maandag 16 september 2024

Carolijn Visser: Het goud van Bonanza

Carolijn Visser: Het goud van Bonanza (Nederland, 1996): 54 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
"Het goud van Bonanza" is door Carolijn Visser geschreven in opdracht van het CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek). De meeste boeken die in opdracht van het CPNB zijn geschreven, zijn op zijn best erg matig. "Het goud van Bonanza", over een bezoek van Carolijn Visser aan een goudmijn in Nicaragua, is uitstekend geschreven. Met een lengte van slechts 50 bladzijden, vind ik het een beter boek dan alle boekenweekgeschenken die ik de laatste 30 jaar heb gelezen.
 
Citaten:
- Een stoet van revolutionaire toeristen trok voorbij aan het Managuaanse adres waar ik dertien jaar geleden logeerde. De Nederlanders in het pension droegen T-shirts waarop "Viva Sandino" stond te lezen. Een kraker uit Tilburg combineerde dat met een camouflagebroek en een stoppelbaard; het grootste compliment dat je hem kon geven was dat hij op Che Guevara leek. 
 In de kamer naast mij woonde een Noorse dichter, in de volgende een punk uit Zürich. Hij werd opgevolgd door een Zweedse feministische fotografe die de kracht van haar revolutionaire zusters kwam vastleggen. Vrijwel alle pensiongasten waren gekomen met een opdracht: er werd dag in dag uit gefilmd, geschreven en gedicht voor het thuisfront, dat niet te verzadigen leek.
 Overal in de stad klonk wapengekletter, de televisie vertoonde voortdurend militaire parades. De juntaleden doorkruisten Managua begeleid door jeeps vol bewapende soldaten. Ook op de universiteit hing een militaire sfeer. De studenten leerden marcheren en op de campus stond een metalen beeld dat een man met een machinegeweer voorstelde. Ik zag een Amsterdamse haar hand op zijn schouder leggen toen ze poseerde voor een foto: de Nicaraguaanse burgeroorlog was een vakantiedoel geworden.

- Violeta Chamorro [destijds de presidente van Nicaragua] heeft in het desolate centrum borden met teksten laten opstellen: "Met z'n allen moeten we werken aan de opbouw van het land", "Kinderen zijn de toekomst van Nicaragua". Geen uitspraken die westerse intellectuelen op de been zullen brengen. De sandinistische leuzen, destijds in zwart en rood op alle muren aangebracht, waren door een beter en bloeddorstiger tekstschrijver bedacht: "Vaderland of dood! Alle wapens aan het volk."

- ... In het openbaar durfde niemand een woord van kritiek te spuien omdat je dan gearresteerd kon worden. Gloria had een broodfabriek en dertig mensen in dienst. Ik vond haar een goede representante van de groeiende oppositie in het land en schreef een verhaal over haar in een Nederlandse krant. Dat ontketende een lawine van ingezonden brieven. Hoe kon de kwaliteitskrant zoiets plaatsen? Collega's wezen me terecht: de sandinistische revolutie bekritiseer je niet; denk aan je toekomst.

- In de stoffige achterbuurt waar ik terechtkom zijn de winkels beveiligd met tralies alsof er zich binnen geen rijst maar goud bevindt; de klanten worden bediend door een loket van staal. Het huis van buseigenaar Baltadano wordt omheind door een hoog hek waarachter motoronderdelen liggen opgetast. "Ze zijn nog onderweg," roept iemand van binnen, "kom vanmiddag maar terug." Ik neem een kamer in hospedaje La Flor, een krot met een mooie naam, en wacht tot de martelende hitte van de dag is overgedreven.

In een vliegtuig:
- Wanneer ik me heb vastgegespt in mijn stoel sla ik tot mijn verbazing bezwerend een kruis, net zoals de vrouw naast mij.
 
- Na een veilige landing zegt mijn buurvrouw dat we het "dank zij God" overleefd hebben en dat beaam ik; als ik vaker aan zulk gevaar werd blootgesteld, zou ik zeker gelovig worden.

- Lacayo concludeert kwaad: "Mijn voormalige sandinistische vrienden hebben nu de economische macht in handen. Ze hebben veel geld en heel veel bezittingen. Het is onmogelijk om dat aan te tonen, want alles staat op naam van familie, vrienden en loyale werknemers."

- Het is al uren donker. Als ik aanstalten maak om te vertrekken zegt Walter Smit: "Je bent van harte welkom hier te logeren." Dat aanbod wimpel ik beleefd af, ik heb er geen behoefte aan onder één dak te slapen met een ex-militair, een berouwvolle professor en een wraakzuchtige Amerikaan.

- De mooiste straat van Bonanza heeft de vorm van een halve maan. Hier is de best gesorteerde winkel van het dorp te vinden: aan het plafond hangen kleren, op de toonbank staan pannen, er zijn tientallen laden met gereedschap en knopen. Vrijwel alles wat te koop is in Bonanza, is gemaakt in China.
 
- Als Smit naar buiten loopt drukt hij mij een papier in handen, een fotokopie van een kranteartikel: het gaat over de voormalige sandinistische manager van de mijn in Bonanza. Hij moest het veld ruimen voor Walter Smit en werd daarna directeur van een steengroeve van de staat. In het artikel wordt hij ervan beschuldigd dat hij het bedrijf "gesnoepzakt" heeft, een Nicaraguaanse uitdrukking die betekent: alles van enige waarde meenemen en verkopen. Van het bedrijf rest slechts een leeg gebouw.

- "Iedereen zoekt werk," zeg ik. "Betaalde vrije tijd," vindt Kastl, "de mensen hier weten niet wat werken is." Hij kan het weten, want Kastl kent de wereld: destijds was hij een naaste medewerker van Allende, in Mozambique werkte hij jaren voor de FAO. Nu gaat hij in Nicaragua zorgen voor "biodiversiteit" in het regenwoud en "Lebensraum" voor de indianen. Ik knik enthousiast, daar kan immers geen mens tegen zijn, al klinkt het woord Lebensraum een Nederlander niet zo sympathiek in de oren.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten