Posts tonen met het label Jacques Tardi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jacques Tardi. Alle posts tonen

maandag 19 mei 2025

Tardi: Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB: Na de oorlog

Tardi: Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB: Na de oorlog (Frankrijk, 2018): 159 blz: Vertaald door Studio Peter de Raaf
 
Ik, rene tardi, krijgsgevangene Hc03. ex krijgsgevangene
 
Nadat hij is bevrijd is René Tardi teruggekeerd naar Frankrijk. Hij gaat terug naar het kleine dorpje in Zuid-Frankrijk waar hij en zijn vrouw Zette al voor de oorlog woonden. In augustus 1946 wordt hun zoon Jacques (de maker van het boek) geboren. Omdat René vrijwillig in dienst was gegaan zwaait hij na de oorlog niet af, maar wordt hij gelegerd in Duitsland om het Westen te helpen beschermen tegen de Russen.
 
Het verhaal loopt door tot de eerste jaren van Jacques die een hekel heeft aan school en vaak zit te tekenen. Dit derde deel hoort niet op zichzelf gelezen te worden, maar is een geweldige afsluiting van deze trilogie.
 
Jacques Tardi is stilistisch duidelijk beïnvloed door Louis-Ferdinand Céline, wiens "Reis naar het einde van de nacht" hij van prachtige illustraties heeft voorzien. Dat is te zien aan het rauwe taalgebruik en het veelvuldig voorkomen van de drie gedachtepuntjes om spreektaal weer te geven.
 
Ik durf wel te zeggen dat ik de trilogie "René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB" de meest indrukwekkende serie graphic novels of strips vind die ik ooit heb gelezen. Deze drie boeken van Jacques Tardi kunnen wedijveren met die van Tolstoi, Tsjechov en Paustovski om drie van mijn favoriete schrijvers te noemen.
 
Citaten:
- Saint-Marcel-lès-Valence, een dorp met 937 inwoners in de Drôme, zonder veel charme, strekt zich uit aan weerszijden van de weg Valence - Romans-sur-Isère. Hier, aan de voet van de Alpen, pal tussen de fruitbomen, bevinden we ons in het Rhônedal waar de mistral blaast tot je er gek van wordt. Een dorpsplein met zijn cafés, zijn jeu de boules en zijn fontein zul je in Saint-Marcel niet aantreffen ... je verveelt je te pletter! Als je uit de richting van Valence komt, word je begroet door de kruidenierswinkel van moeder Archibald.
 
- Voor een persoon met een hersenpan vol bruine stront die zeker wist dat hij tot het superieure "ras" behoorde, was het "vanzelfsprekend" dat je een communistische partizaan uit Polen of Rusland, een zigeuner of een jood een nekschot gaf. Hij zag het niet als moord. Het slachtoffer was tenslotte geen mens, maar een "Untermensch". En dat idee was genoeg om het laatste restje geweten dat er in die beulskop wellicht nog over was, in slaap te sussen!
 
- Ja, hang maar de lolbroek uit! ... Een tenk! Alleen boeren zeggen tank ... Godverdegodver! Je had al die klojo's in de kazerne moeten zien! Godsamme! ... om te kotsen ... schijtziek werd je ervan! Godverdomse klotebende ... Geen wonder dat ze ons keihard in ons hol naaiden.
 
Op bladzijde 47 en 48 wordt uitgelegd waar de term genocide vandaan komt, te lang om hier te citeren.
 
- Voor het geval dat de Duitse bevolking nog geen lucht heeft gekregen van het bestaan van de concentratiekampen, zijn er speciaal voor hen films gemaakt. Hitchcock had de supervisie over een van die gruwelijke reportages. Hij gaf de cameramannen de opdracht lange shots zonder cuts te maken ... zodat ze later niet konden zeggen dat er met de films geknoeid was om de waarheid te vervalsen ...
 ... maar de Ministeries van Buitenlandse Zaken van Amerika en Engeland besluiten deze documenten niet te vertonen. Dat zou die "brave" Duitsers maar demoraliseren, terwijl we ze juist moeten "aanmoedigen" om hun land weer op te bouwen!
 
- Thuis legt mijn vader me uit hoe je een stoomlocomotief tekent.
1) Eerst legt hij de rails neer en zet hij de wielen erop ...
2) ... dan de loopbrug, de stoomketel en de drijfstangen.
3) ... daarna voegt hij het machinistenhuis en de tender vol water en steenkool eraan toe ...
4) ... en ten slotte de stootblokken, de schoorsteen en de rookvang.
Nu kan de machine gaan rijden!
 Van voor naar achteren zie je twee kleine wielen, drie grote en nog één kleintje, het is dus een 231, een Pacific 231, de mooiste stoomlocomotief van allemaal! Ik sta versteld van deze logica ... voortaan zal ik altijd als ik iets wil uitbeelden - of het nu een koffiemolen, een vleugelpiano of een kat is - eerst proberen te begrijpen hoe het werkt voor ik het ga tekenen.
 
- Op een dag gaan mijn moeder en ik naar de kazerne. Mijn papa krijgt een medaille.
 Hij is niet de enige ... Andere soldaten krijgen ook een medaille. Een generaal of een kolonel, weet ik veel, een officier speldt een stukje blik op de linkerkant van de jas van elke held. Ze hebben veel bekijks, inclusief de fanfare van het regiment en de hele rambam ... en de spahi's met hun lange boernoesen ... zij zijn het mooist! Ik besef vagelijk hoe grotesk deze militaire ceremonie is, maar iedereen lijkt het serieus te nemen. Borst vooruit, plechtig gezicht, politiepet stevig op de schedel gedrukt, gehandschoende handen en blinkende laarzen om door de modder te ploeteren. Veel later zal mijn ouweheer zeggen: "Mijn bescheiden onderscheidingen heb ik maar één keer gedragen (op die dag in Fritzlar?). Ik draag ze nooit meer, zelfs niet aan een lintje in mijn knoopsgat." ... Uiteindelijk heeft hij er sleutelhangers van gemaakt.
 
- Als in januari het nieuwe schooljaar begint, wordt er een nieuwe leerling voorgesteld ... een grote! Hij komt uit Kassel. Op een dag ging hij in een gebombardeerde wijk in een kelder spelen. Dat is gevaarlijk en verboden. Dat bleek ook wel: hij vond een granaat die hij meenam naar huis. In de schuur probeerde hij de granaat door te zagen. "Dat was een heel slecht idee!" vertelt de onderwijzeres. Hij is alle klassen langs geweest om ons te laten zien hoe het dus niet moet. Ook al ben je groot, dat betekent niet dat je minder stom bent.
 
- Mijn vader is soms een paar dagen achter elkaar van huis vanwege tankoefeningen. Hij zegt dat het lastig is om niet expres iets kapot te maken. Maar anderen zijn minder scrupuleus. Zij rijden met hun machines dwars door heggen en vernielen muren, tuinen, schuurtjes en fruitbomen. De moffen hebben tenslotte bij hen thuis ook alles kapotgemaakt!
 
- Achter het huis is er ook een kippenhok. Lili staat erop dat ik elke dag een nog warm ei naar binnen werk. Dat is goed voor mijn gezondheid. Met een naald prikt ze een gaatje in de beide uiteinden van het ei. Het is echt smerig met al die lauwe slijm. Ik moet ervan kokhalzen.
 
- Als ik op een dag uit school kom, laat een grote me een geïllustreerd blad inkijken - twee minuten, meer niet! Ik zie dit voor het eerst. Het is anders dan Tarou, het is veel mooier en helemaal in kleur, met allemaal verschillende vervolgverhalen ... serieuze en grappige. En dit blaadje komt elke donderdag uit. Zo heb ik kapitein Haddock leren kennen!
 De volgende donderdag is mijn grootmoeder zo aardig om het weekblad Kuifje te kopen. En omdat ze het veel beter vindt dan Tarou, Audax, Vigor en  Vulgor, koopt ze het voortaan elke donderdag. De verhalen in het blad hebben ook zo veel tekst ... aan de tekeningen heb ik genoeg! En ook al loopt Kuifje op de maan, kapitein Haddock is veruit mijn favoriet. Hun raket doet me denken aan het zeiltje op de keukentafel, waaraan ik ga zitten om sommige plaatjes na te tekenen.

- Gelukkig kan ik na school met mijn vriend Norbert discussiëren over onze favoriete striphelden. Ik weet nu dat de verhalen die we in onze geïllustreerde bladen lezen, strips heten.

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 17 mei 2025

Tardi: Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB: Mijn terugkeer naar Frankrijk

Tardi: Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB: Mijn terugkeer naar Frankrijk (Frankrijk, 2015): 141 blz: Vertaald door Studio Peter de Raaf (2015): Uitgeverij Casterman

Ik, rene tardi, krijgsgevangene hc02. mijn terugkeer en het vervolg
 
In het tweede deel van de trilogie "Ik René Tardi" volgen we René nadat hij met een colonne medegevangenen vertrokken is uit Stalag IIB, het krijgsgevangenenkamp waar hij ruim 4 jaar gevangen heeft gezeten. De Duitsers (afwisselend genaamd Fritzen of Teutonen) zijn op de vlucht naar het westen voor de Russen uit (Ivans of Ruskis genaamd), zodat zij zich aan de Amerikanen of Engelsen kunnen overgeven in plaats van aan de Russen, van wie ze niet veel goeds verwachten en nemen daarbij hun gevangenen mee.

Het verhaal van deze "dodenmarsen" was mij al bekend uit het boek "Het respijt" van Primo Levi, die uit de eerste hand over zo'n zelfde soort mars schreef. 

Jacques Tardi heeft zich zeer grondig gedocumenteerd en dit deel is evenals het eerste deel zeer indrukwekkend leesvoer voor diegenen die geïnteresseerd zijn over dit aspect van de oorlog. De tekeningen zijn ook weer geweldig, zoals eigenlijk altijd bij Tardi. Kortom, ook dit tweede deel beveel ik van harte aan aan andere lezers!
 
Citaten:
- Vanaf het vertrek uit de Stalag kwamen we amper vooruit. We schuifelden moeizaam door de felle wind, de sneeuw en de nacht, en dat bij dertig graden onder nul.
 Als onze opmars niet naar tevredenheid verliep, werden onze nieren en rug met geweerkolven en gummiknuppels bewerkt. We moesten dus niet alleen de kou verdragen, maar ook de onaangename en hardhandige aanwezigheid van de Posten. Zij deden hun best om zo veel mogelijk afstand tussen het Rode leger en hun eigen smerige reten te houden, maar we gingen er geen snars sneller door.
 
- In Bad Polzin bevond zich een Lebensborn die tijdens ons bezoek nog actief was. Getrouwde vrouwen of goedgekeurde draagmoeders konden er in het diepste geheim bevallen op voorwaarde dat ze het kind aan de SS gaven. De Lebensborns waren ook de plekken waar "Arische" vrouwen zich konden laten bevruchten door SS'ers. Het leken net bordelen die als kraamklinieken vermomd waren. Poolse kinderen waren weliswaar theoretisch "Untermenschen" maar werden - nadat hun ouders afstand van hen hadden gedaan - "raciaal waardevol" verklaard, in deze "kleurechte" babyfabrieken gegermaniseerd en in Duitsland ter adoptie aangeboden aan zorgvuldig uitgekozen gezinnen.
 
- De Duitsers lieten drie varkens doden door KG's met ervaring. Ze deden het niet zelf, daarvoor waren ze veel te gevoelig. Varken + aardappelen + margarine ... Dat was grosso modo de dagelijkse prak van de Wehrmacht.
 Maar drie varkens zetten gezien ons aantal weinig zoden aan de dijk. Ik had niet eens het geluk om een piepklein stukje vlees op mijn soeplepel aan te treffen.
 
- In deze brouwerij stroomde er warm water in overvloed. Bij de deur van een douchehok liet een Pool je ervoor dokken. Voor een pakje Lucky Strike mocht ik een douche nemen ... een warme! Het was vijf jaar geleden dat ik zo gelukzalig het vuil van mijn lijf had geschrobd. De douches in de Stalag kwam je vaak niet binnen, of het water was ijskoud, lauw als het meezat.
 
- De 16e ging ik pootjebaden in de Oostzee. Het was de eerste keer dat ik een bad in zee nam, en ongetwijfeld de kortste zoutwaterduik uit de geschiedenis! Ik hoef niet uit te leggen dat het frisjes was, maar ik was niet de enige die zich hoognodig moest schoonschrobben. Een paar kerels die zich lekker warm hielden in hun eigen stank, lachten ons uit. Nadat ik me ruw had ingezeept met zout water en me zo goed mogelijk had afgedroogd, trok ik mijn luizige plunje weer aan. Het zout op de luizenbeten zette mijn rug in brand. De moffen vonden de situatie bijzonder grappig.
 
- De Russen steken de Oder over en bezetten Potsdam, Spandau, Pankow en Köpenick. Berlijn is omsingeld. Over twee dagen zullen Ivan en G.I. Joe elkaar in Torgau aan de Elbe tegenkomen. Het Duizendjarige Rijk is in tweeën gespleten. Veel andere steden zijn gevallen en vanaf bruggenhoofden in de Oder zetten Zjoekov en de troepen van het eerste Wit-Russische front hun offensief op Berlijn in. Belangrijkste objectief: de kanselarij, want ze weten dat Hitler daar onverdroten nieuwe plannen smeedt om de oorlog te winnen. Zjoekov zou hem graag uit zijn hol halen, hem zijn laarzen laten opvreten, een bronzen hakenkruis in zijn reet steken en hem met zijn ingewanden aan een lantaarnpaal opknopen.
 
- Na Hamburg was ik nu aan de beurt. Met steeds kortere tussenpozen werd mijn hele rechteronderkaak geteisterd door felle salvo's artillerievuur, die omhoogkropen naar mijn slapen en weer omlaag naar de stuurboordzijde van mijn nek ... En opeens hield het op - ik was doorweekt en stond te trillen op mijn benen - waarna alles des te heviger van vooraf aan begon. Ik begreep wel dat dit bombardement alleen maar erger zou worden. Het waren pas de inleidende beschietingen ... Waar kon ik een tandarts vinden?
 
- Op 20 mei verliet ik het Rijnland. Op 7 maart 1936, een zaterdag, was Hitler het gedemilitariseerde Rijnland binnengetrokken, waarmee duidelijk werd dat hij zijn reet veegde aan het Verdrag van Locarno. Het Duitse leger zou destijds niets hebben kunnen uitrichten tegen het Franse leger. De Duitsers waren zich trouwens bewust van hun zwakte. Ze hadden zelfs het bevel gekregen zich terug te trekken als wij ingrepen. Maar we deden niets! We hadden de kans om het einde van Hitler en nazi-Duitsland in te luiden, maar we staken geen vinger uit. Vive la France! De Engelsen gaven ook niet thuis.
 
Lees verder mijn bespreking van "Na de oorlog", het derde deel.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 14 mei 2025

Tardi: Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB

Tardi: Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB (Frankrijk, 2012): 188 blz: Vertaald door Studio Peter de Raaf (2012): Uitgeverij Casterman
 
Ik, rene tardi, krijgsgevangene hc01. ik, rene tardi, krijgsgevangene van stalag 2b
 
Dit is een stukje dat ik eerder in oktober 2021 heb gepubliceerd op mijn blog en dat ik nu heb aangevuld met passende citaten. 
 
Ik heb "Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB" een tijdje terug van een vriend cadeau gekregen voor mijn 55-ste verjaardag. Het is het eerste deel van een driedelige serie die tekenaar/schrijver Jacques Tardi heeft gemaakt over de belevenissen van zijn vader tijdens de oorlog. De andere twee delen heb ik ook in mijn bezit en ga ik de komende dagen lezen.

Jacques Tardi is met afstand mijn favoriete striptekenaar. Eigenlijk vind ik alle strips en graphic novels die ik inmiddels van hem heb gelezen en bekeken prachtig getekend. Jammer genoeg vallen de teksten vaak zwaar tegen. Uit "Ik René Tardi ..." blijkt dat Jacques Tardi zelf ook een schrijver van formaat is. Tot nu toe had ik Jacques Tardi nog niet ontdekt als groot schrijver.

In zijn jeugd had Jacques Tardi vaak onenigheid met zijn vader René, hij verweet hem die stomme oorlog nooit te kunnen vergeten. Zowel vader René als de grootvader van Jacques hadden als soldaat gevochten in de oorlog (De Tweede en de Eerste Wereldoorlog) en waren gevangengenomen door de Duitsers en terechtgekomen in een krijsgevangenenkamp. Eerst hoorde Jacques de verhalen van zijn grootvader aan en in de jaren 80 hoorde Jacques zijn vader letterlijk uit over hoe hij de oorlog had beleefd. Eens zou Jacques de belevenissen van zijn vader aan de wereld bekendmaken.

Het is geen wonder dat Jacques Tardi zijn hele leven gefascineerd is gebleven door de oorlog. Hij heeft talloze boeken geschreven en vooral getekend over zowel de Tweede Wereldoorlog, de Eerste Wereldoorlog als over de Frans-Duitse oorlog (1870). Deze boeken zijn allemaal prachtig getekend (en uitgegeven!) en geven een indringend beeld van het leed dat oorlogen mensen aandoen zoals alleen de allergrootste schrijvers en filmmakers dat ook hebben kunnen doen.

"Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB" is waarschijnlijk het meest indrukwekkende boek dat ik tot dusver van Tardi in mijn handen heb gehad en dat wil heel wat zeggen. Zowel de teksten als de tekeningen zijn van zeer grote klasse. Ik lees niet veel meer over de oorlogen, maar dit boek kan ik iedereen die geïnteresseerd is in de oorlog van harte aanbevelen!
 
Citaten:
- Onze geweldige aanvoerders hadden ons opgedragen de vijand op te sporen en te vernietigen. Dat was tenminste duidelijk, zelfs voor de grootste sufferds onder ons! Het was spek voor onze bek! Leve het leger!

- Waarom zouden ze die stomme klotelanden, bakermat van chaos en sluimerende conflicten, niet gewoon annexeren: Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië en de Oekraïne? Bulgarije zagen ze over het hoofd. Het Westen was een ander verhaal. In Groot-Brittannië of Frankrijk zouden de Duitsers niet snel voet aan de grond krijgen.
 
- Papa, is een tank duur? Geen idee! En je zegt niet "tank" maar "tenk"!
 
- Wij meenden het sterkste leger van de wereld te zijn, maar we kregen les in rammelkasten uit de Eerste Wereldoorlog. Oud materieel voor een oud leger van jonge verliezers in spe! Dat begreep ik naderhand! In '35 dachten we nog dat we alle tijd hadden.
 
- Het garnizoensleven bestond uit corvee, onderricht voor de soldaten, manoeuvres en wachtlopen: in de stad, op het station, langs de bordelen en de patroonfabriek. We hadden het nooit over de oorlog die op komst was. In de kazerne geen politiek! Alleen al het noemen van de krant "l'Humanité" zou zwaar bestraft worden. We hoefden geen mening te hebben, we moesten alleen gehoorzamen. Niet voor niets wordt het Franse leger "De grote zwijger" genoemd.
 
- Het al te zelfverzekerde Frankrijk was er niet klaar voor. Van 3 september tot 10 mei 1940 gebeurt er niets. Uiteraard grijpen we dit respijt van negen maanden niet aan om ons te organiseren. De Duitsers bewegen niet, wij bewegen niet, wij wachten. Het is de "Schemeroorlog". En daarna, op de door hen gekozen datum, 10 mei, begint het offensief. Op de 13e trekken Heinz & co ons land binnen, zoals je een rijpe camembert aansnijdt, hoewel ze hier en daar op hardnekkig verzet stuiten. Franse soldaten hebben gevochten en goed gevochten, maar de opmars van de Wehrmacht is niet te stuiten. 22 juni: Wapenstilstand, Parijs bezet, Adolf in het Trocadéro.
 
- Je moet begrijpen dat een mens het niet langer dan een uur volhoudt in een potdichte tank, met draaiende motor en bij warm weer. Het stinkt er naar kokende olie, uitlaatgas en koolmonoxide, en de zich opeenhopende gassen uit het kanon vergiftigen de lager gezeten bestuurder-mecanicien. Ventilatieroosters moeten met beleid geopend worden. Is de sector rustig, dan kan de commandant de deur van de 360 graden draaibare toren onder het rijden als zitje gebruiken.
 
- Ikzelf was een onderluitenant van de onderhoudsdienst tegengekomen die ik kende en die me geen enkele goede reden kon geven waarom we bij het verlaten van de trein gescheiden waren. Stomme kloteorganisatie, waardeloze leiding! Frankrijk "mijn" land omdat ik daar stomtoevallig was geboren. Ik walg ervan! Als ik de Marseillaise hoor, krijg ik zin om te kotsen!
 
- Datzelfde tablet chocolade die als ruilmiddel fungeerde, zal van zak tot zak gaan, van hand tot hand. Hij zal nooit verkocht worden en uiteindelijk misschien gebruikt worden om een Duitse vrouw te "benaderen" in een afgelegen Kommando.
 
- Het belangrijkste was het brood. "De schijf van vijf". Het brood is heilig, iedereen weet dat ... vooral als je het bijna niet hebt! Ons dagelijks brood had niet de vorm van een hostie maar van een dikke cake van een kilo ... voor vijf KG's! Het was gemaakt van inferieur meel en zag er afstotelijk uit. Het was niet gerezen, klef van binnen en stroperig onderin, maar toch vraten we het op. Het "brot" van de Duitsers was natuurlijk beter gerezen!
 
- In de bibliotheek stonden boeken van overal en in alle talen. De interessante boeken werden stiekem doorgegeven. Je zag ze nooit aan de oppervlakte komen. Ik heb alleen zouteloze avonturenromans en wetenschappelijke werken gelezen, niets politieks uiteraard, de censuur liet weinig door. De KG-bibliothecaris was een onderwijshufter met een hoge dunk van zichzelf, een beetje zoals sommige verwaande boekhandelaren die doen of ze de boeken die ze verkopen zelf geschreven hebben.
 
- Als er bij de moffen bloedworst op het menu stond, haastte Gourdin, die in het kledingmagazijn werkte, zich naar de plee om wat stront aan het lemmet van zijn Opinel te smeren. Achter de rug van zijn bewaker opende Gourdin diens tas en daarna de gamel om de bloedworst te voorzien van een dun laagje stront.
 
- Iedereen had luizen, ook de Duitsers. Ze hadden ze samen met de tyfus meegebracht uit Rusland en wij waren dus ook de klos. Als je tegen een bewaker over die kleine parasieten begon, ging ie meteen pleite. Erg handig om lastposten uit de buurt te houden, maar als je ze had kon je dat beter verzwijgen, want anders zetten ze je apart in een soort cel annex berghok. 
 In elke barak werd er aan één stuk door op luizen gejaagd. Die krengen zaten het liefst in het kruis van je broek.
 
- De Duitsers vonden het wel best. Wanneer een KG rustig zat te knutselen hoefde hij niet meer bewaakt te worden. Verder had je lui die naar artistieke schoonheid streefden. Er verschenen stoomlocomotieven gemaakt van sardineblikjes, zeilschepen gesneden uit planken van munitiekisten, vliegtuigen ... gebouwen ... sculpturen. Schilders en tekenaars legden ons lamentabele bestaan vast, soms met humor. Ik tekende tankgevechten.
 
- De Yankees kregen de kampkost maar aten er niet van. Ze werden ruim voorzien door het Rode Kruis en ontvingen K-rations en aanvullende rantsoenen. Ze waren schatrijk en niet verslagen. Bovendien was de Conventie van Genève op haar hoede. "Als jij mijn gevangenen slecht behandelt, wee de jouwe ..." Da's algemeen bekend. 
 Je snapt dat voor ons de situatie iets anders lag. In Frankrijk bevond zich geen enkele moffen-KG en Hitler veegde zijn reet aan Laval, Pétain en Vichy.
 
Lees verder mijn bespreking van "Mijn terugkeer naar Frankrijk", het tweede deel.

     
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 17 februari 2021

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (deel 4)

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (Frankrijk, 1932): 381 blz: Vertaald door E.Y. Kummer (1968): Uitgeverij van Oorschot
 
Reis Naar Het Einde Van De Nacht
 
"Reis naar het einde van de nacht", de roman waarmee Louis-Ferdinand Céline in 1932 debuteerde is een absoluut meesterwerk, daarover kan wat mij betreft geen twijfel bestaan. Mijn exemplaar van dit boek, een 19e geïllustreerde druk uit 2004, bevat bovendien prachtige tekeningen van Jacques Tardi, mijn favoriete striptekenaar. Nooit voordat ik in 2011 dit boek las voor de eerste keer en nooit sindsdien heb ik de uitzichtloosheid van het leven zo treffend beschreven gezien. Dit boek is een rauw boek, het grijpt je bij de keel om je niet meer los te laten.
 
Citaten bij deel 4: arts in Frankrijk (blz 186-380):
- Toen ik eindelijk die vijf of zes jaar academische ellende achter de rug had, bezat ik m'n mooie snorkende titel. Daarna heb ik maar 's geprobeerd wortel te gaan schieten in de buitenwijken, meer mijn genre, in Garenne-Rancy, vlak buiten Parijs, onmiddellijk na de porte Brancion.
 
- Maandenlang heb ik hier en daar geld moeten lenen. De mensen bij mij in de buurt waren zo arm en zo wantrouwend dat 't buiten donker moest zijn voordat ze er toe kwamen me te laten roepen, mij, de arts die toch echt niet duur was. Zo ben ik heel wat nachten stikdonkere binnenplaatsjes overgestoken om tien en vijftien francs op te halen.
 
- Bébert had me zien aankomen. Ik was de dokter die op de hoek woonde, waar de bus stopt. Hij zag er vaal uit, Bébert, bijna groen zelfs, net een appel die nooit rijp zal worden. Hij krabde zich, en toen ik 'm dat zag doen kreeg ik ook zin om te krabben. Want ik had inderdaad ook vlooien, ik liep ze 's nachts op bij m'n patiënten. Ze springen graag in je overjas omdat 't de warmste en vochtigste plek is die ze op dat ogenblik kunnen vinden. Dat leren ze je allemaal op de universiteit.
 
- Aan zieken geen gebrek, maar je had er niet veel die konden of wilden betalen. Niets zo ondankbaar als het doktersvak. Als je bij rijke patiënten om geld komt, heb je veel weg van een lakei, bij arme patiënten voel je je gewoon een dief. "Honorarium?" Wat een woord! Ze hebben niet eens genoeg poen om te vreten en naar de bioscoop te gaan, moet je ze dan ook nog 's geld afnemen om je "honorarium" bij elkaar te krijgen? Vooral als ze net liggen te kreperen. Dat is niet eenvoudig. Je laat 't sloffen. Je wordt vriendelijk. En dan ben je verloren.
 
- Alles is een kwestie van wennen. Sommige goed geharde laboratoriumhulpen zouden, zonder een spier te vertrekken, in een doodkist waarin het nog volop aan het rotten was, hun potje gekookt hebben, zo weinig last hadden ze nog van al die bedorven resten en weeë stank.
 
- Ik ontdekte waarachtig bij mezelf dat ik veel liever Bébert in het leven wilde houden dan een volwassene. Als een volwassene 't aflegt, ben je er nooit helemaal rouwig om, dat is tenminste weer een schoft minder op de wereld, denk je dan, maar met een kind weet je dat nog niet zo zeker. Dat moet de toekomst nog uitmaken.
 
- De vroedvrouw kijkt verlangend uit naar het ogenblik dat ik tot aan m'n strot in de blubber zit, 'm dan moet smeren en haar de honderd francs laat opstrijken. Maar ze kan de pest krijgen, die vroedvrouw! En m'n huur dan?
 
- Heb je ooit iemand in de hel zien afdalen om er de plaats van een ander in te nemen? Nooit toch. Je ziet hem een ander naar beneden sturen. Zo is 't nou eenmaal.
 
- Rijke mensen hoeven voor een hap eten iemand niet zelf om zeep te brengen. Ze laten anderen voor zich werken, zoals dat heet. Ze doen zelf geen kwaad, die rijken. Ze betalen. Men doet alles om ze het naar hun zin te maken en iedereen is erg tevreden. Zij hebben mooie vrouwen, terwijl die van de arme drommels lelijk zijn. Dat is het resultaat van eeuwen, en dan praten we nog niet eens over hun toiletten. Mooie schatjes, goed gevoed, lekker schoon. Dat is nou alles wat er bereikt is sinds de wereld bestaat.
 
- De patiënten die ik daar had, waren vooral mensen die tegen de stad aan woonden; het was een soort dorp dat zich nooit helemaal los had kunnen wrikken uit de modder, klem tussen de vuilnisbelten en omringd door weggetjes, waar te rijpe snotmeiden spijbelend langs de schuttingen zwierven en van de ene geile ouwe vent na de andere twintig sous, frites en gonorroe cadeau kregen.
 
- Ik had langzamerhand de slechte gewoonte afgeleerd om mijn patiënten gezondheid te beloven. Het vooruitzicht dat ze gezond zouden worden kon ze geen groot plezier doen. Als het nou echt niet anders kan, dan ben je gezond. Het enige dat je kunt doen is werken, als je gezond bent, en wat koop je daarvoor? Terwijl een staatspensioen, hoe minuscuul ook, doodgewoon goddelijk is. 
 
- Maar de bioscoop, die nieuwe kleine loonslaaf van onze dromen, die kun je kopen, die kun je voor een of twee uur betalen, net als een hoer.
 
- Dat is alles wat je van het leven overgehouden hebt. Deze kleine, wrange wroeging, de rest heb je onderweg met min of meer succes uitgekotst, met heel veel moeite en inspanning. Je bent niets anders meer dan een oude lantaarn vol herinneringen op de hoek van een straat waar al bijna niemand meer langs komt.
 
- We hadden wel met elkaar kunnen opschieten, op onze manier ... Indertijd wisten we precies wat we aan elkaar hadden, die schoondochter en ik ... Dat had een hele tijd geduurd ... Maar nu was ze voor mij niet diep genoeg gezonken, ze kon niet verder naar beneden ... Ze had daar de kennis en de kracht niet voor. In het leven ga je niet naar boven, maar naar beneden. Dat kon ze niet meer. Ze kon niet dieper afdalen tot waar ik me bevond ... Voor haar was er te véél nacht om me heen.
 
- Dus je komt niet? Ga je liever de bajes in? Prima! ... Interesseert 't je geen sodemieter dat ik je aangeef? ... Dat ik van je hou? ... Dat interesseert je ook geen sodemieter, hè? ... En ook niet wat er van mij terechtkomt? ... Feitelijk heb je aan alles schijt, nietwaar? Zeg 't maar?
 
    

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Dit is het vierde en laatste deel van mijn bespreking van "De reis".

dinsdag 16 februari 2021

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (deel 3)

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (Frankrijk, 1932): 381 blz: Vertaald door E.Y. Kummer (1968): Uitgeverij van Oorschot
 
 Reis Naar Het Einde Van De Nacht
 
"Reis naar het einde van de nacht", de roman waarmee Louis-Ferdinand Céline in 1932 debuteerde is een absoluut meesterwerk, daarover kan wat mij betreft geen twijfel bestaan. Mijn exemplaar van dit boek, een 19e geïllustreerde druk uit 2004, bevat bovendien prachtige tekeningen van Jacques Tardi, mijn favoriete striptekenaar. Nooit voordat ik in 2011 dit boek las voor de eerste keer en nooit sindsdien heb ik de uitzichtloosheid van het leven zo treffend beschreven gezien. Dit boek is een rauw boek, het grijpt je bij de keel om je niet meer los te laten.
 
Citaten bij deel 3 Amerika (blz 146-185):
- Stel je voor, hij stond volkomen rechtop, die stad van ze, helemaal recht overeind. New York is een rechtopstaande stad. We hadden heus wel steden gezien, en mooie ook, en havens, beroemde zelfs. Maar bij ons, nietwaar, liggen de steden languit, langs de kust of aan de rivier, ze liggen uitgestrekt in het landschap, vriendelijk en uitnodigend, terwijl die Amerikaanse daar niet lag te zwijmelen, integendeel, die stond daar kaarsrecht, recht om bang van te worden, een klotestad.
 
- Aan de balie drong een employé met geplakt haar me met geweld een kamer op. Ik besloot de kleinste van het hotel te nemen. Ik had op dat moment beslist niet meer dan vijftig dollar, praktisch geen ideeën en absoluut geen zelfvertrouwen.
 
- Als je in Amerika voor  weinig geld wilt eten, kun je een warm broodje met een worstje kopen, 't is handig, je kunt ze krijgen op de hoek van elk straatje, helemaal niet duur. Ik vond 't echt niet erg om in de arme buurt te eten, maar om nooit meer die mooie meisjes bestemd voor de rijke kerels te zien, dat zat me erg dwars. Want dan heeft 't ook geen zin meer om te eten.
 
- Filosoferen is alleen maar een andere manier van bang zijn en leidt eigenlijk uitsluitend tot laf gehuichel.
 
- Ze stak niet onder stoelen of banken dat ze me tot alles in staat achtte wat gemeen was. ... We praatten over koetjes en kalfjes en ik deed wanhopig m'n best om te voorkomen dat we geweldig, en voorgoed, stront kregen. Ze wilde onder andere van alles weten over m'n genitale uitspattingen en of ik niet ergens tijdens m'n omzwervingen ergens een kindje had gemaakt dat zij kon adopteren. Een krankzinnig idee van haar. 't Adopteren van een kind was een hobby van haar. Ze vond het nogal vanzelfsprekend dat een mislukkeling als ik wel in alle oorden clandestien nakomelingen zou hebben rondgestrooid. 
 
- Bijna niemand van al die mensen sprak Engels. Ze loerden naar elkaar, argwanend als beesten die vaak geslagen worden. Er hing een urinelucht die tussen hun benen vandaan kwam, net als in het ziekenhuis. Als ze met je spraken, bleef je een beetje uit de buurt van hun mond, want arme sloebers stinken van binnen al naar de dood.
 
- Voor wat je hier doen moet, is 't niet belangrijk hoe je er lichamelijk aan toe bent! stelde de keurende arts me meteen gerust.
- Des te beter, antwoordde ik, maar weet u, dokter, ik heb een goeie opleiding gehad en heb vroeger zelfs nog 's een blauwe maandag medicijnen gestudeerd ...
 Onmiddellijk keek hij me vuil aan. Ik merkte dat ik weer 's een stommiteit had begaan, ten koste van mezelf. - Daar zul je hier niets aan hebben, beste jongen, aan die studie van je! Je bent hier niet gekomen om te denken, maar om handelingen uit te voeren die je opgedragen worden ... We hebben geen mensen met fantasie in onze fabriek nodig. Chimpansees hebben we nodig ... Nog een goeie raad. Geen woord meer over je intelligentie! Er wordt hier voor je gedacht, beste vriend! Knoop dat goed in je oren.
 
- Al gauw stonden we geestelijk en lichamelijk op zeer intieme voet met elkaar en gingen elke week een paar uur samen in de stad wandelen. Ze zat er financieel goed bij, die vriendin van mij, want ze maakte in het bordeel meer dan honderd dollar per dag, terwijl ik bij Ford nauwelijks zes haalde. 
 
- Een feit is dat je in de oorlog steeds denkt dat het in vredestijd allemaal wel beter zal gaan en die hoop gaat er bij je in als koek, en dan blijkt 't achteraf toch alleen maar stront te zijn.
 
- Lieve, bewonderenswaardige Molly, als ze nog leeft en dit ooit onder ogen krijgt op een plek die ik niet ken, dan wil ik dat ze heel goed weet dat ik wat haar betreft niet veranderd ben, dat ik altijd en eeuwig van haar houd, op mijn manier, dat ze hier kan komen, wanneer ze maar wil, om m'n brood en onzeker lot te delen.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Lees verder in het 4e en laatste deel van deze bespreking  
 

maandag 15 februari 2021

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (deel 2)

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (Frankrijk, 1932): 381 blz: Vertaald door E.Y. Kummer (1968): Uitgeverij van Oorschot
 
Reis Naar Het Einde Van De Nacht
 
"Reis naar het einde van de nacht", de roman waarmee Louis-Ferdinand Céline in 1932 debuteerde is een absoluut meesterwerk, daarover kan wat mij betreft geen twijfel bestaan. Mijn exemplaar van dit boek, een 19e geïllustreerde druk uit 2004, bevat bovendien prachtige tekeningen van Jacques Tardi, mijn favoriete striptekenaar. Nooit voordat ik in 2011 dit boek las voor de eerste keer en nooit sindsdien heb ik de uitzichtloosheid van het leven zo treffend beschreven gezien. Dit boek is een rauw boek, het grijpt je bij de keel om je niet meer los te laten.
 
Citaten uit het 2e deel over Afrika (blz 90-145):
- Op die boot hadden ze me dus gezet, ik moest proberen in de koloniën een nieuw leven te beginnen. De mensen die het goed met me meenden wilden met alle geweld dat ik fortuin maakte. Ikzelf had alleen maar zin om weg te gaan, maar als je niet rijk bent, moet je altijd de indruk wekken dat je iets nuttigs doet en omdat ik maar niet opschoot met mijn studie, moest ik er iets op vinden. Ik had ook niet genoeg geld om naar Amerika te gaan. "Goed, dan maar naar Afrika!" zei ik toen, en liet me opjutten voor de tropen, waar je, naar de verhalen te oordelen, alleen een beetje sober moest leven en je netjes moest gedragen om er onmiddellijk een goeie baan te krijgen.
 
- Elke mogelijkheid om laf te zijn biedt je een prachtige kans om je eruit te redden, als je 't maar goed weet aan te pakken. Zo denk ik erover. Je moet nooit kieskeurig zijn in je middelen als je probeert aan een slachting te ontkomen, en ook geen tijd verliezen met je af te vragen waarom je vervolgd wordt. De dans ontspringen, dat is al mooi genoeg, als je verstandig bent.
 
- Mijn jonge gids liep lenig op zijn blote voeten. Er zaten beslist Europeanen in de bosjes, je hoorde ze daar in de buurt rondscharrelen, je herkende ze meteen aan hun stem, de stem van de blanke, onnatuurlijk en agressief. De vleermuizen fladderden aan één stuk door om ons heen en scheerden dwars door de zwermen insekten die aangetrokken werden door onze lamp, als we voorbijkwamen. Onder elk blad van iedere boom moest wel minstens één krekel verborgen zitten, te oordelen naar de oorverdovende keet die ze allemaal samen maakten.

