Céline
(tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht
(Frankrijk, 1932): 381 blz: Vertaald door E.Y. Kummer (1968): Uitgeverij
van Oorschot
"Reis
naar het einde van de nacht", de roman waarmee Louis-Ferdinand Céline
in 1932 debuteerde is een absoluut meesterwerk, daarover kan wat mij
betreft geen twijfel bestaan. Mijn exemplaar van dit boek, een 19e
geïllustreerde druk uit 2004, bevat bovendien prachtige tekeningen van
Jacques Tardi, mijn favoriete striptekenaar. Nooit voordat ik in 2011
dit boek las voor de eerste keer en nooit sindsdien heb ik de
uitzichtloosheid van het leven zo treffend beschreven gezien. Dit boek
is een rauw boek, het grijpt je bij de keel om je niet meer los te
laten.
Citaten uit het 2e deel over Afrika (blz 90-145):
- Op die boot hadden ze me dus gezet, ik moest proberen in de koloniën een nieuw leven te beginnen. De mensen die het goed met me meenden wilden met alle geweld dat ik fortuin maakte. Ikzelf had alleen maar zin om weg te gaan, maar als je niet rijk bent, moet je altijd de indruk wekken dat je iets nuttigs doet en omdat ik maar niet opschoot met mijn studie, moest ik er iets op vinden. Ik had ook niet genoeg geld om naar Amerika te gaan. "Goed, dan maar naar Afrika!" zei ik toen, en liet me opjutten voor de tropen, waar je, naar de verhalen te oordelen, alleen een beetje sober moest leven en je netjes moest gedragen om er onmiddellijk een goeie baan te krijgen.
- Elke mogelijkheid om laf te zijn biedt je een prachtige kans om je eruit te redden, als je 't maar goed weet aan te pakken. Zo denk ik erover. Je moet nooit kieskeurig zijn in je middelen als je probeert aan een slachting te ontkomen, en ook geen tijd verliezen met je af te vragen waarom je vervolgd wordt. De dans ontspringen, dat is al mooi genoeg, als je verstandig bent.
- Mijn jonge gids liep lenig op zijn blote voeten. Er zaten beslist Europeanen in de bosjes, je hoorde ze daar in de buurt rondscharrelen, je herkende ze meteen aan hun stem, de stem van de blanke, onnatuurlijk en agressief. De vleermuizen fladderden aan één stuk door om ons heen en scheerden dwars door de zwermen insekten die aangetrokken werden door onze lamp, als we voorbijkwamen. Onder elk blad van iedere boom moest wel minstens één krekel verborgen zitten, te oordelen naar de oorverdovende keet die ze allemaal samen maakten.
- Toen het gewogen was, sleepte onze krabber de stomverwonderde vader mee achter de toonbank, rekende hem met een potlood voor wat hij hem schuldig was en stopte hem toen een paar zilveren munten in zijn hand. "Maak dat je wegkomt! zei hij alleen nog maar. 't klopt precies! ..."
Alle blanke vriendjes gierden van het lachen, zo handig had hij dit zaakje aangepakt. De neger bleef bedremmeld voor de toonbank staan met zijn oranje broekje om zijn geslachtsdeel.
- Jij geen geld kennen? Jij dus wilde? schreeuwde een van de bedienden hem toe om hem weer tot de werkelijkheid te roepen; het was een handige knaap, die blijkbaar goed gedrild was en gewend aan deze zeer eenzijdige transacties.
- Zeg 's, jij niet Frans spreken? Jij nog gorilla, hè? ... Wat dan spreek jij, zeg! Apetaal? Mabillia? Jij klootzak! Zo uit de bush! Helemaal klootzak!
Maar de wilde bleef voor ons staan, met het geld in zijn hand geklemd. 't Liefst was hij er vandoor gegaan als hij het gedurfd had, maar hij dorst niet.
- Inlanders werken eigenlijk alleen maar als ze afgeranseld worden, zoveel waardigheid hebben zij tenminste nog, maar de blanken, al heel wat beter afgericht door hun openbaar onderwijs, doen het uit zichzelf.
- De directeur, altijd even opvliegend, kwam van tijd tot tijd langs om er zeker van te zijn dat ik werkelijk vorderingen maakte in de techniek van het nummeren en het vals wegen.
Met forse stokslagen baande hij zich een weg naar de weegschalen, dwars door het gewoel van de inlanders. ""Bardamu," zij hij op een ochtend dat hij in een goede bui was, "zie je die negers om ons heen? ... Nou, toen ik, nu haast dertig jaar geleden, in Petit Togo kwam, leefden de stammen hier alleen nog maar van jagen, vissen en 't elkaar afslachten, de smeerlappen! ... In 't begin, als agent op een kleine post, heb ik ze, zo waar als ik hier sta, na een overwinning in hun dorp terug zien komen, beladen met meer dan honderd manden vol flink bloedend mensenvlees, waaraan ze zich te barsten vraten! ... Hoor je goed wat ik zeg, Bardamu! ... Flink bloedend vlees! Van hun vijanden! Over een fuif gesproken! ... Nu is 't uit met de overwinningen! Nou zijn wij er! Geen stammen! Geen flauwekul! Geen stoer gedoe meer! Maar werkvolk en pinda's! Handen uit de mouwen! Geen jacht! Geen geweren! Pinda's en rubber! ... Om hun belasting te betalen! Belasting, waarmee we nog meer pinda's en rubber binnenkrijgen! Zo is 't leven, Bardamu! Pinda's! Pinda's en rubber! ... "
- Zodra je ergens voor het eerst komt, ontdek je bepaalde ambities bij jezelf. Mijn roeping was ziek te zijn, alleen maar ziek.
- Aan de negers wen je snel, aan hun vrolijke traagheid, hun te lome gebaren en de uitpuilende buiken van hun vrouwen. Die zwarten stinken naar armoede, naar eeuwige ijdelheid en stuitende gelatenheid; eigenlijk net als de arme mensen bij ons, alleen hebben ze nog meer kinderen, maar minder vuile was en minder rode wijn.
- Het ziekenhuis mocht dan misschien erg luguber zijn, maar het was het enige plekje in de kolonie waar je het gevoel kon hebben dat je een beetje met rust gelaten werd, beschermd tegen de mensen buiten, tegen je baas. Een vakantie voor de slaven, eigenlijk het belangrijkste van alles, het enige geluk dat nog voor mij weggelegd was.
- Er zijn twee manieren om in het oerwoud door te dringen: je hakt er een tunnel door net als een rat in een baal hooi; dat is de manier waar je 't flink benauwd bij krijgt, niets voor mij. Of je moet in godsnaam maar de rivier opvaren, als een zoutzak op de bodem van een uitgeholde boomstam, voortgepeddeld langs ontelbare bochten en bosjes, om zo, volkomen overgeleverd aan al het licht, zonder enige bescherming, naar het einde van die eindeloze dagen uit te kijken, en tenslotte, helemaal duf door het gebrul van die negers, zo goed en kwaad als je kan aan te komen op de plaats waar je moet zijn.
- Hij was helemaal in de wolken toen ik hem wat van mijn cassoulet gaf, want zelf at hij sinds drie jaar alleen maar tomaat uit blik. Ik kon me dus niet beklagen. Hij vertelde me dat hij in zijn eentje al meer dan drieduizend blikken had opgegeten. Hij had er genoeg van ze op verschillende manieren klaar te maken en slurpte ze nu gewoon uit het blik door er twee gaatjes in te boren, net als bij eieren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten