Posts tonen met het label Estland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Estland. Alle posts tonen

woensdag 2 oktober 2024

Carolijn Visser: Miss Concordia

Carolijn Visser: Miss Concordia: Vrouwen in den vreemde (Nederland, 2006): 222 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
De eerste alinea van het voorwoord van "Miss Concordia" vertelt precies waar het boek over gaat:
- De vrouwen die in dit boek voorkomen, ontmoette ik gedurende de afgelopen twintig jaar tijdens mijn reizen door Europa, China, Australië en Noord-Amerika. Alle acht maakten ze, vanaf de allereerste ontmoeting, grote indruk op mij. Het waren vrouwen die door het lot in den vreemde waren beland en daar op bewonderenswaardige wijze wisten stand te houden. Met elk van hen probeerde ik contact te houden omdat ze zo vaak in mijn gedachten waren. Hun verhalen zijn voor mij bakens geworden waarmee ik me in de wereld en in de geschiedenis oriënteer. Als ik me een beeld probeer te vormen van de vooroorlogse Baltische staten, zie ik Edith von zur Mühlen voor me. Bij het woord Siberië denk ik aan Aime en Mai uit het Estse dorp waar ik ooit woonde. Ik kan geen woord over een gebeurtenis in de Chinese Culturele Revolutie lezen zonder me af te vragen wat Esther Jian op dat moment meemaakte. Het is alsof deze vrouwen mij altijd en overal vergezellen.
 
Citaten:
Over de restauratie van Rägavere:
- "Dit wordt een van de gastenbadkamers." Hammerbeck opende een deur naar een ruim vertrek dat geheel belegd was met wit marmer, afgebiesd met zwart-wit mozaïek. De jacuzzi, de douche en verschillende wasbakken moesten nog worden geïnstalleerd. "Ik heb gekozen voor een historisch verantwoorde restauratie, mét comfort," benadrukte Hammerbeck. Daarom was hij ook niet van plan antiekwinkels af te stropen naar meubels. "Die zijn allemaal oud en versleten. Ik koop alles nieuw." Hij was niet van plan het verleden te herscheppen. Elke kamer zou beschikken over een internetaansluiting en satelliet-tv.

- De volgende dag zou Bettine naar Melbourne vliegen om daar een vergadering bij te wonen van de kankerbestrijding waarin ze actief was. De tachtig gepasseerd, met een zeer been, moest ze zichzelf niet wat meer rust gunnen? Bettine wierp me een verwijtende blik toe. "Een mens moet zich nuttig maken," sprak ze me op besliste toon tegen. "Anders heeft het leven geen zin."

- Bijna vijftig jaar later, in 1986, schreef Esther op verzoek van de Chinese autoriteiten haar autobiografie. Die werd in Peking in het Engels uitgegeven onder de titel British Girl, Chinese Wife. Ik vond een exemplaar bij de Chinese boekhandel Ming Ya in Amsterdam.

- ... De wereld brandde, maar Esther probeerde zich aan andere zaken te wijden. Het was haar taak in het leven, schrijft ze in haar boek, haar man te steunen in zijn carrière. Zij deed het huishouden, raakte zwanger, breidde kleertjes en las Woman's Magazine.

- Aanvankelijk vond ik dat Esther er echt Brits uitzag, maar ze was in mijn ogen steeds meer Chinees gaan lijken. Haar gebaren, haar mimiek, de beleefde woorden waren Chinees, niet Europees. Alsof ze mijn gedachten kon raden, zei ze: "De mensen zeggen vaak: als je geen krullen had, was je net een Chinees." Chris vroeg wat ik vond van het boek van zijn moeder. Voordat ik antwoord kon geven zei Esther: "It is just a love story, a true love story."

- Oscar zette een tas vol studieboeken op de grond. Hij droeg een bril met een dik zwart montuur en schudde me vriendelijk lachend de hand. "Mijn grootmoeder liet mij vaak spelen met de porseleinen klompjes die ze van u had gekregen," begon hij beleefd.

- Daina en ik waren met elkaar bevriend sinds we elkaar dertien jaar geleden in de Transsiberië Expres ontmoetten. Onze haren dansten om ons heen, ik moest de tas waarin ik een slagroomtaart meedroeg, beschermen tegen de wind.
 In de verte doemde het houten huis op dat we samen hadden gekocht en waarin ik twee zomers en een winter had gewoond en dat me dierbaar was geworden. Aan het eind van mijn verblijf, vier jaar geleden al weer, was het pand en de bijbehorende appelboomgaard verkocht aan twee zusters uit Tallinn, die er met hun mannen en hun kinderen waren ingetrokken. Van een afstand leek het huis op een enorme roestbruine muts, omringd door zwarte akkers.

- De kolchoz hield de lammeren en de kalveren voor hun huiden. De sovjetstaat had een quotum opgelegd waaraan moest worden voldaan. "De lammeren die stierven, moest ik villen," zei Aime, huiverend bij de herinnering. "Soms leefden ze nog een beetje, maar we konden niet lang stilstaan in  de kou. Ik ging dan op het  dier zitten, sneed zijn huid open, klemde mijn mes tussen mijn tanden en stroopte de huid er met twee handen af. Al mijn kracht had ik daarvoor nodig." Ik zag haar voor me, haar handen en haar kleren onder het bloed. "Een kip slachten gaat nog wel, zo'n dun halsje doorsnijden stelt niet veel voor," vervolgde Aime, alsof ze bang was dat we haar te weekhartig zouden vinden. "Maar hoe groter het dier, hoe erger het is voor een kind. En een lam is een flink beest in de ogen van een negenjarige. Het akeligst was: ik móést die dieren villen. Als we een huid te kort kwamen, konden we naar een kamp gestuurd worden wegens het stelen van staatseigendom."
 
- Aimes broers leerden vallen maken waarmee ze marmotten en muizen vingen, die smaakten best.
 
- "Toen ik hier woonde hadden we het altijd over de toekomst," zei ik, "nu verdiepen we ons alleen nog maar in het verleden." "We worden ouder, dan krijg je dat," stelde Daina droog vast.
 
- "Het is net zoals toen je nog in de Heilige Geeststraat woonde," zei ik. In Tallinn zaten we ook altijd aan een ronde tafel in Larissa's keuken. Eerst nam ik Russische les bij haar, in de tijd dat ik in een huis op het Estse platteland woonde.  Later - ik was alweer teruggekeerd naar Nederland - kwam het appartement onder Larissa vrij. IK zocht een rustige ruimte waar ik aan een boek kon werken, dus ik greep mijn kans. Bijna een jaar lang waren Larissa en ik buren geweest. Totdat zij haar flat moest verkopen omdat ze ging scheiden.
 
- Sigrid nam iets van de boekenplank. "Mijn eerste jaren in Estland was dit mijn bijbel," zei ze en ze bladerde door een plakboek met Chinese knipsels. "Gisteren is voorbij, morgen is onzeker, daarom moet er vandaag hard gewerkt worden," vertaalde ze de karakters. "Zonnepitwijsheden noemen wij dat," verduidelijkte ze. Als je een zakje zonnebloempitten koopt, zit er vaak zo'n uitspraak bij.
 
- Sigrid was er niet van overtuigd dat de slechtheid van de mens zich zo makkelijk liet beteugelen, maar dat haar Michel onkreukbaar was, betwijfelde ze niet. "Hij is eerlijker dan de eerlijkste communistische partijleider in China," had ze het onderwerp droog besloten.
 
- "Dat hoeft niet uit te maken," zei ik. "Dingen waar niet over gesproken wordt, spelen ook een rol. Mijn grootmoeder had het idee dat ze beneden haar stand getrouwd was, dat heeft bepaald hoe ze mijn moeder opvoedde en dat had weer invloed op hoe die met mij omging." Sigrid keek afwijzend, ze was niet gewend om haar leven psychologisch te verklaren. De dingen waren zoals ze waren.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 19 september 2024

Carolijn Visser: Uit het moeras

Carolijn Visser: Uit het moeras (Nederland, 2000): 287 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Carolijn Visser ontmoette in 1990 het Estische stel Aavo en Daina in de Trassiberië-Expres onderweg van Bejing naar Moskou. Ze raakten aan de praat en sloten vriendschap. In 1991 reisde Carolijn voor het eerst af naar Estland om Aavo en Daina op te zoeken.

Sinds dat eerste bezoek was Carolijn vaak in Estland. Ze kocht een oude school om daar een hotel van te maken, ze leerde Estisch en ze was er zowel 's zomers als in de koude winter. Ze voelde zich er helemaal thuis. "Uit het moeras" is een geweldig boek!
 
Citaten:
- Aavo zorgde ervoor minstens één keer per week te lunchen in het café tegenover de vleesfabriek van Poldeotsa, in de buurt van Párnu. Tegenwoordig is dat een verlaten bouwval en heeft niemand er meer iets te zoeken, maar toen ging er heel wat om. Arbeiders smokkelden gigantische filets en biefstukken onder hun kleren de poort uit. In de stinkende wc van het café werden ze tevoorschijn gehaald. Zo kocht Aavo tientallen kilo's eersteklas vlees voor een krats. 's Avonds in Tallinn ging dat voor het vijfvoudige van de hand.
 
In de Transsiberië-expres waarin Carolijn, Aavo en Daina ontmoette:
- En wat moesten we met onze eigen bagage? Vooral die van mij was omvangrijk. In Peking had ik een oud, zwartgelakt kastje gekocht waar vroeger een mandarijn zijn drank in vervoerde als hij op dienstreis was. In Shanghai had ik ellenlange lappen zijde aangeschaft en een koker met gouaches van een kunstenaar die ik bewonderde. Al met al een kilo of twintig, drie barstensvolle gestreepte plastic tassen.

- Aavo haalde zijn schouders op en maakte een relativerend gebaar: wat deed het er allemaal toe. "Nu kennen we ook mijn twee halfzusjes," zei hij lachend. Het was inderdaad vermakelijk: hij vond familieleden zoals een ander schelpen op het strand.

Carolijn bij de ambassade van Estland:
- "Heeft u een uitnodiging?" vroeg ze. Nee, legde ik uit, die had me zo snel niet kunnen bereiken, de post werd immers nog steeds via Moskou gestuurd. Er gingen weken overheen voordat een brief uit Estland Nederland bereikte. "Dat gaat allemaal veranderen," beloofde ze vriendelijk. Voor deze keer wilde ze wel een visum geven zonder uitnodiging. "Nr. 212", schreef ze in het stempel.

- Op mijn middelbare school was de Tweede Wereldoorlog het belangrijkste onderwerp van de geschiedenislessen geweest, maar er was met geen woord gerept over het lot van de Baltische staten. Ik kon slechts met twee wapenfeiten schermen: mijn grootvader had me ooit een Estlandse postzegel uit zijn collectie laten zien en als kind had ik in een muntenzaak een zilveren Estlands twee kroon-stuk vast mogen houden. "Dat land bestaat niet meer," had de handelaar gezegd.

- "De Sovjet-Unie hing van diefstal aan elkaar," vatte Aavo samen. "Iedereen stal en als er niets was om te stelen, stal je tijd. Dan kwam je gewoon niet of nauwelijks op je werk."

- In een uniformenfabriek sprongen mensen voor hem en Daina ter begroeting in het gelid. Daarna lieten ze de bontmutsen zien die ze maakten. "Toen hebben ze het mooiste wijf uit de fabriek getrokken en in een bontjas gehesen," vervolgde Rob, "Nerts, bever, weet ik veel, kostte geen fluit. We kregen een hele modeshow. Maar wat moet ik ermee? Als je in Amsterdam zo'n ding aantrekt krijg je zo een emmer verf over je heen." Ik keek zorgelijk naar de muts op mijn schoot. Zou me daar ook zoiets mee overkomen? "Nee, nee," zei Rob beslist. "Het is merkwaardig, maar over een muts windt niemand zich op, ik loop er al dagen mee rond."

- Ik had er altijd al van gedroomd een hotel te beginnen. In Estland het liefst in een Duits herenhuis, maar een oude school was misschien een goed begin.

- Ik trok een plattegrond van de oude school naar me toe. Het zou een hotel kunnen worden, maar ook een feestzaal, de ruimten waren groot genoeg. Ook overwoog ik om er een tijd zelf te gaan wonen. Ik voelde me hier thuis. Estland deed me aan Zeeland denken, de provincie waar ik ben opgegroeid. De zwarte akkers waar aardappelen aan ontworsteld moesten worden, kwamen me vertrouwd voor en dat de zee nooit ver weg was, stelde me gerust.

- Aavo wist dat hij van oneerlijkheid werd beticht en dat maakte hem razend. Hij had vaak uitgelegd dat voor de garage kosten werden gemaakt, zoals voor verwarming, een nachtwaker, een boekhouder. Iedereen dacht nog steeds dat zulke zaken gratis waren, zoals in de sovjettijd. "Waarom laat je hun de boekhouding niet zien?" Aavo zag daar het nut niet van in. "Dan denken ze dat ik er een dubbele boekhouding op na hou."

- ... Esther zag het ook. "Mannen op Hiiuma zijn slechts vier keer per jaar dronken," verzuchtte ze, "elke keer drie maanden achter elkaar."

- Tante Helen bracht een schaal met gerookte ham. Ze zette ingemaakte augurken op tafel, en tomaten met dille uit de tuin. Vello droeg een emmer melk binnen van de koe die in de schuur huisde. Daarna kreeg hij de opdracht eieren te gaan rapen in het kippenhok. De boter op tafel was zelfgekarnd en ook de zachte kaas was door tante Helen zelf gemaakt. "Alleen voor koffie, zout en suiker gaat ze naar Suuremoisa," zei grootmoeder zacht, het dichtstbijzijnde dorp, zes kilometer verderop.

- Buiten blafte Kahru. In de hal klonk gestommel. De deur zwaaide open en Eduard, met een Russische bontmuts op zijn hoofd, stapte binnen. "Kommen Sie," zei hij en wenkte met een enorme arm in een gewatteerde jas, "kommen Sie schnell. Oscar. Schwein." Hij maakte het gebaar van iemand de keel afsnijden. Het duurde even voordat ik zijn bericht begreep: hij ging een varken slachten en ik had ooit gezegd dat ik daar graag getuige van wilde zijn. Maar Oscar was toch het varken dat jaren geleden op tafel had gestaan, gerookt en gepekeld? "Alle Schwein Estland Oscar," bulderde Edu en hij wenkte weer.

- Toen was het grote moment aangebroken. De mannen verdwenen in de stal en sleepten het varken aan een touw naar buiten. De tractor stond al klaar, er werd een touw om de lift geslagen en het varken ging met zijn kop naar beneden de lucht in. Even krijste het dier, toen stak August het een mes in het hart. Eduard snelde toe met een emaillen emmer om het bloed op te vangen, voor de worst. Toen de stroom minder werd vulde hij nog een klein pannetje. Het varken was dood en had zijn gewimperde ogen gesloten. Eduard liep erop af, sloeg zijn armen om het dikke lijf heen en mompelde: "Oscar, Oscar." Het was zo'n intiem gebaar dat ik mijn ogen afwendde. Eduard had maandenlang eten voor het dier gemaakt, elke dag aardappelen voor hem gekookt, steeds gezorgd dat zijn trog vol was. Het varken bood hem nu zijn hammen. Een schuld werd ingelost.

- Daina zweeg even. "Toen ik met Aavo trouwde, was hij inkoper, snabzenets. Dat was een uitstekende baan in de sovjettijd, zoiets als manager bij IBM nu. Vroeger moest alles bij elkaar gescharreld, geruild, met steekpenningen verkregen worden. Aavo was daar heel goed in. Tegenwoordig wordt wat je maar wenst, voor de deur afgeleverd. Niemand heeft meer een snabzenets nodig."

- Daina en haar stiefvader zaten aan een piepklein tafeltje, geklemd tussen het aanrecht en een sovjetgeiser die eruitzag als een raket en een hels kabaal maakte.

- Net als alle andere Esten verbaasden Daina en Aavo zich erover dat het Westen maar hulp bleef geven aan Moskou. De Estlandse president Lennart Meri had daarover in een interview met een Amerikaanse krant gezegd: "Jullie denken dat als je de tijger steeds meer vlees geeft, hij vanzelf vegetarisch wordt."

- Het Estisch, net als het Fins en het Hongaars, staat als moeilijk bekend. Dat vond ik het ook, maar niet zo moeilijk als het Mandarijn-Chinees. Daarin had ik veel lessen gevolgd, met bedroevend weinig resultaat. Estisch ging me beter af. Na verloop van tijd kon ik eenvoudige gesprekjes voeren en mijn boodschappen doen zonder Engels te hoeven gebruiken. In het dorp reageerde iedereen verrast op mijn geringe kennis. "Jij bent hier nog niet zo lang, maar je begrijpt al meer van onze taal dan Russen die hier twintig jaar geleden gekomen zijn," kreeg ik vaak te horen.

- "Hus suvi," zei ik tegen de mensen die ik op weg naar het dorp tegenkwam. "Wat een mooie zomer!" Het nuchtere antwoord dat ik kreeg was iets in de trant van: "Ja, geniet er maar van, want hij is sneller voorbij dan je denkt." In de zomer had iedereen haast. Gedurende die paar maanden moest er veel werk worden verzet. Het hout voor de kachels moest gekliefd en opgestapeld worden in de schuur, de moestuin moest worden bijgehouden, de aardappelen geoogst, het dak gerepareerd, de riolering hersteld, de auto uit elkaar gehaald. En alles moest klaar voordat de eerste koude kwam en het leven weer zou worden lamgelegd. De zomer was de tijd waarin je je wapende tegen de winter.

- Toen ik met Andra frambozen aan het plukken was, zei ze: "We moeten er veel van eten, anders krijgen we van de winter spijt dat we er niet meer gegeten hebben."

 
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 13 september 2024

Carolijn Visser: Brandend zout

Carolijn Visser: Brandend zout (Nederland, 1994): 267 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
In "Brandend zout" staan verhalen van Carolijn Visser die nog niet eerder in boekvorm zijn gepubliceerd over een reis met de trein van Beijing naar Moskou, en over reizen in Estland, China, Vietnam, Haïti, India en Australië.

Hoe meer ik van Carolijn Visser lees, hoe meer ik onder de indruk ben van zowel haarzelf als haar schrijven. Carolijn is een uiterst innemende vrouw die makkelijk contacten legt en vriendschappen sluit met mensen over de hele wereld, ze schrijft met veel empathie over de levens van de mensen die ze ontmoet, ze stelt kritische vragen, is ondernemend, stelt zich bescheiden op en laat zich ook regelmatig van haar zwakke kant zien. Daarbij schrijft ze uiterst helder, gebruikt ze geen woord teveel en haar dialogen klinken zeer natuurlijk.