- Toen het gewogen was, sleepte onze krabber de stomverwonderde vader mee achter de toonbank, rekende hem met een potlood voor wat hij hem schuldig was en stopte hem toen een paar zilveren munten in zijn hand. "Maak dat je wegkomt! zei hij alleen nog maar. 't klopt precies! ..."
  Alle blanke vriendjes gierden van het lachen, zo handig had hij dit zaakje aangepakt. De neger bleef bedremmeld voor de toonbank staan met zijn oranje broekje om zijn geslachtsdeel.
- Jij geen geld kennen? Jij dus wilde? schreeuwde een van de bedienden hem toe om hem weer tot de werkelijkheid te roepen; het was een handige knaap, die blijkbaar goed gedrild was en gewend aan deze zeer eenzijdige transacties.
- Zeg 's, jij niet Frans spreken? Jij nog gorilla, hè? ... Wat dan spreek jij, zeg! Apetaal? Mabillia? Jij klootzak! Zo uit de bush! Helemaal klootzak!
 Maar de wilde bleef voor ons staan, met het geld in zijn hand geklemd. 't Liefst was hij er vandoor gegaan als hij het gedurfd had, maar hij dorst niet.

- Inlanders werken eigenlijk alleen maar als ze afgeranseld worden, zoveel waardigheid hebben zij tenminste nog, maar de blanken, al heel wat beter afgericht door hun openbaar onderwijs, doen het uit zichzelf.

- De directeur, altijd even opvliegend, kwam van tijd tot tijd langs om er zeker van te zijn dat ik werkelijk vorderingen maakte in de techniek van het nummeren en het vals wegen.
 Met forse stokslagen baande hij zich een weg naar de weegschalen, dwars door het gewoel van de inlanders. ""Bardamu," zij hij op een ochtend dat hij in een goede bui was, "zie je die negers om ons heen? ... Nou, toen ik, nu haast dertig jaar geleden, in Petit Togo kwam, leefden de stammen hier alleen nog maar van jagen, vissen en 't elkaar afslachten, de smeerlappen! ... In 't begin, als agent op een kleine post, heb ik ze, zo waar als ik hier sta, na een overwinning in hun dorp terug zien komen, beladen met meer dan honderd manden vol flink bloedend mensenvlees, waaraan ze zich te barsten vraten! ... Hoor je goed wat ik zeg, Bardamu! ... Flink bloedend vlees! Van hun vijanden! Over een fuif gesproken! ... Nu is 't uit met de overwinningen! Nou zijn wij er! Geen stammen! Geen flauwekul! Geen stoer gedoe meer! Maar werkvolk en pinda's! Handen uit de mouwen! Geen jacht! Geen geweren! Pinda's en rubber! ... Om hun belasting te betalen! Belasting, waarmee we nog meer pinda's en rubber binnenkrijgen! Zo is 't leven, Bardamu! Pinda's! Pinda's en rubber! ... " 

- Zodra je ergens voor het eerst komt, ontdek je bepaalde ambities bij jezelf. Mijn roeping was ziek te zijn, alleen maar ziek.

- Aan de negers wen je snel, aan hun vrolijke traagheid, hun te lome gebaren en de uitpuilende buiken van hun vrouwen. Die zwarten stinken naar armoede, naar eeuwige ijdelheid en stuitende gelatenheid; eigenlijk net als de arme mensen bij ons, alleen hebben ze nog meer kinderen, maar minder vuile was en minder rode wijn.

- Het ziekenhuis mocht dan misschien erg luguber zijn, maar het was het enige plekje in de kolonie waar je het gevoel kon hebben dat je een beetje met rust gelaten werd, beschermd tegen de mensen buiten, tegen je baas. Een vakantie voor de slaven, eigenlijk het belangrijkste van alles, het enige geluk dat nog voor mij weggelegd was.

- Er zijn twee manieren om in het oerwoud door te dringen: je hakt er een tunnel door net als een rat in een baal hooi; dat is de manier waar je 't flink benauwd bij krijgt, niets voor mij. Of je moet in godsnaam maar de rivier opvaren, als een zoutzak op de bodem van een uitgeholde boomstam, voortgepeddeld langs ontelbare bochten en bosjes, om zo, volkomen overgeleverd aan al het licht, zonder enige bescherming, naar het einde van die eindeloze dagen uit te kijken, en tenslotte, helemaal duf door het gebrul van die negers, zo goed en kwaad als je kan aan te komen op de plaats waar je moet zijn.

- Hij was helemaal in de wolken toen ik hem wat van mijn cassoulet gaf, want zelf at hij sinds drie jaar alleen maar tomaat uit blik. Ik kon me dus niet beklagen. Hij vertelde me dat hij in zijn eentje al meer dan drieduizend blikken had opgegeten. Hij had er genoeg van ze op verschillende manieren klaar te maken en slurpte ze nu gewoon uit het blik door er twee gaatjes in te boren, net als bij eieren.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Lees verder in deel 3 van deze bespreking.

zondag 14 februari 2021

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (deel 1)

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (Frankrijk, 1932): 381 blz: Vertaald door E.Y. Kummer (1968): Uitgeverij van Oorschot
 
Reis Naar Het Einde Van De Nacht
 
"Reis naar het einde van de nacht", de roman waarmee Louis-Ferdinand Céline in 1932 debuteerde is een absoluut meesterwerk, daarover kan wat mij betreft geen twijfel bestaan. Mijn exemplaar van dit boek, een 19e geïllustreerde druk uit 2004, bevat bovendien prachtige tekeningen van Jacques Tardi, mijn favoriete striptekenaar. Nooit voordat ik in 2011 dit boek voor de eerste keer las en nooit sindsdien heb ik de uitzichtloosheid van het leven zo treffend beschreven gezien. Dit boek is een rauw boek, het grijpt je bij de keel om je niet meer los te laten.

"Reis naar het einde van de nacht" is opgebouwd uit 4 delen. In het eerste deel is onze hoofdpersoon, Ferdinand Bardamu, soldaat in de grote oorlog. Hij is helemaal niet heldhaftig, hij is juist eerder laf. Zijn enige wens is, de ellende die de oorlog is, te overleven.

In het 2e deel komt Bardamu terecht in Afrika. Hier is hij onverholen racistisch. Nadat hij ziek geworden is wordt hij per boot naar de Verenigde Staten vervoerd.

Deel 3 speelt zich af in de Verenigde Staten. Hier ontmoet hij Molly, een hoertje, die zijn geliefde wordt. Hij kan echter de rust niet vinden en besluit om terug te keren naar Frankrijk.

In het laatste deel is Bardamu afgestudeerd en is hij arts geworden. Hij durft de arme drommels die hem om hulp vragen niet om geld te vragen en blijft zo zitten in de armoede.

Céline was een stijlvernieuwer. Hij was de eerste die spreektaal gebruikte voor een literair werk. Befaamd zijn ook de 3 gedachtepuntjes die heel vaak voorkomen in zijn werk. 
 
De vertaling van het boek is van E.Y. Kummer uit 1968 en die leest erg soepel en maakt nergens een gedateerde indruk.
 
"Reis naar het einde van de nacht" is een deprimerend boek. De enige lichtpuntjes in het boek zijn als Bardamu een vriendin heeft en haar lekker kan naaien (een veelgebruikt woord in het boek). Zijn vriendinnen blijven echter nooit lang bij hem, op Molly na, die hij uit zichzelf verlaat. 

"Reis naar het einde van de nacht" is zeker niet een boek voor iedereen. Als je tegen het rauwe taalgebruik en de uitzichtloosheid van het boek kunt, dan zul je waarschijnlijk, net als ik, zwaar onder de indruk zijn van dit boek.

Om recht te doen aan het boek heb ik een groot aantal citaten opgenomen in mijn bespreking. Ik heb deze bespreking in 4 stukken gesplitst, de komende dagen publiceer ik deel 2 tot 4, opnieuw met erg veel citaten.
 
