aan. Nu is hij klaar en hij werpt zich meteen in de strijd. 
 Na een paar uur stelt hij vast dat hij met zijn hoofd tegen een muur aan het beuken is.
 Hij kan niets doen.

- De Britse huurlingen die van het noordfront zijn gevlucht zitten al weer in Londen en vertellen wat ze in Luanda hebben gedaan. "Sommige mensen denken," vertelt een van hen aan een verslaggever van de BBC, "dat de oorlog een leuk, licht schaafwondje aan je voet is. Dat is niet waar. Oorlog, dat betekent verbrijzelde schedels, afgerukte benen, kerels die rondkruipen terwijl hun darmen uit hun lichaam komen, kerels die druipen van napalm maar nog leven ..."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 5 april 2019

42: The pianist

The pianist (Polen, 2002): 143 minuten: Regisseur: Roman Polanski

The Pianist PosterEigenlijk ben ik behoorlijk moe van boeken en films die de Holocaust als onderwerp hebben. Volgens mij heeft iedereen die de verpletterende documentaire "Shoah" heeft gezien, die Claude Lanzmann met overlevenden van de Holocaust heeft gemaakt, wel zo'n beetje door wat er met de joden in Europa is gebeurd. Ondanks alle pogingen tot verklaring van deze enorme misdaad zal het altijd een raadsel blijven, waarom het heeft plaatsgevonden en waarom juist in een ontwikkeld land als Duitsland.

Wladek Szpilmann is een pianist die speelt voor een uitzending van de radio op het moment dat Warschau gebombardeerd wordt. De uitzending moet onderbroken worden. Daarna volgt de film de gebeurtenissen in het gezin waar Wladek is opgegroeid. De maatregelen tegen de joden worden steeds verschrikkelijker, eerst moeten ze met zo'n 600.000 mensen opeengepakt wonen in een getto. Later worden er steeds meer joden vermoord, totdat er op een gegeven moment sprake is van het systematisch uitroeien van alle overgebleven joden. Alleen dankzij veel geluk en een klein wonder weet Wladek de oorlog te overleven.

"The pianist" is zonder meer een zeer indrukwekkende film. Vergeleken met die andere film "Schindler's list" van Steven Spielberg vind ik de details iets geloofwaardiger overkomen en ziet de stad er wat minder opgepoetst uit. Toch zal ik iedereen die meer wilt weten over de Holocaust "Shoah" van Claude Lanzmann aanraden en niet deze film of die van Spielberg.

Op IMDB krijgt "The pianist" van ruim 600.000 mensen een waardering van 8,5 en staat daarmee op plaats 38 van de hoogst gewaardeerde films!

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 17 augustus 2017

Ryszard Kapuscinski: Ebbenhout

Ryszard Kapuscinski: Ebbenhout (Polen, 1998): 306 blz: Vertaald door Gerard Rasch (2000): Uitgeverij de Arbeiderspers

EbbenhoutKapuscinski was een Poolse journalist die gedurende lange tijd in de Derde Wereldlanden verbleef. Hij heeft met name lang rondgereisd door Afrika waar "Ebbenhout" over gaat.

In zijn eigen woorden meed hij de officiële routes, paleizen, prominenten en de grote politiek en gaf er de voorkeur aan met vrachtwagens mee te rijden, met nomaden door de woestijn te trekken en te logeren bij de boeren in de tropische savanne. Hij overleefde een ontmoeting met een cobra, een aanval van malaria en materiaalpech in een vrachtwagen in de zinderende woestijn. Hij schrijft over de onafhankelijkheid van Ghana, de opkomst van Idi Amin, de burgeroorlog in Rwanda en de hongersnood in Soedan.

Zoals op de achterflap van het boek staat schrijft hij met het inzicht van een historicus, met de stijl van een dichter en met het overwicht van iemand die het zelf allemaal heeft meegemaakt. Er valt volop te citeren uit dit prachtige boek, hieronder een aantal citaten:

- Al op de trap van het vliegtuig wacht ons nog iets dat nieuw is: de geur van de tropen. Door die lucht realiseren we ons onmiddellijk dat we daar op aarde zijn, waar een overdadige, onvermoeibare biologie aan het werk is, die baart, gedijt en bloeit, en tegelijkertijd ziek is, vervalt, vergaat, verrot. Het is de lucht van verhitte lichamen en drogende vis, rottend vlees en gebakken cassave, verse bloemen en zure waterplanten, kortom alles wat zowel aangenaam als irritant is, wat aantrekt en afstoot, lokt en afkeer wekt.

- Een Afrikaan die in de bus stapt, vraagt dan ook nooit wanneer de bus vertrekt. Hij stapt in, gaat op een vrije plaats zitten en hij verzinkt in een toestand waarin hij een groot deel van leven doorbrengt: de toestand van doods wachten.

- Om hun ambtenaren aan te moedigen in de koloniën te gaan werken hadden Londen en Parijs voor de liefhebbers schitterende levensomstandigheden geschapen. Een bescheiden postambtenaartje uit Manchester kreeg na aankomst in Tanzania een villa met tuin en zwembad, auto's, personeel, vakanties in Europa enzovoort. De koloniale bureaucratie kon het er werkelijk van nemen. En nu kregen de bewoners van die koloniën van de ene op de andere dag hun onafhankelijkheid. Gisteren nog arm en vernederd, vandaag uitverkorenen, met een hoge positie en een volle beurs. Door deze koloniale genese van de Afrikaanse staat, waar de Europese ambtenaar boven zijn stand en buiten alle proporties werd betaald en waar het systeem zonder enige vernieuwing door de locals werd overgenomen, werd de strijd om de macht in Afrika direct ongewoon fel en meedogenloos.

- Als je oude kaarten van Afrika bekijkt, dan valt één ding je op: er staan tientallen, honderden namen van havens, steden en nederzettingen aangegeven langs de kustlijnen, terwijl de rest, dat hele onmetelijke gebied, dus negenennegentig procent van het oppervlak van het werelddeel, bijna overal smetteloos wit is, slechts hier en daar door een teken onderbroken.

- De Europeaanse havens waren alleen zuignappen op het organisme van Afrika, de plaatsen waar slaven, goud en ivoor werden uitgevoerd. Alles uitvoeren en wel zo goedkoop mogelijk. Veel van die bruggenhoofden van Europa deden dan ook denken aan de armste buurten van Liverpool of Lissabon. In Luanda, dat Portugees was, hadden de Portugezen in al die vierhonderd jaar nergens een pomp voor drinkwater neergezet of straatverlichting aangebracht.

- Veel mensen in mijn straatje hadden maar één ding. Iemand had een overhemd, iemand een kapmes, iemand, onbekend waarvandaan, een schop. Wie een overhemd heeft kan werk krijgen als nachtwacht (niemand wil een halfnaakte bewaker), wie een kapmes heeft, kan in dienst worden genomen om onkruid te wieden, de man met de schop kan greppels graven.

- Als de soldaten en politiemannen direct, voor we goed en wel zijn gestopt, zonder iets te vragen beginnen te schreeuwen en te slaan, dan betekent dat dat het land zich in de greep van de dictatuur bevindt of er een oorlog woedt; als ze daarentegen met een glimlach op ons toe lopen, ons een hand geven en beleefd zeggen: "U weet vast wel dat we erg weinig verdienen," dan betekent dat dat we door een stabiel en democratisch land rijden, waar vrije verkiezingen worden gehouden en de rechten van de mens worden geëerbiedigd.

- Als iemand naar de wapens grijpt, naar een machete of een automatisch geweer, dan in de eerste plaats om voedsel te roven, om zich vol te eten. Het is een oorlog om een handvol maïs, een kommetje rijst.

- ... de paradox van onze wereld: als we de kosten van transport, personeel, opslag en bewaren van levensmiddelen bij elkaar optellen, dan is de prijs van één maaltijd, gewoonlijk een handvol maïs, voor een vluchteling in een of ander kamp, bijvoorbeeld in Sudan, hoger dan de prijs van een souper in het duurste restaurant van Parijs.

- En nu was daar opeens de plastic kan. Een wonder! Revolutie! Ten eerste is hij betrekkelijk goedkoop (hoewel hij in vele huizen het enige voorwerp van waarde is); hij kost rond de twee dollar. Maar het belangrijkste is zijn geringe gewicht. En ook dat hij er in verschillende groottes is, zodat zelfs een klein kind al een paar liter kan dragen.

- Telkens wanneer er een dictator in Afrika valt, draait het hele onderzoek, al het slaan, martelen om één ding: het nummer van zijn privé-rekening. In de publieke opinie hier is het woord politicus synoniem met chef van een criminele bende die handelt in verdovende middelen en wapens en geld spaart op buitenlandse rekeningen.

- De Afrikaanse markt is één grote hoop van goedkope rommel. Een mijn van prullen en vodden. Bergen afval en kitsch. Er is hier niets van waarde, niets trekt de aandacht, niets wekt bewondering, niets waarvan je denkt: dat wil ik hebben.

 

maandag 7 november 2016

Henryk Sienkiewicz: Quo Vadis?