Ik denk dat ik Carolijn Visser zowel de beste Nederlandstalige schrijver vind die ik ken, als de beste reisverhalenschrijver überhaupt, in ieder geval degene die ik met het meeste plezier lees. Ook "Brandend zout" is een boek met erg goede verhalen.
 
Citaten:
In de trein door Siberië:
- De Chinese restauratiewagen werd hier afgekoppeld en het was maar de vraag of er in Mongolië of in de Sovjet-Unie iets te eten of te drinken zou zijn. Daarom was het verstandig nu zoveel mogelijk in te slaan. Er waren twee winkeltjes en daaromheen werd geduwd en getrokken. Ik kocht koekjes, instant-noedels, glazen potten met mandarijnen en peren. En drie onduidelijke flessen sterkedrank.
 "Daar word je blind van," waarschuwde een Ier die naast me stond. Meteen ruilde ik de flessen om; Ieren hebben immers veel verstand van alcohol. Bij een ander kraampje kocht ik een tiental blikjes bier. Uitstekend bier wordt er in China gemaakt, door de Duitsers eind vorige eeuw geïntroduceerd. Met die vracht ging ik weer aan boord.
 
- Ik ging weer op bezoek bij de twee Esten. Zij bleken ervaren overlevers te zijn. Aavo regelde iets met de kok van een trein die op een ander spoor stond te wachten. De passagiers van de gewone Russische treinen zijn doorgaans te arm om in de restauratie te eten. Hij kwam terug met een grote zak gekruide inktvis en een pot mayonaise. Op het volgende station werd de maaltijd aangevuld met warm brood.
 
Estland:
- ... "Ben je dan helemaal niet blij?" vroeg ik teleurgesteld. Daina en hij hadden me in de trein toch verteld hoe zij als Esten leden onder de Russische onderdrukking. "Blij waarmee?" wilde Aavo weten. "Je bent vrij!" "Hoe kan ik vrij zijn?" vroeg Aavo en startte zijn Moskwitsj, "ik ben een Homo Sovjeticus."

- Al lang daarvoor hadden Aavo en Daina alle vertrouwen opgegeven in welke financiële instelling dan ook. "Alleen oude mensen zetten hun geld op de bank," zei Daina. Ze wilde me laten zien wat zij met hun roebels hadden gedaan en ging me voor op een trap naar de zolder. Met een zaklamp bescheen ze auto-onderdelen die daar lagen uitgestald: autobanden, startmotoren, carburatoren, complete portieren. Alles wat Aavo de laatste jaren tegenkwam kocht hij op. Het getuigde van een ontroerende ondernemingslust, toch vond ik die berg onderdelen deprimerend. Estland was onafhankelijk, maar het was deze verzameling oud roest die Daina en Aavo zekerheid moest verschaffen.

Bij een volgend bezoek aan Daina en Aavo twee jaar later:
- ... Toch waren er tekenen dat een nieuwe welvaart, hoe bescheiden ook, Estland had bereikt. Daina en Aavo waren veel beter gekleed dan tijdens mijn laatste bezoek. En er waren producten in huis die eerder niet te krijgen waren: afwasmiddel, margarine, chocola en frisdrank. Het leek op een volstrekt willekeurige selectie uit een westerse supermarkt.

- 's Morgens werd ik wakker van een klein stemmetje. "Good morning, breakfast is ready." Het was de zevenjarige Anneli die op de dorpsschool Engels leerde. Russisch als tweede taal was afgeschaft.

Vietnam:
- Verbaasd wandelde ik de eerste avond door de straten. Sinds mijn bezoek van een jaar geleden had Hanoi een metamorfose ondergaan. Overal waren winkeltjes gekomen, koopwaar stulpte naar buiten: tassen, kleren, borduurwerk, plastic emmers, gedroogde kruiden; er was geen ruimte meer op de trottoirs.

- Duong was aan de oorlog gewend  geraakt. Om hem vervolgens nooit meer te vergeten. "Een goed geheugen is een geluk voor een schrijver, maar een ramp voor een mens," besloot ze treurig.

- Duongs leven lijkt op dat van de hoofdfiguren uit Blind paradijs: verraden door het communisme, verraden door de mannen en gekneveld door een traditioneel denkende familie. Dat beaamde ze: "Een vrouw leeft in dit land nooit voor zichzelf. We leven in het verleden, voor onze voorouders, en we leven in de toekomst, voor onze kinderen."

China:
- "Mijn vrouw en dochter komen zo thuis," zei meneer Wu. In de tussentijd ging hij een lunch voor me maken. "Chinese specialiteiten," beloofde hij, en verdween in de keuken. Even later kwam hij binnen met een dampende schaal waarin ik tot mijn verbazing tientallen wezentjes zag liggen. Het leken net heel kleine mensjes die in grote opwinding hun armpjes in de lucht hielden alsof ze mij iets belangrijks te vertellen hadden. Meneer Wu zocht gejaagd naar de juiste vertaling in zijn woordenboek. "Padden," wees hij aan en toen het woord "miniatuur". Daarna bracht hij het tweede gerecht: gebakken zijdewormen. Die zagen er veel minder afstotelijk uit, precies kleine handgranaten, maar ze smaakten gruwelijk. Alsof je een hap oud stof naar binnen slikte.

Haïti:
- Ik zag de propere lokalen voor me, de onberispelijke Haïtiaanse leraressen voor de klas, de gedempte stemmen: een eiland van rust en orde.
 Maar zo rooskleurig was de situatie niet, volgens zuster Borgia. Waar ik netheid zag, verschool zich de ellende, zei ze met spijt in haar stem. "Toen we hier kwamen, vonden onze meisjes werk in een atelier, maar de laatste jaren is er geen werk meer." De opleiding had zo zijn doel verloren. De kleding die tijdens de lessen werd gemaakt, bleek van geen enkel nut en was onverkoopbaar omdat de prijs veel te hoog zou zijn. De mensen konden voor een paar kwartjes een tweedehands overhemd of een jurk uit de Verenigde Staten krijgen. "Kennedykleding" noemden de zusters dat, het had iets met liefdadigheid te maken.

- Een man die ons voorbijliep drukte zich even tegen me aan toen zuster Maria niet keek. "Baby, you need any black power tonight?" fluisterde hij en vervolgde lachend zijn weg.

- Het landschap om ons heen was uitgestrekt en eenzaam geworden. Toch steeg van vrijwel elke heuvel rook op. Daar werd houtskool gemaakt, had Dorvilier uitgelegd. Zelfs hier werden alle bomen die voorhanden waren gekapt. Alleen de mangobomen, wees Dorvilier, lieten de mensen staan, omdat ze daar de vruchten van wilden plukken. "Arme bomen," verzuchtte ik. Dat irriteerde Dorvilier: "Als de mensen het beter hadden, lieten ze de bomen wel staan."

India:
- Zodra we Suri vertelden van ons plan een bezoek aan Delhi te brengen pakte hij de telefoon en stelde hij zijn familie op de hoogte van onze komst. Er was geen sprake van dat we een hotel zouden boeken. Kwamen we wel gelegen? wierpen wij tegen, misschien was de familie heel druk? Hij schudde lachend het hoofd. "Dan maken we tijd, in India ligt dat allemaal heel anders dan hier," hield hij vol.

Een Indiase bruiloft:
- Nu was al bekend hoeveel gasten er zouden komen, rond de duizend. De moeder begon op te sommen: "Alle collega's van mijn man met hun gezinnen. Al mijn familieleden, alle familieleden van mijn man. Bij elkaar zijn dat vijfhonderd mensen. Dan de gasten van de bruidegom, dat zijn er ongeveer net zoveel." Het hele feest kwam voor rekening van de familie van de bruid. Dan was er natuurlijk nog de bruidsschat die betaald moest worden, maar daarover liet de moeder niet veel los.

- Over het beroemde Mayo-college in Aimer, ongeveer tweehonderd kilometer van Udaipur vandaan, had ik kort geleden iets gelezen. De school moest een kopie zijn van het Engelse Eton, maar de Indiase leerlingen, vrijwel allemaal prinsen, brachten zoveel bedienden, koks en chauffeurs mee dat er van een ascetische Britse opvoeding niet veel terechtkwam.

- Toen ik aanhield wilde hij wel onthullen dat hij ooit getrouwd was geweest met een Deense en later met een Ierse, maar dat de beide dames over niet erg mooie karakters beschikten. Ja, trok ik in gedachten partij, vergeleken bij Indiase echtgenotes zullen westerse vrouwen wel haaibaaien zijn.

Australië:
- Als vreemdeling kon je in Coober Pedy op drie manieren de nacht doorbrengen: in een hotel onder de grond, in een hotel boven de grond of in een tent. Een hotel, zo bleek, kostte tweehonderd gulden per nacht. Ik reed de parkeerplaats op van een van de campings en zocht naar een plek waar ik mijn tijdelijke onderkomen kon opslaan. De beheerder kwam uit een stacaravan te voorschijn en wees naar de stoffige, rotsige vlakte. "Je hebt toch wel een hamer bij je om de haringen erin te meppen?" vroeg hij. Even later hoorde ik hem schamper tegen een collega zeggen: "Een grasveldje zocht ze, die is goed."

- Ook Quinn reed in een tank. "Fris vandaag," stak hij van wal. Ik lachte. Typische Australische humor: de werkelijkheid omdraaien in haar tegendeel. We naderden onze Holden, Wayne zat er vlakbij onder een boom. "Wat doet die man?" vroeg Quinn verbaasd. "Hij leest een boek," zei ik. "Heb je ooit!" riep Quinn uit. "Wat is daar vreemd aan?" Quinn haalde zijn schouders op. "Zoiets heb ik nog nooit gezien: een man die een boek leest naast zijn gestrande auto."

- Wayne bestudeerde het interieur. "Er is niets veranderd," stelde hij tevreden vast en leunde ontspannen achterover. Nooit eerder had ik hem zo thuis gezien. Zou het waar zijn dat een mens zijn leven lang de gevangene blijft van zijn jeugd? We kunnen een andere taal leren, elders een woning inrichten, aan de andere kant van de wereld ons hart verliezen en toch blijven we, zelfs na vele jaren, alleen maar verlangen naar hoe het vroeger was.

- Quinn schetste mij het leven van een Australisch varken. Overdag, vooral tijdens een hittegolf zoals nu, "kamperen" ze. Ze verschuilen zich onder struiken of, als daar gelegenheid toe is, wentelen ze zich in de modder. Dat had deze jongen net gedaan, die kwam uit de "waterhole", hier vlakbij, de modder zat nog op zijn rug. Quinn sprak met tederheid over hun gewoonten: een jager moet zich verplaatsen in zijn prooi.
 
- "Je moet ook nooit met één hond gaan jagen, dat is vragen om problemen," verweet Quinn. "Je moet er rekening mee houden dat één hond uitgeschakeld kan worden. Je moet ook niet in je eentje op jacht gaan, als jou iets overkomt moet je iemand bij je hebben, al is het een kind, die je wagen naar het ziekenhuis kan rijden. Daarom heb ik mijn kinderen al op hun vijfde leren autorijden."
 De drie jachthonden snuffelden om ons heen. Het viel me toen pas op dat hun huid onder de littekens zat. "Ja, ze worden weleens te pakken genomen," bekende Pat. "We hebben altijd een naald en tanddraad in de auto liggen, we naaien ze meteen weer dicht. Dat moet je doen als ze nog verhit zijn, dan voelen ze geen pijn."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.