Citaten uit deel 1 (blz 10-89):
 - Zou ik dan de enige lafaard op aarde zijn? vroeg ik me af. En ik huiverde bij die gedachte! ... Verloren tussen twee miljoen heldhaftige idioten, die buiten zichzelf waren en gewapend tot de tanden? Met helmen, zonder helmen, zonder paarden, op motoren gierend, in auto's, fluitend, schietend, samenzwerend, vliegend, knielend, gravend, 'm smerend, zwenkend op weggetjes, knallend, gekluisterd aan deze aarde als in een cel, om er alles te vernietigen, Duitsland, Frankrijk, werelddelen, om alles wat leeft te vernietigen, nog doller dan honden, omdat ze hun eigen dolheid vereren (wat honden niet doen), honderdmaal, duizendmaal doller dan duizend honden en zoveel valser! 't was een fraaie boel! Ja, nu begreep ik 't, ik was in een apocalyptische kruistocht terechtgekomen.

- In een weiland, beschaduwd door kersebomen en al verzengd door de late augustuszomer, werd al het vlees van het regiment verdeeld. Op zakken en breed uitgespreide tentdoeken, en op het gras, lagen ik weet niet hoeveel kilo darmen uitgestald, gele en witte vlokken vet, schapen met opengereten buiken en een hele troep ingewanden erin, waaruit kronkelige stroompjes in het gras eromheen sijpelden; aan een boom hing een hele os, in tweeën gesneden, en onder luid gevloek waren de vier slagers van het regiment nog druk bezig er stukken afval af te snijden. De escouades gingen flink tegen elkaar te keer vanwege het vet, en vooral de mieren, te midden van vliegen zoals je die op zulke momenten ziet, net zo groot en lawaaiig als kleine vogels.

- Zelfs op twintig kilometer kun je goed zien hoe een dorp afbrandt. 't is een vrolijk gezicht. Je kunt je niet voorstellen wat voor effect het geeft als een gehucht van niets, dat je overdag in het miezerige landschap niet eens zou opmerken, 's nachts in vlammen opgaat! Net de Notre-Dame! Een dorp, zelfs een klein dorp, doet er wel een hele nacht over om af te branden, op 't laatst lijkt 't wel een reusachtige bloem, dan alleen nog maar een knop, en dan niets meer.

- Wie over de toekomst spreekt, is een grappenmaker, alleen het heden telt. Praten over zijn nageslacht komt neer op een toespraak tot de maden.

- Tegenover al die autoriteiten konden wij beiden werkelijk niets anders stellen dan onze eigen kleine wens, niet te sterven en niet te branden. Dat was niet veel, vooral omdat je in de oorlog niet openlijk voor die dingen kunt uitkomen.

- Bij een mooie begrafenis ben je ook erg bedroefd, maar je denkt toch aan de erfenis, aan de komende vakantie, aan de weduwe die er allerliefst uitziet en temperament heeft, naar men zegt, en ook, bij wijze van tegenstelling, dat je zelf nog leven wilt, heel lang, dat je misschien nooit doodgaat ... Wie weet? 
 
- Waarom zou je met je lichaam moedig zijn? Dan kun je ook aan een worm vragen moedig te zijn, die is roze en bleek en week, net als wij.
 
- En het beetje dat je er in 1914 had was nu zo, dat je je ervoor schaamde. Alles wat je aanraakte was surrogaat: suiker, vliegtuigen, sandalen, jam, foto's, alles wat je las, slikte, inzoog, bewonderde, verkondigde, verwierp, verdedigde, dat alles was niets anders dan schijn, huichelarij en hersenschimmen barstens vol haat. Zelfs de verraders waren niet echt. Die koortsachtige bezetenheid om te liegen en alles te geloven is net zo besmettelijk als schurft. De kleine Lola kenden van het Frans maar een paar zinnen, maar die waren dan ook vaderlandslievend: "We zullen ze wel krijgen ...", "Madelon, kom! ..." 't was om te huilen.
 
- De droefheid van het leven probeert de mensen te raken waar ze kan, en schijnt daar bijna altijd in te slagen.

- Onvoorstelbaar, Lola, zo bang, weet je, dat ik vooral niet wil dat ze me verbranden als ik later normaal m'n eigen dood sterf! Ik wil dat ze me gewoon onder de grond stoppen en rustig laten verrotten op het kerkhof, klaar om misschien weer te gaan leven ... Je weet nooit! Terwijl als ze me  tot as verbranden, snap je, Lola, dan is het uit, voorgoed uit ... Je kunt zeggen wat je wilt maar een geraamte lijkt altijd nog een beetje op een mens ... Met as is 't voorgoed uit! ... Wat vind jij ervan? ... Nou, je begrijpt dus wel, de oorlog ...
 - O, je bent dus door en door laf, Ferdinand! Je bent afzichtelijk, net een rat ...
 - Ja, Lola, door en door laf, ik verwerp de oorlog en alles wat ermee samenhangt ... Ik weet wat 't is ... Ik leg mij er niet bij neer ... Ik grien er niet over ... Ik verwerp 'm helemaal, met alle mensen die erbij horen, ik wil niets met ze te maken hebben, niest met de oorlog. Al waren ze met negenhonderd vijfennegentig miljoen en ik helemaal alleen, dan nog hebben zij ongelijk, Lola en ik gelijk, want ik ben de enige die weet wat hij wil: ik wil niet dood.
 
- ... en nu komt 't mooiste, uit achting voor wat ze "de eer van mijn familie" noemen. Wat edelmoedig! Nou vraag ik je, kerel, wordt mijn familie straks doorzeefd met kogels, zowel Duitse als Franse, als een vergiet? ... Nee, alleen ik, nietwaar, helemaal in m'n eentje! En als ik dood ben, zal de eer van mijn familie me dan weer uit de dood opwekken? ... Kom nou, ik zie m'n familie al, als de oorlog voorbij is ... Zoals alles voorbijgaat ... Ik zie ze op mooie zondagen al vrolijk rondhuppelen op het weer zomerse grasveld ... Terwijl, drie voet eronder, het ontgoochelde vlees van mij, hun pappie, druipend van de wormen en nog viezer dan een kilo stront op 14 juli, schitterend ligt weg te rotten ... De akker van de onbekende boer mesten, dat is het ware lot van een waar soldaat!

- Ik hield me natuurlijk ook bezig met mijn toekomst, maar voor mij was 't meer een ellendige droom, want binnen in me wroette voortdurend de angst gedood te worden in de oorlog en bovendien was ik bang van de honger te zullen kreperen als 't weer vrede zou zijn. Mijn dood was nog even uitgesteld en ik was verliefd. 't was heus niet zo maar een nachtmerrie. Niet ver van ons af, nauwelijks honderd kilometer hiervandaan, stonden miljoenen dappere, goed gewapende en uitstekend opgeleide kerels klaar om me om zeep te helpen, en ook Fransen stonden er op me te wachten om me levend te villen als ik me niet in bloederige mootjes wilde laten hakken door de anderen aan de overkant.

- Een beetje goedgeplaatst poëtisch medelijden staat een vrouw net zo charmant als luchtige lokken in de maneschijn.

- Ik had m'n moeder eindelijk geschreven. Ze was blij me weer te zien en jankte als een teef die je eindelijk haar jong teruggegeven hebt. Ze dacht vermoedelijk ook dat ze me een grote dienst bewees als ze me omhelsde, maar ze haalde 't toch niet bij de teef, want zij geloofde wat haar verteld werd om me weg te halen. De teef gelooft tenminste alleen maar wat ze voelt.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Lees verder in deel 2 van deze bespreking.
 

woensdag 6 mei 2020

Thierry Groensteen: Tardi: Een monografie

Thierry Groensteen: Tardi: Een monografie (Frankrijk, 1985): 173 blz: Vertaler niet vermeld (1985): Uitgeverij Loempia

Tardi monographie by Thierry GroensteenAls je mij vraagt wie mijn favoriete striptekenaar is, dan is het antwoord op die vraag duidelijk, dat is de Fransman Jacques Tardi. Vanaf beginjaren 70 heeft Tardi een groot aantal stripalbums getekend, soms met een door hemzelf bedacht verhaal, maar vaker gebruikte hij de teksten van anderen om die vervolgens schitterend te illustreren.