Henryk Sienkiewicz: Quo Vadis? (Polen, 1894): 398 blz: Door Theo Kars uit het Frans bewerkte vertaling (1986) gebaseerd op de vertaling van H. Pyttersen (1899): Uitgeverij Loeb

Quo vadisTheo Kars was vol lof over "Quo vadis?", het boek van de Poolse nobelprijswinnaar Henryk Sienkiewicz waarin die een compleet andere wereld schetste van Romeinse decadentie ten tijde van keizer Nero en de opkomst van het Christendom.

Omdat ik een fan ben van zowel het werk van Theo Kars (De memoires van een slecht mens, Praktisch verstand) als van zijn vertalingen (de memoires van Giacomo Casanova, Handorakel of de kunst van de voorzichtigheid van Baltasar Gracian) besloot ik om dit werk te lezen.

 Ik was blij verrast dat dit boek ook door Theo Kars is vertaald.

Hoofdpersonen van het boek zijn enerzijds de filosofisch ingestelde Petronius en anderzijds zijn neef Vinicius en Lygia, de vrouw waarop Vinicius verliefd is. Petronius is een man van de wereld die van uitslapen, mooie kunst, mooie vrouwen en lekker eten houdt. Lygia. Vinicius is verliefd, maar er is een probleem, hij is een ruwe onbehouwen Romein, terwijl Lygia een Christen is, aanhager van een religie, die in die tijd net in opkomst begint te komen.

Het boek wisselt de liefdesavonturen van Vinicius en Lygia af met de filosofische overpeinzingen van Petronius. Dit alles speelt zich af onder het bewind van keizer Nero, die zich meer bezig houdt met het componeren van gedichten en die voor te dragen dan met staatszaken. Dat belet hem evenwel niet om opdracht te geven de Christenen te vervolgen die in de arena terechtkomen om te vechten tegen wilde dieren of overgoten met pek als fakkels worden aangestoken.

Het historisch aspect van het boek komt goed uit de verf, terwijl het liefdesverhaal wat clichématig is. Hoewel ik de eerste 50 bladzijden van het boek moeizaam las, ben ik toch blij dat ik het uitgelezen heb, al is het maar om iets meer van de Romeinse leefwereld te weten te komen.

   

zaterdag 22 november 2014

Artur Domoslawski: Kapuscinski


Large Cover ImageRyszard Kapuscinski was de wereldberoemde Poolse journalist en schrijver die gedurende het grootste deel van zijn leven reporter was voor de Derde Wereld van het Poolse persagentschap.

Van zijn hand zijn boeken als "De keizer" over keizer Haile Selassie van Ethopië, "De sjah aller sjahs" over de sjah van Perzië en de Iraanse revolutie en "Ebbenhout" over zijn ervaringen in Afrika. De boeken van Kapuscinski laten perfect zien hoe macht wordt uitgeoefend en hoe revoluties verlopen.

Kapuscinski was naar eigen zeggen bevriend met Salvador Allende, Che Guevara en Patrice Lumumba en had 27 revoluties overleefd. Ook had hij een hele mythe gecreeerd over zijn eigen persoon als heldhaftig en onverschrokken reporter die meerdere keren de dood in de ogen heeft gezien.

In "Kapuscinski" stelt Artur Domoslawski zich tot taak feit en mythe rond diens leven te scheiden. Kapuscinski werd in 1932 in een armoedig gedeelte van Polen geboren. Gevormd door zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Kapuscinski toen hij volwassen werd overtuigd communist en lid van de partij.

Hij studeerde geschiedenis en viel al snel op met zijn reportages. Nog voor zijn 25e werd hij naar India gestuurd. HIj wist niets van het land en sprak geen woord Engels. Hij werd onder de hoede van een collega genomen met wie hij bevriend werd en die zijn beschermheer werd. Na verblijven in India en China kreeg hij een vaste baan als correspondent voor de Derde Wereld en was hij een groot deel van zijn leven in Afrika en Latijns-Amerika.

Het begin van het boek vond ik boeiend. Al gauw ging het steeds meer over de interne politieke situatie in Polen en werd het steeds moeizamer lezen. Kapuscinski heeft veel details van zijn boeken verfraaid of geheel verzonnen, maar lijkt daarmee toch een soort van dichterlijke waarheid te hebben gegeven.

Ik vond het boek inhoudelijk redelijk interessant, maar matig geschreven en veel te lang van stof. In plaats van een biografie van 500 blz hadden maximaal 300 blz volstaan. Alleen voor de echte fans van Kapuscinski en die kunnen nog beter zijn eigen boeken lezen.