De personages van Jacques Tardi lijken zo weggelopen uit de krochten van de hel. Tardi heeft een duidelijke voorkeur voor figuren uit de zelfkant van onze samenleving: zwervers, onderwereldfiguren, hoeren en pooiers, mensen met een verminking. Vaak zijn zijn personages nogal karikaturaal getekend, maar altijd op een zodanige manier dat ze makkelijk uit elkaar te houden zijn.

Behalve de geweldige manier waarop Tardi zijn personen tekent, zijn ook de weergave van interieurs, straatbeelden en gebouwen haast filmisch. Al met al reken ik Tardi tot de allergrootste kunstenaars van de 20e en 21e eeuw, ongeacht in welk medium.

Deze biografie van Thierry Groensteen verscheen al in 1985 toen Tardi eigenlijk nog niet zo lang begonnen was met tekenen, maar al wel heel veel indruk had gemaakt. Ik mocht hem lenen van een vriend. Gezien de prijs van dit boek tweedehands zal een eigen exemplaar er wel niet in zitten.

Tardi is geboren in 1946 in Valence. In 1973 wordt zijn eerste strip gepubliceerd: "Vaarwel Morgendauw". Thierry Groensteen behandelt het werk van Tardi tot 1985 in 4 hoofdstukken, die allen overvloedig geïllustreerd zijn.

Hoofdstuk 1 heet Macabere grappen en gaat over de boeken tot 1980 (de eerste editie van deze monografie), met name over de serie met Isabelle Avondrood in de hoofdrol. Groensteen bekijkt hoe de boeken zijn opgebouwd en geeft vele voorbeelden uit zijn werk.

Hoofdstuk 2 gaat over de lectuur die Tardi tot zich heeft genomen en die achter de oorsprong van zijn tekeningen ligt. Gezien het totaal verschillende karakter van die strips zou je dat niet verwachten, maar hij heeft nogal veel overgenomen uit de Kuifjes van Hergé.

Hoofdstuk 3 gaat over de boeken na 1980 waarin hij zijn fantasie de vrije loop laat en nog meer dan voorheen speelt met het medium strip.

Hoofdstuk 4 is de kers op de pudding. Dit hoofdstuk bevat 50 bladzijden met tekeningen uit onuitgegeven werk, vaak prachtig om naar te kijken.

Al met al is deze monografie over Tardi een genot om te lezen en vooral om naar te kijken. Als je liefhebber van (vooral het vroege werk van) Tardi bent dan moet je dit boek beslist lezen en bekijken. Het zou mooi zijn als er een bijgewerkte uitgave komt waarin zijn werk tot en met nu wordt besproken. Volgens mij tekent Tardi nog steeds strips.

 

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 5 april 2020

Picaret (tekst) & Tardi (tekeningen): Polonius

Picaret (tekst) & Tardi (tekeningen): Polonius (Frankrijk, 1977): 44 blz: Vertaald door Studio van Wulften (1979): Uitgeverij Yendor BV

PoloniusDe Franse tekenaar Jacques Tardi is zonder meer mijn favoriete striptekenaar en ook één van mijn favoriete kunstenaars uit de 20e en 21e eeuw.

Vrijwel altijd illustreerde Tardi teksten van anderen. Helaas halen de meeste van die teksten de hoge kwaliteit van de tekeningen van Tardi bij lange na niet. Meestal is het zo dat Tardi illustraties maakte bij een of ander onbenullige detective of politieromannetje, zodat je te maken krijgt met een op zich oninteressante tekst die dan wel weer bijzonder mooi is geïllustreerd.

Voor "Polonius" geldt hetzelfde. Het verhaal speelt zich af in een denkbeeldige stad Ru, waarin enerzijds een heleboel gevangenen slavenarbeid verrichten in de mijnen en anderzijds een aantal anderen zich te buiten gaan aan de meest liederlijke uitspattingen. De tekeningen van Tardi laten weinig aan de verbeelding over.

Ik heb het boek geleend van een vriend. Deze vriend had het boek pas na 10 jaar zoeken gevonden. Het is dus een zeldzaam boek, maar dat het zeldzaam is wil nog niet zeggen dat het ook een goed boek is. Ik heb een aantal veel betere boeken met tekeningen van Tardi gelezen.

  

Tekeningen 4 sterren
Tekst 2 sterren

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 8 september 2018

Jean Vautrin (tekst) & Jacques Tardi (tekeningen): De stem van het volk

Jean Vautrin (tekst) & Jacques Tardi (tekeningen): De stem van het volk (Frankrijk, ?): 4 delen: 324 blz: Vertaald door ?: Uitgeverij Casterman

De stem van het volk 1: de kanonnen van 18 maart"De stem van het volk" speelt tijdens de Commune van Parijs. De Commune was een revolutionaire regering die na de nederlaag tijdens de Frans-Duitse oorlog was uitgeroepen op 18 maart 1871 door het Parijse volk en die door het regeringsleger met veel geweld op 28 mei 1871 was neergeslagen. De opstand heeft aan ongeveer 50.000 mensen het leven gekost (bron Wikipedia).

Net als de meeste verhalen die Tardi heeft geïllustreerd is er bij "De stem van het volk" sprake van een detective.  Hier is er gelukkig ook een interessant verhaal. Tegen de achtergrond van de opstand speelt het verhaal zich af. De taferelen zijn erg bloederig. Tardi is in deze stripboeken op zijn best. Hij geeft op een fantastisch getekende manier zowel de straatbeelden weer, als de gruwelijkheden van de oorlog, als de verlopen gezichten van de hoofdpersonen.

Ik heb intussen al aardig wat graphic novels van de hand van Tardi gelezen. Deze vind ik zonder meer de beste, een goed verhaal en werkelijk fantastisch mooi getekend. Op de lijst met mijn favoriete stripboeken en graphic novels komt deze bovenaan te staan!

Dit is maar een zeer korte bespreking. Ik ben van plan om later deze boeken nog eens te herlezen en dan een veel uitgebreidere bespreking te schrijven van dit absolute meesterwerk.

   

Reacties op dit blog zijn  meer dan welkom.

woensdag 5 september 2018

Forest (tekst) & Tardi (tekeningen): Het besloten land

Forest (tekst) & Tardi (tekeningen): Het besloten land (Frankrijk, ?): 176 blz: Vertaald door René van de Weijer (1983): Uitgeverij Casterman

Het besloten landHoofdpersoon van "Het besloten land" is Arthur Toch, een man die een klein huisje van nog geen 3 bij 2 meter heeft op een stuk muur van het landgoed Kommerlo. Een voorvader van Arthur was eigenaar van het grootste deel van Kommerlo, maar heeft na een verloren proces alles af moeten staan op het bezit van de muren om het landgoed na. Arthur besteedt zijn dag door over de muren te lopen en geld te innen voor het openen van de poorten in de muren zodat de andere bewoners van Kommerlo naar binnen en naar buiten kunnen.

Je leest een boek van Tardi natuurlijk niet voor het verhaal, maar voor de prachtige tekeningen. In een sober zwart-wit met veel aandacht voor haast fotografische details schetst Tardi op een volkomen natuurlijke manier een geheel eigen wereld. De tekeningen in dit boek zijn, zoals ik van Tardi gewend ben, groots. Alle boeken van Tardi vind ik de moeite waard, en dit behoort tot de beste boeken die ik tot dusver van hem heb gelezen. Voor mij is Tardi de beste striptekenaar die ik ken, en hoort hij sowieso tot de grote kunstenaars van de 20e en 21e eeuw.

Tekst:
Tekeningen:  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.